| van 26-09-1928 tot ca. 1930 | Peperstraat, Kaatsheuvel | |||
| van ca. 1930 tot 1932 | Markt, Kaatsheuvel | |||
| vanaf ca. 1932 | Markt 1b, Kaatsheuvel | |||
| van 02-08-1959 tot ca. 1968 | Hoge Steenweg 61, Loon op Zand | |||
| vanaf ca. 1968 | Van Hornestraat 17, Loon op Zand | |||
| tot 29-10-2025 | Venloene 1, 5175CX Loon op Zand (In Woonzorgcentrum De Venloene) |
| vanaf 09-07-1932 | Bergstraat 4 (Het huisnummer A365 is doorgestreept en vervangen door Bergstraat 4.) | [bron: Loon op Zand Bev. reg. inv. 056 1920-1939 blad 4051] | ||
| van 02-08-1959 tot ca. 1968 | Hoge Steenweg 61, Loon op Zand | |||
| vanaf ca. 1968 | Van Hornestraat 17, Loon op Zand |
| van 02-08-1959 tot ca. 1968 | Hoge Steenweg 61, Loon op Zand | |||
| vanaf ca. 1968 | Van Hornestraat 17, Loon op Zand |
![]() |
3 Steenbergen Jan, afbeelding |
| van 31-08-1893 tot 15-11-1902 | Kaatsheuvel Nummer 287a, later nummer 504, Loon op Zand | [bron: Inv. nr. 33 1890-1920 Kaatsheuvel Letter S, archiefnummer 0910, Bevolkingsregister Loon op Zand, inventarisnummer 033, blad 2856] | ||
| vanaf 19-06-1894 | Kaatsheuvel No287, Loon op Zand | [bron: Inv. nr. 33 1890-1920 Kaatsheuvel Letter S, archiefnummer 0910, Bevolkingsregister Loon op Zand, inventarisnummer 033, blad 2856] | ||
| van 15-11-1902 tot 18-02-1903 | Wijk K Veldhoven nr 1747, Tilburg | [bron: Inv. nr. 33 1890-1920 Kaatsheuvel Letter S, archiefnummer 0910, Bevolkingsregister Loon op Zand, inventarisnummer 033, blad 2857; Inv. nr. 1516 1900-1910 Deel 30 wijk K 1231-2053 Veldhoven, archiefnummer 0918, Bevolkingsregister Tilburg, inventarisnummer 1516, blad 215] | ||
| vanaf 18-02-1903 | Vossenberg, Loon op Zand | [bron: Inv. nr. 33 1890-1920 Kaatsheuvel Letter S, archiefnummer 0910, Bevolkingsregister Loon op Zand, inventarisnummer 033, blad 2857] | ||
| vanaf na 18-02-1903 | Heulstraat, Loon op Zand | [bron: Inv. nr. 33 1890-1920 Kaatsheuvel Letter S, archiefnummer 0910, Bevolkingsregister Loon op Zand, inventarisnummer 033, blad 2857] | ||
| vanaf na 18-02-1903 | Peperstraat, Loon op Zand | [bron: Inv. nr. 33 1890-1920 Kaatsheuvel Letter S, archiefnummer 0910, Bevolkingsregister Loon op Zand, inventarisnummer 033, blad 2857] | ||
| van 20-06-1922 tot ca. 1930 | Peperstraat, Kaatsheuvel | |||
| van ca. 1930 tot 1932 | Markt, Kaatsheuvel | |||
| vanaf 1932 | Markt 1b, Kaatsheuvel | |||
| vanaf ca. 1970 | Wilhelminaplein, Kaatsheuvel (Jan woonde de laatste jaren in bij zijn dochter Virginie en schoonzoon Jan van den Boom) |
| Schoenmaker | ||||
| vanaf 18-02-1903 | Schoenmaker | [bron: Inv. nr. 33 1890-1920 Kaatsheuvel Letter S, archiefnummer 0910, Bevolkingsregister Loon op Zand, inventarisnummer 033, blad 2857] | ||
| 16-02-1945 | Schoenfabrikant (Vermeld bij het overnemen op 16 februari van het overlijden van Joke op 18 oktober 1944. Pas na een half jaar bereikte de familie via een brief van het Rode Kruis dit droevige nieuws) | [bron: Overlijdensregister Loon op Zand 1945, archiefnummer 911, aktenummer 52] |
| Gouden medaille van harmonie Apollo (Voor 50 jaar lidmaatschap. Jan was actief als klarinetspeler en bestuurslid) |
![]() |
4 Houdt Anna van den, jeugdfoto 1 |
| 06-03-1894 | Wijk Molenstraat 685, Kaatsheuvel (Nu bestaat nog Restaurant De Molen aan de Vaartstraat) | |||
| 16-01-1897 | Wijk Hil no 779, Kaatsheuvel | |||
| vanaf 01-01-1900 | Molenstraat, Marktstraat of Gasthuisstraat, Loon op Zand (Woonde bij opa en oma Gerrit van Rijswijk en Adriana Kemmeren samen met haar broer Gerrit) | [bron: BR Loon op Zand 1890-1920] | ||
| van 1922 tot ca. 1930 | Peperstraat, Kaatsheuvel | |||
| van ca. 1930 tot 1932 | Markt, Kaatsheuvel | |||
| van 1932 tot ca. 1945 | Markt 1b, Kaatsheuvel | |||
| van ca. 1945 tot 16-08-1949 | Brakkestein, Nijmegen |
| 01-01-1900 | Schoenstikster (Datum in BR is slecht te lezen. In geval van 1900 is zij 6 jaar. Bij 1904 is ze 10 jaar. In 1911 is ze 17 jaar.) |
![]() |
5 Steenbergen Virginie |
| van 28-03-1923 tot ca. 1930 | Peperstraat, Kaatsheuvel | |||
| van ca. 1930 tot 1932 | Markt, Kaatsheuvel | |||
| vanaf ca. 1932 | Markt 1b, Kaatsheuvel |
| vanaf ca. 1940 | Virginie en Zepha hadden difterie. Zo ook de dochter van de familie Didier. De familie woonde in bij het gezin van Jan en Annie, omdat hun huis in Den Haag plat gebombardeerd was. Ze konden in het gezin aansterken. |
![]() |
6 Steenbergen Tini, klassefoto in 1929, ze staat op de 2e rij, 4e van rechts, 48 kinderen, op de plaats bij de bewaarschool die het station genoemd werd, Tini is dan 5 jaar |
| van 31-05-1924 tot ca. 1930 | Peperstraat, Kaatsheuvel | |||
| van ca. 1930 tot 1932 | Markt, Kaatsheuvel | |||
| vanaf ca. 1932 | Markt 1b, Kaatsheuvel |
![]() |
7 Steenbergen Kees, en Mien van Rooij trouwen op 27 mei 1952, met rechts vader Jan Steenbergen en links de ouders van Mien |
| van 09-10-1925 tot ca. 1930 | Peperstraat, Kaatsheuvel | |||
| van ca. 1930 tot 1932 | Markt, Kaatsheuvel | |||
| vanaf ca. 1932 | Markt 1b, Kaatsheuvel |
![]() |
8 Steenbergen Joke |
| van 28-03-1923 tot ca. 1930 | Peperstraat, Kaatsheuvel | |||
| van ca. 1930 tot 1932 | Markt, Kaatsheuvel | |||
| vanaf ca. 1932 | Markt 1b, Kaatsheuvel | |||
| tot 1938 | Huize Vincentius, Udenhout | |||
| van 1938 tot 18-10-1944 | St. Annagesticht, Heel (bij Roermond) (Joke had verpleging nodig) |
![]() |
9 Steenbergen Annie en Zeva |
| van 26-09-1928 tot ca. 1930 | Peperstraat, Kaatsheuvel | |||
| van ca. 1930 tot 1932 | Markt, Kaatsheuvel | |||
| vanaf ca. 1932 | Markt 1b, Kaatsheuvel |
| vanaf ca. 1940 | Virginie en Zepha hadden difterie. Zo ook de dochter van de familie Didier. De familie woonde in bij het gezin van Jan en Annie, omdat hun huis in Den Haag plat gebombardeerd was. Ze konden in het gezin aansterken. |
![]() |
10 Steenbergen Jan |
| van 07-01-1931 tot 1932 | Markt, Kaatsheuvel | |||
| vanaf ca. 1932 | Markt 1b, Kaatsheuvel |
| vanaf ca. 1932 | Markt 1b, Kaatsheuvel | |||
| van 06-04-1932 tot na 06-04-1932 | Markt, Kaatsheuvel | |||
| vanaf ca. 1959 | Wilhelminaplein, Kaatsheuvel (Eduard heeft aan het Wilhelminaplein een huis laten bouwen toen hij trouwde) |
| Schrijver (Eduard schreef o.a. 2 boeken: 1. Kaatsheuvel 1890-1950, een tijdsbeeld beschreven. Oktober 2012, Drukkerij Gianotten: https://www.bibliotheek.nl/catalogus/titel.353299944.html/kaatsheuvel-1890-1950--een-tijdsbeeld-beschreven/ 2. Gehecht aan Kaatsheuvel, in beeld en schrift. November 2014, Gianotten Printed Media Eduard maakte ook een mooi fotoboek over de familie Steenbergen, waarvan ik de foto’s mocht gebruiken voor de stamboom. Een deel van de foto’s heb ik gescand met een matige kwaliteit. In het fotoboek staan zij wel degelijk met een goede kwaliteit.) |
||||
| vanaf ca. 1960 | Voorzitter Stichting Jeugdbelangen (Realisatie van jeugdhonk voor de scouting: De Kinkenpolder. Daarna bleek de ruimte groot genoeg om voor veel verenigingen een thuis te kunnen zijn.) | [bron: Woorden van herinnering aan Eduard Steenbergen in De Duinkoerier: https://newsstand.nl/view/DeDuinkoerier/20211201/MjI=] |
| vanaf ca. 1959 | Wilhelminaplein, Kaatsheuvel (Eduard heeft aan het Wilhelminaplein een huis laten bouwen toen hij trouwde) |
![]() |
12 Steenbergen Gerdie, op de kermis met Eduard en Tini |
| vanaf 01-05-1934 | Markt 1b, Kaatsheuvel |
| 1958 | Kleuterleidster | [bron: Steenbergen Eduard, Gehecht aan Kaatsheuvel - Kaatsheuvel - 2014 - Gianotten Printed Media - Tilburg - Pag. 324 onder] |
![]() |
13 Steenbergen Kees, en Virgenie Hollants met hun kinderen staand vanaf rechts Jan, Charel, Piet, Eduard, Michael, Sjef en zittend Joske en Anna - omstreeks 1917 - Foto John Steenbergen |
| van 1850 tot 1860 | Hoekje, Kaatsheuvel | [bron: Loon op Zand BR 1850-1860 inv. 14 bl. 371] | ||
| van 01-12-1861 tot 20-04-1866 | Hoekje nr. 43, Kaatsheuvel | [bron: Loon op Zand BR 1860-1890 inv. 22 bl. 1514] | ||
| 16-11-1862 | ’t Hoekje nr. 40, Kaatsheuvel (Staat in de geboorteakte van Cornelis) | [bron: Loon op Zand Geboorteregister 1862, archief 911 akte 185] | ||
| van 20-04-1866 tot 14-11-1873 | Wijk Veldhoven, Tilburg | [bron: Loon op Zand BR 1860-1890 inv. 22 bl. 1514] | ||
| van 14-11-1873 tot 31-12-1890 | Hoekje 40, Kaatsheuvel (Zijn broer Janus woont op Hoekje 37, later nr. 31. Dicht bij elkaar waarschijnlijk.) | [bron: Loon op Zand BR 1860-1890 inv. 22 bl. 1514] | ||
| van 01-01-1890 tot 21-08-1893 | Kaatsheuvel 364, Loon op Zand | [bron: Loon op Zand 1890-1920 inv. 33 blad 2858] | ||
| 21-08-1893 | Loon op Zand | [bron: Huwelijksregister 1893, archiefnummer 911, aktenummer 39] | ||
| van 31-08-1893 tot 15-11-1902 | Kaatsheuvel Nummer 287a, later nummer 504, Loon op Zand (Bij de geboorten zijn vermeld Molenstraat (bij Petrus), en Vaartkant (bij Eduard, Adrianus, en Anna)) | [bron: Inv. nr. 33 1890-1920 Kaatsheuvel Letter S, archiefnummer 0910, Bevolkingsregister Loon op Zand, inventarisnummer 033, blad 2856] | ||
| van 15-11-1902 tot 18-02-1903 | Wijk K Veldhoven nr 1747, Tilburg | [bron: Inv. nr. 33 1890-1920 Kaatsheuvel Letter S, archiefnummer 0910, Bevolkingsregister Loon op Zand, inventarisnummer 033, blad 2857; Inv. nr. 1516 1900-1910 Deel 30 wijk K 1231-2053 Veldhoven, archiefnummer 0918, Bevolkingsregister Tilburg, inventarisnummer 1516, blad 215] | ||
| vanaf 18-02-1903 | Vossenberg, Loon op Zand (Bij de geboorten van Michael, Josephus Napoleon en Adrianus Hendrik is Vossenberg 708 vermeld.) | [bron: Inv. nr. 33 1890-1920 Kaatsheuvel Letter S, archiefnummer 0910, Bevolkingsregister Loon op Zand, inventarisnummer 033, blad 2857] | ||
| vanaf na 02-07-1907 | Heulstraat, Loon op Zand (Bij de geboorten van Michael, Josephus Napoleon en Adrianus Hendrik is Vossenberg 708 vermeld. De Heulstraat zal daarna gekomen zijn) | [bron: Inv. nr. 33 1890-1920 Kaatsheuvel Letter S, archiefnummer 0910, Bevolkingsregister Loon op Zand, inventarisnummer 033, blad 2857] | ||
| vanaf na 02-07-1907 | Peperstraat, Loon op Zand | [bron: Inv. nr. 33 1890-1920 Kaatsheuvel Letter S, archiefnummer 0910, Bevolkingsregister Loon op Zand, inventarisnummer 033, blad 2857] |
| Schoenmaker (Hij werkte bij zijn zwager Petrus Henricus Vloemans in defabriek, kortweg Péhavé genoemd) | [bron: Eduard Steenbergen, Document over het verhaal van zijn familie en zijn leven, ongedateerd - Pag. 3] | |||
| 21-08-1893 | Schoenmaker | [bron: Huwelijksregister 1893, archiefnummer 911, aktenummer 39] | ||
| van 31-08-1893 tot 15-11-1902 | Schoenmaker | [bron: Inv. nr. 33 1890-1920 Kaatsheuvel Letter S, archiefnummer 0910, Bevolkingsregister Loon op Zand, inventarisnummer 033, blad 2856] | ||
| vanaf 18-02-1903 | Schoenmaker | [bron: Inv. nr. 33 1890-1920 Kaatsheuvel Letter S, archiefnummer 0910, Bevolkingsregister Loon op Zand, inventarisnummer 033, blad 2857] |
![]() |
14 Hollants Maria Virginia, bekend als de weduwe C. Steenbergen, geschilderd door Wim van der Plas |
| tot 1870 | Veerle (België) (Gezien de inschrijvng in de BS op 28 december 1871 in Loon op Zand lijkt de datum niet correct. Eduard noemt 1870 als verhuisdatum, en noemt als reden de grote armoede en de kans op goed werk in Kaatsheuvel, na het overlijden van zoon Guilaume (bedoelt Gustaaf). "Al met al ellende en grote èèremoei" André beschrijft de reis vanaf 31 december 1869, met aankomst in Kaatsheuvel op 1 januari 1870 om 16:00u. Hij noemt de dood van Gustaaf als aanleiding om weg te trekken uit Vlaanderen. Jan en Piet Vloemans, zwagers van Charles, hadden tegen Anna en Charles gezegd toch te stoppen met dat gevaarlijke werk en het armoedige bestaan. Gustaaf stierf door een ongeval op het werk aan een glad dak, door de vorst, op 13 november 1871. Dat beschrijft André namelijk een paar pagina’s verder. Gezien de inschrijfdatum in de BS van Loon op Zand, lijkt eind 1871, waarschijnlijker.) |
[bron: Eduard Steenbergen, Document over het verhaal van zijn familie en zijn leven, ongedateerd - Pag. 2; De Croonenborgh, contactblad voor de familie Hollants in Nederland en Mol, uitgave en redactie van André L. Ververs in aflevering 2 (februari 1994) - pag. 50] | ||
| vanaf 1870 | Kaatsheuvel (Gezien de inschrijvng in de BS op 28 december 1871 in Loon op Zand lijkt de datum niet correct.) | [bron: Eduard Steenbergen, Document over het verhaal van zijn familie en zijn leven, ongedateerd - Pag. 2] | ||
| vanaf 28-12-1871 | Vossenberg 661, Kaatsheuvel (Op het bevolkingsregister staan de nummers 262, 230, 315 en later in kleur eroverheen Vossenberg 661) | [bron: Loon op Zand BR 1860-1890 blad 654] | ||
| 21-08-1893 | Loon op Zand | [bron: Huwelijksregister 1893, archiefnummer 911, aktenummer 39] | ||
| van 31-08-1893 tot 15-11-1902 | Kaatsheuvel Nummer 287a, later nummer 504, Loon op Zand | [bron: Inv. nr. 33 1890-1920 Kaatsheuvel Letter S, archiefnummer 0910, Bevolkingsregister Loon op Zand, inventarisnummer 033, blad 2856] | ||
| van 15-11-1902 tot 18-02-1903 | Wijk K Veldhoven nr 1747, Tilburg | [bron: Inv. nr. 33 1890-1920 Kaatsheuvel Letter S, archiefnummer 0910, Bevolkingsregister Loon op Zand, inventarisnummer 033, blad 2857; Inv. nr. 1516 1900-1910 Deel 30 wijk K 1231-2053 Veldhoven, archiefnummer 0918, Bevolkingsregister Tilburg, inventarisnummer 1516, blad 215] | ||
| vanaf 18-02-1903 | Vossenberg, Loon op Zand | [bron: Inv. nr. 33 1890-1920 Kaatsheuvel Letter S, archiefnummer 0910, Bevolkingsregister Loon op Zand, inventarisnummer 033, blad 2857] | ||
| vanaf na 18-02-1903 | Heulstraat, Loon op Zand | [bron: Inv. nr. 33 1890-1920 Kaatsheuvel Letter S, archiefnummer 0910, Bevolkingsregister Loon op Zand, inventarisnummer 033, blad 2857] | ||
| vanaf na 18-02-1903 | Peperstraat, Loon op Zand | [bron: Inv. nr. 33 1890-1920 Kaatsheuvel Letter S, archiefnummer 0910, Bevolkingsregister Loon op Zand, inventarisnummer 033, blad 2857] |
![]() |
15 Steenbergen Wed. C. , de schoenfabriek met Charel Steenbergen en zijn vrouw Sien Pagie - Steenbergen Eduard - Gehecht aan Kaatsheuvel - 2014 - Gianotten Printed Media - Tilburg - Pag 225 onder |
| van 22-10-1895 tot 15-11-1902 | Kaatsheuvel Nummer 287a, later nummer 504, Loon op Zand | [bron: Inv. nr. 33 1890-1920 Kaatsheuvel Letter S, archiefnummer 0910, Bevolkingsregister Loon op Zand, inventarisnummer 033, blad 2856] | ||
| van 15-11-1902 tot 18-02-1903 | Wijk K Veldhoven nr 1747, Tilburg | [bron: Inv. nr. 33 1890-1920 Kaatsheuvel Letter S, archiefnummer 0910, Bevolkingsregister Loon op Zand, inventarisnummer 033, blad 2857; Inv. nr. 1516 1900-1910 Deel 30 wijk K 1231-2053 Veldhoven, archiefnummer 0918, Bevolkingsregister Tilburg, inventarisnummer 1516, blad 215] | ||
| vanaf 18-02-1903 | Vossenberg, Loon op Zand | [bron: Inv. nr. 33 1890-1920 Kaatsheuvel Letter S, archiefnummer 0910, Bevolkingsregister Loon op Zand, inventarisnummer 033, blad 2857] | ||
| vanaf na 18-02-1903 | Heulstraat, Loon op Zand | [bron: Inv. nr. 33 1890-1920 Kaatsheuvel Letter S, archiefnummer 0910, Bevolkingsregister Loon op Zand, inventarisnummer 033, blad 2857] | ||
| vanaf na 18-02-1903 | Peperstraat, Loon op Zand | [bron: Inv. nr. 33 1890-1920 Kaatsheuvel Letter S, archiefnummer 0910, Bevolkingsregister Loon op Zand, inventarisnummer 033, blad 2857] |
| vanaf 18-02-1903 | Schoenmaker | [bron: Inv. nr. 33 1890-1920 Kaatsheuvel Letter S, archiefnummer 0910, Bevolkingsregister Loon op Zand, inventarisnummer 033, blad 2857] | ||
| 20-06-1922 | Schoenmaker (Charles was getuige bij het huwelijk van zijn oudere broer Jan.) | [bron: Huwelijksregister 1922, archiefnummer 911, aktenummer 29] | ||
| 01-06-1931 | Schoenmaker | [bron: Overlijdensregister 1931, archiefnummer 911, aktenummer 93] | ||
| 16-06-1956 | Schoenfabrikant | [bron: Overlijdensregister 1956, archiefnummer 16, aktenummer 497] |
| 20-06-1922 | getuige huwelijk Jan Steenbergen (1894-1978) en Anna Adriana van den Houdt (1894-1949) [zie 3] | [broer bruidegom] | [bron: Huwelijksregister 1922, archiefnummer 911, aktenummer 29] |
| van 26-09-1896 tot 23-11-1896 | Kaatsheuvel Nummer 287a, later nummer 504, Loon op Zand | [bron: Inv. nr. 33 1890-1920 Kaatsheuvel Letter S, archiefnummer 0910, Bevolkingsregister Loon op Zand, inventarisnummer 033, blad 2856] |
![]() |
16 Steenbergen Piet |
| van 11-07-1898 tot 15-11-1902 | Molenstraat nummer 651 - Kaatsheuvel Nummer 287a, later nummer 504, Loon op Zand (Bij zijn geboorte is de Molenstraat vermeld, in het Bevolkingsregister staat Kaatsheuvel met een nummer) | [bron: Inv. nr. 33 1890-1920 Kaatsheuvel Letter S, archiefnummer 0910, Bevolkingsregister Loon op Zand, inventarisnummer 033, blad 2856] | ||
| van 15-11-1902 tot 18-02-1903 | Wijk K Veldhoven nr 1747, Tilburg | [bron: Inv. nr. 33 1890-1920 Kaatsheuvel Letter S, archiefnummer 0910, Bevolkingsregister Loon op Zand, inventarisnummer 033, blad 2857; Inv. nr. 1516 1900-1910 Deel 30 wijk K 1231-2053 Veldhoven, archiefnummer 0918, Bevolkingsregister Tilburg, inventarisnummer 1516, blad 215] | ||
| vanaf 18-02-1903 | Vossenberg, Loon op Zand | [bron: Inv. nr. 33 1890-1920 Kaatsheuvel Letter S, archiefnummer 0910, Bevolkingsregister Loon op Zand, inventarisnummer 033, blad 2857] | ||
| vanaf na 18-02-1903 | Heulstraat, Loon op Zand | [bron: Inv. nr. 33 1890-1920 Kaatsheuvel Letter S, archiefnummer 0910, Bevolkingsregister Loon op Zand, inventarisnummer 033, blad 2857] | ||
| vanaf na 18-02-1903 | Peperstraat, Loon op Zand | [bron: Inv. nr. 33 1890-1920 Kaatsheuvel Letter S, archiefnummer 0910, Bevolkingsregister Loon op Zand, inventarisnummer 033, blad 2857] | ||
| 08-09-1956 | Loon op Zand | [bron: Overlijdensregister 1956, archiefnummer 16, aktenummer 728] |
| vanaf 18-02-1903 | Schoenmaker | [bron: Inv. nr. 33 1890-1920 Kaatsheuvel Letter S, archiefnummer 0910, Bevolkingsregister Loon op Zand, inventarisnummer 033, blad 2857] | ||
| 08-09-1956 | Schoenfabrikant | [bron: Overlijdensregister Tiburg 1956, archiefnummer 16, aktenummer 728] |
![]() |
17 Steenbergen Eduard, ofwel oom Ward |
| van 05-10-1899 tot 15-11-1902 | Vaartkant nummer 651 - Kaatsheuvel Nummer 287a, later nummer 504, Loon op Zand (Bij zijn geboorte is Vaartkant nummer 651 vermeld, in het bevolkingsregister Kaatsheuvel en een nummer) | [bron: Inv. nr. 33 1890-1920 Kaatsheuvel Letter S, archiefnummer 0910, Bevolkingsregister Loon op Zand, inventarisnummer 033, blad 2856] | ||
| van 15-11-1902 tot 18-02-1903 | Wijk K Veldhoven nr 1747, Tilburg | [bron: Inv. nr. 33 1890-1920 Kaatsheuvel Letter S, archiefnummer 0910, Bevolkingsregister Loon op Zand, inventarisnummer 033, blad 2857; Inv. nr. 1516 1900-1910 Deel 30 wijk K 1231-2053 Veldhoven, archiefnummer 0918, Bevolkingsregister Tilburg, inventarisnummer 1516, blad 215] | ||
| vanaf 18-02-1903 | Vossenberg, Loon op Zand | [bron: Inv. nr. 33 1890-1920 Kaatsheuvel Letter S, archiefnummer 0910, Bevolkingsregister Loon op Zand, inventarisnummer 033, blad 2857] | ||
| vanaf na 18-02-1903 | Heulstraat, Loon op Zand | [bron: Inv. nr. 33 1890-1920 Kaatsheuvel Letter S, archiefnummer 0910, Bevolkingsregister Loon op Zand, inventarisnummer 033, blad 2857] | ||
| vanaf na 18-02-1903 | Peperstraat, Loon op Zand | [bron: Inv. nr. 33 1890-1920 Kaatsheuvel Letter S, archiefnummer 0910, Bevolkingsregister Loon op Zand, inventarisnummer 033, blad 2857] |
| vanaf 18-02-1903 | Schoenmaker | [bron: Inv. nr. 33 1890-1920 Kaatsheuvel Letter S, archiefnummer 0910, Bevolkingsregister Loon op Zand, inventarisnummer 033, blad 2857] |
| van 14-12-1900 tot 15-09-1901 | Vaartkant nummer 504 - Kaatsheuvel Nummer 287a, later nummer 504, Loon op Zand (Bij zijn geboorte is Vaartkant vermeld, in het bevolkingsregiser Kaatsheuvel en een nummer) | [bron: Inv. nr. 33 1890-1920 Kaatsheuvel Letter S, archiefnummer 0910, Bevolkingsregister Loon op Zand, inventarisnummer 033, blad 2856] |
![]() |
18 Steenbergen Jan, met zus Anna, moeder Maria Virginia Hollants, en Virginie, dochter van Jan |
| van 19-03-1902 tot 15-11-1902 | Vaartkant nummer 504 - Kaatsheuvel Nummer 287a, later nummer 504, Loon op Zand (Bij haar geboorte is Vaartkant 504 vermeld, met als bij Adrianus Aleander. In het bevolkingsregiser Kaatsheuvel en nummer) | [bron: Inv. nr. 33 1890-1920 Kaatsheuvel Letter S, archiefnummer 0910, Bevolkingsregister Loon op Zand, inventarisnummer 033, blad 2856] | ||
| van 15-11-1902 tot 18-02-1903 | Wijk K Veldhoven nr 1747, Tilburg | [bron: Inv. nr. 33 1890-1920 Kaatsheuvel Letter S, archiefnummer 0910, Bevolkingsregister Loon op Zand, inventarisnummer 033, blad 2857; Inv. nr. 1516 1900-1910 Deel 30 wijk K 1231-2053 Veldhoven, archiefnummer 0918, Bevolkingsregister Tilburg, inventarisnummer 1516, blad 215] | ||
| vanaf 18-02-1903 | Vossenberg, Loon op Zand | [bron: Inv. nr. 33 1890-1920 Kaatsheuvel Letter S, archiefnummer 0910, Bevolkingsregister Loon op Zand, inventarisnummer 033, blad 2857] | ||
| vanaf na 18-02-1903 | Heulstraat, Loon op Zand | [bron: Inv. nr. 33 1890-1920 Kaatsheuvel Letter S, archiefnummer 0910, Bevolkingsregister Loon op Zand, inventarisnummer 033, blad 2857] | ||
| vanaf na 18-02-1903 | Peperstraat, Loon op Zand | [bron: Inv. nr. 33 1890-1920 Kaatsheuvel Letter S, archiefnummer 0910, Bevolkingsregister Loon op Zand, inventarisnummer 033, blad 2857] |
| vanaf 18-02-1903 | Schoenmaker | [bron: Inv. nr. 33 1890-1920 Kaatsheuvel Letter S, archiefnummer 0910, Bevolkingsregister Loon op Zand, inventarisnummer 033, blad 2857] |
| vanaf 05-04-1903 | Vossenberg nummer 708 - Kaatsheuvel nr 287a, later 504, Loon op Zand (Bij de aangite van zijn geboorte is Vossenberg vermeld, in het bevolkingsregister Kaatsheuvel en nummer; bij oudere broers en zussen is Vaartkant vermeld, nu na half jaar in Tilburg te hebben gewoond is het Vossenberg.) | [bron: Inv. nr. 33 1890-1920 Kaatsheuvel Letter S, archiefnummer 0910, Bevolkingsregister Loon op Zand, inventarisnummer 033, blad 2857] | ||
| vanaf na 05-04-1903 | Heulstraat, Loon op Zand | [bron: Inv. nr. 33 1890-1920 Kaatsheuvel Letter S, archiefnummer 0910, Bevolkingsregister Loon op Zand, inventarisnummer 033, blad 2857] | ||
| vanaf na 05-04-1903 | Peperstraat, Loon op Zand | [bron: Inv. nr. 33 1890-1920 Kaatsheuvel Letter S, archiefnummer 0910, Bevolkingsregister Loon op Zand, inventarisnummer 033, blad 2857] |
| vanaf 06-04-1903 | Schoenmaker | [bron: Inv. nr. 33 1890-1920 Kaatsheuvel Letter S, archiefnummer 0910, Bevolkingsregister Loon op Zand, inventarisnummer 033, blad 2857] |
![]() |
21 Steenbergen Jef - Familie-album Virs Steenbergen-Hollants p. 77 |
| vanaf 28-09-1904 | Vossenberg 708 - Kaatsheuvel 287a, later 504, Loon op Zand (Bij zijn geboorte is Vossenberg 708 opgegeven. Als getuige is zijn naamgever Josephus Napoleon Hollants er bij aanwezig) | [bron: Inv. nr. 33 1890-1920 Kaatsheuvel Letter S, archiefnummer 0910, Bevolkingsregister Loon op Zand, inventarisnummer 033, blad 2857] | ||
| vanaf na 28-09-1904 | Heulstraat, Loon op Zand | [bron: Inv. nr. 33 1890-1920 Kaatsheuvel Letter S, archiefnummer 0910, Bevolkingsregister Loon op Zand, inventarisnummer 033, blad 2857] | ||
| vanaf na 28-09-1904 | Peperstraat, Loon op Zand | [bron: Inv. nr. 33 1890-1920 Kaatsheuvel Letter S, archiefnummer 0910, Bevolkingsregister Loon op Zand, inventarisnummer 033, blad 2857] | ||
| 24-10-1949 | Loon op Zand | [bron: Overlijdensregister Tilburg 1949, archiefnummer 16, aktenummer 887] |
| 24-10-1949 | Schoenfabrikant | [bron: Overlijdensregister Tilburg 1949, archiefnummer 16, aktenummer 887] |
![]() |
22 Steenbergen Joske |
| vanaf 02-07-1907 | Vossenberg nummer 708 - Kaatsheuvel nr 287a, later 504, Loon op Zand (Bij zijn geboorte is Vossenberg vermeld, in het bevolkingsregister Kaatsheuvel en nummer) | [bron: Inv. nr. 33 1890-1920 Kaatsheuvel Letter S, archiefnummer 0910, Bevolkingsregister Loon op Zand, inventarisnummer 033, blad 2857] | ||
| vanaf na 02-07-1907 | Heulstraat, Loon op Zand | [bron: Inv. nr. 33 1890-1920 Kaatsheuvel Letter S, archiefnummer 0910, Bevolkingsregister Loon op Zand, inventarisnummer 033, blad 2857] | ||
| vanaf na 02-07-1907 | Peperstraat, Loon op Zand | [bron: Inv. nr. 33 1890-1920 Kaatsheuvel Letter S, archiefnummer 0910, Bevolkingsregister Loon op Zand, inventarisnummer 033, blad 2857] |
| vanaf 02-07-1907 | Schoenmaker | [bron: Inv. nr. 33 1890-1920 Kaatsheuvel Letter S, archiefnummer 0910, Bevolkingsregister Loon op Zand, inventarisnummer 033, blad 2857] |
![]() |
23 Houdt Jan van den, en Martina van Rijswijk trouwen op maandag 8 mei 1893 in Loon op Zand - 1 |
| tot 25-08-1884 | Hil 393 en/of Vossenberg 758, Loon op Zand (Verhuisdatum is niet vermeld waardoor niet zeker is of hij ook nog aan de Vossenberg gewoond heeft) | [bron: BR Loon op Zand 1860-1890] | ||
| van 25-08-1884 tot 11-12-1884 | Breda | [bron: BR Loon op Zand 1860-1890] | ||
| van 11-12-1884 tot 01-01-1890 | Hil 393 en/of Vossenberg 758, Loon op Zand | |||
| van 1890 tot 08-05-1893 | Vossenberg 758, Loon op Zand | [bron: BR Loon op Zand 1890-1920] | ||
| 06-03-1894 | Wijk Molenstraat no 685, Kaatsheuvel (Nu bestaat nog Restaurant De Molen aan de Vaartstraat) | |||
| 16-01-1897 | Wijk Hil no 779, Kaatsheuvel | |||
| 1898 | Breda | [bron: Geboorteakte van hun 3e kind Toon] |
| Schoenmaker |
![]() |
24 Houdt Anna van den, met haar moeder Martina van Rijswijk |
| 23-04-1870 | Vaartkant 315, Loon op Zand | |||
| 04-09-1871 | Molenstraat 366, Loon op Zand | |||
| 17-11-1881 | Molenstraat 604, Loon op Zand | |||
| 06-03-1894 | Wijk Molenstraat no 685, Kaatsheuvel (Nu bestaat nog Restaurant De Molen aan de Vaartstraat) | |||
| 16-01-1897 | Wijk Hil no 779, Kaatsheuvel | |||
| 04-05-1898 | Breda | |||
| van 01-01-1900 tot 04-10-1904 | Schoolstraat 10, Breda | [bron: BR Breda 1900-1920] | ||
| vanaf 08-10-1904 | Molenstraat 46, Ginneken (Eerst huisnr 30) | |||
| 26-01-1913 | Ginneken | |||
| 18-06-1924 | Prinses Julianastraat 46, Ginneken (Haar zoon Martinus is ingesloten) | [bron: Inschrijvingsregister gevangenen, Den Bosch 1923-1925] | ||
| 26-01-1925 | Ginneken | |||
| tot 20-02-1944 | Vught (Haar zoon Toon woonde ook in Vught. Haar zoon Martinus woonde ongeveer een half jaar (in 1927) met vrouw en zoon in Vught.) | [bron: Is vermeld bij haar overlijden] |
| 06-11-1904 | Wasvrouw | |||
| 26-01-1913 | Werkvrouw |
![]() |
25 Houdt Gerrit van den, in uniform |
| 16-01-1897 | Wijk Hil no 779, Kaatsheuvel | |||
| vanaf 01-01-1900 | Molenstraat, Marktstraat of Gasthuisstraat, Loon op Zand (Woonde bij opa en oma Gerrit van Rijswijk en Adriana Kemmeren samen met zijn zus Anna) | |||
| 20-06-1922 | Ginneken (Vermeld bij het trouwen van zijn zus Anna) | [bron: Huwelijksregister 1922, archiefnummer 911, aktenummer 29] | ||
| 26-01-1925 | Ginneken (Vermeld bij het trouwen van zijn halfbroer Martinus) |
| Schoenmaker | ||||
| 20-06-1922 | Schoenmaker (Vermeld bij het trouwen van zijn zus Anna. Hij was getuige.) | [bron: Huwelijksregister 1922, archiefnummer 911, aktenummer 29] | ||
| 26-01-1925 | Schoenmaker |
| 20-06-1922 | getuige huwelijk Jan Steenbergen (1894-1978) en Anna Adriana van den Houdt (1894-1949) [zie 3] | [broer bruid] | [bron: Huwelijksregister 1922, archiefnummer 911, aktenummer 29] | |||
| 26-01-1925 | getuige huwelijk Martinus van Rijswijk (geb. 1904) en Catharina Maria van Tinteren (geb. ±1905) [zie 7,V] | [broer bruidegom] |
![]() |
26 Houdt Toon van den, in uniform |
| Breda | ||||
| 06-05-1924 | Den Bosch (Waarschijnlijk vanwege zijn militair zijn) |
| 08-05-1924 | Vrijwillig militair |
![]() |
27 Steenbergen Cornelis, geboren 16 nov. 1862 in Loon op Zand, zoon van Jan Baptist Steenbergen, 48 jaar, schoenmaker, zet zijn handtekening onder de akte - Loon op Zand archief 911 akte 185 |
| 1825 | ’t Hoekje, Kaatsheuvel | [bron: Loon op Zand Volkstelling 1825 inv. 001a blad 43] | ||
| van 1825 tot 1839 | ’t Hoekje nr 300, Kaatsheuvel | [bron: Loon op Zand BR 1825-1839 inv 12 blad 101 en BR 1839 inv 012b blad 97] | ||
| 04-05-1843 | Loon op Zand | [bron: Loon op Zand Huwelijksregister 1843, archiefnummer 911, aktenummer 19] | ||
| van 1850 tot 1860 | Hoekje, Kaatsheuvel | [bron: Loon op Zand BR 1850-1860 inv. 14 bl. 371] | ||
| van 01-12-1861 tot 20-04-1866 | Hoekje nr. 43, Kaatsheuvel | [bron: Loon op Zand BR 1860-1890 inv. 22 bl. 1514] | ||
| 16-11-1862 | ’t Hoekje nr. 40, Kaatsheuvel (Staat in de geboorteakte van Cornelis) | [bron: Loon op Zand Geboorteregister 1862, archief 911 akte 185] | ||
| van 20-04-1866 tot 14-11-1873 | Wijk Veldhoven, Tilburg | [bron: Loon op Zand BR 1860-1890 inv. 22 bl. 1514 en Tilburg BR 1870-1880 inv. 1402 blad 233] | ||
| van 14-11-1873 tot 12-03-1882 | Hoekje 40, Kaatsheuvel | [bron: Loon op Zand BR 1860-1890 inv. 22 bl. 1514] | ||
| 12-03-1882 | Loon op Zand | [bron: Loon op Zand Overlijdensregister 1882, archiefnummer 911, aktenummer 42] | ||
| van 01-01-1890 tot 31-12-1899 | Kaatsheuvel 364, Loon op Zand | [bron: Loon op Zand 1890-1920 inv. 33 blad 2858] |
| 04-05-1843 | Schoenmaker | [bron: Loon op Zand Huwelijksregister 1843, archiefnummer 911, aktenummer 19] | ||
| 12-03-1882 | Schoenmaker | [bron: Loon op Zand Overlijdensregister 1882, archiefnummer 911, aktenummer 42] |
| 04-05-1843 | Loon op Zand | [bron: Loon op Zand Huwelijksregister 1843, archiefnummer 911, aktenummer 19] | ||
| van 1850 tot 1860 | Hoekje, Kaatsheuvel | [bron: Loon op Zand BR 1850-1860 inv. 14 bl. 371] | ||
| van 01-12-1861 tot 20-04-1866 | Hoekje nr. 43, Kaatsheuvel | [bron: Loon op Zand BR 1860-1890 inv. 22 bl. 1514] | ||
| 16-11-1862 | ’t Hoekje nr. 40, Kaatsheuvel (Staat in de geboorteakte van Cornelis) | [bron: Loon op Zand Geboorteregister 1862, archief 911 akte 185] | ||
| van 20-04-1866 tot 14-11-1873 | Wijk Veldhoven, Tilburg | [bron: Loon op Zand BR 1860-1890 inv. 22 bl. 1514] | ||
| van 14-11-1873 tot 31-12-1890 | Hoekje 40, Kaatsheuvel | [bron: Loon op Zand BR 1860-1890 inv. 22 bl. 1514] | ||
| 12-03-1882 | Loon op Zand | [bron: Loon op Zand Overlijdensregister 1882, archiefnummer 911, aktenummer 42] | ||
| van 1890 tot 1900 | M 1191, Tilburg (Er is geen begindatum geschreven.) | [bron: Tilburg, Inv. nr. 1471 1890-1900 Deel 28 wijk M 1000-1230 Kerk, archiefnummer 0918, Bevolkingsregister Tilburg, inventarisnummer 1471, blad 161] | ||
| van 01-01-1890 tot 31-12-1899 | Kaatsheuvel 364, Loon op Zand | [bron: Loon op Zand 1890-1920 inv. 33 blad 2858] | ||
| 21-08-1893 | Tilburg (Bij het huwelijk van zoon Cornelis staat dat ze in Tilburg woont.) | [bron: Huwelijksregister 1893, archiefnummer 911, aktenummer 39] | ||
| 03-09-1899 | Tilburg (Krantenbericht over het afbranden van het huis met rieten dak, waarvan zij de eigenaresse was, maar waar haar zoon in woonde. Staat in het bericht dat zij in Tilburg woonde) |
[bron: De Echo van het Zuiden van 3 september 1899] | ||
| van 1900 tot 03-05-1904 | Spoorlaan | [bron: Inv. nr. 1526 1900-1910 Deel 40 wijk M 1401-1591 Kerk, archiefnummer 0918, Bevolkingsregister Tilburg, inventarisnummer 1526, blad 108] |
| van 1850 tot 1860 | Hoekje, Kaatsheuvel | [bron: Loon op Zand BR 1850-1860 inv. 14 bl. 371] | ||
| van 01-12-1861 tot 20-04-1866 | Hoekje nr. 43, Kaatsheuvel | [bron: Loon op Zand BR 1860-1890 inv. 22 bl. 1514] | ||
| vanaf 20-04-1866 | Wijk Veldhoven, Tilburg | [bron: Loon op Zand BR 1860-1890 inv. 22 bl. 1514] |
| van 1850 tot 1860 | Hoekje, Kaatsheuvel | [bron: Loon op Zand BR 1850-1860 inv. 14 bl. 371] |
| van 1850 tot 1860 | Hoekje, Kaatsheuvel | [bron: Loon op Zand BR 1850-1860 inv. 14 bl. 371] | ||
| van 01-12-1861 tot 20-04-1866 | Hoekje nr. 43, Kaatsheuvel | [bron: Loon op Zand BR 1860-1890 inv. 22 bl. 1514] | ||
| van 20-04-1866 tot 14-11-1873 | Wijk Veldhoven, Tilburg | [bron: Loon op Zand BR 1860-1890 inv. 22 bl. 1514] | ||
| van 14-11-1873 tot 31-12-1890 | Hoekje 40, Kaatsheuvel | [bron: Loon op Zand BR 1860-1890 inv. 22 bl. 1514] | ||
| van 1900 tot 1910 | Spoorlaan | [bron: Inv. nr. 1526 1900-1910 Deel 40 wijk M 1401-1591 Kerk, archiefnummer 0918, Bevolkingsregister Tilburg, inventarisnummer 1526, blad 108] |
| van 1900 tot 1910 | Spoorlaan | [bron: Inv. nr. 1526 1900-1910 Deel 40 wijk M 1401-1591 Kerk, archiefnummer 0918, Bevolkingsregister Tilburg, inventarisnummer 1526, blad 108] |
| van 1900 tot 1910 | Café restaurateur (Bij foto 010184 van het RAT staat dat hij restaurateur was van het spoorwegstation en vanaf rond 1910 steenkolenhandelaar.) | [bron: Inv. nr. 1526 1900-1910 Deel 40 wijk M 1401-1591 Kerk, archiefnummer 0918, Bevolkingsregister Tilburg, inventarisnummer 1526, blad 108] | ||
| 11-10-1910 | Koopman | [bron: Tilburg, Overlijdensregister 1910, archiefnummer 16, aktenummer 667] |
| van 1850 tot 1860 | Hoekje, Kaatsheuvel | [bron: Loon op Zand BR 1850-1860 inv. 14 bl. 371] | ||
| van 01-12-1861 tot 20-04-1866 | Hoekje nr. 43, Kaatsheuvel | [bron: Loon op Zand BR 1860-1890 inv. 22 bl. 1514] | ||
| van 20-04-1866 tot 04-05-1876 | Wijk Veldhoven, Tilburg | [bron: Loon op Zand BR 1860-1890 inv. 22 bl. 1514] | ||
| van 04-05-1876 tot 28-10-1878 | Hoekje 40, Kaatsheuvel | [bron: Loon op Zand BR 1860-1890 inv. 22 bl. 1514] | ||
| vanaf 28-10-1878 | Waalwijk | [bron: Loon op Zand BR 1860-1890 inv. 22 bl. 1514] |
| van 1850 tot 1860 | Hoekje, Kaatsheuvel | [bron: Loon op Zand BR 1850-1860 inv. 14 bl. 371] | ||
| van 01-12-1861 tot 02-11-1865 | Hoekje nr. 43, Kaatsheuvel | [bron: Loon op Zand BR 1860-1890 inv. 22 bl. 1514] |
| 02-11-1865 | Schoenmaker (Bij zijn overlijden staat dat Pieter schoenmaker was, 11 jaar oud!) | [bron: Loon op Zand Overlijdensregister 1865, archiefnummer 911, aktenummer 223] |
| van 1850 tot 1860 | Hoekje, Kaatsheuvel | [bron: Loon op Zand BR 1850-1860 inv. 14 bl. 371] | ||
| van 01-12-1861 tot 20-04-1866 | Hoekje nr. 43, Kaatsheuvel | [bron: Loon op Zand BR 1860-1890 inv. 22 bl. 1514] | ||
| van 20-04-1866 tot 04-05-1876 | Wijk Veldhoven, Tilburg | [bron: Loon op Zand BR 1860-1890 inv. 22 bl. 1514] | ||
| van 04-05-1876 tot 31-12-1890 | Hoekje 40, Kaatsheuvel | [bron: Loon op Zand BR 1860-1890 inv. 22 bl. 1514] |
| van 1850 tot 1860 | Hoekje, Kaatsheuvel | [bron: Loon op Zand BR 1850-1860 inv. 14 bl. 371] | ||
| van 01-12-1861 tot 20-04-1866 | Hoekje nr. 43, Kaatsheuvel | [bron: Loon op Zand BR 1860-1890 inv. 22 bl. 1514] | ||
| van 20-04-1866 tot 14-11-1873 | Wijk Veldhoven, Tilburg | [bron: Loon op Zand BR 1860-1890 inv. 22 bl. 1514] | ||
| van 14-11-1873 tot 31-12-1890 | Hoekje 40, Kaatsheuvel | [bron: Loon op Zand BR 1860-1890 inv. 22 bl. 1514] | ||
| van 01-01-1890 tot 20-02-1913 | ’t Hoekje nr. 37, later nr. 31, Kaatsheuvel | [bron: Loon op Zand BR 1890-1920 inv. 33 blad 2855] | ||
| 20-02-1913 | Waalwijk | [bron: Loon op Zand BR 1890-1920 inv. 33 blad 2855] |
| van 01-01-1890 tot 20-02-1913 | Schoenmaker | [bron: Loon op Zand BR 1890-1920 inv. 33 blad 2855] |
| van 01-01-1890 tot 20-02-1913 | ’t Hoekje nr. 37, later nr. 31, Kaatsheuvel | [bron: Loon op Zand BR 1890-1920 inv. 33 blad 2855] | ||
| 20-02-1913 | Waalwijk | [bron: Loon op Zand BR 1890-1920 inv. 33 blad 2855] |
![]() |
30 Hollants Charel - Familie foto-album pag. 3 |
| 16-08-1844 | Mol (België) | [bron: Mol BS Huw. akte 1844 akte 211] | ||
| vanaf 16-08-1844 | Postel (in het begin van hun trouwen woonden ze in een klein huisje bij de abdij van Postel, waar Anna gewerkt had als pastoorsmeid, en waar Charles onderdak vond, toen hij in Postel een schilderij maakte van Baron Van der Gragt. Volgens André Ververs zijn er de eerste 3 kinderen Gustaaf (Stafke), Guillaume en Frans er geboren. De kinderen die ik heb kunnen vinden: de eerste is levenloos geboren in 1846, daarna kwam Frans en daarna Stafke. Een Guillaume ben ik niet tegengekomen.) |
[bron: De Croonenborgh, contactblad voor de familie Hollants in Nederland en Mol, uitgave en redactie van André L. Ververs in aflevering 2 (februari 1994) - pag. 49] | ||
| 10-01-1846 | Mol (België) (Bij de aangifte in Desschel, staat dat hij schilder is, 29 jaar en in Mol woont.l) | [bron: BS Dessel Akten 1847 akte 4 scan 562] | ||
| 15-10-1847 | Postel (Gehucht Postel onder Moll.) | [bron: Mol Akten 1846 nr 259 bl. 66] | ||
| vanaf ca. 1851 | Mol (België) (Ze verhuizen naar een huis in Mol, waarvan ze later zullen zeggen: Armoe troef.) | |||
| tot 1870 | Veerle (België) (Gezien de inschrijvng in de BS op 28 december 1871 in Loon op Zand lijkt de datum niet correct. Eduard noemt 1870 als verhuisdatum, en noemt als reden de grote armoede en de kans op goed werk in Kaatsheuvel, na het overlijden van zoon Guilaume (bedoelt Gustaaf). "Al met al ellende en grote èèremoei" André beschrijft de reis vanaf 31 december 1869, met aankomst in Kaatsheuvel op 1 januari 1870 om 16:00u. Hij noemt de dood van Gustaaf als aanleiding om weg te trekken uit Vlaanderen. Jan en Piet Vloemans, zwagers van Charles, hadden tegen Anna en Charles gezegd toch te stoppen met dat gevaarlijke werk en het armoedige bestaan. Gustaaf stierf door een ongeval op het werk aan een glad dak, door de vorst, op 13 november 1871. Dat beschrijft André namelijk een paar pagina’s verder. Gezien de inschrijfdatum in de BS van Loon op Zand, lijkt eind 1871, waarschijnlijker.) |
[bron: Eduard Steenbergen, Document over het verhaal van zijn familie en zijn leven, ongedateerd - Pag. 2; De Croonenborgh, contactblad voor de familie Hollants in Nederland en Mol, uitgave en redactie van André L. Ververs in aflevering 2 (februari 1994) - pag. 50] | ||
| vanaf 1870 | Kaatsheuvel (Gezien de inschrijvng in de BS op 28 december 1871 in Loon op Zand lijkt de datum niet correct.) | [bron: Eduard Steenbergen, Document over het verhaal van zijn familie en zijn leven, ongedateerd - Pag. 2] | ||
| 13-11-1871 | Mol (België) | [bron: BS Roeselare 1871 Overl. akte 377 scan 340] | ||
| vanaf 28-12-1871 | Vossenberg 661, Kaatsheuvel (Op het bevolkingsregister staan de nummers 262, 230, 315 en later in kleur eroverheen Vossenberg 661) | [bron: Loon op Zand BR 1860-1890 blad 654] | ||
| 21-08-1893 | Loon op Zand | [bron: Huwelijksregister 1893, archiefnummer 911, aktenummer 39] | ||
| tot 19-04-1898 | Vossenberg 661, Loon op Zand | [bron: Inv. nr. 29 1890-1920 Kaatsheuvel Letters Heij-Koe, archiefnummer 0910, Bevolkingsregister Loon op Zand, inventarisnummer 029, blad 1320] |
| Kunstschilder (De opleiding volgde hij aan de "akkedemie" bij professor Wappers in Antwerpen. Voetreizen vanuit Veerle! Hij schildert hoofdzakelijk kruiswegstaties en andere godsdienstige werken in kerken en kloosters. "Daar was nog geld." Er zijn nog portret- en landschapsschilderijen van hem bewaard gebleven. Werkzaam in de abdij van Postel ontmoet hij daar zijn lief Anna Dorothea Vloemans, die daar werkzaam is.) |
[bron: Eduard Steenbergen, Document over het verhaal van zijn familie en zijn leven, ongedateerd - Pag. 2] | |||
| 16-08-1844 | Schilder | [bron: Mol BS Huw. akte 1844 akte 211] | ||
| 15-10-1847 | Schilder (Als hij aangifte doet van de geboorte van hun zoon Frans Stephanus, staat dit erbij. Hij ondertekent trouwens met Ch. Hollants.) | [bron: Mol Akten 1846 nr 259 bl. 66] | ||
| 02-03-1859 | Huisschilder (Carolus is getuige bij het huwelijk van zijn jongere broer Josephus in Mol) | [bron: BS Mol Akten - Nr. 57 scan 261] | ||
| vanaf 29-12-1871 | Schilder | [bron: Loon op Zand BR1860-1890 blad 654] | ||
| 09-07-1889 | Schilder (Bij het trouwen van Louis (=Lodewijk=Ludovicus) is dat opgeschreven) | [bron: Huwelijksregister 1889, archiefnummer 911, aktenummer 39] | ||
| 21-08-1893 | Huisschilder | [bron: Huwelijksregister 1893, archiefnummer 911, aktenummer 39] |
| Kunstacademie te Antwerpen - schilderen en fotografie | [bron: André Ververs, De Croonenborch, januari 1994, 1e boekje, pag. 28 en 2e boekje pag. 49] |
| 02-03-1859 | getuige huwelijk Josephus Hollants (1825-na 1873) en Joanna Gerardina Boons (1830-1871) [zie 20,IV] | [broer bruidegom] | [bron: BS Mol Akten - Nr. 57 scan 261] |
![]() |
31 Vloemans Anna Dorothea - Familie foto-album pag. 3 |
| vanaf voor 16-08-1844 | Turnhout (Laatst wonende tot Turnhout, staat in de huwelijksakte. De afkondigingen van het huwelijk zijn ook in Turnhout gedaan.) |
[bron: Mol BS Huw. akte 1844 akte 211] | ||
| 16-08-1844 | Mol (België) | [bron: Mol BS Huw. akte 1844 akte 211] | ||
| vanaf 16-08-1844 | Postel (in het begin van hun trouwen woonden ze in een klein huisje bij de abdij van Postel, waar Anna gewerkt had als pastoorsmeid, en waar Charles onderdak vond, toen hij in Postel een schilderij maakte van Baron Van der Gragt. Volgens André Ververs zijn er de eerste 3 kinderen Gustaaf (Stafke), Guillaume en Frans er geboren. De kinderen die ik heb kunnen vinden: de eerste is levenloos geboren in 1846, daarna kwam Frans en daarna Stafke. Een Guillaume ben ik niet tegengekomen.) |
[bron: De Croonenborgh, contactblad voor de familie Hollants in Nederland en Mol, uitgave en redactie van André L. Ververs in aflevering 2 (februari 1994) - pag. 49] | ||
| 10-01-1846 | Mol (België) (Bij de aangifte in Desschel, staat dat zij gelegen is in de 4e Wijk van de gemeente. Dit zal het adres zijn, waar ze bevallen is.) |
[bron: BS Dessel Akten 1847 akte 4 scan 562] | ||
| 15-10-1847 | Postel (Gehucht Postel onder Moll.) | [bron: Mol Akten 1846 nr 259 bl. 66] | ||
| vanaf ca. 1851 | Mol (België) (Ze verhuizen naar een huis in Mol, waarvan ze later zullen zeggen: Armoe troef.) | |||
| tot 1870 | Veerle (België) (Gezien de inschrijvng in de BS op 28 december 1871 in Loon op Zand lijkt de datum niet correct. Eduard noemt 1870 als verhuisdatum, en noemt als reden de grote armoede en de kans op goed werk in Kaatsheuvel, na het overlijden van zoon Guilaume (bedoelt Gustaaf). "Al met al ellende en grote èèremoei" André beschrijft de reis vanaf 31 december 1869, met aankomst in Kaatsheuvel op 1 januari 1870 om 16:00u. Hij noemt de dood van Gustaaf als aanleiding om weg te trekken uit Vlaanderen. Jan en Piet Vloemans, zwagers van Charles, hadden tegen Anna en Charles gezegd toch te stoppen met dat gevaarlijke werk en het armoedige bestaan. Gustaaf stierf door een ongeval op het werk aan een glad dak, door de vorst, op 13 november 1871. Dat beschrijft André namelijk een paar pagina’s verder. Gezien de inschrijfdatum in de BS van Loon op Zand, lijkt eind 1871, waarschijnlijker.) |
[bron: Eduard Steenbergen, Document over het verhaal van zijn familie en zijn leven, ongedateerd - Pag. 2; De Croonenborgh, contactblad voor de familie Hollants in Nederland en Mol, uitgave en redactie van André L. Ververs in aflevering 2 (februari 1994) - pag. 50] | ||
| vanaf 1870 | Kaatsheuvel (Gezien de inschrijvng in de BS op 28 december 1871 in Loon op Zand lijkt de datum niet correct.) | [bron: Eduard Steenbergen, Document over het verhaal van zijn familie en zijn leven, ongedateerd - Pag. 2] | ||
| 13-11-1871 | Mol (België) | [bron: BS Roeselare 1871 Overl. akte 377 scan 340] | ||
| vanaf 28-12-1871 | Vossenberg 661, Kaatsheuvel (Op het bevolkingsregister staan de nummers 262, 230, 315 en later in kleur eroverheen Vossenberg 661) | [bron: Loon op Zand BR 1860-1890 blad 654] |
| tot 1844 | Pastoorsmeid (in de abdij van Postel) | [bron: De Croonenborgh, contactblad voor de familie Hollants in Nederland en Mol, uitgave en redactie van André L. Ververs in aflevering 2 (februari 1994) - pag. 49] | ||
| 16-08-1844 | Dienstmeid | [bron: Mol BS Huw. akte 1844 akte 211] |
| 15-10-1847 | Postel (Gehucht Postel onder Moll.) | [bron: Mol Akten 1846 nr 259 bl. 66] | ||
| tot 1870 | Veerle (België) (Gezien de inschrijvng in de BS op 28 december 1871 in Loon op Zand lijkt de datum niet correct. Eduard noemt 1870 als verhuisdatum, en noemt als reden de grote armoede en de kans op goed werk in Kaatsheuvel, na het overlijden van zoon Guilaume (bedoelt Gustaaf). "Al met al ellende en grote èèremoei" André beschrijft de reis vanaf 31 december 1869, met aankomst in Kaatsheuvel op 1 januari 1870 om 16:00u. Hij noemt de dood van Gustaaf als aanleiding om weg te trekken uit Vlaanderen. Jan en Piet Vloemans, zwagers van Charles, hadden tegen Anna en Charles gezegd toch te stoppen met dat gevaarlijke werk en het armoedige bestaan. Gustaaf stierf door een ongeval op het werk aan een glad dak, door de vorst, op 13 november 1871. Dat beschrijft André namelijk een paar pagina’s verder. Gezien de inschrijfdatum in de BS van Loon op Zand, lijkt eind 1871, waarschijnlijker.) |
[bron: Eduard Steenbergen, Document over het verhaal van zijn familie en zijn leven, ongedateerd - Pag. 2; De Croonenborgh, contactblad voor de familie Hollants in Nederland en Mol, uitgave en redactie van André L. Ververs in aflevering 2 (februari 1994) - pag. 50] | ||
| vanaf 1870 | Kaatsheuvel (Gezien de inschrijvng in de BS op 28 december 1871 in Loon op Zand lijkt de datum niet correct.) | [bron: Eduard Steenbergen, Document over het verhaal van zijn familie en zijn leven, ongedateerd - Pag. 2] | ||
| vanaf 28-12-1871 | Vossenberg 661, Kaatsheuvel (Op het bevolkingsregister staan de nummers 262, 230, 315 en later in kleur eroverheen Vossenberg 661) | [bron: Loon op Zand BR 1860-1890 blad 654] | ||
| 30-11-1872 | Sint-Jans-Molenbeek | [bron: Sint-Jans-Molenbeek Huw. akte 304] |
| vanaf 28-12-1871 | Soldaat | [bron: Loon op Zand BR 1860-1890 blad 654] | ||
| 30-11-1872 | Schilder (Peintre) | [bron: Sint-Jans-Molenbeek Huw. akte 304] |
| 05-04-1873 | getuige huwelijk Eugene Gregoor Hollants (1852-1928) en Maria Elisabeth Vermiert (1849-1933) [zie 10,IV] | [broer bruidegom] | [bron: Sint-Jans-Molenbeek Huw. akte 73 5 april 1873] |
| 30-11-1872 | Sint-Jans-Molenbeek | [bron: Sint-Jans-Molenbeek Huw. akte 304] |
| tot 1870 | Veerle (België) (Gezien de inschrijvng in de BS op 28 december 1871 in Loon op Zand lijkt de datum niet correct. Eduard noemt 1870 als verhuisdatum, en noemt als reden de grote armoede en de kans op goed werk in Kaatsheuvel, na het overlijden van zoon Guilaume (bedoelt Gustaaf). "Al met al ellende en grote èèremoei" André beschrijft de reis vanaf 31 december 1869, met aankomst in Kaatsheuvel op 1 januari 1870 om 16:00u. Hij noemt de dood van Gustaaf als aanleiding om weg te trekken uit Vlaanderen. Jan en Piet Vloemans, zwagers van Charles, hadden tegen Anna en Charles gezegd toch te stoppen met dat gevaarlijke werk en het armoedige bestaan. Gustaaf stierf door een ongeval op het werk aan een glad dak, door de vorst, op 13 november 1871. Dat beschrijft André namelijk een paar pagina’s verder. Gezien de inschrijfdatum in de BS van Loon op Zand, lijkt eind 1871, waarschijnlijker.) |
[bron: Eduard Steenbergen, Document over het verhaal van zijn familie en zijn leven, ongedateerd - Pag. 2; De Croonenborgh, contactblad voor de familie Hollants in Nederland en Mol, uitgave en redactie van André L. Ververs in aflevering 2 (februari 1994) - pag. 50] | ||
| vanaf 1870 | Kaatsheuvel (Gezien de inschrijvng in de BS op 28 december 1871 in Loon op Zand lijkt de datum niet correct.) | [bron: Eduard Steenbergen, Document over het verhaal van zijn familie en zijn leven, ongedateerd - Pag. 2] | ||
| 13-11-1871 | Mol (België) | [bron: BS Roeselare 1871 Overl. akte 377 scan 340] |
| 13-11-1871 | Schaliedekker (Volgens het vlaamswoordenboek.be is een schaliedekker een arbeider, die de schalies op de daken aanbrengt: Op kerken en kloosters ziet men nog veel leien daken. Dat is allemaal werk van schaliedekkers. Synoniem is leidekker.) |
[bron: BS Roeselare 1871 Overl. akte 377 scan 340] |
![]() |
36 Hollants Eugenius Gregorius, aangifte van zijn geboorte op 24 juni 1852 om 0.00u, getoond door vader Karel Hollants, 35jr. huisschilder, zn. van Joanna Dorothea Vloemans - Mol 1852 Akte 156 bl.46 |
| tot 1870 | Veerle (België) (Gezien de inschrijvng in de BS op 28 december 1871 in Loon op Zand lijkt de datum niet correct. Eduard noemt 1870 als verhuisdatum, en noemt als reden de grote armoede en de kans op goed werk in Kaatsheuvel, na het overlijden van zoon Guilaume (bedoelt Gustaaf). "Al met al ellende en grote èèremoei" André beschrijft de reis vanaf 31 december 1869, met aankomst in Kaatsheuvel op 1 januari 1870 om 16:00u. Hij noemt de dood van Gustaaf als aanleiding om weg te trekken uit Vlaanderen. Jan en Piet Vloemans, zwagers van Charles, hadden tegen Anna en Charles gezegd toch te stoppen met dat gevaarlijke werk en het armoedige bestaan. Gustaaf stierf door een ongeval op het werk aan een glad dak, door de vorst, op 13 november 1871. Dat beschrijft André namelijk een paar pagina’s verder. Gezien de inschrijfdatum in de BS van Loon op Zand, lijkt eind 1871, waarschijnlijker.) |
[bron: Eduard Steenbergen, Document over het verhaal van zijn familie en zijn leven, ongedateerd - Pag. 2; De Croonenborgh, contactblad voor de familie Hollants in Nederland en Mol, uitgave en redactie van André L. Ververs in aflevering 2 (februari 1994) - pag. 50] | ||
| vanaf 1870 | Kaatsheuvel (Gezien de inschrijvng in de BS op 28 december 1871 in Loon op Zand lijkt de datum niet correct.) | [bron: Eduard Steenbergen, Document over het verhaal van zijn familie en zijn leven, ongedateerd - Pag. 2] | ||
| vanaf 28-12-1871 | Vossenberg 661, Kaatsheuvel (Op het bevolkingsregister staan de nummers 262, 230, 315 en later in kleur eroverheen Vossenberg 661) | [bron: Loon op Zand BR 1860-1890 blad 654] | ||
| 05-04-1873 | Sint-Jans-Molenbeek | [bron: Sint-Jans-Molenbeek Huw. akte 73 5 april 1873] | ||
| 14-02-1876 | Doornikstraat 26, sectie 1, Antwerpen | [bron: Antwerpen Overlijdensakte 539] |
| 05-04-1873 | Schilder (Peintre) | [bron: Sint-Jans-Molenbeek Huw. akte 73 5 april 1873] | ||
| 14-02-1876 | Huisschilder | [bron: Antwerpen Overlijdensakte 539] | ||
| 09-04-1883 | Huisschilder (Staat in de akte, als hij zijn dochter Maria Virgina toont en aangeeft.) | [bron: Mol BS 1883 akte 55 Fam.Search 811] |
| 07-08-1928 | Medestichter en luitenant van het Vrijwillig Brandweerkorps van Mol | [bron: Vermelding bij zijn sterfbericht in de krant te Mol] |
| 14-02-1876 | Doornikstraat 26, sectie 1, Antwerpen | [bron: Antwerpen Overlijdensakte 539] |
| 05-04-1873 | Dagloonster (Journalière) | [bron: Sint-Jans-Molenbeek Huw. akte 73 5 april 1873] |
![]() |
37 Hollants Jef ofwel Josephus Napoleon in de Marktstraat - Steenbergen Eduard, Kaatsheuvel 1890-1950 - Gianotten Printed Media - Tilburg - Pag. 225 Onder |
| Markt, Kaatsheuvel | [bron: Inv. nr. 29 1890-1920 Kaatsheuvel Letters Heij-Koe, archiefnummer 0910, Bevolkingsregister Loon op Zand, inventarisnummer 029, blad 1326] | |||
| Vossenberg, Kaatsheuvel | [bron: Inv. nr. 29 1890-1920 Kaatsheuvel Letters Heij-Koe, archiefnummer 0910, Bevolkingsregister Loon op Zand, inventarisnummer 029, blad 1326] | |||
| tot 1870 | Veerle (België) (Gezien de inschrijvng in de BS op 28 december 1871 in Loon op Zand lijkt de datum niet correct. Eduard noemt 1870 als verhuisdatum, en noemt als reden de grote armoede en de kans op goed werk in Kaatsheuvel, na het overlijden van zoon Guilaume (bedoelt Gustaaf). "Al met al ellende en grote èèremoei" André beschrijft de reis vanaf 31 december 1869, met aankomst in Kaatsheuvel op 1 januari 1870 om 16:00u. Hij noemt de dood van Gustaaf als aanleiding om weg te trekken uit Vlaanderen. Jan en Piet Vloemans, zwagers van Charles, hadden tegen Anna en Charles gezegd toch te stoppen met dat gevaarlijke werk en het armoedige bestaan. Gustaaf stierf door een ongeval op het werk aan een glad dak, door de vorst, op 13 november 1871. Dat beschrijft André namelijk een paar pagina’s verder. Gezien de inschrijfdatum in de BS van Loon op Zand, lijkt eind 1871, waarschijnlijker.) |
[bron: Eduard Steenbergen, Document over het verhaal van zijn familie en zijn leven, ongedateerd - Pag. 2; De Croonenborgh, contactblad voor de familie Hollants in Nederland en Mol, uitgave en redactie van André L. Ververs in aflevering 2 (februari 1994) - pag. 50] | ||
| vanaf 1870 | Kaatsheuvel (Gezien de inschrijvng in de BS op 28 december 1871 in Loon op Zand lijkt de datum niet correct.) | [bron: Eduard Steenbergen, Document over het verhaal van zijn familie en zijn leven, ongedateerd - Pag. 2] | ||
| vanaf 28-12-1871 | Vossenberg 661, Kaatsheuvel (Op het bevolkingsregister staan de nummers 262, 230, 315 en later in kleur eroverheen Vossenberg 661) | [bron: Loon op Zand BR 1860-1890 blad 654] |
| Schoenmaker | [bron: Inv. nr. 29 1890-1920 Kaatsheuvel Letters Heij-Koe, archiefnummer 0910, Bevolkingsregister Loon op Zand, inventarisnummer 029, blad 1326] |
| getuige geboorteaangifte Jan Steenbergen (1894-1978) [zie 2] | [oom moederszijde] | |||||
| getuige geboorteaangifte Charel Steenbergen (1895-1966) [zie 4,II] | [oom moederszijde] | |||||
| getuige geboorteaangifte Antoinet Steenbergen (1896-1896) [zie 4,III] | [oom moederszijde] | |||||
| getuige geboorteaangifte Chel Steenbergen (1903-1982) [zie 4,VIII] | [oom moederszijde] | |||||
| getuige geboorteaangifte Jef Steenbergen (1904-1949) [zie 4,IX] | [oom moederszijde] |
![]() |
![]() |
38 Hollants Eduard - Familie foto-album pag. 25 |
39 Kimman Maria - Familie foto-album pag. 25 |
| tot 1870 | Veerle (België) (Gezien de inschrijvng in de BS op 28 december 1871 in Loon op Zand lijkt de datum niet correct. Eduard noemt 1870 als verhuisdatum, en noemt als reden de grote armoede en de kans op goed werk in Kaatsheuvel, na het overlijden van zoon Guilaume (bedoelt Gustaaf). "Al met al ellende en grote èèremoei" André beschrijft de reis vanaf 31 december 1869, met aankomst in Kaatsheuvel op 1 januari 1870 om 16:00u. Hij noemt de dood van Gustaaf als aanleiding om weg te trekken uit Vlaanderen. Jan en Piet Vloemans, zwagers van Charles, hadden tegen Anna en Charles gezegd toch te stoppen met dat gevaarlijke werk en het armoedige bestaan. Gustaaf stierf door een ongeval op het werk aan een glad dak, door de vorst, op 13 november 1871. Dat beschrijft André namelijk een paar pagina’s verder. Gezien de inschrijfdatum in de BS van Loon op Zand, lijkt eind 1871, waarschijnlijker.) |
[bron: Eduard Steenbergen, Document over het verhaal van zijn familie en zijn leven, ongedateerd - Pag. 2; De Croonenborgh, contactblad voor de familie Hollants in Nederland en Mol, uitgave en redactie van André L. Ververs in aflevering 2 (februari 1994) - pag. 50] | ||
| vanaf 1870 | Kaatsheuvel (Gezien de inschrijvng in de BS op 28 december 1871 in Loon op Zand lijkt de datum niet correct.) | [bron: Eduard Steenbergen, Document over het verhaal van zijn familie en zijn leven, ongedateerd - Pag. 2] | ||
| vanaf 28-12-1871 | Vossenberg 661, Kaatsheuvel (Op het bevolkingsregister staan de nummers 262, 230, 315 en later in kleur eroverheen Vossenberg 661) | [bron: Loon op Zand BR 1860-1890 blad 654] | ||
| vanaf 21-02-1882 | Haarlem | [bron: Loon op Zand BR 1860-1890 archief 910 inv 17 blad 235] | ||
| 03-02-1900 | Leiden | [bron: Geboorteakten 1900, archiefnummer 0516, Stadsarchief van Leiden (Stadsbestuur (SA III)) (1816-1929), inventarisnummer 4765, aktenummer 188] | ||
| 08-09-1923 | Leiden | [bron: Overlijdensakten 1923, archiefnummer 0516, Stadsarchief van Leiden (Stadsbestuur (SA III)) (1816-1929), inventarisnummer 5044, aktenummer 640] |
| 28-02-1889 | Schoenmaker | [bron: Haarlem Huwelijken inv. 21889 akte 49] | ||
| 08-09-1923 | Wnkelier | [bron: Overlijdensakten 1923, archiefnummer 0516, Stadsarchief van Leiden (Stadsbestuur (SA III)) (1816-1929), inventarisnummer 5044, aktenummer 640] |
| 03-02-1900 | Leiden | [bron: Geboorteakten 1900, archiefnummer 0516, Stadsarchief van Leiden (Stadsbestuur (SA III)) (1816-1929), inventarisnummer 4765, aktenummer 188] | ||
| 08-09-1923 | Leiden | [bron: Overlijdensakten 1923, archiefnummer 0516, Stadsarchief van Leiden (Stadsbestuur (SA III)) (1816-1929), inventarisnummer 5044, aktenummer 640] |
![]() |
40 Hollants Louis, op zoek naar protestanten in Sprang - Steenbergen Eduard, Kaatsheuvel 1890-1950 - Gianotten Printed Media - Tilburg - Pag. 149 Onder |
| tot 1870 | Veerle (België) (Gezien de inschrijvng in de BS op 28 december 1871 in Loon op Zand lijkt de datum niet correct. Eduard noemt 1870 als verhuisdatum, en noemt als reden de grote armoede en de kans op goed werk in Kaatsheuvel, na het overlijden van zoon Guilaume (bedoelt Gustaaf). "Al met al ellende en grote èèremoei" André beschrijft de reis vanaf 31 december 1869, met aankomst in Kaatsheuvel op 1 januari 1870 om 16:00u. Hij noemt de dood van Gustaaf als aanleiding om weg te trekken uit Vlaanderen. Jan en Piet Vloemans, zwagers van Charles, hadden tegen Anna en Charles gezegd toch te stoppen met dat gevaarlijke werk en het armoedige bestaan. Gustaaf stierf door een ongeval op het werk aan een glad dak, door de vorst, op 13 november 1871. Dat beschrijft André namelijk een paar pagina’s verder. Gezien de inschrijfdatum in de BS van Loon op Zand, lijkt eind 1871, waarschijnlijker.) |
[bron: Eduard Steenbergen, Document over het verhaal van zijn familie en zijn leven, ongedateerd - Pag. 2; De Croonenborgh, contactblad voor de familie Hollants in Nederland en Mol, uitgave en redactie van André L. Ververs in aflevering 2 (februari 1994) - pag. 50] | ||
| vanaf 1870 | Kaatsheuvel (Gezien de inschrijvng in de BS op 28 december 1871 in Loon op Zand lijkt de datum niet correct.) | [bron: Eduard Steenbergen, Document over het verhaal van zijn familie en zijn leven, ongedateerd - Pag. 2] | ||
| vanaf 28-12-1871 | Vossenberg 661, Kaatsheuvel (Op het bevolkingsregister staan de nummers 262, 230, 315 en later in kleur eroverheen Vossenberg 661) | [bron: Loon op Zand BR 1860-1890 blad 654] |
| getuige geboorteaangifte Piet Steenbergen (1898-1956) [zie 4,IV] | [oom moederszijde] | |||||
| getuige geboorteaangifte Anna Dorothea Petronella Josepha Steenbergen (1902-1981) [zie 4,VII] | [oom moederszijde] |
![]() |
41 Beerens Wilhelmus Engelbertus, en Carolina Josephina Hollants trouwen op 17 januari 1927 in Loon op Zand - Huwelijksreg. 1927, archief 911, akte 4 handtek. Willem, Lina, vader Alexander, broer Jan |
| tot 1870 | Veerle (België) (Gezien de inschrijvng in de BS op 28 december 1871 in Loon op Zand lijkt de datum niet correct. Eduard noemt 1870 als verhuisdatum, en noemt als reden de grote armoede en de kans op goed werk in Kaatsheuvel, na het overlijden van zoon Guilaume (bedoelt Gustaaf). "Al met al ellende en grote èèremoei" André beschrijft de reis vanaf 31 december 1869, met aankomst in Kaatsheuvel op 1 januari 1870 om 16:00u. Hij noemt de dood van Gustaaf als aanleiding om weg te trekken uit Vlaanderen. Jan en Piet Vloemans, zwagers van Charles, hadden tegen Anna en Charles gezegd toch te stoppen met dat gevaarlijke werk en het armoedige bestaan. Gustaaf stierf door een ongeval op het werk aan een glad dak, door de vorst, op 13 november 1871. Dat beschrijft André namelijk een paar pagina’s verder. Gezien de inschrijfdatum in de BS van Loon op Zand, lijkt eind 1871, waarschijnlijker.) |
[bron: Eduard Steenbergen, Document over het verhaal van zijn familie en zijn leven, ongedateerd - Pag. 2; De Croonenborgh, contactblad voor de familie Hollants in Nederland en Mol, uitgave en redactie van André L. Ververs in aflevering 2 (februari 1994) - pag. 50] | ||
| vanaf 1870 | Kaatsheuvel (Gezien de inschrijvng in de BS op 28 december 1871 in Loon op Zand lijkt de datum niet correct.) | [bron: Eduard Steenbergen, Document over het verhaal van zijn familie en zijn leven, ongedateerd - Pag. 2] | ||
| vanaf 28-12-1871 | Vossenberg 661, Kaatsheuvel (Op het bevolkingsregister staan de nummers 262, 230, 315 en later in kleur eroverheen Vossenberg 661) | [bron: Loon op Zand BR 1860-1890 blad 654] | ||
| van 22-03-1902 tot 28-03-1902 | Vaartkant 522, Loon op Zand | [bron: Geboorteregister 1902, archiefnummer 911, aktenummer 71] |
| 17-01-1927 | Schoenmaker | [bron: Huwelijksregister 1927, archiefnummer 911, aktenummer 5] |
| getuige geboorteaangifte Jan Steenbergen (1894-1978) [zie 2] | [oom moederszijde] | |||||
| getuige geboorteaangifte Anna Dorothea Petronella Josepha Steenbergen (1902-1981) [zie 4,VII] | [oom moederszijde] | |||||
| getuige geboorteaangifte Chel Steenbergen (1903-1982) [zie 4,VIII] | [oom moederszijde] | |||||
| getuige geboorteaangifte Adrianus Alexander Steenbergen (1900-1901) [zie 4,VI] | [oom moederszijde] |
![]() |
42 Hollants Franciscus Rudolphus, 20 jaar, schoenmaker, en Helena Rejnen, 16 jaar trouwen op 27 aug. 1883 - Loon op Zand Huw. reg. 1883 arch 911 akte 25 |
| tot 1870 | Veerle (België) (Gezien de inschrijvng in de BS op 28 december 1871 in Loon op Zand lijkt de datum niet correct. Eduard noemt 1870 als verhuisdatum, en noemt als reden de grote armoede en de kans op goed werk in Kaatsheuvel, na het overlijden van zoon Guilaume (bedoelt Gustaaf). "Al met al ellende en grote èèremoei" André beschrijft de reis vanaf 31 december 1869, met aankomst in Kaatsheuvel op 1 januari 1870 om 16:00u. Hij noemt de dood van Gustaaf als aanleiding om weg te trekken uit Vlaanderen. Jan en Piet Vloemans, zwagers van Charles, hadden tegen Anna en Charles gezegd toch te stoppen met dat gevaarlijke werk en het armoedige bestaan. Gustaaf stierf door een ongeval op het werk aan een glad dak, door de vorst, op 13 november 1871. Dat beschrijft André namelijk een paar pagina’s verder. Gezien de inschrijfdatum in de BS van Loon op Zand, lijkt eind 1871, waarschijnlijker.) |
[bron: Eduard Steenbergen, Document over het verhaal van zijn familie en zijn leven, ongedateerd - Pag. 2; De Croonenborgh, contactblad voor de familie Hollants in Nederland en Mol, uitgave en redactie van André L. Ververs in aflevering 2 (februari 1994) - pag. 50] | ||
| vanaf 1870 | Kaatsheuvel (Gezien de inschrijvng in de BS op 28 december 1871 in Loon op Zand lijkt de datum niet correct.) | [bron: Eduard Steenbergen, Document over het verhaal van zijn familie en zijn leven, ongedateerd - Pag. 2] | ||
| vanaf 28-12-1871 | Vossenberg 661, Kaatsheuvel (Op het bevolkingsregister staan de nummers 262, 230, 315 en later in kleur eroverheen Vossenberg 661) | [bron: Loon op Zand BR 1860-1890 blad 654] | ||
| 11-02-1890 | Kaatsheuvel Nr. 316, Loon op Zand | [bron: Loon op Zand - Geb. reg. 1890 akte 33] |
| 19-05-1919 | Schoenmaker | [bron: Loon op Zand - Huw. reg. 1919 akte 20] |
| getuige geboorteaangifte Ward Steenbergen (1899-1966) [zie 4,V] | [oom moederszijde] | |||||
| 30-04-1920 | getuige geboorteaangifte Johannes Adrianus (Jan) Moolenschot (1920-1993) | [grootvader moederszijde] | [bron: Geboorteregister 1920, archiefnummer 911, inventarisnummer 1731, aktenummer 103] | |||
| 31-05-1921 | getuige geboorteaangifte Helena Johanna (Leny) Moolenschot (1921-±2000) | [grootvader moederszijde] | [bron: Geboorteregister 1921, archiefnummer 911, inventarisnummer 1731, aktenummer 146] |
| 11-02-1890 | Kaatsheuvel Nr. 316, Loon op Zand | [bron: Loon op Zand - Geb. reg. 1890 akte 33] |
![]() |
43 Houdt Antonie van den, handtekening op akte met machtiging door notaris Rant op 20 mei 1864 te Waalwijk |
| No 461, Kaatsheuvel | ||||
| 24-08-1847 | Wijk Kaatsheuvel, straat Kaatsheuvel, Loon op Zand (Vermeld bij het overlijden van hun zoontje Arnoldus) | |||
| 26-03-1853 | Wijk Hil, Loon op Zand | |||
| vanaf na 1860 | Vossenberg 758, Loon op Zand (Hil 393 is doorgestreept (en daarvoor 339) en nieuwe adres bijgeschreven. Datum niet) | [bron: BR Loon op Zand 1860-1890] |
| Schoenmaker |
| Vossenberg 758, Loon op Zand | [bron: BR Loon op Zand 1860-1890] | |||
| 24-08-1847 | Wijk Kaatsheuvel, straat Kaatsheuvel, Loon op Zand (Vermeld bij het overlijden van hun zoontje Arnoldus) | |||
| 26-03-1853 | Wijk Hil, Loon op Zand | |||
| van 1890 tot 14-01-1894 | Vossenberg 758, Loon op Zand | [bron: BR Loon op Zand 1890-1920] |
| tot 16-03-1867 | Hil 393 en/of Vossenberg 758, Loon op Zand | |||
| vanaf 16-03-1867 | Amsterdam | |||
| tot 04-06-1881 | Hil 393 en/of Vossenberg 758, Loon op Zand |
| Hil 393, Loon op Zand | ||||
| tot 15-05-1876 | Vossenberg 758, Loon op Zand |
| Schoenmaker |
| tot 1883 | Molenstraat, Loon op Zand | |||
| van 11-01-1884 tot 17-01-1889 | Mauritsstraat 48, Breda | [bron: Bevolkingsregister Breda 1880-1890] | ||
| vanaf 17-01-1889 | Geertruidenberg |
| Schoenmaker (Bij de trouwakte, en geboorteakten in Loon op Zand vermeld als schoenmaker, en ook in het bevolkingsregister van Breda) | ||||
| vanaf ca. 1884 | Tapper (Bij de geboorteakten in Breda en Geertruidenberg vermeld als tapper.) |
| 26-03-1853 | Wijk Hil, Loon op Zand |
| Hil 393, Loon op Zand | ||||
| tot 09-08-1886 | Vossenberg 758, Loon op Zand | |||
| vanaf 09-08-1886 | Hoofdstraat, Kaatsheuvel |
| Schoenmaker |
| Hoofdstraat, Kaatsheuvel |
| Hil 393, Loon op Zand | ||||
| tot 17-07-1883 | Vossenberg 758, Loon op Zand |
| Hil 393, Loon op Zand | ||||
| tot 30-06-1871 | Vossenberg 758, Loon op Zand |
| Hil 393, Loon op Zand |
| Wijk Hil, Loon op Zand | ||||
| van 1890 tot 14-10-1897 | Vossenberg 758, Loon op Zand | [bron: BR Loon op Zand 1890-1920] | ||
| vanaf 14-10-1897 | Dongen |
| 06-03-1894 | Schoenmaker (Pieter is getuige bij de doop van zijn nichtje Anna Adriana van den Houdt.) | [bron: Geboorteregister 1894, archiefnummer 911, aktenummer 44] |
| getuige geboorteaangifte Anna Adriana van den Houdt (1894-1949) [zie 3] | [oom vaderszijde] |
![]() |
46 Rijswijk Gerrit van, en Adriana Kemmeren trouwen op donderdag 3 juni 1869 in Loon op Zand -1 |
| 30-04-1839 | Waspik | |||
| 1849 | Waspik (Gerrit woonde samen met zijn moeder en zijn broer Thomas in huis 413 in Waspik) | |||
| 21-05-1858 | Wijk Kaatsheuvel-Straat Kaatsheuvel huis 479, Loon op Zand | [bron: BR Loon op Zand 1850-1860] | ||
| 01-12-1861 | Vaartkant 315, Loon op Zand (Gerrit woonde samen met zijn moeder en zijn broer Thomas in deze woning) | |||
| 03-06-1869 | Vaartkant 315, Loon op Zand | |||
| 23-04-1870 | Vaartkant 315, Loon op Zand | |||
| 04-09-1871 | Molenstraat 366, Loon op Zand | |||
| 16-03-1873 | Molensteeg 366, Loon op Zand | |||
| 19-12-1874 | Molenstraat 366, Loon op Zand | |||
| 24-12-1876 | Molenstraat 336, Loon op Zand | |||
| 13-04-1878 | Molenstraat 366, Loon op Zand | |||
| 01-07-1879 | Molenstraat 366, Loon op Zand | |||
| 17-11-1881 | Molenstraat 604, Loon op Zand | |||
| vanaf na 01-01-1890 | Gasthuisstraat C300, Loon op Zand | [bron: BR Loon op Zand 1890-1920] | ||
| vanaf na 01-01-1890 | Marktstraat, Loon op Zand |
| van 03-06-1869 tot 27-02-1907 | Schoenmaker |
| getuige geboorteaangifte Anna Adriana van den Houdt (1894-1949) [zie 3] | [grootvader moederszijde] |
![]() |
47 Kemmeren Adriana |
| 26-07-1841 | Wijk Tweede Straatje, Loon op Zand | |||
| 23-04-1870 | Vaartkant 315, Loon op Zand | |||
| 04-09-1871 | Molenstraat 366, Loon op Zand | |||
| 17-11-1881 | Molenstraat 604, Loon op Zand | |||
| vanaf na 01-01-1890 | Gasthuisstraat C300, Loon op Zand | [bron: BR Loon op Zand 1890-1920] | ||
| vanaf na 01-01-1890 | Marktstraat, Loon op Zand |
| 04-09-1871 | Molenstraat 366, Loon op Zand | |||
| 17-11-1881 | Molenstraat 604, Loon op Zand |
| 16-03-1873 | Molenstraat 366, Loon op Zand | |||
| 17-11-1881 | Molenstraat 604, Loon op Zand | |||
| 21-05-1903 | Vossenberg 833, Loon op Zand | |||
| 11-03-1905 | Molenstraat 681, Loon op Zand | |||
| 30-07-1906 | Molenstraat 681, Loon op Zand | |||
| vanaf na 30-07-1906 | Marktstraat, Loon op Zand (Geen startdatum bekend, wel na wonen in de Molenstraat) | [bron: BR Loon op Zand 1890-1920] | ||
| tot 1920 | Heulstraat 748 en C217, Loon op Zand (Geen startdatum bekend, wel na wonen in de Marktstraat) | [bron: BR Loon op Zand 1890-1920] |
| Schoenmaker |
| 23-06-1902 | Loon op Zand | |||
| 21-05-1903 | Vossenberg 833, Loon op Zand | |||
| 11-03-1905 | Molenstraat 681, Loon op Zand | |||
| 30-07-1906 | Molenstraat 681, Loon op Zand | |||
| vanaf na 30-07-1906 | Heulstraat 748 en C217, Loon op Zand |
| 19-12-1874 | Molenstraat 366, Loon op Zand | |||
| 17-11-1881 | Molenstraat 604, Loon op Zand | |||
| tot 09-05-1891 | Loon op Zand | |||
| van 09-05-1891 tot 12-06-1893 | Dongen | |||
| van 12-06-1893 tot 17-11-1902 | Molenstraat of Marktstraat of Gasthuisstraat, Loon op Zand | |||
| vanaf 17-11-1902 | Grave |
| Schoenstikster |
| 22-10-1912 | Loon op Zand |
| 22-10-1912 | Schoenmaker |
| Molenstraat 336, Loon op Zand (Moet waarschijnlijk huisnummer 366 zijn) |
| 13-04-1878 | Molenstraat 366, Loon op Zand | |||
| 17-11-1881 | Molenstraat 604, Loon op Zand | |||
| tot 02-07-1902 | Baardwijk | |||
| vanaf 02-07-1902 | Loon op Zand |
| Schoenstikster |
| 01-07-1879 | Molenstraat 366, Loon op Zand |
| 17-11-1881 | Molenstraat 604, Loon op Zand |
| 17-11-1881 | Molenstraat 366, Loon op Zand | |||
| 17-11-1881 | Molenstraat 604, Loon op Zand | |||
| tot 05-12-1900 | Baardwijk | |||
| van 05-12-1900 tot 24-11-1902 | Loon op Zand | |||
| vanaf 24-11-1902 | Waalwijk | |||
| tot 20-05-1910 | Waalwijk | |||
| van 27-05-1910 tot 20-05-1910 | Molenstraat of Marktstraat of Gasthuisstraat, Loon op Zand | |||
| vanaf 08-11-1910 | Waalwijk | |||
| 04-09-1936 | Waalwijk |
| 08-11-1910 | Loon op Zand | |||
| 04-09-1936 | Waalwijk |
| 08-11-1910 | Schoenmaker |
![]() |
48 Steenberge Cornelius, gedoopt op 26 okt. 1776 in Loon op Zand, zoon van Petrus Steenberge en Engelina Ligtenberg - Loon op Zand inv. 8 blad 94 |
| 1825 | ’t Hoekje, Kaatsheuvel | [bron: Loon op Zand Volkstelling 1825 inv. 001a blad 43] | ||
| van 1825 tot 1839 | ’t Hoekje nr 300, Kaatsheuvel | [bron: Loon op Zand BR 1825-1839 inv 12 blad 101 en BR 1839 inv 012b blad 97] | ||
| 04-05-1843 | Loon op Zand | [bron: Loon op Zand Huwelijksregister 1843, archiefnummer 911, aktenummer 19] |
| 1810 | Dagloner | [bron: Loon op Zand Volkstelling 1810, blad 126] | ||
| 04-05-1843 | Bouwman | [bron: Loon op Zand Huwelijksregister 1843, archiefnummer 911, aktenummer 19] |
![]() |
49 Riel Johanna van, 35 jaar bij de Volkstelling van 1810, vrouw van de dagloner Cornelis Steenberg, met hun zoon Peter, geboren 1810- Loon op Zand Volkstelling 1810 inv. 001 blad 127 |
| 1825 | ’t Hoekje, Kaatsheuvel | [bron: Loon op Zand Volkstelling 1825 inv. 001a blad 43] |
| 1825 | ’t Hoekje, Kaatsheuvel | [bron: Loon op Zand Volkstelling 1825 inv. 001a blad 43] | ||
| van 1825 tot 1839 | ’t Hoekje nr 300, Kaatsheuvel | [bron: Loon op Zand BR 1825-1839 inv 12 blad 101 en BR 1839 inv 012b blad 97] |
| van 1825 tot 1839 | ’t Hoekje nr 300, Kaatsheuvel | [bron: Loon op Zand BR 1825-1839 inv 12 blad 101 en BR 1839 inv 012b blad 97] |
| getuige overlijdensaangifte Cornelis Steenbergen (1776-1864) [zie 16] | [schoonzoon] |
| 04-05-1843 | Loon op Zand | [bron: Loon op Zand Huwelijksregister 1843, archiefnummer 911, aktenummer 19] |
| 04-05-1843 | Bouwman | [bron: Loon op Zand Huwelijksregister 1843, archiefnummer 911, aktenummer 19] |
| 04-05-1843 | Loon op Zand | [bron: Loon op Zand Huwelijksregister 1843, archiefnummer 911, aktenummer 19] |
![]() |
50 Hollans Franciscus, geboren op 21 oktober 1780 om 4 uur in Veerle, gedoopt, zn van Joannis Ludovicus Hollans en Anna Catharina Michiels - Veerle Doop 0001 127 00002 000 0 0009 - 1779-1792 blad 28 |
| 24-12-1819 | Eerste Sectie, Veerle (België) | [bron: Veerle Geb. akten 1819 Akte 42 Scan 535 en 536] | ||
| 25-03-1825 | Eerste Wijk, Veerle (België) | [bron: BS Veerle Geb. akten 1837 akte 16 scan 708] | ||
| 18-10-1827 | Eerste Wijk, Veerle (België) | [bron: BS Veerle Akten No. 34 Scan 46 en 47] | ||
| 25-01-1833 | Vierde wijk, Dessel (België) | [bron: BS Dessel akten No. 10 Scan 9] | ||
| 03-12-1834 | Vierde wijk, Dessel (België) | [bron: BS Dessel 1834 Akte 120 scan 87] | ||
| 25-02-1835 | Vierde wijk, Dessel (België) | [bron: BS Dessel Akten 1835 Nr. 31 scan 104] | ||
| 04-11-1836 | Vierde wijk, Dessel (België) | [bron: BS Dessel Akten 1836 No 105 Scan 166] | ||
| 09-08-1837 | Vierde wijk, Dessel (België) | [bron: BS Dessel Overl. 1837 akte 78 scan 205] | ||
| 10-04-1839 | Markt, Balen (B) | [bron: BS Balen Akten 1839 No.64 Scan 363] | ||
| 13-11-1840 | Markt, Balen (B) | [bron: BS Balen 1840 Akte No. 157 Scan 442] | ||
| 04-12-1840 | Markt, Balen (B) | [bron: BS Balen Akten 1840 No173 Scan 446] | ||
| 16-08-1844 | Mol (België) (Staat in de huwelijksakte van zoon Carolus.) | [bron: Mol BS Huw. akte 1844 akte 211] | ||
| 07-08-1846 | Mol (België) | [bron: BS Mol akten No. 74 scan 53] | ||
| 02-03-1859 | Mol (België) | [bron: BS Mol Akten - Nr. 57 scan 261] |
| 11-10-1817 | Strodekker | [bron: BS Veerle Huw. 1817 akte 5 scan 230-231] | ||
| 15-10-1817 | Strodekker | [bron: BS Veerle Geboorteakte 1817 Aktenr 35 scan 96] | ||
| 24-12-1819 | Strodekker | [bron: Veerle Geb. akten 1819 Akte 42 Scan 535 en 536] | ||
| 22-03-1822 | Strodekker | [bron: Veerle Geb. akten 1822 Akte 12 scan 610] | ||
| 25-03-1825 | Strodekker | [bron: BS Veerle Geb. akten 1837 akte 16 scan 708] | ||
| 19-10-1827 | Strodekker (Geschreven als strooydekker, net zoals alle andere keren trouwens.) | [bron: BS Veerle Akten No. 34 Scan 46 en 47] | ||
| 11-01-1830 | Strodekker (Strooydecker) | [bron: BS Veerle akten No. 3 scan 146] | ||
| 25-01-1833 | Employee van de Douane | [bron: BS Dessel akten No. 10 Scan 9] | ||
| 26-02-1835 | Geemployeerde van de derde Klasse van de Douanen | [bron: BS Dessel Akten 1835 Nr. 31 scan 104] | ||
| 04-11-1836 | Geemployeerde van de eerste Klasse van de Douanen | [bron: BS Dessel Akten 1836 No 105 Scan 166] | ||
| 09-08-1837 | Employee der Douanen | [bron: BS Dessel Overl. 1837 akte 78 scan 205] | ||
| 10-04-1839 | Bediende der Douane | [bron: BS Balen Akten 1839 No.64 Scan 363] | ||
| 13-11-1840 | Bediende der Douane | [bron: BS Balen 1840 Akte No. 157 Scan 442] | ||
| 05-12-1840 | Bediende der Douane | [bron: BS Balen Akten 1840 No173 Scan 446] | ||
| 16-08-1844 | Onderbrigadier der douane (Bij het huwelijk van zijn zoon Carolus staat dit geschreven.) | [bron: BS Mol Huwelijksakten 1844 akte 211] | ||
| 15-08-1859 | Ambtenaar der douane (Gepensioneerd) | [bron: Mol Overlijdens 1859 akte 136] |
| 1819 | Lid van zangkoor Confrèrie van de H. Maeght en Martelaresse Caecilia in de kercke van Veerle. Ook genoemd in de Lijste der Confrèrie ten jaere 1819 is Jos Hollants. Dit is waarschijnlijk zijn broer Josephus. Frans was toen 39 jaar en Jos 41. |
[bron: Laakdalse Heemtijdingen, jaargang 7, nummer 3 - verwijzing door André Ververs, De Croonenborch, februari 1994, 2e boekje, pag. 35] |
| 11-09-1805 | Dagtekening : Antwerpen, 24 fruitidor van het jaar 13 (= Republikeinse kalender = 11 sept. 1805) (Republikeinse kalender, beginnend 24 oktober 1793 tot aan 1 januari 1806). Franciscus dient een verzoekschrift in bij Monsieur Merbonville, prefect van het departement van de de Twee Nethen, commandant van het Legion d’Honneur. Hij is dienstplichtige van de Reserve van het jaar 10 van de gemeente Veerle, arrondissement Turnhout. (Jaar 10 is de lichting van 1801. Frans was toen 21 jaar.) Hij is naar Antwerpen geweest op verzoek van de prefect voor de algemene schouw op de jaren 9 t/m 13, en om niet verklaard te worden als refractaire (zoiets als tegenwerkend). Maar omdat het arrondissement van Turnhout 39 mannen moet leveren, wil ik u prefect verzoeken rekening te houden met dat ik als oudste van 6 kinderen, de enige steun ben van mijn vader en moeder, en voor het uitoefenen van zijn beroep. De prefect vindt het motief ongeldig. |
[bron: Archief Prov. Antwerpen - Militie-registers] | ||
| van 06-10-1805 tot 24-12-1807 | Het verzoekschrift van 11 september 1805 heeft niet geholpen, en sinds 6 oktober 1805 is Frans dienstplichtige binnen de Nationale Reserve. Dat verklaart op 24 december 1807 zijn commandant van de de Compagnie van de Reserve van het Departement van de Twee Nethen. |
[bron: Archief Prov. Antwerpen - Militie-registers] | ||
| vanaf 08-02-1808 | Op 8 februari 1808 verlaat Frans de Compagnie van de Reserve en gaat naar het 11e Regiment Jagers te Paard. De verklaring is vastgelegd op 29 september 1812 in Antwerpen. |
[bron: Archief Prov. Antwerpen - Militie-registers - Feulille individuelle] | ||
| vanaf 28-09-1810 | Frans is als krijgsgevangen genomen, gemeld op 26 september 1810 in Spanje. Dit is verklaard op 18 april 1813 in Auch (Auch is een gemeente en stad in het Franse departement Gers (regio Occitanie), Zuid-Frankrijk. Bij de verklaring staat dat hij zich nog steeds in handen van de vijand bevindt. |
[bron: Archief Prov. Antwerpen - Militie-registers - Feulille individuelle] | ||
| vanaf 01-11-1810 | Op 1 januari 1810 verlaat Frans het 11e Regiment en gaat hij deel uitmaken van het 15e Regiment. Opgemaakt in Verdun op 1 (?) oktober 1812. |
[bron: Archief Prov. Antwerpen - Militie-registers - Feulille individuelle] | ||
| tot 23-05-1814 | Er zijn 2 verschillende data van thuiskomen als soldaat in het leger van Napoleon, namelijk 23 mei 1814, en 1817. Eduard, zijn achterkleinzoon, schrijft: In 1817, Frans Hollants, komt na vele jaren zwerven door Rusland en Oost-Europa het café binnen in Mol in België, toen nog Nederland. Het lokaal waar hij ja-a-aren eerder tekent om met het leger van Napoleon naar Rusland ten oorlog te trekken. De cafébaas is verbouwereerd als Hollants zich bekent maakt. ’Dat kan niet"en staaft dat met het "bedeke", bidprentje, te tonen van die Frans. Deze was toch al zovele jaren vermist en teneinde raad dood verklaard. "Geen woord. Hij heeft er nooit meer over gesproken. Daar in de kast staat het boek van een Belgische sergeant over zijn Rusland toch en oorlog. Een gruwel, daarin is zelfs sprake van kannibalisme". "Zwijg stil, praot er nie van". In De Croonenborgh, contactblad voor de familie Hollants in Nederland en Mol, uitgave en redactie van André L. Ververs in aflevering 2 (februari 1994), samengevat: Op 5 september 1798, Nederland was Frans grondgebied, wordt de conscriptie ingevoerd: alle mannen tussen de 20 en 25 jaar konden ingelijfd worden bij het Franse leger. Dat wordt door loting bepaald. Op 7 oktober 1805 wordt Francois, zoals hij genoemd wordt, ingelijfd bij de Reservecompagnie van het Departement van de 2 Nethen, waar Veerle ondervalt. Als reservist kan Francois in zijn geboortestreek blijven wonen, ver weg van de slagvelden. Maar in 1808 wordt hij opgeroepen voor actieve dienst. Op 31 januari vertrekt Francois vanuit het stadhuis van Antwerpen naar Neuf-Brissac, waar het 11e Regiment Jagers te Paard gelegerd is. (Neuf-Brisach ligt bij Colmar, Oost-Frankrijk, dicht bij de Duitse grens en Zwitserland). Ze worden streng bewaakt, en mogen er niet vandoor gaan (In 1802 bijvoorbeeld kwamen van de 2092 dienstplichtigen er 1680 niet opdagen, en Napoleon had ze hard nodig) Op 1 maart 1808 komt hij er aan. Hij moet echter met 1 eskadron van het 11e Regiment naar Spanje. Napoleon heeft tot 1807 overal gewonnen, maar wilde in mei 1808 Spanje als bondgenoot tegen Portugal en daarmee Engeland, direct onder zijn gezag hebben, en dat pikken de Spanjaarden niet. Het Franse leger lijdt er in juli 1808 zijn eerste nederlaag. Napoleon heeft zich enorm vergist in de tegenstand, en is enorm kwaad. Francois moet mee gaan helpen. In januari 1810 deelt men Francois in bij het 15e Regiment. Hij is 1 van de 370000 Franse soldaten. De soldaten hebben het zwaar te verduren. Er zijn niet veel veldslagen: de guerilla maakt het zwaar: steeds oppassen voor hinderlagen, voor sluipmoordenaars, en zorgen dat je niet gepakt werd, want dan werd je meteen vermoord. Daarnaast moest Francois oppassen voor honger, kou, dorst, hitte, ongedierte, ziekte, geen onderdak. Francois heeft "geluk": hij wordt op 14 september 1810 gevangen genomen door de Engelsen. Hij kan kiezen: in het Engelse leger dienstnemen of krijgsgevangene worden. De verhalen over dat laatste zal Francois wel gekend hebben: slecht behandeld worden, vaak tot de dood erop volgde. Hij kiest voor het Engelse leger en blijft er in dienst tot 23 mei 1814. Thuis is hij al doodgewaand. Groot is de consternatie als hij in Veerle bij hun aankomt. |
[bron: Eduard Steenbergen, Document over het verhaal van zijn familie, ongedateerd; De Croonenborgh, contactblad voor de familie Hollants in Nederland en Mol, uitgave en redactie van André L. Ververs in aflevering 2 (februari 1994) pag. 35-47] |
| 18-01-1820 | getuige overlijdensaangifte Louis Hollants (1739-1820) [zie 40] | [zoon] | [bron: Veerle Overlijdensakten 1820 akte 5 blad 18 scan 341] | |||
| 22-04-1822 | getuige overlijdensaangifte Anna Catharina Michiels (±1747-1822) [zie 41] | [zoon] | [bron: Veerle Overlijdensakten 122 akte 10 scan 361] |
![]() |
51 Bogaerts Anna Elisabeth, getrouwd met Francis Hollants, woont in Postel - Familie foto-album pag. 3 |
| 24-12-1819 | Eerste Sectie, Veerle (België) | [bron: Veerle Geb. akten 1819 Akte 42 Scan 535 en 536] | ||
| 25-03-1825 | Eerste Wijk, Veerle (België) | [bron: BS Veerle Geb. akten 1837 akte 16 scan 708] | ||
| 18-10-1827 | Eerste Wijk, Veerle (België) | [bron: BS Veerle Akten No. 34 Scan 46 en 47] | ||
| 25-01-1833 | Vierde wijk, Dessel (België) | [bron: BS Dessel akten No. 10 Scan 9] | ||
| 03-12-1834 | Vierde wijk, Dessel (België) | [bron: BS Dessel 1834 Akte 120 scan 87] | ||
| 25-02-1835 | Vierde wijk, Dessel (België) | [bron: BS Dessel Akten 1835 Nr. 31 scan 104] | ||
| 04-11-1836 | Vierde wijk, Dessel (België) | [bron: BS Dessel Akten 1836 No 105 Scan 166] | ||
| 09-08-1837 | Vierde wijk, Dessel (België) | [bron: BS Dessel Overl. 1837 akte 78 scan 205] | ||
| 10-04-1839 | Markt, Balen (B) | [bron: BS Balen Akten 1839 No.64 Scan 363] | ||
| 13-11-1840 | Markt, Balen (B) | [bron: BS Balen 1840 Akte No. 157 Scan 442] | ||
| 04-12-1840 | Markt, Balen (B) | [bron: BS Balen Akten 1840 No173 Scan 446] | ||
| 16-08-1844 | Mol (België) | [bron: Mol BS Huw. akte 1844 akte 211] | ||
| 07-08-1846 | Mol (België) | [bron: BS Mol akten No. 74 scan 53] | ||
| 02-03-1859 | Mol (België) | [bron: BS Mol Akten - Nr. 57 scan 261] | ||
| 12-03-1862 | Mol (België) | [bron: BS Dessel Akten 1835 Nr. 31 scan 104] | ||
| 03-10-1867 | Merksplas (Ze is aanwezig bij het huwelijk van haar zoon Gregorius Augustinus in Turnhout.) | [bron: BS Turnhout Akten 1867 No. 76 Scan 921] | ||
| 04-11-1867 | Merksplas (Ze is aanwezig bij het huwelijk van haar zoon Gustave Benedictus in Brussel.) | [bron: BS Brussel Huw. akte 1567 Scan 454] | ||
| 28-09-1870 | Turnhout | [bron: BS Kalmthout huw. akte 24 scan 425] | ||
| 02-06-1872 | Turnhout | [bron: BS Turnhout Overl. akte 192 scan 312] | ||
| 13-01-1882 | Turnhout (Ze overleed aan de IJzere brug, staat er in de overlijdensakte. Haar zoon Gregorius Augustinus Hollants was brugwachter en zal in het huisje van de brugwachter gewoond hebben. Zeer waarschijnlijk woonde Anna bij haar zoon in. Informatie van het Archief Turnhout, dhr. Bart Sas: Het gaat om de spoorwegbrug over de Kempense vaart die in 1866-1867 werd aangelegd. Hier liep de spoorweg Turnhout-Tilburg, het “Bels lijntje” genoemd in Tilburg en sinds 1990 een fietspad. De oude locatie is te zien op een kadasterplan uit ca. 1880 (NB: het noorden ligt links, vergelijk met huidige kaart van Turnhout, omgeving “Oude Kaai”) Zie online: https://collecties.kempenserfgoed.be/stadsarchief-turnhout/object/kadaster01?nav_id=7-1&index=0&imgid=608379176&id=609610467 In 1908 werd deze draaibrug vervangen door een vaste brug. Daarvan bewaren we verschillende foto’s en prentbriefkaarten. Op sommige daarvan zijn in de buurt huizen te zien. Eén daarvan zou het brugwachtershuisje kunnen zijn. Zie vooral: https://collecties.kempenserfgoed.be/stadsarchief-turnhout/object/0380001-en-0380002?nav_id=18-1&index=2&imgid=608323939&id=608323935) |
| 11-10-1817 | Spinnerse | [bron: BS Veerle Huw. 1817 akte 5 scan 230-231] |
| 13-01-1882 | Anna was ingeschreven op het Grootboek van Burgerljke pensioenen van het Ministerie van Financiën, voor een jaarlijks pensioen van 281 Franc, onder nr 1181. | [bron: Turnhout Overl. 1882 akte 10 scan 718] |
![]() |
52 Hollants Rosa, geboren op 24 december 1819 om 8 uur in Veerle, Eerste Sectie, dochter van Franciscus Hollants, strodekker, 39 jaar, en Anna Elis. Bogaerts - Veerle Geb. akten 1819 Akte 42 Scan 535 |
![]() |
53 Hollants Antonia, geboren op 22 maart 1822 om 3 uur in Veerle, dochter van Franciscus Hollants, 41 jaar, strodekker, en Anna Elis. Bogaerts - Veerle Geb. akten 1822 Akte 12 scan 610 - 1 |
| 09-08-1837 | Vierde wijk, Dessel (België) | [bron: BS Dessel Overl. 1837 akte 78 scan 205] |
| 25-03-1825 | Eerste Wijk, Veerle (België) | [bron: BS Veerle Geb. akten 1837 akte 16 scan 708] | ||
| 02-03-1859 | Mol (België) | [bron: BS Mol Akten - Nr. 57 scan 261] | ||
| 25-06-1866 | Turnhout | [bron: BS Turnhout Overl. 1866 akte 174 scan 664] | ||
| 13-06-1867 | Turnhout | [bron: BS Turnhout Overl. akte 179 scan 984] | ||
| 09-11-1871 | ’t Vianen, Turnhout | [bron: BS Turnhout Overl. akte 468 scan 668] | ||
| tot 15-04-1873 | Mol (België) | [bron: BR Loon op Zand Dienstbodenregister 1860-1890 blad 28] | ||
| van 15-04-1873 tot 02-10-1873 | Kaatsheuvel No. 230, Loon op Zand | [bron: BR Loon op Zand Dienstbodenregister 1860-1890 blad 28] | ||
| vanaf 02-10-1873 | Turnhout | [bron: BR Loon op Zand Dienstbodenregister 1860-1890 blad 28] |
| 02-03-1859 | Dagloner | [bron: BS Mol Akten - Nr. 57 scan 261] | ||
| 12-03-1862 | Kleermaker (Josephus is getuige bij het huwelijk van zijn broer Eduardus in Mol.) | [bron: BS Dessel Akten 1835 Nr. 31 scan 104] | ||
| 25-06-1866 | Kleermaker | [bron: BS Turnhout Overl. 1866 akte 174 scan 664] | ||
| 14-06-1867 | Kleermaker | [bron: BS Turnhout Overl. akte 179 scan 984] | ||
| 09-11-1871 | Kleermaker | [bron: BS Turnhout Overl. akte 468 scan 668] | ||
| van 15-04-1873 tot 02-10-1873 | Kleermaker | [bron: BR Loon op Zand Dienstbodenregister 1860-1890 blad 28] |
| 12-03-1862 | getuige huwelijk Eduardus Hollants (1835-1876) en Maria Elisabeth Dreessen (1837-na 1887) [zie 20,VIII] | [broer bruidegom] | [bron: BS Mol Akten 1862 Akte 71 scan 500-501] | |||
| 14-06-1866 | getuige overlijdensaangifte N.N. Hollants (1867-1867) | [vader] | [bron: Turnhout Overl. 1867 14-06-1867] | |||
| 25-06-1866 | getuige overlijdensaangifte Gustavus Cornelius Hollants (±1863-1866) | [vader] | [bron: BS Turnhout Overl. 1866 akte 174 scan 664] | |||
| 10-11-1871 | getuige overlijdensaangifte Joanna Gerardina Boons (1830-1871) [zie 20,IV] | [echtgenoot] | [bron: BS Turnhout Overl. akte 468 scan 668] |
| 02-03-1859 | Mol (België) | [bron: BS Mol Akten - Nr. 57 scan 261] | ||
| 25-06-1866 | Turnhout | [bron: BS Turnhout Overl. 1866 akte 174 scan 664] | ||
| 13-06-1867 | Turnhout | [bron: BS Turnhout Overl. akte 179 scan 984] | ||
| 09-11-1871 | ’t Vianen, Turnhout | [bron: BS Turnhout Overl. akte 468 scan 668] |
| 02-03-1859 | Dagloonster | [bron: BS Mol Akten - Nr. 57 scan 261] | ||
| 09-11-1871 | Kleermaakster | [bron: BS Turnhout Overl. akte 468 scan 668] |
![]() |
56 Hollants Stephania, geboren op 18 okt. 1827 in de Eerste Wijk in Veerle, dochter van Joannes Franciscus Hollants, 46 jr, strooydekker en Anna Elisabeth Bogaerts - BS Veerle Akten No. 34 Scan 46 |
| 18-10-1827 | Eerste Wijk, Veerle (België) | [bron: BS Veerle Akten No. 34 Scan 46 en 47] | ||
| 07-08-1846 | Mol (België) | [bron: BS Mol akten No. 74 scan 53] | ||
| 11-09-1861 | Kalmthout | [bron: BS Kalmthout 11-09-1861] | ||
| 11-08-1885 | Borgerhout | [bron: BS Borgerhout 11-08-1885] |
| 07-08-1846 | Antwerpen | [bron: BS Mol akten No. 74 scan 53] | ||
| 11-09-1861 | Kalmthout | [bron: BS Kalmthout 11-09-1861] | ||
| 11-08-1885 | Borgerhout | [bron: BS Borgerhout 11-08-1885] |
| 07-08-1846 | Ambtenaar der douane | [bron: BS Mol akten No. 74 scan 53] |
![]() |
57 Hollants Remigius, geboren op 10 dec. 1830 om 7u in de Eerste Wijk in Veerle, zoon van Franciscus Hollants, 48 jr. , strooydecker en Maria Elisabeth Bogaerts - BS Veerle akten No. 3 scan 146 |
| 28-09-1870 | Kalmthout (De plaatsnaam werd toen geschreven als Calmpthout.) | [bron: BS Kalmthout huw. akte 24 scan 425] | ||
| van 31-07-1871 tot 31-01-1871 | Aan de Zwarte Heuel Wijk B No. 125, Kalmthout | [bron: BS Kalmthout geb. akte 58 scan 291] |
| 28-09-1870 | Statie bedienden | [bron: BS Kalmthout huw. akte 24 scan 425] | ||
| 31-07-1871 | Werkman aan de Statie | [bron: BS Kalmthout geb. akte 58 scan 291] |
| 04-11-1867 | getuige huwelijk Gustave Benedictus Hollants (1836-1872) en Constantine Smans [zie 20,IX] | [broer bruidegom] | [bron: BS Brussel Huw. akte 1567 Scan 454] |
| 28-09-1870 | Kalmthout (De plaatsnaam werd toen geschreven als Calmpthout.) | [bron: BS Kalmthout huw. akte 24 scan 425] | ||
| van 31-07-1871 tot 31-01-1871 | Aan de Zwarte Heuel Wijk B No. 125, Kalmthout | [bron: BS Kalmthout geb. akte 58 scan 291] |
![]() |
58 Hollants Maria Ulalia, geb. 24 jan. 1833 om 8u ’s avonds in de Vierde Wijk in Dessel. dochter van Franciscus Hollants, employee van de Douane en Anna Elis. Bogaerts - BS Dessel akten No. 10 Scan 9 |
| 25-01-1833 | Vierde wijk, Dessel (België) | [bron: BS Dessel akten No. 10 Scan 9] | ||
| 03-12-1834 | Vierde wijk, Dessel (België) | [bron: BS Dessel 1834 Akte 120 scan 87] |
| 25-02-1835 | Vierde wijk, Dessel (België) | [bron: BS Dessel Akten 1835 Nr. 31 scan 104] | ||
| 12-03-1862 | Mol (België) | [bron: BS Dessel Akten 1835 Nr. 31 scan 104] | ||
| 17-05-1876 | Gehucht Veldhoven, Bocholt (België) | [bron: BS Bocholt Akten 1876 Akte 48 Scan 948] | ||
| 28-10-1887 | Bree (Prov. Limburg, België) | [bron: BS Lommel Akten 1887 No. 21 Scan 962] |
| 12-03-1862 | Bediende | [bron: BS Dessel Akten 1835 Nr. 31 scan 104] | ||
| 17-05-1876 | Hulpsluiswachter | [bron: BS Bocholt Akten 1876 Akte 48 Scan 948] |
| 12-03-1862 | Mol (België) | [bron: BS Dessel Akten 1835 Nr. 31 scan 104] | ||
| 17-05-1876 | Gehucht Veldhoven, Bocholt (België) | [bron: BS Bocholt Akten 1876 Akte 48 Scan 948] | ||
| 28-10-1887 | Bree (Prov. Limburg, België) | [bron: BS Lommel Akten 1887 No. 21 Scan 962] |
| 28-10-1887 | Huishoudster | [bron: BS Lommel Akten 1887 No. 21 Scan 962] |
| 04-11-1836 | Vierde wijk, Dessel (België) | [bron: BS Dessel Akten 1836 No 105 Scan 166] | ||
| 25-06-1866 | Turnhout | [bron: BS Turnhout Overl. 1866 akte 174 scan 664] | ||
| 04-11-1867 | Turnhout | [bron: BS Brussel Huw. akte 1567 Scan 454] | ||
| 01-06-1872 | Victoriestraat, Turnhout | [bron: BS Turnhout Overl. akte 192 scan 312] |
| 01-01-1862 | Adjunct-politiecommissaris (Aanstelling als adjunct-politiecommissaris in Turnhout ter vervanging van Joseph Truwant, overleden. Ik verwacht, dat dit de functie Hoofd der Toegevoegde Politie is, die de jaren erna in meerdere akten voorkomt.) |
[bron: Archief Prov. Antwerpen - F 64 A/7, A/13 .Zie ook F 64 A-13.] | ||
| 01-01-1863 | Adjunct-politiecommissaris (Aanstelling als adjunct-politiecommissaris in Turnhout ter vervanging van VAN DEN HOUT J.C.. Hij is op 1 januari 1862 al aangesteld in deze functie. Waarom dit nu weer gebeurt?) |
[bron: Archief Provincie Antwerpen, N 63/55.] | ||
| 25-06-1866 | Hoofd Toegevoegden der Politie | [bron: BS Turnhout Overl. 1866 akte 174 scan 664] | ||
| 04-11-1867 | Hoofd Toegev. politie (Commissaire adjoint de police) | [bron: BS Brussel Huw. akte 1567 Scan 454] | ||
| 01-06-1872 | Hoofd der Toegev. Politie | [bron: BS Turnhout Overl. akte 192 scan 312] |
| 25-06-1866 | getuige overlijdensaangifte Gustavus Cornelius Hollants (±1863-1866) | [oom vaderszijde] | [bron: BS Turnhout Overl. 1866 akte 174 scan 664] | |||
| 03-10-1867 | getuige huwelijk Grégoire August Hollants (1840-1911) en Joanna Constantia Diels (geb. 1843) [zie 20,XI] | [broer bruidegom] | [bron: BS Turnhout Akten 1867 No. 76 Scan 921] |
| 04-11-1867 | Rue du Boulet 25, Brussel | [bron: BS Brussel Huw. akte 1567 Scan 454] | ||
| 01-06-1872 | Victoriestraat, Turnhout | [bron: BS Turnhout Overl. akte 192 scan 312] |
| 04-11-1867 | Kamermeisje (Femme de chambre) | [bron: BS Brussel Huw. akte 1567 Scan 454] |
![]() |
61 Hollants Maria Josephina, geboren 10 april 1839 om 6.00u ter Markt in Baelen, dochter van Francis Hollants, 58 jr., bediende der Douane en Elis. Bogaerts - BS Balen Akten 1839 No. 64 Scan 363 |
| 10-04-1839 | Markt, Balen (B) | [bron: BS Balen Akten 1839 No.64 Scan 363] | ||
| 13-11-1840 | Markt, Balen (B) | [bron: BS Balen 1840 Akte No. 157 Scan 442] |
| 04-12-1840 | Markt, Balen (B) | [bron: BS Balen Akten 1840 No173 Scan 446] | ||
| 14-06-1867 | Turnhout | [bron: BS Turnhout Overl. akte 179 scan 984] | ||
| 03-10-1867 | Turnhout | [bron: BS Turnhout Akten 1867 No. 76 Scan 921] |
| 14-06-1867 | Toegevoegde der Politie | [bron: BS Turnhout Overl. akte 179 scan 984] | ||
| 03-10-1867 | Toegevoegde der Politie | [bron: BS Turnhout Akten 1867 No. 76 Scan 921] | ||
| 13-01-1882 | Brugwachter (Informatie van het Archief Turnhout, dhr. Bart Sas: Het gaat om de spoorwegbrug over de Kempense vaart die in 1866-1867 werd aangelegd. Hier liep de spoorweg Turnhout-Tilburg, het “Bels lijntje” genoemd in Tilburg en sinds 1990 een fietspad. De oude locatie is te zien op een kadasterplan uit ca. 1880 (NB: het noorden ligt links, vergelijk met huidige kaart van Turnhout, omgeving “Oude Kaai”) Zie online: https://collecties.kempenserfgoed.be/stadsarchief-turnhout/object/kadaster01?nav_id=7-1&index=0&imgid=608379176&id=609610467 In 1908 werd deze draaibrug vervangen door een vaste brug. Daarvan bewaren we verschillende foto’s en prentbriefkaarten. Op sommige daarvan zijn in de buurt huizen te zien. Eén daarvan zou het brugwachtershuisje kunnen zijn. Zie vooral: https://collecties.kempenserfgoed.be/stadsarchief-turnhout/object/0380001-en-0380002?nav_id=18-1&index=2&imgid=608323939&id=608323935) |
[bron: Turnhout Overl. 1882 akte 10 scan 718] |
| 14-06-1866 | getuige overlijdensaangifte N.N. Hollants (1867-1867) | [oom vaderszijde] | [bron: Turnhout Overl. 1867 14-06-1867] | |||
| 02-06-1872 | getuige overlijdensaangifte Gustave Benedictus Hollants (1836-1872) [zie 20,IX] | [broer] | [bron: BS Turnhout Overl. akte 192 scan 312] | |||
| 14-01-1882 | getuige overlijdensaangifte Anna Elisabeth Bogaerts (1797-1882) [zie 21] | [zoon] | [bron: Turnhout Overl. 1882 akte 10 scan 718] |
| 03-10-1867 | Turnhout | [bron: BS Turnhout Akten 1867 No. 76 Scan 921] |
| 03-10-1867 | Borduurster | [bron: BS Turnhout Akten 1867 No. 76 Scan 921] |
| 16-08-1844 | Tilburg (Dat staat in de huwelijksakte van dochter Joanna.) | [bron: Mol BS Huw. akte 1844 akte 211] |
| 16-08-1844 | Tilburg (Dat staat in de huwelijksakte van dochter Joanna.) | [bron: Mol BS Huw. akte 1844 akte 211] |
![]() |
63 Leeuwen Wouter van, en Johanna van Lier trouwen om 4 uur in Loon op Zand op 15 oktober 1817 -3 - Handtekeningen |
| 1819 | Kaatsheuvel, Loon op Zand (in de akte: wonende in den Kaatsheuvel) | [bron: Overlijdensakte van hun eerste kind] |
| 1810 | Schoenmaker | [bron: BR Loon op Zand 1810] | ||
| 15-10-1817 | Schoenmaker | [bron: Trouwakte en bij alle geboorteaangiften] | ||
| van 1825 tot 29-06-1835 | Herbergier (Bij de inschrijving is Wouter 43 jaar. Dan moet de inschrijving van 1825 zijn. Daar staat hij vermeld als herbergier.) | [bron: BR Loon op Zand 1825-1839] |
![]() |
64 Lier Joanna van, RK gedoopt op 12 juni 1789 in Loon op Zand |
| 1839 | Kaatsheuvel No 374, Loon op Zand | [bron: BR 1825-1839] | ||
| vanaf 1850 | Wijk Kaatsheuvel, straat Kaatsheuvel, huisnr 406 (Samen met haar dochters Godefrida en Elisabeth en Maria Anna) | [bron: BS 1850-1860] |
| 1839 | Winkelierster | [bron: BR Loon op Zand 1825-1839] |
![]() |
65 Klerks Daniel, en Godefrida van Leeuwen wonen op de Hil 322 in Kaatsheuvel tot 3 juli 1860 - BR 1860-1890 Loon op Zand |
| tot 03-07-1860 | Hil 322, Loon op Zand | |||
| vanaf 03-07-1860 | Achterom B477, Breda | |||
| vanaf 06-08-1860 | Tilburg |
| tot 03-07-1860 | Hil 322, Loon op Zand | |||
| vanaf 03-07-1860 | Achterom B477, Breda | |||
| vanaf 06-08-1860 | Tilburg |
| Leerlooier |
![]() |
66 Vliet Peter van der, en Johanna van Leeuwen wonen met hun gezin in Kaatsheuvel straat Kaatsheuvel huisnr 488 BR 1850-1860 |
| tot 24-07-1855 | Wijk Kaatsheuvel, straat Kaatsheuvel, huis 488, Loon op Zand | |||
| vanaf 24-07-1855 | Sprang |
![]() |
67 Burmanje Arnoldus, en Elizabeth van Leeuwen wonen in Kaatsheuvel straat Kaatsheuvel BS 1850-1860 |
![]() |
68 Rijswijk Matheus van, en Gerdiena den Ouden trouwen in Raamsdonk op donderdag 5 mei 1836 in Raamsdonk - 1 |
| 05-05-1836 | Raamsdonk | |||
| 26-02-1837 | Waspik |
| 05-05-1836 | Bouwmansknecht | |||
| 26-02-1837 | Dagloner |
| 05-05-1836 | Raamsdonk | |||
| 26-02-1837 | Waspik | |||
| 1849 | Waspik | [bron: Volkstellingsregister Waspik 1849] | ||
| vanaf 21-05-1858 | Wijk Kaatsheuvel-Straat Kaatsheuvel huis 479, Loon op Zand (Samen met haar zoons Gerrit en Thomas gaan ze hier wonen vanuit Waspik) | [bron: BR Loon op Zand 1850-1860] | ||
| 01-12-1861 | Vaartkant 315, Loon op Zand | [bron: BR Loon op Zand 1860-1890] | ||
| 03-06-1869 | Vaartkant 315, Loon op Zand | |||
| 04-09-1871 | Molenstraat 366, Loon op Zand |
| 05-05-1836 | Dienstmeid |
| 1849 | Waspik | [bron: Volkstellingsregister Waspik 1849] | ||
| vanaf 21-05-1858 | Wijk Kaatsheuvel-Straat Kaatsheuvel huis 479, Loon op Zand | |||
| vanaf 01-12-1861 | Vaartkant 315, Loon op Zand |
![]() |
69 Kemmeren Jan, en Catharina Brock trouwen op donderdag 30 april 1829 in Raamsdonk - 1 |
| 30-04-1829 | Raamsdonk | |||
| 17-03-1830 | Loon op Zand | |||
| 19-01-1839 | Wijk Straatje 600, Loon op Zand | |||
| 26-07-1841 | Wijk Tweede Straatje, Loon op Zand | |||
| 10-04-1844 | Wijk Tweede Straatje, Loon op Zand | |||
| vanaf 01-12-1861 | Wijk 2e Straatje, Loon op Zand | [bron: BR Loon op Zand 1860-1890] | ||
| vanaf na 01-12-1861 | Vaartkant, Loon op Zand | [bron: BR Loon op Zand 1860-1890] | ||
| 03-06-1869 | Loon op Zand |
| 30-04-1829 | Bouwknecht | |||
| 17-03-1830 | Arbeider | |||
| 05-09-1831 | Bouwman | |||
| 09-10-1833 | Bouwman | |||
| 25-03-1836 | Arbeider | |||
| 19-01-1839 | Bouwman | |||
| 26-07-1841 | Dagloner | |||
| 10-04-1844 | Arbeider | |||
| 01-12-1861 | Akkerbouwer | |||
| 03-06-1869 | Bouwman | |||
| 09-04-1870 | Bouwman |
![]() |
70 Brok Catharina |
| 30-04-1829 | Raamsdonk | |||
| 17-03-1830 | Loon op Zand | |||
| 10-04-1844 | Wijk Tweede Straatje, Loon op Zand | |||
| 03-06-1869 | Loon op Zand |
| 30-04-1829 | Dienstmeid |
| 24-09-1911 | Schoenmaker |
| 03-06-1869 | getuige huwelijk Gerrit van Rijswijk (1839-1907) en Adriana Kemmeren (1841-1916) [zie 15] | [broer bruid] | [bron: Huwelijksregister 1869, archiefnummer 911, aktenummer 28] |
| 1839 | Paalstraat, De Moer | [bron: BR Loon op Zand 1825-1839] |
| 03-06-1869 | getuige huwelijk Gerrit van Rijswijk (1839-1907) en Adriana Kemmeren (1841-1916) [zie 15] | [broer bruid] | [bron: Huwelijksregister 1869, archiefnummer 911, aktenummer 28] | |||
| 23-04-1870 | getuige geboorteaangifte Martina van Rijswijk (1870-1944) [zie 7] | [oom moederszijde] | [bron: Geboorteregister 1870, archiefnummer 911, aktenummer 92] |
| vanaf 01-01-1890 | Vaartkant 526 (later505), Loon op Zand | [bron: BR Loon op Zand 1890-1920] | ||
| vanaf na 01-01-1890 | Gasthuisstraat 533, Loon op Zand |
| vanaf 01-01-1890 | Wasvrouw | [bron: BR Loon op Zand 1890-1920] | ||
| vanaf na 01-01-1890 | Winkelierster | [bron: BR Loon op Zand 1890-1920] |
![]() |
71 Steenbergen Petrus, gedoopt op 26 juli 1739 in Loon op Zand als zoon van Jacobus Steenbergen en Gertrudis Fijnenbruyck - Loon op Zand Dopen r.k. inv 7 blad 27 |
| 05-02-1764 | Udenhout | [bron: Inv.nr. 27 - Loon op Zand - trouwboek 1737-1770 (schepenbank), archiefnummer 491, Doop-, trouw- en begraafboeken Loon op Zand - 1608-1810, inventarisnummer 27, blad 60, aktenummer 60] | ||
| 21-03-1806 | ’t Loonse Hoekje (Laat 5 kinderen na) | [bron: Inv.nr. 40 - Loon op Zand - register van aangegeven lijken 1806-1810 (gequalificeerde), archiefnummer 491, Doop-, trouw- en begraafboeken van Loon op Zand 1608 – 1810, inventarisnummer 40, blad 2] |
![]() |
72 Hollants Joannes Ludovicus, rk gedoopt op 10 aug. 1739 in Veerle, zoon van Joannis Hollants en Annae Deijns - Veerle Dopen 1725-1758 Beknopt afschrift - Blad 77 Scan 303 Fam.Search |
| 21-01-1819 | Veerle (België) | [bron: Deurne (-bij-Diest) Huw. akte nr 1] | ||
| 17-01-1820 | Eerste Sectie, Veerle (België) | [bron: Veerle Overlijdensakten 1820 akte 5 blad 18] |
| 10-10-1816 | Strodekker (Hij is samen met zijn vrouw aanwezig bij het huwelijk van dochter Anna Maria.) | [bron: BS Veerle Huw. akte 1816 nr10 scan 222] | ||
| 28-01-1819 | Dagloner (Journalier) | [bron: Deurne (bij-Diest) Huw. akte 1819 nr 1] |
| 30-06-1762 | getuige kerkelijk huwelijk Joannes Hollants (1732-1794) en Maria Peters [zie 80,I] | [broer bruidegom] | [bron: Veerle Huw. 1759-1849 Bl. 7 Scan 4] | |||
| 21-03-1763 | getuige doop Maria Elisabeth Hollants (geb. 1763) | [oom vaderszijde] | [bron: Veerle Dopen 1762-1804 Bl 11 Scan 7] | |||
| 02-05-1769 | getuige kerkelijk huwelijk Petrus Binnemans en Anna Elisabetha Hollants (±1735-1823) [zie 80,IV] | [broer bruid] | [bron: Veerle Huw. rk 2 mei 1769 bl. 19 scan 10] |
![]() |
73 Michiels Anna Catharina, 75 jaar, spinnerse, overleden op 21 april 1822 in Veerle, weduwe van Joannes Ludovicus Hollants - Veerle Overlijdensakten 122 akte 10 scan 361 |
| 17-01-1820 | Eerste Sectie, Veerle (België) | [bron: Veerle Overlijdensakten 1820 akte 5 blad 18] | ||
| 29-08-1821 | Veerle (België) | [bron: Deurne (-bij-Diest) Huw. akte nr 2 29 aug. 1821] |
| 28-01-1819 | Spinster (Fileuse) | [bron: Deurne (bij-Diest) Huw. akte 1819 nr 1] | ||
| 17-01-1820 | Handwerkster (Staat in de overlijdensakte van haar man geschreven) | [bron: Veerle Overlijdensakten 1820 akte 5 blad 18] | ||
| 29-08-1821 | Spinster | [bron: Deurne (-bij-Diest) Huw. akte nr 2 29 aug. 1821] |
| 16-10-1817 | getuige doop Charles Hollants (1817-1898) [zie 10] | [grootmoeder vaderszijde] | [bron: Veerle rk Dopen 1758-1834 Family Search - Scan 360] |
![]() |
74 Hollants Anna Maria, gedoopt op 24 juli 1774, dochter van Joannes Ludovicus Hollants en Catharina Michiels uit Vorst - Veerle, dopen 1762-1804, f. 41 scan 23 |
| 19-06-1846 | Veerle | [bron: Veerle BS Akten 1844-1852 Akte 54 Scan 97] |
| 10-10-1816 | Handwerkster | [bron: BS Veerle Huw. akte 1816 nr10 scan 222] | ||
| 19-06-1846 | Handwerkster | [bron: Veerle BS Akten 1844-1852 Akte 54 Scan 97] |
| 19-06-1846 | Veerle | [bron: Veerle BS Akten 1844-1852 Akte 54 Scan 97] |
| 10-10-1816 | Timmerman | [bron: BS Veerle Huw. akte 1816 nr10 scan 222] | ||
| 19-06-1846 | Timmerman | [bron: Veerle BS Akten 1844-1852 Akte 54 Scan 97] |
| 20-06-1846 | getuige overlijdensaangifte Anna Maria Hollants (1774-1846) [zie 40,I] | [echtgenoot] | [bron: Veerle BS Akten 1844-1852 Akte 54 Scan 97] |
![]() |
75 Hollants Josephus, gedoopt op 3 juni 1778 in Veerle, zn van Ludovicus Hollants en Anna Catharina Machiels uit Vorst - Veerle Doop 0001 127 00002 000 0 0009 1 - 1779-1792 bl. 7 scan 3 |
| 28-01-1819 | Dagloner (Journalier) | [bron: Deurne (bij-Diest) Huw. akte 1819 nr 1] |
![]() |
76 Hollants Maria Elisabeth, mutswerkster, 33 jr, trouwt met J.B. Michiels in Veerle op 18 oktober 1816, dochter van Joannes Lud. Hollants en Anna Catharina Michiels - BS Veerle Huw. akte 11 scan 223 |
| 07-11-1844 | Veerle | [bron: Veerle BS Akten 1844-1852 Akte 77 Scan 38] |
| 18-10-1816 | Mutswerkster | [bron: BS Veerle Huw. 1816 akte 11 scan 223] | ||
| 07-11-1844 | Dagwerkster | [bron: Veerle BS Akten 1844-1852 Akte 77 Scan 38] |
| 07-11-1844 | Veerle | [bron: Veerle BS Akten 1844-1852 Akte 77 Scan 38] |
| 18-10-1816 | Landwerker | [bron: BS Veerle Huw. 1816 akte 11 scan 223] | ||
| 07-11-1844 | Dagloner | [bron: Veerle BS Akten 1844-1852 Akte 77 Scan 38] |
| 24-12-1819 | getuige doop Rose Hollants (1819-1836) [zie 20,II] | [aangetrouwde oom vaderszijde] | [bron: Veerle rk Dopen 1758-1834 Family Search - Scan 369] | |||
| 07-11-1844 | getuige overlijdensaangifte Maria Elisabeth Hollants (1783-1844) [zie 40,V] | [echtgenoot] | [bron: Veerle BS Akten 1844-1852 Akte 77 Scan 38] |
![]() |
77 Hollandts Petrus, gedoopt op 3 mei 1789 in Veerle, zn van Ludovicus Hollants en Catharina Michiels uit Vorst - Veerle Doop 0001 127 00002 000 0 0009 - 1779-1792 bl. 128 scan 66 |
| 29-08-1821 | Deurne | [bron: Deurne (-bij-Diest) Huw. akte nr 2 29 aug. 1821] |
| 29-08-1821 | Dakwerker | [bron: Deurne (-bij-Diest) Huw. akte nr 2 29 aug. 1821] |
| 29-08-1821 | Deurne | [bron: Deurne (-bij-Diest) Huw. akte nr 2 29 aug. 1821] |
| 29-08-1821 | Handwerkster | [bron: Deurne (-bij-Diest) Huw. akte nr 2 29 aug. 1821] |
| 11-10-1817 | Muzikant | [bron: BS Veerle Huw. 1817 akte 5 scan 230-231] |
| 16-10-1817 | getuige doop Charles Hollants (1817-1898) [zie 10] | [grootvader moederszijde] | [bron: Veerle rk Dopen 1758-1834 Family Search - Scan 360] |
![]() |
78 Leeuwen Jan van, trouwt met Anneke Wagemakers op 12 september 1756 in Loon op Zand |
| 14-01-1753 | getuige huwelijk [waarschijnlijk] Maarte Snoere (1721-vóór 1785) en Jenneke van Leuwe (1731-1785) [zie 104,II] | [broer bruid] | ||||
| 29-03-1754 | getuige doop Digna van Leeuwen (1754-1819) | [oom vaderszijde] | ||||
| 13-01-1757 | getuige doop [waarschijnlijk] Digna Snoere (geb. 1757) | [oom moederszijde] | ||||
| 01-04-1776 | getuige doop Gualterus Wagemaekers (geb. 1776) | [aangetrouwde oom vaderszijde] |
![]() |
79 Wagemakers Anna, RK gedoopt op 11 maart 1737 in Loon op Zand |
![]() |
80 Lier Godefridus van, en Elisabetha Schalcke trouwen voor de RK kerk in Loon op Zand op 29 mei 1785 |
| 21-04-1778 | Arie van Lier en Leendert Oerlemans als voogden van de minderjarige kinderen van wijlen Jan Goyartse van Lier. Op 20 april 1778 is de staat en inventaris opgemaakt. O.a. een half huis met een hond weiland eromheen, gelegen in ’t Moer, oost Leendert Oerlemans, ook daar een zaailand van 4 honden en een weiland van 2 hond, en 2 heibodems, waarvan de grootte niet bekend is. De inboedel is beschreven, o.a. een eiken bed met 2 dekens, 4 paar slaaplakens, een linde bed, 2 linden sakken, een kast, een kist, een toog, een ijzeren pot, een moespot, 2 koperen handketels, een koperen seijgschotel (?), een emmer, 3 tinnen schotels, ..., een waskuip, een spinnenwiel. Meerderjarige zoon Goyert van Lier bevestigt de inventaris als oprecht gemaakt. Toelichting: ------------- Leendert Oerlemans is de broer van hun moeder Jenneke Oerlemans, dus hun oom. Arie van Lier is de broer van hun overleden vader Jan Goyerts van Lier, dus ook hun oom. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Voogdijrekeningen 1751-1796 inv 2865] |
| getuige huwelijk Dirk Croot en Wilhelma van Lier (1753-1791) [zie 108,II] | [broer bruid] | |||||
| 17-01-1772 | getuige doop Joanna Leendert Oerlemans (geb. 1772) | [neef vaderszijde] | [bron: Loon op Zand - Inv. 8 Doop-en trouwboek 1760-1795 - blad 66] | |||
| 28-04-1782 | getuige kerkelijk huwelijk Adrianus Couwenberg en Cornelia van Lier (1754-1785) [zie 108,III] | [broer bruid] | [bron: Inv.nr. 08 - Loon op Zand - doop- en trouwboek 1760-1795 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 491, Doop-, trouw- en begraafboeken Loon op Zand 1608-1810, inventarisnummer 8, aktenummer 34v] | |||
| 28-05-1784 | getuige doop Joannes Croot (geb. 1784) | [oom moederszijde] |
![]() |
81 Schalcke Elisabeth, RK gedoopt op 7 juli 1758 in Loon op Zand |
| Landbouwster |
| 16-05-1792 | getuige kerkelijk huwelijk Gerrit van Beek en Anna van Lier (1759-1803) [zie 108,V] | [schoonzuster bruid] | ||||
| 13-12-1803 | getuige doop Godefridus (Goijaart) Schalken (geb. 1803) | [tante vaderszijde] | [bron: Inv.nr. 42 - Kaatsheuvel - doopboek 1796-1810 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 491, Doop-, trouw- en begraafboeken Loon op Zand 1608-1810, inventarisnummer 42, blad 35] |
| Molenstraat, Loon op Zand | [bron: BS 1825-1839] |
| 31-01-1833 | Bouwman |
| Molenstraat, Loon op Zand | [bron: BS 1825-1839] | |||
| 31-01-1833 | Loon op Zand |
| 31-01-1833 | Landbouwster |
| 19-08-1838 | Bouwman |
| getuige overlijdensaangifte Elisabeth Schalken (1758-1838) [zie 55] | [zoon] |
| Dienstmeid |
| Schoenmaker |
| Loon op Zand | [bron: BS 1810] |
| getuige overlijdensaangifte Maria van Lier (1796-1857) [zie 54,VII] | [echtgenoot] |
![]() |
82 Ouden Gerardus den, RK gedoopt in Loon op Zand op 1 juni 1767 |
| 18-04-1813 | Landbouwer |
| 1839 | Paalstraat, De Moer | [bron: BR Loon op Zand 1825-1839] |
| 03-06-1869 | Schoenmaker |
| 03-06-1869 | getuige huwelijk Gerrit van Rijswijk (1839-1907) en Adriana Kemmeren (1841-1916) [zie 15] | [oom moederszijde bruidegom] | [bron: Huwelijksregister 1869, archiefnummer 911, aktenummer 28] |
| 1839 | Paalstraat, De Moer | [bron: BR Loon op Zand 1825-1839] |
![]() |
83 Kemmeren Mathijs, en Adriana van Gorcum trouwen op zondag 11 mei 1794 RK in Loon op Zand |
| van 1825 tot 1839 | 1e, 2e Straatje, Berndijk, Loon op Zand | [bron: BR 1825-1839 Loon op Zand] | ||
| 30-04-1829 | Loon op Zand |
| 30-04-1829 | Bouwman |
![]() |
84 Gorcom Adriana van, RK gedoopt op 15 juli 1771 in Loon op Zand |
| van 1825 tot 1839 | 1e, 2e Straatje, Berndijk, Loon op Zand | [bron: BR 1825-1839 Loon op Zand] | ||
| 30-04-1829 | Loon op Zand | |||
| 1839 | 2e Straatje, Loon op Zand (Adriana woont samen met haar zoon Goyert en schoondochter Hendrina) |
| 19-05-1825 | Loon op Zand |
| 19-05-1825 | Spinster |
| 19-05-1825 | Loon op Zand |
| 19-05-1825 | Koopman |
| 25-05-1827 | Loon op Zand |
| 25-05-1827 | Bouwman |
| 25-05-1827 | Loon op Zand |
| 27-06-1833 | Loon op Zand |
| 27-06-1833 | Loon op Zand |
| 27-06-1833 | Schoenmaker |
![]() |
85 Gorcum Adriana van, zoon Godefridus en schoondochter Hendrina in t 2e Straatje in BR Loon op Zand 1839 |
| 1825 | Loon op Zand | [bron: BR 1825-1839 Loon op Zand] | ||
| 1839 | 2e Straatje, Loon op Zand | |||
| 23-03-1841 | Weert |
| 28-10-1839 | Schoenmaker | [bron: Burgerlijke Stand in Limburg: Weert, 1796-1942] |
| 1839 | 2e Straatje, Loon op Zand | |||
| 23-03-1841 | Weert |
![]() |
86 Brok Jan, en Antonia Koense gaan in ondertrouw in Drunen op zaterdag 19 april 1800 - Merkteken en handtekening |
| 04-05-1800 | Drunen (Ze trouwen in het raadhuis van Drunen) | [bron: Drunen Trouwen (Schepenbank) 1797-1810] | ||
| 30-04-1829 | Drunen | |||
| 20-02-1844 | Drunen |
| 30-04-1829 | Bouwman |
| 04-05-1800 | Drunen | [bron: Drunen Trouwen (Schepenbank) 1797-1810] | ||
| 20-02-1844 | Drunen |
| 21-09-1834 | Bouwman |
| 21-09-1834 | getuige huwelijk Martien Brok (1810-1868) en Antonia van de Wiel (1809-1880) [zie 62,V] | [broer bruidegom] |
| 21-09-1834 | Bouwman |
![]() |
87 Brokke Antonie, handtekening bij aangifte van overlijden van zijn vader op 20 februari 1844 in Drunen |
| 20-02-1844 | Drunen | |||
| 31-12-1861 | Drunen | [bron: BR Drunen 1861-1869] | ||
| 11-12-1869 | Drunen | |||
| 16-04-1880 | Drunen | |||
| 11-03-1890 | Drunen |
| 20-02-1844 | Arbeider | |||
| 25-04-1855 | Wegwachter | |||
| 31-12-1861 | Wegwachter | |||
| 11-12-1869 | Arbeider | [bron: BR Drunen 1870-1879] | ||
| 16-04-1880 | Arbeider | [bron: BR Drunen 1880-1890] | ||
| 11-03-1890 | Arbeider | [bron: BR Drunen 1890-1910] |
| getuige overlijdensaangifte Antonia Koensen (1774-1855) [zie 63] | [zoon] | |||||
| getuige overlijdensaangifte Antonie Brok (1816-1896) [zie 62,VII] |
| 31-12-1861 | Drunen | [bron: BR Drunen 1861-1869] | ||
| 11-12-1869 | Drunen | |||
| 16-04-1880 | Drunen | |||
| 11-03-1890 | Drunen |
| 31-12-1861 | Wegwachter |
![]() |
88 Steenberge Jacobus, rk gedoopt op 9 september 1712 in Loon op Zand als zoon van Gerardus Steenberge en Catharina van Selst - Loon op Zand Inv. 6 blad 9 |
![]() |
89 Hollans Joannes, trouwt voor de rk kerk op 15 juli 1732 in Zammel bij Geel met Anna Dens - Getuigen Adrianus Dens en Andrea Peeters - Huwelijken rk Zammel 1730-1797 blad 2 scan 2 |
| 1754 | Veerle (In de volkstelling van 1754/1755 staat 2 keer een Jan Baptist Hollants. De 1e is labeurman/huerelinck met vrouw en met een dochter van 24 en zoon van 16. Geen namen genoemd De 2e is labeurman met vrouw en dochter van 20, zoon van 16, dochter van 14 en dochter van 10. Geen namen genoemd. Bij de 1e is er geen dochter van 24, de zoon van 16 zou Joannes Ludovicus kunnen zijn. Alle andere kinderen ontbreken. Bij de 2e mis ik de oudste Joannes en Hendericus. De dochter van 20 zou Dympna kunnen zijn. Maria Elisabeth zou 18 of 19 zijn, dus 1 van de 2 ontbreekt, maar kan of overleden zijn of uit huis zijn. De zoon van 16 zou Joannes Ludovicus kunnen zijn De dochter van 14 zou Anna Catharina kunnen zijn, hoewel die dan 12 of 13 is. De dochter van 10 zou Anna Lijsbeth kunnen zijn, hoewel die dan 8 of 9 is. Joannes Baptista ontbreekt. De grootste kans is de 2e genoemde, maar veel zekerheid geeft dit niet. In de rescriptie is de 1e gekoppeld aan Catharina Verluyten, en de 2e aan Anna Dens. Hierin zijn verwijzingen naar het boek van de kapelaan gezet naar deze personen. In het boek van de kapelaan komen naast deze 2 ook een Joannes Hollants, getrouwd met Gertrudis Verluyten voor met 8 kinderen, waarbij de beschrijving ook niet aansluit, en een Joannes Hollants, getrouwd met Anna Verbraecken, waarbij het ook niet aansluit. Alles bij elkaar geen verhelderende volkstelling.) |
[bron: Volkstelling Veerle 1754 rescriptie Frans van Thienen 2002, ook op basis van De Families van Veerle, van J.L. Machielsen kapelaan in Veerle, 1969] |
| 17-02-1733 | Samenvatting: Hermanus Dens voor de helft en Gorris, Joannes en Adriaen Dens, Joannes Hollants als man van Anne Dens. Henric Lemmens, geassisteert met Jan Baptist Janssens, en Henrick Celen als voogden van Dimpna en Martinus Dens, weeskinderen van Marinus Dens en Dimpna Gebruers verkopen aan Peeter Lemmens: - een stuk land, 75 roeden, aan de Vlethlasch - een sille land in de Houtstraete - een sille land het Cleijn Veldeke - 75 roeden bempt, gelegen in de Tonne Broecken achter Malois ---------------------------------------------------------------------------------------------- Ik dacht bij deze akte eerst aan een scheiding en deling tussen kinderen van Herman en Herman zelf. Dat bleek niet te kloppen: Herman komt maar 1 x voor, en dan zou er nog een 2e moeten zijn buiten deHerman die met Margareta Lanen getrouwd is. Die 2e was niet te vinden. Bovendien bleek na verder uitzoeken van Gorris, Adriaen en Joannes en Anna dat Marinus een generatie ouder moest zijn. Wat wel lijkt te kloppen: de 2 broers Herman en Marinus verkopen land. Aangezien Marinus overleden is, zijn zijn kinderen bij de verkoop aanwezig. Hoe de 2 broers "eigenaar" zijn geworden, zou een akte na het overlijden van vader Marinus uit kunnen wijzen. ------------- Bij de vraag of dit de kinderen van Herman Dens, getrouwd met Margareta Lanen konden zijn, viel op dat er geen zoon Amand voorkomt in deze akte, terwijl die in een akte van 1741, Amand Dens, in procuratie van zijn moeder Marg. Laenen, huys, stal e.d. verhuurt. Waarschijnlijk horen deze kinderen daar niet bij en gaat het om 2 verschillende gezinnen. ---------------------------------------------------------------------------------------------- Transcryptie: p. 218: --------- 17 febr. 1733 Acte 6 Conditien ende voorwaerden op de welcke Hermanus Dens voor de propreeteijt in de hellicht (=helft) vanr de naartenoemen goederen voor sijnen persoon. Item Gorris Dens ende Adriaen Dens voor hun selven, met Joannes Hollants als man ende momboir van Anna Dens, Henric Lemmens in qualiteijt als medemomboir. p. 219 ------- Conditien ende voorwaerden op de welcke Hermanus Dens voor de propreeteijt in de hellicht (=helft) van de naartenoemen goederen voor sijnen persoon. Item Gorris Dens ende Joannes Dens ende Adriaen Dens voor hun selven, met Joannes Hollants als man ende momboir van Anna Dens, Henric Lemmens in qualiteijt als medemomboir, geassisteert met Joannes Baptist Janssens, ende Henrick Celen over de minderjarige kinderen Dimpna Dens ende Martinus Dens, weesen naergelaten kinderen van Marinus Dens ende Dimpna Gebruers voor de andere hellicht. Sullen vercoopen door mij, ondergeschreven, openbaer notaris bij Sijne Majesteijts Souvereijns Raede van Brabant, geadmitteert binnen dese vrijheijt Gheel residerende ende in de presentie van die getuijgen naergenoempt. In den Eersten: zeker parceel lants, gelegen op den Vlethlasch (?), groot de 75 roeden, onbegrepen der mate soo het vercooperen toe compt renende oist t gasthuijs huijs alhier, de erfgenaemen de Heer Blereau p. 220 ------- west in Franciscus Peeters ..........<puntjes in akte>, noordt des selven en de kinderen van de Heere Blereau ende Peeter van Partijen Item een sille lants, gelegen en in de Houtstraete alhier, leen roerigh, ende mate onbegrepen der maete, renende oist de Heer Franciscus de Henckxtenen, suyt de Heer van Rautlegem ofte de Heer van Overbeeck, west Joannes Cools ende Joannes Bertels, noordt den heere straete. Item een sille lants der maete onbegepen, gelegen ende alhier in de binne blo..., genoempt het Cleijn Veldeke, ter pelusie (?) van Hermanus Dens, oist de kercke van Sinte Dychna (?), suyt Amant Mertens Janssen, west Henric Verboven, noordt Adriaen Molenberchs erfgenaemen. Item omtrent de 75 roeden bempt (Beemd?) , onbegrepen de maten, gelegen in de Tonne Broecken achter Malois alhier, langst den westen cant, breeder gespecificeert voor den notaris Paerellen (?), renende oist de weduwe Lambertus Kerckhoffs, suyt Henric Huygens, west Adriaen Belmans, noordt de heijde. Guaranderende die voorschreven vercooperen, die voorschreven erven voor los ende vrij sake beden, cheijns ende dorpslast en den chijns ingerasten (?), behoudelijck op den bempt in de Tonnen Broecken den lasten van twee guldens H. Geest acht ende een Looyen ende Chijns op dese percelen bempt. In den eersten sal men die voorschreven panden vercoopen in swaren wissel gelden den schellinck tot sesse stuivers, den jattacon (?) tot twee guldens acht stuivers ende de andere specien naeradvenant. Item is conditie dat coopers ende de vercoopers halft ende halft sullen betaelen t sij Lijstcoop, schrijfgelt, keirsbrandinge ende goedenisse, alles naer rato van de cooppenningen. Item sullen coopers promptelijcke ten daegen der goedenisse moeten voldoen hunne coopsommen op prompte, parate ende ..... executie, tot welcken eijnde men dese voorwaerde oft instrumenten hier uyt sal moghen doen ende laeten, verclaeren executabel voor wethouderen alhier, t sij hier toe geciteert ofte met pag. 221: ---------- t enen sal idereen c.... .dde den hantslagh sal comen te olteneren (?) voor alle andere helb(?) ende sijn voor hooghen omsijns coopt te vesten om een iegelijck den geclieve ende daer naer te moghen hooghen. Item ingevallen den notaris int op ofte afroepen si,, quaemen te abuseren, sal het selve abues door hem worden gecedresceert sonder tegen seggen van iemant. Mits vercoopers sullen betaelen de lasten ende chijnsen, toelet (?) ende de dorpslasten tot Sinte Jan (=24 juni) naestcomende 1733 te verschijnen, ende de chijnsen te Drie Koningen 1734 te verschijnen ende het lant aenveerden halft ..st eerstcomende ende den bempt ten daeghen den goedernisse. Op de vorenstaende conditie heeft den hantslagh Peeter Lemmens voor de some hondert ende eenen gulden opt de selve lants in de Houtstraete onbegrepen der maete oftelt vijf hooghen ter presentie van Amandis Dausy en J.B. Janssens getuyghen. Dit + is t hantmeck van Peeter Lemmens, verclaerende niet ander te connen schrijven. Amandus Dausy (handtekening) J.B. Janssens (handtekening) Quad attestor J.B. Van Gestel Notaris achtervolgens de voorschreven conditie is de keerse ontsteken op de sille in de Hensstraet, ende met sllen dr selve gelleven aen Peeter Lemmens voor de somme hondert eens gulden en vijfich oeghen(?) ter presentie van Jan Verboven ende Jan Joris, getuyghen. Dit + is t hantwerck van Peeter Lemmens, verclarende niet anders te connen schrijven Jan Verboven (handtekening) Jan Joris (handtekening) Quad Attestor JBVan Gestel Notaris |
[bron: Geel Not. Van Gestel 1730-1788 Akte 6 van 1733 sc 218 t/m 221 Fam.Search] | ||
| 17-02-1733 | Samenvatting: Hermanus Dens voor de helft en Gorris, Joannes en Adriaen Dens, Joannes Hollants als man van Anne Dens. Henric Lemmens, geassisteert met Jan Baptist Janssens, en Henrick Celen als voogden van Dimpna en Martinus Dens, weeskinderen van Marinus Dens en Dimpna Gebruers verkopen: - een stuk land, 75 roeden, aan de Vlethlasch - een sille land in de Houtstraete - een sille land het Cleijn Veldeke - 75 roeden bempt, gelegen in de Tonne Broecken achter Malois ---------------------------------------------------------------------------------------------- Valt me op dat zoon Amand niet voorkomt in deze akte, terwijl die in een akte van 1741, Amand Dens, in procuratie van zijn moeder Marg. Laenen, juys, stal e.d. verhuurt. ---------------------------------------------------------------------------------------------- Transcryptie: p. 218: --------- 17 febr. 1733 Acte 6 Conditien ende voorwaerden op de welcke Hermanus Dens voor de propreeteijt in de hellicht (=helft) vanr de naartenoemen goederen voor sijnen persoon. Item Gorris Dens ende Adriaen Dens voor hun selven, met Joannes Hollants als man ende momboir van Anna Dens, Henric Lemmens in qualiteijt als medemomboir. p. 219 ------- Conditien ende voorwaerden op de welcke Hermanus Dens voor de propreeteijt in de hellicht (=helft) van de naartenoemen goederen voor sijnen persoon. Item Gorris Dens ende Joannes Dens ende Adriaen Dens voor hun selven, met Joannes Hollants als man ende momboir van Anna Dens, Henric Lemmens in qualiteijt als medemomboir, geassisteert met Joannes Baptist Janssens, ende Henrick Celen over de minderjarige kinderen Dimpna Dens ende Martinus Dens, weesen naergelaten kinderen van Marinus Dens ende Dimpna Gebruers voor de andere hellicht. Sullen vercoopen door mij, ondergeschreven, openbaer notaris bij Sijne Majesteijts Souvereijns Raede van Brabant, geadmitteert binnen dese vrijheijt Gheel residerende ende in de presentie van die getuijgen naergenoempt. In den Eersten: zeker parceel lants, gelegen op den Vlethlasch (?), groot de 75 roeden, onbegrepen der mate soo het vercooperen toe compt renende oist t gasthuijs huijs alhier, de erfgenaemen de Heer Blereau p. 220 ------- west in Franciscus Peeters ..........<puntjes in akte>, noordt des selven en de kinderen van de Heere Blereau ende Peeter van Partijen Item een sille lants, gelegen en in de Houtstraete alhier, leen roerigh, ende mate onbegrepen der maete, renende oist de Heer Franciscus de Henckxtenen, suyt de Heer van Rautlegem ofte de Heer van Overbeeck, west Joannes Cools ende Joannes Bertels, noordt den heere straete. Item een sille lants der maete onbegepen, gelegen ende alhier in de binne blo..., genoempt het Cleijn Veldeke, ter pelusie (?) van Hermanus Dens, oist de kercke van Sinte Dychna (?), suyt Amant Mertens Janssen, west Henric Verboven, noordt Adriaen Molenberchs erfgenaemen. Item omtrent de 75 roeden bempt (Beemd?) , onbegrepen de maten, gelegen in de Tonne Broecken achter Malois alhier, langst den westen cant, breeder gespecificeert voor den notaris Paerellen (?), renende oist de weduwe Lambertus Kerckhoffs, suyt Henric Huygens, west Adriaen Belmans, noordt de heijde. Guaranderende die voorschreven vercooperen, die voorschreven erven voor los ende vrij sake beden, cheijns ende dorpslast en den chijns ingerasten (?), behoudelijck op den bempt in de Tonnen Broecken den lasten van twee guldens H. Geest acht ende een Looyen ende Chijns op dese percelen bempt. In den eersten sal men die voorschreven panden vercoopen in swaren wissel gelden den schellinck tot sesse stuivers, den jattacon (?) tot twee guldens acht stuivers ende de andere specien naeradvenant. Item is conditie dat coopers ende de vercoopers halft ende halft sullen betaelen t sij Lijstcoop, schrijfgelt, keirsbrandinge ende goedenisse, alles naer rato van de cooppenningen. Item sullen coopers promptelijcke ten daegen der goedenisse moeten voldoen hunne coopsommen op prompte, parate ende ..... executie, tot welcken eijnde men dese voorwaerde oft instrumenten hier uyt sal moghen doen ende laeten, verclaeren executabel voor wethouderen alhier, t sij hier toe geciteert ofte met pag. 221: ---------- t enen sal idereen c.... .dde den hantslagh sal comen te olteneren (?) voor alle andere helb(?) ende sijn voor hooghen omsijns coopt te vesten om een iegelijck den geclieve ende daer naer te moghen hooghen. Item ingevallen den notaris int op ofte afroepen si,, quaemen te abuseren, sal het selve abues door hem worden gecedresceert sonder tegen seggen van iemant. Mits vercoopers sullen betaelen de lasten ende chijnsen, toelet () ende de dorpslasten tot Sinte Jan (=24 juni) naestcomende 1733 te verschijnen, ende de chijnsen te Drie Koningen 1734 te verschijnen ende het lant aenveerden halft ..st eerstcomende ende den bempt ten daeghen den goedernisse. Op de vorenstaende conditie heeft den hantslagh Peeter Lemmens voor de some hondert ende eenen gulden opt de selve lants in de Houtstraete onbegrepen der maete oftelt vijf hooghen ter presentie van Amandis Dausy en J.B. Janssens getuyghen. Dit + is t hantmeck van Peeter Lemmens, verclaerende niet ander te connen schrijven. Amandus Dausy (handtekening) J.B. Janssens (handtekening) Quad attestor J.B. Van Gestel Notaris achtervolgens de voorschreven conditie is de keerse ontsteken op de sille in de Hensstraet, ende met sllen dr selve gelleven aen Peeter Lemmens voor de somme hondert eens gulden en vijfich oeghen(?) ter presentie van Jan Verboven ende Jan Joris, getuyghen. Dit + is t hantwerck van Peeter Lemmens, verclarende niet anders te connen schrijven Jan Verboven (handtekening) Jan Joris (handtekening) Quad Attestor JBVan Gestel Notaris |
[bron: Geel Not. Van Gestel 1730-1788 Akte 6 van 1733 sc 218 t/m 221 Fam.Search] |
![]() |
90 Dens Anna, rk gedoopt op 15 juni 1704 in Sammele-Oosterlo, dochter van Marinus Dens en Dimpna Gebruers - Zammel-Oosterlo rk Dopen 1700-1729 bl 9v sc. 11 Rijksarch. |
| 1754 | Veerle (In de volkstelling van 1754/1755 staat 2 keer een Jan Baptist Hollants. De 1e is labeurman/huerelinck met vrouw en met een dochter van 24 en zoon van 16. Geen namen genoemd De 2e is labeurman met vrouw en dochter van 20, zoon van 16, dochter van 14 en dochter van 10. Geen namen genoemd. Bij de 1e is er geen dochter van 24, de zoon van 16 zou Joannes Ludovicus kunnen zijn. Alle andere kinderen ontbreken. Bij de 2e mis ik de oudste Joannes en Hendericus. De dochter van 20 zou Dympna kunnen zijn. Maria Elisabeth zou 18 of 19 zijn, dus 1 van de 2 ontbreekt, maar kan of overleden zijn of uit huis zijn. De zoon van 16 zou Joannes Ludovicus kunnen zijn De dochter van 14 zou Anna Catharina kunnen zijn, hoewel die dan 12 of 13 is. De dochter van 10 zou Anna Lijsbeth kunnen zijn, hoewel die dan 8 of 9 is. Joannes Baptista ontbreekt. De grootste kans is de 2e genoemde, maar veel zekerheid geeft dit niet. In de rescriptie is de 1e gekoppeld aan Catharina Verluyten, en de 2e aan Anna Dens. Hierin zijn verwijzingen naar het boek van de kapelaan gezet naar deze personen. In het boek van de kapelaan komen naast deze 2 ook een Joannes Hollants, getrouwd met Gertrudis Verluyten voor met 8 kinderen, waarbij de beschrijving ook niet aansluit, en een Joannes Hollants, getrouwd met Anna Verbraecken, waarbij het ook niet aansluit. Alles bij elkaar geen verhelderende volkstelling.) |
[bron: Volkstelling Veerle 1754 rescriptie Frans van Thienen 2002, ook op basis van De Families van Veerle, van J.L. Machielsen kapelaan in Veerle, 1969] |
| 17-02-1733 | Samenvatting: Hermanus Dens voor de helft en Gorris, Joannes en Adriaen Dens, Joannes Hollants als man van Anne Dens. Henric Lemmens, geassisteert met Jan Baptist Janssens, en Henrick Celen als voogden van Dimpna en Martinus Dens, weeskinderen van Marinus Dens en Dimpna Gebruers verkopen aan Peeter Lemmens: - een stuk land, 75 roeden, aan de Vlethlasch - een sille land in de Houtstraete - een sille land het Cleijn Veldeke - 75 roeden bempt, gelegen in de Tonne Broecken achter Malois ---------------------------------------------------------------------------------------------- Ik dacht bij deze akte eerst aan een scheiding en deling tussen kinderen van Herman en Herman zelf. Dat bleek niet te kloppen: Herman komt maar 1 x voor, en dan zou er nog een 2e moeten zijn buiten deHerman die met Margareta Lanen getrouwd is. Die 2e was niet te vinden. Bovendien bleek na verder uitzoeken van Gorris, Adriaen en Joannes en Anna dat Marinus een generatie ouder moest zijn. Wat wel lijkt te kloppen: de 2 broers Herman en Marinus verkopen land. Aangezien Marinus overleden is, zijn zijn kinderen bij de verkoop aanwezig. Hoe de 2 broers "eigenaar" zijn geworden, zou een akte na het overlijden van vader Marinus uit kunnen wijzen. ------------- Bij de vraag of dit de kinderen van Herman Dens, getrouwd met Margareta Lanen konden zijn, viel op dat er geen zoon Amand voorkomt in deze akte, terwijl die in een akte van 1741, Amand Dens, in procuratie van zijn moeder Marg. Laenen, huys, stal e.d. verhuurt. Waarschijnlijk horen deze kinderen daar niet bij en gaat het om 2 verschillende gezinnen. ---------------------------------------------------------------------------------------------- Transcryptie: p. 218: --------- 17 febr. 1733 Acte 6 Conditien ende voorwaerden op de welcke Hermanus Dens voor de propreeteijt in de hellicht (=helft) vanr de naartenoemen goederen voor sijnen persoon. Item Gorris Dens ende Adriaen Dens voor hun selven, met Joannes Hollants als man ende momboir van Anna Dens, Henric Lemmens in qualiteijt als medemomboir. p. 219 ------- Conditien ende voorwaerden op de welcke Hermanus Dens voor de propreeteijt in de hellicht (=helft) van de naartenoemen goederen voor sijnen persoon. Item Gorris Dens ende Joannes Dens ende Adriaen Dens voor hun selven, met Joannes Hollants als man ende momboir van Anna Dens, Henric Lemmens in qualiteijt als medemomboir, geassisteert met Joannes Baptist Janssens, ende Henrick Celen over de minderjarige kinderen Dimpna Dens ende Martinus Dens, weesen naergelaten kinderen van Marinus Dens ende Dimpna Gebruers voor de andere hellicht. Sullen vercoopen door mij, ondergeschreven, openbaer notaris bij Sijne Majesteijts Souvereijns Raede van Brabant, geadmitteert binnen dese vrijheijt Gheel residerende ende in de presentie van die getuijgen naergenoempt. In den Eersten: zeker parceel lants, gelegen op den Vlethlasch (?), groot de 75 roeden, onbegrepen der mate soo het vercooperen toe compt renende oist t gasthuijs huijs alhier, de erfgenaemen de Heer Blereau p. 220 ------- west in Franciscus Peeters ..........<puntjes in akte>, noordt des selven en de kinderen van de Heere Blereau ende Peeter van Partijen Item een sille lants, gelegen en in de Houtstraete alhier, leen roerigh, ende mate onbegrepen der maete, renende oist de Heer Franciscus de Henckxtenen, suyt de Heer van Rautlegem ofte de Heer van Overbeeck, west Joannes Cools ende Joannes Bertels, noordt den heere straete. Item een sille lants der maete onbegepen, gelegen ende alhier in de binne blo..., genoempt het Cleijn Veldeke, ter pelusie (?) van Hermanus Dens, oist de kercke van Sinte Dychna (?), suyt Amant Mertens Janssen, west Henric Verboven, noordt Adriaen Molenberchs erfgenaemen. Item omtrent de 75 roeden bempt (Beemd?) , onbegrepen de maten, gelegen in de Tonne Broecken achter Malois alhier, langst den westen cant, breeder gespecificeert voor den notaris Paerellen (?), renende oist de weduwe Lambertus Kerckhoffs, suyt Henric Huygens, west Adriaen Belmans, noordt de heijde. Guaranderende die voorschreven vercooperen, die voorschreven erven voor los ende vrij sake beden, cheijns ende dorpslast en den chijns ingerasten (?), behoudelijck op den bempt in de Tonnen Broecken den lasten van twee guldens H. Geest acht ende een Looyen ende Chijns op dese percelen bempt. In den eersten sal men die voorschreven panden vercoopen in swaren wissel gelden den schellinck tot sesse stuivers, den jattacon (?) tot twee guldens acht stuivers ende de andere specien naeradvenant. Item is conditie dat coopers ende de vercoopers halft ende halft sullen betaelen t sij Lijstcoop, schrijfgelt, keirsbrandinge ende goedenisse, alles naer rato van de cooppenningen. Item sullen coopers promptelijcke ten daegen der goedenisse moeten voldoen hunne coopsommen op prompte, parate ende ..... executie, tot welcken eijnde men dese voorwaerde oft instrumenten hier uyt sal moghen doen ende laeten, verclaeren executabel voor wethouderen alhier, t sij hier toe geciteert ofte met pag. 221: ---------- t enen sal idereen c.... .dde den hantslagh sal comen te olteneren (?) voor alle andere helb(?) ende sijn voor hooghen omsijns coopt te vesten om een iegelijck den geclieve ende daer naer te moghen hooghen. Item ingevallen den notaris int op ofte afroepen si,, quaemen te abuseren, sal het selve abues door hem worden gecedresceert sonder tegen seggen van iemant. Mits vercoopers sullen betaelen de lasten ende chijnsen, toelet (?) ende de dorpslasten tot Sinte Jan (=24 juni) naestcomende 1733 te verschijnen, ende de chijnsen te Drie Koningen 1734 te verschijnen ende het lant aenveerden halft ..st eerstcomende ende den bempt ten daeghen den goedernisse. Op de vorenstaende conditie heeft den hantslagh Peeter Lemmens voor de some hondert ende eenen gulden opt de selve lants in de Houtstraete onbegrepen der maete oftelt vijf hooghen ter presentie van Amandis Dausy en J.B. Janssens getuyghen. Dit + is t hantmeck van Peeter Lemmens, verclaerende niet ander te connen schrijven. Amandus Dausy (handtekening) J.B. Janssens (handtekening) Quad attestor J.B. Van Gestel Notaris achtervolgens de voorschreven conditie is de keerse ontsteken op de sille in de Hensstraet, ende met sllen dr selve gelleven aen Peeter Lemmens voor de somme hondert eens gulden en vijfich oeghen(?) ter presentie van Jan Verboven ende Jan Joris, getuyghen. Dit + is t hantwerck van Peeter Lemmens, verclarende niet anders te connen schrijven Jan Verboven (handtekening) Jan Joris (handtekening) Quad Attestor JBVan Gestel Notaris |
[bron: Geel Not. Van Gestel 1730-1788 Akte 6 van 1733 sc 218 t/m 221 Fam.Search] |
![]() |
93 Hollants Dympna. rk gedoopt in Tessenderlo op 22 nov. 17 33, dochter van Joannis Hollants en Anna Dens, getuigen Joannis Bapt. Ven en Dympna Dens - Tessenderlo rk Dopen 1726-1740 Bl. 110 Scan 57 |
![]() |
95 Hollants Maria Elisabeth, rk gedoopt op 15 juni 1737 in Veerle, dochter van Joannis Hollans en Annae Dens - Veerle Dopen 1725-1758 Beknopt afschrift - Blad 66 Scan 300 Fam.Search |
| 04-08-1783 | getuige doop Maria Elisabeth Hollants (1783-1844) [zie 40,V] | [tante vaderszijde] | [bron: BS Veerle Huw. 1816 akte 11 scan 223; Veerle, dopen 1762-1804, f. 69 scan 38] |
![]() |
96 Hollants Anna Catharina, rk gedoopt op 16 juli 1742 in Veerle, dochter van Joannis Hollants en Annae Dens - Veerle Dopen 1725-1758 Beknopt afschrift - Blad 87 Scan 308 Fam.Search |
| 16-07-1642 | Veerle (België) | [bron: Veerle Dopen 1725-1758 Beknopt afschrift - Blad 87 Scan 25] | ||
| 10-08-1808 | Tweede Sectie nr. 36, Vorst | [bron: BS Vorst Akten 1808 Bl. 21v Scan 149] |
![]() |
97 Hollants Anna Lijsbeth, rk gedoopt op 4 juli 1746 in Veerle, dochter van Joannis Hollants en Annae Dens - Veerle Dopen 1725-1758 Beknopt afschrift - Blad 107 Scan 314 Fam.Search |
![]() |
98 Hollants Joannes Baptista, rk gedoopt op 23 dec. 1749 in Veerle, zoon van Joannis Hollants en Annae Deijns - Veerle Dopen 1725-1758 Beknopt afschrift - Blad 118 Scan 319 Fam.Search |
![]() |
99 Leeuwe Egidus Petri van, RK gedoopt op 1 juni 1685 in Loon op Zand |
![]() |
100 Net Joanna Petrus Jansen, RK gedoopt op 28 juni 1692 in Loon op Zand |
![]() |
101 Leeuwe Joannes van, trouwt met Cornelia Verhaegen, en zijn halfzus Joanna trouwt met Martinus Snoere op 14 januari 1753 in Loon op Zand |
| 29-03-1754 | getuige doop Digna van Leeuwen (1754-1819) | [tante vaderszijde] | ||||
| 06-05-1766 | getuige doop Anna van Leuwen (1766-1817) [zie 59] | [tante vaderszijde] | ||||
| 27-12-1777 | getuige doop Maria van Leeuwe (geb. 1777) [zie 52,X] | [tante vaderszijde] |
![]() |
102 Wagemakers Walterus, gedoopt RK op 16 oktober 1710 in Loon op Zand |
| 01-12-1737 | getuige doop Andreas Wagemakers (geb. 1737) | [aangetrouwde tante vaderszijde] | ||||
| 08-08-1771 | getuige doop Dingena van Leeuwe (1771-1820) [zie 52,VIII] | [grootmoeder moederszijde] |
| 21-11-1757 | getuige doop Catharina van Leeuwe (geb. 1757) [zie 52,II] | [oom moederszijde] | ||||
| 13-10-1758 | getuige doop Joanna van Leeuwe (geb. 1758) [zie 52,III] | [oom moederszijde] | ||||
| 06-05-1766 | getuige doop Anna van Leuwen (1766-1817) [zie 59] | [oom moederszijde] | ||||
| 15-06-1766 | getuige kerkelijk huwelijk Adrianus Wagemakers (1741-na 1810) en Joanna van Dijk (±1741-na 1810) [zie 106,III] | [broer bruidegom] | [bron: Inv.nr. 08 - Loon op Zand - doop- en trouwboek 1760-1795 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 491, Doop-, trouw- en begraafboeken Loon op Zand 1608-1810, inventarisnummer 8, aktenummer 11] | |||
| 27-12-1773 | getuige doop Catharina van Leeuwe (geb. 1773) [zie 52,IX] | [oom moederszijde] |
| 14-07-1772 | Terheijden (Bij de doop van Gertrudis is vermeld dat ze hier vandaan komt) |
| 20-01-1761 | getuige doop Digna van Leeuwen (1761-1769) [zie 52,IV] | [oom moederszijde] | ||||
| 05-08-1764 | getuige doop Walterus van Leeuwe (geb. 1764) [zie 52,V] | [oom moederszijde] | ||||
| 08-08-1771 | getuige doop Dingena van Leeuwe (1771-1820) [zie 52,VIII] | [oom moederszijde] | ||||
| 06-11-1782 | getuige doop Wouter van Leeuwen (1782-1835) [zie 26] | [oom moederszijde] |
| 27-12-1773 | getuige doop Catharina van Leeuwe (geb. 1773) [zie 52,IX] | [aangetrouwde tante moederszijde] |
| 05-08-1764 | getuige doop Walterus van Leeuwe (geb. 1764) [zie 52,V] | [tante moederszijde] |
![]() |
103 Lier Joannes Godefridus Petri van, RK gedoopt op 3 juli 1718 in Loon op Zand |
| 21-04-1778 | Arie van Lier en Leendert Oerlemans als voogden van de minderjarige kinderen van wijlen Jan Goyartse van Lier. Op 20 april 1778 is de staat en inventaris opgemaakt. O.a. een half huis met een hond weiland eromheen, gelegen in ’t Moer, oost Leendert Oerlemans, ook daar een zaailand van 4 honden en een weiland van 2 hond, en 2 heibodems, waarvan de grootte niet bekend is. De inboedel is beschreven, o.a. een eiken bed met 2 dekens, 4 paar slaaplakens, een linde bed, 2 linden sakken, een kast, een kist, een toog, een ijzeren pot, een moespot, 2 koperen handketels, een koperen seijgschotel (?), een emmer, 3 tinnen schotels, ..., een waskuip, een spinnenwiel. Meerderjarige zoon Goyert van Lier bevestigt de inventaris als oprecht gemaakt. Toelichting: ------------- Leendert Oerlemans is de broer van hun moeder Jenneke Oerlemans, dus hun oom. Arie van Lier is de broer van hun overleden vader Jan Goyerts van Lier, dus ook hun oom. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Voogdijrekeningen 1751-1796 inv 2865] |
![]() |
104 Oerlemans Joanna, rk gedoopt op 24 sept. 1721, dochter van Cornelius Leonardus Oerlemans en Wilhelma Adrianus Hamers - Loon op Zand - Inv. 6 Doop- en trouwboek 1711-1731 - blad 57 |
| 03-06-1761 | Samenvatting: ---------------- Adriaan Oerlemans, Leendert Oerlemans, Jan Goijertze van Lier, getrouwd met Jenneke Oerlemans, en Jacobus Haansbergen, getrouwd met Angeneeske Oerlemans, maken een deling en scheiding. Adriaan krijgt bedeeld: * in ’t Kraanven 3 stukken zaailand en 2 stukken weiland * in ’t Moer: 2 stukken heide Leendert krijgt: * Achter in t Loonse Moer een half huis ten oosten en erve, met zijn aanpand de Steeg ten zuiden en ten noorden’zuid de Straat, noord de Baan. * Ook daar een perceel zaai- en weiland, een perceel zaailand en heide Jan Goyertze van Lier, voor Jenneke: * een half huys en erve ten westen, de wederhelft van het half huys van Leendert * Ook daar een zaailand en een perceeltje heide Jacobus Haansbergen, voor Angeneeske: * Huys, stal en hof op t Craanven, noorden de Straat * Ook daar 3 percelen zaailand, 1 perceel weiland en hout, en 1 weiland, en 1 stuk hei * In t Moer een peceel hei. Toelichting: ------------- De ouders zijn niet met name genoemd. Het gaat om Cornelius Leenders Oerlemans en Wilhelma Adriaan Peeter van Esch. Adriaan is 45 jaar, Leendert 42, Angeneeske 39 en Jenneke 32. Ze verdelen een huis, stal en hof in het Kraanven, een huis achter in t Moer, meerder percelen zaaland, weiland en heide, gelegen in ’t Kraanven en in ’t Moer. Als aanduidingen zijn genoemd de Straat, de Baan en de Steeg. Als maat is de hond gebruikt. Die was 100 roeden, 1/6 morgen. Een Rijnlandse hond was 0,14 hectare (Wikipedia). Zo krijgt Adriaan in totaal 7 1/4 hond ofel 1 hectare, verdeeld over 7 stukjes grond. Gemiddeld is elk perceel dan 32 bij 32 meter. Als drossaard is Bernardus Oerlemans aanwezig. is hij familie? Hij stamt af van de tak uit Sprang, en is niet direct familie.Die tak komt van voor 1500 uit Loon op Zand. Mogelijk is daar nog een verbinding te vinden. Bijgevoegd is op scanpagina 131 een nota voor de akte, in totaal 5 Carolus gulden en 10 stuivers. Er staat ook dat Hendrik Priems bij Aantje Verbiessen in t Craanven woont. De relatie met de akte ontgaat me. Dat geldt ook voor scanpagina 132: dat 15 december 1755 op een maandag valt (wat trouwens klopt). Transcryptie: --------------- Van scanpagina’s 130, 133, 134 en 135: Compareerde voor ons Bernardus Oerlemans Drossaart, en Adriaan de Bruyn, Scheepen deezer Grond Heerlijkheit Venloon Adriaan Oerlemans, Leendert Oerlemans, Jan Goyertze van Lier, als in Huwelijk hebbende Jenneke Oerlemans, en Jacobus Haansbergen, als in Huwelijk hebbende Angeneeske Oerlemans, dewelke verklaarde met elkanderen te hebben aangegaan deeze nvaolgende Scheijdingen en Deelingen. Als Eerstelijk werd den voornoemden Adriaan Oerlemans aanbedeelt en zal in vollen eijgendom hebben, Een perceel zayland, groot omtrent een half hond, gelegen alhier op ’t Craanven, belent ten oosten Willemijn Borsten, west den laasten bedeelden, zuyden Jan van Duppen, en Noorden Anneke Visser. Item een perceel zayand gelegen als voor, groot omtrent een en een half hond, belent oost Adriaan Bastert, west en noorden Mijnes Dominicus, zuyden Maria Visser. Item een perceel zayland gelegen als voor groot omtrent vijf vierendeel honds, belent oost Mijnes Dominicus, west Wouter Bastert, zuyden den laasten bedeelden, en Noorden Adriaan Bastert. Item een perceel weijland met houdt, gelegen als voor groot omtrent een half hond, belent oost Adriaan Bastert, west Wouter Bastert, zuyden Adriaan Bastert, en Noorden den laasten bedeelden. Item een perceel weijland, gelgen als voor groot omtrent een hond, belent oost Cornelis Oerlemans, west Juffrouw van de Ven, zuyden Peter Kouwenberg, en Noord den laasten bedeelden. Iem een perceel heijde, gelegen int Moer, groot omtrent een hond, belent oost den laasten bedeelden, west . . . <opengelaten> zuyden Peter Kouwenberg, en Noord . . . <opengelaten> En laastelijk een perceel heijde, gelegen als voor, groot omtrent een hond, belent oost Wouter Bastert, west den laasten bedeelden, Noord de gemeijnte wijden. En is meede aanbedeelt deb tweeden comparant Leendert Oerlemans, en zal in vollen eijgendom bezitten: Een half huys ten oosten, en erve, staande ende gelgen acher in ’t Loonse Moer met zijn aanpant de Steeg gelegen ten zuyden en Noorden van t gemelde Huys, belent oost Paulus van Gorkum, west Peter Hamers, zuyden de Straat, en Noorden de Baan Item een perceel zay- en weijland groot omtrent twee en een half hond, gelegen alsvoor, belent oost het kind van Engelbert Wezenbeek, west Peter Hamers, zuyden Adriaan Hamers, en Noorden Nicolaas Hamers. Item een perceel zayland en heijde, gelegen, en groot als voor, belent oost Paulus van Gorcum, zuyden het weeskind van Engelbert Wezenbeek, west Peter Hamers, en Noorden het weestkind van Engelbert Weezenbeek. En is verders aan den derden comparant Jan Goyertze van Lier, aanbedeelt, en zal in vollen eijgendom bezitten Een half huys en erve ten westen, staande en gelegen als voorschreven staat, onder de wederhelft van ’t halve huys van Leendert Oerlemans, belent als daar bij verders staat uytgedrukt, Met een perceel weijland daar aan gelegen, groot omtrent een hondt. Item een perceel zayland. gelgen als voor groot omtent vier honten, belent oost Paulus van Gorkum, west Peter Hamers, zuyden Adriaan hamers, en Noorden denzelven. En laastelijk een perceeltie heijland, gelgen alsvoor met den tweeden bedeelten Jacobus Haansbergen, zijnde den laasten comparant, aanbedeelt en zal in vollen eijgendom hebben en bezitten Een huys, stal en hof, staande ende gelegen alhier op ’t Craanven, belent oost een waterlaat, west Ariaan Bastert, zuyden Peter Kouwenberg, en noorden de Straat Item een perceel zayland, gelegen als voor, belent oost den eeesten bedeelden, west Peter Kouwenberg zuyden Jan van Duppen en noorden Anneke Visser. Item een perceel zayland gelegen als voor groot omtrent vijf vierendeel houds, belent oost Mijnes Dominicus, west Wouter Bastert, zuyden Maria Visser, en Noord den Eersten bedeelden. Item een perceel weijland en hout, gelegen als voor, groot omtrent een half hond, belent oost Wouter Bastert, west de heijde, zuyden den eersten bedeelden, en Noorden Adriaan Bastert. Item een perceel zayland, gelgen als voor, groot een half hond, belent oost Adriaan Bastert, west en Noorden Wouter Bastert, en zuyden de Straat. Item een perceel weijland, gelgen als voor, groot omrent een hond, belent oost en zuyden Juffrouw van de Ven, west Willemijn Borsten, en Noorden Peter van der Ven. Item een perceel heijde, gelegen alhier in t Moer, groot omtrent een half hond, belent oost den eersten bedeelden, west Melis Dominicus, zuyden . . . <opengelaten>, en Noorden de gemeijnten. Item een perceel heijde gelegen als voor, groot omtrent een hond, belent oost . . . <opengelaten>, west den Eersten bedeelden, zuyden Peter Kouwenberg, en Noorden . . . . . <opengelaten>. En Laastelijk een perceel heijde, gelegen op t Craanven, groot omtrent een hond, belent oost Anneke Visser, west Cornelis Oerlemans, zuyden . . . . <opengelaten>, en Noorden Adriaan Bastert. Aldus tussen de voornoemde comparanten in voegen voorschreven gescheijden ende gedeelt, belovende elkanderen over geen anderen of nadere deelingen, moeyelijk te zullen vallen, maar ieder zijn aanbedeelde zuserlijk en vreedelijk t zullen laeten behouden en bezitten, cedeerende overzulx elk zijn regt, actie en aandeel, als een ieder van hun daar in is competeerende, belovende overzulx deeze ten allen tijden te zullen houden, en doen houden voor goed ende van waarden, onder verband als na regten. Aldus gedaan en gepasseert beinnen deeze Heerlijkheit Venloon, den derden Juny zeventien hondert Een en Sestigh. Dit + stelt Adriaan Oerlemans, verklaart niet te konnen schrijven. Dit + stelt Leendert Oerlemans, verklaart niet te konnen schrijven. Dit + stelt Jan Goyertze van Lier, verklaart niet te konnen schrijven. Jacobus Haansbergen B. Oerlemans, drossaard. Adriaan de Bruyn. mij present H. Tusselman, secretaris. Transcryptie van scan 131: -------------------------------- Drossaart 1:10:0 Scheepenen 1:10:0 Secretaris 2:10:0 <totaal> 5:10:0 Hendrik Priems woonachtig op t Craanven woont bij Aantje Verbiessen. Transcryptie van scan 132: -------------------------------- Mijn Heere volgens de tafel van de Sondagse letter blijckt claer als dat in den jaere 1755 den 15 december is gevalle op maendag. |
[bron: Loon op Zand RA Inv. 101 f. 107 t/m 109v - scan 130 t/m 135] |
| 21-04-1778 | Arie van Lier en Leendert Oerlemans als voogden van de minderjarige kinderen van wijlen Jan Goyartse van Lier. Op 20 april 1778 is de staat en inventaris opgemaakt. O.a. een half huis met een hond weiland eromheen, gelegen in ’t Moer, oost Leendert Oerlemans, ook daar een zaailand van 4 honden en een weiland van 2 hond, en 2 heibodems, waarvan de grootte niet bekend is. De inboedel is beschreven, o.a. een eiken bed met 2 dekens, 4 paar slaaplakens, een linde bed, 2 linden sakken, een kast, een kist, een toog, een ijzeren pot, een moespot, 2 koperen handketels, een koperen seijgschotel (?), een emmer, 3 tinnen schotels, ..., een waskuip, een spinnenwiel. Meerderjarige zoon Goyert van Lier bevestigt de inventaris als oprecht gemaakt. Toelichting: ------------- Leendert Oerlemans is de broer van hun moeder Jenneke Oerlemans, dus hun oom. Arie van Lier is de broer van hun overleden vader Jan Goyerts van Lier, dus ook hun oom. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Voogdijrekeningen 1751-1796 inv 2865] |
| 16-04-1791 | getuige doop Petronella van Lier (1791-1843) [zie 54,IV] | [aangetrouwde oom vaderszijde] | [bron: Inv.nr. 08 - Loon op Zand - doop- en trouwboek 1760-1795 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 491, Doop-, trouw- en begraafboeken Loon op Zand 1608-1810, inventarisnummer 8, blad 176v] |
| 12-06-1789 | getuige doop Johanna van Lier (1789-1859) [zie 27] | [tante vaderszijde] | [bron: Inv.nr. 08 - Loon op Zand - doop- en trouwboek 1760-1795 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 491, Doop-, trouw- en begraafboeken Loon op Zand 1608-1810, inventarisnummer 8, blad 157v] |
| 11-05-1783 | getuige kerkelijk huwelijk Arie van Gorcum en Maria van Lier (1756-1816) [zie 108,IV] | [zus bruid] | ||||
| 29-05-1785 | getuige kerkelijk huwelijk Goijert van Lier (1751-1801) en Elisabeth Schalken (1758-1838) [zie 55] | [zus bruidegom] | [bron: Inv.nr. 08 - Loon op Zand - doop- en trouwboek 1760-1795 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 491, Doop-, trouw- en begraafboeken Loon op Zand 1608-1810, inventarisnummer 8, aktenummer 38v] | |||
| 05-07-1786 | getuige doop Jan van Lier (1786-1854) [zie 54,I] | [tante vaderszijde] | [bron: Inv.nr. 08 - Loon op Zand - doop- en trouwboek 1760-1795 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 491, Doop-, trouw- en begraafboeken Loon op Zand 1608-1810, inventarisnummer 8, blad 136] |
![]() |
105 Schalck Petrus Judoci Wouterse, gedoopt op 21 september 1723 in Loon op Zand |
![]() |
106 Martini Maria, overleden op 5 maart 1800 en begraven 10 maart 1800 in Loon op Zand |
| 07-05-1746 | Drunen (Bij haar trouwen is vermeld: laatstelijk wonende in Drunen) |
| 28-02-1788 | getuige doop Peter van Lier (1788-1858) [zie 54,II] | [tante moederszijde] | [bron: Inv.nr. 08 - Loon op Zand - doop- en trouwboek 1760-1795 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 491, Doop-, trouw- en begraafboeken Loon op Zand 1608-1810, inventarisnummer 8, blad 148v] | |||
| 02-11-1792 | getuige doop Wilhelmus van Lier (1792-na 1810) [zie 54,V] | [tante moederszijde] | [bron: Inv.nr. 08 - Loon op Zand - doop- en trouwboek 1760-1795 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 491, Doop-, trouw- en begraafboeken Loon op Zand 1608-1810, inventarisnummer 8, blad 193] |
| 02-04-1796 | getuige doop Maria van Lier (1796-1857) [zie 54,VII] | [oom moederszijde] | [bron: Inv.nr. 09 - Loon op Zand - doop- en trouwboek 1795-1810 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 491, Doop-, trouw- en begraafboeken Loon op Zand 1608-1810, inventarisnummer 9, blad 4v] |
![]() |
107 Schalken Migiel, handtekening bij de aangifte van het overlijden van zijn zoon Christiaan op 23 september 1811 in Loon op Zand |
| van 30-03-1807 tot 30-01-1807 | t Hoekje, Loon op Zand (Bij het begraven van Geertruij vermeld. Bedoeld zal zijn t Loons Hoekje, liggend tegen Waalwijk en Baardwijk aan.) | |||
| 23-09-1811 | t Hoekje, Loon op Zand | |||
| 15-07-1815 | De Achterste Hoeven, Loon op Zand (Dit gehucht ligt tegen het Loons Hoekje aan.) |
| 23-09-1811 | Dagloner |
| 05-07-1786 | getuige doop Jan van Lier (1786-1854) [zie 54,I] | [oom moederszijde] | [bron: Inv.nr. 08 - Loon op Zand - doop- en trouwboek 1760-1795 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 491, Doop-, trouw- en begraafboeken Loon op Zand 1608-1810, inventarisnummer 8, blad 136] |
| van 30-03-1807 tot 30-01-1807 | t Hoekje, Loon op Zand (Bij het begraven van Geertruij vermeld. Bedoeld zal zijn t Loons Hoekje, liggend tegen Waalwijk en Baardwijk aan.) | |||
| 23-09-1811 | t Hoekje, Loon op Zand |
| 29-06-1830 | Spinster |
![]() |
108 Ouden Willem den, trouwt met Geertruij Boogmans in Loon op Zand op 28 mei 1752 |
| 28-05-1752 | Loon op Zand |
| 28-05-1752 | Loon op Zand |
![]() |
109 Kemmeren Jan, en Godefrida Paijmans trouwen op 29 oktober 1747 RK in Loon op Zand |
| 29-10-1747 | Loon op Zand |
![]() |
110 Paijmans Godefrida, RK gedoopt op 27 juni 1724 in Loon op Zand |
| 29-10-1747 | Loon op Zand |
| 14-04-1815 | De Baan, Loon op Zand |
| 14-04-1815 | Bouwman |
| 14-04-1815 | De Baan, Loon op Zand |
![]() |
111 Gorcum Toon van, en Maria van Uden trouwen op 24 augustus 1760 in Loon op Zand |
| 24-08-1760 | Loon op Zand |
| 24-08-1760 | Loon op Zand |
| 14-10-1815 | Waspik |
![]() |
112 Coens Jan Anthonisse, en Dorothea Jansse van Iersel trouwen voor de schepenbank van Drunen op 9 mei 1773 - hand- en merkteken |
| 09-05-1773 | Drunen | [bron: Trouwen (schepenbank), archiefnummer 0031, inventarisnummer Drunen19, blad 38r] |
![]() |
113 Iersel Dorothea van, rk gedoopt in Oisterwijk op 17 december 1714 als dochter van Joannes van Iersel en Cornelia van Breda |
| 09-05-1773 | Drunen | [bron: Trouwen (schepenbank), archiefnummer 0031, inventarisnummer Drunen19, blad 38r] | ||
| 02-08-1824 | Drunen | [bron: Overlijdensregister 1824, archiefnummer 50, inventarisnummer 2020, aktenummer 10] |
![]() |
114 Koensen Adrianus, trouwt op 5 mei 1816 in Drunen met Pitronella Pelders - 1 |
| 02-08-1824 | Drunen |
| 02-08-1824 | Bouwman |
| getuige overlijdensaangifte Dora van Iersel (1747-1824) [zie 127] | [zoon] |
| 1825 | Zuidzijde der straat, Drunen (Gekeken naar de Kuyperkaart van 1868 van Drunen zal het de doorgaande Grote straat geweest zijn, waar de meeste bebouwing was) |
| 1825 | Zuidzijde der straat, Drunen (Gekeken naar de kaart van 1868 van Drunen zal de doorgaande Grote straat geweest zijn, waar de meeste bebouwing was) |
| 1825 | Kuiper | [bron: BR Drunen 1825] |
![]() |
115 Koensen Maria Catharina, en Willem Verharen trouwen op 10 oktober 1813 in Drunen - 2 |
![]() |
116 Steenbergen Gerardus, jongeman geboren Waalwijk en Catelijn van Zelst, jongedame geboren Sprang trouwen op 1 juni 1710 voor de wet - Sprang Inv Sprang-Capelle 02 blad 72v |
![]() |
117 Steenberge Joanna, rk gedoopt in Waalwijck op Sprangh op 28 januari 1716 als dochter van Gerardus Steenberge en Lucia van Selst - Loon op Zand Inv. 6 blad 27 |
![]() |
118 Dens Marinus, rk gedoopt op 4 april 1666 in Sint-Amands in Geel, zoon van Georgius Dens en Anna Cools - Geel rk Dopen Sint Amands 1656-1671 bl 60v sc. 458 |
| 17-02-1733 | Samenvatting: Hermanus Dens voor de helft en Gorris, Joannes en Adriaen Dens, Joannes Hollants als man van Anne Dens. Henric Lemmens, geassisteert met Jan Baptist Janssens, en Henrick Celen als voogden van Dimpna en Martinus Dens, weeskinderen van Marinus Dens en Dimpna Gebruers verkopen aan Peeter Lemmens: - een stuk land, 75 roeden, aan de Vlethlasch - een sille land in de Houtstraete - een sille land het Cleijn Veldeke - 75 roeden bempt, gelegen in de Tonne Broecken achter Malois ---------------------------------------------------------------------------------------------- Ik dacht bij deze akte eerst aan een scheiding en deling tussen kinderen van Herman en Herman zelf. Dat bleek niet te kloppen: Herman komt maar 1 x voor, en dan zou er nog een 2e moeten zijn buiten deHerman die met Margareta Lanen getrouwd is. Die 2e was niet te vinden. Bovendien bleek na verder uitzoeken van Gorris, Adriaen en Joannes en Anna dat Marinus een generatie ouder moest zijn. Wat wel lijkt te kloppen: de 2 broers Herman en Marinus verkopen land. Aangezien Marinus overleden is, zijn zijn kinderen bij de verkoop aanwezig. Hoe de 2 broers "eigenaar" zijn geworden, zou een akte na het overlijden van vader Marinus uit kunnen wijzen. ------------- Bij de vraag of dit de kinderen van Herman Dens, getrouwd met Margareta Lanen konden zijn, viel op dat er geen zoon Amand voorkomt in deze akte, terwijl die in een akte van 1741, Amand Dens, in procuratie van zijn moeder Marg. Laenen, huys, stal e.d. verhuurt. Waarschijnlijk horen deze kinderen daar niet bij en gaat het om 2 verschillende gezinnen. ---------------------------------------------------------------------------------------------- Transcryptie: p. 218: --------- 17 febr. 1733 Acte 6 Conditien ende voorwaerden op de welcke Hermanus Dens voor de propreeteijt in de hellicht (=helft) vanr de naartenoemen goederen voor sijnen persoon. Item Gorris Dens ende Adriaen Dens voor hun selven, met Joannes Hollants als man ende momboir van Anna Dens, Henric Lemmens in qualiteijt als medemomboir. p. 219 ------- Conditien ende voorwaerden op de welcke Hermanus Dens voor de propreeteijt in de hellicht (=helft) van de naartenoemen goederen voor sijnen persoon. Item Gorris Dens ende Joannes Dens ende Adriaen Dens voor hun selven, met Joannes Hollants als man ende momboir van Anna Dens, Henric Lemmens in qualiteijt als medemomboir, geassisteert met Joannes Baptist Janssens, ende Henrick Celen over de minderjarige kinderen Dimpna Dens ende Martinus Dens, weesen naergelaten kinderen van Marinus Dens ende Dimpna Gebruers voor de andere hellicht. Sullen vercoopen door mij, ondergeschreven, openbaer notaris bij Sijne Majesteijts Souvereijns Raede van Brabant, geadmitteert binnen dese vrijheijt Gheel residerende ende in de presentie van die getuijgen naergenoempt. In den Eersten: zeker parceel lants, gelegen op den Vlethlasch (?), groot de 75 roeden, onbegrepen der mate soo het vercooperen toe compt renende oist t gasthuijs huijs alhier, de erfgenaemen de Heer Blereau p. 220 ------- west in Franciscus Peeters ..........<puntjes in akte>, noordt des selven en de kinderen van de Heere Blereau ende Peeter van Partijen Item een sille lants, gelegen en in de Houtstraete alhier, leen roerigh, ende mate onbegrepen der maete, renende oist de Heer Franciscus de Henckxtenen, suyt de Heer van Rautlegem ofte de Heer van Overbeeck, west Joannes Cools ende Joannes Bertels, noordt den heere straete. Item een sille lants der maete onbegepen, gelegen ende alhier in de binne blo..., genoempt het Cleijn Veldeke, ter pelusie (?) van Hermanus Dens, oist de kercke van Sinte Dychna (?), suyt Amant Mertens Janssen, west Henric Verboven, noordt Adriaen Molenberchs erfgenaemen. Item omtrent de 75 roeden bempt (Beemd?) , onbegrepen de maten, gelegen in de Tonne Broecken achter Malois alhier, langst den westen cant, breeder gespecificeert voor den notaris Paerellen (?), renende oist de weduwe Lambertus Kerckhoffs, suyt Henric Huygens, west Adriaen Belmans, noordt de heijde. Guaranderende die voorschreven vercooperen, die voorschreven erven voor los ende vrij sake beden, cheijns ende dorpslast en den chijns ingerasten (?), behoudelijck op den bempt in de Tonnen Broecken den lasten van twee guldens H. Geest acht ende een Looyen ende Chijns op dese percelen bempt. In den eersten sal men die voorschreven panden vercoopen in swaren wissel gelden den schellinck tot sesse stuivers, den jattacon (?) tot twee guldens acht stuivers ende de andere specien naeradvenant. Item is conditie dat coopers ende de vercoopers halft ende halft sullen betaelen t sij Lijstcoop, schrijfgelt, keirsbrandinge ende goedenisse, alles naer rato van de cooppenningen. Item sullen coopers promptelijcke ten daegen der goedenisse moeten voldoen hunne coopsommen op prompte, parate ende ..... executie, tot welcken eijnde men dese voorwaerde oft instrumenten hier uyt sal moghen doen ende laeten, verclaeren executabel voor wethouderen alhier, t sij hier toe geciteert ofte met pag. 221: ---------- t enen sal idereen c.... .dde den hantslagh sal comen te olteneren (?) voor alle andere helb(?) ende sijn voor hooghen omsijns coopt te vesten om een iegelijck den geclieve ende daer naer te moghen hooghen. Item ingevallen den notaris int op ofte afroepen si,, quaemen te abuseren, sal het selve abues door hem worden gecedresceert sonder tegen seggen van iemant. Mits vercoopers sullen betaelen de lasten ende chijnsen, toelet (?) ende de dorpslasten tot Sinte Jan (=24 juni) naestcomende 1733 te verschijnen, ende de chijnsen te Drie Koningen 1734 te verschijnen ende het lant aenveerden halft ..st eerstcomende ende den bempt ten daeghen den goedernisse. Op de vorenstaende conditie heeft den hantslagh Peeter Lemmens voor de some hondert ende eenen gulden opt de selve lants in de Houtstraete onbegrepen der maete oftelt vijf hooghen ter presentie van Amandis Dausy en J.B. Janssens getuyghen. Dit + is t hantmeck van Peeter Lemmens, verclaerende niet ander te connen schrijven. Amandus Dausy (handtekening) J.B. Janssens (handtekening) Quad attestor J.B. Van Gestel Notaris achtervolgens de voorschreven conditie is de keerse ontsteken op de sille in de Hensstraet, ende met sllen dr selve gelleven aen Peeter Lemmens voor de somme hondert eens gulden en vijfich oeghen(?) ter presentie van Jan Verboven ende Jan Joris, getuyghen. Dit + is t hantwerck van Peeter Lemmens, verclarende niet anders te connen schrijven Jan Verboven (handtekening) Jan Joris (handtekening) Quad Attestor JBVan Gestel Notaris |
[bron: Geel Not. Van Gestel 1730-1788 Akte 6 van 1733 sc 218 t/m 221 Fam.Search] |
| 12-01-1706 | getuige doop Anna Elisabeth Dens (geb. 1706) | [oom vaderszijde] | [bron: Geel Dopen 1685-1708 Blad 116v Scan 117] |
![]() |
119 Gebruers Dymphna, rk gedoopt in Sint-Amandus in Geel op 20 april 1669, dochter van Joannes Gebruers en Joanna Laureys - Geel rk Dopen Sint-Amandus 1656-1676 Blad 81 Scan 83 |
| 21-01-1732 | getuige doop Joannes Hollants (1732-1794) [zie 80,I] | [grootmoeder moederszijde] | [bron: Zammel rk dopen 1730-1781 Bl. 128 Scan 127] |
| 17-02-1733 | Samenvatting: Hermanus Dens voor de helft en Gorris, Joannes en Adriaen Dens, Joannes Hollants als man van Anne Dens. Henric Lemmens, geassisteert met Jan Baptist Janssens, en Henrick Celen als voogden van Dimpna en Martinus Dens, weeskinderen van Marinus Dens en Dimpna Gebruers verkopen aan Peeter Lemmens: - een stuk land, 75 roeden, aan de Vlethlasch - een sille land in de Houtstraete - een sille land het Cleijn Veldeke - 75 roeden bempt, gelegen in de Tonne Broecken achter Malois ---------------------------------------------------------------------------------------------- Ik dacht bij deze akte eerst aan een scheiding en deling tussen kinderen van Herman en Herman zelf. Dat bleek niet te kloppen: Herman komt maar 1 x voor, en dan zou er nog een 2e moeten zijn buiten deHerman die met Margareta Lanen getrouwd is. Die 2e was niet te vinden. Bovendien bleek na verder uitzoeken van Gorris, Adriaen en Joannes en Anna dat Marinus een generatie ouder moest zijn. Wat wel lijkt te kloppen: de 2 broers Herman en Marinus verkopen land. Aangezien Marinus overleden is, zijn zijn kinderen bij de verkoop aanwezig. Hoe de 2 broers "eigenaar" zijn geworden, zou een akte na het overlijden van vader Marinus uit kunnen wijzen. ------------- Bij de vraag of dit de kinderen van Herman Dens, getrouwd met Margareta Lanen konden zijn, viel op dat er geen zoon Amand voorkomt in deze akte, terwijl die in een akte van 1741, Amand Dens, in procuratie van zijn moeder Marg. Laenen, huys, stal e.d. verhuurt. Waarschijnlijk horen deze kinderen daar niet bij en gaat het om 2 verschillende gezinnen. ---------------------------------------------------------------------------------------------- Transcryptie: p. 218: --------- 17 febr. 1733 Acte 6 Conditien ende voorwaerden op de welcke Hermanus Dens voor de propreeteijt in de hellicht (=helft) vanr de naartenoemen goederen voor sijnen persoon. Item Gorris Dens ende Adriaen Dens voor hun selven, met Joannes Hollants als man ende momboir van Anna Dens, Henric Lemmens in qualiteijt als medemomboir. p. 219 ------- Conditien ende voorwaerden op de welcke Hermanus Dens voor de propreeteijt in de hellicht (=helft) van de naartenoemen goederen voor sijnen persoon. Item Gorris Dens ende Joannes Dens ende Adriaen Dens voor hun selven, met Joannes Hollants als man ende momboir van Anna Dens, Henric Lemmens in qualiteijt als medemomboir, geassisteert met Joannes Baptist Janssens, ende Henrick Celen over de minderjarige kinderen Dimpna Dens ende Martinus Dens, weesen naergelaten kinderen van Marinus Dens ende Dimpna Gebruers voor de andere hellicht. Sullen vercoopen door mij, ondergeschreven, openbaer notaris bij Sijne Majesteijts Souvereijns Raede van Brabant, geadmitteert binnen dese vrijheijt Gheel residerende ende in de presentie van die getuijgen naergenoempt. In den Eersten: zeker parceel lants, gelegen op den Vlethlasch (?), groot de 75 roeden, onbegrepen der mate soo het vercooperen toe compt renende oist t gasthuijs huijs alhier, de erfgenaemen de Heer Blereau p. 220 ------- west in Franciscus Peeters ..........<puntjes in akte>, noordt des selven en de kinderen van de Heere Blereau ende Peeter van Partijen Item een sille lants, gelegen en in de Houtstraete alhier, leen roerigh, ende mate onbegrepen der maete, renende oist de Heer Franciscus de Henckxtenen, suyt de Heer van Rautlegem ofte de Heer van Overbeeck, west Joannes Cools ende Joannes Bertels, noordt den heere straete. Item een sille lants der maete onbegepen, gelegen ende alhier in de binne blo..., genoempt het Cleijn Veldeke, ter pelusie (?) van Hermanus Dens, oist de kercke van Sinte Dychna (?), suyt Amant Mertens Janssen, west Henric Verboven, noordt Adriaen Molenberchs erfgenaemen. Item omtrent de 75 roeden bempt (Beemd?) , onbegrepen de maten, gelegen in de Tonne Broecken achter Malois alhier, langst den westen cant, breeder gespecificeert voor den notaris Paerellen (?), renende oist de weduwe Lambertus Kerckhoffs, suyt Henric Huygens, west Adriaen Belmans, noordt de heijde. Guaranderende die voorschreven vercooperen, die voorschreven erven voor los ende vrij sake beden, cheijns ende dorpslast en den chijns ingerasten (?), behoudelijck op den bempt in de Tonnen Broecken den lasten van twee guldens H. Geest acht ende een Looyen ende Chijns op dese percelen bempt. In den eersten sal men die voorschreven panden vercoopen in swaren wissel gelden den schellinck tot sesse stuivers, den jattacon (?) tot twee guldens acht stuivers ende de andere specien naeradvenant. Item is conditie dat coopers ende de vercoopers halft ende halft sullen betaelen t sij Lijstcoop, schrijfgelt, keirsbrandinge ende goedenisse, alles naer rato van de cooppenningen. Item sullen coopers promptelijcke ten daegen der goedenisse moeten voldoen hunne coopsommen op prompte, parate ende ..... executie, tot welcken eijnde men dese voorwaerde oft instrumenten hier uyt sal moghen doen ende laeten, verclaeren executabel voor wethouderen alhier, t sij hier toe geciteert ofte met pag. 221: ---------- t enen sal idereen c.... .dde den hantslagh sal comen te olteneren (?) voor alle andere helb(?) ende sijn voor hooghen omsijns coopt te vesten om een iegelijck den geclieve ende daer naer te moghen hooghen. Item ingevallen den notaris int op ofte afroepen si,, quaemen te abuseren, sal het selve abues door hem worden gecedresceert sonder tegen seggen van iemant. Mits vercoopers sullen betaelen de lasten ende chijnsen, toelet (?) ende de dorpslasten tot Sinte Jan (=24 juni) naestcomende 1733 te verschijnen, ende de chijnsen te Drie Koningen 1734 te verschijnen ende het lant aenveerden halft ..st eerstcomende ende den bempt ten daeghen den goedernisse. Op de vorenstaende conditie heeft den hantslagh Peeter Lemmens voor de some hondert ende eenen gulden opt de selve lants in de Houtstraete onbegrepen der maete oftelt vijf hooghen ter presentie van Amandis Dausy en J.B. Janssens getuyghen. Dit + is t hantmeck van Peeter Lemmens, verclaerende niet ander te connen schrijven. Amandus Dausy (handtekening) J.B. Janssens (handtekening) Quad attestor J.B. Van Gestel Notaris achtervolgens de voorschreven conditie is de keerse ontsteken op de sille in de Hensstraet, ende met sllen dr selve gelleven aen Peeter Lemmens voor de somme hondert eens gulden en vijfich oeghen(?) ter presentie van Jan Verboven ende Jan Joris, getuyghen. Dit + is t hantwerck van Peeter Lemmens, verclarende niet anders te connen schrijven Jan Verboven (handtekening) Jan Joris (handtekening) Quad Attestor JBVan Gestel Notaris |
[bron: Geel Not. Van Gestel 1730-1788 Akte 6 van 1733 sc 218 t/m 221 Fam.Search] |
| 15-12-1726 | getuige ondertrouw Joannes Baptista Dens (geb. 1699) en Catharina Verhoeven [zie 162,II] | [broer bruidegom] | [bron: Zoerle-Parwijs, rk Huwel. 1703-1734 bl. 110v sc. 114 Fam.Search] | |||
| 03-06-1743 | getuige doop Joannes Dens (geb. 1743) | [oom vaderszijde] | [bron: Veerle Dopen 1725-1758 Beknopt afschrift - Blad 92 Scan 309 Fam.Search] |
![]() |
123 Dens Joannes Baptista, rk gedoopt op 7 dec. 1699 in Sammele-Oosterlo, zoon van Martinus Dens en Dimpna Gebruers - Zammel-Oosterlo rk dopen 1601-1699 Bl. 122 sc 123 RijksArch. |
| 17-02-1733 | Samenvatting: Hermanus Dens voor de helft en Gorris, Joannes en Adriaen Dens, Joannes Hollants als man van Anne Dens. Henric Lemmens, geassisteert met Jan Baptist Janssens, en Henrick Celen als voogden van Dimpna en Martinus Dens, weeskinderen van Marinus Dens en Dimpna Gebruers verkopen aan Peeter Lemmens: - een stuk land, 75 roeden, aan de Vlethlasch - een sille land in de Houtstraete - een sille land het Cleijn Veldeke - 75 roeden bempt, gelegen in de Tonne Broecken achter Malois ---------------------------------------------------------------------------------------------- Ik dacht bij deze akte eerst aan een scheiding en deling tussen kinderen van Herman en Herman zelf. Dat bleek niet te kloppen: Herman komt maar 1 x voor, en dan zou er nog een 2e moeten zijn buiten deHerman die met Margareta Lanen getrouwd is. Die 2e was niet te vinden. Bovendien bleek na verder uitzoeken van Gorris, Adriaen en Joannes en Anna dat Marinus een generatie ouder moest zijn. Wat wel lijkt te kloppen: de 2 broers Herman en Marinus verkopen land. Aangezien Marinus overleden is, zijn zijn kinderen bij de verkoop aanwezig. Hoe de 2 broers "eigenaar" zijn geworden, zou een akte na het overlijden van vader Marinus uit kunnen wijzen. ------------- Bij de vraag of dit de kinderen van Herman Dens, getrouwd met Margareta Lanen konden zijn, viel op dat er geen zoon Amand voorkomt in deze akte, terwijl die in een akte van 1741, Amand Dens, in procuratie van zijn moeder Marg. Laenen, huys, stal e.d. verhuurt. Waarschijnlijk horen deze kinderen daar niet bij en gaat het om 2 verschillende gezinnen. ---------------------------------------------------------------------------------------------- Transcryptie: p. 218: --------- 17 febr. 1733 Acte 6 Conditien ende voorwaerden op de welcke Hermanus Dens voor de propreeteijt in de hellicht (=helft) vanr de naartenoemen goederen voor sijnen persoon. Item Gorris Dens ende Adriaen Dens voor hun selven, met Joannes Hollants als man ende momboir van Anna Dens, Henric Lemmens in qualiteijt als medemomboir. p. 219 ------- Conditien ende voorwaerden op de welcke Hermanus Dens voor de propreeteijt in de hellicht (=helft) van de naartenoemen goederen voor sijnen persoon. Item Gorris Dens ende Joannes Dens ende Adriaen Dens voor hun selven, met Joannes Hollants als man ende momboir van Anna Dens, Henric Lemmens in qualiteijt als medemomboir, geassisteert met Joannes Baptist Janssens, ende Henrick Celen over de minderjarige kinderen Dimpna Dens ende Martinus Dens, weesen naergelaten kinderen van Marinus Dens ende Dimpna Gebruers voor de andere hellicht. Sullen vercoopen door mij, ondergeschreven, openbaer notaris bij Sijne Majesteijts Souvereijns Raede van Brabant, geadmitteert binnen dese vrijheijt Gheel residerende ende in de presentie van die getuijgen naergenoempt. In den Eersten: zeker parceel lants, gelegen op den Vlethlasch (?), groot de 75 roeden, onbegrepen der mate soo het vercooperen toe compt renende oist t gasthuijs huijs alhier, de erfgenaemen de Heer Blereau p. 220 ------- west in Franciscus Peeters ..........<puntjes in akte>, noordt des selven en de kinderen van de Heere Blereau ende Peeter van Partijen Item een sille lants, gelegen en in de Houtstraete alhier, leen roerigh, ende mate onbegrepen der maete, renende oist de Heer Franciscus de Henckxtenen, suyt de Heer van Rautlegem ofte de Heer van Overbeeck, west Joannes Cools ende Joannes Bertels, noordt den heere straete. Item een sille lants der maete onbegepen, gelegen ende alhier in de binne blo..., genoempt het Cleijn Veldeke, ter pelusie (?) van Hermanus Dens, oist de kercke van Sinte Dychna (?), suyt Amant Mertens Janssen, west Henric Verboven, noordt Adriaen Molenberchs erfgenaemen. Item omtrent de 75 roeden bempt (Beemd?) , onbegrepen de maten, gelegen in de Tonne Broecken achter Malois alhier, langst den westen cant, breeder gespecificeert voor den notaris Paerellen (?), renende oist de weduwe Lambertus Kerckhoffs, suyt Henric Huygens, west Adriaen Belmans, noordt de heijde. Guaranderende die voorschreven vercooperen, die voorschreven erven voor los ende vrij sake beden, cheijns ende dorpslast en den chijns ingerasten (?), behoudelijck op den bempt in de Tonnen Broecken den lasten van twee guldens H. Geest acht ende een Looyen ende Chijns op dese percelen bempt. In den eersten sal men die voorschreven panden vercoopen in swaren wissel gelden den schellinck tot sesse stuivers, den jattacon (?) tot twee guldens acht stuivers ende de andere specien naeradvenant. Item is conditie dat coopers ende de vercoopers halft ende halft sullen betaelen t sij Lijstcoop, schrijfgelt, keirsbrandinge ende goedenisse, alles naer rato van de cooppenningen. Item sullen coopers promptelijcke ten daegen der goedenisse moeten voldoen hunne coopsommen op prompte, parate ende ..... executie, tot welcken eijnde men dese voorwaerde oft instrumenten hier uyt sal moghen doen ende laeten, verclaeren executabel voor wethouderen alhier, t sij hier toe geciteert ofte met pag. 221: ---------- t enen sal idereen c.... .dde den hantslagh sal comen te olteneren (?) voor alle andere helb(?) ende sijn voor hooghen omsijns coopt te vesten om een iegelijck den geclieve ende daer naer te moghen hooghen. Item ingevallen den notaris int op ofte afroepen si,, quaemen te abuseren, sal het selve abues door hem worden gecedresceert sonder tegen seggen van iemant. Mits vercoopers sullen betaelen de lasten ende chijnsen, toelet (?) ende de dorpslasten tot Sinte Jan (=24 juni) naestcomende 1733 te verschijnen, ende de chijnsen te Drie Koningen 1734 te verschijnen ende het lant aenveerden halft ..st eerstcomende ende den bempt ten daeghen den goedernisse. Op de vorenstaende conditie heeft den hantslagh Peeter Lemmens voor de some hondert ende eenen gulden opt de selve lants in de Houtstraete onbegrepen der maete oftelt vijf hooghen ter presentie van Amandis Dausy en J.B. Janssens getuyghen. Dit + is t hantmeck van Peeter Lemmens, verclaerende niet ander te connen schrijven. Amandus Dausy (handtekening) J.B. Janssens (handtekening) Quad attestor J.B. Van Gestel Notaris achtervolgens de voorschreven conditie is de keerse ontsteken op de sille in de Hensstraet, ende met sllen dr selve gelleven aen Peeter Lemmens voor de somme hondert eens gulden en vijfich oeghen(?) ter presentie van Jan Verboven ende Jan Joris, getuyghen. Dit + is t hantwerck van Peeter Lemmens, verclarende niet anders te connen schrijven Jan Verboven (handtekening) Jan Joris (handtekening) Quad Attestor JBVan Gestel Notaris |
[bron: Geel Not. Van Gestel 1730-1788 Akte 6 van 1733 sc 218 t/m 221 Fam.Search] |
| 21-01-1732 | getuige doop Joannes Hollants (1732-1794) [zie 80,I] | [oom moederszijde] | [bron: Zammel rk dopen 1730-1781 Bl. 128 Scan 127] |
![]() |
124 Dens Adrianus, en Gommarina Tijs trouwen op 23 jan. 1731 in Sammele en Oosterloo, getuigen Martinus Dens en Andrea Peeters - Zammel rk Huw. 1730-1797 bl.1 sc 1 RijksArch. |
| 17-02-1733 | Samenvatting: Hermanus Dens voor de helft en Gorris, Joannes en Adriaen Dens, Joannes Hollants als man van Anne Dens. Henric Lemmens, geassisteert met Jan Baptist Janssens, en Henrick Celen als voogden van Dimpna en Martinus Dens, weeskinderen van Marinus Dens en Dimpna Gebruers verkopen aan Peeter Lemmens: - een stuk land, 75 roeden, aan de Vlethlasch - een sille land in de Houtstraete - een sille land het Cleijn Veldeke - 75 roeden bempt, gelegen in de Tonne Broecken achter Malois ---------------------------------------------------------------------------------------------- Ik dacht bij deze akte eerst aan een scheiding en deling tussen kinderen van Herman en Herman zelf. Dat bleek niet te kloppen: Herman komt maar 1 x voor, en dan zou er nog een 2e moeten zijn buiten deHerman die met Margareta Lanen getrouwd is. Die 2e was niet te vinden. Bovendien bleek na verder uitzoeken van Gorris, Adriaen en Joannes en Anna dat Marinus een generatie ouder moest zijn. Wat wel lijkt te kloppen: de 2 broers Herman en Marinus verkopen land. Aangezien Marinus overleden is, zijn zijn kinderen bij de verkoop aanwezig. Hoe de 2 broers "eigenaar" zijn geworden, zou een akte na het overlijden van vader Marinus uit kunnen wijzen. ------------- Bij de vraag of dit de kinderen van Herman Dens, getrouwd met Margareta Lanen konden zijn, viel op dat er geen zoon Amand voorkomt in deze akte, terwijl die in een akte van 1741, Amand Dens, in procuratie van zijn moeder Marg. Laenen, huys, stal e.d. verhuurt. Waarschijnlijk horen deze kinderen daar niet bij en gaat het om 2 verschillende gezinnen. ---------------------------------------------------------------------------------------------- Transcryptie: p. 218: --------- 17 febr. 1733 Acte 6 Conditien ende voorwaerden op de welcke Hermanus Dens voor de propreeteijt in de hellicht (=helft) vanr de naartenoemen goederen voor sijnen persoon. Item Gorris Dens ende Adriaen Dens voor hun selven, met Joannes Hollants als man ende momboir van Anna Dens, Henric Lemmens in qualiteijt als medemomboir. p. 219 ------- Conditien ende voorwaerden op de welcke Hermanus Dens voor de propreeteijt in de hellicht (=helft) van de naartenoemen goederen voor sijnen persoon. Item Gorris Dens ende Joannes Dens ende Adriaen Dens voor hun selven, met Joannes Hollants als man ende momboir van Anna Dens, Henric Lemmens in qualiteijt als medemomboir, geassisteert met Joannes Baptist Janssens, ende Henrick Celen over de minderjarige kinderen Dimpna Dens ende Martinus Dens, weesen naergelaten kinderen van Marinus Dens ende Dimpna Gebruers voor de andere hellicht. Sullen vercoopen door mij, ondergeschreven, openbaer notaris bij Sijne Majesteijts Souvereijns Raede van Brabant, geadmitteert binnen dese vrijheijt Gheel residerende ende in de presentie van die getuijgen naergenoempt. In den Eersten: zeker parceel lants, gelegen op den Vlethlasch (?), groot de 75 roeden, onbegrepen der mate soo het vercooperen toe compt renende oist t gasthuijs huijs alhier, de erfgenaemen de Heer Blereau p. 220 ------- west in Franciscus Peeters ..........<puntjes in akte>, noordt des selven en de kinderen van de Heere Blereau ende Peeter van Partijen Item een sille lants, gelegen en in de Houtstraete alhier, leen roerigh, ende mate onbegrepen der maete, renende oist de Heer Franciscus de Henckxtenen, suyt de Heer van Rautlegem ofte de Heer van Overbeeck, west Joannes Cools ende Joannes Bertels, noordt den heere straete. Item een sille lants der maete onbegepen, gelegen ende alhier in de binne blo..., genoempt het Cleijn Veldeke, ter pelusie (?) van Hermanus Dens, oist de kercke van Sinte Dychna (?), suyt Amant Mertens Janssen, west Henric Verboven, noordt Adriaen Molenberchs erfgenaemen. Item omtrent de 75 roeden bempt (Beemd?) , onbegrepen de maten, gelegen in de Tonne Broecken achter Malois alhier, langst den westen cant, breeder gespecificeert voor den notaris Paerellen (?), renende oist de weduwe Lambertus Kerckhoffs, suyt Henric Huygens, west Adriaen Belmans, noordt de heijde. Guaranderende die voorschreven vercooperen, die voorschreven erven voor los ende vrij sake beden, cheijns ende dorpslast en den chijns ingerasten (?), behoudelijck op den bempt in de Tonnen Broecken den lasten van twee guldens H. Geest acht ende een Looyen ende Chijns op dese percelen bempt. In den eersten sal men die voorschreven panden vercoopen in swaren wissel gelden den schellinck tot sesse stuivers, den jattacon (?) tot twee guldens acht stuivers ende de andere specien naeradvenant. Item is conditie dat coopers ende de vercoopers halft ende halft sullen betaelen t sij Lijstcoop, schrijfgelt, keirsbrandinge ende goedenisse, alles naer rato van de cooppenningen. Item sullen coopers promptelijcke ten daegen der goedenisse moeten voldoen hunne coopsommen op prompte, parate ende ..... executie, tot welcken eijnde men dese voorwaerde oft instrumenten hier uyt sal moghen doen ende laeten, verclaeren executabel voor wethouderen alhier, t sij hier toe geciteert ofte met pag. 221: ---------- t enen sal idereen c.... .dde den hantslagh sal comen te olteneren (?) voor alle andere helb(?) ende sijn voor hooghen omsijns coopt te vesten om een iegelijck den geclieve ende daer naer te moghen hooghen. Item ingevallen den notaris int op ofte afroepen si,, quaemen te abuseren, sal het selve abues door hem worden gecedresceert sonder tegen seggen van iemant. Mits vercoopers sullen betaelen de lasten ende chijnsen, toelet (?) ende de dorpslasten tot Sinte Jan (=24 juni) naestcomende 1733 te verschijnen, ende de chijnsen te Drie Koningen 1734 te verschijnen ende het lant aenveerden halft ..st eerstcomende ende den bempt ten daeghen den goedernisse. Op de vorenstaende conditie heeft den hantslagh Peeter Lemmens voor de some hondert ende eenen gulden opt de selve lants in de Houtstraete onbegrepen der maete oftelt vijf hooghen ter presentie van Amandis Dausy en J.B. Janssens getuyghen. Dit + is t hantmeck van Peeter Lemmens, verclaerende niet ander te connen schrijven. Amandus Dausy (handtekening) J.B. Janssens (handtekening) Quad attestor J.B. Van Gestel Notaris achtervolgens de voorschreven conditie is de keerse ontsteken op de sille in de Hensstraet, ende met sllen dr selve gelleven aen Peeter Lemmens voor de somme hondert eens gulden en vijfich oeghen(?) ter presentie van Jan Verboven ende Jan Joris, getuyghen. Dit + is t hantwerck van Peeter Lemmens, verclarende niet anders te connen schrijven Jan Verboven (handtekening) Jan Joris (handtekening) Quad Attestor JBVan Gestel Notaris |
[bron: Geel Not. Van Gestel 1730-1788 Akte 6 van 1733 sc 218 t/m 221 Fam.Search] |
| 09-08-1724 | getuige doop Elisabeth Dens (geb. 1724) | [oom vaderszijde] | [bron: Zammel rk dopen 1700-1729 Bl. 66 Scan 459] | |||
| 15-07-1732 | getuige kerkelijk huwelijk Joannes Hollants (ovl. 1757) en Anna Dens (1704-1779) [zie 81] | [broer bruid] | [bron: Huwelijken rk Zammel 1730-1797 blad 2 scan 2] | |||
| 18-08-1734 | getuige doop Adrianus Dens (geb. 1734) | [oom vaderszijde] | [bron: Veerle Dopen 1725-1758 Beknopt afschrift - Blad 50 Scan 296 Fam.Search] | |||
| 15-06-1737 | getuige doop Maria Elisabeth Hollants (geb. 1737) [zie 80,V] | [oom moederszijde] | [bron: Veerle Dopen 1725-1758 Beknopt afschrift - Blad 66 Scan 300 Fam.Search] |
![]() |
125 Dens Dympna, rk gedoopt op 21 dec. 1706 in Zammel, geb. Watereinde, zn. van Marinus Dens en Dympna Gebruers, ouders geb. in Geel - Zammel rk dopen 1700-1729 Bl. 14v Scan 404 |
| 17-02-1733 | Samenvatting: Hermanus Dens voor de helft en Gorris, Joannes en Adriaen Dens, Joannes Hollants als man van Anne Dens. Henric Lemmens, geassisteert met Jan Baptist Janssens, en Henrick Celen als voogden van Dimpna en Martinus Dens, weeskinderen van Marinus Dens en Dimpna Gebruers verkopen aan Peeter Lemmens: - een stuk land, 75 roeden, aan de Vlethlasch - een sille land in de Houtstraete - een sille land het Cleijn Veldeke - 75 roeden bempt, gelegen in de Tonne Broecken achter Malois ---------------------------------------------------------------------------------------------- Ik dacht bij deze akte eerst aan een scheiding en deling tussen kinderen van Herman en Herman zelf. Dat bleek niet te kloppen: Herman komt maar 1 x voor, en dan zou er nog een 2e moeten zijn buiten deHerman die met Margareta Lanen getrouwd is. Die 2e was niet te vinden. Bovendien bleek na verder uitzoeken van Gorris, Adriaen en Joannes en Anna dat Marinus een generatie ouder moest zijn. Wat wel lijkt te kloppen: de 2 broers Herman en Marinus verkopen land. Aangezien Marinus overleden is, zijn zijn kinderen bij de verkoop aanwezig. Hoe de 2 broers "eigenaar" zijn geworden, zou een akte na het overlijden van vader Marinus uit kunnen wijzen. ------------- Bij de vraag of dit de kinderen van Herman Dens, getrouwd met Margareta Lanen konden zijn, viel op dat er geen zoon Amand voorkomt in deze akte, terwijl die in een akte van 1741, Amand Dens, in procuratie van zijn moeder Marg. Laenen, huys, stal e.d. verhuurt. Waarschijnlijk horen deze kinderen daar niet bij en gaat het om 2 verschillende gezinnen. ---------------------------------------------------------------------------------------------- Transcryptie: p. 218: --------- 17 febr. 1733 Acte 6 Conditien ende voorwaerden op de welcke Hermanus Dens voor de propreeteijt in de hellicht (=helft) vanr de naartenoemen goederen voor sijnen persoon. Item Gorris Dens ende Adriaen Dens voor hun selven, met Joannes Hollants als man ende momboir van Anna Dens, Henric Lemmens in qualiteijt als medemomboir. p. 219 ------- Conditien ende voorwaerden op de welcke Hermanus Dens voor de propreeteijt in de hellicht (=helft) van de naartenoemen goederen voor sijnen persoon. Item Gorris Dens ende Joannes Dens ende Adriaen Dens voor hun selven, met Joannes Hollants als man ende momboir van Anna Dens, Henric Lemmens in qualiteijt als medemomboir, geassisteert met Joannes Baptist Janssens, ende Henrick Celen over de minderjarige kinderen Dimpna Dens ende Martinus Dens, weesen naergelaten kinderen van Marinus Dens ende Dimpna Gebruers voor de andere hellicht. Sullen vercoopen door mij, ondergeschreven, openbaer notaris bij Sijne Majesteijts Souvereijns Raede van Brabant, geadmitteert binnen dese vrijheijt Gheel residerende ende in de presentie van die getuijgen naergenoempt. In den Eersten: zeker parceel lants, gelegen op den Vlethlasch (?), groot de 75 roeden, onbegrepen der mate soo het vercooperen toe compt renende oist t gasthuijs huijs alhier, de erfgenaemen de Heer Blereau p. 220 ------- west in Franciscus Peeters ..........<puntjes in akte>, noordt des selven en de kinderen van de Heere Blereau ende Peeter van Partijen Item een sille lants, gelegen en in de Houtstraete alhier, leen roerigh, ende mate onbegrepen der maete, renende oist de Heer Franciscus de Henckxtenen, suyt de Heer van Rautlegem ofte de Heer van Overbeeck, west Joannes Cools ende Joannes Bertels, noordt den heere straete. Item een sille lants der maete onbegepen, gelegen ende alhier in de binne blo..., genoempt het Cleijn Veldeke, ter pelusie (?) van Hermanus Dens, oist de kercke van Sinte Dychna (?), suyt Amant Mertens Janssen, west Henric Verboven, noordt Adriaen Molenberchs erfgenaemen. Item omtrent de 75 roeden bempt (Beemd?) , onbegrepen de maten, gelegen in de Tonne Broecken achter Malois alhier, langst den westen cant, breeder gespecificeert voor den notaris Paerellen (?), renende oist de weduwe Lambertus Kerckhoffs, suyt Henric Huygens, west Adriaen Belmans, noordt de heijde. Guaranderende die voorschreven vercooperen, die voorschreven erven voor los ende vrij sake beden, cheijns ende dorpslast en den chijns ingerasten (?), behoudelijck op den bempt in de Tonnen Broecken den lasten van twee guldens H. Geest acht ende een Looyen ende Chijns op dese percelen bempt. In den eersten sal men die voorschreven panden vercoopen in swaren wissel gelden den schellinck tot sesse stuivers, den jattacon (?) tot twee guldens acht stuivers ende de andere specien naeradvenant. Item is conditie dat coopers ende de vercoopers halft ende halft sullen betaelen t sij Lijstcoop, schrijfgelt, keirsbrandinge ende goedenisse, alles naer rato van de cooppenningen. Item sullen coopers promptelijcke ten daegen der goedenisse moeten voldoen hunne coopsommen op prompte, parate ende ..... executie, tot welcken eijnde men dese voorwaerde oft instrumenten hier uyt sal moghen doen ende laeten, verclaeren executabel voor wethouderen alhier, t sij hier toe geciteert ofte met pag. 221: ---------- t enen sal idereen c.... .dde den hantslagh sal comen te olteneren (?) voor alle andere helb(?) ende sijn voor hooghen omsijns coopt te vesten om een iegelijck den geclieve ende daer naer te moghen hooghen. Item ingevallen den notaris int op ofte afroepen si,, quaemen te abuseren, sal het selve abues door hem worden gecedresceert sonder tegen seggen van iemant. Mits vercoopers sullen betaelen de lasten ende chijnsen, toelet (?) ende de dorpslasten tot Sinte Jan (=24 juni) naestcomende 1733 te verschijnen, ende de chijnsen te Drie Koningen 1734 te verschijnen ende het lant aenveerden halft ..st eerstcomende ende den bempt ten daeghen den goedernisse. Op de vorenstaende conditie heeft den hantslagh Peeter Lemmens voor de some hondert ende eenen gulden opt de selve lants in de Houtstraete onbegrepen der maete oftelt vijf hooghen ter presentie van Amandis Dausy en J.B. Janssens getuyghen. Dit + is t hantmeck van Peeter Lemmens, verclaerende niet ander te connen schrijven. Amandus Dausy (handtekening) J.B. Janssens (handtekening) Quad attestor J.B. Van Gestel Notaris achtervolgens de voorschreven conditie is de keerse ontsteken op de sille in de Hensstraet, ende met sllen dr selve gelleven aen Peeter Lemmens voor de somme hondert eens gulden en vijfich oeghen(?) ter presentie van Jan Verboven ende Jan Joris, getuyghen. Dit + is t hantwerck van Peeter Lemmens, verclarende niet anders te connen schrijven Jan Verboven (handtekening) Jan Joris (handtekening) Quad Attestor JBVan Gestel Notaris |
[bron: Geel Not. Van Gestel 1730-1788 Akte 6 van 1733 sc 218 t/m 221 Fam.Search] |
| 09-02-1728 | getuige doop Dympna Dens (geb. 1728) | [tante vaderszijde] | [bron: Zammel rk dopen 1700-1729 Bl.79 Scan 472] | |||
| 08-08-1733 | getuige doop Carolus Dens (geb. 1733) | [tante vaderszijde] | [bron: Westerlo rk Dopen 1732-1754 bl. 9v sc.12 Rijksarchief] | |||
| 22-11-1734 | getuige doop Dympna Hollants (geb. 1734) [zie 80,III] | [tante moederszijde] | [bron: Tessenderlo rk Dopen 1726-1740 Bl. 110 Scan 61 Fam.Search] |
![]() |
126 Dens Martinus, rk gedoopt op 5 juni 1709 in Sammele-Oosterlo, zoon van Marinus Dens en Dimpna Gebruers - Zammel-Oosterlo rk dopen 1700-1729 Bl. 22v Scan 25 RijksArch. |
| 17-02-1733 | Samenvatting: Hermanus Dens voor de helft en Gorris, Joannes en Adriaen Dens, Joannes Hollants als man van Anne Dens. Henric Lemmens, geassisteert met Jan Baptist Janssens, en Henrick Celen als voogden van Dimpna en Martinus Dens, weeskinderen van Marinus Dens en Dimpna Gebruers verkopen aan Peeter Lemmens: - een stuk land, 75 roeden, aan de Vlethlasch - een sille land in de Houtstraete - een sille land het Cleijn Veldeke - 75 roeden bempt, gelegen in de Tonne Broecken achter Malois ---------------------------------------------------------------------------------------------- Ik dacht bij deze akte eerst aan een scheiding en deling tussen kinderen van Herman en Herman zelf. Dat bleek niet te kloppen: Herman komt maar 1 x voor, en dan zou er nog een 2e moeten zijn buiten deHerman die met Margareta Lanen getrouwd is. Die 2e was niet te vinden. Bovendien bleek na verder uitzoeken van Gorris, Adriaen en Joannes en Anna dat Marinus een generatie ouder moest zijn. Wat wel lijkt te kloppen: de 2 broers Herman en Marinus verkopen land. Aangezien Marinus overleden is, zijn zijn kinderen bij de verkoop aanwezig. Hoe de 2 broers "eigenaar" zijn geworden, zou een akte na het overlijden van vader Marinus uit kunnen wijzen. ------------- Bij de vraag of dit de kinderen van Herman Dens, getrouwd met Margareta Lanen konden zijn, viel op dat er geen zoon Amand voorkomt in deze akte, terwijl die in een akte van 1741, Amand Dens, in procuratie van zijn moeder Marg. Laenen, huys, stal e.d. verhuurt. Waarschijnlijk horen deze kinderen daar niet bij en gaat het om 2 verschillende gezinnen. ---------------------------------------------------------------------------------------------- Transcryptie: p. 218: --------- 17 febr. 1733 Acte 6 Conditien ende voorwaerden op de welcke Hermanus Dens voor de propreeteijt in de hellicht (=helft) vanr de naartenoemen goederen voor sijnen persoon. Item Gorris Dens ende Adriaen Dens voor hun selven, met Joannes Hollants als man ende momboir van Anna Dens, Henric Lemmens in qualiteijt als medemomboir. p. 219 ------- Conditien ende voorwaerden op de welcke Hermanus Dens voor de propreeteijt in de hellicht (=helft) van de naartenoemen goederen voor sijnen persoon. Item Gorris Dens ende Joannes Dens ende Adriaen Dens voor hun selven, met Joannes Hollants als man ende momboir van Anna Dens, Henric Lemmens in qualiteijt als medemomboir, geassisteert met Joannes Baptist Janssens, ende Henrick Celen over de minderjarige kinderen Dimpna Dens ende Martinus Dens, weesen naergelaten kinderen van Marinus Dens ende Dimpna Gebruers voor de andere hellicht. Sullen vercoopen door mij, ondergeschreven, openbaer notaris bij Sijne Majesteijts Souvereijns Raede van Brabant, geadmitteert binnen dese vrijheijt Gheel residerende ende in de presentie van die getuijgen naergenoempt. In den Eersten: zeker parceel lants, gelegen op den Vlethlasch (?), groot de 75 roeden, onbegrepen der mate soo het vercooperen toe compt renende oist t gasthuijs huijs alhier, de erfgenaemen de Heer Blereau p. 220 ------- west in Franciscus Peeters ..........<puntjes in akte>, noordt des selven en de kinderen van de Heere Blereau ende Peeter van Partijen Item een sille lants, gelegen en in de Houtstraete alhier, leen roerigh, ende mate onbegrepen der maete, renende oist de Heer Franciscus de Henckxtenen, suyt de Heer van Rautlegem ofte de Heer van Overbeeck, west Joannes Cools ende Joannes Bertels, noordt den heere straete. Item een sille lants der maete onbegepen, gelegen ende alhier in de binne blo..., genoempt het Cleijn Veldeke, ter pelusie (?) van Hermanus Dens, oist de kercke van Sinte Dychna (?), suyt Amant Mertens Janssen, west Henric Verboven, noordt Adriaen Molenberchs erfgenaemen. Item omtrent de 75 roeden bempt (Beemd?) , onbegrepen de maten, gelegen in de Tonne Broecken achter Malois alhier, langst den westen cant, breeder gespecificeert voor den notaris Paerellen (?), renende oist de weduwe Lambertus Kerckhoffs, suyt Henric Huygens, west Adriaen Belmans, noordt de heijde. Guaranderende die voorschreven vercooperen, die voorschreven erven voor los ende vrij sake beden, cheijns ende dorpslast en den chijns ingerasten (?), behoudelijck op den bempt in de Tonnen Broecken den lasten van twee guldens H. Geest acht ende een Looyen ende Chijns op dese percelen bempt. In den eersten sal men die voorschreven panden vercoopen in swaren wissel gelden den schellinck tot sesse stuivers, den jattacon (?) tot twee guldens acht stuivers ende de andere specien naeradvenant. Item is conditie dat coopers ende de vercoopers halft ende halft sullen betaelen t sij Lijstcoop, schrijfgelt, keirsbrandinge ende goedenisse, alles naer rato van de cooppenningen. Item sullen coopers promptelijcke ten daegen der goedenisse moeten voldoen hunne coopsommen op prompte, parate ende ..... executie, tot welcken eijnde men dese voorwaerde oft instrumenten hier uyt sal moghen doen ende laeten, verclaeren executabel voor wethouderen alhier, t sij hier toe geciteert ofte met pag. 221: ---------- t enen sal idereen c.... .dde den hantslagh sal comen te olteneren (?) voor alle andere helb(?) ende sijn voor hooghen omsijns coopt te vesten om een iegelijck den geclieve ende daer naer te moghen hooghen. Item ingevallen den notaris int op ofte afroepen si,, quaemen te abuseren, sal het selve abues door hem worden gecedresceert sonder tegen seggen van iemant. Mits vercoopers sullen betaelen de lasten ende chijnsen, toelet (?) ende de dorpslasten tot Sinte Jan (=24 juni) naestcomende 1733 te verschijnen, ende de chijnsen te Drie Koningen 1734 te verschijnen ende het lant aenveerden halft ..st eerstcomende ende den bempt ten daeghen den goedernisse. Op de vorenstaende conditie heeft den hantslagh Peeter Lemmens voor de some hondert ende eenen gulden opt de selve lants in de Houtstraete onbegrepen der maete oftelt vijf hooghen ter presentie van Amandis Dausy en J.B. Janssens getuyghen. Dit + is t hantmeck van Peeter Lemmens, verclaerende niet ander te connen schrijven. Amandus Dausy (handtekening) J.B. Janssens (handtekening) Quad attestor J.B. Van Gestel Notaris achtervolgens de voorschreven conditie is de keerse ontsteken op de sille in de Hensstraet, ende met sllen dr selve gelleven aen Peeter Lemmens voor de somme hondert eens gulden en vijfich oeghen(?) ter presentie van Jan Verboven ende Jan Joris, getuyghen. Dit + is t hantwerck van Peeter Lemmens, verclarende niet anders te connen schrijven Jan Verboven (handtekening) Jan Joris (handtekening) Quad Attestor JBVan Gestel Notaris |
[bron: Geel Not. Van Gestel 1730-1788 Akte 6 van 1733 sc 218 t/m 221 Fam.Search] |
| 23-01-1731 | getuige kerkelijk huwelijk Adriaen Dens (1701-1737) en Gommarina Thijs [zie 162,III] | [broer bruidegom] | [bron: Zammel en Oosterlo rk Huw. 1730-1797 bl.1 sc 1 RijksArch.] | |||
| 12-07-1734 | getuige doop Martinus Dens (geb. 1734) | [oom vaderszijde] | [bron: Zammel-Oosterlo rk dopen 1730-1797 Bl. 20 Scan 24 Fam.Search] | |||
| 04-12-1734 | getuige doop Martinus Dens (geb. 1734) | [oom vaderszijde] | [bron: Westerlo rk Dopen Sint-Lambertus 1732-1754 bl. 33 sc. 19 Rijksarchief] |
![]() |
127 Leeuwe Petrus Adrani van, trouwt met Joanna Nicolai in de katholieke kerk van Loon op Zand op 30 maart 1673 |
| 21-09-1710 | Sprang |
| 15-10-1708 | getuige doop Joanna van Leuwe (geb. 1708) | [grootvader vaderszijde] | ||||
| 07-09-1713 | getuige doop Adrianus van Leuwe (geb. 1713) | [grootvader vaderszijde] |
![]() |
128 Leeuwe Adriaen Peeterse van, trouwt met Anneke Ariens Hooijmajer op 16 februari 1698 in Loon op Zand |
![]() |
129 Leuwen Nicolaus Petri van, trouwt RK in Baardwijk met Anthonia Michaelis Vermaes op 13 mei 1706 |
| 15-01-1719 | Sprang |
| 15-01-1719 | Loon |
![]() |
130 Leeuwen Sijtke Peters van, trouwt voor NG in Sprang met Peter Korneliszoon Weert op 27 december 1705 |
| 27-01-1715 | Sprang |
| 27-01-1715 | Loon |
![]() |
131 Neth Petrus Joannis, trouwt RK met Joanna Joannis op 23 januari 1689 in Loon op Zand |
![]() |
132 Wagemaker Adriaen Clasen, gaat in ondertrouw met Anneke Cornelisse de Bie op 17 augustus 1695 in Loon op Zand |
![]() |
133 Wagemaeckers Wilelmus Adriani, en Adriana Cornelii Timmermans trouwen in de RK kerk in Loon op Zand op 25 septembr 1723 |
| 17-01-1718 | getuige doop Maria Snaphaen (geb. 1718) | [neef moederszijde] | ||||
| 13-08-1719 | getuige doop Lucia Snaphaen (geb. 1719) | [neef moederszijde] | ||||
| 14-04-1721 | getuige doop Joannes Snaphaen (geb. 1721) | [neef moederszijde] | ||||
| 11-03-1737 | getuige doop Anneke Wagemakers (1737-1794) [zie 53] | [oom vaderszijde] | [bron: Inv.nr. 07 - Loon op Zand - doop- en trouwboek 1731-1760, akten van doop van onwettige kinderen 1742-1757 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 491, Doop-, trouw- en begraafboeken Loon op Zand 1608-1810, inventarisnummer 7, blad 30] |
![]() |
134 Wagemakers Petrus Adriani, en Angelina van Esch trouwen voor de RK kerk in Loon op Zand op 15 januari 1729 |
| 25-11-1734 | getuige doop Gerardus (Gerrit) Wagemakers (geb. 1734) | [oom vaderszijde] | ||||
| 01-12-1737 | getuige doop Andreas Wagemakers (geb. 1737) | [oom vaderszijde] |
| 11-03-1737 | getuige doop Anneke Wagemakers (1737-1794) [zie 53] | [aangetrouwde tante vaderszijde] | [bron: Inv.nr. 07 - Loon op Zand - doop- en trouwboek 1731-1760, akten van doop van onwettige kinderen 1742-1757 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 491, Doop-, trouw- en begraafboeken Loon op Zand 1608-1810, inventarisnummer 7, blad 30] |
![]() |
135 Lier Gojert Peeterse van, trouwt op 26 februari 1702 in Loon met Aarjaentje Wouterse Niewenhuijse |
![]() |
136 Nieuwenhuijse Adriana Walteri, RK gedoopt op 13 april 1682 in Loon op Zand |
![]() |
137 Lier Peter Geertse van, trouwt op 9 februari 1738 in Loon met Dirrickje Steven de Jongh |
| 07-11-1752 | getuige doop Godefridus (Govert) van Lier (1752-1815) | [oom vaderszijde] | [bron: Inv.nr. 07 - Loon op Zand - doop- en trouwboek 1731-1760, akten van doop van onwettige kinderen 1742-1757 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 491, Doop-, trouw- en begraafboeken Loon op Zand 1608-1810, inventarisnummer 7, blad 101v] | |||
| 23-07-1753 | getuige doop Wilhelma van Lier (1753-1791) [zie 108,II] | [oom vaderszijde] | [bron: Inv.nr. 07 - Loon op Zand - doop- en trouwboek 1731-1760, akten van doop van onwettige kinderen 1742-1757 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 491, Doop-, trouw- en begraafboeken Loon op Zand 1608-1810, inventarisnummer 7, blad 104v] | |||
| 16-01-1756 | getuige doop Adrianus Snoere (geb. 1756) | [oom moederszijde] | [bron: Inv.nr. 07 - Loon op Zand - doop- en trouwboek 1731-1760, akten van doop van onwettige kinderen 1742-1757 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 491, Doop-, trouw- en begraafboeken Loon op Zand 1608-1810, inventarisnummer 7, blad 117] | |||
| 17-02-1776 | getuige doop Adriana van Lier (1776-1776) | [grootvader vaderszijde] | [bron: Inv.nr. 08 - Loon op Zand - doop- en trouwboek 1760-1795 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 491, Doop-, trouw- en begraafboeken Loon op Zand 1608-1810, inventarisnummer 8, blad 91v] |
| 28-09-1738 | getuige doop Joannes Snoere (1738-1738) | [tante moederszijde] | [bron: Inv.nr. 07 - Loon op Zand - doop- en trouwboek 1731-1760, akten van doop van onwettige kinderen 1742-1757 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 491, Doop-, trouw- en begraafboeken Loon op Zand 1608-1810, inventarisnummer 7, blad 37] | |||
| 29-05-1746 | getuige doop Maria Snoere (geb. 1746) | [tante moederszijde] | [bron: Inv.nr. 07 - Loon op Zand - doop- en trouwboek 1731-1760, akten van doop van onwettige kinderen 1742-1757 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 491, Doop-, trouw- en begraafboeken Loon op Zand 1608-1810, inventarisnummer 7, blad 75] | |||
| 08-02-1750 | getuige kerkelijk huwelijk Jan van Lier (1718-1778) en Jenneke Oerlemans (1721-1771) [zie 109] | [zus bruidegom] | [bron: Inv.nr. 07 - Loon op Zand - doop- en trouwboek 1731-1760, akten van doop van onwettige kinderen 1742-1757 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 491, Doop-, trouw- en begraafboeken Loon op Zand 1608-1810, inventarisnummer 7, aktenummer 164v] |
![]() |
138 Lier Arieke Gose van, trouwt met Maria Adriaense de Jong in Loon op Zand op 23 november 1750 |
| 21-04-1778 | Arie van Lier en Leendert Oerlemans als voogden van de minderjarige kinderen van wijlen Jan Goyartse van Lier. Op 20 april 1778 is de staat en inventaris opgemaakt. O.a. een half huis met een hond weiland eromheen, gelegen in ’t Moer, oost Leendert Oerlemans, ook daar een zaailand van 4 honden en een weiland van 2 hond, en 2 heibodems, waarvan de grootte niet bekend is. De inboedel is beschreven, o.a. een eiken bed met 2 dekens, 4 paar slaaplakens, een linde bed, 2 linden sakken, een kast, een kist, een toog, een ijzeren pot, een moespot, 2 koperen handketels, een koperen seijgschotel (?), een emmer, 3 tinnen schotels, ..., een waskuip, een spinnenwiel. Meerderjarige zoon Goyert van Lier bevestigt de inventaris als oprecht gemaakt. Toelichting: ------------- Leendert Oerlemans is de broer van hun moeder Jenneke Oerlemans, dus hun oom. Arie van Lier is de broer van hun overleden vader Jan Goyerts van Lier, dus ook hun oom. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Voogdijrekeningen 1751-1796 inv 2865] |
| 05-04-1743 | getuige doop Maria Snoere (geb. 1743) | [oom moederszijde] | [bron: Inv.nr. 07 - Loon op Zand - doop- en trouwboek 1731-1760, akten van doop van onwettige kinderen 1742-1757 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 491, Doop-, trouw- en begraafboeken Loon op Zand 1608-1810, inventarisnummer 7, blad 62] | |||
| 26-03-1750 | getuige doop Godefridus Snoere (geb. 1750) | [oom moederszijde] | [bron: Inv.nr. 07 - Loon op Zand - doop- en trouwboek 1731-1760, akten van doop van onwettige kinderen 1742-1757 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 491, Doop-, trouw- en begraafboeken Loon op Zand 1608-1810, inventarisnummer 7, blad 90] | |||
| 28-11-1756 | getuige doop Maria van Lier (1756-1816) [zie 108,IV] | [oom vaderszijde] |
| 08-03-1745 | getuige doop Cornelia van Lier (geb. 1745) | [tante vaderszijde] | [bron: Inv.nr. 07 - Loon op Zand - doop- en trouwboek 1731-1760, akten van doop van onwettige kinderen 1742-1757 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 491, Doop-, trouw- en begraafboeken Loon op Zand 1608-1810, inventarisnummer 7, blad 69] | |||
| 26-04-1746 | getuige doop Adrianus Snoere (geb. 1746) | [tante moederszijde] | [bron: Inv.nr. 07 - Loon op Zand - doop- en trouwboek 1731-1760, akten van doop van onwettige kinderen 1742-1757 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 491, Doop-, trouw- en begraafboeken Loon op Zand 1608-1810, inventarisnummer 7, blad 74v] | |||
| 29-09-1754 | getuige doop Cornelia van Lier (1754-1785) [zie 108,III] | [tante vaderszijde] | [bron: Inv.nr. 07 - Loon op Zand - doop- en trouwboek 1731-1760, akten van doop van onwettige kinderen 1742-1757 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 491, Doop-, trouw- en begraafboeken Loon op Zand 1608-1810, inventarisnummer 7, blad 111] |
| 20-01-1759 | getuige doop Anna van Lier (1759-1803) [zie 108,V] | [aangetrouwde oom vaderszijde] | [bron: Inv.nr. 07 - Loon op Zand - doop- en trouwboek 1731-1760, akten van doop van onwettige kinderen 1742-1757 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 491, Doop-, trouw- en begraafboeken Loon op Zand 1608-1810, inventarisnummer 7, blad 131] |
![]() |
139 Lier Frijken of Trijken Godefridi van, trouwt op 7 februari 1745 in Loon op Zand met Adrianus Snoere |
![]() |
140 Oerlemans Cornelius, rk gedoopt op 9 aug. 1680, zoon van Leonardus Joannis en Anna Cornelii - Loon op Zand - Inv. 4 RK Doopboek 1671-1686 - Blad 50 |
| 09-05-1718 | Samenvatting: ---------------- Cornelis Leendertsen Oerlemans, Peter Adriaensse van Gurcum, gehuwd met Angneta Leendertsen Oerlemans, en Peter Ariensse Bastert, gehuwd met Hendrina Leendertse Oerlemans, kinderen van Leendert Janssen Oerlemans en Anneke van Esch, maken een boedelscheiding. Toelichting: ------------- Jan Leendert Oerlemans is niet genoemd in deze akte. Hij zal voor die tijd overleden zijn. Transcryptie: --------------- Compareerden Cornelis Leendertsen Oerlemans, Peter Adriaensse van Gurcum als in huwder hebbende Angneta Leendertsen Oerlemans, ende Peter Ariensse Bastert, als in huwder hebbende Hendrina Leendertse Oerlemans, alle kinderen ende erfgenamen van Leendert Janssen Oerlemans ende Anneke van Esch, in haer leven echteluyden, ende hebben onder den anderen aengegaen den erfscheijding ende deelingh van alle soodanige erfgoederen als de voorschreven hare ouders met de doot ontruymt ende achtergelaten hebben. Als eersteer is Cornelis Leendertsen Oerlemans bij blinde lote ten deel gevallen het oostelijke gedeelte van t huys tot den Middelweeght ende den stijl daer inbegrepen, staende alhier op t Craenven. Item het oostelijke. gedeelte van den hof, so als die nu afgepaelt is. Item de westenzijde van t hoogh met den verloren kost. Item noch den zijn. den kant van den grooten acker. Noch het westelijke gedeelte van het waeijke. Item noch den acker, genaemt de Korte Vooren, Als mede noch het waeijke op de loop. Item noch het zuijdelijk gedeelte in t perceel, genaemt den Bergh. Noch het oostelijk gedeelte van den heij bodem ende Noch eenen heijbodem gelegen in persoons. Vorder is Peter Adriaense van Gurcum, nomine uxoris (= in naam van de echtgenote), bedeelt ende sal in vollen eijgendom blijven besitten de helft van de hoeve met de landerijen gelegen alhier op de Efterling, soo als den voorschreven haren vader seselve uyt den boedel van sijne vrouwen ouder te deele is bevallen ende gelijk die nu bij den bedeelden wort bewoont, waer toe om kortheijts wille wert gerefereert. Vorders is PeterAriense Bastert nomine uxoris bij blinde lote bedeelt en sal in vollen eijgendom blijven besitten en behouden het westelijk gedeelte van voorschreven huys tot den Middelweeght toe met het westelijk gedeelte van den hof, staende alhier op t Craenven. Item de oostenzijde van den Hoogen Acker ende de noordenzijde van den Grooten Acker, als mede de oostenzijde van het waeyke ende het lant, genaemt De Achterstewaey ende de noordenkant van den Bergh het westeneijndt van den bodem, gelegen in t Moer. Item noch twee kleijne heijbodemkens, het eene teijnde de Moerstraet ende het ander bij den Kraenvensen Bergh. Vorders is bij de condividenten (=deelgenoten) geconditioneert ende besproken dat ider sijne aenbedeelde goederen nu sullen aenvaerden met soodanige lasten ende servituten (= rechten, zoals van overpad) waermede deselve belast sijn ende dat alle achterstaende lasten uit den gelijcken boedel sullen bijbetaelt worden tot Juli aenstaende 1719 ende het gedeelde te houden ende doen houden voor goet vastbondigh ende van waerde onder verbant als naer rechten. Actum den negenden meij 1718. <ondertekend> mij present Gijs Verwiel Lambert Nouwen A. Hoven 1718 |
[bron: Loon op Zand RA Inv. 89 f 232v-233 scan 242] | ||
| 20-02-1729 | Cornelis Leendert Oerlemans en Peeter Ariens Bastert, geh.m. Hendrien Leendert Oerlemans, sluiten een overeenkomst met Peter Adr. van Gorcum, wed.v. Agnees Leendert Oerlemans. Cornelis en Peeter dragen over aan de weduwnaar alle hafelijke en meubele goederen, die Agnees van hun vader Leendert Oerlemans zijn aanbestorven. De vaste goederen blijven in eigendom van Cornelis en Peeter. |
[bron: Loon op Zand Schepenbank inv 90 f 240v] | ||
| 29-03-1729 | Gelden van Esch, Joost Huijberts Vermutsert, als vader van zijn kinderen, ook voor het deel van Larens Hendrick Snoeren, Cornelis Leendertsen Oerlemans en Peeter Arienssen Bastert, geh.m. Henderien Leendertsen Oerlemans, allen erfgenamen van Jenneken van Esch, wed. Peeter Geeritsse van der Schoot, overleden te Tilburg, sluiten een overeenkomst met Cornelis van der Schoot, wonende te Tilburg, Elisabeth van der Schoot, wed.v. Glaudi de Roos, ook voor haar twee afwezige broers Peeter en Peeter van der Schoot, en Peeter Bouwens, als voogd van de kinderen van Geerit van der Schoot en Cornelia Bouwens, kinderen van Peeter Geeritsse van der Schoot. Er was een geschil ontstaan over de nalatenschap van Jenneken van Esch, haar broer Arien van Esch en haar man Peeter van der Schoot. |
[bron: Loon op Zand Schepenbank inv 90 f 243v] | ||
| 31-01-1730 | Gelden van Esch, Joost Huijberts Vermutsert, als vader van zijn kinderen, ook voor het deel van Larens Hendrick Snoeren, Cornelis Leendertsen Oerlemans en Peeter Arissen Bastert, geh.m. Henderien Leendert Oerlemans, allen erfgenamen van Jenneken van Esch, wed. Peeter Geeritse van der Schoot, overleden te Tilburg, sluiten een overeenkomst met Elisabeth van der Schoot, wed.v. Glaudi de Roos, Peeter en Peeter van der Schoot, genoemde Peeter van der Schoot jr. en Wouter Nouwens als voogden van de kinderen van Cornelis van der Schoot en Maria Nouwens, en genoemde Peeter van der Schoot en Peeter Bouwens, als voogd van de kinderen van Geerit van der Schoot en Cornelia Bouwens, kinderen van Peeter Geeritsse van der Schoot. Toelichting: ------------- Broer Jan en zus Neeske zijn niet genoemd in de akte. Jan en Neeske zijn al eerder overleden. in de overeenkomst met de weduwnaar van Neeske is bepaald dat de vaste goederen niet overgaan naar de weduwnaar, wel de hafelijke ende meubele goederen. Misschien vind ik nog een dergelijke overeenkomst t.a.v. broer, mocht die getrouwd zijn en kinderen hebben. |
[bron: Loon op Zand Schepenbank inv 91 f3v] | ||
| 07-11-1736 | Henderik Haamers, ook voor zijn zuster Teuntje Hamers, Peeter Hamers, Willemijn Hamers, wed.v. Cornelis Leendersz Oerlemans, en Jasper van Vught als voogd van het kind van Adriaan Haamers en Eeltje Cornelis van Gorkum, ook voor Maria Adriaansz Hamers, maken en boedelscheiding van de goederen van hun moeder en grootmoeder Jenneke Peetersz Prims. |
[bron: Loon op Zand Schepenbank inv 94 f 34v] | ||
| 01-03-1749 | Peter Adriaan Hamers, Claasina Sup, wed.v. Hendrik Adriaan Hamers, en Adriaan Oerlemans, als gelastigde van zijn moeder Willemijn Adriaan Hamers, wed.v. Cornelis Oerlemans, maken een boedelscheiding van de goederen van hun zuster Theuntie Adriaan Hamers. | [bron: Loon op Zand Schepenbank inv 97 f 155v] | ||
| 03-06-1761 | Samenvatting: ---------------- Adriaan Oerlemans, Leendert Oerlemans, Jan Goijertze van Lier, getrouwd met Jenneke Oerlemans, en Jacobus Haansbergen, getrouwd met Angeneeske Oerlemans, maken een deling en scheiding. Adriaan krijgt bedeeld: * in ’t Kraanven 3 stukken zaailand en 2 stukken weiland * in ’t Moer: 2 stukken heide Leendert krijgt: * Achter in t Loonse Moer een half huis ten oosten en erve, met zijn aanpand de Steeg ten zuiden en ten noorden’zuid de Straat, noord de Baan. * Ook daar een perceel zaai- en weiland, een perceel zaailand en heide Jan Goyertze van Lier, voor Jenneke: * een half huys en erve ten westen, de wederhelft van het half huys van Leendert * Ook daar een zaailand en een perceeltje heide Jacobus Haansbergen, voor Angeneeske: * Huys, stal en hof op t Craanven, noorden de Straat * Ook daar 3 percelen zaailand, 1 perceel weiland en hout, en 1 weiland, en 1 stuk hei * In t Moer een peceel hei. Toelichting: ------------- De ouders zijn niet met name genoemd. Het gaat om Cornelius Leenders Oerlemans en Wilhelma Adriaan Peeter van Esch. Adriaan is 45 jaar, Leendert 42, Angeneeske 39 en Jenneke 32. Ze verdelen een huis, stal en hof in het Kraanven, een huis achter in t Moer, meerder percelen zaaland, weiland en heide, gelegen in ’t Kraanven en in ’t Moer. Als aanduidingen zijn genoemd de Straat, de Baan en de Steeg. Als maat is de hond gebruikt. Die was 100 roeden, 1/6 morgen. Een Rijnlandse hond was 0,14 hectare (Wikipedia). Zo krijgt Adriaan in totaal 7 1/4 hond ofel 1 hectare, verdeeld over 7 stukjes grond. Gemiddeld is elk perceel dan 32 bij 32 meter. Als drossaard is Bernardus Oerlemans aanwezig. is hij familie? Hij stamt af van de tak uit Sprang, en is niet direct familie.Die tak komt van voor 1500 uit Loon op Zand. Mogelijk is daar nog een verbinding te vinden. Bijgevoegd is op scanpagina 131 een nota voor de akte, in totaal 5 Carolus gulden en 10 stuivers. Er staat ook dat Hendrik Priems bij Aantje Verbiessen in t Craanven woont. De relatie met de akte ontgaat me. Dat geldt ook voor scanpagina 132: dat 15 december 1755 op een maandag valt (wat trouwens klopt). Transcryptie: --------------- Van scanpagina’s 130, 133, 134 en 135: Compareerde voor ons Bernardus Oerlemans Drossaart, en Adriaan de Bruyn, Scheepen deezer Grond Heerlijkheit Venloon Adriaan Oerlemans, Leendert Oerlemans, Jan Goyertze van Lier, als in Huwelijk hebbende Jenneke Oerlemans, en Jacobus Haansbergen, als in Huwelijk hebbende Angeneeske Oerlemans, dewelke verklaarde met elkanderen te hebben aangegaan deeze nvaolgende Scheijdingen en Deelingen. Als Eerstelijk werd den voornoemden Adriaan Oerlemans aanbedeelt en zal in vollen eijgendom hebben, Een perceel zayland, groot omtrent een half hond, gelegen alhier op ’t Craanven, belent ten oosten Willemijn Borsten, west den laasten bedeelden, zuyden Jan van Duppen, en Noorden Anneke Visser. Item een perceel zayand gelegen als voor, groot omtrent een en een half hond, belent oost Adriaan Bastert, west en noorden Mijnes Dominicus, zuyden Maria Visser. Item een perceel zayland gelegen als voor groot omtrent vijf vierendeel honds, belent oost Mijnes Dominicus, west Wouter Bastert, zuyden den laasten bedeelden, en Noorden Adriaan Bastert. Item een perceel weijland met houdt, gelegen als voor groot omtrent een half hond, belent oost Adriaan Bastert, west Wouter Bastert, zuyden Adriaan Bastert, en Noorden den laasten bedeelden. Item een perceel weijland, gelgen als voor groot omtrent een hond, belent oost Cornelis Oerlemans, west Juffrouw van de Ven, zuyden Peter Kouwenberg, en Noord den laasten bedeelden. Iem een perceel heijde, gelegen int Moer, groot omtrent een hond, belent oost den laasten bedeelden, west . . . <opengelaten> zuyden Peter Kouwenberg, en Noord . . . <opengelaten> En laastelijk een perceel heijde, gelegen als voor, groot omtrent een hond, belent oost Wouter Bastert, west den laasten bedeelden, Noord de gemeijnte wijden. En is meede aanbedeelt deb tweeden comparant Leendert Oerlemans, en zal in vollen eijgendom bezitten: Een half huys ten oosten, en erve, staande ende gelgen acher in ’t Loonse Moer met zijn aanpant de Steeg gelegen ten zuyden en Noorden van t gemelde Huys, belent oost Paulus van Gorkum, west Peter Hamers, zuyden de Straat, en Noorden de Baan Item een perceel zay- en weijland groot omtrent twee en een half hond, gelegen alsvoor, belent oost het kind van Engelbert Wezenbeek, west Peter Hamers, zuyden Adriaan Hamers, en Noorden Nicolaas Hamers. Item een perceel zayland en heijde, gelegen, en groot als voor, belent oost Paulus van Gorcum, zuyden het weeskind van Engelbert Wezenbeek, west Peter Hamers, en Noorden het weestkind van Engelbert Weezenbeek. En is verders aan den derden comparant Jan Goyertze van Lier, aanbedeelt, en zal in vollen eijgendom bezitten Een half huys en erve ten westen, staande en gelegen als voorschreven staat, onder de wederhelft van ’t halve huys van Leendert Oerlemans, belent als daar bij verders staat uytgedrukt, Met een perceel weijland daar aan gelegen, groot omtrent een hondt. Item een perceel zayland. gelgen als voor groot omtent vier honten, belent oost Paulus van Gorkum, west Peter Hamers, zuyden Adriaan hamers, en Noorden denzelven. En laastelijk een perceeltie heijland, gelgen alsvoor met den tweeden bedeelten Jacobus Haansbergen, zijnde den laasten comparant, aanbedeelt en zal in vollen eijgendom hebben en bezitten Een huys, stal en hof, staande ende gelegen alhier op ’t Craanven, belent oost een waterlaat, west Ariaan Bastert, zuyden Peter Kouwenberg, en noorden de Straat Item een perceel zayland, gelegen als voor, belent oost den eeesten bedeelden, west Peter Kouwenberg zuyden Jan van Duppen en noorden Anneke Visser. Item een perceel zayland gelegen als voor groot omtrent vijf vierendeel houds, belent oost Mijnes Dominicus, west Wouter Bastert, zuyden Maria Visser, en Noord den Eersten bedeelden. Item een perceel weijland en hout, gelegen als voor, groot omtrent een half hond, belent oost Wouter Bastert, west de heijde, zuyden den eersten bedeelden, en Noorden Adriaan Bastert. Item een perceel zayland, gelgen als voor, groot een half hond, belent oost Adriaan Bastert, west en Noorden Wouter Bastert, en zuyden de Straat. Item een perceel weijland, gelgen als voor, groot omrent een hond, belent oost en zuyden Juffrouw van de Ven, west Willemijn Borsten, en Noorden Peter van der Ven. Item een perceel heijde, gelegen alhier in t Moer, groot omtrent een half hond, belent oost den eersten bedeelden, west Melis Dominicus, zuyden . . . <opengelaten>, en Noorden de gemeijnten. Item een perceel heijde gelegen als voor, groot omtrent een hond, belent oost . . . <opengelaten>, west den Eersten bedeelden, zuyden Peter Kouwenberg, en Noorden . . . . . <opengelaten>. En Laastelijk een perceel heijde, gelegen op t Craanven, groot omtrent een hond, belent oost Anneke Visser, west Cornelis Oerlemans, zuyden . . . . <opengelaten>, en Noorden Adriaan Bastert. Aldus tussen de voornoemde comparanten in voegen voorschreven gescheijden ende gedeelt, belovende elkanderen over geen anderen of nadere deelingen, moeyelijk te zullen vallen, maar ieder zijn aanbedeelde zuserlijk en vreedelijk t zullen laeten behouden en bezitten, cedeerende overzulx elk zijn regt, actie en aandeel, als een ieder van hun daar in is competeerende, belovende overzulx deeze ten allen tijden te zullen houden, en doen houden voor goed ende van waarden, onder verband als na regten. Aldus gedaan en gepasseert beinnen deeze Heerlijkheit Venloon, den derden Juny zeventien hondert Een en Sestigh. Dit + stelt Adriaan Oerlemans, verklaart niet te konnen schrijven. Dit + stelt Leendert Oerlemans, verklaart niet te konnen schrijven. Dit + stelt Jan Goyertze van Lier, verklaart niet te konnen schrijven. Jacobus Haansbergen B. Oerlemans, drossaard. Adriaan de Bruyn. mij present H. Tusselman, secretaris. Transcryptie van scan 131: -------------------------------- Drossaart 1:10:0 Scheepenen 1:10:0 Secretaris 2:10:0 <totaal> 5:10:0 Hendrik Priems woonachtig op t Craanven woont bij Aantje Verbiessen. Transcryptie van scan 132: -------------------------------- Mijn Heere volgens de tafel van de Sondagse letter blijckt claer als dat in den jaere 1755 den 15 december is gevalle op maendag. |
[bron: Loon op Zand RA Inv. 101 f. 107 t/m 109v - scan 130 t/m 135] |
| van 1675 tot 1725 | Samenvatting: ---------------- Jan Gerit Claessen de oude van Heijliger Jansse Oerlemans 1/3 part uit een stede met land e akker, groot 16 loopensaet, 18 roeden 3 Pond 11 Stuivers 12 Penningen Cornelis (zijn naam is er voorgezet) Leendert Jansse Oerlemans 1/3 part als den selven van Geerit Cornelis Corstiaenssen 2 Pond 13 Stuivers 3 Penningen Peeter Adriaen Bastert van Leendert Jansse Oerlemans en Geerit Cornelis Corstiaenssen lant noch van de erfgenamen Geerit Cornelis Corstiaensen nieuw lant 2 Pond 13 Stuivers 3 Penningen De weduwe van Cornelis Jansse Oerlemans 1/3 part als noch van de weduwe Peeter Geeritse Couwenlaer lant van de weduwe Corstiaen Jan Borsten 5 Pond 2 Stuivers 2 Penningen De weduwe Peter Cornelis Oerlemans van haar ouders oud en nieuw lant en noch van de weduwe van Cornelis Jansse Oerlemans voor 1/2 3 Pond 15 Stuivers 9 Penningen Toelichting: ------------ Een ordinair verpondingenboek werd voor langere tijd gebruikt, De waarden bleven gelijk. Voor een precieze tijdbepaling dus niet echt geschikt. Ik heb vanuit de omschrijving in het archief: Eind 17e eeuw - Begin 18e eeuw dit vertaald naar 1675-1725. |
[bron: Loon op Zand - Dorpsbestuur Inv. 797 f. 51v] |
![]() |
141 Hamers Wilhelma. rk gedoopt op 17 dec. 1687, dochter van Adrianus Petri en Joanna Petri - Loon op Zand - Inv. 5 RK Doopboek 1687-1711 - Blad 8 |
| 07-11-1736 | Henderik Haamers, ook voor zijn zuster Teuntje Hamers, Peeter Hamers, Willemijn Hamers, wed.v. Cornelis Leendersz Oerlemans, en Jasper van Vught als voogd van het kind van Adriaan Haamers en Eeltje Cornelis van Gorkum, ook voor Maria Adriaansz Hamers, maken en boedelscheiding van de goederen van hun moeder en grootmoeder Jenneke Peetersz Prims. |
[bron: Loon op Zand Schepenbank inv 94 f 34v] | ||
| 01-03-1749 | Peter Adriaan Hamers, Claasina Sup, wed.v. Hendrik Adriaan Hamers, en Adriaan Oerlemans, als gelastigde van zijn moeder Willemijn Adriaan Hamers, wed.v. Cornelis Oerlemans, maken een boedelscheiding van de goederen van hun zuster Theuntie Adriaan Hamers. | [bron: Loon op Zand Schepenbank inv 97 f 155v] | ||
| 03-06-1761 | Samenvatting: ---------------- Adriaan Oerlemans, Leendert Oerlemans, Jan Goijertze van Lier, getrouwd met Jenneke Oerlemans, en Jacobus Haansbergen, getrouwd met Angeneeske Oerlemans, maken een deling en scheiding. Adriaan krijgt bedeeld: * in ’t Kraanven 3 stukken zaailand en 2 stukken weiland * in ’t Moer: 2 stukken heide Leendert krijgt: * Achter in t Loonse Moer een half huis ten oosten en erve, met zijn aanpand de Steeg ten zuiden en ten noorden’zuid de Straat, noord de Baan. * Ook daar een perceel zaai- en weiland, een perceel zaailand en heide Jan Goyertze van Lier, voor Jenneke: * een half huys en erve ten westen, de wederhelft van het half huys van Leendert * Ook daar een zaailand en een perceeltje heide Jacobus Haansbergen, voor Angeneeske: * Huys, stal en hof op t Craanven, noorden de Straat * Ook daar 3 percelen zaailand, 1 perceel weiland en hout, en 1 weiland, en 1 stuk hei * In t Moer een peceel hei. Toelichting: ------------- De ouders zijn niet met name genoemd. Het gaat om Cornelius Leenders Oerlemans en Wilhelma Adriaan Peeter van Esch. Adriaan is 45 jaar, Leendert 42, Angeneeske 39 en Jenneke 32. Ze verdelen een huis, stal en hof in het Kraanven, een huis achter in t Moer, meerder percelen zaaland, weiland en heide, gelegen in ’t Kraanven en in ’t Moer. Als aanduidingen zijn genoemd de Straat, de Baan en de Steeg. Als maat is de hond gebruikt. Die was 100 roeden, 1/6 morgen. Een Rijnlandse hond was 0,14 hectare (Wikipedia). Zo krijgt Adriaan in totaal 7 1/4 hond ofel 1 hectare, verdeeld over 7 stukjes grond. Gemiddeld is elk perceel dan 32 bij 32 meter. Als drossaard is Bernardus Oerlemans aanwezig. is hij familie? Hij stamt af van de tak uit Sprang, en is niet direct familie.Die tak komt van voor 1500 uit Loon op Zand. Mogelijk is daar nog een verbinding te vinden. Bijgevoegd is op scanpagina 131 een nota voor de akte, in totaal 5 Carolus gulden en 10 stuivers. Er staat ook dat Hendrik Priems bij Aantje Verbiessen in t Craanven woont. De relatie met de akte ontgaat me. Dat geldt ook voor scanpagina 132: dat 15 december 1755 op een maandag valt (wat trouwens klopt). Transcryptie: --------------- Van scanpagina’s 130, 133, 134 en 135: Compareerde voor ons Bernardus Oerlemans Drossaart, en Adriaan de Bruyn, Scheepen deezer Grond Heerlijkheit Venloon Adriaan Oerlemans, Leendert Oerlemans, Jan Goyertze van Lier, als in Huwelijk hebbende Jenneke Oerlemans, en Jacobus Haansbergen, als in Huwelijk hebbende Angeneeske Oerlemans, dewelke verklaarde met elkanderen te hebben aangegaan deeze nvaolgende Scheijdingen en Deelingen. Als Eerstelijk werd den voornoemden Adriaan Oerlemans aanbedeelt en zal in vollen eijgendom hebben, Een perceel zayland, groot omtrent een half hond, gelegen alhier op ’t Craanven, belent ten oosten Willemijn Borsten, west den laasten bedeelden, zuyden Jan van Duppen, en Noorden Anneke Visser. Item een perceel zayand gelegen als voor, groot omtrent een en een half hond, belent oost Adriaan Bastert, west en noorden Mijnes Dominicus, zuyden Maria Visser. Item een perceel zayland gelegen als voor groot omtrent vijf vierendeel honds, belent oost Mijnes Dominicus, west Wouter Bastert, zuyden den laasten bedeelden, en Noorden Adriaan Bastert. Item een perceel weijland met houdt, gelegen als voor groot omtrent een half hond, belent oost Adriaan Bastert, west Wouter Bastert, zuyden Adriaan Bastert, en Noorden den laasten bedeelden. Item een perceel weijland, gelgen als voor groot omtrent een hond, belent oost Cornelis Oerlemans, west Juffrouw van de Ven, zuyden Peter Kouwenberg, en Noord den laasten bedeelden. Iem een perceel heijde, gelegen int Moer, groot omtrent een hond, belent oost den laasten bedeelden, west . . . <opengelaten> zuyden Peter Kouwenberg, en Noord . . . <opengelaten> En laastelijk een perceel heijde, gelegen als voor, groot omtrent een hond, belent oost Wouter Bastert, west den laasten bedeelden, Noord de gemeijnte wijden. En is meede aanbedeelt deb tweeden comparant Leendert Oerlemans, en zal in vollen eijgendom bezitten: Een half huys ten oosten, en erve, staande ende gelgen acher in ’t Loonse Moer met zijn aanpant de Steeg gelegen ten zuyden en Noorden van t gemelde Huys, belent oost Paulus van Gorkum, west Peter Hamers, zuyden de Straat, en Noorden de Baan Item een perceel zay- en weijland groot omtrent twee en een half hond, gelegen alsvoor, belent oost het kind van Engelbert Wezenbeek, west Peter Hamers, zuyden Adriaan Hamers, en Noorden Nicolaas Hamers. Item een perceel zayland en heijde, gelegen, en groot als voor, belent oost Paulus van Gorcum, zuyden het weeskind van Engelbert Wezenbeek, west Peter Hamers, en Noorden het weestkind van Engelbert Weezenbeek. En is verders aan den derden comparant Jan Goyertze van Lier, aanbedeelt, en zal in vollen eijgendom bezitten Een half huys en erve ten westen, staande en gelegen als voorschreven staat, onder de wederhelft van ’t halve huys van Leendert Oerlemans, belent als daar bij verders staat uytgedrukt, Met een perceel weijland daar aan gelegen, groot omtrent een hondt. Item een perceel zayland. gelgen als voor groot omtent vier honten, belent oost Paulus van Gorkum, west Peter Hamers, zuyden Adriaan hamers, en Noorden denzelven. En laastelijk een perceeltie heijland, gelgen alsvoor met den tweeden bedeelten Jacobus Haansbergen, zijnde den laasten comparant, aanbedeelt en zal in vollen eijgendom hebben en bezitten Een huys, stal en hof, staande ende gelegen alhier op ’t Craanven, belent oost een waterlaat, west Ariaan Bastert, zuyden Peter Kouwenberg, en noorden de Straat Item een perceel zayland, gelegen als voor, belent oost den eeesten bedeelden, west Peter Kouwenberg zuyden Jan van Duppen en noorden Anneke Visser. Item een perceel zayland gelegen als voor groot omtrent vijf vierendeel houds, belent oost Mijnes Dominicus, west Wouter Bastert, zuyden Maria Visser, en Noord den Eersten bedeelden. Item een perceel weijland en hout, gelegen als voor, groot omtrent een half hond, belent oost Wouter Bastert, west de heijde, zuyden den eersten bedeelden, en Noorden Adriaan Bastert. Item een perceel zayland, gelgen als voor, groot een half hond, belent oost Adriaan Bastert, west en Noorden Wouter Bastert, en zuyden de Straat. Item een perceel weijland, gelgen als voor, groot omrent een hond, belent oost en zuyden Juffrouw van de Ven, west Willemijn Borsten, en Noorden Peter van der Ven. Item een perceel heijde, gelegen alhier in t Moer, groot omtrent een half hond, belent oost den eersten bedeelden, west Melis Dominicus, zuyden . . . <opengelaten>, en Noorden de gemeijnten. Item een perceel heijde gelegen als voor, groot omtrent een hond, belent oost . . . <opengelaten>, west den Eersten bedeelden, zuyden Peter Kouwenberg, en Noorden . . . . . <opengelaten>. En Laastelijk een perceel heijde, gelegen op t Craanven, groot omtrent een hond, belent oost Anneke Visser, west Cornelis Oerlemans, zuyden . . . . <opengelaten>, en Noorden Adriaan Bastert. Aldus tussen de voornoemde comparanten in voegen voorschreven gescheijden ende gedeelt, belovende elkanderen over geen anderen of nadere deelingen, moeyelijk te zullen vallen, maar ieder zijn aanbedeelde zuserlijk en vreedelijk t zullen laeten behouden en bezitten, cedeerende overzulx elk zijn regt, actie en aandeel, als een ieder van hun daar in is competeerende, belovende overzulx deeze ten allen tijden te zullen houden, en doen houden voor goed ende van waarden, onder verband als na regten. Aldus gedaan en gepasseert beinnen deeze Heerlijkheit Venloon, den derden Juny zeventien hondert Een en Sestigh. Dit + stelt Adriaan Oerlemans, verklaart niet te konnen schrijven. Dit + stelt Leendert Oerlemans, verklaart niet te konnen schrijven. Dit + stelt Jan Goyertze van Lier, verklaart niet te konnen schrijven. Jacobus Haansbergen B. Oerlemans, drossaard. Adriaan de Bruyn. mij present H. Tusselman, secretaris. Transcryptie van scan 131: -------------------------------- Drossaart 1:10:0 Scheepenen 1:10:0 Secretaris 2:10:0 <totaal> 5:10:0 Hendrik Priems woonachtig op t Craanven woont bij Aantje Verbiessen. Transcryptie van scan 132: -------------------------------- Mijn Heere volgens de tafel van de Sondagse letter blijckt claer als dat in den jaere 1755 den 15 december is gevalle op maendag. |
[bron: Loon op Zand RA Inv. 101 f. 107 t/m 109v - scan 130 t/m 135] |
![]() |
142 Oerlemans Anna, rk gedoopt op 9 aug. 1713, dochter van Cornelius Oerlemans en Wilhelma Adrianus Peeter Hamers - Loon op Zand - Inv. 6 RK Doopboek 1711-1731 blad 14 |
![]() |
143 Oerlemans Adrianus, rk gedoopt op 11 juni 1715, zoon van Cornelius Oerlemans en Wilhelma Adrianus Hamers - Loon op Zand - Inv. 6 RK Doopboek 1711-1731 blad 23 |
| 01-03-1749 | Peter Adriaan Hamers, Claasina Sup, wed.v. Hendrik Adriaan Hamers, en Adriaan Oerlemans, als gelastigde van zijn moeder Willemijn Adriaan Hamers, wed.v. Cornelis Oerlemans, maken een boedelscheiding van de goederen van hun zuster Theuntie Adriaan Hamers. | [bron: Loon op Zand Schepenbank inv 97 f 155v] | ||
| 03-06-1761 | Samenvatting: ---------------- Adriaan Oerlemans, Leendert Oerlemans, Jan Goijertze van Lier, getrouwd met Jenneke Oerlemans, en Jacobus Haansbergen, getrouwd met Angeneeske Oerlemans, maken een deling en scheiding. Adriaan krijgt bedeeld: * in ’t Kraanven 3 stukken zaailand en 2 stukken weiland * in ’t Moer: 2 stukken heide Leendert krijgt: * Achter in t Loonse Moer een half huis ten oosten en erve, met zijn aanpand de Steeg ten zuiden en ten noorden’zuid de Straat, noord de Baan. * Ook daar een perceel zaai- en weiland, een perceel zaailand en heide Jan Goyertze van Lier, voor Jenneke: * een half huys en erve ten westen, de wederhelft van het half huys van Leendert * Ook daar een zaailand en een perceeltje heide Jacobus Haansbergen, voor Angeneeske: * Huys, stal en hof op t Craanven, noorden de Straat * Ook daar 3 percelen zaailand, 1 perceel weiland en hout, en 1 weiland, en 1 stuk hei * In t Moer een peceel hei. Toelichting: ------------- De ouders zijn niet met name genoemd. Het gaat om Cornelius Leenders Oerlemans en Wilhelma Adriaan Peeter van Esch. Adriaan is 45 jaar, Leendert 42, Angeneeske 39 en Jenneke 32. Ze verdelen een huis, stal en hof in het Kraanven, een huis achter in t Moer, meerder percelen zaaland, weiland en heide, gelegen in ’t Kraanven en in ’t Moer. Als aanduidingen zijn genoemd de Straat, de Baan en de Steeg. Als maat is de hond gebruikt. Die was 100 roeden, 1/6 morgen. Een Rijnlandse hond was 0,14 hectare (Wikipedia). Zo krijgt Adriaan in totaal 7 1/4 hond ofel 1 hectare, verdeeld over 7 stukjes grond. Gemiddeld is elk perceel dan 32 bij 32 meter. Als drossaard is Bernardus Oerlemans aanwezig. is hij familie? Hij stamt af van de tak uit Sprang, en is niet direct familie.Die tak komt van voor 1500 uit Loon op Zand. Mogelijk is daar nog een verbinding te vinden. Bijgevoegd is op scanpagina 131 een nota voor de akte, in totaal 5 Carolus gulden en 10 stuivers. Er staat ook dat Hendrik Priems bij Aantje Verbiessen in t Craanven woont. De relatie met de akte ontgaat me. Dat geldt ook voor scanpagina 132: dat 15 december 1755 op een maandag valt (wat trouwens klopt). Transcryptie: --------------- Van scanpagina’s 130, 133, 134 en 135: Compareerde voor ons Bernardus Oerlemans Drossaart, en Adriaan de Bruyn, Scheepen deezer Grond Heerlijkheit Venloon Adriaan Oerlemans, Leendert Oerlemans, Jan Goyertze van Lier, als in Huwelijk hebbende Jenneke Oerlemans, en Jacobus Haansbergen, als in Huwelijk hebbende Angeneeske Oerlemans, dewelke verklaarde met elkanderen te hebben aangegaan deeze nvaolgende Scheijdingen en Deelingen. Als Eerstelijk werd den voornoemden Adriaan Oerlemans aanbedeelt en zal in vollen eijgendom hebben, Een perceel zayland, groot omtrent een half hond, gelegen alhier op ’t Craanven, belent ten oosten Willemijn Borsten, west den laasten bedeelden, zuyden Jan van Duppen, en Noorden Anneke Visser. Item een perceel zayand gelegen als voor, groot omtrent een en een half hond, belent oost Adriaan Bastert, west en noorden Mijnes Dominicus, zuyden Maria Visser. Item een perceel zayland gelegen als voor groot omtrent vijf vierendeel honds, belent oost Mijnes Dominicus, west Wouter Bastert, zuyden den laasten bedeelden, en Noorden Adriaan Bastert. Item een perceel weijland met houdt, gelegen als voor groot omtrent een half hond, belent oost Adriaan Bastert, west Wouter Bastert, zuyden Adriaan Bastert, en Noorden den laasten bedeelden. Item een perceel weijland, gelgen als voor groot omtrent een hond, belent oost Cornelis Oerlemans, west Juffrouw van de Ven, zuyden Peter Kouwenberg, en Noord den laasten bedeelden. Iem een perceel heijde, gelegen int Moer, groot omtrent een hond, belent oost den laasten bedeelden, west . . . <opengelaten> zuyden Peter Kouwenberg, en Noord . . . <opengelaten> En laastelijk een perceel heijde, gelegen als voor, groot omtrent een hond, belent oost Wouter Bastert, west den laasten bedeelden, Noord de gemeijnte wijden. En is meede aanbedeelt deb tweeden comparant Leendert Oerlemans, en zal in vollen eijgendom bezitten: Een half huys ten oosten, en erve, staande ende gelgen acher in ’t Loonse Moer met zijn aanpant de Steeg gelegen ten zuyden en Noorden van t gemelde Huys, belent oost Paulus van Gorkum, west Peter Hamers, zuyden de Straat, en Noorden de Baan Item een perceel zay- en weijland groot omtrent twee en een half hond, gelegen alsvoor, belent oost het kind van Engelbert Wezenbeek, west Peter Hamers, zuyden Adriaan Hamers, en Noorden Nicolaas Hamers. Item een perceel zayland en heijde, gelegen, en groot als voor, belent oost Paulus van Gorcum, zuyden het weeskind van Engelbert Wezenbeek, west Peter Hamers, en Noorden het weestkind van Engelbert Weezenbeek. En is verders aan den derden comparant Jan Goyertze van Lier, aanbedeelt, en zal in vollen eijgendom bezitten Een half huys en erve ten westen, staande en gelegen als voorschreven staat, onder de wederhelft van ’t halve huys van Leendert Oerlemans, belent als daar bij verders staat uytgedrukt, Met een perceel weijland daar aan gelegen, groot omtrent een hondt. Item een perceel zayland. gelgen als voor groot omtent vier honten, belent oost Paulus van Gorkum, west Peter Hamers, zuyden Adriaan hamers, en Noorden denzelven. En laastelijk een perceeltie heijland, gelgen alsvoor met den tweeden bedeelten Jacobus Haansbergen, zijnde den laasten comparant, aanbedeelt en zal in vollen eijgendom hebben en bezitten Een huys, stal en hof, staande ende gelegen alhier op ’t Craanven, belent oost een waterlaat, west Ariaan Bastert, zuyden Peter Kouwenberg, en noorden de Straat Item een perceel zayland, gelegen als voor, belent oost den eeesten bedeelden, west Peter Kouwenberg zuyden Jan van Duppen en noorden Anneke Visser. Item een perceel zayland gelegen als voor groot omtrent vijf vierendeel houds, belent oost Mijnes Dominicus, west Wouter Bastert, zuyden Maria Visser, en Noord den Eersten bedeelden. Item een perceel weijland en hout, gelegen als voor, groot omtrent een half hond, belent oost Wouter Bastert, west de heijde, zuyden den eersten bedeelden, en Noorden Adriaan Bastert. Item een perceel zayland, gelgen als voor, groot een half hond, belent oost Adriaan Bastert, west en Noorden Wouter Bastert, en zuyden de Straat. Item een perceel weijland, gelgen als voor, groot omrent een hond, belent oost en zuyden Juffrouw van de Ven, west Willemijn Borsten, en Noorden Peter van der Ven. Item een perceel heijde, gelegen alhier in t Moer, groot omtrent een half hond, belent oost den eersten bedeelden, west Melis Dominicus, zuyden . . . <opengelaten>, en Noorden de gemeijnten. Item een perceel heijde gelegen als voor, groot omtrent een hond, belent oost . . . <opengelaten>, west den Eersten bedeelden, zuyden Peter Kouwenberg, en Noorden . . . . . <opengelaten>. En Laastelijk een perceel heijde, gelegen op t Craanven, groot omtrent een hond, belent oost Anneke Visser, west Cornelis Oerlemans, zuyden . . . . <opengelaten>, en Noorden Adriaan Bastert. Aldus tussen de voornoemde comparanten in voegen voorschreven gescheijden ende gedeelt, belovende elkanderen over geen anderen of nadere deelingen, moeyelijk te zullen vallen, maar ieder zijn aanbedeelde zuserlijk en vreedelijk t zullen laeten behouden en bezitten, cedeerende overzulx elk zijn regt, actie en aandeel, als een ieder van hun daar in is competeerende, belovende overzulx deeze ten allen tijden te zullen houden, en doen houden voor goed ende van waarden, onder verband als na regten. Aldus gedaan en gepasseert beinnen deeze Heerlijkheit Venloon, den derden Juny zeventien hondert Een en Sestigh. Dit + stelt Adriaan Oerlemans, verklaart niet te konnen schrijven. Dit + stelt Leendert Oerlemans, verklaart niet te konnen schrijven. Dit + stelt Jan Goyertze van Lier, verklaart niet te konnen schrijven. Jacobus Haansbergen B. Oerlemans, drossaard. Adriaan de Bruyn. mij present H. Tusselman, secretaris. Transcryptie van scan 131: -------------------------------- Drossaart 1:10:0 Scheepenen 1:10:0 Secretaris 2:10:0 <totaal> 5:10:0 Hendrik Priems woonachtig op t Craanven woont bij Aantje Verbiessen. Transcryptie van scan 132: -------------------------------- Mijn Heere volgens de tafel van de Sondagse letter blijckt claer als dat in den jaere 1755 den 15 december is gevalle op maendag. |
[bron: Loon op Zand RA Inv. 101 f. 107 t/m 109v - scan 130 t/m 135] |
| 04-12-1747 | getuige doop Cornelius Leendert Oerlemans (geb. 1747) | [oom vaderszijde] | [bron: Loon op Zand - Inv. 7 Doop- en trouwboek 1731-1760 - blad 82v] | |||
| 15-09-1750 | getuige doop Wilhelmus Leendert Oerlemans (1750-1798) | [oom vaderszijde] | [bron: Loon op Zand - Inv. 7 Doop- en trouwboek 1731-1760 - blad 92] | |||
| 05-10-1751 | getuige doop Goijert van Lier (1751-1801) [zie 54] | [oom moederszijde] | [bron: Inv.nr. 07 - Loon op Zand - doop- en trouwboek 1731-1760, akten van doop van onwettige kinderen 1742-1757 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 491, Doop-, trouw- en begraafboeken Loon op Zand 1608-1810, inventarisnummer 7, blad 96] | |||
| 20-08-1764 | getuige doop Adriana Leendert (Adriaantje) Oerlemans (1764-1819) | [oom vaderszijde] | [bron: Loon op Zand - Inv. 8 Doop-en trouwboek 1760-1795 - blad 23] |
| 1747 | Loon op Zand | [bron: Loon op Zand RK Trouwboek 1731-1760 (RHC Tilburg) 491 - Collectie doop-, trouw- en begraafboeken Lz (inv.nr. 7, pg160v)] | ||
| 1774 | ten noorden de Agterse Huijzestraat, Loon op Zand (Dit is tegenwoordig de Paalstraat (naar G. Verschuren in Straet en Vaert 2021 Pag. 7 over de Moeren van Loon 2) Genoemd zijn: * een half huijs, hof en wei, groot 1/2 hont * 4 hont saijlandt * 1 hont weijlant * 1 hont lant waarbij 1 hont=1 loopensaat=50 roede en 1 roede=33,062m2 Dan is dit half huis en hof en wei - 826 m2 (bijvoorbeeld 25 bij 33 m) zaailand - 6612 m2 (bijvoorbeeld 100x661m) weiland - 1653 m2 (bijvoorbeeld 50 bij 33m) land - 1653 m2 (bijvoorbeeld 50 bij 33m)) |
[bron: Loon op Zand - Dorpsbestuur Inv. 630 Legger van onroerend goed f. 13v en 14r scan 14] | ||
| 21-04-1778 | In t Moer, Loon op Zand (Bij de staat en inventaris van de akte staat dat het halve huis, gelegen in t Moer, ligt ten oosten van Leendert Oerlemans.) | [bron: Loon op Zand - Schepenbank Voogdijrekeningen 1751-1796 inv 2865] |
| 06-11-1779 | Samenvatting: ---------------- Hendrikus Jan de Rooy, uit Tilburg, en Cornelis Adriaan Oerlemans zijn als getuigen present bij notaris Bles om volmacht te geven aan Leendert Cornelis Oerlemans, uit Loon op Zand, om in naam van juffrouw Adriana Maria de Rooy, om zowel van vaders als moeders kant, met recht van naarderschap, de huysinge en erven, te Loon op Zand staande, door haar gemachtigde Christiaan, verkocht aan Johannes van Amelsvoort, te naasten. Toelichting: ------------ Het recht van naarderschap ofwel van naasting bestond vanaf de middeleeuwen tot aan de Franse tijd. Degene die het recht van naasting bezat, had het recht om een verkocht pand over te kopen (Bron: nl.wikipedia.org/wiki/Naasting). Op basis hiervan heb ik deze akt egeplaatst onder de Categorie Akte van verkoop. Hendrikus Jan de Rooy is de broer van Adriana Maria. Ze zijn kinderen van Christiaan van Rooy en Catharina van de Ven, rk gedoopt in Tilburg op 9 juli 1714 en 24 november 1715. Ze zijn ten tijde van deze akte 65 en 63 jaar. Adriana Maria woont in Aalst, als ze op 30 mei 1778 haar testament maakt (Tilburg, Inv. 103, blad 37) Leendert is dan 61 jaar. Cornelis Adriaan Oerlemans zal de zoon van zijn broer Adriaan zijn, en van Maria Peter Basters, gedoopt 24 nov. 1751 in Loon op Zand. Die is dan 27 jaar. Tussen Van Rooy en Oerlemans heb ik (tot nu toe) geen bloedverwantschap gevonden. Transcryptie: --------------- Compareerde voor mij, Cornelis Bles, Notars openbaarbij de Ed: Mog: Rade en Leenhoove van Brabant, en Landen van Overmase in ’s Hage geadmitteerd, binnen de Heerlijkheidt van Tilborgh resideerende, ter presentie van de getuygens, nagenoemt Hendricus Jan de Rooy, woonagtig te Tilborgh en Cornelis Adriaan Oerlemans, woonagtig te Loon op Sant, de welken verclaarden zoo te saamen als ieder afsonderlyk te Constitueeren, en volmagtig te maaken, Zoo zijn doende bij deesen, Leendert Cornelis Oerlemans, woonagtig te Loon op Sant, specialyk omme in Naamen van hun constituanten als vrinden en Bloetverwanten van Juffrouw Adriana Maria de Rooy, zoo van der zelver vader als moeder zijde, met den Regten van naarderschappen ’t onlossen vrijen ende quijten, zoodaanige Huijsingen ende Erven, geleegen onder Loon op Zant, als de gemelde Juffrouw Adriana Maria de Rooy, of wel haaren gemagtigden, Christiaan, momboirs in haare Naame voor Heeren Scheepenen van Loon op Zand nu onlangs heeft getransporteerd en in Coop overgegeeven aan Johannes van Amelsvoort; Doende zulcx des noods en versogt wordende onder Expur gatie van Eeden dat deese Naastinge geschiet ten haaren Eijgen profeijt, met hun Eijgen gelt, zonder eenige inductie der Contrarie, tot ’t presteren van welken Eet zij Constituanten hem geconstitueerde zijn Committeerende en authoriseerende bij deesen dan oft mogte gebeuren dat een of ander haarder Constituanten niet wierde erkent aan de verkooperde naarder in bloedverwantschap te bestaan, dan hij Cooper, of dat men zoude pretesceeren nog naarder in bloeden te zijn, in dien gevallede naarderschappe met prestatie van alle vereijste solemniteijten als voorschreven te doen in Naame en alleen ten behoeven van die haarder beijde welke als naaste in Bloede sal worden Erkent, in welken gevalle den geene die van haar Constituanten tot die Naasting niet wort erkent, van nie voor als dan daar dan is renuntieerende bij deesen, ten dien Eijnde te compareeren ten Raadhuysen voor Heeren Scheepenen in Loon op Sant voornoemd en aldaar de vereijst werdende actens te passeeren den voornoemde Cooper <ten Eijnde voorschreven> te citeeren en voorts te presteeren wat den Cas Subject et Stile Localie zal werden gerequireert, mitsgaders den gemelden Cooper in blinckende penningen aanbieden en daadelijk restitueeren den vollen Coopschat bij hem voorgemelde Huysinge en Ervan uytgelooft met den veertigsten penning en alle verdere onkosten welke hij ter Zaake des koops eenigsten te mogte hebben uytgeschooten < en hem na regten competeerende is>. Met belofte allen t geenen den koooer te zaake voorschreven aan de verkoopperse verder mogte hebben belooft kost, en schaadeloos over te neemen, en hem kooper daar van te indemneeren, en bij aldien gemelden kooper weijgerde de koopschat en alle verdere onkosten als voorschreven te ontfangen of deese naastinge niet accepteerde als dan die penningen te Secretarije van Loon op Zand onder de Heeren Scheepenen of Secretaris te Consigneeren < onder protestatie als na stijl> en voorts generaalijk te Zaake voorschreven alles verder voorder (?) of anders te doen en verrigten wat zij constituanten zelfs present en voor oogen zijnde. Zoo te saamen als ider afsonderlyk zouden komen moogen en moeten doen, alwaar t ook zoo dat hier toe eenige spesiaalder ofte ampelder magt dan voorschreven staat wierde vereijst de zelve versoeken zij constituanten dat alhier mogen werden gehouden voor geinsereert. Alles onder belofte van approbatie Ratificatie mitsgaders indemniteijt en verbant als na Regten. Aldus gedaan ende gepasseert binnen de Heerlijkheijdt Tilborgh ten Comptoire Mijns, Notaris ter presentie en ten overstaan van Isaak Blesen Hendrick van Voorts als getuygens hier toe versogt, die .. heeden den sesden November 1700 Negen en Seventigh <Handtekeningen van:> Hendrickus de Roij Cornelis Oerlemans Isaak Bles H. v. Voorst Corn. Bles |
[bron: Tilburg - Not. Cornelis Bles Minuutakten 1778-1779 Inv. 103, akte 70, scan 239-240] |
| 03-06-1761 | Samenvatting: ---------------- Adriaan Oerlemans, Leendert Oerlemans, Jan Goijertze van Lier, getrouwd met Jenneke Oerlemans, en Jacobus Haansbergen, getrouwd met Angeneeske Oerlemans, maken een deling en scheiding. Adriaan krijgt bedeeld: * in ’t Kraanven 3 stukken zaailand en 2 stukken weiland * in ’t Moer: 2 stukken heide Leendert krijgt: * Achter in t Loonse Moer een half huis ten oosten en erve, met zijn aanpand de Steeg ten zuiden en ten noorden’zuid de Straat, noord de Baan. * Ook daar een perceel zaai- en weiland, een perceel zaailand en heide Jan Goyertze van Lier, voor Jenneke: * een half huys en erve ten westen, de wederhelft van het half huys van Leendert * Ook daar een zaailand en een perceeltje heide Jacobus Haansbergen, voor Angeneeske: * Huys, stal en hof op t Craanven, noorden de Straat * Ook daar 3 percelen zaailand, 1 perceel weiland en hout, en 1 weiland, en 1 stuk hei * In t Moer een peceel hei. Toelichting: ------------- De ouders zijn niet met name genoemd. Het gaat om Cornelius Leenders Oerlemans en Wilhelma Adriaan Peeter van Esch. Adriaan is 45 jaar, Leendert 42, Angeneeske 39 en Jenneke 32. Ze verdelen een huis, stal en hof in het Kraanven, een huis achter in t Moer, meerder percelen zaaland, weiland en heide, gelegen in ’t Kraanven en in ’t Moer. Als aanduidingen zijn genoemd de Straat, de Baan en de Steeg. Als maat is de hond gebruikt. Die was 100 roeden, 1/6 morgen. Een Rijnlandse hond was 0,14 hectare (Wikipedia). Zo krijgt Adriaan in totaal 7 1/4 hond ofel 1 hectare, verdeeld over 7 stukjes grond. Gemiddeld is elk perceel dan 32 bij 32 meter. Als drossaard is Bernardus Oerlemans aanwezig. is hij familie? Hij stamt af van de tak uit Sprang, en is niet direct familie.Die tak komt van voor 1500 uit Loon op Zand. Mogelijk is daar nog een verbinding te vinden. Bijgevoegd is op scanpagina 131 een nota voor de akte, in totaal 5 Carolus gulden en 10 stuivers. Er staat ook dat Hendrik Priems bij Aantje Verbiessen in t Craanven woont. De relatie met de akte ontgaat me. Dat geldt ook voor scanpagina 132: dat 15 december 1755 op een maandag valt (wat trouwens klopt). Transcryptie: --------------- Van scanpagina’s 130, 133, 134 en 135: Compareerde voor ons Bernardus Oerlemans Drossaart, en Adriaan de Bruyn, Scheepen deezer Grond Heerlijkheit Venloon Adriaan Oerlemans, Leendert Oerlemans, Jan Goyertze van Lier, als in Huwelijk hebbende Jenneke Oerlemans, en Jacobus Haansbergen, als in Huwelijk hebbende Angeneeske Oerlemans, dewelke verklaarde met elkanderen te hebben aangegaan deeze nvaolgende Scheijdingen en Deelingen. Als Eerstelijk werd den voornoemden Adriaan Oerlemans aanbedeelt en zal in vollen eijgendom hebben, Een perceel zayland, groot omtrent een half hond, gelegen alhier op ’t Craanven, belent ten oosten Willemijn Borsten, west den laasten bedeelden, zuyden Jan van Duppen, en Noorden Anneke Visser. Item een perceel zayand gelegen als voor, groot omtrent een en een half hond, belent oost Adriaan Bastert, west en noorden Mijnes Dominicus, zuyden Maria Visser. Item een perceel zayland gelegen als voor groot omtrent vijf vierendeel honds, belent oost Mijnes Dominicus, west Wouter Bastert, zuyden den laasten bedeelden, en Noorden Adriaan Bastert. Item een perceel weijland met houdt, gelegen als voor groot omtrent een half hond, belent oost Adriaan Bastert, west Wouter Bastert, zuyden Adriaan Bastert, en Noorden den laasten bedeelden. Item een perceel weijland, gelgen als voor groot omtrent een hond, belent oost Cornelis Oerlemans, west Juffrouw van de Ven, zuyden Peter Kouwenberg, en Noord den laasten bedeelden. Iem een perceel heijde, gelegen int Moer, groot omtrent een hond, belent oost den laasten bedeelden, west . . . <opengelaten> zuyden Peter Kouwenberg, en Noord . . . <opengelaten> En laastelijk een perceel heijde, gelegen als voor, groot omtrent een hond, belent oost Wouter Bastert, west den laasten bedeelden, Noord de gemeijnte wijden. En is meede aanbedeelt deb tweeden comparant Leendert Oerlemans, en zal in vollen eijgendom bezitten: Een half huys ten oosten, en erve, staande ende gelgen acher in ’t Loonse Moer met zijn aanpant de Steeg gelegen ten zuyden en Noorden van t gemelde Huys, belent oost Paulus van Gorkum, west Peter Hamers, zuyden de Straat, en Noorden de Baan Item een perceel zay- en weijland groot omtrent twee en een half hond, gelegen alsvoor, belent oost het kind van Engelbert Wezenbeek, west Peter Hamers, zuyden Adriaan Hamers, en Noorden Nicolaas Hamers. Item een perceel zayland en heijde, gelegen, en groot als voor, belent oost Paulus van Gorcum, zuyden het weeskind van Engelbert Wezenbeek, west Peter Hamers, en Noorden het weestkind van Engelbert Weezenbeek. En is verders aan den derden comparant Jan Goyertze van Lier, aanbedeelt, en zal in vollen eijgendom bezitten Een half huys en erve ten westen, staande en gelegen als voorschreven staat, onder de wederhelft van ’t halve huys van Leendert Oerlemans, belent als daar bij verders staat uytgedrukt, Met een perceel weijland daar aan gelegen, groot omtrent een hondt. Item een perceel zayland. gelgen als voor groot omtent vier honten, belent oost Paulus van Gorkum, west Peter Hamers, zuyden Adriaan hamers, en Noorden denzelven. En laastelijk een perceeltie heijland, gelgen alsvoor met den tweeden bedeelten Jacobus Haansbergen, zijnde den laasten comparant, aanbedeelt en zal in vollen eijgendom hebben en bezitten Een huys, stal en hof, staande ende gelegen alhier op ’t Craanven, belent oost een waterlaat, west Ariaan Bastert, zuyden Peter Kouwenberg, en noorden de Straat Item een perceel zayland, gelegen als voor, belent oost den eeesten bedeelden, west Peter Kouwenberg zuyden Jan van Duppen en noorden Anneke Visser. Item een perceel zayland gelegen als voor groot omtrent vijf vierendeel houds, belent oost Mijnes Dominicus, west Wouter Bastert, zuyden Maria Visser, en Noord den Eersten bedeelden. Item een perceel weijland en hout, gelegen als voor, groot omtrent een half hond, belent oost Wouter Bastert, west de heijde, zuyden den eersten bedeelden, en Noorden Adriaan Bastert. Item een perceel zayland, gelgen als voor, groot een half hond, belent oost Adriaan Bastert, west en Noorden Wouter Bastert, en zuyden de Straat. Item een perceel weijland, gelgen als voor, groot omrent een hond, belent oost en zuyden Juffrouw van de Ven, west Willemijn Borsten, en Noorden Peter van der Ven. Item een perceel heijde, gelegen alhier in t Moer, groot omtrent een half hond, belent oost den eersten bedeelden, west Melis Dominicus, zuyden . . . <opengelaten>, en Noorden de gemeijnten. Item een perceel heijde gelegen als voor, groot omtrent een hond, belent oost . . . <opengelaten>, west den Eersten bedeelden, zuyden Peter Kouwenberg, en Noorden . . . . . <opengelaten>. En Laastelijk een perceel heijde, gelegen op t Craanven, groot omtrent een hond, belent oost Anneke Visser, west Cornelis Oerlemans, zuyden . . . . <opengelaten>, en Noorden Adriaan Bastert. Aldus tussen de voornoemde comparanten in voegen voorschreven gescheijden ende gedeelt, belovende elkanderen over geen anderen of nadere deelingen, moeyelijk te zullen vallen, maar ieder zijn aanbedeelde zuserlijk en vreedelijk t zullen laeten behouden en bezitten, cedeerende overzulx elk zijn regt, actie en aandeel, als een ieder van hun daar in is competeerende, belovende overzulx deeze ten allen tijden te zullen houden, en doen houden voor goed ende van waarden, onder verband als na regten. Aldus gedaan en gepasseert beinnen deeze Heerlijkheit Venloon, den derden Juny zeventien hondert Een en Sestigh. Dit + stelt Adriaan Oerlemans, verklaart niet te konnen schrijven. Dit + stelt Leendert Oerlemans, verklaart niet te konnen schrijven. Dit + stelt Jan Goyertze van Lier, verklaart niet te konnen schrijven. Jacobus Haansbergen B. Oerlemans, drossaard. Adriaan de Bruyn. mij present H. Tusselman, secretaris. Transcryptie van scan 131: -------------------------------- Drossaart 1:10:0 Scheepenen 1:10:0 Secretaris 2:10:0 <totaal> 5:10:0 Hendrik Priems woonachtig op t Craanven woont bij Aantje Verbiessen. Transcryptie van scan 132: -------------------------------- Mijn Heere volgens de tafel van de Sondagse letter blijckt claer als dat in den jaere 1755 den 15 december is gevalle op maendag. |
[bron: Loon op Zand RA Inv. 101 f. 107 t/m 109v - scan 130 t/m 135] |
| 30-10-1771 | Samenvatting: Adriaan Van Gorkom, omtrent 25 jaar, Teuntje van Gorkom, omtrent 20 jaar, Leendert Oerlemans, omtrent 55 jaar, Willem Oerlemans, zijn zoon, omtrent 15 jaar, wonend in ’t Moer, leggen voor drossaard Bernardus Oerlemans een verklaring af. Adriaan van Gorkom, woont in bij zijn moeder Geertruy in de Weij, weduwe van Paulus van Gorkom. Hij ging in de nacht van 28 op 29 september 1771 zijn paard inspannen om toemaat te halen, samen met Leendert en Willem Oerlemans. Toen Adriaan terugkwam om 3 uur in de nacht, hoorde hij geluid in huis, waar zijn moeder en zus nog te bed lagen, en vroeg: Wie is daar? Uit het antwoord "Ik" , hoorde hij dat het Martinus Nette was. Als Martinus probeert het huis te verlaten, houdt Adriaan hem tegen, en ziet dat Martinus de mantel van zijn moeder, die bij haar bed op de stoel lag, om heeft. In presentie van Leendert en Willem geeft Martinus de mantel terug. Daarna maakt hij zijn zus (=Teuntje) wakker en zegt de deuren rondom het huis goed te sluiten. Toen Adriaan van het erf afreed en 2 huizen verder was, een slag met een stok heeft gekregen en in de kar viel. Waarna zijn zus riep: "Adriaan, Adriaan, er zijn er zo veel", en hij paard en kar heeft verlaten en terug het huis in is gegaan om te kijken of er personen in huis waren. Dat was niet zo, maar rondom het huis waren verscheidene personen, welke sterk waren slaande naar hem, waarna hij gevlucht is. Hij herkende Tomas Nette, Barbera Criool (?), huisvrouw van Tomas Nette, zijnde de vader en moeder van Martinus Nette. Zijn zus, en Leendert en Willem leggen ook hun verklaring af. Zo houdt Willem Martinus vast bij het verlaten van het huis, welke de mantel aan heeft. Toelichting: Leendert zou omtrent 55 jaar zijn. Vanuit 1771 gerekend zou hij rond 1716, 1717 geboren zijn. Dat sluit redelijk aan op de doop in 1718, en hij zou dan 53 jaar zijn. Geen groot verschil, gezien het gegeven, dat leeftijd geen grote rol speelde, vergeleken bij deze tijd. Willem zou 15 jaar zijn. Gerekend vanaf 15 september 1750 kom je op 21 jaar. Dat is best een verschil. Dat later nog een Wilhelmus geboren zou zijn, heb ik niet kunnen vinden. Van de familie Nette heb ik gevonden: Tomas Wouterse Netten trouwt op 16 februari 1741 met Berber Martese Briool (Loon op Zand, trouwboek N.G. inv. 13, akte 59). Op 26 april 1744 dopen Tomas Net en Barbara Briool hun zoon Martinus. (Loon op Zand, rk doopboek, inv 7, blad 66). Die zal dan 27 jaar geweest zijn. |
[bron: Loon op Zand Schepenbank inv 105 scan 153 t/m 156] |
| 24-11-1777 | Leendert Oerlemans is schuldig 450 gulden aan Wouter Olieviers | [bron: Loon op Zand - Schepenbank inv 122 Register van ongeroyeerde verbanden of schepengeloften binnen Venloon - scan 30] |
| 21-04-1778 | Arie van Lier en Leendert Oerlemans als voogden van de minderjarige kinderen van wijlen Jan Goyartse van Lier. Op 20 april 1778 is de staat en inventaris opgemaakt. O.a. een half huis met een hond weiland eromheen, gelegen in ’t Moer, oost Leendert Oerlemans, ook daar een zaailand van 4 honden en een weiland van 2 hond, en 2 heibodems, waarvan de grootte niet bekend is. De inboedel is beschreven, o.a. een eiken bed met 2 dekens, 4 paar slaaplakens, een linde bed, 2 linden sakken, een kast, een kist, een toog, een ijzeren pot, een moespot, 2 koperen handketels, een koperen seijgschotel (?), een emmer, 3 tinnen schotels, ..., een waskuip, een spinnenwiel. Meerderjarige zoon Goyert van Lier bevestigt de inventaris als oprecht gemaakt. Toelichting: ------------- Leendert Oerlemans is de broer van hun moeder Jenneke Oerlemans, dus hun oom. Arie van Lier is de broer van hun overleden vader Jan Goyerts van Lier, dus ook hun oom. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Voogdijrekeningen 1751-1796 inv 2865] | ||
| 25-08-1786 | Samenvatting: ---------------- Leenderd Oerlemans, in huwelijk gehad hebbende Anna Hamers, stelt als voogden over zijn minderjarige kinderen Adriaantje en Johanna aan Willem Oerlemans en Peter Adriaan Bert Hamers. Toelichting: ------------ Leenderd is na het overlijden van zijn vrouw Anna in 1782 als vader achtergebleven, en voelt zijn einde dichterbij komen. Hij stelt daarom voor zijn 2 minderjarige kinderen de voogden aan. De andere kinderen zijn meerderjarig, en daar is dat dus niet voor nodig. Als voogden stelt hij Peter Adriaan Bert Hamers aan, de broer van zijn overleden vrouw, dus de oom van de 2 meisjes, en Willem Oerlemans. Van deze laatste is geen vadersnaam opgenomen. Blijkbaar was daar geen twijfel over. Voor mij wel. Zou zijn zoon kunnen zijn, dan 35 jaar. Maar dan vraag ik me af: kan dat juridisch. Een andere optie is Wilhelmus Oerlemans, zoon van zijn broer Adriaan. Die is dan 31 jaar oud. Dat is voor nu de meest waarschijnlijke optie. Leenderd overlijdt op 2 september. Dat is 8 dagen na het opmaken van de akte. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 110 f. 44 r en v Scan 50 en 51] |
| 24-11-1751 | getuige doop Cornelis Adriaan Oerlemans (geb. 1751) | [oom vaderszijde] | [bron: Inv. 7 Doop- en trouwboek 1731-1760 - blad 96v] | |||
| 29-09-1754 | getuige doop Cornelia van Lier (1754-1785) [zie 108,III] | [oom moederszijde] | [bron: Inv.nr. 07 - Loon op Zand - doop- en trouwboek 1731-1760, akten van doop van onwettige kinderen 1742-1757 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 491, Doop-, trouw- en begraafboeken Loon op Zand 1608-1810, inventarisnummer 7, blad 111] |
| 1774 | ten noorden de Agterse Huijzestraat, Loon op Zand (Dit is tegenwoordig de Paalstraat (naar G. Verschuren in Straet en Vaert 2021 Pag. 7 over de Moeren van Loon 2) Genoemd zijn: * een half huijs, hof en wei, groot 1/2 hont * 4 hont saijlandt * 1 hont weijlant * 1 hont lant waarbij 1 hont=1 loopensaat=50 roede en 1 roede=33,062m2 Dan is dit half huis en hof en wei - 826 m2 (bijvoorbeeld 25 bij 33 m) zaailand - 6612 m2 (bijvoorbeeld 100x661m) weiland - 1653 m2 (bijvoorbeeld 50 bij 33m) land - 1653 m2 (bijvoorbeeld 50 bij 33m)) |
[bron: Loon op Zand - Dorpsbestuur Inv. 630 Legger van onroerend goed f. 13v en 14r scan 14] |
| 25-08-1786 | Samenvatting: ---------------- Leenderd Oerlemans, in huwelijk gehad hebbende Anna Hamers, stelt als voogden over zijn minderjarige kinderen Adriaantje en Johanna aan Willem Oerlemans en Peter Adriaan Bert Hamers. Toelichting: ------------ Leenderd is na het overlijden van zijn vrouw Anna in 1782 als vader achtergebleven, en voelt zijn einde dichterbij komen. Hij stelt daarom voor zijn 2 minderjarige kinderen de voogden aan. De andere kinderen zijn meerderjarig, en daar is dat dus niet voor nodig. Als voogden stelt hij Peter Adriaan Bert Hamers aan, de broer van zijn overleden vrouw, dus de oom van de 2 meisjes, en Willem Oerlemans. Van deze laatste is geen vadersnaam opgenomen. Blijkbaar was daar geen twijfel over. Voor mij wel. Zou zijn zoon kunnen zijn, dan 35 jaar. Maar dan vraag ik me af: kan dat juridisch. Een andere optie is Wilhelmus Oerlemans, zoon van zijn broer Adriaan. Die is dan 31 jaar oud. Dat is voor nu de meest waarschijnlijke optie. Leenderd overlijdt op 2 september. Dat is 8 dagen na het opmaken van de akte. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 110 f. 44 r en v Scan 50 en 51] |
![]() |
146 Haansbergen Jacobus, en Neeske Oerlemans doen ondertrouw op 10 mei en trouwen op 26 mei 1760 - Loon op Zand - Inv. 13 Trouwboek 1679-1786 NG, blad 100v |
| 03-06-1761 | Samenvatting: ---------------- Adriaan Oerlemans, Leendert Oerlemans, Jan Goijertze van Lier, getrouwd met Jenneke Oerlemans, en Jacobus Haansbergen, getrouwd met Angeneeske Oerlemans, maken een deling en scheiding. Adriaan krijgt bedeeld: * in ’t Kraanven 3 stukken zaailand en 2 stukken weiland * in ’t Moer: 2 stukken heide Leendert krijgt: * Achter in t Loonse Moer een half huis ten oosten en erve, met zijn aanpand de Steeg ten zuiden en ten noorden’zuid de Straat, noord de Baan. * Ook daar een perceel zaai- en weiland, een perceel zaailand en heide Jan Goyertze van Lier, voor Jenneke: * een half huys en erve ten westen, de wederhelft van het half huys van Leendert * Ook daar een zaailand en een perceeltje heide Jacobus Haansbergen, voor Angeneeske: * Huys, stal en hof op t Craanven, noorden de Straat * Ook daar 3 percelen zaailand, 1 perceel weiland en hout, en 1 weiland, en 1 stuk hei * In t Moer een peceel hei. Toelichting: ------------- De ouders zijn niet met name genoemd. Het gaat om Cornelius Leenders Oerlemans en Wilhelma Adriaan Peeter van Esch. Adriaan is 45 jaar, Leendert 42, Angeneeske 39 en Jenneke 32. Ze verdelen een huis, stal en hof in het Kraanven, een huis achter in t Moer, meerder percelen zaaland, weiland en heide, gelegen in ’t Kraanven en in ’t Moer. Als aanduidingen zijn genoemd de Straat, de Baan en de Steeg. Als maat is de hond gebruikt. Die was 100 roeden, 1/6 morgen. Een Rijnlandse hond was 0,14 hectare (Wikipedia). Zo krijgt Adriaan in totaal 7 1/4 hond ofel 1 hectare, verdeeld over 7 stukjes grond. Gemiddeld is elk perceel dan 32 bij 32 meter. Als drossaard is Bernardus Oerlemans aanwezig. is hij familie? Hij stamt af van de tak uit Sprang, en is niet direct familie.Die tak komt van voor 1500 uit Loon op Zand. Mogelijk is daar nog een verbinding te vinden. Bijgevoegd is op scanpagina 131 een nota voor de akte, in totaal 5 Carolus gulden en 10 stuivers. Er staat ook dat Hendrik Priems bij Aantje Verbiessen in t Craanven woont. De relatie met de akte ontgaat me. Dat geldt ook voor scanpagina 132: dat 15 december 1755 op een maandag valt (wat trouwens klopt). Transcryptie: --------------- Van scanpagina’s 130, 133, 134 en 135: Compareerde voor ons Bernardus Oerlemans Drossaart, en Adriaan de Bruyn, Scheepen deezer Grond Heerlijkheit Venloon Adriaan Oerlemans, Leendert Oerlemans, Jan Goyertze van Lier, als in Huwelijk hebbende Jenneke Oerlemans, en Jacobus Haansbergen, als in Huwelijk hebbende Angeneeske Oerlemans, dewelke verklaarde met elkanderen te hebben aangegaan deeze nvaolgende Scheijdingen en Deelingen. Als Eerstelijk werd den voornoemden Adriaan Oerlemans aanbedeelt en zal in vollen eijgendom hebben, Een perceel zayland, groot omtrent een half hond, gelegen alhier op ’t Craanven, belent ten oosten Willemijn Borsten, west den laasten bedeelden, zuyden Jan van Duppen, en Noorden Anneke Visser. Item een perceel zayand gelegen als voor, groot omtrent een en een half hond, belent oost Adriaan Bastert, west en noorden Mijnes Dominicus, zuyden Maria Visser. Item een perceel zayland gelegen als voor groot omtrent vijf vierendeel honds, belent oost Mijnes Dominicus, west Wouter Bastert, zuyden den laasten bedeelden, en Noorden Adriaan Bastert. Item een perceel weijland met houdt, gelegen als voor groot omtrent een half hond, belent oost Adriaan Bastert, west Wouter Bastert, zuyden Adriaan Bastert, en Noorden den laasten bedeelden. Item een perceel weijland, gelgen als voor groot omtrent een hond, belent oost Cornelis Oerlemans, west Juffrouw van de Ven, zuyden Peter Kouwenberg, en Noord den laasten bedeelden. Iem een perceel heijde, gelegen int Moer, groot omtrent een hond, belent oost den laasten bedeelden, west . . . <opengelaten> zuyden Peter Kouwenberg, en Noord . . . <opengelaten> En laastelijk een perceel heijde, gelegen als voor, groot omtrent een hond, belent oost Wouter Bastert, west den laasten bedeelden, Noord de gemeijnte wijden. En is meede aanbedeelt deb tweeden comparant Leendert Oerlemans, en zal in vollen eijgendom bezitten: Een half huys ten oosten, en erve, staande ende gelgen acher in ’t Loonse Moer met zijn aanpant de Steeg gelegen ten zuyden en Noorden van t gemelde Huys, belent oost Paulus van Gorkum, west Peter Hamers, zuyden de Straat, en Noorden de Baan Item een perceel zay- en weijland groot omtrent twee en een half hond, gelegen alsvoor, belent oost het kind van Engelbert Wezenbeek, west Peter Hamers, zuyden Adriaan Hamers, en Noorden Nicolaas Hamers. Item een perceel zayland en heijde, gelegen, en groot als voor, belent oost Paulus van Gorcum, zuyden het weeskind van Engelbert Wezenbeek, west Peter Hamers, en Noorden het weestkind van Engelbert Weezenbeek. En is verders aan den derden comparant Jan Goyertze van Lier, aanbedeelt, en zal in vollen eijgendom bezitten Een half huys en erve ten westen, staande en gelegen als voorschreven staat, onder de wederhelft van ’t halve huys van Leendert Oerlemans, belent als daar bij verders staat uytgedrukt, Met een perceel weijland daar aan gelegen, groot omtrent een hondt. Item een perceel zayland. gelgen als voor groot omtent vier honten, belent oost Paulus van Gorkum, west Peter Hamers, zuyden Adriaan hamers, en Noorden denzelven. En laastelijk een perceeltie heijland, gelgen alsvoor met den tweeden bedeelten Jacobus Haansbergen, zijnde den laasten comparant, aanbedeelt en zal in vollen eijgendom hebben en bezitten Een huys, stal en hof, staande ende gelegen alhier op ’t Craanven, belent oost een waterlaat, west Ariaan Bastert, zuyden Peter Kouwenberg, en noorden de Straat Item een perceel zayland, gelegen als voor, belent oost den eeesten bedeelden, west Peter Kouwenberg zuyden Jan van Duppen en noorden Anneke Visser. Item een perceel zayland gelegen als voor groot omtrent vijf vierendeel houds, belent oost Mijnes Dominicus, west Wouter Bastert, zuyden Maria Visser, en Noord den Eersten bedeelden. Item een perceel weijland en hout, gelegen als voor, groot omtrent een half hond, belent oost Wouter Bastert, west de heijde, zuyden den eersten bedeelden, en Noorden Adriaan Bastert. Item een perceel zayland, gelgen als voor, groot een half hond, belent oost Adriaan Bastert, west en Noorden Wouter Bastert, en zuyden de Straat. Item een perceel weijland, gelgen als voor, groot omrent een hond, belent oost en zuyden Juffrouw van de Ven, west Willemijn Borsten, en Noorden Peter van der Ven. Item een perceel heijde, gelegen alhier in t Moer, groot omtrent een half hond, belent oost den eersten bedeelden, west Melis Dominicus, zuyden . . . <opengelaten>, en Noorden de gemeijnten. Item een perceel heijde gelegen als voor, groot omtrent een hond, belent oost . . . <opengelaten>, west den Eersten bedeelden, zuyden Peter Kouwenberg, en Noorden . . . . . <opengelaten>. En Laastelijk een perceel heijde, gelegen op t Craanven, groot omtrent een hond, belent oost Anneke Visser, west Cornelis Oerlemans, zuyden . . . . <opengelaten>, en Noorden Adriaan Bastert. Aldus tussen de voornoemde comparanten in voegen voorschreven gescheijden ende gedeelt, belovende elkanderen over geen anderen of nadere deelingen, moeyelijk te zullen vallen, maar ieder zijn aanbedeelde zuserlijk en vreedelijk t zullen laeten behouden en bezitten, cedeerende overzulx elk zijn regt, actie en aandeel, als een ieder van hun daar in is competeerende, belovende overzulx deeze ten allen tijden te zullen houden, en doen houden voor goed ende van waarden, onder verband als na regten. Aldus gedaan en gepasseert beinnen deeze Heerlijkheit Venloon, den derden Juny zeventien hondert Een en Sestigh. Dit + stelt Adriaan Oerlemans, verklaart niet te konnen schrijven. Dit + stelt Leendert Oerlemans, verklaart niet te konnen schrijven. Dit + stelt Jan Goyertze van Lier, verklaart niet te konnen schrijven. Jacobus Haansbergen B. Oerlemans, drossaard. Adriaan de Bruyn. mij present H. Tusselman, secretaris. Transcryptie van scan 131: -------------------------------- Drossaart 1:10:0 Scheepenen 1:10:0 Secretaris 2:10:0 <totaal> 5:10:0 Hendrik Priems woonachtig op t Craanven woont bij Aantje Verbiessen. Transcryptie van scan 132: -------------------------------- Mijn Heere volgens de tafel van de Sondagse letter blijckt claer als dat in den jaere 1755 den 15 december is gevalle op maendag. |
[bron: Loon op Zand RA Inv. 101 f. 107 t/m 109v - scan 130 t/m 135] |
| 15-09-1750 | getuige doop Wilhelmus Leendert Oerlemans (1750-1798) | [tante vaderszijde] | [bron: Loon op Zand - Inv. 7 Doop- en trouwboek 1731-1760 - blad 92] | |||
| 24-11-1751 | getuige doop Cornelis Adriaan Oerlemans (geb. 1751) | [tante vaderszijde] | [bron: Inv. 7 Doop- en trouwboek 1731-1760 - blad 96v] | |||
| 23-07-1753 | getuige doop Wilhelma van Lier (1753-1791) [zie 108,II] | [tante moederszijde] | [bron: Inv.nr. 07 - Loon op Zand - doop- en trouwboek 1731-1760, akten van doop van onwettige kinderen 1742-1757 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 491, Doop-, trouw- en begraafboeken Loon op Zand 1608-1810, inventarisnummer 7, blad 104v] | |||
| 20-01-1759 | getuige doop Anna van Lier (1759-1803) [zie 108,V] | [tante moederszijde] | [bron: Inv.nr. 07 - Loon op Zand - doop- en trouwboek 1731-1760, akten van doop van onwettige kinderen 1742-1757 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 491, Doop-, trouw- en begraafboeken Loon op Zand 1608-1810, inventarisnummer 7, blad 131] | |||
| 23-02-1763 | getuige doop Cornelius Leendert Oerlemans (geb. 1763) | [tante vaderszijde] | [bron: Loon op Zand - Inv. 8 Doop-en trouwboek 1760-1795 - blad 15] | |||
| 07-04-1763 | getuige doop Jan van Lier (1763-1780) [zie 108,VI] | [tante moederszijde] | [bron: Inv.nr. 08 - Loon op Zand - doop- en trouwboek 1760-1795 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 491, Doop-, trouw- en begraafboeken Loon op Zand 1608-1810, inventarisnummer 8, blad 15v] |
![]() |
147 Oerlemans, overleden op 10 dec. 1713, kind van Cornelus Leendertse Oerlemans - Loon op Zand - Inv. 14 Reg. van overledenen 1700-1731 NG, blad 51 |
![]() |
148 Scalke Judocus Walterus Petri, gedoopt op 28 september 1691 in Loon op Zand |
![]() |
149 Bren Gertrudis, gedoopt op 15 september 1690 in Loon op Zand |
![]() |
150 Kemmeren Mathias, RK gedoopt op 30 juli 1701 in Loon op Zand |
![]() |
151 Witloxs Martien Arie, trouwt met Corneli Peter van Loon op 15 november 1733 in Oisterwijk |
| 31-10-1733 | Udenhout (Vermeld bij hun trouwen) |
| 31-10-1733 | Udenhout (Vermeld bij hun trouwen) |
![]() |
152 Irsel Joannes van, en Cornelia van Breda trouwen rk in Oisterwijk op 8 september 1737 |
![]() |
153 Breda Cornelia van, rk gedoopt in Oisterwijk op 17 december 1714 in Oisterwijk als dochter van Antonius van Breda en Adriana van den Boer |
| 27-09-1784 | Drunen (Moeder Cornelia (weduwe) schenkt o.a. een weiland onder Baardwijk aan haar ongetrouwde zoon Anthony uit consideratie voor diensten, echter pas effectief na haar dood.) | [bron: Notariele akte van Donatie- Waalwijk notaris Willem Boeser1780-1803] |
| 13-12-1775 | getuige doop Adrianus Smits (geb. 1775) | [grootmoeder moederszijde] | [bron: Dopen (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 0031, inventarisnummer Drunen09, blad 20r] | |||
| 29-12-1776 | getuige doop Adriaan Koensen (1776-1842) [zie 126,II] | [grootmoeder moederszijde] | ||||
| 30-04-1782 | getuige doop Cornelia Koensen (1782-1842) [zie 126,IV] | [grootmoeder moederszijde] | ||||
| 11-05-1783 | getuige doop Adrianus van Iersel (geb. 1783) | [grootmoeder vaderszijde] | ||||
| 21-03-1785 | getuige doop Johannes Koense (geb. 1785) [zie 126,V] | [grootmoeder moederszijde] | ||||
| 13-07-1785 | getuige doop Johanna van Iersel (geb. 1785) | [grootmoeder vaderszijde] | ||||
| 16-01-1786 | getuige doop Anna Maria van Iersel (geb. 1786) | [grootmoeder vaderszijde] | [bron: Dopen (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 0031, inventarisnummer Drunen09, blad 58r] |
![]() |
154 Iersel Antonius van, rk gedoopt in Oisterwijk op 21 januari 1740 als zoon van Joannes van Iersel en Cornelia van Breda, peter Sebastianus van Boxtel en meter Adriana Lesius |
![]() |
155 Iersel Joannes van, rk gedoopt in Oisterwijk als zoon van Joannes van Iersel en Cornelia van Breda, peter Adrianus van Iersel en meter Elisabeth van de Laer |
| 19-04-1791 | getuige doop [waarschijnlijk] Cornelius van Iersel (geb. 1791) | [tante vaderszijde] | [bron: Dopen (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 0031, inventarisnummer Drunen24, blad 96r] |
![]() |
158 Iersel Adrianus van, rk gedoopt in Drunen op 27 februari 1750 als zoon van Joannis van Iersel en Cornelia van Breda, getuigen Agnes van Iersel en Joost van Kessel |
| 13-10-1816 | Huiswever | [bron: Huwelijksregister, archiefnummer 1025, inventarisnummer 3118, aktenummer 14] |
| 19-01-1788 | getuige doop Johannes van Iersel (1788-1829) | [oom vaderszijde] | [bron: Dopen (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 0031, inventarisnummer Drunen09, blad 64r] |
![]() |
161 Dens Georgius en Catharina, rk gedoopt op 20 juni 1630 in Sint Amands in Geel, geb. Aert, tweeling van Franciscus Dens en Maria - Geel Sint-Amands rk Dopen 1571-1640 bl.138 sc. 148 Fam.search |
| 06-03-1668 | Laer (In de buurgemeente van Geel, in Mol, is een Laar te vinden. Laar is ook een dorp in de Belgische provincie Vlaams-Brabant en een deelgemeente van Landen. Laar was een zelfstandige gemeente tot aan de gemeentelijke herindeling van 1971. Dit dorp ligt ver van Geel vandaan. Laer staat wel bij meerdere dopen geschreven, dus ik verwacht dat het hier om Laer bij Mol gaat.) |
[bron: Geel Sint-Amands Dopen 1656-167 Blad 73v Scan 471 Fam. Search] |
| 11-04-1662 | getuige ondertrouw Leonardus Wilms en Heijlken Dens (geb. 1622) [zie 648,III] | [broer bruid] | [bron: Geel, Sint-Amandskerk, Huwel. 1631-1707 bl. 118 sc. 118 Rijksarch.] | |||
| 02-04-1664 | getuige doop Maria Wilms (geb. 1664) | [oom moederszijde] | [bron: Geel Sint-Amands Dopen 1656-1671 Blad 53 Scan 55 RA] | |||
| 13-05-1669 | getuige doop Dimpna Dens (geb. 1669) | [oom vaderszijde] | [bron: Geel rk Dopen Sint-Amandus 1656-1671 Blad 81 scan 84 RA] |
![]() |
162 Coels Anna, rk gedoopt op 29 aug. 1627 in de Sint-Amandus in Geel, geb. in Poeyel - Geel rk Dopen 1571-1640 Blad 128v scan 129 RijksArchief |
| 06-03-1668 | Laer (In de buurgemeente van Geel, in Mol, is een Laar te vinden. Laar is ook een dorp in de Belgische provincie Vlaams-Brabant en een deelgemeente van Landen. Laar was een zelfstandige gemeente tot aan de gemeentelijke herindeling van 1971. Dit dorp ligt ver van Geel vandaan. Laer staat wel bij meerdere dopen geschreven, dus ik verwacht dat het hier om Laer bij Mol gaat.) |
[bron: Geel Sint-Amands Dopen 1656-167 Blad 73v Scan 471 Fam. Search] |
| 12-01-1692 | getuige ondertrouw Marinus Dens (1666-1723) en Dymphna Gebruers (1669-1732) [zie 163] | [broer bruidegom] | [bron: Geel rk Huwel. Sint-Amands 1631-1707 bl. 241v sc. 325] |
| 06-03-1668 | Laer (In de buurgemeente van Geel, in Mol, is een Laar te vinden. Laar is ook een dorp in de Belgische provincie Vlaams-Brabant en een deelgemeente van Landen. Laar was een zelfstandige gemeente tot aan de gemeentelijke herindeling van 1971. Dit dorp ligt ver van Geel vandaan. Laer staat wel bij meerdere dopen geschreven, dus ik verwacht dat het hier om Laer bij Mol gaat.) |
[bron: Geel Sint-Amands Dopen 1656-167 Blad 73v Scan 471 Fam. Search] | ||
| 12-01-1706 | Hadschot, Geel (Belgie) (Geschreven Hadtschodt) | [bron: Geel Dopen 1685-1708 Blad 116v Scan 117] | ||
| 30-05-1707 | Hadschot, Geel (Belgie) | [bron: Geel rk Dopen St-Amands 1685-1708 Blad 124v Sc 714 FamSearch] |
| 1730 | Samenvatting (Met dank aan Marcel Hollants): ------------------------------------------------------ De erfgenamen van Adriaen Laenen sluiten een accoord over de successie: Maria Snyers, de weduwe van Adriaen Laenen, geassisteerd met Jan Keckhoffs ter eenre behoudt t huis op t Laer, Herman Dens, man van Margareta Laenen, Michiel Verwimp, man van Elisabeth Laenen, Amand Laenen, en Jacob Laenen ter andere. ----------------------------------------------------------------------------------------------- De akte staat niet digitaal. Wel staat op de site van het Rijksarchief België, onder archiefvormers Geel en rubriek R02 (Notarissen) een lijst met de Minuten vanaf 1703-1753 onder de naam Tsijen, Egdius (Oevel). Op Family Search staat onder Notarissen Geel 1703 J. E. Syen met de akten van 1703 digitaal. In het eerste blad staat geschreven: protocollen van de notaris Egidius t Seyen van den jaar 1703. In de 1e akte van 7 januari 1703 schrijft hijzelf notaris Egidius TSijen, ... residerende binnen Oevel. |
[bron: Geel Not. Tsijen - Oevel - Minuten 1730 Rijksarchief Beveren R02 2297 akte 66] |
| 26-12-1741 | Samenvatting: ---------------- Amand Dens maakt zijn testament en vermaakt alles aan zijn moeder Margarita Lanen Toelichting: ------------- De vader van Amand is in het begin van hetzelfde jaar overleden, en is begraven op 16 maart 1741. Amand is nu 34 jaar, en blijkbaar gaat het niet goed met hem. Hij ligt ziek te bed, en wil zijn testament opmaken. Waar hij op 22 maart 1741 nog wel zijn handtekening zet, doet hij dat nu niet. Hij benoemt zijn moeder als algemeen erfgenaam. Niet wetend dat zijn moeder een paar maanden later zal overlijden (2 april 1742). Zijn zus Anna Elisabeth, gedoopt 1706, is niet genoemd. Weet niet of die nog in leven is. Op 1 januari 1742, dus 6 dagen later, overlijdt Amandus. Transcryptie (deels) ------------------------ pag. 306: ---------- In den naem Ons Heren Amen. Kennelijk sij eenen igelijk dat op heden den 26e december 1741 voor mij, Cornelis Reijers, openbaer notaris, geadmitteert In Sijne Mjesteijt in de Souvereijnen Rade van Brabant binnen dese vrijhijd Geel residerende en in de presentie van de naergenoemde getuygen, is gecompareert Amand Dens, bejaert jongman aen pag. 307: ---------- Kennelijk sij eenen igelijk dat op heden den 26e december 1741 voor mij, Cornelis Reijers, openbaer notaris, geadmitteert In Sijne Mjesteijt Socet: (?) Rade van Brabant binnen dese vrijhijd Geel residerende en in de presentie van de naergenoemde getuygen, is gecompareert Amand Dens, bejaert jongman aen mij notaris seer wel bekent, siek te bedde liggende, nogtans sijne sinnen, memorie ende verstand wel magtig wesen, gelijk dat aen mij notaris, getuygen bleken, welken overdenkende der menselijke nature, broosheijt, niet in dese werelt, seker dat vinden dan de dood ende niet onsekerder dan dat selve . . . < hier volgen de gebruikelijke overwegingen, ook nog eens slecht leesbaar door de slechte scan> Pag. 308: ---------- . . comende ter dispositie van alle sijne naer te latene goederen, goet, gemaand ende ongemaand, actien ende crediten . . aen sijne moeder Margreta Lanen, deselve alsoo sijnen eenigen |
[bron: Geel Not. Reyers 1738-1770 Akte 25 van 1741 sc 306-308 Fam. Search] |
| 22-03-1741 | Samenvatting: ---------------- Amand verhuurt namens zijn moeder huys, schuur, stal en hof, en dries aan Frans van Donik. Het staat te Malois bij de brugge. Toelichting: ------------ Zijn moeder heeft de spullen verkocht en verlaat het boerderijtje. Verhuist ze naar haar zoon of 1 van de andere kinderen uit het 1e huwelijk? Ik heb nog niet kunnen achterhalen, waar Malois bij de brugge zal zijn, in de buurt of als deel van Geel, vermoed ik Transcryptie Pag. 219: ---------- Op heden desen 22e Meert 1741 compareerde voor mij onderschreven notaris in de presentie van de getuygen naergenoemt Amand Dens als procuratie hebbende Pag. 220: ---------- Op heden desen 22e Meert 1741 compareerde voor mij onderschreven notaris in de presentie van de getuygen naergenoemt Amand Dens als procuratie hebbende an sijne moeder Margrita Lanen, in dato 19 deser, den welcken verhuert te hebben aen Frans: van Donik, hier mede comparerende. De selve hier accepterende te weten: huys, schure, stal, hoft, gelegen tot Malois, omtrent de brugge. Met enen dries gelegen int oft bij de schrans, ook tot Malois. Voor den tijd van een Jaer ende dat voor de somme van veertig gulden Jaerlycx te betalen ten vervaldag, precies die wesen sal half meert 1742. Op expresse conditie dat huerder de huysinge, schure en stal sal moeten onderhouden van weegten en wanden ende sal in cas daer eenige int af schijden niet bekoorelijk in staet en sijn sal men de selve sijnen ofte mogen doen maken, ende sal huerder den bempt moeten mesten met het mest dat in de stal tegenwoordig is, ende selve moeten op den selven bempt voeren t sijnen costen. Item sal huerder moeten onderhouden de straten voor de voorschreven huysinge, loopende ende vagen de loopen langs de voorschreven bempt, loopende alles t sijnen costen ende alles voordens te doen t gene een goet huerder schuldig is te doen. Ende hier mede comparerende Jan van Donik, des huerders vader, verclarende sich voor de voorschreven huere ende tot voldoening der voorschreven, sich te sullen als borge principael ende in solidum renuntierende ten eijne dier aen de exception ordinis dir lionis et excussionis, constituerende oversulen den voorschreven huerder ende borge onwederroepelijk n: n: ende alle toonders deser om den gebrekelijken int onderhouden ende volbrengen deser voluntaerelijk te doen ende laten condemneren met costen soo voor Sijne Majesteijt sous Raede van Brabant, wethouderen alhier als elders of dese Hunnen laste respective voor de selve verclaren excuetabel met costen A lij geciteert oft niet geciteert, alles onder verbant ende renuntract als naer Rechte. Aldus gedaen ende gepassert binnen dese vrijheijd Geel ten dage, maende ende Jare voorschreven, ten presentie van Jan Lanen ende Adriaen Simons, als getuygen hiertoe aensoctet (?) <handtekeningen> Amandus Dens Jan van Dorninck t hand + merk van Francis van Donik, verclarende niet anders te connen schrijven Jan Everaerts Adriaen Simons C. Reyers, notaris |
[bron: Geel Not. Reyers 1738-1770 Akte 7 van 1741 sc 219 t/m 221 Fam. Search] |
| 17-02-1733 | Samenvatting: Hermanus Dens voor de helft en Gorris, Joannes en Adriaen Dens, Joannes Hollants als man van Anne Dens. Henric Lemmens, geassisteert met Jan Baptist Janssens, en Henrick Celen als voogden van Dimpna en Martinus Dens, weeskinderen van Marinus Dens en Dimpna Gebruers verkopen aan Peeter Lemmens: - een stuk land, 75 roeden, aan de Vlethlasch - een sille land in de Houtstraete - een sille land het Cleijn Veldeke - 75 roeden bempt, gelegen in de Tonne Broecken achter Malois ---------------------------------------------------------------------------------------------- Ik dacht bij deze akte eerst aan een scheiding en deling tussen kinderen van Herman en Herman zelf. Dat bleek niet te kloppen: Herman komt maar 1 x voor, en dan zou er nog een 2e moeten zijn buiten deHerman die met Margareta Lanen getrouwd is. Die 2e was niet te vinden. Bovendien bleek na verder uitzoeken van Gorris, Adriaen en Joannes en Anna dat Marinus een generatie ouder moest zijn. Wat wel lijkt te kloppen: de 2 broers Herman en Marinus verkopen land. Aangezien Marinus overleden is, zijn zijn kinderen bij de verkoop aanwezig. Hoe de 2 broers "eigenaar" zijn geworden, zou een akte na het overlijden van vader Marinus uit kunnen wijzen. ------------- Bij de vraag of dit de kinderen van Herman Dens, getrouwd met Margareta Lanen konden zijn, viel op dat er geen zoon Amand voorkomt in deze akte, terwijl die in een akte van 1741, Amand Dens, in procuratie van zijn moeder Marg. Laenen, huys, stal e.d. verhuurt. Waarschijnlijk horen deze kinderen daar niet bij en gaat het om 2 verschillende gezinnen. ---------------------------------------------------------------------------------------------- Transcryptie: p. 218: --------- 17 febr. 1733 Acte 6 Conditien ende voorwaerden op de welcke Hermanus Dens voor de propreeteijt in de hellicht (=helft) vanr de naartenoemen goederen voor sijnen persoon. Item Gorris Dens ende Adriaen Dens voor hun selven, met Joannes Hollants als man ende momboir van Anna Dens, Henric Lemmens in qualiteijt als medemomboir. p. 219 ------- Conditien ende voorwaerden op de welcke Hermanus Dens voor de propreeteijt in de hellicht (=helft) van de naartenoemen goederen voor sijnen persoon. Item Gorris Dens ende Joannes Dens ende Adriaen Dens voor hun selven, met Joannes Hollants als man ende momboir van Anna Dens, Henric Lemmens in qualiteijt als medemomboir, geassisteert met Joannes Baptist Janssens, ende Henrick Celen over de minderjarige kinderen Dimpna Dens ende Martinus Dens, weesen naergelaten kinderen van Marinus Dens ende Dimpna Gebruers voor de andere hellicht. Sullen vercoopen door mij, ondergeschreven, openbaer notaris bij Sijne Majesteijts Souvereijns Raede van Brabant, geadmitteert binnen dese vrijheijt Gheel residerende ende in de presentie van die getuijgen naergenoempt. In den Eersten: zeker parceel lants, gelegen op den Vlethlasch (?), groot de 75 roeden, onbegrepen der mate soo het vercooperen toe compt renende oist t gasthuijs huijs alhier, de erfgenaemen de Heer Blereau p. 220 ------- west in Franciscus Peeters ..........<puntjes in akte>, noordt des selven en de kinderen van de Heere Blereau ende Peeter van Partijen Item een sille lants, gelegen en in de Houtstraete alhier, leen roerigh, ende mate onbegrepen der maete, renende oist de Heer Franciscus de Henckxtenen, suyt de Heer van Rautlegem ofte de Heer van Overbeeck, west Joannes Cools ende Joannes Bertels, noordt den heere straete. Item een sille lants der maete onbegepen, gelegen ende alhier in de binne blo..., genoempt het Cleijn Veldeke, ter pelusie (?) van Hermanus Dens, oist de kercke van Sinte Dychna (?), suyt Amant Mertens Janssen, west Henric Verboven, noordt Adriaen Molenberchs erfgenaemen. Item omtrent de 75 roeden bempt (Beemd?) , onbegrepen de maten, gelegen in de Tonne Broecken achter Malois alhier, langst den westen cant, breeder gespecificeert voor den notaris Paerellen (?), renende oist de weduwe Lambertus Kerckhoffs, suyt Henric Huygens, west Adriaen Belmans, noordt de heijde. Guaranderende die voorschreven vercooperen, die voorschreven erven voor los ende vrij sake beden, cheijns ende dorpslast en den chijns ingerasten (?), behoudelijck op den bempt in de Tonnen Broecken den lasten van twee guldens H. Geest acht ende een Looyen ende Chijns op dese percelen bempt. In den eersten sal men die voorschreven panden vercoopen in swaren wissel gelden den schellinck tot sesse stuivers, den jattacon (?) tot twee guldens acht stuivers ende de andere specien naeradvenant. Item is conditie dat coopers ende de vercoopers halft ende halft sullen betaelen t sij Lijstcoop, schrijfgelt, keirsbrandinge ende goedenisse, alles naer rato van de cooppenningen. Item sullen coopers promptelijcke ten daegen der goedenisse moeten voldoen hunne coopsommen op prompte, parate ende ..... executie, tot welcken eijnde men dese voorwaerde oft instrumenten hier uyt sal moghen doen ende laeten, verclaeren executabel voor wethouderen alhier, t sij hier toe geciteert ofte met pag. 221: ---------- t enen sal idereen c.... .dde den hantslagh sal comen te olteneren (?) voor alle andere helb(?) ende sijn voor hooghen omsijns coopt te vesten om een iegelijck den geclieve ende daer naer te moghen hooghen. Item ingevallen den notaris int op ofte afroepen si,, quaemen te abuseren, sal het selve abues door hem worden gecedresceert sonder tegen seggen van iemant. Mits vercoopers sullen betaelen de lasten ende chijnsen, toelet (?) ende de dorpslasten tot Sinte Jan (=24 juni) naestcomende 1733 te verschijnen, ende de chijnsen te Drie Koningen 1734 te verschijnen ende het lant aenveerden halft ..st eerstcomende ende den bempt ten daeghen den goedernisse. Op de vorenstaende conditie heeft den hantslagh Peeter Lemmens voor de some hondert ende eenen gulden opt de selve lants in de Houtstraete onbegrepen der maete oftelt vijf hooghen ter presentie van Amandis Dausy en J.B. Janssens getuyghen. Dit + is t hantmeck van Peeter Lemmens, verclaerende niet ander te connen schrijven. Amandus Dausy (handtekening) J.B. Janssens (handtekening) Quad attestor J.B. Van Gestel Notaris achtervolgens de voorschreven conditie is de keerse ontsteken op de sille in de Hensstraet, ende met sllen dr selve gelleven aen Peeter Lemmens voor de somme hondert eens gulden en vijfich oeghen(?) ter presentie van Jan Verboven ende Jan Joris, getuyghen. Dit + is t hantwerck van Peeter Lemmens, verclarende niet anders te connen schrijven Jan Verboven (handtekening) Jan Joris (handtekening) Quad Attestor JBVan Gestel Notaris |
[bron: Geel Not. Van Gestel 1730-1788 Akte 6 van 1733 sc 218 t/m 221 Fam.Search] | ||
| van 24-12-1739 tot 15-01-1740 | Samenvatting: ---------------- Margrita Lanen in houwelijk met Herman Dens, te vorens weduwe Michiel Everaerts, Jan Everaerts soo voor hem selven, en als momboir over de kinderen Henderik Everaerts, ende Jan van Geel als medemomboir over de voorschreven kinderen, verkopen door mijning vanaf 24 december 1739 percelen: 1. 3 sillen landt, gelegen omtrent den Groenen Heuvel 2. 3 sillen bempt, gelegen in de Tonbroeken 3. 2 sille bempt, gelegen in de Oude Bempt, wesende leengoet onder het Leenhof van Malois Amandus Dens is op 19 december 1739 door drossaard en schepenen geautoriseerd voor de verkoop (zal namens zijn moeder optreden - schepenakte niet teruggevonden op Family Search) Op 15 januari 1740 is de kaars opgebrand, en voor het eerste perceel heeft Catharina Smits het hoogste bod gedaan. Voor het tweede perceel is dat Franciscus Rosa. Voor het derde perceel vind ik geen bod. Toelichting: ------------ Margrita is weduwe geworden van Michiel Everaerts in 1793. Ze is in 1704 hertrouwd met Herman Dens. Hun zoon Amandus Dens zal namens haar bij de verkoop aanwezig zijn. Die is dan 32 jaar Van de kinderen uit het 1e huwelijk is Jan Everaerts er bij. Hij treedt ook op voor de kinderen van zijn overleden broer Henderik. Jan is 45 jaar. Transcryptie (deels): ------------------------ Pag. 104: ----------- Conditien ende voorwaerden waer op Margrita Lanen in houwelijk met Herman Dens, te vorens weduwe Michiel Everaerts, Jan Everaerts soo voor hem selven, en als momboir over de kinderen Henderik Everaerts, ende Jan van Geel als medemomboir over de voorschreven kinderen. Ingevolge de magt Pag. 105: ---------- <idem als 104> magt ende authorisatie aen hun verleent door d’heeren Drossaerdt ende Schepenen dese Vreijheijdt gevolgt op de requeste door hun mitsgaders (=te samen met) Amandus Dens aen de selve gepresenteert ende geappostilleert den 19e desser maent december 1739. Naer voorgaende Sondaegse proclamatie door mij ondergeschreven Notaris publicquelijk ten hoogsten ende schoonsten sullen Pag. 106: ---------- vercoopen sekere parceelen van Erven hier onder nerder te specificeren. Voor eerst is conditie: dat dese parceelen ider ende apaert vercocht sullen worden, ende dat coopers hunnen coop gemijnt hebende instantelijk sullen gehouden sijn te verdieren met hoogen doende ider hooge twee guldens wisselgelt, te bekeeren half ende half naer ouder gewoonte, ende sal het hoogen geeijndigt worden met het uijtbaen der brandende keerse. Cort naer de drey sondaegse geboden op de respective coopers sullen worden gegoeyt ende geerst volgens banken regt. Item of imant eenig pareel quame te coopen ofte het selve te meijnen of te hoegen de voorschreven verdoopers in selfde lant dunkende (?) oft wel de hunnen coop niet en conden oft wilden voldoen, so sal het aen de vercoopers vrijstaen van hun te mogen houden aen den eersten cooper oft anderen hooger die het hun geliven sal. Item de oncosten van schrijven dese conditie, zegels, keersbrandinge, goedenisse ende wat van dese vercoopinge dependeert, sullen vercoopers ende cooper moeeten betalen ieder halft ende halft, bij coopers te verschieten op half cortinge ieder a rate van de cooppeningen. <en zo nog een aantal condities, ook pag. 107, hieronder verkort de percelen en het verloop van de mijning> . Pag. 108-109-110: --------------------- De parceelen: 1. 3 sillen landt, gelegen omtrent den Groenen Heuvel op 24 december 1739 ingemijnt bij Amandus d’Ausy voor de somme van 576 guldens hij verhoogt daarna nog een keer dezelfde dag. daarna verhoogt Joannes van Broeckhoven ook die dag dan Catharina Smits op 26 december Op 15 januari 1740 is de kaars uitgegegaan en de hoogste bieding is van Catharina Smits. Zij ondertekent de koop. 2. 3 sillen bempt, gelegen in de Tonbroeken ingemijnt voor 50 guldens door Franciscus Rosa Op 15 januari 1740 is de kaart opgebrand en de bempt is voor Franciscus Rosa. 3. 2 sille bempt, gelegen in de Oude Bempt, wesende leengoet onder het Leenhof van Malois Hier vind ik geen mijning voor. Zal niet verkocht zijn. |
[bron: Geel Not. Reyers 1738-1770 Akte 1 van 1740 sc 104-110 Fam. Search] | ||
| 22-03-1741 | Samenvatting: ---------------- Amand Dens, de zoon van Herman Dens, verkoopt de inboedel voor zijn moeder Margareta Lanen, weduwe van Herman Dens. Toelichting: ------------ Op 16 maart is Herman Dens begraven. Dan is 22 maart al wel heel snel om dan de inboedel te verkopen. Het meeste brengen de 2 koeien 107 gulden op van het totaal van 198 gulden. Hij verkoopt ook nog wat hennen en een haan. Er is wat hooi en stro. Er is ook een varkensbak, maar hij verkoopt geen varken. Het komt over als een klein boerderijtje met wat koeien en kippen. Amand zelf koopt ook nog wat. In de akte die hierna komt, wordt de huysinge, met stal en hof met dries verhuurt aan Frans van Donik. Hij heeft bij de verkoop het nodige gekocht. Het lijkt erop dat zijn moeder het boerderijtje verlaat na de dood van haar man, en de spullen verkoopt. Transcryptie: --------------- p.214: ------- 1741 Akte 6 Conditie ende voorwaerde waerop Amand Dens Hermanssoon als procuratie hebben van Margarita Lanen, weduwe van Herman voornoemt. p.215: ------- Conditie ende voorwaerde waerop Amand Dens Hermanssoon als procuratie hebben van Margarita Lanen, sijne moeder, weduwe van Herman voornoemt, ten hoogsten ende schoonsten naer voorgaende sondaege proclamatie tegens heden 22e meert 1741 gedaen publiquelijk door mij onderschreven notaris sal vercoopen allerhande meubilliaire staten, bestaende in alderhande huysraed, beesten, hoy, stroy, etc. gelijk het selve sal opgehangen worden als volgt. In den eersten geschiet dee vercoopinge in wisselgeld den ...... tot twee guldens ende acht ... den schellinck tot ses stuivers ende alle andere .... van munte naer advenant. Item sullen coopers hunne coopsommen niet bedragende boven de dry guldens moeten betalen contant ofte sal met het selve goet wat oft .. het soude mogen wesen, wederom op een nieuw verdoopen ende de meerdergelding sal wesen tot presentie van vercooper ende de mindergelding sal door gebrekelijk p. 216: ------- cooper moeten opgelegt worden oft daer toe met executie gedwongen worden , ende sal cooper in cas van precise betaling dat er deser, te doengestaen met contant geld in plaetse van wisselgeld. Item sullen coopers hunne coopsommen bedragen boven de dry guldens moeten betalen voor Ons Lieve Vrouwe half oost van desen Jare 1741 in welken gevalle sij ook sullen gestaen met te betalen in contant in plaats van wisselgeld. Item sullen coopers van hunne coopsommen voor ongeld betalen eenen stuyver aan den gulden ende thien stuyvers eenen halven etc. sonder corten aan hunne coopsommen ook contant. Item sullen coopers voor hunnen coop bedragen boven de dry guldens gehouden sijn sonder vetrek twee borgen te stellen voor de coopsomme suffisant deser rechtbanke bedwingbaer. Item sal men elken coop van boven oft nederwaarts afroepen soo men geliven sal. Item sal den afroeper ingevalle van alniet te veel oft te cort roepen niet begrepen mogen worden. Item ingeval van gelijk hooginge t sij 2 of dry, sla men sich mogen houden aen den genen dat men geloven sal. Item sullen coopers hunne cooppeningen die hier heden niet betaelt worden, moeten betalen ten huyse mijns, notaris. Item sal dese voorwaerde oft latraet (?) daer uyt tot sonder dag.... laste van de cooper oft borgen ende elk van hun int besonder in solidum gewesen worden executabel om het gebrek van betaling bij pronte, parate ende reele executie op de coopers, borgen ende mededoenders te verhalen tsamen oft een va.. al als principael soo men geliven sal, waer toe de selve coopers, borgen ende mededoenders sullen moeten ende hebben mits desen te renuntieren aen alle previlegien ende exceptien ordinis, decisionis exceptionis ende koemen die noemen mogte. In den eersten pik, haek, etc. ingecoopt bij Adriaen Goos 0-5 IJserwerck, Guillaume van Rosen 0-4 1/2 Sijse. Jan Lanen 1-3 Dit is door Amand aen hem quyt gescholden voor gedaen werck of arbijtsloon (Jan Lanen, familie van zijn moeder?) Pik. Peter Willems Bertelst 0-7 Cleijn eettafeltje. Francois vande Rens 0-6 IJsere pot. Jan Bertels Kitermons 0-19 Imout vaetje. Michiel Everaers 1-0 (familie van de 1e man van zijn moeder?) Idem. Jan van Geel Kendssen 0-10 Aerden potten. Jan Moons 0-2 1/2 Coperen melk aker. Jan Joris 2- 17 <subtotaal> 7-9 < ik tel 4 gulden 74 stuivers, ofwel 7 gulden 4 stuivers> p. 217 Links: -------------- Coperen tresée. Peeter Wils 0-15 Water emmer. Peeter Mols 0-12 1/2 Coekpan. Jan Lanen 0-10 Hang ijser. Frans van Dorick 0-5 1/2 Steene cruyk. Dirk Ooms 0-4 1/2 Aerde schotels. Adriaen van Linden 0-2 Strijck ijser. Jan Wuyts 0-9 1/2 Schap etc. Frans Vanderven 0-5 1/2 Scherfbak. Cristiaen van Sande 1-0 Riek. Frans van Donik 0-10 1/2 Ijseren bijtel. Amand Dens 0-8 Een ijsere gewigt. Deselve 0-5 Idem clijnder. Deselve 0-1 2 houte blockstoelen. Frans van Donk 0-3 1/2 Half tonne. Michiel Everaerts 0-15 1/2 Stande. Merten Aerts 1-3 Ijsere trekhang etc. Wilbert Verboven 0-4 Ijsere pan. Jan Bertels 0-3 1/2 Sist. Frans van Donik 0-5 1/2 <kantlijn:> betaalt aen F. van Donik Ijsere stoop. Jan Hoes 0-1 De moulde. Guillaume Schoirmans 3-14 Boter teijl. Hendrik Moons 0-2 1/2 Ligter blok. Frans van Donik 0-1 1/2 Saen vat. Frans van Donik 0-1 1/2 ontfangen van Frans van Donik 1-11 1/2 cost 18 3/4<subtotaal> 13-6 3/4 P. 217 Rechts: ----------------- Koeykuyp. Guill. Schoirmans 0-8 Idem. Frans Vanderven 0-6 1/2 Ijseren hael. Jan Hoes 0-11 Ijsere tang. Frans van Donik 0-2 1/2 Cleijnen hael of hangel. Amand Belmans 0-4 3 Stoelen. Frans vanderven 0-7 1/4 1 Idem. Catharina Willems weduwe Mat. Schellekens 0-4 Coperen coeystel. Amand Dens 9-0 1 Coppel hennen. Peter Vermeulen 0-14 1 Coppel Idem. Wouter van Genechten 0-14 1 Coppel Idem. Peter Vermeulen 0-15 Eenen haen. Joseph vander Roost 0-7 Schrappraye. Jan van Geel 1-17 Den Meulen. Jan Geerinx 9-0 Borge Jan Bays Verkensbak. Jan Wijnants 0-7 1/2 Bere koey. Peeter Goossens 51-5 Borge Jan Joris <kantlijn>schell: betaalt 17 xb: ontfangen 30,,3 3/4 Een idem. Jan Hoes 56- <kantlijn>hierop ontfangen 9,,18, nog 17,,10 Borge Sr. Cnaeps Het hoy met den honderden het hondert 1-0. Jan van Donik 4-0 Idem de rest het hondert 1-1 1/2. Frans van Donik 4-6 Borge Jan van Donik. <subtotaal> 140,,13 <eronder> 6,, 16 P. 218: ------- Het stroy de mandel 0-10 wesende 4 mandelen Peeter Mijnen 2-0 Coren de veertel 3-2 nemende 3 veertelen. Jan Moons 9-6 Boge Peeter Meijnen 9-6 Idem dry veertelen, de veertel 2-19. A:o Simons 8-11 Borge Antoni Keukelers Idem dry veertelen. Niet vercocht Item schaerhout. Coop Frans Vanderven 4-1 Borge Michiel Everaerts 2e Coop. Adriaen Goor 4-1 Den heelen loopdag beloopt 28-5 8 1/2 suyver 198-13 140-13 13-7 3/4 Aldus gedaen ende publiek 7-14 6-16 1/2 <totaal> 196-13 Verkocht den voorschreven 22e Meert 1741. ter presentie van vele omstanders. C. Reyers, Notaris. |
[bron: Geel Not. Reyers 1738-1770 Akte 6 van 1741 sc 214 t/m 218 Fam. Search] |
| 12-01-1692 | getuige ondertrouw Marinus Dens (1666-1723) en Dymphna Gebruers (1669-1732) [zie 163] | [broer bruidegom] | [bron: Geel rk Huwel. Sint-Amands 1631-1707 bl. 241v sc. 325] | |||
| 29-01-1692 | getuige kerkelijk huwelijk Marinus Dens (1666-1723) en Dymphna Gebruers (1669-1732) [zie 163] | [broer bruidegom] | [bron: Geel rk Huwel. Sint-Amands 1631-1707 bl. 242 sc. 325] | |||
| 24-10-1695 | getuige doop Gorris Dens (1695-1777) [zie 162,I] | [oom vaderszijde] | [bron: Zammel-Oosterlo rk Dopen klapper 1601-1797 sc. 11 Fam.Search; Zammel-Oosterlo rk Dopen 1601-1699 bl 114 sc. 115 Rijksarch.] |
| 12-01-1706 | Hadschot, Geel (Belgie) (Geschreven Hadtschodt) | [bron: Geel Dopen 1685-1708 Blad 116v Scan 117] | ||
| 30-05-1707 | Hadschot, Geel (Belgie) | [bron: Geel rk Dopen St-Amands 1685-1708 Blad 124v Sc 714 FamSearch] |
| 16-02-1709 | Samenvatting: ---------------- De kinderen van wijlen Hendrick Everaerts en Catlijn Mertens verdelen de goederen. In 3 cavelen, te weten voor: 1. De kinderen van wijlen Michiel Everaerts, waarvan hun moeder nu getrouwd is met Herman Dens: o.a. het huis van hun moeder comende, te Hadschot 2. Catlijn Everaerts en haar man Peeter van Broeckhoven: o.a. het huis van hun vader komende, te Hadschot 3. Maria Everaerts en haar man Willebord d’Aussy Toelichting: ------------ Bij de ondertekenaars staat ook de handtekening van Hendrick Everaerts. Dit zal de oudste zoon zijn. Die is dan 21 jaar. Transcriptie: -------------- Pag. 31: --------- Scheijdinghe ende Deijlinghe aengegaen ende gesloten tusschen de achtergelaten kinderen van wijlen Hendrick Everaerts ende Catlijn Mertens, namentlyck Maria, geassisteert met haren man, ende momboir Willebrord D’ Aussy, Item Catlijn Everaerts, geassisteert met Peeter van Broeckhoven, haren man ende momboir, Item Jan Verboven, ende Adriaen Lanen, als geeede momboirs van de kinderen van wijlen Michiel Everaerts, verweckt bij Margriet Lanen, alhier present met haren tegenwoordigen man Herman Dens, ende dat over Pag. 32: --------- <Idem als op pag. 31, gaat daarna verder:> de achtergelaten goederen van wijlen den voorschreven Hendrick Everaerts, ende Catlijn Mertens in dry gelijcke cavee als volght Voor de eerste cavele is gestelt het huys, gecomen van hunne moeder, gestaen tot Hadtschot met het geheel binnenblock Pag. 33 Links: ---------------- hun competerende, tot dyer is alsnoch geselt sekere dries, gelegen aen het Borgerhout, groot omtrent een half bunder. item alsnoch een placxkereslant gelegen in Euvel Goor, groot omtrent tachentich royen. Tot desen alnoch een parcheel lants, genoempt het Doornicke lant tot aen den Hafeleren bosch, groot omtrent de twee sillen <ingevoegd> gelijck het selver in enigen tijt separaet is gewonnen Item alnoch een half bunder bempt gelegen op den Maloischen Dijck. Item alnoch omtrent een sille broeck, gelegen in het A broeck, genoemt de quaede sille, welcke sille door Maria Everaerts is gegeven aen de kinderen van Michiel Everaets, soo nochtans dat de selve door Magriet Lanen, als moeder van voorschreven kinderen, ende touchtersse (tocht?) van de goederen van wijlen haeren voorschreven eersten man sal moghen betoucht worden, gelijkc de andere goederen. Item alnoch destellicht westwaert van eene heijde, gelegen aen den Aert, groot int geheel omtrent de vijf sillen. Welcke cavele is bevallen aen de kinderen van Michiel Everaerts voorschreven, ter assistentie als voor. Voor de tweede cavele is geseth het huys, gecomen van de seijde van hunne vader met het binnen gelegen, ende schuer, gelijck het selve gelegen is tot Hadschot. Item omtrent een half bunder landt, gecomen van Frans V(?)annen. Item alnoch een placxk Pag. 33 Rechts: ------------------ lant, gelegen in de Mannestraet, groot omtrent een half sille. Item omtrnet de dry sillen dries, genoempt de Grooten Dries, gelegen in de Duyven heijden. Tot dyer alnoch de hellicht (=helft) van den Lanen bempt, oostwaert gel den helven gedeijlt is, waarvan de wederhellicht is competerende aen Magriet Lanen oft hende haere kinderen. Item eene sille hooywas, gelegen in het A Broeck op de gedeeltkens. Item eene sille heijde, gelegen aen de Rivennen (?), omtrent het Slockt. Item de wederhellicht, oostwaert van de heijde in de Ierste cavele vervallen. Ende is dese cavele bevallen aen Catlijn Everaerts met haeren man Peeter van Broeckhoven. Voor de derde ende leste cavele is geseth een plack lant, gelegen aen Galleven, groot omtrent de vier sillen en half. Item een plack lants, gelegen aen den gemeijnten drayboom tot Hadschot, gecomen voor de helft van Rijcq Verborgh, ende de Ander hellicht van de erfgenaemen van Frans Buyens. Item Roelants sille met het placxken daeraen. Item alnoch een half bunder lants, gelegen op het Cleijn veldeken. Tot desen noch eenen bempt, gelegen in de Voort, achter Kivermont, met de haling daer neffens ligende. Item noch eene quacht, gelegen achter het straetken bij de voorschreven Voort, tegenover de Hooghe Hoeve, wesende half met Guilliam van Wijer, gelijck hun condivideulen toecompt. item noch eene sille wijde, omtrent den Aert neffens de wijde van de kinderen Peeter Pag. 34: --------- < de scan is gelijk aan pag. 33> Pag. 35: --------- Cuypers. Item noch eenen sille hoywas in het Verre Broeck, gelegen in de Reijhaghe. Ende is dese cavele gevallen aen Maria Everaerts, ende haren man Wilbord d’Aussy. Conditien ende restrictive waer op de voorschreven goederen gedeijlt sijn, te weten: dat ieder sijnen bevallen cavele sal aenvaerden, onbegrepen der mate soo ende gelijk de selve hier vooren uyt gescreven (?) sijn, op de conditie dat den bempt, genoempt den Lanen bempt den voorsten den achtersten sal moeten weghen ten minsten schaede ende noch het schoors voor sooveel hun aengaet. Ieder voor de ellicht moeten onderhouden. Item alle verheffen ende evenrechten vervallen met het afsterven van hunne voorschreven ouders, als oock alle cheijnsen, die vervallen sijn voor het Jaer 1704 sullen partijen condividenten ieder voor een derde paert moeten helpen draeghen ende betaelen, uytgenomen seker cheijns van ses loopen coren ’t ’s jaers aen het gasthuys achter staent tot laste alleen van Magriet Lanen, weduwe Michiel Everaerts tot het Jaer 1704 incluis om redenen dat sij den ooft soo lange heeft gebruckt, mitsgaders alle beden, ende dorpslasten loopende insgelijcx tot gelijcke laste tot het Jaer 1704 excluis, ende de leenrechten totdat ieder op het sijne behoorlijck ende ten vollen sal wesen gecomen, ende alsoo verschille was geweest over sekere gebruyck van eene sille hooywassche dewelcke is gelaten aen de kinderen van Michiel Everaerts, comt hier mede, verassoupieren, doodt, ende te niette sijn, mits conditie, dat Maria Everaerts sal gehouden sijn te betaelen aen de weduwe Michiel Everaerts eene somme van achtthien guldens eens, waer mede t selve gebruyck van weder seijden bekenne gevuecht ende voldaen te sijn, blijvende de beden ende lasten gelijck die sijn betalet sonder eenige de minste pretentie daervan te reserveren, verclarende partijen comapranten in vuegen ende manieren als voorschreven is, gescheijden ende gedeijlt, ende overcomen te sijn, gelovende voorgoet vast ende van weerden, ondergeloste verbintenisse ende renunciatie, van alle exceptiven, beneficien, relivenenten ende rencedien (?) van rechte in forma, actum desen sesthienden february 1709 ter presentie van Sr. Wilbrordus Pauli, insgelijcx notaris, Henrick Ververs, ende Lenaert van Linden, getuygen hier toe aensocht, ende mij notaris, dese stipulerende des t oirconde. <handtekeningen> Maria Everaerts Wilboort D ausi Dit is het hant + mercken van Catlijn Everaerts Peter van Laerhoven W Pauli Jan Verboven Mij present M.G. Pauli Notaris Hendrick Everaert Adriaan Lanen Magriet Lanen Lenaert van Leenden Herman Dens |
[bron: Geel Not. M.G. Pauli 1708-1736 scan 31-35 Fam.Search] | ||
| 1730 | Samenvatting (Met dank aan Marcel Hollants): ------------------------------------------------------ De erfgenamen van Adriaen Laenen sluiten een accoord over de successie: Maria Snyers, de weduwe van Adriaen Laenen, geassisteerd met Jan Keckhoffs ter eenre behoudt t huis op t Laer, Herman Dens, man van Margareta Laenen, Michiel Verwimp, man van Elisabeth Laenen, Amand Laenen, en Jacob Laenen ter andere. ----------------------------------------------------------------------------------------------- De akte staat niet digitaal. Wel staat op de site van het Rijksarchief België, onder archiefvormers Geel en rubriek R02 (Notarissen) een lijst met de Minuten vanaf 1703-1753 onder de naam Tsijen, Egdius (Oevel). Op Family Search staat onder Notarissen Geel 1703 J. E. Syen met de akten van 1703 digitaal. In het eerste blad staat geschreven: protocollen van de notaris Egidius t Seyen van den jaar 1703. In de 1e akte van 7 januari 1703 schrijft hijzelf notaris Egidius TSijen, ... residerende binnen Oevel. |
[bron: Geel Not. Tsijen - Oevel - Minuten 1730 Rijksarchief Beveren R02 2297 akte 66] |
| 26-12-1741 | Samenvatting: ---------------- Amand Dens maakt zijn testament en vermaakt alles aan zijn moeder Margarita Lanen Toelichting: ------------- De vader van Amand is in het begin van hetzelfde jaar overleden, en is begraven op 16 maart 1741. Amand is nu 34 jaar, en blijkbaar gaat het niet goed met hem. Hij ligt ziek te bed, en wil zijn testament opmaken. Waar hij op 22 maart 1741 nog wel zijn handtekening zet, doet hij dat nu niet. Hij benoemt zijn moeder als algemeen erfgenaam. Niet wetend dat zijn moeder een paar maanden later zal overlijden (2 april 1742). Zijn zus Anna Elisabeth, gedoopt 1706, is niet genoemd. Weet niet of die nog in leven is. Op 1 januari 1742, dus 6 dagen later, overlijdt Amandus. Transcryptie (deels) ------------------------ pag. 306: ---------- In den naem Ons Heren Amen. Kennelijk sij eenen igelijk dat op heden den 26e december 1741 voor mij, Cornelis Reijers, openbaer notaris, geadmitteert In Sijne Mjesteijt in de Souvereijnen Rade van Brabant binnen dese vrijhijd Geel residerende en in de presentie van de naergenoemde getuygen, is gecompareert Amand Dens, bejaert jongman aen pag. 307: ---------- Kennelijk sij eenen igelijk dat op heden den 26e december 1741 voor mij, Cornelis Reijers, openbaer notaris, geadmitteert In Sijne Mjesteijt Socet: (?) Rade van Brabant binnen dese vrijhijd Geel residerende en in de presentie van de naergenoemde getuygen, is gecompareert Amand Dens, bejaert jongman aen mij notaris seer wel bekent, siek te bedde liggende, nogtans sijne sinnen, memorie ende verstand wel magtig wesen, gelijk dat aen mij notaris, getuygen bleken, welken overdenkende der menselijke nature, broosheijt, niet in dese werelt, seker dat vinden dan de dood ende niet onsekerder dan dat selve . . . < hier volgen de gebruikelijke overwegingen, ook nog eens slecht leesbaar door de slechte scan> Pag. 308: ---------- . . comende ter dispositie van alle sijne naer te latene goederen, goet, gemaand ende ongemaand, actien ende crediten . . aen sijne moeder Margreta Lanen, deselve alsoo sijnen eenigen |
[bron: Geel Not. Reyers 1738-1770 Akte 25 van 1741 sc 306-308 Fam. Search] |
| 22-03-1741 | Samenvatting: ---------------- Amand verhuurt namens zijn moeder huys, schuur, stal en hof, en dries aan Frans van Donik. Het staat te Malois bij de brugge. Toelichting: ------------ Zijn moeder heeft de spullen verkocht en verlaat het boerderijtje. Verhuist ze naar haar zoon of 1 van de andere kinderen uit het 1e huwelijk? Ik heb nog niet kunnen achterhalen, waar Malois bij de brugge zal zijn, in de buurt of als deel van Geel, vermoed ik Transcryptie Pag. 219: ---------- Op heden desen 22e Meert 1741 compareerde voor mij onderschreven notaris in de presentie van de getuygen naergenoemt Amand Dens als procuratie hebbende Pag. 220: ---------- Op heden desen 22e Meert 1741 compareerde voor mij onderschreven notaris in de presentie van de getuygen naergenoemt Amand Dens als procuratie hebbende an sijne moeder Margrita Lanen, in dato 19 deser, den welcken verhuert te hebben aen Frans: van Donik, hier mede comparerende. De selve hier accepterende te weten: huys, schure, stal, hoft, gelegen tot Malois, omtrent de brugge. Met enen dries gelegen int oft bij de schrans, ook tot Malois. Voor den tijd van een Jaer ende dat voor de somme van veertig gulden Jaerlycx te betalen ten vervaldag, precies die wesen sal half meert 1742. Op expresse conditie dat huerder de huysinge, schure en stal sal moeten onderhouden van weegten en wanden ende sal in cas daer eenige int af schijden niet bekoorelijk in staet en sijn sal men de selve sijnen ofte mogen doen maken, ende sal huerder den bempt moeten mesten met het mest dat in de stal tegenwoordig is, ende selve moeten op den selven bempt voeren t sijnen costen. Item sal huerder moeten onderhouden de straten voor de voorschreven huysinge, loopende ende vagen de loopen langs de voorschreven bempt, loopende alles t sijnen costen ende alles voordens te doen t gene een goet huerder schuldig is te doen. Ende hier mede comparerende Jan van Donik, des huerders vader, verclarende sich voor de voorschreven huere ende tot voldoening der voorschreven, sich te sullen als borge principael ende in solidum renuntierende ten eijne dier aen de exception ordinis dir lionis et excussionis, constituerende oversulen den voorschreven huerder ende borge onwederroepelijk n: n: ende alle toonders deser om den gebrekelijken int onderhouden ende volbrengen deser voluntaerelijk te doen ende laten condemneren met costen soo voor Sijne Majesteijt sous Raede van Brabant, wethouderen alhier als elders of dese Hunnen laste respective voor de selve verclaren excuetabel met costen A lij geciteert oft niet geciteert, alles onder verbant ende renuntract als naer Rechte. Aldus gedaen ende gepassert binnen dese vrijheijd Geel ten dage, maende ende Jare voorschreven, ten presentie van Jan Lanen ende Adriaen Simons, als getuygen hiertoe aensoctet (?) <handtekeningen> Amandus Dens Jan van Dorninck t hand + merk van Francis van Donik, verclarende niet anders te connen schrijven Jan Everaerts Adriaen Simons C. Reyers, notaris |
[bron: Geel Not. Reyers 1738-1770 Akte 7 van 1741 sc 219 t/m 221 Fam. Search] |
| van 24-12-1739 tot 15-01-1740 | Samenvatting: ---------------- Margrita Lanen in houwelijk met Herman Dens, te vorens weduwe Michiel Everaerts, Jan Everaerts soo voor hem selven, en als momboir over de kinderen Henderik Everaerts, ende Jan van Geel als medemomboir over de voorschreven kinderen, verkopen door mijning vanaf 24 december 1739 percelen: 1. 3 sillen landt, gelegen omtrent den Groenen Heuvel 2. 3 sillen bempt, gelegen in de Tonbroeken 3. 2 sille bempt, gelegen in de Oude Bempt, wesende leengoet onder het Leenhof van Malois Amandus Dens is op 19 december 1739 door drossaard en schepenen geautoriseerd voor de verkoop (zal namens zijn moeder optreden - schepenakte niet teruggevonden op Family Search) Op 15 januari 1740 is de kaars opgebrand, en voor het eerste perceel heeft Catharina Smits het hoogste bod gedaan. Voor het tweede perceel is dat Franciscus Rosa. Voor het derde perceel vind ik geen bod. Toelichting: ------------ Margrita is weduwe geworden van Michiel Everaerts in 1793. Ze is in 1704 hertrouwd met Herman Dens. Hun zoon Amandus Dens zal namens haar bij de verkoop aanwezig zijn. Die is dan 32 jaar Van de kinderen uit het 1e huwelijk is Jan Everaerts er bij. Hij treedt ook op voor de kinderen van zijn overleden broer Henderik. Jan is 45 jaar. Transcryptie (deels): ------------------------ Pag. 104: ----------- Conditien ende voorwaerden waer op Margrita Lanen in houwelijk met Herman Dens, te vorens weduwe Michiel Everaerts, Jan Everaerts soo voor hem selven, en als momboir over de kinderen Henderik Everaerts, ende Jan van Geel als medemomboir over de voorschreven kinderen. Ingevolge de magt Pag. 105: ---------- <idem als 104> magt ende authorisatie aen hun verleent door d’heeren Drossaerdt ende Schepenen dese Vreijheijdt gevolgt op de requeste door hun mitsgaders (=te samen met) Amandus Dens aen de selve gepresenteert ende geappostilleert den 19e desser maent december 1739. Naer voorgaende Sondaegse proclamatie door mij ondergeschreven Notaris publicquelijk ten hoogsten ende schoonsten sullen Pag. 106: ---------- vercoopen sekere parceelen van Erven hier onder nerder te specificeren. Voor eerst is conditie: dat dese parceelen ider ende apaert vercocht sullen worden, ende dat coopers hunnen coop gemijnt hebende instantelijk sullen gehouden sijn te verdieren met hoogen doende ider hooge twee guldens wisselgelt, te bekeeren half ende half naer ouder gewoonte, ende sal het hoogen geeijndigt worden met het uijtbaen der brandende keerse. Cort naer de drey sondaegse geboden op de respective coopers sullen worden gegoeyt ende geerst volgens banken regt. Item of imant eenig pareel quame te coopen ofte het selve te meijnen of te hoegen de voorschreven verdoopers in selfde lant dunkende (?) oft wel de hunnen coop niet en conden oft wilden voldoen, so sal het aen de vercoopers vrijstaen van hun te mogen houden aen den eersten cooper oft anderen hooger die het hun geliven sal. Item de oncosten van schrijven dese conditie, zegels, keersbrandinge, goedenisse ende wat van dese vercoopinge dependeert, sullen vercoopers ende cooper moeeten betalen ieder halft ende halft, bij coopers te verschieten op half cortinge ieder a rate van de cooppeningen. <en zo nog een aantal condities, ook pag. 107, hieronder verkort de percelen en het verloop van de mijning> . Pag. 108-109-110: --------------------- De parceelen: 1. 3 sillen landt, gelegen omtrent den Groenen Heuvel op 24 december 1739 ingemijnt bij Amandus d’Ausy voor de somme van 576 guldens hij verhoogt daarna nog een keer dezelfde dag. daarna verhoogt Joannes van Broeckhoven ook die dag dan Catharina Smits op 26 december Op 15 januari 1740 is de kaars uitgegegaan en de hoogste bieding is van Catharina Smits. Zij ondertekent de koop. 2. 3 sillen bempt, gelegen in de Tonbroeken ingemijnt voor 50 guldens door Franciscus Rosa Op 15 januari 1740 is de kaart opgebrand en de bempt is voor Franciscus Rosa. 3. 2 sille bempt, gelegen in de Oude Bempt, wesende leengoet onder het Leenhof van Malois Hier vind ik geen mijning voor. Zal niet verkocht zijn. |
[bron: Geel Not. Reyers 1738-1770 Akte 1 van 1740 sc 104-110 Fam. Search] | ||
| 22-03-1741 | Samenvatting: ---------------- Amand Dens, de zoon van Herman Dens, verkoopt de inboedel voor zijn moeder Margareta Lanen, weduwe van Herman Dens. Toelichting: ------------ Op 16 maart is Herman Dens begraven. Dan is 22 maart al wel heel snel om dan de inboedel te verkopen. Het meeste brengen de 2 koeien 107 gulden op van het totaal van 198 gulden. Hij verkoopt ook nog wat hennen en een haan. Er is wat hooi en stro. Er is ook een varkensbak, maar hij verkoopt geen varken. Het komt over als een klein boerderijtje met wat koeien en kippen. Amand zelf koopt ook nog wat. In de akte die hierna komt, wordt de huysinge, met stal en hof met dries verhuurt aan Frans van Donik. Hij heeft bij de verkoop het nodige gekocht. Het lijkt erop dat zijn moeder het boerderijtje verlaat na de dood van haar man, en de spullen verkoopt. Transcryptie: --------------- p.214: ------- 1741 Akte 6 Conditie ende voorwaerde waerop Amand Dens Hermanssoon als procuratie hebben van Margarita Lanen, weduwe van Herman voornoemt. p.215: ------- Conditie ende voorwaerde waerop Amand Dens Hermanssoon als procuratie hebben van Margarita Lanen, sijne moeder, weduwe van Herman voornoemt, ten hoogsten ende schoonsten naer voorgaende sondaege proclamatie tegens heden 22e meert 1741 gedaen publiquelijk door mij onderschreven notaris sal vercoopen allerhande meubilliaire staten, bestaende in alderhande huysraed, beesten, hoy, stroy, etc. gelijk het selve sal opgehangen worden als volgt. In den eersten geschiet dee vercoopinge in wisselgeld den ...... tot twee guldens ende acht ... den schellinck tot ses stuivers ende alle andere .... van munte naer advenant. Item sullen coopers hunne coopsommen niet bedragende boven de dry guldens moeten betalen contant ofte sal met het selve goet wat oft .. het soude mogen wesen, wederom op een nieuw verdoopen ende de meerdergelding sal wesen tot presentie van vercooper ende de mindergelding sal door gebrekelijk p. 216: ------- cooper moeten opgelegt worden oft daer toe met executie gedwongen worden , ende sal cooper in cas van precise betaling dat er deser, te doengestaen met contant geld in plaetse van wisselgeld. Item sullen coopers hunne coopsommen bedragen boven de dry guldens moeten betalen voor Ons Lieve Vrouwe half oost van desen Jare 1741 in welken gevalle sij ook sullen gestaen met te betalen in contant in plaats van wisselgeld. Item sullen coopers van hunne coopsommen voor ongeld betalen eenen stuyver aan den gulden ende thien stuyvers eenen halven etc. sonder corten aan hunne coopsommen ook contant. Item sullen coopers voor hunnen coop bedragen boven de dry guldens gehouden sijn sonder vetrek twee borgen te stellen voor de coopsomme suffisant deser rechtbanke bedwingbaer. Item sal men elken coop van boven oft nederwaarts afroepen soo men geliven sal. Item sal den afroeper ingevalle van alniet te veel oft te cort roepen niet begrepen mogen worden. Item ingeval van gelijk hooginge t sij 2 of dry, sla men sich mogen houden aen den genen dat men geloven sal. Item sullen coopers hunne cooppeningen die hier heden niet betaelt worden, moeten betalen ten huyse mijns, notaris. Item sal dese voorwaerde oft latraet (?) daer uyt tot sonder dag.... laste van de cooper oft borgen ende elk van hun int besonder in solidum gewesen worden executabel om het gebrek van betaling bij pronte, parate ende reele executie op de coopers, borgen ende mededoenders te verhalen tsamen oft een va.. al als principael soo men geliven sal, waer toe de selve coopers, borgen ende mededoenders sullen moeten ende hebben mits desen te renuntieren aen alle previlegien ende exceptien ordinis, decisionis exceptionis ende koemen die noemen mogte. In den eersten pik, haek, etc. ingecoopt bij Adriaen Goos 0-5 IJserwerck, Guillaume van Rosen 0-4 1/2 Sijse. Jan Lanen 1-3 Dit is door Amand aen hem quyt gescholden voor gedaen werck of arbijtsloon (Jan Lanen, familie van zijn moeder?) Pik. Peter Willems Bertelst 0-7 Cleijn eettafeltje. Francois vande Rens 0-6 IJsere pot. Jan Bertels Kitermons 0-19 Imout vaetje. Michiel Everaers 1-0 (familie van de 1e man van zijn moeder?) Idem. Jan van Geel Kendssen 0-10 Aerden potten. Jan Moons 0-2 1/2 Coperen melk aker. Jan Joris 2- 17 <subtotaal> 7-9 < ik tel 4 gulden 74 stuivers, ofwel 7 gulden 4 stuivers> p. 217 Links: -------------- Coperen tresée. Peeter Wils 0-15 Water emmer. Peeter Mols 0-12 1/2 Coekpan. Jan Lanen 0-10 Hang ijser. Frans van Dorick 0-5 1/2 Steene cruyk. Dirk Ooms 0-4 1/2 Aerde schotels. Adriaen van Linden 0-2 Strijck ijser. Jan Wuyts 0-9 1/2 Schap etc. Frans Vanderven 0-5 1/2 Scherfbak. Cristiaen van Sande 1-0 Riek. Frans van Donik 0-10 1/2 Ijseren bijtel. Amand Dens 0-8 Een ijsere gewigt. Deselve 0-5 Idem clijnder. Deselve 0-1 2 houte blockstoelen. Frans van Donk 0-3 1/2 Half tonne. Michiel Everaerts 0-15 1/2 Stande. Merten Aerts 1-3 Ijsere trekhang etc. Wilbert Verboven 0-4 Ijsere pan. Jan Bertels 0-3 1/2 Sist. Frans van Donik 0-5 1/2 <kantlijn:> betaalt aen F. van Donik Ijsere stoop. Jan Hoes 0-1 De moulde. Guillaume Schoirmans 3-14 Boter teijl. Hendrik Moons 0-2 1/2 Ligter blok. Frans van Donik 0-1 1/2 Saen vat. Frans van Donik 0-1 1/2 ontfangen van Frans van Donik 1-11 1/2 cost 18 3/4<subtotaal> 13-6 3/4 P. 217 Rechts: ----------------- Koeykuyp. Guill. Schoirmans 0-8 Idem. Frans Vanderven 0-6 1/2 Ijseren hael. Jan Hoes 0-11 Ijsere tang. Frans van Donik 0-2 1/2 Cleijnen hael of hangel. Amand Belmans 0-4 3 Stoelen. Frans vanderven 0-7 1/4 1 Idem. Catharina Willems weduwe Mat. Schellekens 0-4 Coperen coeystel. Amand Dens 9-0 1 Coppel hennen. Peter Vermeulen 0-14 1 Coppel Idem. Wouter van Genechten 0-14 1 Coppel Idem. Peter Vermeulen 0-15 Eenen haen. Joseph vander Roost 0-7 Schrappraye. Jan van Geel 1-17 Den Meulen. Jan Geerinx 9-0 Borge Jan Bays Verkensbak. Jan Wijnants 0-7 1/2 Bere koey. Peeter Goossens 51-5 Borge Jan Joris <kantlijn>schell: betaalt 17 xb: ontfangen 30,,3 3/4 Een idem. Jan Hoes 56- <kantlijn>hierop ontfangen 9,,18, nog 17,,10 Borge Sr. Cnaeps Het hoy met den honderden het hondert 1-0. Jan van Donik 4-0 Idem de rest het hondert 1-1 1/2. Frans van Donik 4-6 Borge Jan van Donik. <subtotaal> 140,,13 <eronder> 6,, 16 P. 218: ------- Het stroy de mandel 0-10 wesende 4 mandelen Peeter Mijnen 2-0 Coren de veertel 3-2 nemende 3 veertelen. Jan Moons 9-6 Boge Peeter Meijnen 9-6 Idem dry veertelen, de veertel 2-19. A:o Simons 8-11 Borge Antoni Keukelers Idem dry veertelen. Niet vercocht Item schaerhout. Coop Frans Vanderven 4-1 Borge Michiel Everaerts 2e Coop. Adriaen Goor 4-1 Den heelen loopdag beloopt 28-5 8 1/2 suyver 198-13 140-13 13-7 3/4 Aldus gedaen ende publiek 7-14 6-16 1/2 <totaal> 196-13 Verkocht den voorschreven 22e Meert 1741. ter presentie van vele omstanders. C. Reyers, Notaris. |
[bron: Geel Not. Reyers 1738-1770 Akte 6 van 1741 sc 214 t/m 218 Fam. Search] |
| 21-12-1706 | getuige doop Dympna Dens (geb. 1706) [zie 162,V] | [aangetrouwde tante vaderszijde] | [bron: Zammel-Oosterlo rk dopen 1700-1729 Bl. 14v Scan 404] |
![]() |
165 Bruers Joannes, rk gedoopt op 11 okt. 1640 in Sint-Amandus in Geel, zoon van Joannis Bruers en Dimna Machiels - Geel rk Dopen Sint-Amandus 1571-1640 bl 177v sc 198 Fam.Search |
![]() |
166 Bruers Petrus, rk gedoopt op 18 dec. 1671 in Sint-Amandus in Geel, zoon van Joannis Bruers en Joanna Laureijs - Geel rk Dopen Sint-Amandus 1656-1671 bl. 4v sc502 Fam.Search |
![]() |
167 Gebruers Maria, rk gedoopt op 10 april 1674 in Sint-Amandus in Geel, zoon van Joannis Gebruers en Joanna Laureijs - Geel rk Dopen Sint-Amandus 1656-1671 bl.17 sc. 514 Fam.Search |
![]() |
168 Gebruers Catharina, rk gedoopt op 16 maart 1676 in Sint-Amandus in Geel, zoon van Joannis Gebruers en Joanna Laureijs - Geel rk Dopen Sint-Amandus 1656-1671 bl. 27v sc. 525 Fam.Search |
![]() |
169 Bruers Anna, rk gedoopt op 3 juni 1679 in Sint-Amandus in Geel, zoon van Joannis Bruers en Joanna Laureijs - Geel rk Dopen Sint-Amandus 1656-1671 bl. 44v sc. 542 Fam.Search |
![]() |
170 Leeuwe Adrianus van, gedoopt op 27 mei 1617 in Geldrop |
| 01-06-1685 | getuige doop Dielis van Leeuwe (1685-1750) [zie 104] | [oom vaderszijde] | [bron: Inv.nr. 04 - Loon op Zand - doopboek 1671-1686 en trouwboek 1671-1685 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 491, Doop-, trouw- en begraafboeken Loon op Zand 1608-1810, inventarisnummer 4, blad 82] |
| 22-05-1673 | getuige doop Adriana van Leeuwe (geb. 1673) [zie 208,I] | [oom vaderszijde] | [bron: Inv.nr. 04 - Loon op Zand - doopboek 1671-1686 en trouwboek 1671-1685 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 491, Doop-, trouw- en begraafboeken Loon op Zand 1608-1810, inventarisnummer 4, blad 11] |
![]() |
171 Wagemakers Nicolaus Wilhelmi, trouwt voor de katholieke kerk in Loon op Zand met Gertrudis Joannes op 15 januari 1673 |
| 11-11-1695 | getuige doop Anneke Wagemakers (1695-1771) [zie 212,I] | [grootmoeder vaderszijde] | ||||
| ?-06-1702 | getuige doop Joannes Ariesse Wagemakers (geb. 1702) [zie 212,VI] | [grootmoeder vaderszijde] | [bron: Inv.nr. 05 - Loon op Zand - doopboek 1687-1711 en trouwboek 1685-1715 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 491, Doop-, trouw- en begraafboeken Loon op Zand 1608-1810, inventarisnummer 5, blad 75] |
| 16-11-1700 | getuige doop Maria Arisse Wagemakers (geb. 1700) [zie 212,V] | [tante moederszijde] | [bron: Inv.nr. 05 - Loon op Zand - doopboek 1687-1711 en trouwboek 1685-1715 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 491, Doop-, trouw- en begraafboeken Loon op Zand 1608-1810, inventarisnummer 5, blad 68v] | |||
| 02-09-1706 | getuige doop Cornelius Wagemakers (geb. 1706) [zie 212,VII] | [tante moederszijde] | [bron: Inv.nr. 05 - Loon op Zand - doopboek 1687-1711 en trouwboek 1685-1715 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 491, Doop-, trouw- en begraafboeken Loon op Zand 1608-1810, inventarisnummer 5, blad 94] | |||
| 23-06-1728 | getuige doop Joannes Wagemakers (geb. 1728) | [oudtante vaderszijde] |
| 16-11-1700 | getuige doop Maria Arisse Wagemakers (geb. 1700) [zie 212,V] | [aangetrouwde oom moederszijde] | [bron: Inv.nr. 05 - Loon op Zand - doopboek 1687-1711 en trouwboek 1685-1715 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 491, Doop-, trouw- en begraafboeken Loon op Zand 1608-1810, inventarisnummer 5, blad 68v] | |||
| 02-09-1706 | getuige doop Cornelius Wagemakers (geb. 1706) [zie 212,VII] | [aangetrouwde oom moederszijde] | [bron: Inv.nr. 05 - Loon op Zand - doopboek 1687-1711 en trouwboek 1685-1715 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 491, Doop-, trouw- en begraafboeken Loon op Zand 1608-1810, inventarisnummer 5, blad 94] | |||
| 05-11-1708 | getuige doop Peeter Wagemakers (geb. 1708) [zie 212,VIII] | [aangetrouwde oom moederszijde] | [bron: nv.nr. 05 - Loon op Zand - doopboek 1687-1711 en trouwboek 1685-1715 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 491, Doop-, trouw- en begraafboeken Loon op Zand 1608-1810, inventarisnummer 5, blad 106] |
![]() |
172 Lier Petrus Godefridi van, RK gedoopt op 4 november 1655 in Loon op Zand |
| 20-12-1702 | getuige doop Peter van Lier (1702-1777) [zie 216,I] | [grootmoeder vaderszijde] | [bron: Inv.nr. 05 - Loon op Zand - doopboek 1687-1711 en trouwboek 1685-1715 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 491, Doop-, trouw- en begraafboeken Loon op Zand 1608-1810, inventarisnummer 5, blad 76] |
![]() |
173 Nieuwenhuijsen Walterus Antoni, trouwt voor de RK kerk in Loon op Zand met Maria Judoci op 16 januari 1675 |
![]() |
174 Oerlemans Leonardus, rk gedoopt op 7 juni 1649 in Loon op Zand, zoon van Joannis Joannis Cornelii en Agnetis Leonardi - Loon op Zand Inv. 3 Doopboek 1648-1671 f. 7 |
| 15-03-1669 | Samenvatting: ---------------- Heijliger en Cornelis, zonen van wijlen Jan Jans Oirlemans en Agneesken Lenderts van den Hove, en Wouter Loureijs Wouters als voogd van Lendert, ook zoon van voornoemd echtpaar, maken een boedelscheiding. Nummering: ------------- In de pdf, horend bij dit inventarisnummer is de Oude nummering = 80 deel a 1-33, deel b 1-39v, deel c 1-52v gebruikt. Die staan er ook met potlood op, doorgestreept. Hier was dit folio 17-18. De aktes hebben ook een originele nummering door de schrijver gemaakt. In dit geval is het akte 8. Toelichting: ------------- Wouter Loureijs Wouters is de zwager, de man van zus Maria Lenderts van den Hove de oude. Transcryptie: --------------- Kennende sij eenygenlijk dat op huyden dat deses voor schepenen onder genoemt in propere persoone is gecomen ende gecompareert, Heijliger ende Cornelis gebroederen, sone wijlen Jan Jansen Oirlemans, waarvan moeder af was Agneesken Leenderts van Hove, ende Wouter Loureijs Wouters als momboir van Lendert, sone wijlen Jan ende Agneesken voornoemt. De Voorsegde Lendert alhier medepresent, Diewelcke metten anderen hebben gemaect ende aengegaen seeckere erfdeeling ende scheijdinge ende deijlinge van de naervolgende erfelijcke goederen, mits het overlijden van gemelte voorsegde ouders eenichsints aengecomen sijn en der vuegen torme ende manieren hier naar beschreven volgende, Overmits der welck die is de voornoemde Cornelis, den soone, te deele bevallen, ende sal deselve alsoo voor sijne portie hebben, houden ende erfelijck blijven possederen: * een stede, de huysinge ende gront vandien metten westens helft van den huysacker, in der vuegen ’t selve afgepaelt is, in ’t geheel 14 loopensaeten (3 hectaren) ofte . nochtans gestaen ende gelegen binnen de Heerlijckheijt van Venloon, ter plaetse genaempt het Craenven, aldaer tusschen erfenisse Tomas Gerits Couwenberch cum suis westwaarts, Wouter Loureijs Wouters noortwaerts, Henrick Willem Meeus (cum suis oostwaerts, doorgestreept) ende ’t onmondich kindt van wijlen Teunis Jans Suenen oostwaerts, ende de Heerenstraete suytwaerts. * item noch ’t 4 weede ende 6 loth uijt ten westen is eenen acker saeylandts tegens over de huysinge, als suyt van de straete gelegen, in der vuegen groote deselve afgepaelt sijn, denselven acker in t geheel 12 loopensaeten (2,5 hectare) of . . nochtans . aldaer tusschen erfenisse ’t weeskindt van Teunis Jans Suenen westwaerts, ’t hofken van deser erfgenaemen, ende de erfenisse van erfgenaemen van den Corst Jan Borsten noortwaerts, de erfgenamen Corst Jan Borsten cum suis suyt ende oostwaerts, sijnde los ende vrij, uytgenoemn dat die oock Cornelis den soon, hier uyt saecke sal gelden ende voldaen het derde part van 30 gulden aen de H. Geest van Venloon, alsmede het derde part van des heeren chijns, die hier met recht is uytgaende. Item noch te voldoen een schepenbrief van 250 gulden Capitael aen de erfgenamen Jan Engelbert Cannerts, ende sal noch in vergelijckinge daerenboven noch moeten beealen aen Heijliger ende Lendert, sijne broeders ieder de somme van 175 . Ieder . van dien helft te betaelen 1 april eerstcomende, ende de ander helft te Bamisse (1 oktober) daer naestvolgende, precies ende sonder interest. Waertegens voornoemde Heijliger, den soon, bij blinde lothe, te deele bevallen is, ende sal deselve alsoo voor sijne portie hebben, houden ende erfelijck blijven possederen, * eerstens de timmer van de Schuere ende de 2 suydenste eijcken boomen, staende op de grondt van het eerste loth, van Cornelis de soonstaende aen den westensijde van voorsegde schuere omme deselve schuere ende voorens te ruymen voor half meij eerstcoomende precies * item noch de oostelijcke helft van den huysacker beneffens erfenisse van Henrick Willem Meeus ende ’t onmondich kindt van Teunis Jans Seunen * item noch het 3e ende het 4e loth uyt westen, s. van den acker, in t geheel van omtrent 12 lopensaeten of ., gelegen tegens de voorgenoemde huysinge over aen suyt sijde van de straete, hier voorens in t 1e loth van Cornelis, den soon, naer den uitgedruct sijnde los ende vrij, uytgenomen dat de voornoemde Heijliger, den soon, hieruyt jaerlijks sal gelden ende voldoen is jaerlijks 30 gulden jaerlijks aen H. Geest van Venloon, als mede het 3e part van den heeren chijns die hier met recht is uytgaende. item alnoch 200 gulden capitael aen de kinderen van Lendert Jans de Bont. item 50 gulden capitael aen Bastiaen Peeter Jans. Ende waertegens de voornoemde Lendert, den soon, in t bijwesen van voorsegde wouter, sijnen momboir, bij blinde lothe te deele bevallen is, ende sal deselven alsoo voor sijne portie hebben, houden ende erfelijk possederen: * eerstens de timmer van ’t torfschop, verckenskoy ende brouwhuys, met noch de brouwerije gereetschap ende voorders toebehoort * mitsgaders noch de noordensten eijcken boom, staende aen den westensijde van de schuere, met noch de eijcken boom , staende bij het brouwhuys, alle staende op de gronde van Cornelis, den soon. Hier voorens te deele bevallen omme deselve te ruymen voor half meij eerstcomende * item een parcheeltjen erfenisse, genaempt de Corte Rugge, 1 1/2 loopensaet of . Nochtans . gelegen binnen de Heerlijckheijt ende plaetse voornoemt. Aldaer tusschen de erfenisse Adriaen Peter van Gorcum westwaerts, Cornelis Peter van Gorcum noortwaerts, de erfgenaemen van Denis Schelvischen oostwaerts, ende suytwaerts de heerestraete. * item noch een parccheeltjen efenisse, genaempt de Corte Vooren, 1 1/2 loopensaet (0,3 hectare) of de . nochtans ., gelegen binnen de heerlijckheijt ende plaetse voorsegd, aldaer tusschen de erfenisse de kinders Lendert Jans de Bont westwaerts, de erfgenaemen van Denis Schelvischen suyt ende noortwaerts, ende deser kinderen erfenisse oostwaerts. * item noch een parcheeltjen erfenisse, genaempt de Corte Rugge, 2 lopensaet of . nochtans ,, gelegen binnen de Heerlijckheijt ende plaetse voorsegd aldaer tusschen erfenisse de kinderen Lendert Jans de Bont westwaerts, Adriaen Peter van Gorcum noortwaerts, de erfenisse van deser kinderen oostwaerts, ende de erfgenaemen van Denis Schelvisch suytwaerts. * item noch het 1e ende het 5e loth uyt ten westen in den acker, eerste van 12 lopensaeten, gelegen aen den suytsijde van den straet, tegensover der voorgemelte huysinge, hier voorens int loth van Cornelis, den soon, doch staet te weten dat het 1e loth , maerder uytgedruct, van den acker, omtrent 1 1/2 hondt grooter is gelecht als de andere 5 lothen, ende dat om redenen. * item noch een parcheeltjen erve, genamept de Hof, gelegen aen de suytsijde van de straete binnen de Heerlijcheijt ende plaetse voornoemt, aldaer tusschen erfenisse de kinderen van wijlen Cornelis Jan Borsten oostwaerts, ’t onmondich kindt van Teunis Jans Seunen westwaerts, de erfenisse van deser deijlderen suytwaerts, ende ’s Heerenstraete noortwaerts. Sijnde los ende vrij, uytgenomen dat de voornoemde Lendert, den soon, hier uyt jaerlijks sal voldoen ende betaelen aen den H. Geest derde part in 30 gulden, als mede het 3e part van des Heeren chijns, die hier uyt met recht is gaende. item noch 150 gulden capitael aen den H. Geest van Venloon. item noch 42 gulden capitael aen Wouter Herman Aerdts tot Tilborch. item noch 42 gulden capitael aen Wouter Loureijs Wouters. item sal alnoch in vergelijckinge van cavelinge moeten betaelen aen Heijliger sijnen broeder, hier voorens bedeelt, de somme van 38 gulden, de ene helft te betalen van 1 april eerstcomende, ende de ander helft te Bamisse naestvolgende precies, sonder interest. item 8 gulden aen Cornelis, sijnen broeder, den 1e april eerstcomende precis, sonder interest. Voorts is tusschen de voorsegde condividenten wel expresseert, geconditioneert ende ondersproocken, dat ieder van sijn aengecaveld loth ofte parcheelen sal moeten onderhouden alle waterlaten soude mogen subject wesen. Mede is tusschen de voorsegde deijlluyden ondersproocken, dat sij malcanderen sullen moeten wegen ende stegen ter naester velde ende minste schade. Ende hebben de voorsegden condividenten hier mede de eene ten behoeve van den anderen aengecavelde deel, volcomente verstegen ende gerenuntieert met opdragen over geven, ende af gaen, daer toe behooren ende gewoonlijck sijnde. Belovende de eerste 2 comparanten superse et omnia sua bonas habita et habenda (= boven en al zijn goederen worden vastgehouden), ende de voornoemde Wouter Loureijs Wouters op verbintenisse van de goederen van Lendert, den onmondigen sone, dit .. opdragen, overgezet. ende afgaen mitsgaders dese erfelijcke scheijdinge ende deijlinge altoos te houden in henne .. doen houden ende voor goet, vast ende onverbreckelijk van werden sonder eenich wederseggen ende allen Commer, Calangie ofte aentael hier voorens benoemt ieder op sijn engecavelde loth alsoo te voldoen ende betaelen dat de andere deijlsluyden daer van geen hinder ofte schade ende overcomen noch te worde gemaent ofte gemolesteert in eenige manieren. uytgenomen dat de voornoemde deijlluyden sullen de achterstaende interesten der voorgemelte capitaele penningen malcanderen sullen helpen en afdragen ende voldoen tot 1e meij eerstcomende deses jaers ende alles verhalen commer hier voorens niet benoemt malcander ende pro rato te helpen afdoen ende betaelen sonder argelist. Actum den 15e meert 1669. Scabini Coomans ende Buemen |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 80 pg. 86-87 scan 102, 103, 104] | ||
| 24-12-1714 | Arie van Esch, Peter van der Schoot, geh.m. Jenneke van Esch, Jan Gerit Claessen de oude, geh.m. Angenees (Heijligerus) Oerlemans, dochter van Heijltie van Esch, Leendert Janssen Oerlemans, wed.v. Anneke van Esch, Gelden van Esch, Joost Vermutsert, wed.v. Cornelia van Esch, kinderen van Gelden van Esch, allen erfgenamen va Cornelis Ariens van Esch en Engeltie Hendrix, maken een boedelscheiding. |
[bron: Loon op Zand Schepenbank inv 89 f 113] | ||
| 09-05-1718 | Samenvatting: ---------------- Cornelis Leendertsen Oerlemans, Peter Adriaensse van Gurcum, gehuwd met Angneta Leendertsen Oerlemans, en Peter Ariensse Bastert, gehuwd met Hendrina Leendertse Oerlemans, kinderen van Leendert Janssen Oerlemans en Anneke van Esch, maken een boedelscheiding. Toelichting: ------------- Jan Leendert Oerlemans is niet genoemd in deze akte. Hij zal voor die tijd overleden zijn. Transcryptie: --------------- Compareerden Cornelis Leendertsen Oerlemans, Peter Adriaensse van Gurcum als in huwder hebbende Angneta Leendertsen Oerlemans, ende Peter Ariensse Bastert, als in huwder hebbende Hendrina Leendertse Oerlemans, alle kinderen ende erfgenamen van Leendert Janssen Oerlemans ende Anneke van Esch, in haer leven echteluyden, ende hebben onder den anderen aengegaen den erfscheijding ende deelingh van alle soodanige erfgoederen als de voorschreven hare ouders met de doot ontruymt ende achtergelaten hebben. Als eersteer is Cornelis Leendertsen Oerlemans bij blinde lote ten deel gevallen het oostelijke gedeelte van t huys tot den Middelweeght ende den stijl daer inbegrepen, staende alhier op t Craenven. Item het oostelijke. gedeelte van den hof, so als die nu afgepaelt is. Item de westenzijde van t hoogh met den verloren kost. Item noch den zijn. den kant van den grooten acker. Noch het westelijke gedeelte van het waeijke. Item noch den acker, genaemt de Korte Vooren, Als mede noch het waeijke op de loop. Item noch het zuijdelijk gedeelte in t perceel, genaemt den Bergh. Noch het oostelijk gedeelte van den heij bodem ende Noch eenen heijbodem gelegen in persoons. Vorder is Peter Adriaense van Gurcum, nomine uxoris (= in naam van de echtgenote), bedeelt ende sal in vollen eijgendom blijven besitten de helft van de hoeve met de landerijen gelegen alhier op de Efterling, soo als den voorschreven haren vader seselve uyt den boedel van sijne vrouwen ouder te deele is bevallen ende gelijk die nu bij den bedeelden wort bewoont, waer toe om kortheijts wille wert gerefereert. Vorders is PeterAriense Bastert nomine uxoris bij blinde lote bedeelt en sal in vollen eijgendom blijven besitten en behouden het westelijk gedeelte van voorschreven huys tot den Middelweeght toe met het westelijk gedeelte van den hof, staende alhier op t Craenven. Item de oostenzijde van den Hoogen Acker ende de noordenzijde van den Grooten Acker, als mede de oostenzijde van het waeyke ende het lant, genaemt De Achterstewaey ende de noordenkant van den Bergh het westeneijndt van den bodem, gelegen in t Moer. Item noch twee kleijne heijbodemkens, het eene teijnde de Moerstraet ende het ander bij den Kraenvensen Bergh. Vorders is bij de condividenten (=deelgenoten) geconditioneert ende besproken dat ider sijne aenbedeelde goederen nu sullen aenvaerden met soodanige lasten ende servituten (= rechten, zoals van overpad) waermede deselve belast sijn ende dat alle achterstaende lasten uit den gelijcken boedel sullen bijbetaelt worden tot Juli aenstaende 1719 ende het gedeelde te houden ende doen houden voor goet vastbondigh ende van waerde onder verbant als naer rechten. Actum den negenden meij 1718. <ondertekend> mij present Gijs Verwiel Lambert Nouwen A. Hoven 1718 |
[bron: Loon op Zand RA Inv. 89 f 232v-233 scan 242] | ||
| 20-02-1729 | Cornelis Leendert Oerlemans en Peeter Ariens Bastert, geh.m. Hendrien Leendert Oerlemans, sluiten een overeenkomst met Peter Adr. van Gorcum, wed.v. Agnees Leendert Oerlemans. Cornelis en Peeter dragen over aan de weduwnaar alle hafelijke en meubele goederen, die Agnees van hun vader Leendert Oerlemans zijn aanbestorven. De vaste goederen blijven in eigendom van Cornelis en Peeter. |
[bron: Loon op Zand Schepenbank inv 90 f 240v] | ||
| 29-03-1729 | Gelden van Esch, Joost Huijberts Vermutsert, als vader van zijn kinderen, ook voor het deel van Larens Hendrick Snoeren, Cornelis Leendertsen Oerlemans en Peeter Arienssen Bastert, geh.m. Henderien Leendertsen Oerlemans, allen erfgenamen van Jenneken van Esch, wed. Peeter Geeritsse van der Schoot, overleden te Tilburg, sluiten een overeenkomst met Cornelis van der Schoot, wonende te Tilburg, Elisabeth van der Schoot, wed.v. Glaudi de Roos, ook voor haar twee afwezige broers Peeter en Peeter van der Schoot, en Peeter Bouwens, als voogd van de kinderen van Geerit van der Schoot en Cornelia Bouwens, kinderen van Peeter Geeritsse van der Schoot. Er was een geschil ontstaan over de nalatenschap van Jenneken van Esch, haar broer Arien van Esch en haar man Peeter van der Schoot. |
[bron: Loon op Zand Schepenbank inv 90 f 243v] | ||
| 31-01-1730 | Gelden van Esch, Joost Huijberts Vermutsert, als vader van zijn kinderen, ook voor het deel van Larens Hendrick Snoeren, Cornelis Leendertsen Oerlemans en Peeter Arissen Bastert, geh.m. Henderien Leendert Oerlemans, allen erfgenamen van Jenneken van Esch, wed. Peeter Geeritse van der Schoot, overleden te Tilburg, sluiten een overeenkomst met Elisabeth van der Schoot, wed.v. Glaudi de Roos, Peeter en Peeter van der Schoot, genoemde Peeter van der Schoot jr. en Wouter Nouwens als voogden van de kinderen van Cornelis van der Schoot en Maria Nouwens, en genoemde Peeter van der Schoot en Peeter Bouwens, als voogd van de kinderen van Geerit van der Schoot en Cornelia Bouwens, kinderen van Peeter Geeritsse van der Schoot. Toelichting: ------------- Broer Jan en zus Neeske zijn niet genoemd in de akte. Jan en Neeske zijn al eerder overleden. in de overeenkomst met de weduwnaar van Neeske is bepaald dat de vaste goederen niet overgaan naar de weduwnaar, wel de hafelijke ende meubele goederen. Misschien vind ik nog een dergelijke overeenkomst t.a.v. broer, mocht die getrouwd zijn en kinderen hebben. |
[bron: Loon op Zand Schepenbank inv 91 f3v] |
| 08-10-1714 | Peter Ariensse Bastert en Jan Ariensse Bastert verklaren schuldig te zijn aan Leendert Jansse Oerlemans een bedrag van 100 gulden. In de marge staat aangetekend dat deze schuld op 13 december 1735 ingelost is. Toelcihting: Peter Bastert is getrouwd met Hendrien Oerlemans, de dochter van Leendert. Hij en zijn broer lenen dus geld van zijn schoonvader. Als Peeter Arienszoon Bastaart het bedrag en de intrest aflost op 13 dcember 1735, wordt de helft betaald aan de weduwe van Cornelis Oerlemans, ofwel aan zijn schoonzus. Leendert is intussen overleden en de erfgenamen zijn hijzelf en zijn schoonzus. |
[bron: Loon op Zand Schepenbank inv 89 f 100v] |
| 29-05-1668 | Jan Wouter de Oude, gehuwd met Leijsken Peters, transporteert goederen aan Heijliger, Cornelis en Lendert Jans Oirlemans, broers. Het gaat om 2 percelen zaailand op het Craenven. Het 1e perceel grenzend aan de broers. Ze verplichten zich om jaarlijks 50 gulden te betalen aan de H. Geest van Venloon (ofwel voor de armenzorg), en nog 1 stuiver en 4 penningen in de Dorpslasten. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 80 f 72 scan 88] |
| van 1675 tot 1725 | Samenvatting: ---------------- Jan Gerit Claessen de oude van Heijliger Jansse Oerlemans 1/3 part uit een stede met land e akker, groot 16 loopensaet, 18 roeden 3 Pond 11 Stuivers 12 Penningen Cornelis (zijn naam is er voorgezet) Leendert Jansse Oerlemans 1/3 part als den selven van Geerit Cornelis Corstiaenssen 2 Pond 13 Stuivers 3 Penningen Peeter Adriaen Bastert van Leendert Jansse Oerlemans en Geerit Cornelis Corstiaenssen lant noch van de erfgenamen Geerit Cornelis Corstiaensen nieuw lant 2 Pond 13 Stuivers 3 Penningen De weduwe van Cornelis Jansse Oerlemans 1/3 part als noch van de weduwe Peeter Geeritse Couwenlaer lant van de weduwe Corstiaen Jan Borsten 5 Pond 2 Stuivers 2 Penningen De weduwe Peter Cornelis Oerlemans van haar ouders oud en nieuw lant en noch van de weduwe van Cornelis Jansse Oerlemans voor 1/2 3 Pond 15 Stuivers 9 Penningen Toelichting: ------------ Een ordinair verpondingenboek werd voor langere tijd gebruikt, De waarden bleven gelijk. Voor een precieze tijdbepaling dus niet echt geschikt. Ik heb vanuit de omschrijving in het archief: Eind 17e eeuw - Begin 18e eeuw dit vertaald naar 1675-1725. |
[bron: Loon op Zand - Dorpsbestuur Inv. 797 f. 51v] |
| 11-06-1715 | getuige doop Adriaan Oerlemans (geb. 1715) [zie 218,II] | [grootvader vaderszijde] | [bron: Loon op Zand RK dopen 1711-1731 (RHC Tilburg) 491 - Collectie doop-, trouw- en begraafboeken Lz (inv.nr. 6, pg23)] |
![]() |
175 Esch Anna, rk gedoopt op 30 november 1644 in Loon op Zand, dochter van Cornelius Adriani ab Esch en Angela Henrici - Loon op Zand - Inv. 2 Doopboek 1624-1648 blad 87 |
| 24-12-1714 | Arie van Esch, Peter van der Schoot, geh.m. Jenneke van Esch, Jan Gerit Claessen de oude, geh.m. Angenees (Heijligerus) Oerlemans, dochter van Heijltie van Esch, Leendert Janssen Oerlemans, wed.v. Anneke van Esch, Gelden van Esch, Joost Vermutsert, wed.v. Cornelia van Esch, kinderen van Gelden van Esch, allen erfgenamen va Cornelis Ariens van Esch en Engeltie Hendrix, maken een boedelscheiding. |
[bron: Loon op Zand Schepenbank inv 89 f 113] | ||
| 09-05-1718 | Samenvatting: ---------------- Cornelis Leendertsen Oerlemans, Peter Adriaensse van Gurcum, gehuwd met Angneta Leendertsen Oerlemans, en Peter Ariensse Bastert, gehuwd met Hendrina Leendertse Oerlemans, kinderen van Leendert Janssen Oerlemans en Anneke van Esch, maken een boedelscheiding. Toelichting: ------------- Jan Leendert Oerlemans is niet genoemd in deze akte. Hij zal voor die tijd overleden zijn. Transcryptie: --------------- Compareerden Cornelis Leendertsen Oerlemans, Peter Adriaensse van Gurcum als in huwder hebbende Angneta Leendertsen Oerlemans, ende Peter Ariensse Bastert, als in huwder hebbende Hendrina Leendertse Oerlemans, alle kinderen ende erfgenamen van Leendert Janssen Oerlemans ende Anneke van Esch, in haer leven echteluyden, ende hebben onder den anderen aengegaen den erfscheijding ende deelingh van alle soodanige erfgoederen als de voorschreven hare ouders met de doot ontruymt ende achtergelaten hebben. Als eersteer is Cornelis Leendertsen Oerlemans bij blinde lote ten deel gevallen het oostelijke gedeelte van t huys tot den Middelweeght ende den stijl daer inbegrepen, staende alhier op t Craenven. Item het oostelijke. gedeelte van den hof, so als die nu afgepaelt is. Item de westenzijde van t hoogh met den verloren kost. Item noch den zijn. den kant van den grooten acker. Noch het westelijke gedeelte van het waeijke. Item noch den acker, genaemt de Korte Vooren, Als mede noch het waeijke op de loop. Item noch het zuijdelijk gedeelte in t perceel, genaemt den Bergh. Noch het oostelijk gedeelte van den heij bodem ende Noch eenen heijbodem gelegen in persoons. Vorder is Peter Adriaense van Gurcum, nomine uxoris (= in naam van de echtgenote), bedeelt ende sal in vollen eijgendom blijven besitten de helft van de hoeve met de landerijen gelegen alhier op de Efterling, soo als den voorschreven haren vader seselve uyt den boedel van sijne vrouwen ouder te deele is bevallen ende gelijk die nu bij den bedeelden wort bewoont, waer toe om kortheijts wille wert gerefereert. Vorders is PeterAriense Bastert nomine uxoris bij blinde lote bedeelt en sal in vollen eijgendom blijven besitten en behouden het westelijk gedeelte van voorschreven huys tot den Middelweeght toe met het westelijk gedeelte van den hof, staende alhier op t Craenven. Item de oostenzijde van den Hoogen Acker ende de noordenzijde van den Grooten Acker, als mede de oostenzijde van het waeyke ende het lant, genaemt De Achterstewaey ende de noordenkant van den Bergh het westeneijndt van den bodem, gelegen in t Moer. Item noch twee kleijne heijbodemkens, het eene teijnde de Moerstraet ende het ander bij den Kraenvensen Bergh. Vorders is bij de condividenten (=deelgenoten) geconditioneert ende besproken dat ider sijne aenbedeelde goederen nu sullen aenvaerden met soodanige lasten ende servituten (= rechten, zoals van overpad) waermede deselve belast sijn ende dat alle achterstaende lasten uit den gelijcken boedel sullen bijbetaelt worden tot Juli aenstaende 1719 ende het gedeelde te houden ende doen houden voor goet vastbondigh ende van waerde onder verbant als naer rechten. Actum den negenden meij 1718. <ondertekend> mij present Gijs Verwiel Lambert Nouwen A. Hoven 1718 |
[bron: Loon op Zand RA Inv. 89 f 232v-233 scan 242] | ||
| 20-02-1729 | Cornelis Leendert Oerlemans en Peeter Ariens Bastert, geh.m. Hendrien Leendert Oerlemans, sluiten een overeenkomst met Peter Adr. van Gorcum, wed.v. Agnees Leendert Oerlemans. Cornelis en Peeter dragen over aan de weduwnaar alle hafelijke en meubele goederen, die Agnees van hun vader Leendert Oerlemans zijn aanbestorven. De vaste goederen blijven in eigendom van Cornelis en Peeter. |
[bron: Loon op Zand Schepenbank inv 90 f 240v] | ||
| 29-03-1729 | Gelden van Esch, Joost Huijberts Vermutsert, als vader van zijn kinderen, ook voor het deel van Larens Hendrick Snoeren, Cornelis Leendertsen Oerlemans en Peeter Arienssen Bastert, geh.m. Henderien Leendertsen Oerlemans, allen erfgenamen van Jenneken van Esch, wed. Peeter Geeritsse van der Schoot, overleden te Tilburg, sluiten een overeenkomst met Cornelis van der Schoot, wonende te Tilburg, Elisabeth van der Schoot, wed.v. Glaudi de Roos, ook voor haar twee afwezige broers Peeter en Peeter van der Schoot, en Peeter Bouwens, als voogd van de kinderen van Geerit van der Schoot en Cornelia Bouwens, kinderen van Peeter Geeritsse van der Schoot. Er was een geschil ontstaan over de nalatenschap van Jenneken van Esch, haar broer Arien van Esch en haar man Peeter van der Schoot. |
[bron: Loon op Zand Schepenbank inv 90 f 243v] | ||
| 31-01-1730 | Gelden van Esch, Joost Huijberts Vermutsert, als vader van zijn kinderen, ook voor het deel van Larens Hendrick Snoeren, Cornelis Leendertsen Oerlemans en Peeter Arissen Bastert, geh.m. Henderien Leendert Oerlemans, allen erfgenamen van Jenneken van Esch, wed. Peeter Geeritse van der Schoot, overleden te Tilburg, sluiten een overeenkomst met Elisabeth van der Schoot, wed.v. Glaudi de Roos, Peeter en Peeter van der Schoot, genoemde Peeter van der Schoot jr. en Wouter Nouwens als voogden van de kinderen van Cornelis van der Schoot en Maria Nouwens, en genoemde Peeter van der Schoot en Peeter Bouwens, als voogd van de kinderen van Geerit van der Schoot en Cornelia Bouwens, kinderen van Peeter Geeritsse van der Schoot. Toelichting: ------------- Broer Jan en zus Neeske zijn niet genoemd in de akte. Jan en Neeske zijn al eerder overleden. in de overeenkomst met de weduwnaar van Neeske is bepaald dat de vaste goederen niet overgaan naar de weduwnaar, wel de hafelijke ende meubele goederen. Misschien vind ik nog een dergelijke overeenkomst t.a.v. broer, mocht die getrouwd zijn en kinderen hebben. |
[bron: Loon op Zand Schepenbank inv 91 f3v] |
| 08-10-1714 | Peter Ariensse Bastert en Jan Ariensse Bastert verklaren schuldig te zijn aan Leendert Jansse Oerlemans een bedrag van 100 gulden. In de marge staat aangetekend dat deze schuld op 13 december 1735 ingelost is. Toelcihting: Peter Bastert is getrouwd met Hendrien Oerlemans, de dochter van Leendert. Hij en zijn broer lenen dus geld van zijn schoonvader. Als Peeter Arienszoon Bastaart het bedrag en de intrest aflost op 13 dcember 1735, wordt de helft betaald aan de weduwe van Cornelis Oerlemans, ofwel aan zijn schoonzus. Leendert is intussen overleden en de erfgenamen zijn hijzelf en zijn schoonzus. |
[bron: Loon op Zand Schepenbank inv 89 f 100v] |
![]() |
176 Oerlemans Joannes, rk gedoopt op 21 sept. 1672, zoon van Leonardus Joannis en Anna Cornelii - Loon op Zand - Inv. 4 RK Doopboek 1671-1686 - Blad 8 |
| 09-05-1718 | Samenvatting: ---------------- Cornelis Leendertsen Oerlemans, Peter Adriaensse van Gurcum, gehuwd met Angneta Leendertsen Oerlemans, en Peter Ariensse Bastert, gehuwd met Hendrina Leendertse Oerlemans, kinderen van Leendert Janssen Oerlemans en Anneke van Esch, maken een boedelscheiding. Toelichting: ------------- Jan Leendert Oerlemans is niet genoemd in deze akte. Hij zal voor die tijd overleden zijn. Transcryptie: --------------- Compareerden Cornelis Leendertsen Oerlemans, Peter Adriaensse van Gurcum als in huwder hebbende Angneta Leendertsen Oerlemans, ende Peter Ariensse Bastert, als in huwder hebbende Hendrina Leendertse Oerlemans, alle kinderen ende erfgenamen van Leendert Janssen Oerlemans ende Anneke van Esch, in haer leven echteluyden, ende hebben onder den anderen aengegaen den erfscheijding ende deelingh van alle soodanige erfgoederen als de voorschreven hare ouders met de doot ontruymt ende achtergelaten hebben. Als eersteer is Cornelis Leendertsen Oerlemans bij blinde lote ten deel gevallen het oostelijke gedeelte van t huys tot den Middelweeght ende den stijl daer inbegrepen, staende alhier op t Craenven. Item het oostelijke. gedeelte van den hof, so als die nu afgepaelt is. Item de westenzijde van t hoogh met den verloren kost. Item noch den zijn. den kant van den grooten acker. Noch het westelijke gedeelte van het waeijke. Item noch den acker, genaemt de Korte Vooren, Als mede noch het waeijke op de loop. Item noch het zuijdelijk gedeelte in t perceel, genaemt den Bergh. Noch het oostelijk gedeelte van den heij bodem ende Noch eenen heijbodem gelegen in persoons. Vorder is Peter Adriaense van Gurcum, nomine uxoris (= in naam van de echtgenote), bedeelt ende sal in vollen eijgendom blijven besitten de helft van de hoeve met de landerijen gelegen alhier op de Efterling, soo als den voorschreven haren vader seselve uyt den boedel van sijne vrouwen ouder te deele is bevallen ende gelijk die nu bij den bedeelden wort bewoont, waer toe om kortheijts wille wert gerefereert. Vorders is PeterAriense Bastert nomine uxoris bij blinde lote bedeelt en sal in vollen eijgendom blijven besitten en behouden het westelijk gedeelte van voorschreven huys tot den Middelweeght toe met het westelijk gedeelte van den hof, staende alhier op t Craenven. Item de oostenzijde van den Hoogen Acker ende de noordenzijde van den Grooten Acker, als mede de oostenzijde van het waeyke ende het lant, genaemt De Achterstewaey ende de noordenkant van den Bergh het westeneijndt van den bodem, gelegen in t Moer. Item noch twee kleijne heijbodemkens, het eene teijnde de Moerstraet ende het ander bij den Kraenvensen Bergh. Vorders is bij de condividenten (=deelgenoten) geconditioneert ende besproken dat ider sijne aenbedeelde goederen nu sullen aenvaerden met soodanige lasten ende servituten (= rechten, zoals van overpad) waermede deselve belast sijn ende dat alle achterstaende lasten uit den gelijcken boedel sullen bijbetaelt worden tot Juli aenstaende 1719 ende het gedeelde te houden ende doen houden voor goet vastbondigh ende van waerde onder verbant als naer rechten. Actum den negenden meij 1718. <ondertekend> mij present Gijs Verwiel Lambert Nouwen A. Hoven 1718 |
[bron: Loon op Zand RA Inv. 89 f 232v-233 scan 242] | ||
| 20-02-1729 | Cornelis Leendert Oerlemans en Peeter Ariens Bastert, geh.m. Hendrien Leendert Oerlemans, sluiten een overeenkomst met Peter Adr. van Gorcum, wed.v. Agnees Leendert Oerlemans. Cornelis en Peeter dragen over aan de weduwnaar alle hafelijke en meubele goederen, die Agnees van hun vader Leendert Oerlemans zijn aanbestorven. De vaste goederen blijven in eigendom van Cornelis en Peeter. |
[bron: Loon op Zand Schepenbank inv 90 f 240v] |
![]() |
177 Oerlemans Agnes, rk gedoopt op 1 sept. 1677, dochter van Leonardus Joannis en Anna Cornelii - Loon op Zand - Inv. 4 RK Doopboek 1671-1686 - Blad 33 |
| 09-05-1718 | Samenvatting: ---------------- Cornelis Leendertsen Oerlemans, Peter Adriaensse van Gurcum, gehuwd met Angneta Leendertsen Oerlemans, en Peter Ariensse Bastert, gehuwd met Hendrina Leendertse Oerlemans, kinderen van Leendert Janssen Oerlemans en Anneke van Esch, maken een boedelscheiding. Toelichting: ------------- Jan Leendert Oerlemans is niet genoemd in deze akte. Hij zal voor die tijd overleden zijn. Transcryptie: --------------- Compareerden Cornelis Leendertsen Oerlemans, Peter Adriaensse van Gurcum als in huwder hebbende Angneta Leendertsen Oerlemans, ende Peter Ariensse Bastert, als in huwder hebbende Hendrina Leendertse Oerlemans, alle kinderen ende erfgenamen van Leendert Janssen Oerlemans ende Anneke van Esch, in haer leven echteluyden, ende hebben onder den anderen aengegaen den erfscheijding ende deelingh van alle soodanige erfgoederen als de voorschreven hare ouders met de doot ontruymt ende achtergelaten hebben. Als eersteer is Cornelis Leendertsen Oerlemans bij blinde lote ten deel gevallen het oostelijke gedeelte van t huys tot den Middelweeght ende den stijl daer inbegrepen, staende alhier op t Craenven. Item het oostelijke. gedeelte van den hof, so als die nu afgepaelt is. Item de westenzijde van t hoogh met den verloren kost. Item noch den zijn. den kant van den grooten acker. Noch het westelijke gedeelte van het waeijke. Item noch den acker, genaemt de Korte Vooren, Als mede noch het waeijke op de loop. Item noch het zuijdelijk gedeelte in t perceel, genaemt den Bergh. Noch het oostelijk gedeelte van den heij bodem ende Noch eenen heijbodem gelegen in persoons. Vorder is Peter Adriaense van Gurcum, nomine uxoris (= in naam van de echtgenote), bedeelt ende sal in vollen eijgendom blijven besitten de helft van de hoeve met de landerijen gelegen alhier op de Efterling, soo als den voorschreven haren vader seselve uyt den boedel van sijne vrouwen ouder te deele is bevallen ende gelijk die nu bij den bedeelden wort bewoont, waer toe om kortheijts wille wert gerefereert. Vorders is PeterAriense Bastert nomine uxoris bij blinde lote bedeelt en sal in vollen eijgendom blijven besitten en behouden het westelijk gedeelte van voorschreven huys tot den Middelweeght toe met het westelijk gedeelte van den hof, staende alhier op t Craenven. Item de oostenzijde van den Hoogen Acker ende de noordenzijde van den Grooten Acker, als mede de oostenzijde van het waeyke ende het lant, genaemt De Achterstewaey ende de noordenkant van den Bergh het westeneijndt van den bodem, gelegen in t Moer. Item noch twee kleijne heijbodemkens, het eene teijnde de Moerstraet ende het ander bij den Kraenvensen Bergh. Vorders is bij de condividenten (=deelgenoten) geconditioneert ende besproken dat ider sijne aenbedeelde goederen nu sullen aenvaerden met soodanige lasten ende servituten (= rechten, zoals van overpad) waermede deselve belast sijn ende dat alle achterstaende lasten uit den gelijcken boedel sullen bijbetaelt worden tot Juli aenstaende 1719 ende het gedeelde te houden ende doen houden voor goet vastbondigh ende van waerde onder verbant als naer rechten. Actum den negenden meij 1718. <ondertekend> mij present Gijs Verwiel Lambert Nouwen A. Hoven 1718 |
[bron: Loon op Zand RA Inv. 89 f 232v-233 scan 242] | ||
| 20-02-1729 | Cornelis Leendert Oerlemans en Peeter Ariens Bastert, geh.m. Hendrien Leendert Oerlemans, sluiten een overeenkomst met Peter Adr. van Gorcum, wed.v. Agnees Leendert Oerlemans. Cornelis en Peeter dragen over aan de weduwnaar alle hafelijke en meubele goederen, die Agnees van hun vader Leendert Oerlemans zijn aanbestorven. De vaste goederen blijven in eigendom van Cornelis en Peeter. |
[bron: Loon op Zand Schepenbank inv 90 f 240v] |
| 09-08-1713 | getuige doop Anna Cornelis Oerlemans (1713-vóór 1761) [zie 218,I] | [tante vaderszijde] | [bron: Loon op Zand RK dopen 1711-1731 (RHC Tilburg) 491 - Collectie doop-, trouw- en begraafboeken Lz (inv.nr. 6, pg14)] | |||
| 13-12-1728 | getuige doop Neeske Oerlemans (1728-1793) [zie 218,V] | [tante vaderszijde] | [bron: Loon op Zand RK dopen 1711-1731 (RHC Tilburg) 491 - Collectie doop-, trouw- en begraafboeken Lz (inv.nr. 6, pg92)] |
| 20-02-1729 | Cornelis Leendert Oerlemans en Peeter Ariens Bastert, geh.m. Hendrien Leendert Oerlemans, sluiten een overeenkomst met Peter Adr. van Gorcum, wed.v. Agnees Leendert Oerlemans. Cornelis en Peeter dragen over aan de weduwnaar alle hafelijke en meubele goederen, die Agnees van hun vader Leendert Oerlemans zijn aanbestorven. De vaste goederen blijven in eigendom van Cornelis en Peeter. |
[bron: Loon op Zand Schepenbank inv 90 f 240v] |
| 13-12-1728 | getuige doop Neeske Oerlemans (1728-1793) [zie 218,V] | [aangetrouwde oom vaderszijde] | [bron: Loon op Zand RK dopen 1711-1731 (RHC Tilburg) 491 - Collectie doop-, trouw- en begraafboeken Lz (inv.nr. 6, pg92)] |
![]() |
178 Oerlemans Henrica, rk gedoopt op 18 okt. 1684, dochter van Leonardus Joannis en Anna Cornelii - Loon op Zand - Inv. 4 RK Doopboek 1671-1686 - Blad 78 |
| 09-05-1718 | Samenvatting: ---------------- Cornelis Leendertsen Oerlemans, Peter Adriaensse van Gurcum, gehuwd met Angneta Leendertsen Oerlemans, en Peter Ariensse Bastert, gehuwd met Hendrina Leendertse Oerlemans, kinderen van Leendert Janssen Oerlemans en Anneke van Esch, maken een boedelscheiding. Toelichting: ------------- Jan Leendert Oerlemans is niet genoemd in deze akte. Hij zal voor die tijd overleden zijn. Transcryptie: --------------- Compareerden Cornelis Leendertsen Oerlemans, Peter Adriaensse van Gurcum als in huwder hebbende Angneta Leendertsen Oerlemans, ende Peter Ariensse Bastert, als in huwder hebbende Hendrina Leendertse Oerlemans, alle kinderen ende erfgenamen van Leendert Janssen Oerlemans ende Anneke van Esch, in haer leven echteluyden, ende hebben onder den anderen aengegaen den erfscheijding ende deelingh van alle soodanige erfgoederen als de voorschreven hare ouders met de doot ontruymt ende achtergelaten hebben. Als eersteer is Cornelis Leendertsen Oerlemans bij blinde lote ten deel gevallen het oostelijke gedeelte van t huys tot den Middelweeght ende den stijl daer inbegrepen, staende alhier op t Craenven. Item het oostelijke. gedeelte van den hof, so als die nu afgepaelt is. Item de westenzijde van t hoogh met den verloren kost. Item noch den zijn. den kant van den grooten acker. Noch het westelijke gedeelte van het waeijke. Item noch den acker, genaemt de Korte Vooren, Als mede noch het waeijke op de loop. Item noch het zuijdelijk gedeelte in t perceel, genaemt den Bergh. Noch het oostelijk gedeelte van den heij bodem ende Noch eenen heijbodem gelegen in persoons. Vorder is Peter Adriaense van Gurcum, nomine uxoris (= in naam van de echtgenote), bedeelt ende sal in vollen eijgendom blijven besitten de helft van de hoeve met de landerijen gelegen alhier op de Efterling, soo als den voorschreven haren vader seselve uyt den boedel van sijne vrouwen ouder te deele is bevallen ende gelijk die nu bij den bedeelden wort bewoont, waer toe om kortheijts wille wert gerefereert. Vorders is PeterAriense Bastert nomine uxoris bij blinde lote bedeelt en sal in vollen eijgendom blijven besitten en behouden het westelijk gedeelte van voorschreven huys tot den Middelweeght toe met het westelijk gedeelte van den hof, staende alhier op t Craenven. Item de oostenzijde van den Hoogen Acker ende de noordenzijde van den Grooten Acker, als mede de oostenzijde van het waeyke ende het lant, genaemt De Achterstewaey ende de noordenkant van den Bergh het westeneijndt van den bodem, gelegen in t Moer. Item noch twee kleijne heijbodemkens, het eene teijnde de Moerstraet ende het ander bij den Kraenvensen Bergh. Vorders is bij de condividenten (=deelgenoten) geconditioneert ende besproken dat ider sijne aenbedeelde goederen nu sullen aenvaerden met soodanige lasten ende servituten (= rechten, zoals van overpad) waermede deselve belast sijn ende dat alle achterstaende lasten uit den gelijcken boedel sullen bijbetaelt worden tot Juli aenstaende 1719 ende het gedeelde te houden ende doen houden voor goet vastbondigh ende van waerde onder verbant als naer rechten. Actum den negenden meij 1718. <ondertekend> mij present Gijs Verwiel Lambert Nouwen A. Hoven 1718 |
[bron: Loon op Zand RA Inv. 89 f 232v-233 scan 242] | ||
| 20-02-1729 | Cornelis Leendert Oerlemans en Peeter Ariens Bastert, geh.m. Hendrien Leendert Oerlemans, sluiten een overeenkomst met Peter Adr. van Gorcum, wed.v. Agnees Leendert Oerlemans. Cornelis en Peeter dragen over aan de weduwnaar alle hafelijke en meubele goederen, die Agnees van hun vader Leendert Oerlemans zijn aanbestorven. De vaste goederen blijven in eigendom van Cornelis en Peeter. |
[bron: Loon op Zand Schepenbank inv 90 f 240v] | ||
| 29-03-1729 | Gelden van Esch, Joost Huijberts Vermutsert, als vader van zijn kinderen, ook voor het deel van Larens Hendrick Snoeren, Cornelis Leendertsen Oerlemans en Peeter Arienssen Bastert, geh.m. Henderien Leendertsen Oerlemans, allen erfgenamen van Jenneken van Esch, wed. Peeter Geeritsse van der Schoot, overleden te Tilburg, sluiten een overeenkomst met Cornelis van der Schoot, wonende te Tilburg, Elisabeth van der Schoot, wed.v. Glaudi de Roos, ook voor haar twee afwezige broers Peeter en Peeter van der Schoot, en Peeter Bouwens, als voogd van de kinderen van Geerit van der Schoot en Cornelia Bouwens, kinderen van Peeter Geeritsse van der Schoot. Er was een geschil ontstaan over de nalatenschap van Jenneken van Esch, haar broer Arien van Esch en haar man Peeter van der Schoot. |
[bron: Loon op Zand Schepenbank inv 90 f 243v] | ||
| 31-01-1730 | Gelden van Esch, Joost Huijberts Vermutsert, als vader van zijn kinderen, ook voor het deel van Larens Hendrick Snoeren, Cornelis Leendertsen Oerlemans en Peeter Arissen Bastert, geh.m. Henderien Leendert Oerlemans, allen erfgenamen van Jenneken van Esch, wed. Peeter Geeritse van der Schoot, overleden te Tilburg, sluiten een overeenkomst met Elisabeth van der Schoot, wed.v. Glaudi de Roos, Peeter en Peeter van der Schoot, genoemde Peeter van der Schoot jr. en Wouter Nouwens als voogden van de kinderen van Cornelis van der Schoot en Maria Nouwens, en genoemde Peeter van der Schoot en Peeter Bouwens, als voogd van de kinderen van Geerit van der Schoot en Cornelia Bouwens, kinderen van Peeter Geeritsse van der Schoot. Toelichting: ------------- Broer Jan en zus Neeske zijn niet genoemd in de akte. Jan en Neeske zijn al eerder overleden. in de overeenkomst met de weduwnaar van Neeske is bepaald dat de vaste goederen niet overgaan naar de weduwnaar, wel de hafelijke ende meubele goederen. Misschien vind ik nog een dergelijke overeenkomst t.a.v. broer, mocht die getrouwd zijn en kinderen hebben. |
[bron: Loon op Zand Schepenbank inv 91 f3v] | ||
| 13-03-1751 | Eeltie van Gorkum, wed.v. Willem Bastert, en Hendrina Oerlemans, wed.v. Peter Bastert, maken een boedelscheiding van goederen van Peeter Ariese van Gorkum. | [bron: Loon op Zand Schepenbank inv 98 f 23] |
| 08-10-1714 | Peter Ariensse Bastert en Jan Ariensse Bastert verklaren schuldig te zijn aan Leendert Jansse Oerlemans een bedrag van 100 gulden. In de marge staat aangetekend dat deze schuld op 13 december 1735 ingelost is. Toelcihting: Peter Bastert is getrouwd met Hendrien Oerlemans, de dochter van Leendert. Hij en zijn broer lenen dus geld van zijn schoonvader. Als Peeter Arienszoon Bastaart het bedrag en de intrest aflost op 13 dcember 1735, wordt de helft betaald aan de weduwe van Cornelis Oerlemans, ofwel aan zijn schoonzus. Leendert is intussen overleden en de erfgenamen zijn hijzelf en zijn schoonzus. |
[bron: Loon op Zand Schepenbank inv 89 f 100v] |
| 13-03-1751 | Eeltie van Gorkum, wed.v. Willem Bastert, en Hendrina Oerlemans, wed.v. Peter Bastert, maken een boedelscheiding van goederen van Peeter Ariese van Gorkum. | [bron: Loon op Zand Schepenbank inv 98 f 23] |
| 08-10-1714 | Peter Ariensse Bastert en Jan Ariensse Bastert verklaren schuldig te zijn aan Leendert Jansse Oerlemans een bedrag van 100 gulden. In de marge staat aangetekend dat deze schuld op 13 december 1735 ingelost is. Toelcihting: Peter Bastert is getrouwd met Hendrien Oerlemans, de dochter van Leendert. Hij en zijn broer lenen dus geld van zijn schoonvader. Als Peeter Arienszoon Bastaart het bedrag en de intrest aflost op 13 dcember 1735, wordt de helft betaald aan de weduwe van Cornelis Oerlemans, ofwel aan zijn schoonzus. Leendert is intussen overleden en de erfgenamen zijn hijzelf en zijn schoonzus. |
[bron: Loon op Zand Schepenbank inv 89 f 100v] |
| 24-09-1721 | getuige doop Jenneke Oerlemans (1721-1771) [zie 109] | [aangetrouwde oom vaderszijde] | [bron: Loon op Zand - Inv. 6 Doop- en trouwboek 1711-1731 - blad 57] |
![]() |
179 Hamers Adrianus Petri, en Joanna Petri trouwen voor de rk kerk op 12 mei 1675 - Loon op Zand - Inv 4 RK Trouwboek 1671-1685 blad 100 |
| 02-07-1718 | getuige doop Leendert Oerlemans (1718-1786) [zie 218,III] | [grootvader moederszijde] | [bron: Loon op Zand - Inv. 6 Doop- en trouwboek 1711-1731 - blad 39v] |
![]() |
180 Prims Jenneke Peeterszoon, erfscheiding en deling door kinderen en kleinkinderen op 7 nov. 1736 - Loon op Zand Schepenbank inv 94 f 34v |
| 09-08-1713 | getuige doop Anna Cornelis Oerlemans (1713-vóór 1761) [zie 218,I] | [oom moederszijde] | [bron: Loon op Zand RK dopen 1711-1731 (RHC Tilburg) 491 - Collectie doop-, trouw- en begraafboeken Lz (inv.nr. 6, pg14)] |
![]() |
181 Schalcken Walterus Petri, RK gedoopt op 8 maart 1669 in Loon op Zand |
| 18-02-1722 | getuige doop Joanna Schalck (geb. 1722) [zie 220,IV] | [grootvader vaderszijde] | [bron: Inv.nr. 06 - Loon op Zand - doopboek 1711-1731 en trouwboek 1715-1731 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 491, Doop-, trouw- en begraafboeken Loon op Zand 1608-1810, inventarisnummer 6, blad 60] | |||
| 05-01-1724 | getuige doop Adrianus Heerkens (geb. 1724) | [grootvader moederszijde] | ||||
| 19-11-1724 | getuige doop Adriana Schalcke (geb. 1724) | [grootvader vaderszijde] | [bron: Inv.nr. 06 - Loon op Zand - doopboek 1711-1731 en trouwboek 1715-1731 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 491, Doop-, trouw- en begraafboeken Loon op Zand 1608-1810, inventarisnummer 6, blad 73v] | |||
| 08-03-1728 | getuige doop Henrica Schalcke (geb. 1728) | [grootvader vaderszijde] | [bron: Inv.nr. 06 - Loon op Zand - doopboek 1711-1731 en trouwboek 1715-1731 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 491, Doop-, trouw- en begraafboeken Loon op Zand 1608-1810, inventarisnummer 6, blad 89] |
| 30-07-1690 | Waalwijk |
| 19-09-1718 | getuige doop Adriana Schalcke (geb. 1718) [zie 220,II] | [oom vaderszijde] | [bron: Inv.nr. 06 - Loon op Zand - doopboek 1711-1731 en trouwboek 1715-1731 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 491, Doop-, trouw- en begraafboeken Loon op Zand 1608-1810, inventarisnummer 6, blad 41] |
| 05-01-1720 | getuige doop Cornelia Schalck (geb. 1720) [zie 220,III] | [oom vaderszijde] | [bron: Inv.nr. 06 - Loon op Zand - doopboek 1711-1731 en trouwboek 1715-1731 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 491, Doop-, trouw- en begraafboeken Loon op Zand 1608-1810, inventarisnummer 6, blad 47v] | |||
| 19-02-1747 | getuige doop Maria Schalcke (geb. 1747) | [oom vaderszijde] | [bron: Inv.nr. 07 - Loon op Zand - doop- en trouwboek 1731-1760, akten van doop van onwettige kinderen 1742-1757 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 491, Doop-, trouw- en begraafboeken Loon op Zand 1608-1810, inventarisnummer 7, blad 78v] |
| 05-01-1720 | getuige doop Cornelia Schalck (geb. 1720) [zie 220,III] | [tante vaderszijde] | [bron: Inv.nr. 06 - Loon op Zand - doopboek 1711-1731 en trouwboek 1715-1731 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 491, Doop-, trouw- en begraafboeken Loon op Zand 1608-1810, inventarisnummer 6, blad 47v] |
| 20-01-1731 | Tilburg | [bron: Inv.nr. 049 - Tilburg en Goirle - trouwboek 1712-1744 (schepenbank), archiefnummer 15, Doop-, trouw- en begraafboeken van Tilburg 1600-1810, inventarisnummer 49, blad 200] |
![]() |
182 Kimmere Petrus Peetese, en Wilhelma Janse Nieuwenhuijse trouwen RK op 20 januari 1789 in Loon op Zand |
![]() |
183 Witloxs Arie Frijse, trouwt met Willemijn van de Schotsbrue op 30 januari 1706 in Udenhout |
![]() |
184 Lepper Adriaan de, en Anneke Arie Witloxs trouwen op zondag 13 november in Oisterwijk |
| 29-01-1735 | Udenhout |
| 19-03-1744 | getuige doop Adrianus Wittelox (1744-1785) [zie 250,VI] | [tante vaderszijde] |
| 29-01-1735 | Udenhout |
| 19-02-1736 | getuige doop Maria Martini Witlox (1736-1810) [zie 125] | [aangetrouwde oom vaderszijde] |
![]() |
185 Hessels Gijsbert Jan Marte, en Leijsbet Adriaan Witloxs trouwen in Udenhout op 23 januari 1735 |
| 19-10-1739 | getuige doop Wilhelma Wittelox (geb. 1739) [zie 250,IV] | [aangetrouwde oom vaderszijde] |
| 30-03-1738 | getuige doop Maria Gisberti Heessels (geb. 1738) [zie 248,II] | [oom moederszijde] | ||||
| 07-12-1741 | getuige doop Anna Maria Wittelox (geb. 1741) [zie 250,V] | [oom vaderszijde] |
| 22-11-1746 | getuige doop Joannes Wittelox (geb. 1746) [zie 250,VII] | [tante vaderszijde] | ||||
| 19-05-1747 | getuige doop Catharina Heessels (geb. 1747) | [tante moederszijde] |
![]() |
186 Ven Arnoldus van de, trouwt met Helena Arien Witloxs op 25 januari 1750 in Oisterwijk |
![]() |
187 Breda Antonius van, rk gedoopt op 14 november 1689 in Oisterwijk als zoon van Cornelius van Breda en Anna Maria Lommers. met als peter Cornelius Lommers en als meter Maria Peeter Engels |
| 18-08-1717 | Kerkstraat, Oisterwijk | [bron: Inv.nr. 36 - Oisterwijk, Haaren en Udenhout - begraaflijsten 1708-1709, 1717 (schepenbank), archiefnummer 867, Doop-, trouw- en begraafboeken van Oisterwijk 1597-1810, inventarisnummer 36, blad 4] |
![]() |
188 Boer Adriana van den. op 2 juni 1687 in Oisterwijk rk gedoopt, dochter van Walterus van den Boer en Joanna van der Heest, met Goyaerts van der Heest en Anna van Summeren |
![]() |
189 Breda Joannes van, rk gedoopt in Oisterwijk op 1 februari 1717 als zoon van Antonius van Breda en Adriana van den Boer, met peter Walterus van den Boer en meter Anna Maria van Beurden |
![]() |
190 Deens Franciscus, rk gedoopt op 26 nov. 1593 in Sint-Amands in Geel, zn van Henricus Deens en Dympna Soeters - Geel rk Dopen 1571-1640 Blad 43 scan 47 Fam.Search |
| 30-05-1634 | Samenvatting: ---------------- Op 30 mei 1634 schrijft notaris Andries van Wesel de hierna volgende deling op in aanwezigheid van: Hendrick Deins. Die is eerst getrouwd geweest met Elisabeth van Ierssel, en nu is hij getrouwd met Cattelijn Wlllems (ze zijn getrouwd op 16 mei 1619). Frans Dens. Dat is een zoon van Hendrick (24 jaar), en is getrouwd met Cattelijn Mens (op 10 januari 1634). De momboirs voor de 2e zoon Hendrick Deins (17 jaar): Frans Dens en Petrus van Ierssel. Engelbert en Jacob Ooms: als getuigen erbij geroepen. De goederen uit het huwelijk van Hendrick de oude (ook wel zo genoemd om onderscheid te maken met zijn zoon) en Elisabeth Willems zijn tot nu toe niet verdeeld. Vanaf het verdelen is zoon Frans genoemd Franchoys, waarschijnlijk om het onderscheid te maken met momber Frans Deins. Zoon Frans krijgt toegewezen: het paard of de paarden met het veulen de hoornen beesten, behalve 1 koe het nodige huisraad. Zijn vader zal ookhet nodige huisraad behouden. Frans zal aan zijn broer Hendrick 205 gulden uitreiken, als hij trouwt of als hij 25 jaar wordt. Hij zal 240 gulden uitreiken aan de kinderen van Cattelijn Willems. Toelichting: ------------- Elisabeth van Iersel is overleden tussen 8 aug. 1616 en 1 januari 1618. Al best een lange tijd geleden. De kinderen, die in 1634 nog in leven zijn, waren toen ongeveer 6 jaar en 1 jaar oud. in 1619 is vader Hendrick Deins hertrouwd Zoon Frans is op 10 januari 1634 getrouwd. Dat is waarschijnlijk de aanleiding om de deling te maken en vast te leggen. Zoon Hendrick is bij het opmaken van de akte 17 jaar, en is vertegenwoordigd door zijn momboirs Frans Deins en Petrus van Ierssel. De momboirs waren in principe bloedverwanten. Zeer waarschijnlijk hebben we het hier over de broer van Hendrick (de oude), en een broer van Elisabeth. De verwantschap is niet expliciet genoemd. Ik heb maar 1 Frans Deins gevonden, die in aanmerking komt, en dat is de zoon van Henricus Dens en Dimpna Soeters. Daarom heb ik ook Henricus als hun zoon vastgelegd. Met het nodige voorbehoud. Het gaat hier om roerende goederen. Over huis of land is niet gesproken. Mogelijk is dat wel eerder verdeeld. Zoon Frans zal aan de kinderen van Cattelijn Willems 240 gulden moeten uitreiken. Die zijn niet genoemd. Was zij al eerder getrouwd? Om uit te zoeken. Transcriptie: -------------- De filmopname bevat nogal wat doorschijn van de andere kant van de pagina en de marge van het blad is aan de binnenkant niet helemaal te zien. Het schrift van de notaris is ook nog eens een "breed" schrift, dat ik niet gemakkelijk lees. Vandaar dat ik in de transcriptie nogal wat open heb moeten laten. Scanpagina 260 Links: ------------------------- Alsoo Hendrick Deins in sijnen iersten houwelijcke aailieert geweest hebbende met Elisabeth van Ierssel, is tot noch toe onverdeijlt geweest van sijne twee kinderen Frans ende Hendrick Deins. Ende mette onverdeijlde haev.. sijn sekere .. .. ten tweede houwelijcke metten Cattelijn Willems oyck onverdeijlt geweest sijnde van hare kinderen. Ende dat denselven Hendrick Deins met sijne tegenwoordige huisvrouw voorgenoempt, .. .. .. van der haeffelijcke goederen gene sijne huysvrouwen kinderen ene haere .., Soo verclaerten Hendrick toe.., genoempt met Peter van Ierssel ende Frans Deins, natuerlycken soon van den voirschreven Hendrick, als momboirs van Hendrick Deins den jongen, ende Frans Deins, gehouwelyckt met Cattelijn Mens, .. metten anderen overdragen te wesen no.de de successie van der haefelycke goederen op Frans ende Hendrick Deins, duer de afstervinge moeder gevallen, vereenicht ende ver.beert te wesen in plaetsen van scheidinge ende deijlinge, ende dat in der vuegen naer volgens te weten, dat Hendrick Deins de oude voergenoempt, aen sijnen soon Franschoys Deins sal overgeven den paerden mettet veulen, de hoirne beesten, uytgenomen de eene koye, mette st..een, begen, keir.., queerne, ende andere huysraedt, behalvens datghene die denselven Hendrick Deins de oude .. sijn gebruyckyc behoudende. Item eenen koyketel mette cuypen Item volgen denselven Franschoys mette plo.ge daersaen, scherfback, kribbe .., ende iegelycken huysraedt, gelijckerwijs denselven Hendrick Deins allen desselve Scanpagina 260 Rechts: --------------------------- bestralen ende haefelijcke goederen bij ende midts desen is overgevende ende metten lijvenende lijve roerende over sijnen voorgenoempden Franschoys, Ende dat op al op de voet ende laste .. selven Franschoys sal schuldich endegehouden wesen aen de kinderen van Cattelijn Willems te geven 240 guldens, alles in forme ende maniere gelijckerwijs dat mette van kinderen is veraccordeert, Ende tot die aen sijnen broeder Hendrick Deins geven ende betaelen de somme van 205 guldens, als de eersteling sal comen tot houwelijcken of anderen geapprobeerden staet oft .. oudt geworden sijn 25 jaren. Gelijckerwijs Franschoys Deins bij ende midts desen belooft de voorseijden .. sommen van 240 ende 205 belooft te voldoen voor de overgeven van der haefelijcke goederen voorgenoempt. Waer mede alle .. dewelcken .. t sij bij Franschoys Deins oft sijnen broeder Hendrick Deins moesten gepretendeert worden uijt hoofde van hunnen moeder, sullen doen ende te .. Gelijckerwijs de voorgenoempten momboirs van Hendrick Deins, namentlyck Peeter van Ierssel ende Frans Deins beloven allen uytcoop als momboirs staende te houden, sonder daer tegens te comen binnen oft buyten recht, oft enichsins te laten comen, daer telijcken oft indaertelyc (?). Ende belooft eerstelycx Hendrick Deins de oude hij tegens de overgeven van der haefelijcke goederen nyet te comen. Noch Franschoys Deins tegens de belofte van de penningen hiervorens geruert. Reminicerende partijen dat desen uytcoop oft instrument daer uyt sal mogen bevonnist worden Scanpagina 461 Links: ------------------------- voor allen Heeren ende Gerechten. Aldus gedaen ende geportheert den 30en meij 1634 daer in hier waren Engelbert ende Jacob Ooms, als getuygen daer toe geroepen ende gevest (?) met mij notaris dese stipulerende (?). <tekenen:> And. van Wesel Notaris het merck van Hendrick + Deins Frans Dens Pieter van Irsel het hantmerck van Frans Deins, momboirs van Hendrick Deins Engelbert Ooms Jacob Ooms Testes |
[bron: Geel Not. Andries van Wesel senior 1617-1669, deel 1627-1634 sc. 460 en 461 Fam.Search] |
| 10-07-1644 | getuige kerkelijk huwelijk Hermannus Deens (geb. 1619) en Catharina van de Weijer [zie 648,II] | [vader bruidegom] | [bron: Geel rk Huwel. Sint-Amandus 1631-1707 bl 48 sc 48 RA] |
![]() |
193 Deens Hermannus, rk gedoopt op 5 okt. 1616 in de Sint-Martinus in Retie, zoon van Franciscus Deens en Maria Hermans - Retie rk Dopen Sint-Martinus 1614-1624 bl. 68 sc. 36 RijksArchief |
![]() |
194 Dens Heijlgnidis, rk gedoopt op 9 nov. 1622 in de Sint-Martinus in Retie, zoon van Franciscus Dens en Maria Hermans- Retie rk Dopen Sint-Martinus 1614-1624 sc. 55 RijksArchief |
| 17-09-1653 | getuige doop Dimpna Dens (geb. 1653) | [tante vaderszijde] | [bron: Geel rk Dopen Sint-Amandus 1631-1656 Blad 175 scan 175 RA] | |||
| 12-07-1661 | getuige doop Franciscus Dens (geb. 1661) [zie 324,I] | [tante vaderszijde] | [bron: Geel Sint-Amands Dopen 1656-1671 Blad 40 Scan 437 Fam. Search] |
![]() |
195 Deens Joannes, rk gedoopt op 24 jan. 1626 in de Sint-Martinus in Retie, zoon van Franciscus Deens en Maria - Retie rk Dopen Sint-Martinus 1624-1643 bl. 22 sc. 13 RijksArchief |
![]() |
196 Bruers Joannes, rk gedoopt op 1 okt. 1596 in Sint-Amandus in Geel, zoon van Henricus Bruers en Catharina Buyens - Geel rk Dopen Sint-Amandus 1571-1640 bl. 49v sc. 54 Fam. Search |
| 17-05-1665 | getuige kerkelijk huwelijk Simon Brues (geb. 1638) en Anna Mols [zie 652,II] | [vader bruidegom] | [bron: Geel rk Huwel. Sint-Amands 1631-1707 bl. 128 sc. 209 Fam.Search] |
![]() |
197 Machiels Dimpna, rk gedoopt op 24 sept. 1594 in Sint-Amandus in Geel, dochter van Joannis Machiels en Angela Vos - Geel rk Dopen Sint-Amandus 1571-1640 bl. 44v sc. 48 Fam. Search |
![]() |
198 Bruers Catharina, rk gedoopt op 13 maart 1636 in Sint-Amandus in Geel, zoon van Joannis Bruers en Dimpna Machiels - Geel rk Dopen Sint-Amandus 1631-1650 bl 37v sc 238 Fam.Search |
![]() |
199 Brues Simon, rk gedoopt op 21 sept. 1638 in Sint-Amandus in Geel, zoon van Joannis Brues en Dimna Michaels - Geel rk Dopen Sint-Amandus 1631-1650 bl 55 sc 255 Fam.Search |
![]() |
200 Lier Godefridus Petri van, trouwt op 23 februari 1653 met Anna Cornelij in de RK kerk in Loon op Zand |
![]() |
201 Lier Cornelia Godefridi van, RK gedoopt op 6 oktober 1656 in Loon op Zand |
| 03-09-1680 | getuige doop Gojert van Lier (1680-1739) [zie 216] | [tante vaderszijde] | [bron: Inv.nr. 04 - Loon op Zand - doopboek 1671-1686 en trouwboek 1671-1685 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 491, Doop-, trouw- en begraafboeken Loon op Zand 1608-1810, inventarisnummer 4, blad 50] |
| 08-09-1709 | getuige doop Maria Goyertse van Lier (1709-1769) [zie 216,III] | [aangetrouwde oudoom vaderszijde] | [bron: Inv.nr. 05 - Loon op Zand - doopboek 1687-1711 en trouwboek 1685-1715 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 491, Doop-, trouw- en begraafboeken Loon op Zand 1608-1810, inventarisnummer 5, blad 109] |
![]() |
202 Lier Johannes Godefridi van, RK gedoopt op 27 juni 1662 in Loon op Zand |
![]() |
203 Oirlemans Johannis Johannis, en Agnes Leonardi doen ondertrouw op 27 dec. 1628 en trouwen op 13 jan. 1629 voor de kerk - Loon op Zand - Inv. 2 RK Trouwboek 1624-1648 blad 123 |
| 03-02-1634 | Craenven, Loon op Zand (Pdf RAT. Loon op Zand. R 66 f 48v d.d. 3-2-1634. Jan sone Jan Adriaen Zuenen de helft hem als hij seijde toebehoirende in eenen sloot gelegen binnen der heerlicheijt Venloon ter plaetsen genoempt het Craenven tusschen zijnen Jans erffenisse aen deene zijde ende tusschen erffenisse Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans etc. sHeerenstraete ende Duijcxe Hoeve etc. Supportavit Jan sone Jan Cornelis Oirlemans voorn. Dies soe heeft de selve Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans geloift ut debitor etc. dat hij den gemeijne waterlaet door den selven sloot tegenwoirdich loopende ten eeuwige dagen alsoe sal onderhouden, dat den transportant zijne oiren, erven ofte naecomelingen egeen hinder oft schaede ten sij van boeten, breucken, schaede, intresten oft anderssins nijets ter werelt, ende sal overcomen in eeniger manieren etc. Testes Ghijsbert Claessen ende Bastiaen Stoffelen den 3e februarij 1634. Toelichting: ------------ De stede is hier niet genoemd. De sloot ligt tussen de Heerenstraat en de Duiksche Hoeve in t Craenvan, ofwel het gebied, zoals dat in 1641 (onder Adres) beschreven is.) |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 66 f. 48v] | ||
| 08-12-1639 | Craenven, Loon op Zand (Jan wijlen Jan Cornelis Oirlemans geeft als onderpand zijn stede op t Craenven.) | [bron: Loon op Zand - Schepenbank inv 69 f 68v] | ||
| 04-04-1641 | Craenven, Loon op Zand (Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans belooft chijns te betalen uijt eenen stede lants te weten huijs, brouwhuijs, schuere, hoff, grondt ende lant daer achter aenliggende ende toebehoirende 20 loopensaeten oft daer omtrent int geheel begrijpende, gelegen binnen der heerlicheijt van Venloon ter plaetsen genoempt het Craenven tusschen erffenisse van Jan Janssen Zuenen aen deene zijde oistwaerts ende tusschen erffenisse Denijs Janssen erffgenaemen ende meer andere aen dandere zijde westwaerts, streckende van sheerenstraete zuijtwaert tot aen den heije van Duijcxe Hoeve noirtwaerts, soe hij seijde. Hij betaalt ook uit een akker van 10 lopensaet, ofwe l 2,1 ha. Alles bij elkaar een gebied van 6,3 hectaren, een gebied van 800x800m. Toelichting: de stede met land is 20 lopensaten groot, ofwel 20x 0,21ha = 4,2 hectaren. Voor de ligging: het gebied de Duikse Hoeve is er nog steeds. Van ’s Heerenstraete in het zuiden tot de hei van de Duikse Hoeve in t noorden. Ik denk dan aan de Bergstraat/Middelstraat in het zuiden tot de Duikse Hoeve. Het gebied ertussenin is deel van het Craenven.) |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv 69 f 161v/162v] | ||
| 09-05-1648 | Craenven, Loon op Zand (Jan Jan Cornelis Oirlemans staat voor zijn schuld in met zijn stede lants alhier op t Craenven.) | [bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 73 f. 35r en v] |
| van 11-01-1642 tot 13-05-1642 | Schepen (Jan Janssen Oirlemans, schepen der Heerlicheijt van Venloon. In de akte van 13 mei 1642 is ook Jan Cornelis Peter Oirlemans als schepen genoemd.) |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 70 f. 6r/v dd. 11 jan. 1642, Loon op Zand - Schepenbank Inv. 70 f. 21r/22r dd. 13 mei 1642] | ||
| 07-01-1649 | Bedeheffer (Op heden den 7e januarij 1649 soe hebben Jan Janssen Oirlemans ende Wouter Adriaens als bedeheffer hennen eedt gedaen. Testes ut supra.) |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 72 f 128v] |
| 16-01-1654 | Samenvatting: ---------------- De erfgenamen van Leendert Goossen van den Hove en Antonisken Jan Stevens doen afstand van een hooij- en weiland van 2 morgen groot in Baardwijk, ten gunste van Adriaen Gerit Cornelissen Couwenberch op 16 januari 1654. Zoon Goossen is present, ook namens zijn broers en zussen, zijn stiefvader Willem Eelants van Spaendonck, op basis van een procuratie, afgegeven op 6 mei 1653 door de schepenen van Venloon. Toelichting: ------------ Wie is de begunstigde, heeft hij iets te maken te maken met de familie? Adriaen Gerit van de Couwenberch is de 2e man van Lijsbeth Jan Cornelis Oerlemans. Lijsbeth is een zus van Jan Jan Oerlemans, getrouwd met Agneesken van den Hoven. Waarom de familie afstand doet, waarom ze hem dit gunnen, weet ik niet. Over het stuk land: Met een grootte van 2 morgens. De Bossche morgen was 9930 m2, dus bijna een hectare. Weet niet zeker of in Baardwijk ook met deze maateenheid gerekend is. Maar wel een behoorlijk stuk land. De locatie van het hooi of weiland: over de Hoogeindse Wetering, tussen de Fra Camp en land van het convent van de Doncq, vanaf de Hoogeindse Wetering tot aan de Hool Graeve toe. Helaas ben ik te weinig bekend met Baardwijk. De kaart van Baardwijk van 1866 geeft mij geen aanknopingspunten. Transcriptie: --------------- Compareerde voor de ondergeschreven Schepenen der Heerlicheijt van Baardwijck, Goossen Lenaertsen van Hooff, woonende binnen de jurisdictie der heerlicheijt van Venloon, dat men noempt Loon op Zant, soo voor hemselve, als mede voor soovele des noot sij last ende procuratie hebbende van Willem Eelants van Spaendonck, naegelaten weduwer wijlen Antonisken Jan Stevens dochtere, die voortijts huijsvrouwe was van wijlen Lenaert Goossens van den Hove, .. gedaen van Steven, ende Jan, gebroeders, zonen wijlen Lenaert ende Antonisken voorgenoempt, oock van Jan Janssen Oerlemans, als man ende momboir van Agneesken (van den Hove), sijn huijsvrouwe, ende Meerten joosten van Cuyck, als man ende momboir van Maeijken de jonge, sijnen huysvrouwe, gesusteren, dochteren des voorsegden wijle Lenaerts ende Antonisken, mede van Wouter Laureijssen, naegelaten weduwer wijen Maeijken de Oude, oock dochtere des voorschreven Lenaerts ende Antonisken, soo in dien qualiteijt voor hen selven, als mede hen fort ende sterckmaeckende voor sijne vijf onmondige kinderen, bij hem ende de voorschreven wijlen Maeijken de Oude tesaemen verweckt, ende van de voorschreven Steven Lenaerts van den Hove ende Gijsbrecht Hendricxsen, als wittige momboir van de onmondige kinde van wijlen Lijsken, insgelijcken, dochtere des meergenoemden wijlen Lenaerts ende Antonisken, verweckt bij Hendrick Hendrick Hendricxen, int bij wesen ende overstaen van den selven Hendrick, vader van desselven onmondige kinde, ende oock dieselve Hendrick als naegelaten weduwer van de voorschreven wijlen Lijsken voor hemselven, wesende dieselve procuratie voor Peeter Corstiaenssen ende Cornelis Claessen Bastaers, Schepenen in Venloon gepasseert, ende door Koomans in absentie van de Secretaris als Substituyt gestipuleert, in date den sesten meij des voorleden Jaers 1653, ons schepenen behoorlijcke geteeckent, ende besegelt gebleken, ende heeft in dier qualiteijt wettelijck vetegen, bij maniere van pe..tatie ende erfmangelinge, sulcx hij doet bij desen op seecker stuck hoy ofte weijlants, twee morgen of daeromtrent groot sijnde, gelegen onder de voorsegde van Baerdwijck over de Hoocheijntse Weteringe, tusschen den fra camp (?) aende oistenzijde, ende de erfenisse van t convent van de Doncq aen de westenzijde, streckende van de voorsegde weteringe af noortwaert op totten hool graeve toe, met alle dijcke, tuyen, sloot, maese ende weteringe, schouwen ende nabuerlijcke rechten daertoe ende over naer costume locael behooren, ende op alsulcke brieven ende voorwaerden als daer egeen recht aen te behouden, of te vermeten in eniger manieren, soo geloofden den voorsegden comparant, dese voorschreven erfenisse te vrijen gewaeren, nae de Rechte van de Lande, als een vrij, eijgen erve ende een volboden, op generael verbant daersijns comparants persoon ende goederen, roerende ende onroerende, hebbende ende vercrijgende, soo in Hollant, Brabant als allonium elders gelegen, subjecten, dieselve alle Rechten ende Rechteren om ofter naemales eenige pachten, renten, chijnssen, of andere calangien op quamen, bij den voornoemden Adriaen sone wijlen Gerit Cornelissen Couwenberch in sulcken gevalle sijn guarand t’allertijt voor hem ende sijne naecomelingen daerachter verhaelen, als sijnde vrij lant, uijtgenomen Dorps loop ende Commer ende Verpondinge, die vandaer deses af voorthaen sullen blijven tot laste van den voorsegden Adriaen sone wijlen Gerit Cornelissen Couwenberch, allen sonder arch oft list ende in oirconde dese bij Schepenen van Baerdwijk. Onderteeckent desen 16e Januari 1654, Cornelis Peeterssen Joost Janssen Kouenberch getaxeert bij Schouth ende Gerechten op 450 f. (florijnen, guldens) 11 gulden - 5 stuijvers (40e penning) |
[bron: Baardwijk - Dorpsbestuur 1652-1667 Inv. 144 akte 47 f. 28v-29r scan 32] |
| 20-02-1641 | Pdf RAT. 781 Loon op Zand. R 69 f 146r/147r d.d. 20-2-1641. Alsoe geschaepen was defterent en questie op te staen tusschen Mijn Genaedige Heere Mijn heere den Grave van Bochoven, Borchgraeff van Aelst, Heere van Loon ter eenre. Ende schouteth, schepenen ende regeerders van Venloon weghen der selver gemeijnte in dijer qualiteijt ter andere zijden. Ter saecken van de contributien, lasten ende ongelden, soe van oudts als naer het overgaen der Stadt van ’s Hsertogenbossche op de Landen, thienden ende moelens gestelt, ende onder andere over een taux van 30 st. op ijeder mud gerstcorens van de thienden ende eenen gulden op het mud van het het coren van de moelens, ende dooffcoren naer advenant. Midtsgaeders van den achterstel van den voorst. taux t sedert den jaere 1630 tot desen daege ten laste van Sijne Gen. thienden ende moelens verschenen vuijt wijsens de acte van heeren staeten van Hollant vuijtgesouden ende tot betaelinghe van welcke de ontfanger van dijen mijns welgemelte Heere thiende ende moelens interpelleerden ende praemden ende van alle welcke voorst. lasten sijne welgemelte Gen. sustineerden dat die regeerderen van Loon achtervolgens de geloefte bij henne voorsaeten in de hulinge van sijnen welgemelte heer vader gedaen hem souden affdraeghen ende soe betaelen dat sijn Gen. thienden ende moelens daer over nijet voirder en worden gemolesteert. Waer tegens soe van weghen de voorst. regeerders wordde geseeght het selve hen nijet aen te gaen. Noch hen werck oft seijt twesen. Waeromme soe er over swaerder proces stonde te verwachten. Eerst dat partijen over desen int minnelijck zijn veraccordeert ende overdraeghen in manieren naervolgende. Ierst dat sijne welgemelte Gen. sonder preindicie van sijne geallegeerde vrijheijt ende acte van hullinghe tot soulagement van de voorst. lasten, achterstel van dijen ende gemeijnte jaerlijcx sal contribueren ende geven aen de regeerders voorst. eene somme van vijffenseventich guldens, alle jaer den 25e decembris ende voor den ijersten termijn den 25e decembris deses jaers 1641 ijerstcomende, ende daertoe eene somme van hondert ca. guldens eens te betaelen tot paesschen toecomende ende dat boven het prouffijt ende genoth van weijen der gronden ende andere gerechticheijden aen de gemeijnte bij de voorst. acte van hulinge in voortijden gegunt ende gegeven. Alle dweclke de voorst. gemeijnte sal hebben ende behouden als tot date deser is geschiedt, daer en boven soe sullen de voorst. regeerderen alnoch moeghen stellen des heeren moelens tot voldoeninge van den voorst. taux wegen de hoochgemelte heeren staeten gedaen ijeder moelen in ijeder boeck van dorpslasten 37 st. 2 oirt, ende voirder nijet. De welcke sullen beginnen den ijersten januarij deses jaers 1641 lestelden, aer tegens de voorst. schouteth, schepenen ende regeerders van Venloon sullen mijn genaedighe heere zijnen casteele, hoven ende drije ackers daeraenliggende te weten den acker aen de Doelen ende twee ackers achter den hoff gelegen sijne Gen. persoon, familie ende huijsgenoten, midtsgaeders deselffs peerden ende beesten, thienden ende moelens van alle ongelden, lasten, contributien, beden, redemptien ende imposten mede van den voorst. taux, ende alle andere lasten hoedanich die mochten genoempt wordden, vrije houden ende exempteren ende allen de selve midtsgaeders de achterstellen van dijen alsoe draeghen ende betaelen dat sijne gen. goedere, thienden ende moelens nijet en wordden gemolesteert oft geinterpelleert in eeniger manieren. Behoudelijck nochtans dat ingevalle in toecomende tijden den impost van wegen de gemeijnte nijet en werdde gepacht oft gecollecteert dan bij particuliere persoonen sal alsdan mijn genaedighe heere zijnen impost gehouden zijn te draeghen ende te betaelen, ende daertegens van de voorst. 75 guldens jaerlijcx bij sijne Gen. geloeft, afftrecken ende genieten vijfftich guldens jaerlijcx. Daerenboven is mede besproken ende gecondioneert dat ingevalle door veranderen van tijden de voorst. lasten ende naementlijck den voorst. taux quaemen te cesseren oft de selve lasten op anderen voet ende manieren wordden gestelt oft gevonden dat alsdan desen accoirde sal wesen doot ende tenijet ende de voorst. contractanten sullen zijn ende blijven in hen geheel soe van henne oude gerechticheijden, prelegeijen als andere exemptien. Ende dit alles promisiondelijcken tot ende ter wijlen sijne welgemelte Gen. oft de voorst. regeerders des in toecomende tijden wilden herroepen. Behoudelijck dat in cas van herroepen sijne Gen. oft desselffs goederen, thienden ende moelens egheene vuijtgescheijden van allen de voorst. lasten ende achterstel van den beginne aff totten daege vaqn de renocatie verschenen nijet en sal oft en sullen wordden gemolesteert. Gelovende de voorst. contractanten in henne respective qualitiejt dese onderteeckent hebbende dit voorst. accoirdt, vast, steedich ende van weirden te houden ende doen ende laeten houden sonder daer tegens te comen in recht ofte daer buijten, in eeniger manieren alles op verbant van henne respective persoonen ende allen henne goederen, hebbende ende vercrijgende. Ende des toriconden dese bij hen onderteeckent, op ten 20e februarij anno 1641. W.G. M. Cannaerts. Ghijsbert Claessen Buennen. Thomas Thomassen. Dirck van Duppen. Cornelis Hendrick Rombouts. Jan Jan Cornelis Oerlemans. Aerdt Janssen de Hooch, borgemeester. Het hantmerck van Aert Jan Janssen Stevens. Heijliger Dierck van Grevenbroeck. Mij present D. Coomans |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv 69 f 146r/147r] | ||
| van 04-04-1641 tot 04-04-1703 | RAT. 781 Loon op Zand. R 69 f 161v/162v d.d. 4-4-1641. Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans heeft geloeft als schuldenaer principael Jo. Matthijs Cannaerts, schouteth tot Venloon eenen jaerlijcxen ende erffelijcke chijns van vijffthien ca. guldens den ca. gulden tot 20 st. ende den stuijvers tot 2 grootten vlaems goet gancbaer gelt het stuck gerekent te geven ende te vergelden alle jaer erffelijck den derden dach aprilis vrije van alle beden, commeren, schattingen ende lasten. Soe ordinaris als extraordinaris, innegestelt oft noch naemaels innegestelt te wordden egeene vuijtgescheijden ende voorden 1e dach van betaelingen den derden aprilis des jaers 1642, van ende vuijt eenen stede lants te weten huijs, brouwhuijs, schuere, hoff, grondt ende lant daer achter aenliggende ende toebehoirende 20 loopensaeten oft daer omtrent int geheel begrijpende, gelegen binnen der heerlicheijt van Venloon ter plaetsen genoempt het Craenven tusschen erffenisse van Jan Janssen Zuenen aen deene zijde oistwaerts ende tusschen erffenisse Denijs Janssen erffgenaemen ende meer andere aen dandere zijde westwaerts, streckende van sheerenstraete zuijtwaert tot aen den heije van Duijcxe Hoeve noirtwaerts, soe hij seijde. Ende heeft de voorst. Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans als schuldenaer principael op hem ende op allen zijne goederen, hebbende ende vercrijgende, geloeft den voorst. chijns van 15 ca. gld. jaerlijcx den voirn. Joncker Matthijs Cannaerts te waeren als men erffchijns schuldich is te waeren ende het voorst. onderpant voir de jaerlijckse betaelinge dese voorst. chijns altijt goet, seecker, genoch ende weldoegende te houden ende te maecken. Met conditien hier inne toegedaen dat de voorst. Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans den voorst. chijns van 15 ca. gld. sjaers tseffens ende tenemael sal moegen lossen ende quijten metter somme van tweehondert ende vijfftich ca. guldens in gelde ende munte ten tijde van aflossinge binnen der stadt van ’s Hertogenbossche cours ende ganck hebbende metten jaer chijns ende achterstel in tijden van den aflossingen ten achter ende onbetaelt staende. Behoudelijck soe sal de voorst. Jan den los een vierendeel jaers te voirens rechtelijck opseggen ende vercondigen. Ende heeft Lenaert sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans hem borge ende cautionaris aen Jo. Mathijs Cannaerts als schuldenaer principael den voorst. chijns van 15 ca. gld. jaerlijcx hem oijck te waeren naer rechts behoiren ende dat op verbintenissen van zijnen persoon ende allen zijne goederen hebbende ende vercrijgende ende specialijcken op verbant van zijne stede lants met haere toebehoirten gelegen binnen deser heerlicheijt van Venloon ter plaetsen genoempt het Craenven tusschen erffenisse der erffgenaemen van Denijs Janssen ende meer anderen ex voto ende tusschen erffenisse van Jan Cornelis Adriaens ex ali... westwaerts, streckende van sheerenstraete totte heije van den Duijcxse Hoeve voorst. Dies soe heeft de voorst. Jan gelover op verbintenissen als voor geloeft den voorn. Lenaerden zijnen borge te imdemneren, costeloos ende schadeloos te houden ende wel te quijten. Testes Ghijsbert Claessen et Thomas Thomassen den 3e aprilis 1641. In marge: Joncker Matijs van Cannaert dese ondertekent hebben bekent ende verclaert dat de capitale somme met den verschenen intersten van dien aen hem geschoten ende gerestitueert sijn oversulcx consenteren in de cassatie deses. Actum Loon den 4 april 1703. W.G. M. van Cannart. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv 69 f 161v/162v] | ||
| 07-12-1641 | RAT. 781 Loon op Zand. R 69 f 196r/v d.d. 7-12-1641. Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans heeft geloeft als schuldenaer principael Jan Florissen de jonge, heijlige geestmeester tot Venloon tot van den taeffelen des heijlige geest alhier eenen jaerl. ende erffel. chijns van sess ca. guldens, den ca. gulden tot 20 st. ende den stuijver tot twee grootten vlaems goet gancbaer gelt het stuck gereckent, te geven ende te vergelden alle jaere erffelijcke den sesten dach der maent december vrije van alle beden, commeren, schattingen ende lasten, soe ordinaris als extraordinaris, innegestelt oft noch naemaels ingestelt te wordden egeene vuijtgescheijden ende voor den 1e dach van betaelinge den 6e decembris 1642, van ende vuijt eene stede lants te weten huijs, brouwhuijs, schueren, hoff, grondt ende lant daeraenliggende ende toebehoirende twintich loopensaeten oft daer omtrent int geheel begrijpende, gelegen binnen der heerlicheijt van Venloon ter plaetsen genoempt het Craenven tusschen erffenisse van Jan Janssen Zuenen aendeene zijde oistwaerts ende tusschen erffenisse van wijlen Denijs Janssen erffgenaemen ende meer andere aen dandere zijde westwaerts, streckende van sheerenstraete zuijtwaerts aff aen tot aen den goederen van den Duijcxse hoeve noirtwaert. Ende noch van ende vuijt eenen ackerlants thien loopensaeten oft daer omtrent int geheel begrijpende gelegen aldaer over de straete tusschen erffenisse van Corstiaen Jan Borsten aen deene zijde oistwaerts ende tusschen erffgenaemen van de kinderen ende erffgenaemen wijlen Jan Goijaerts aen dandere zijde westwaerts, streckende metten eenen eijnde aen erffenisse Corstiaen voorgen. ende metten andere eijnde den sheerenstraete, soe hij seede. Ende heeft de voorst. Jan op hem ende allen zijne goederen, hebbende ende vercrijgende geloeft den voorst. chijns van sess gld. jaerlijckx den voorn. heijlige geest te waeren als men erffchijns schuldich is te waeren ende de voorst. onderpanden voor de jaerlijcxse betaelinge des voorst. chijns altijt goet seecker genoech ende weldoegende te houden ende te maecken. Met conditien hier inne toegedaen dat de voorst. Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans den voorst. chijns van sess ca. gld. sjaers tseffens ende tenemael sal moegen lossen ende quijten metter somme van hondert ca. guldens in gelden ende munten ten tijden van de afflossinge binnen der Stadt van ’sHertogenbossche cours ende ganck hebbende metten jaerchijns ende achterstel ten tijde van de selve afflossinge ten achteren ende onbetaelt staende. Behoudelijck soe sal de voors. Jan geloever den los een vierendeel jaers te voirens rechtelijcken opseggen ende vercondigen. Testes Thomas Thomassen et Heijliger Diercxssen van Grevenbroeck den 7e december 1641 |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv 69 f 196r/v] | ||
| 13-05-1642 | Pdf RAT. 781 Loon op Zand. R 70 f 21r/22r d.d. 13-5-1642. Wij schouteth, schepenen, raedtmannen, borgemeesteren, kerckmeesteren, heijlige geestmeesteren ende eensdeels van den gequalificeerste ende meest geguede innegesetenen der heerlicheijt van Venloon dat men noempt Loon op Sant, representerende tgeheel corpus der selver heerlicheijt, als te weten wij Jo.r. Matthijs Cannaerts, schouteth, Ghijsbert Claessen Buennen, Dierck Govaerts van Duppen, Thomas Thomassen Egmonts, Aert sone Jan Janssen Stevens, Heijliger sone wijlen Dierck Raessen van Grevenbroeck, Jan Janssen Oirlemans, Cornelis Henrick Rombouts, Jan Eelens van Spaendonck, Dingeman Jan Joosten, Jan Cornelis Peter Oirlemans, Jan Willem Ghijsberts, Huijbert Joost Huijberts Verhaegen, Peter Janssen Bijster ende Adriaen Janssen Smidt, altesaemen oude ende nijeuwe schepenen ten jaergedinge lestleden ter vierschaere geseten hebbende. Jan Geeridt Jan Geeritssen, Geeridt Cornelis Corstiaens ende Joost Aert Joosten, borgemeesters; Willem Jan Adriaens ende Peter Cornelis van Esch, kerckmeesteren; Jan Floris Hendricxssen de jonghe ende Andries Adriaen Aertssen van Besauwen heijlige geestmeesters; Goijaert Geeritssen van Duppen, stadhouder; Mr. Dierck Coomans, secretaris, Aert sone wijlen Jan Diercxssen de Hooghe ende Sijmen Diercxssen Buennen, naegebueren; allen respective regeerderen ende innewoonderen deser voorst. heerlicheijt van Venloon doen condt eenen ijegelijcke, certificeren voor de gerechte waerheijt dat wij in den naeme van ons selven ende van onser voirst. gemeijndere heerlicheijts wegen, ende elck van ons onverscheijden ende een voor al geloeft hebben Heeren Engelbert van IJmmersele, Grave van Bouckhoven, Heere van Loon etc. als patroon ende collecteur van het beneficie van Ste. Lucie gefundeert op den casteele van Loon ten behoeffne van den selven beneficie eenen jaerlijcxse ende erffelijcken chijns van drije gld. 10 st. den gld. tot 20 st. ende den st. tot 2 grooten vlaems goet gancbaer gelt het stuck gerekent, te geven ende te vergelden alle jaer vrije van alle lasten, schattingen ende impositien soe ordinaris als extraordinaris innegestelt oft noch naemaels innegestelt te wordden, egeene vuijtgescheijden, opten casteele van Loon den 8e dach der maent meije ende voorden 1e dach van betaelinge den 8e meije des jaers 1643. Daar voor verbindende een voor alle onse persoonen ende goederen ende onse andere innegestenen persoonen ende goederen nu present ende toecomende, soe waer die gelegen zijn oft bevonden sullen wordden, egheene vuijtgesondert. Gelovende daerenboven een voor al op verbant als voor den voorst. chijns van 3 gld. 10 st. sjaers mijn welgemelte heere Grave van Bouchoven ten behoeffne van het voorst. beneficie te waeren als men erffchijns schuldich is te waeren. Met conditien nochtans hier inne toegedaen, dat de regeerderen deser voorst. heerlicheijt den voorst. chijns van 3 gld. 10 st. jaerlijcx tseffens ende tenemael sullen mogen lossen ende affquijten metter somme van 60 ca. gld. in gelde ten tijde van de lossinge binnen der stadt van sHertogenbossche cours ende ganck hebbende metten jaer chijns ende achterstel alsdan ten achteren ende onbetaelt staende. Behoudelijck soe sullen de voorst. regeerderen den los een halff jaer te voirens richtelijck opseggen ende vercondigen. Ende staet te weten dat de capitaele penningen van desen chijns gecomen ende geprocedeert zijn van eenen gelijcke chijns van 3 gld. 10 st. jaerlijcx, die wijlen Jan Willemssen Weerdt ten behoeffne van het voorst. beneficie vuijt zijne stede lants opten Ketshoevel (=Kaatsheuvel) gelegen opten 6e october 1619 geloeft hadde ende bij Adriaen Cornelis Oirlemans opten 8e october lestleden aen handen mijns welgemelte heere Grave in der qualiteijt als voor gelost is ende nu wedseromme ten behoeffne van het voorst. benefcie op het corpus deser heerlicheijt beleeght heeft. Allet sonder argelist. Ende want onse voorst. heerlicheijt egeenen gemeijnen dorps zegel en is hebbende, soe hebben wij Ghijsbert Claessen Buennen ende Dierck van Duppen, schepenen voorgen. ten versuecke ende bij gemeijn consent van schouteth, schepenen ende andere respecterende het corpus der voorst. heerlicheijt onse propere zegelen etc. Op ten 13e maij 1642. W.G. Ghijsbert Claessen Buennen. Dirck van Duppen. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 70 f. 21r/22r] |
| 20-07-1626 | Samenvatting: ---------------- 1e akte: Jan Peters in den Thuyn, namens Mattheeus Janse Berchmans, heeft voor de heemraden van Besoyen, een hooiland van 7 hond in Besoyen gelegen, overgedragen. Het geld is door Jan Cornelis Oirlemans (zijn schoonzoon) ontvangen. Dat is gedaan om te voorkomen, dat de jaarlijkse lasten op Mattheeus zouden blijven vallen. Zo staat nu voor de schepenen van Venloon, Willem Mattheus Jansen Berchmans, als voor de helft erfgenaam van de goederen van zijn vader, en heeft dit bevestigd ten behoeve van de kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans (de vader van Willem, en ook Jan Cornelis zijn overleden). Dit om de positie van Jan Willem Zuenen (de koper, verwacht ik) te versterken. 2e akte: Thonis Wouter Geeritssen met Adriaen, Willem, Schalcken en Peeter, zijn broers, hadden beloofd om aan Matheeus Janssen Berchmans jaarlijks te betalen een cijns van 12 gulden op 7 februari, de 1e keer in 1625. Dit voor een erfenis met timmering (ik denk: een huis met houten aan -of bijbouw), liggend op ’t Hoekske. 3e akte: Willem, zoon van wijlen Mattheeus Jansse Berchmans aan de ene kant, en Jan Willem Zuenen, als voogd van de onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans en Adriana Mattheus Janse Berchmans, aan de andere kant, hebben een deling gemaakt van een schepenbrief van 100 gulden, ten laste van Cornelis Jan Weerdts, en van de helft van een jaarlijkse rente van 12 gulden, op de goederen van de erfgenamen van Wouter Geeritsen, in ’t Hoekske gelegen. De schepenbrief en de helft van de rente zijn aanbestorven bij de dood van Mattheus Janssen Berchmans. De helft van de rente is voor Willem, en de kinderen vertegen (van vertijgen= afstand doen). Met het voorbehoud dat de helft van de rente tijdens het leven van zijn moeder, Jenneke Lenaert aen ’t Sant, bij haar in tocht zal blijven (zij daar nog recht op zal hebben). De schepenbrief komt in handen van de kinderen. Toelichtig: ----------- Na het overlijden van Matheeus Jansse Berchmans en Jan Cornelis Oirlemans is het blijkbaar nodig om een aantal zaken vast te leggen. Jan Cornelis Oirlemans is getrouwd met de Adriaentken, de zus van Willem. Dus eigenlijk gaat het over de rechten en de deling tussen Willem en zijn zus van de goederen van hun vader. Zoals het hooiland te Besoyen, dat verkocht is aan Jan Willem Zuenen. Zoals ook: de kinderen van Wouter Geeritsen verklaren dat aan Matheeus Jansse elk jaar betaald zou worden voor hun huis in ’t Hoekske. Als laatste akte is de verdeling van een schepenbrief en de helft van de opbrengst van het huis aan ’t Hoekske geregeld tussen de erfgenamen van Matheeus Jansse Berchmans. Hierbij is bepaald dat de weduwe dit recht tot haar dood zal bezitten. De weduwe is hier met name genoemd: Jenneke Lenaert aen ’t Sant. Transcryptie: --------------- RAT. Loon op Zand. R 64 f 64r d.d. 20-7-1626. Condt zije eenen iegelijcken. Alsoe Jan Peters in den Thuijn ten behoeffne van Matheeus Janssen Berchmans voor heemraeders der ambachtsheerlijcheijt Besoijen hadde opgedraegen ende overgegeven een stuck hoijlants seven hont off daer omtrent int geheel begrijpende, gelegen in de voorst. ambachtsheerlijcheijt, oistwaert de Heere van Tilborch, zuijtwaert Goijaert Claessen, westwaert Ghijsbrecht Hendrick Wouters alias Span, ende noirtwaert den schouwsloot. Sonder dat de voorst. Matheeus Janssen tot betaelinge van den selven hoijlande gelder off stuijver hadde gefimeert, maer wel ter contrarien waeren allen de cooppenningen geschoten ende getelt door handen van Jan Cornelis Oirlemans. Sijnde de voorst. opdrachte oft gifte ten behoeffne van den voorst. Matheeus Janssen bij kennisse van de voorst. Jan Cornelis alleen geschiedt om te verhueden zeeckere oncosten die jaerlijcx op den voorst. hoijlande gevallen ende geresen souden hebben, soe verre het selven ten behoeffne van den selven Jan getransporteert hadde geweest. Soe is gestaen voor schepenen ondergeschreven Willem sone Matheeus Janssen erffgenaem voor deene hellicht van den selven Matheeus, ende heeft op het voorst. stuck hoijlants tsaemen op allen schepenen letteren daer aff gewach doende, ende allen den rechten hem daer inne eenichsins competerende off naemaels alnoch te competeren ten behoeffne van de onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans wettelijck ende erffelijck vertegen helmelingen in manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Gelovende sup se et bona etc. consitituerende ende machtich maeckende tot meerder vasticheijt van dijen Jannen Adriaen Zuenen, om de voorst. verthijenisse ede renunciatie voor den gerichte van Besoijen ende elders daer des van noode soude moegen wesen te vernijeuwen ende te erkennen ende alles daer inne te doen, des den stijl van de selven gerichten eijschen ende dicteren sal, ende hij constituant present ende voor oogen wesende selver soude cunnen off moegen doen, alwaer oijck soe etc. Testes, Dingeman Jansse ende Dierck Raessen den 20e julij 1626. RAT. Loon op Zand. R 64 f 64v d.d. 20-7-1626. Condt zij eenen iegelijcken. Alsoe Thonis sone Wouter Geeritssen met Adriaen, Willem, Schalcken ende Peeter zijne broeders, hadden geloeft te gheven ende te vergelden Matheeus Janssen Berchmans eenen jaerlijckse ende erffelijcke chijns van twelff gulden jaerlijcx hollants permissie gelt, alle jaer vrij van alle lasten ende schattingen op den 7e februari te betaelen, waer aff den 1e betaeldach verschijnen souden den 7e februarij 1625, vuijt ende van hender erffenisse metter timmeringe daer op staende, gelegen binnen der heerlicheijt Venloon ter plaetsen genoempt Thoecxken (=’t Hoekske), oistwaerts end westwaerts de erffgenaemen van Thonis Geeritssen, zuijdtwaert des heeren straete, ende noirtwaert totte meeren. Ende noch vuijt eenen acker saijlants rontsomme in erffenisse van Geerit Thonis erffgenaemen. Sijnde de selve jaerlijcxe rente te los met 200 gulden hollants permisse gelt, gelijck dat in schepenen letteren van Venloon daer op gemaeckt breeder begreepen staet in date den 7e februarij 1624. Ende waer oijck de voorst. Matheeus Jansse int constitueren als zijnde de resterende hondert gulden geschoten bij Willem Matheeus Janssen, die oversulcx sustineerde de eene rechte te competeren, alles nijettegenstaende den constitutiebrieff ten sijne behoeffne nijet ende was luijdende: Soe is gestaen voor schepenen ondergeschr. Jan Adriaen Zuenen als wettich momboir van de onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans bij den selven wijlen Jan ende Adriana zijne huijsvr. dochtere Matheeus Jansse voorst. tesamen verweckt als erffgenaemen voor de eene hellicht van de selven Matheeus, int bijwesen van Goijaert Geeritssen van Duppen, stadthouder der voorst. heerlicheijt. Ende heeft in den naem van de selven onmondige kinderen hem ierst ende vooral op alles aengaende de gelegentheijt der saecke wel geinformeert hebben ten behoeffne van den voorst. Willem Matheeus Janssen wettelijcke ende erffelijck vertegen ende gerenuncieert op deene hellicht der voorst. jaerlijcxse rente van twelff gulden, tsaemen op alle schepenen letteren daer aff gewach doende, ende allen den rechten den voorst. onmondige aengaende de voorst. hellicht daer inne eenichsins competerende. Gelovende de voorst. Jan Adriaens op verbintenissen van allen de goederen der voorst. onmondige kinderen, hebbende ende vercrijgende, dit verthijen ende renuncieren den voorst. Willemen altijt vast ende steedich te houden ten eeuwigen daegen sonder eenich wederseggen. Testes et actum ut supra. RAT. Loon op Zand. R 64 f 65r d.d. 20-7-1626. Willem sone wijlen Matheeus Janssen Berchmans ter eenre ende Jan Adriaen Zuenen als wettige momboir van de onmondige kinderen wijlen Jan Cornelis Oirlemans bij den selven wijlen Jan ende Adriana zijne huijsvr. dochtere wijlen Matheeus voorst. tsaemen verweckt int bijwesen van den stadthouder van Venloon ter andere zijden, hebben onderlinge ende met malcanderen gemaeckt ende gedaen eene erffdeijlinge ende erffscheijdige van eene schepenen geloefte van hondert ka. gld. eens ten laste der goederen van Cornelis Willem Weerdts, ende van de hellicht in eene jaerlijcxse rente van twelff gulden op de goeden der erffgenaemen van wijlen Wouter Geeritssen tot Venloon int Hoecxken. Welcke schepenen geloefte ende hellicht der rente den voorst. Willem Matheeus Janssen ende den voorst. onmondige kinderen bij ende overmidts der doot van Matheeus voorst. aenbestorven zijn soo men verclaerden. Overmidts welcker erffdelinge ende erffscheijdinge soe is Willem Matheeus voorst. te deele bevallen ende erffelijck aengecomen de voorst. hellicht in de voorst. rente van twelff gulden jaerlijcx. Op welcke hellicht der voorst. rente tsaemen op allen schepenen letteren daer aff gewach doende ten behoeffne van den voorst. Willem Matheeus heeft de voorst. Jan Adriaen Zuenen in der qualiteijt bovengeschreven wettelijck ende erffelijck vertegen helmelinge in manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Behoudelijck dat Jenneke dochtere Lenaert aen t Sant weduwe wijlen Matheeus Janssen aen de selve hellicht haeren leven lanck sal hebben recht van tochte. Met conditie ut infra. Overmidts etc. Soe is den voorst. onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans te deele bevallen ende erffelijck aengecomen de voorst. schepenen geloefte van hondert gulden eens. Op welcke schepenen geloefte ende allen schepenen letteren daer aff gewach doende ten behoeffne van de voorst. onmondige kinderen, heeft de voorst. Willem Matheeus wettelijck ende erffelijck vertegen helmelingen in manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Behoudelijck etc. ut supra. Met conditien ut infra. Met conditien hier inne toegedaen, dat sij deijlderen malcanderen de voorst. schepenen geloefte, ende de hellicht in de voorst. jaerlijcxse rente van twelff gulden sullen waeren, als men schepenen geloefte ende erffchijns nae lantrecht schuldich is te waeren. Gelovende de voorst. Willem Matheeus sup se et bona etc. dese erffdeijlinge ende erffscheijdinge, dit verthijen ende conditien boven verhaelt malcanderen vast ende steedich te houden ten eeuwigen daegen, sonder eenich wederseggen. Allet sonder argelist. Testes et actum ut supra. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 64 f. 64r-64v-65r] | ||
| 19-02-1630 | Samenvatting: ---------------- Willem Mateussen en Jan Jansse Oerlemans, ook namens zijn broer en zussen, verdelen een weiland aan de Cromme Dijk te Besoyen, 8 hond groot. Het weiland is gekomen van Mateus Jan Teuwen. Toelichting: ------------- Jan en zijn broer en zussen zijn kinderen van Jan Cornelis Oerlemans en Ariaentken Mateus zaliger. Willem is een broer van Ariaentken. Zij zijn de 2 kinderen van Mateus Jan Teuwen. Dus eigenlijk is het een deling tussen deze 2 kinderen. Lenart Janssen heeft een afschrift gevraagd, staat bovenaan. Lenart is de bedoelde broer van Jan. De Winterdijk bestaat nog steeds, en loopt nu van Capelle tot de rotonde bij Besoyen (tegenwoordig behorend tot Waalwijk). Op de kadasterkaart van 1832 is de naam Winterdijk verder doorlopend, en zien we ook de Oude Straat. Besoijen was toen een zelfstandige plaats. Transcryptie: ------------------------- Scheijdinghe ende delinge tussen Willem Mateussen ter eenre, ende de weeskinderen van Jan Cornelis Oerlemans mette voochden van dien, ten overstaen van de ge..hten ter andere zijden. Compareerde voor ons Schout ende hemraders (heemraden) der Ambachts van Besoyen, ondergeschreven, Willem Matheussen ter eenre, ende Jan Jansse Oerlemans voor hem selven, vervangende zijn ander broeder en susters ter andere zijden, als mede ten overstaen van Jan Ariaensse Seunen, als momboir ofte toesiender, ende de Schout als oppervoocht van de wesen, ten overstaen van Jan Dyrcxsse ende Aert Schalcken, hemraders van Besoyen, voonoemt, als daer toe geroepen ende gebeden, ende hebben metten anderen geloot, gescheijden ende gearfdeelt, seecker stuck weijlants, gelegen in Besoyen aen de Crommendijck, groot omtrent 8 hond (8x0,14 ha=1,12 ha) lants, gecomen ende hen samen aengecomen van Mateus Jan Teuwen zone. daer oost naest gearstlaet Wouter Peter Willems, west Cartroysen landen, streckende van t hoochste van de Winterdijck ter Ouder straten toe, soo als hier naer volcht als te weeten soo zijn de voorsegde kinderen ende erfgenamen van Jan Cornelis Oerlemans, verweckt bij Ariaentken Mateusse zaliger, bij accort in plaets van blinde lotinge, gevallen, geloot ende gearfdeelt, op te gerechte helft van t voorsegde lant, te meeten van de hooftsloot, onder de voet de dijck af totte gerechte helft toe, en sullen de voorsegde kinderen aen contant gelt van Willem Mateussen daertoe genieten ende alrede ontfangen op sesch hont lants toe. Also verstaen wort het achterste block, soo vele beterte te wesen, de somme van twintich carolus gulden ..onteren over vier hont minder oft meerder de somme van twintich gulden, ende sullen tot haren last nemen de schouwen van t voorsegde loth, te weten, van de straet vrede, ende van des Heerenstraet, sondermeer. Ende Willem Mateusse voornoemt is geloot ende gearfdeelt, ende sal als vorens op elck hont lants toegeven voor de beterschap twintich guldens, die alrede sijn betalet, ende sal tot voorsegd lant maecken de schouwen van de Ouden Straet sloot, ende van de Schepensloot sondermeer, ende sal oock sijn selven en wel beseijnden, midts dat partijen tot samen costen sullen den Scheijsloot oft Dwarssloot in t midden van elcx erve halft .... doch graven ende t hecken metten ..sten op ten dam setten, ende sal dan voort bij Willem Teuwen oft zijn nacomelingen altijts onderhouden worden, midtsgaders sullen .... .. tijen tot haere samen costen, op den dijck oock meacken een gelint met posten ende scheijden, ende het dijckstal bepoten met willigen naer behoeven, ende naer den tijt datter de schouwe overcam, ende daer naer dan bij de voorsegde kinderen ende erfgenamen van Jan Cornelis Oerlemans eeuwelijck onderhouden te worden, ende vertegen ver..tijen hierop eene loth naer den ouden gercomen (?) ende lant recht met hant halen ende met mont soo recht was met alle tegen wegen ende andere gebueren rechten, met recht tot eene lot oft lant behoren naer den .... hercomen, alle t sonder froude in oirconden, dese bij de selve ondertekent op ten 19e february 1630. Jan Dircxssen Aert Schalcken A. van Andel Bovenaan in de marge: extract voor Lenaert Janssen Onderaan in de marge: rest t recht van de brief van de verlichtingen en is ingericht |
[bron: Besoyen - Dorpsbestuur inv. 655 bl. 174r scan 178] | ||
| van 27-02-1631 tot 28-02-1631 | Samenvatting: ---------------- Op 27 februari 1631 delen de kinderen de goederen, nagelaten door hun vader Jan Cornelis Oirlemans. Jan en Lijsken krijgen door loting: * het brouwhuis, schop en grond, De Oude Stede genaamd, op t Craenven, 12 lopensaat (2,3 ha.), gelegen tussen ’s Heerenstraat en Duiksche Hoeve * de Langen akker aldaar, 2 lp (0,4 ha.) * 1 perceeltje land aldaar, 1 lp * een klein hofje aldaar, 23 roei (300m2, 30mx10m) * het hofje voor de stede * lotje land aan de Vonder * hooiland 8 hond in t Ambacht van Besoyen over de winterdijk (1,1 ha.) * hooiland 5 hond in t Ambacht van Besoyen over de Oude Straat, ongedeeld met Andries Peters en Jan Adrdiaen Diercxssen de Bie * hooiland 8 hond in t Ambacht van Capelle in de Zuidewijn, ongedeeld met Adriaen Diercxssen de Bie * ze betalen aan Lenaert en Adriaentken op vastenavond 1632 voor vergelijking 125 gulden Lenaert en Adriaentken krijgen door het lot: * een stede met timmeringe en akker, genaamd jan Vrients stede, in t Craenven * akker 1 1/2 lp, westwaarts Heerenstraat en Duiksche Hoeve * akker 1 1/2 lp, gespleten van de Oude stede * akker 4 lp * akker 1 1/2 lp * hooiland 8 hond in Besoyen over de Schouwsloot * hooiland 4 hond in Besoyen aan de Crommendijk * hooiland 3 hond tot Capelle over de Oude straat, ongedeeld met Adriaen Diercxssen de Bie, jacop Hendricx en anderen * hooiland 7 hond in ’Ambacht van Capelle in de Zuidenweg, ongedeeld met Mel Aertssen en anderen Op 28 februari 1632 verdelen Jan en Lijsken hun deel: Jan: * de Oude stede en alle hei en percelen op t Craenven * hij betaalt 250 gulden aan Lijsken * hij ontvangt de huur van 1 jaar op de stede (het lijkt erop, dat Lijsken en haar man daar wonen) Lijsken: * alle percelen hooiland tot Capelle en Besoyen Toelichting: ------------- Hier is een zus van Jan en Lenaert genoemd, namelijk Adriaentken. Die kende ik nog niet. In de akte van 22 januari 1626 staat: ... momboir van de 5 onmondige kinderen wijlen Jan Cornelis Oirlemans. Die kinderen zijn niet met name genoemd. Daar kende ik er 3 van met hun naam: Jan, Lijsbeth en Lenaert, en nu dus ook Adriaentken. Misschien komt hun 5e kind ook nog ergens naar boven. Pdf RAT. Loon op Zand. R 65 f 169v/171r d.d. 27-2-1631. Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans ter eenre, Adriaen sone wijlen Cornelis Diercxssen als man ende momboir van Lijsken zijnen huijsvrouwe dochtere des voorst. wijlen Jan Cornelis ter tweeder, ende Jan Adriaen Zuenen ende Willem Matheussen als wettige momboiren bij den heere geordonneert van Lenaerden ende Adriaentken onmondige kinderen wijlen Jan Cornelis Oirlemans voorgenoempt ter derder ende vierder zijden, hebben onderlinge ende met malcanderen gemaeckt ende gedaen eene erffscheijdinge ende erffdeijlinge van den goederen naebeschreven, hen ende den voorst. onmondige kinderen bij ende overmidts der doot ende afflijicheijt van henne ouders ende anderssins erffelijck aengecomen zijnde soe men verclaerden. Overmidts welcker erffscheijdinge ende erffdeijlinge, soe is den voorst. Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans ende Adriaen sone wijlen Cornelis Diercxssen in der qualiteijt bovengeschreven bij blinde lothe bij den schouteth van Venloon van sheeren wegen geleght, tsaemen te deele bevallen brouwhuijs, schop ende grondt ende erffenisse daeraenliggende genoempt d’oude stede, twelff lopensaet ende 8 1/2 roeijen lants int geheel begrijpende, gelegen binnen der heerlicheijt van Venloon ter plaetsen genoempt het Craenven tusschen den waterlaet ende erffenisse Jan Hendricx Verduijn aen de eene zijde oistwaerts ende tusschen erffenisse de weduwe Denis Janssen Loijen ende meer andere aen dandere zijde westwaerts, streckende van sheerenstraete totte Duijcxe hoeve. Noch eenen acker lants genoempt den Langen acker, gelegen aldaer tusschen erffenisse Jan Hendricx Verduijn voorgen. aen d’eene zijde oistwaerts ende tusschen den voorst. waterlaet aen dandere zijde westwaert, streckende van sheerenstraete tot aen erffenisse des voorst. Jan Verduijns noirtwaerts. Noch een stucxken lants twee loopensaeten ende 13 roeijen int geheel begrijpende gelegen aldaer aen de zuijdezijde van sheerenstraete, oistwaert, zuijtwaert ende westwaert aen erffenisse Corstiaen sone wijlen Jan Joosten Borsten ende noirtwaert aen sheerenstraete. Noch een parceeltken lants geschickt op een loopensaet, gelegen aldaer op het hooch, oistwaert, westwaert ende noirtwaert aen erffenisse des voorst. Corstiaens ende zuijtwaert aen erffenisse Cornelis Willemssen de Pruijser. Noch een cleijn hoffken groot omtrent 23 roeijen, gelegen aldaer aen den zuijde zijde van den voorst. sheerenstraete, oistwaert aen erffrenisse des voorst. Corstiaens, zuijtwaert aen erffenis van Lenaert ende Adriaentken onmondige kinderen hier tegen deijlende ende noirtwaert aen sheerenstraete. Noch een hoffke gelegen aldaer voor de stede, toecomende de weduwe ende kinderen wijlen Henrick Goossens oistwaert aen de voorst. weduwe Denis Janssen Loijen, zuijtwaert sheerenstraete ende westwaert ende noirtwaert de erffgenaemen Cornelis Adriaens. Noch een lotken lants genoempt aen den Vonder oistwaert aen den aterlaet, zuijtwaert aen de weduwe Denis voorgen. westwaert de voorst. Lenaert ende Adriaentken hier tegen deijlende ende nnoirtwaert de voorst. erffgen. Cornelis Adriaens. Noch een stuck hoijelants acht hont off daer omtrent int geheel begrijpende gelegen in den Ambachte van Besoijen over den winterdijck genoempt het Hoijelant achter Goijaert Claessen oistwaert aen erffenisse des heere van Tilborch, zuijtwaert aen den winterdijck, westwaert Ghijsbert Hendricxssen Span ende noirtwaert aen den schouwsloot. Noch vijff hont lants in een stuck hoijelants gelegen in den Ambachte van Besoijen over d’Oude straete, gemeijn ende onbedeelt met Andries Peters ende Jan sone Adriaen Diercxssen de Bie. Ende noch acht hont hoijelants off daer omtrent in een stuck lants gelegen in den Ambachte van Cappelle inden Zuijdewijn, gemeijn ende onbedeelt met Adriaen Diercxssen de Bie. Allen de voorst. parceelen van erffgoederen soe groot ende cleijn als de selve ter voorst. plaetsen gelegen zijn ende gelijck zij deijlderen vercleirden malcanderen gedesigneert ende gewesen te hebben. Op welcke parceelen van goederen cum litteris et jure ten behoeve van den voorst. Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans ende Adriaen sone wijlen Cornelis Diercxssen, hebben de voorst. momboiren vertegen etc. Behoudelijck dat men vuijt desen lothe gelden sal de helft van alle renten, chijnsen ende pachten die vuijtte voorst. goederen ende vuijtte parceelen van erffenisse den voorst. Lenaerden ende Adriaentken onmondige kinderen des voorst. wijlen Jan Cornelis Oirlemans bij desen erffscheijdinge ende erffdeijlinge te deele bevallen, met recht te vergelden staen ende daerenboven sal dit loth tot vergelijckinge deser erffdeijlinge aen den voorst. Lenaert ende Adriaentken tot vastenavont 1632 geven ende vuijtreijcken tsaemen de somme van hondert ende 25 ca. gld. eens, goet gancbaer gelt. Met conditien ut infra. Overmidts etc. soe is den voorst. Lenaerden ende Adriaentken bij blinde lothe als voor geleeght tsaemen te deele bevallen ende erffelijck aengecomen eene stede lants mette timmeringe daer op staende ende het geheel ackerlant daeraenliggende genoempt Jan Vrients stede gelegen binnen der heerlicheijt Venloon ter plaetsen gen. het Craenven tusschen een parceel ackerlants van anderhalff loopensaet ende vijff roeijen hier ondergenoempt ex vno oistwaert ende tusschen erffenisse der erffgenaemen Cornelis Adriaens etc. westwaert streckende van sheerenstraete totte duijcxse hoeve. Noch een parcheel ackerlants anderhalf lopensaet ende vijff roeijen int geheel begrijpende, gespleten van d’Oude stede, gelegen aldaer oistwaert aen den waterlaet, zuijtwaert ende noirtwaert aen de weduwe Denis Janssen Loijen ende westwaert aen erffenisse van de voorst. stede genoempt Vrienten stede. Noch een parcheel lants van vier loopensaet ende 4 1/2 roije in een acker lants gelegen aldaer aen den zuijde zijde van sheerenstraete, oistwaert ende westwaert Corstiaen Jan Borsten, zuijtwaert Cornelis Willems ende noirtwaert de voirst. Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans ende Adriaen Cornelis Diercxssen hier tegen deijlende met Corstiaen Jan Borsten voorst. Noch een parcheel lants groot anderhalf loopensaet ende omtrent 7 roijen in den selven acker oistwaert ende zuijtwaert aen den voorst. Corstiaen Jan Borsten ende westwaert ende noirtwaert de erffgenaemen wijlen Jan Goijaerts. Noch een stuck hoijelants acht hont oft daeromtrent int geheel begrijpende, gelegen in Besoijen over den schouwsloot achter Goijaert Claessen, oistwaert aen erffenisse des heere van Tilborch, zuijtwaert aen den schouwsloot, westwaert aen den weduwe Geerit van Broechoven ende Aert Wouters van Laerhoven ende noirtwaert aen Ghijsbert Hendricxssen. Noch een stuck hoijelants vier hont oft daer omtrent int geheel begrijpende, gelegen in Besoijen aen den Crommendijck, oistwaert aen erffenisse van Wouter Peter Willems, zuijtwaert aen den winterdijck, westwaert aen Chantroijsen lant ende noirtwaert Willem Matheus. Noch drije hont hoijelants gelegen tot Cappel over de d’Oude straete, gemeijn ende onbedeijlt met Adriaen Diercxssen de Bie, Jacop Hendricx ende meer anderen. Ende noch een stuck hoijelants seven hont oft daeromtrent int geheel begrijpende, gelegen in den ambacht van Cappel in den Zuijdenwijn, onbedeelt met Mels Aertssen ende meer andere, het geheel stuck oistwaert aen Peter Hendrick Haemer, zuijtwaert aen d’oude straete, westwaert aen erffenisse der kinderen Laureijs Peters ende noirtwaert aen den Ganthel. Allen de voorst. parcheelen soe groot ende cleijn ut supra ende daerenboven sal dit loth tot vergelijckinge deser erffdeijlinge van Jan Janssen Oirlemans ende Adriaen Cornelis Diercxssen hier tegen deijlende hebben ende ontfangen tot vastenavont 1632 de somme van hondert en 25 ca. gld. eens goet gancbaer gelt. Op welcke parcheelen van goederen cum litteris et jure ten behoeve van den voorst. Lenaert ende Adriaentken onmondige kinderen des voorst. wijlen Jan Cornelis Oirlemans hebben de voorst. Jan sone Jan Cornelis Oirlemans ende Adriaen sone wijlen Cornelis Diericxssen wettelijck ende erffelijck vertegen etc. Behoudelijck ut supra etc. ende daerenboven sal dit loth etc. Met conditie ut infra. Met conditien hier inne toegedaen, dat zij deijlderen den commer hier in desen benoempt alsoe sullen gelden ende betaelen ende de gebuerlijcke lasten ende rechten tot elcx portie staende alsoe sullen houden ende onderhouden, dat den eenen van den anderen egeen hinder oft schaede aff en sal comen in eeniger manieren. Behoudelijck oijck dat elck een schuldich ende gehouden sal wesen te wegen ende te stegen naer den rechte van den lande, te weten de voorst. Jan ende Adriaen als schulderen principael super se en bona qua etc. ende de voorst. momboiren etc. Allet sonder argelist. Testes Dierck Raessen ende Adriaen Cornelis den 27e februarij 1631. RAT. Loon op Zand. R 65 f 171r/v d.d. 28-2-1631. Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans ter eenre ende Adriaen Cornelis Diercxssen als man ende momboir van Lijsken zijnen huijsvrouwe dochtere des voorst. wijlen Jan Cornelis Oirlemans ter andere zijden, hebben onderlinge ende met malcanderen gemaeckt ende gedaen eene erffscheijdinge ende erffdeijlinge van goederen die hen tsaemen onbedeelt bij den bovengeschr. erffscheijding ende erffdeijlinge te deele bevallen zijn, soe men verclaerden. Overmidts welcker erffdeijlinge ende erffscheijdinge, soe is Jan Janssen Oirlemans bovengen. te deele bevallen d’oude stede op het Craenven met allen de heijbodems ende de parcheelen van erffenisse op het Craenven liggende, die welcke hen tsaemenderhandt bij de voorst. deijlinge aldaer te deele bevallen ende aengecomen waeren. Op welcke parcheelen van goederen tsaemen op allen brieven ende bescheeden daer aff mentie maeckende ten behoeffne des voorst. Jn sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans heeft de voorst. Adriaen Cornelis Diercxssen wettelijck ende erffelijck vertegen helmelingen in manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Behoudelijck dat men vuijt desen lothe sal gelden alle renten, chijnsen ende pachten die met recht daer vuijt zijn gaende. Ende daerenboven sal Jan voorst. betaelen ende voldoen int geheel alsulcke 125 ca. gld. als zij deijlderen aen Lenaerden ende Adriaentken onmondige kinderen Jan Cornelis voorgen. naer luijdt van de voorst. voorgaende deijlinge moeten vuijtreijcken tot vastenavont 1632. Oijck soe sal Jan de gehele huere der voorst. stede voor een jaer ontfangen. Met conditie ut infra. Overmidts etc. soe zijn den voorst. Adriaen sone wijlen Cornelis Diercxssen namens zijn huijsvrouwe te deele bevallen allen de parcheelen van hoijelant soe tot Cappel als Besoijen, die welcke hen deijlderen bij de voirst. voorgaende deijlinge te deele bevallen zijn. Op welcke parceelen van goederen tesaemen op allen brieven ende bescheeden daer aff mentie maeckende ten behoeve van den voorn. Adriaen Cornelis Diercxssen heeft de voorst. Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans wettelijck ende erffelijck vertegen, helmelingen in manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Behoudelijck dat men daer vuijt sal gelden het ghene daerop begroot soude mogen zijn. met conditien ut infra. Met conditien hier inne toegedaen, dat zij deijlderen den commer hen in desen genoempt alsoo sullen gelden ende betaelen de gebuerlijcke lasten ende rechten tot elcx portie staende alsoe sullen houden ende onderhouden, dat deen van dander egeen hinder oft schaede en sal overcomen in eenige manieren ende offer eenigen ouden commer met recht hier op quam daer men ten deser tijdt nijet aff en weet, den selven sullen sij deijlderen malcanderen helpen draegen, ende sal elck zijn loth aenveerden, soe ende gelijck de voorgaende deijlinge is vermelt ende sullen zij oijck malcanderen allen achterstel helpen aff te doen. Gelovende de voorst. deijlderen sup se et bona etc. ten eeuwigen daege onwederroepleijck. Op te verbeurte van hondert ca. gld. tot behoeffne van den armen tot Venloon. Testes D. Raessen ende Ghijsb. Claessen. Actum 28e februarij 1631. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 65 f. 169v/171v scan 205/208] | ||
| 21-03-1652 | Willem Eelants van Spaendonck, weduwnaar van Anthonisken Jan Stevens, sluit een overeenkomst met betrekking tot goederen met Steven, Goossen en Jan, Jan Jan Cornelis Oirlemans, gehuwd met Agneesken, Marten Joosten van Cuijck, gehuwd met Maijken de oude, Wouter Laureijssen, gehuwd met Maijken de jonge, en genoemde Steven met Ghijsbert Hendricxssen als voogden over de onmondige kinderen van Hendrick Hendricxssen en wijlen Lijsken, allen zonen endochters van Lenaert Goossens van den Hove en genoemde Anthonisken. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 74 f. 39] | ||
| 15-03-1669 | Samenvatting: ---------------- Heijliger en Cornelis, zonen van wijlen Jan Jans Oirlemans en Agneesken Lenderts van den Hove, en Wouter Loureijs Wouters als voogd van Lendert, ook zoon van voornoemd echtpaar, maken een boedelscheiding. Nummering: ------------- In de pdf, horend bij dit inventarisnummer is de Oude nummering = 80 deel a 1-33, deel b 1-39v, deel c 1-52v gebruikt. Die staan er ook met potlood op, doorgestreept. Hier was dit folio 17-18. De aktes hebben ook een originele nummering door de schrijver gemaakt. In dit geval is het akte 8. Toelichting: ------------- Wouter Loureijs Wouters is de zwager, de man van zus Maria Lenderts van den Hove de oude. Transcryptie: --------------- Kennende sij eenygenlijk dat op huyden dat deses voor schepenen onder genoemt in propere persoone is gecomen ende gecompareert, Heijliger ende Cornelis gebroederen, sone wijlen Jan Jansen Oirlemans, waarvan moeder af was Agneesken Leenderts van Hove, ende Wouter Loureijs Wouters als momboir van Lendert, sone wijlen Jan ende Agneesken voornoemt. De Voorsegde Lendert alhier medepresent, Diewelcke metten anderen hebben gemaect ende aengegaen seeckere erfdeeling ende scheijdinge ende deijlinge van de naervolgende erfelijcke goederen, mits het overlijden van gemelte voorsegde ouders eenichsints aengecomen sijn en der vuegen torme ende manieren hier naar beschreven volgende, Overmits der welck die is de voornoemde Cornelis, den soone, te deele bevallen, ende sal deselve alsoo voor sijne portie hebben, houden ende erfelijck blijven possederen: * een stede, de huysinge ende gront vandien metten westens helft van den huysacker, in der vuegen ’t selve afgepaelt is, in ’t geheel 14 loopensaeten (3 hectaren) ofte . nochtans gestaen ende gelegen binnen de Heerlijckheijt van Venloon, ter plaetse genaempt het Craenven, aldaer tusschen erfenisse Tomas Gerits Couwenberch cum suis westwaarts, Wouter Loureijs Wouters noortwaerts, Henrick Willem Meeus (cum suis oostwaerts, doorgestreept) ende ’t onmondich kindt van wijlen Teunis Jans Suenen oostwaerts, ende de Heerenstraete suytwaerts. * item noch ’t 4 weede ende 6 loth uijt ten westen is eenen acker saeylandts tegens over de huysinge, als suyt van de straete gelegen, in der vuegen groote deselve afgepaelt sijn, denselven acker in t geheel 12 loopensaeten (2,5 hectare) of . . nochtans . aldaer tusschen erfenisse ’t weeskindt van Teunis Jans Suenen westwaerts, ’t hofken van deser erfgenaemen, ende de erfenisse van erfgenaemen van den Corst Jan Borsten noortwaerts, de erfgenamen Corst Jan Borsten cum suis suyt ende oostwaerts, sijnde los ende vrij, uytgenoemn dat die oock Cornelis den soon, hier uyt saecke sal gelden ende voldaen het derde part van 30 gulden aen de H. Geest van Venloon, alsmede het derde part van des heeren chijns, die hier met recht is uytgaende. Item noch te voldoen een schepenbrief van 250 gulden Capitael aen de erfgenamen Jan Engelbert Cannerts, ende sal noch in vergelijckinge daerenboven noch moeten beealen aen Heijliger ende Lendert, sijne broeders ieder de somme van 175 . Ieder . van dien helft te betaelen 1 april eerstcomende, ende de ander helft te Bamisse (1 oktober) daer naestvolgende, precies ende sonder interest. Waertegens voornoemde Heijliger, den soon, bij blinde lothe, te deele bevallen is, ende sal deselve alsoo voor sijne portie hebben, houden ende erfelijck blijven possederen, * eerstens de timmer van de Schuere ende de 2 suydenste eijcken boomen, staende op de grondt van het eerste loth, van Cornelis de soonstaende aen den westensijde van voorsegde schuere omme deselve schuere ende voorens te ruymen voor half meij eerstcoomende precies * item noch de oostelijcke helft van den huysacker beneffens erfenisse van Henrick Willem Meeus ende ’t onmondich kindt van Teunis Jans Seunen * item noch het 3e ende het 4e loth uyt westen, s. van den acker, in t geheel van omtrent 12 lopensaeten of ., gelegen tegens de voorgenoemde huysinge over aen suyt sijde van de straete, hier voorens in t 1e loth van Cornelis, den soon, naer den uitgedruct sijnde los ende vrij, uytgenomen dat de voornoemde Heijliger, den soon, hieruyt jaerlijks sal gelden ende voldoen is jaerlijks 30 gulden jaerlijks aen H. Geest van Venloon, als mede het 3e part van den heeren chijns die hier met recht is uytgaende. item alnoch 200 gulden capitael aen de kinderen van Lendert Jans de Bont. item 50 gulden capitael aen Bastiaen Peeter Jans. Ende waertegens de voornoemde Lendert, den soon, in t bijwesen van voorsegde wouter, sijnen momboir, bij blinde lothe te deele bevallen is, ende sal deselven alsoo voor sijne portie hebben, houden ende erfelijk possederen: * eerstens de timmer van ’t torfschop, verckenskoy ende brouwhuys, met noch de brouwerije gereetschap ende voorders toebehoort * mitsgaders noch de noordensten eijcken boom, staende aen den westensijde van de schuere, met noch de eijcken boom , staende bij het brouwhuys, alle staende op de gronde van Cornelis, den soon. Hier voorens te deele bevallen omme deselve te ruymen voor half meij eerstcomende * item een parcheeltjen erfenisse, genaempt de Corte Rugge, 1 1/2 loopensaet of . Nochtans . gelegen binnen de Heerlijckheijt ende plaetse voornoemt. Aldaer tusschen de erfenisse Adriaen Peter van Gorcum westwaerts, Cornelis Peter van Gorcum noortwaerts, de erfgenaemen van Denis Schelvischen oostwaerts, ende suytwaerts de heerestraete. * item noch een parccheeltjen efenisse, genaempt de Corte Vooren, 1 1/2 loopensaet (0,3 hectare) of de . nochtans ., gelegen binnen de heerlijckheijt ende plaetse voorsegd, aldaer tusschen de erfenisse de kinders Lendert Jans de Bont westwaerts, de erfgenaemen van Denis Schelvischen suyt ende noortwaerts, ende deser kinderen erfenisse oostwaerts. * item noch een parcheeltjen erfenisse, genaempt de Corte Rugge, 2 lopensaet of . nochtans ,, gelegen binnen de Heerlijckheijt ende plaetse voorsegd aldaer tusschen erfenisse de kinderen Lendert Jans de Bont westwaerts, Adriaen Peter van Gorcum noortwaerts, de erfenisse van deser kinderen oostwaerts, ende de erfgenaemen van Denis Schelvisch suytwaerts. * item noch het 1e ende het 5e loth uyt ten westen in den acker, eerste van 12 lopensaeten, gelegen aen den suytsijde van den straet, tegensover der voorgemelte huysinge, hier voorens int loth van Cornelis, den soon, doch staet te weten dat het 1e loth , maerder uytgedruct, van den acker, omtrent 1 1/2 hondt grooter is gelecht als de andere 5 lothen, ende dat om redenen. * item noch een parcheeltjen erve, genamept de Hof, gelegen aen de suytsijde van de straete binnen de Heerlijcheijt ende plaetse voornoemt, aldaer tusschen erfenisse de kinderen van wijlen Cornelis Jan Borsten oostwaerts, ’t onmondich kindt van Teunis Jans Seunen westwaerts, de erfenisse van deser deijlderen suytwaerts, ende ’s Heerenstraete noortwaerts. Sijnde los ende vrij, uytgenomen dat de voornoemde Lendert, den soon, hier uyt jaerlijks sal voldoen ende betaelen aen den H. Geest derde part in 30 gulden, als mede het 3e part van des Heeren chijns, die hier uyt met recht is gaende. item noch 150 gulden capitael aen den H. Geest van Venloon. item noch 42 gulden capitael aen Wouter Herman Aerdts tot Tilborch. item noch 42 gulden capitael aen Wouter Loureijs Wouters. item sal alnoch in vergelijckinge van cavelinge moeten betaelen aen Heijliger sijnen broeder, hier voorens bedeelt, de somme van 38 gulden, de ene helft te betalen van 1 april eerstcomende, ende de ander helft te Bamisse naestvolgende precies, sonder interest. item 8 gulden aen Cornelis, sijnen broeder, den 1e april eerstcomende precis, sonder interest. Voorts is tusschen de voorsegde condividenten wel expresseert, geconditioneert ende ondersproocken, dat ieder van sijn aengecaveld loth ofte parcheelen sal moeten onderhouden alle waterlaten soude mogen subject wesen. Mede is tusschen de voorsegde deijlluyden ondersproocken, dat sij malcanderen sullen moeten wegen ende stegen ter naester velde ende minste schade. Ende hebben de voorsegden condividenten hier mede de eene ten behoeve van den anderen aengecavelde deel, volcomente verstegen ende gerenuntieert met opdragen over geven, ende af gaen, daer toe behooren ende gewoonlijck sijnde. Belovende de eerste 2 comparanten superse et omnia sua bonas habita et habenda (= boven en al zijn goederen worden vastgehouden), ende de voornoemde Wouter Loureijs Wouters op verbintenisse van de goederen van Lendert, den onmondigen sone, dit .. opdragen, overgezet. ende afgaen mitsgaders dese erfelijcke scheijdinge ende deijlinge altoos te houden in henne .. doen houden ende voor goet, vast ende onverbreckelijk van werden sonder eenich wederseggen ende allen Commer, Calangie ofte aentael hier voorens benoemt ieder op sijn engecavelde loth alsoo te voldoen ende betaelen dat de andere deijlsluyden daer van geen hinder ofte schade ende overcomen noch te worde gemaent ofte gemolesteert in eenige manieren. uytgenomen dat de voornoemde deijlluyden sullen de achterstaende interesten der voorgemelte capitaele penningen malcanderen sullen helpen en afdragen ende voldoen tot 1e meij eerstcomende deses jaers ende alles verhalen commer hier voorens niet benoemt malcander ende pro rato te helpen afdoen ende betaelen sonder argelist. Actum den 15e meert 1669. Scabini Coomans ende Buemen |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 80 pg. 86-87 scan 102, 103, 104] |
| 16-03-1633 | Pdf RAT. Loon op Zand. R 66 f 28v/29v d.d. 16-3-1633. Corstiaen sone wijlen Jan Borsten ter eenre ende Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans ter andere zijden, hebben onderlinge ende met malcanderen gemaeckt ende gedaen eene erffmangelinge ende erffwisselinge van seeckere naebeschreven parceelen van erffgoederen hen respectieve toebehoirende, soe zij verclaerden. Overmidts welcker erffmangelinge ende erffwisselinge, soe sal de voorst. Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans met vollen rechte hebben ende behouden een parcheel lants des voorst. Corstiaens gelegen binnen der heerlicheijt Venloon ter plaetsen genoempt het Craenven, oistwaert ende westwaert aen erffenisse van Lenaert ende Adriaentken onmondige kinderen wijlen Jan Cornelis Oirlemans voorgen. zuijtwaert aen den voorst. Corstiaen ende noirtwaert aen den kinderen ende erffgen. wijlen Jan Goijaerts ende noch een parcheeltken hoffs des voorst. Corstiaens gelegen aldaer oistwaert aen den waterlaet, zuijtwaert aen den voorst. onmondige kinderen, westwaert aen andere erffenisse des voorst. Jan Janssen Oirlemans ende noirtwaert aen sheerenstraete. Soe groot ende cleijn als de selve parcheelen van goederen aldaer gelegen zijn. Op welcke parcheelen goederen ten behoeffne des voorst. Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans heeft de voorst. Corstiaen sone wijlen Jan Borsten wettelijck ende erffelijck vertegen helmelingen in manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Dies soe sal Jan dese parceelen van goederen ierst aenveerden ten ooghst toecomende aen den stoppelen. Gelovende etc. ut infra. Overmidts welcker erffmangelinge ende erffwisselinge, soe sal de voorst. Corstiaen sone wijlen Jan Borsten met vollen rechte hebben ende behouden eenen acker lants des voorst. Jans gelegen binnen der heerlicheijt Venloon ter plaetsen genoempt het craenven, soe groot ende cleijn als den selven aldaer gelegen is oistwaert aen andere erffenisse des voorst. Corstiaens, westwaert aen den waterlaet ende noirtwaert aen sheerenstraete soe men verclaerden. Op welcke ackerlants ten behoeffne des voorst. Corstiaens heeft de voorn. Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans wettelijck ende erffelijck vertegen helmelinge in manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Dies soe sal Corstiaen desen ackerlants ierst aenveerden ten ooghst toecomende aen den rogstoppelen. Gelovende etc. ut infra. Gelovende de voorst. comparanten op verbintenisse van henne persoonen ende allen henne goederen, hebbende ende vercrijgende, dese erffmangelinge ende erffwisselinge ende dit verthijen malcanderen vast ende steedich te houden ten eeuwigen daegen sonder eenich wederseggen. Renuncierende ter dijen eijnde op alle beneficien ende remedien van recht het zij relieffnementen oft andere, die hen ter contrarie van desen eenichsins souden moegen dienen oft te staede comen. Allet sonder argelist. Testes et actum ut supra. Toelichting: ------------- Hier is een zus van Jan en Lenaert genoemd, namelijk Adriaentken. Die kende ik nog niet. In de akte van 22 januari 1626 staat: ... momboir van de 5 onmondige kinderen wijlen Jan Cornelis Oirlemans. Die kinderen zijn niet met name genoemd. Daar kende ik er 3 van met hun naam: Jan, Lijsbeth en Lenaert, en nu dus ook Adriaentken. Misschien komt hun 5e kind ook nog ergens naar boven. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 66 f 28v/29v] |
| 03-02-1630 | Pdf RAT. Loon op Zand. R 65 f 157v/158v d.d. 3-12-1630. Wij Dierck Raessen van Grevenbroeck ende Ghijsbert Claessen Buennen, schepenen der heerlicheijt van Venloon doen condt eenen ijegelijcken, certificerende voor de gerechte waerheijt hoe dat op heden date deser voor ons gecomen ende gecompareert zijn in henne propere persoonen de eersaeme Adriaen sone wijlen Cornelis Dierck Franssen, geassisteert met Cornelis Sijmens ende Laureijs Jan Spijckers zijne oomen ende momboirs, ende Lucas Caerl Willemsse de Pruijser zijnen swaeger ter eenre, ende Elizabeth dochtere wijlen Jan Cornelis Oirlemans geassisteert met Jan Janssen Oirlemans haeren broeder ende Jan Adriaen Zuenen ende Willem sone wijlen Matheeus Janssen Berchmans haere momboirs ter andere zijnden. De voorst. Adriaen ende Elizabeth tegenwoich jonge oft ierstgehouwde beddegenoten, de welcke om te verhueden alle questien, cauillatien ende geschillen die hier naemaels in toecomende tijden tusschen de vrienden van den ierst afflijvigen ende den lancxtlevende van hen beijde oft bij afflijvicheijt deselffs lancxtlevende tusschen zijne oft haere vrienden souden moegen opstaen ende gerijsen, hebben naer rijpe deliberatie ende met volcomen consent ende advijs van den voorst. momboirs ende vrienden gemaeckt ende gesloten dit tegenwoirdich contract ende dat in vuegen, manieren ende onder de conditien hiernaer volgende. In den iersten is gecontioneert dat elck de voorst. beddegenoten tot subsidie ende onderstandt van den houwelijck bij hen alreede aengevangen, sal innebrengen allen ende een ijegelijcken henne goederen, soe erffelijcke, erffhaeffelijcke, waer ende tot wat plaetsen de selve gelegen zijn off bevonden sullen wordden, het sij in Brabant, Hollant oft elders. Ende oft het gebeurden dat de voorst. Adriaen off Elizabeth deser werelt geraeckten te overlijden, sonder wettige levende geboirte staende desen houwelijck van hender beijde lijffne geprocreert te hebben, oft dat het kindt oft kinderen bij hen tsaemen verweckt voer zijne oft henne mondige daegen oft aleert tot wettige geapprobeerden staet te comen quamp oft quamen afflijvich te wordden, soe sullen de voorst. erffelijcke goederen die deen oft dander bij versterff van vrienden staende desen houwelijck souden moegen aencomen, succederen ende devolueren aen den zijde van daer zij gecomen zijn, dan de haeffelijcke goederen mette erffelijcke ende erffhaevelijcke goederen duerende desen houwelijck te conquesteren ende te veroveren sullen wesen ingevalle als voor halff ende halff. Wel verstaende nochtans soe sal de lancxtlevende van de voorst. beddegenoten ingevalle van egeene blijvende geboirte als boven verbetert wesen ende aen hem oft haer van de gereetste goederen des ierststervende vuijt gereijckt wordden de somme van tweehondert ca. gld. eens goet gancbaer gelt, ende sal de lancxtlevende alsdan daermede naer luijdt ende vermellens deser schuldich ende gehouden wesen affstandt te doen van de voorst. goederen des ierststervende. Alle welcke poincten, conditien ende clausulen de voorst. comparanten malcanderen geloeft hebben ende geloven midts desen vast, steedich ende van weirden te houden, sonder daer tegens te doen oft comen doen doen, off doen comen het sij in recht oft daer buijten in eeniger manieren. Op verbintenisse van henne persoonen ende allen henne goederen, hebbende ende vercrijgende, renuncierende tot dijen de selve comparanten op alle beneficien ende rescissien oft andere die hen ter contrarien van desen eenichsins souden moegen dienen oft te staede comen. Allet sonder argelist. Ende des toirconden etc. opten 3e decembris 1630. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 65 f. 157v/158v] | ||
| 10-02-1651 | Huwelijkse voorwaarden opgemaakt tussen Adriaen Geeridt Cornelis Cauwenberchs en Elizabeth Jan Cornelis Oerlemans, weduwe van Adriaen Cornelis Diercxssen van den Hove. Adriaen wordt geassisteerd met zijn vader Geeridt en Elizabeth met Lambert Cornelissen van den Hove, Peter Poisson en Jan Janssen Oirlemans, ooms van de zeven onmondige kinderen uit haar eerste huwelijk. Adriaen zal 1500 gulden inbrengen. Toelichting: ------------- Op 25 januari 1651 zijn Elisabeth en Adriaen getrouwd. Voor zichzelf en haar 7 onmondige kinderen uit het 1e huwelijk stelt ze met haar nieuwe echtgenoot de huwelijkse voorwaarden op. Ze is geassisteert door Lambert Cornelis van den Hove. Dat zal haar broer zijn, en daardoor oom van de kinderen. Ook door Jan Jansen Oirlemans. Ze is dochter van wijlen Jan Cornelis Oerlemans, en daarmee is het dan ook Jan Jan Cornelis Oirlemans, haar broer en dus oom van de kinderen. Ook nog door Peter Poisson. Die is getrouwd op 29 januari 1640 met Maria Cornelis van den Hove, haar zus, en zo is hij ook oom van de 7 kinderen. De 7 kinderen: de oudste is Johannes, 18 jaar, en de jongste is Lambertus, 2 jaar. Van de 8 gevonden dopen is er een 2e Adriana. Waarschijnlijk is de 1e jong overleden, waardoor het deze 7 kinderen geweest zullen zijn, als ze weer trouwt. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 73 f. 77r, 77v, 78r, 78v] |
| van 03-04-1634 tot 12-04-1638 | Pdf RAT. Loon op Zand. R 66 f 70r/71r d.d. 3-4-1634. Jan Janssen Oirlemans heeft gelooft als schulder principael op hem ende allen zijne goederen, hebbende ende vercrijgende, Heijltken dochtere wijlen Adriaen Pauwels drije jaeren lanck te geven ende te betaelen elck jaer de somme van vijffthien ca. guldens, waer aff den 1e betaeldach wesen sal den 3e aprilis 1635. Ende dat ter causen van intrest eender somme van twee hondert ende vijfftich ca. guldens, die de voorn. gelover midts kent ende lijdt schuldich te wesen de voorn. Heijltken van goede opgenomen penningen ende welcke hij gelover haer insgelijcx gelooft wederomme te geven ende te restitueren van heden date deser over drije jaeren oft altijts daer naer ten simpelen vermaene der voorst. Heijltken. Behoudelijck nochtans soe sal de selve Heijltken hem gelover sulcx een halff jaer te voorens vercondighen, ende oft de gelover de voorgemelde somme van twee hondert ende vijfftich ca. guldens oijck wederomme begheirden te schieten oft te restitueren sal het selve oijck aen de voorst. Heijltken een half jaer te voirens denuncieeren. Gelovende daerenboven de voorst. Jan Janssen Oirlemans als dat hij de voorst. Heijltken altijt intrest betaelen ende voldoen sal jaerlijcx naer loop ende laps van den tijde gelijck hij de selve somme van twee hondert ende vijfftich ca. gld. langer sal comen onder te houden. Ende specialijcken heeft de voorst. Jan gelover daer voor verbonden zijne stede lants ende goederen gelegen binnen deser heerlicheijt Venloon ter plaetsen genoempt het Craenven met allen haere rechten ende toebehoirten nijets daer aff ter werelt vuijtgescheijden om de voorst. somme metten intrest daer aff te verschijnen daer aen te verhaelen. Actum ut supra. In marge bijgeschreven: Heijltken dochtere wijlen Adriaen Pauwels heeft bekent ende beleden als dat dese geloefte metten intrest daer aff verschenen voldaen is. Consenterende oversulcx inde cassatie der selver geloefte. Midtsgaders inde borchtochte van Adriaen Cornelis Diercx hier onder gedaen. Testes G. Claessen ende Jan Denen den 12e aprilis 1638. RAT. Loon op Zand. R 66 f 71r d.d. 3-4-1634. Adriaen Cornelis Diercxssen van den Hove heeft hem borge ende cautionaris voor Jan Janssen Oirlemans, zijnen swaeger voor ende aengaende de voorst. geloefte van twee hondert ende vijfftich ca. guldens ende tgene daer inne verhaelt staet gestelt, daer voor verbindende zijnen persoon ende allen zijne goederen, hebbende ende vercrijgende, waer ende tot wat plaetsen der selve gelegen zijn oft bevonden sullen wordden. Dies soe geloeft de voorst. Jan Janssen Oirlemans alhier present zijnde zijnen voornoempden borge te indemneren, costeloos ende schadeloos te houden. Op verbintenis van zijnen persoon ende goederen als boven. Testes et actum ut supra. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 66 f. 70r/71r] | ||
| van 12-04-1638 tot 02-02-1642 | Pdf RAT. Loon op Zand. R 68 f 73v/74r d.d. 12-4-1638. Jan Janssen Oirlemans heeft geloeft als schulder principael op hem ende allen zijne goederen, hebbende ende vercrijgende, Jannen sone wijlen Geeridt Jan Geeritssen de somme van tweehondert ende vijfftich ca. guldens goet gancbaer gelt, te geven ende te betaele van heden date deser over een jaer met vijfftien ca. gld. intrest. Ende oft het gebeurde dat de voirn. gelover de voorst. somme van 250 ca. guldens met consent des voorst. Jan sone wijlen Gerit Jan Gerits langer waer onderhouden soe geloeft hij intrest tegen sess ten hondert voor het jaer naer coop ende laps van den tijde, met conditien hier inne toegedaen, dat oft deen oft dandere van partijen dese somme wederomme begeerden te hebben, oft te restiueren, respective dat zij malcanderen het selve sess weken te voirens sullen opseggen. Testes et actum ut supra. In marge: Jan Geeridt Jan Geeritssen bekent dese geloefte metten intrest daer aff verschenen voldaen te zijn. Consenterende daeromme in de cassatie deser ende de borchtochten van Adriaen Cornelis. Actum den 2e februarij 1642. RAT. Loon op Zand. R 68 f 74r d.d. 12-4-1638. Adriaen Cornelis Diercxssen van den Hove heeft hem borge ende cautionaris voor Jan Janssen Oirlemans sijnen swaeger voor ende aengaende de voorst. geloefte van tweehondert ende vijfftich ca. guldens ende het gene daer inne verhaelt staet, gestelt, gelijck hij hem daer voor borge ende cautionaris stelt midts desen. Daer voor verbindende zijnen persoon ende allen zijnen goederen, hebbende ende vercrijgende, waer ende tot wat plaetsen de selve gelegen zijn oft bevonden sullen worden. Dies soe geloeft de voorst. Jan Janssen Oirlemans zijnen borge te indempneren, costeloos ende schadeloos te houden, op verbintenis van zijnen persoon ende allen zijnen goederen, hebbende ende vercrijgende. Testes et actum ut supra. Toelichting: ------------ Adriaen Cornelis Diercxssen van den Hove is getrouwd met de Lijsbeth, de zus van Jan. |
[bron: Loon op Zand-Schepenbank inv. 68 f. 73v/74r] | ||
| van 12-03-1639 tot 03-12-1646 | Pdf RAT. 781. Loon op Zand. R 69 f 33v d.d. 12-3-1639. Jan sone wijlen Jan Cornelis Oerlemans heeft geloeft als schulder principael op hen ende allen zijne goederen, hebbende ende vercrijgende, Margriete Evertsdochter lest naegelaeten weduwe wijlen Geeridt Janssen Ruijter de somme van vijfftich ca. gld. goet gancbaer gelt te geven ende te betaelen van heden over een jaer met drije gld. intrest. Of soe hij gelover de voorst. somme met consent der voorst. Margriete langer waer onder houden, soe geloeft hij intrest te betaelen naer loop ende laps van den tijde. Behoudelijck oijck dat oft deen oft dandere de voorst. somme wederomme begeerden te hebben oft wederomme wilde schieten dat zij het selve den anderen een vierendeel jaers te vorens sullen opseggen. Testes, Claes et Corst Janssen. Actum 12e martij anno 1639. In marge: Joost Cornelis Croot, Marten Janssen van den Kerckhoff ende Dierck Geerits Kool soe voor hen selven als voor de andere kinderen ende erffgenaemen Margriete Everts bekennen als dat Jan Janssen Oirlemans gelover hen dese 50 ca.guldens metten intrest ten vollen betaelt heeft. Actum 3e december 1646. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 69 f 33v] | ||
| van 08-12-1639 tot 03-12-1646 | Pdf RAT. Loon op Zand. R 69 f 68v d.d. 8-12-1639. Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans heeft geloeft als schuldenaer principael op hem ende allen zijne goederen hebbende ende vercrijgende Margriet Everts dochtere lest naegelaeten weduwe wijlen Geeridt Janssen Ruijter de somme van vijfftich ca.guldens goet gancbaer gelt. Te geven ende te betaelen St. Martensdach 1640 met drije ca. gld. intrest, sonder langer delaij. Oft soe hij gelover met consent der voorst. Margriete de voorst. somme van 50 ca. gld. langer waer onderhoudende geloeft haer daer van intrest te betaelen naer loop ende laps van den tijde. Met conditien hier inne oijck toegedaen, dat oft het gebeurden dat de voorst. Margriete oft Jan gelover de voorgemelde somme wederomme begeerden te hebben oft te restitueren respective, dat zij malcanderen het selve een vierendeel jaers te voirens sullen opseggen. Ende specialijck heeft de voirn. Jan gelover daer voor verbonden sijne stede lant met haere toebehoirten gelegen op het Craenven, soe ende gelijck hem de selve tegenwoirdich is toebehoirende. Testes ut supra. Actum 8e december 1639. In marge: Joost Cornelis Croot, Marten Janssen van den Kerckhoff ende Dierck Geerits Kool soe voor hen selven als voor dandere kinderen ende erffgenaemen Margriete Everts bekennen midts desen als dat Jan Janssen Oirlemans gelover hen dese 50 ca. gld. met allen den intrest ten vollen betaelt heeft. Actum 3e december 1646. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv 69 f 68v] | ||
| van 10-04-1646 tot 13-03-1649 | Pdf RAT. 781 Loon op Zand. R 71 f 105v d.d. 10-4-1646. Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans heeft geloeft als schuldenaer principael op hem ende allen zijne goederen, hebbende ende vercrijgende, Jannen sone wijlen Denijs Janssen de somme van 50 ca. guldens te geven ende te betaelen van heden date deser over een jaer in silvere munte te weten ducatons tot 3 gld. 3 st. pattacons tot 2 gld. 10 st. ende andere silveren gelt naer advenant, met 3 gld. intrest. Ende off het gebeurden, dat hij gelover met consent des voorst. Jan Denijs Janssen de voorst. somme van 50 ca. guldens langer geraeckte onder te houden, soe geloeft hij ten behoeffne desselffs intrest te betaelen naer loop ende laps des tijdts hij de selve sal comen onder te hebben. Met conditien hier inne toegedaen, dat off deen off dandere van hen beijde de voorst. somme van 50 ca. gld. ten expireren van het voorst. jaer off daer naer wederomme begeerden te hebben off te restitueren, dat zij ’t selve malcanderen een halff jaer te voirens sullen opseggen ende vercondigen, ende sullen zij naer de gedaene opsegginge hen hebben te reguleren. Alles in gelde gelijck voorst. is. Testes Dierck van Duppen et Thomas Thomassen Egmonts. Actum den 10e aprilis 1646. In marge: Jan Denijs Janssen bekent deze geloefte voldaen te zijn. Actum 13e martij 1649. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 73 f.105v] | ||
| van 09-05-1648 tot 19-12-1656 | Transcryptie in Pdf bij 781 Loon op Zand R 72 f 35r/v d.d. 9-5-1648. Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans heeft bekent ende beleden, kent ende lijdt midts desen wel ende deuchdelijck schuldich te zijn Dingeman Jan Joosten de somme van 250 ca. guldens goet ganckbaer gelt. Gelovende de voorst. Jan als schuldenaer principael dat hij aen ende ten behoeffne des voorst. Dingeman Jan Joosten ende naer zijne doot aen deselffs erffgenaemen bij zijnen testamente geinstitueert van de voorst. somme van 250 ca. guldens rente off intrest jaerlijcx sal gelden ende betaelen ter somme van twelff guldens 10 st. waer aff den iersten verschijndach wesen sal paesschen 1649, daer voor verbindende zijnen persoon ende allen zijne goederen, hebbende ende vercrijgende, ende specialijcken zijne stede lants alhier op het Craenven gelegen met allen rechten ende toebehoirten van dijen. Met conditien hier inne toegedaen dat de voorst. Jan gelover ende zijne naecomelingen de voorst. somme van 250 gld. ten allen tijden als het hem off hen gelieve sal, oft sullen moegen lossen ende quiten in drije termijnen te weten de twee iersten termijnen elck hondert gulden ende den lesten vijfftich gld. in gelde ten tijde van de voorst. afflossinge bijnnen der heerlicheijt van Venloon cours ende ganck hebbende metten intrest alsdan verschijnende ende metten achterstel alsdan ten achteren staende, gelijck oijck de voorst. Jan gelover de voorst. somme van 250 gld. in drije termijnen als voor ten allen tijden geloeft te voldoen ende te betaelen, als de voorst. Dingeman off naer zijne doot zijne voorst. geinstitueerde erffgenaemen restitutie der voorst. capitaele somme metten verschenen intrest sullen verseeckeren. Behoudelijck nochtans soe sal deen ende dandere van partijen den loss off afleggen van elcke termijn malcanderen een vierendeel jaers te voirens rechtelijck off in presentie van twee wettige getuijgen opseggen ende vercondigen. Ende staet te weten dat de voorst. somme van 250 ca. gld. geprocedeert is van coop van seecker erffgoet bij ende van wegen des voorst. Dingemans van zijnder zijde onder Suijthollant vercocht, ende wilt ende verclaert alsoe de voorst. Dingeman dat de selve somme in plaetse van ’t voorst. erffgoet aen zijne voorst. geinstitueerde erffgenaemen naer zijne doot ende afflijvicheijt met vollen rechte alleen sal blijven met exclusie zijnder voorst. huijsvr. ende haerder kinderen. Testes Ghijsbert Claessen et Sebastiaen Christoffels. Actum 9 maij 1648. In marge: Mr. Peter Donckers ende Mr. Willem Hendricx de Robbemont als executeurs van de testamente van wijlen Dingeman Janssen int bij wesen van Jan Marten Janssen executeur, Jan Adriaens bekennen ende lijden midts desen als dat zij met Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans gelover affgereckent hebben over de verteerde costen van de uijtvaert ten zijnen huijse gescheidt ende andere verteringen op den erffhuijse ende op den coopdach van de bodems geresen ende van gehaelde bieren ende drinckschulden, den voorst. Dingemans ende is bij somme rekeninge bevonden, dat bij den voorst. Jan gelover hiermede voldaen ende betaelt is de somme van 189 gld. 10 st. 8 pen. Dies is den intrest van de geheele geloefte affgereckent tot paesschen 1654 toecomende incluijs. Actum 3e december 1653. Idem: Alsoe op heden den 19 decembris 1656 Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans ten behoeve de hl. geest eene rente van 2 gld. 10 st. sjaers geconstitueert. Soe bekent Mr. Willem Hendricx de Robemont als een van den executeuren van den testamente van wijlen Dingeman Janssen, dat daermede ende mette peningen te voirens bij de executeuren ontfangen, dese geloefte is voldaen ende alsoe gecasseert. Actum ut supra. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 73 f. 35r en v] | ||
| van 10-01-1657 tot 09-02-1663 | Jan Jan Cornelis Oirlemans bekent schuldig te zijn aan Lambert Lambert Claessen, wonende te Dongen, een bedrag van 100 gulden. Uit de aantekening in de marge blijkt dat de schuld op 9-2-1663 ingelost is. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 77f. 1] | ||
| van 20-02-1657 tot 14-04-1660 | f.19 Jan Jan Cornelis Oirlemans bekent schuldig te zijn aan Claes Ghijsbert Claessen Buennen een bedrag van 100 gulden. Uit de aantekening in de marge blijkt dat de schuld op 14-4-1660 ingelost is door Goossen Lenaerts van den Hove. f.20 Steven Lenaertssen van den Hove en Goossen Lenaerts van den Hove bekennen Jan Jan Cornelis Oirlemans schadeloos te zullen stellen voor de schuldbekentenis van hem aan Claes Ghijsbert Claessen Buennen op heden. Toelichting: ------------- Steven en Goossen zijn 2 broers van zijn vrouw Agneesken Lenderts van den Hove. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 77f. 19 en 20] |
| 03-04-1634 | Pdf RAT. Loon op Zand. R 66 f 71v/73r d.d. 3-4-1634. Adriaen Cornelis Diercxssen van den Hove als man ende momboir van Lijsken zijnen huijsvrouwe dochtere wijlen Jan Cornelis Oirlemans, de helft onbedeijlt in een parcheel eckerlants anderhalf loopensaet ende vijff roijen int geheel begrijpende, gespleten van de oude stede gecomen van zijns transportants huijsvrouwe vader, gelegen binnen der heerlicheijt Venloon ter plaetsen genoempt het Craenven, oistwaert aen den waterlaet, zuijtwaert ende noirtwaert aen de weduwe Denijs Janssen ende haere kinderen, ende noirtwaert aen Vriendten stede. Noch de helft onbedeijlt van een parcheel lants van vier loopensaet ende 4 1/2 roije lants in eenen acker lants gelegen aldaer aen de zuijdenzijde van sheerenstraete, oistwaert aen erffenisse Corstiaen Jan Borsten, zuijtwaert Cornelis Willemssen de Pruijser, westwaert aen erffenis van Jan Janssen Oirlemans ende noirtwaert de oude stede voorgeruert. Ende noch de helft onbedeijlt in een parcheel lants groot anderhalff loopensaet ende seven roeden oft daeromtrent in den selven acker, oistwaert aen erffenisse des voorst. Jan Janssen, zuijtwaert Corstiaen Jan Borsten, westwaert ende noirtwaert aen erffenisse Jan Goijaerts kinderen. Welcke helften van erffenisse voorst. hem transportant in de qualiteijt als voor bij erffscheijdinge ende erffdeijlinge te deele bevallen zijn voor schepenen in Venloon opten 9e dach der maent junij int jaer ons heeren 1633, gelijck dat in schepenen letteren van Venloon daer op gemaeckt breeder begrepen staet, heeft hij wettelijck ende erffelijck opgedragen ende overgegeven den voorgen. Jan Janssen Oirlemans zijnen swaeger, tsaemen met allen brieven ende bescheeden daer aff gewach doende ende allen den rechte hem daer in der qualiteijt voorst. daer inne eenichssins competerende. Met affgaen ende verthijen alsoe gewoonlijck ende recht is. Gelovende de voorn. Adriaen sone Cornelis Diercx van den Hove als schulder principael op hem ende allen zijne ende zijnen voorst. huijsvrouwe goederen, hebbende ende vercrijgende, dit opdraegen ende overgeven den voorn. Jan Janssen Oirlemans vast ende steedich te houden ten eeuwigen daegen sonder eenich weder seggen. Ende allen commer, calangie ende aentael daer inne wesende den selven aff te doen geheelijcken, vuijtgenomen dat men hier vuijt naer grootte des lants naer luijdt der voorst. erfscheijdinge ende erffdeijlinge mede sal gelden in alle renten, chijnsen ende pachten met recht daer van te vergelden staende. Testes et actum ut supra. RAT. Loon op Zand. R 66 f 73r/74v d.d. 3-4-1634. Jan Janssen Oirlemans heeft gelooft als schulder principael op hem ende allen zijne goederen, hebbende ende vercrijgende, Adriaen Cornelis Diercx van den Hove, zijnen swaeger, de somme van tweehondert ende vijfftich ca. guldens goet gancbaer gelt gereet te betaelen, ende dat ter causen van coop van seeckere parcheelen van erffenisse hem gelover bij den voorst. Adriaen op heden opgedraegen ende overgegeven. Dies soe sal Jan Janssen ontfangen de huere der selver parcheelen die daer aff ten oogst verschijnen sal. Ende sal Jan de selve parcheelen aenveerden volgens de huurcedule met Geeridt Thonis gemaeckt. Testes et actum ut supra. In marge: Adriaen Cornelis bekent dese 250 gld. ten vollen ontfangen te hebben. Consenterende inde cassatie. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 66 f 71v/73 en f 73r/74v] | ||
| van 24-02-1649 tot 16-02-1651 | Pdf 781 Loon op Zand. R 72 f 149r/v d.d. 24-2-1649. Jan ende Lenaert gebroederen sonen wijlen Jan Cornelis Oerlemans, twee moerbodems gelegen bijnnen der heerlicheijt van Venloon inden kercken streeck, den eenen groot 16 loopensaeten min vijff roijen, oistwaerts aen de nijeuwe erffenisse van Wouter Janssen van Broechoven, zuijtwaerts ende westwaerts aen sheerenstraete ende noirtwaerts aen Joost Cornelissen Croot ende zijne consoirten ende den anderen groot omtrent drije loopensaeten ende 2 roijen, gelegen tusschen erffenisse van Peter Cornelis van Esch aen deene zijde zuijtwaerts ende tusschen erff. van Joost Cornelissen Croot ende zijne consoirten noirtwaerts, streckende metten eijnde aen het kercken dijcxken ende metten andere eijnde aen sheerenstraete. Ende welcke twee moerbodems eertijts gecomen van die erffgenaemen wijlen Henrick Janssen Loijen, soe zij seijden, hebben zij wettelijck ende erffelijck opgedraegen ende overgegeven Sebastiaen Peter Janssen tsaemen met allen brieven ende bescheeden daer aff gewach doende ende allen den rechte en daer inne eenichsins competerende. met affgaen ende verthijen alsoe gewoonlijck ende recht is. Gelovende de voorst. transportanten als schuldenaeren principaele op hen ende allen henne goederen hebbende ende vercrijgende, de voorst. twee moerbodems den voorst. Sebastiaen te waeren als men erffne schuldich is te waeren ende allen commer, calangie ende aentael daer inne wesende den selven aff te doen geheelijcken. Behoudelijck nochtans soe sullen allen gebuerlijcke lasten ende servituten totte voorst. twee moerbodems behoirende bij den voorst. Sebastiaen coopere houden ende onderhouden wordden naer den rechte van den lande. Testes et actum ut supra. In marge: Adriaen Cornelissen van den Hove als man ende momboir van Lijsbeth zijnen huijsvrouwe dochtere wijlen Jan Cornelissen Oirlemans int bijwesen van Lijsbeth voorst. heeft geboden ende vuijtgereijckt blijckende penningen, om metten rechte van naerderschappe dese twee moerbodems ende heeft gelooft alles te doen des eenen naerderman schuldich is te doen. Testes D. Duppen et G. Claessen. Actum 10 martij 1649. Et promisit etc. Idem: Adriaen Cornelissen in voorst. qualiteijt heeft ’t recht van naederschap overgegeven Sebastiaen Peter Janssen effestucando. Promittens sub obligatione etc. Testes et actum ut supra . 781 Loon op Zand. R 72 f 149v/150r d.d. 24-2-1649. Sebastiaen Peter Janssen heeft gelooft als schuldenaer principael op hem ende allen zijne goederen, hebbende ende vercrijgende Jan ende Lenaert, gebroederen sonen wijlen Jan Cornelis Oirlemans de somme van 255 ca. guldens goet gancbaer gelt ’t stuck gerekent, te geven ende te betaelen in drije gelijcke termijnen waeraff den iersten betaelt sal wordden alsnu gereet, den 2e van heden over een jaer ende den 3e oft lesten ’t jaers daernaer volgende. Procederen de selve somme ter causen van coop van eenen moerbodem groot 16 loopensaet min vijff roeden, hem gelover op heden gevest ende opgedraegen. Ende alnoch soe gelooft de voorst. Sebastiaen den voorst. Jan ende Lenaerden de somme van 42 gld. 10 st. goet gancbaer gelt als voor te geven ende betaelen in twee gelijcke termijnen, te weten deene helft alsnu gereet ende dandere helft van heden over een jaer, ende dat over coop van eenen moerbodem groot omtrent drije loopensaeten 20 roeden aen hem gelover van wegen des voorst. Jans ende Lenaerts oijck gevest ende opgedraegen. Welcke voorst. twee moerbodems hij gelover voor de voldoeninge der voorst. sommen in termijnen respective als boven te betaelen midts desen is stellende tot hypotheecq ende waerborch. Testes et actum ut supra. In marge f 149v: Jan Janssen Oirlemans bekent den 1e termijn deser twee respective sommen van de gelover ontfangen te hebben. Actum 29 februarij 1649. Idem: Lenaert Janssen Oirlemans bekent den 2e termijn van de somme van 255 gld. wesende de cooppeningen van den grooten bodem, ende den lesten termijn van de 42 gld. 10 st. van de cleijnen bodem beijde alhier vermelt van de gelover ontfangen te hebben. Dies gecort aen den selve termijn eenen pattacon bij den geloever betaelt aen Adriaen Cornelis van den Hove vuijt oirsaecke partijen bekent. Actum 3e martij 1650. Idem: Jan ende Lenaert Janssen Oirlemans, fres. bekennen den 3e lesten termijn van de grootten bodem oijck ontfangen te hebben ende consenteren alsoe inde cassatie. Actum 16 februarij 1651 |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 73 f. 149r en v, 150r] | ||
| van 11-04-1652 tot 20-10-1652 | Folio 51 1. Steven, 2. mr Dierck Coomans, als gevolmachtigde van Goosen Lenaert van den Hove, 3. Maria Hendricxssen, gehuwd met Jan Lenaerts, 4. Jan Janssen Oirlemans, gehuwd met Agneesken, 5. Wouter Laureijssen, gehuwd met Maijken de oude, 6. Marten Joosten van Cuijck, gehuwd met Maijken de jonge, 7. genoemde Steven en Ghijsbert Hendricxssen, als voogden over de onmondige kinderen van Hendrick Hendricxssen en Lijsken, allen kinderen van Lenaert Goossens van den Hoove en Anthonisken Jan Stevens, transporteren goederen aan Cornelis Janssen de Lepper. 11-4-1652 Folio 52 Cornelis Janssen Lepper bekent schuldig te zijn aan de kinderen van Lenaert Goosens van den Hove en Anthonisken Jan Stevens een bedrag van 83 gulden en 12 stuivers terzake van een transport op heden. Uit de aantekening in de marge blijkt dat de schuld op 20-10-1652 ingelost is. 11-4-1652 Folio 52v 1. Steven en Jan, 2. mr Dierck Coomans, als gevolmachtigde van Goosen Lenaert van den Hove, 3. Maria Hendricxssen, gehuwd met Jan Lenaerts, 4. Jan Janssen Oirlemans, gehuwd met Agneesken, 5. Wouter Laureijssen, gehuwd met Maijken de oude, 6. Marten Joosten van Cuijck, gehuwd met Maijken de jonge, 7. genoemde Steven en Ghijsbert Hendricxssen, als voogden over de onmondige kinderen van Hendrick Hendricxssen en Lijsken, allen kinderen van Lenaert Goossens van den Hoove en Anthonisken Jan Stevens, transporteren goederen aan Wouter Jan Wouterssen, wonende te Berkel. 11-4-1652 |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 74 f. 51 - 52 - 52v] | ||
| 06-11-1652 | Dingeman Jan Joosten, Corstiaen Jan Borsten en Jan en Lenaert, zonen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans, transporteren goederen aan Lambert Wouter Lamberts. Het gaat om een heiveld, gelegen bij ’t Craenven, omtrent den Waterlaet alhier. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 74 f. 81r en 81v] |
| van 03-11-1616 tot 24-02-1649 | Pdf RAT. Loon op Zand. R 63 f 26r en f 26v d.d.3-11-1616. Jan Goiarts als man ende momboir van Neeltken Jansse zijne huijsvrouw, Jan Michielsse als man ende voicht van Jenneke Jansse zijne huijsvrouw, Joris Hendricx van Hasselt als man ende momboir van Antoniske Jansse zijnre huijsvrouw, Gerit Jansse de Ruijter voor sijn selven ende voor Hendrick en Jan zijnen broeders, daer voor hij hem fort ende sterck mackten, Jenneke hun suster cum tutore, Joost Jansse als voight ende momboirs van wijlen Jasper Jansse kijnder ende Geertruijt weduwe Bert Hendricx cum tutore, tesamen erfgenamen van wijlen Hendrick Jansse Loijen, hebben wettelijck ende erffelijck verkocht Jan Cornelis Oerlmans ende Willem Matheus Jansse twee moerbodemen gelegen binnen der heerlijckheijt Venloon in den Kercken streek, den eene groot 16 lopensaet min 5 roijen daer die Vrouwe van Loon leet aen den suijdensijde ende de weduwe Ariaen Stevens ende consorten aen de noordensijde ende compt met beijde de eijnde aen voorn. Mevrouwe van Loon, den andere bodem groot omtrent 3 lopensaten ende 20 roijen, gelegen tusschen bodems Ariaen Jan Ariaens ende Bastiaen zijn broeder aen de suijdensijde ende Geraert Gerit de Groot, Henrick Bastiaensse ende consoirt aen de noordensijde, streckende van den Kerckendijck westwaerts Mevrouwe van Loon. Den voorst. verkopers bij versterf van den voorst. Hendrick Jansse Loijen aengecomen soo men verclaerden ende hebben se hem opgedragen ende overgegeven ende dat met afgaen ende vertijen alsoo gewoonlijck ende recht is. Gelovende de voorst. verkopers ende specialijck Jan Goierts onder verbintenissen hennen persoon ende goederen, present ende toecomende, dit opdragen ende overgeven den voorst. Jan Cornelisse ende Willem Matheus Jansse altois vast ende van waerden te houden ende de voorst. twee bodems te vrijen ende waeren voor ….. elcke bodem in des heeren van Loons chijns. Testes, Cornelis Dircks ende Dingeman Jansse, den 3e november 1616. In marge bijgeschreven: Jan soone wijlen Gheeridt Geritsse van Broechoven in den naeme ende als gemachticht van Willem Matheus Jansse Berchmans soo hij seijde, heeft op de helft van de twee bodems alhier vermelt ende den voorst. Willem daer ine toebehorende wettelijck ende erffelijck vertegen Jan ende Lenaert, gebroederen sonen Jan Cornelis Oerlemans etc. Testes, D. Duppen ende Dingeman Jansse. Actum 24 februari 1649. Toelichting: ------------- Willem Matheus Jansse is de broer van Adriana, de vrouw van Jan Cornelis Oerlemans. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 63 f. 26] | ||
| van 09-04-1631 tot 19-11-1631 | Pdf RAT. Loon op Zand. R 65 f 187v/188r d.d. 9-4-1631. Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans ende Adriaen Cornelis Diercxssen als man ende momboir van Lijsken zijne huijsvrouwe dochtere wijlen Jan Cornelis voorst. ende Jan Adriaen Zuenen ende Willem Matheus henne momboirs, soe voor hen als voor Lenaerden ende Adriaentken onmondighe kinderen wijlen Jan Cornelis voorgenoempt, de voorst. momboirs in den naeme ende van wegen als voor, tot het gene hier naervolght, consent ende decret hebbende van schouteth ende schepenen van Venloon, als ons schepenen ondergeschr. gebleken is, de helft onbedeijlt van het groot woonhuijs eender stede lants gestaen ende gelegen binnen der heerlicheijt van Venloon ter plaetsen genoempt de Vaerte aen den Ouden Draijer, beginnende het selve woonhuijs van de caemere aff mette helft onbedeijlt van den brouwhuijse ende verckenskoije daerbij staende. Midtsgaders de helft onbedeijlt van den noirdenzijde van de aenstede daeraenliggende oistwaert aen de stege aldaer, zuijtwaert ende westwaert Joost Peeterssen Swart ende noirtwaert aen sheerenvaert. Item de helft onbedeijlt in een parceel lants wesende het tweede loth in eenen acker genoempt den hoogen acker, beginnende vuijtten westen van de stege aff aen, de welcke aldaer is liggende, het selve geheel loth oistwaert aen erffenisse der erffgenaemen wijlen Jan Peter Jacops, zuijtwaert aen Adriaen Willemssen, westwaert ende noirtwaert aen de Vaerte. Item de helft onbedeijlt in een parcheel lants, wesende het 4e loth inden voorst. acker genoempt den hoogen acker, oistwaert aen de erffgenaemen Jan Wouter Claes, zuijtwaert aen Adriaen Willemssen, westwaert ende noirtwaert aen den vaerte voirst. Ende noch de helft onbedeijlt van de zuijdenzijde van eenen acker genoempt Geeridt Oirlemans acker gelegen aldaer aen de noirdenzijde van de vaerte waer aff de noirdenzijde desselffs acker is toebehoirende Adriaen Willemssen. Allen de voorst. parcheelen soe groot ende cleijn als die den gelijcke kinderen wijlen Jan Cornelis Oirlemans voorgenoempt te deele bevallen zijn soe men verclaerden, hebben zij wettelijck ende erffelijck opgedraegen ende overgegeven Adriaen Willemssen voorgenoempt, met affgaen ende verthijen alsoe gewoonlijck ende recht is. Gelovende de voorst. transportanten ende de voorst. henne persoonen ende allen henne ende der voorst. onmondige kinderen goederen, hebbende ende vercrijgende dit opdraegen ende overgeven den voorst. Adriaen Willemssen vast ende steedich te houden ten eeuwigen daegen, sonder eenich wederseggen ende hem de voorst. parcheelen van goederen te waeren als men erffne schuldich is te waeren. Midtsgaders allen commer, calangie ende aentael daer inne wesende den selven aff te doen geheelijck, vuijtgenomen des dorps commer. Testes Dierck Raessen ende Adriaen Cornelis den 9e aprilis 1631. In marge: Adriaen Peter Willems ende Jan Adriaen Zuenen als momboiren bij den heere geordonneert van de drije onmondige kinderen wijlen Catharina Cornelis Oirlemans respective verweckt bij Ivo Gielissen ende Claes Janssen Haegen, geasssiteert metten schouteth van Besoijen als oppervoocht der selver onmondige kinderen, hebben geboden ende vuijtgereijckt blijckende penningen, om in den naeme ende van wegen der voorgen. onmondige kinderen metten rechte van naerderschappe te lossen ende te quijten dese erffgoederen, ende hebben in der qualiteijt als voor geloeft alles te doen des een naederman schuldich is te doen. Midtsgaders den coopere te indempneren van den geloefte bij hem ter causen van coop van dese erffgoederen gedaen. Testes, Dingeman Jansse ende Adriaen Cornelis den 19e november 1631. RAT. Loon op Zand. R 65 f 188r d.d. 9-4-1631. Adriaen Willemssen heeft geloeft schuldener principael ten behoeve van de kinderen ende erffgrnamen wijlen Jan Cornelis Oirlemans de somme van vijffhondert ende 75 ca. gld. goet gancbaer gelt te geven ende te betaelen in drije gelijcke termijnen, waer aff den iersten betaelt sal wordden gereet, den 2e over een jaer ende den 3e oft lesten den 9e aprilis 1633. Procederende de selve somme ter causen van coop van de voorst. parcheelen van erffgoederen, de welcke hij gelover beneffens zijne andere goederen is stellende tot hypotheecq ende waerborch. Testes et actum ut supra. RAT. Loon op Zand. R 65 f 188v d.d. 16-4-1631. De selve transportanten een vierde part hen onbedeelt toecomende in eenen stede lants mette timmeringe daerop staende ende erffenisse daeraenliggende ende toebehoirende gelegen binnen de heerlicheijt van Venloon ter plaetsen genoempt de vaerte tegen over de Venis Straete, oistwaert aen sheerenstraete, zuijtwaert de erffgenaemen Lenaert Chielen, westwaert aen Burchtken dochtere Jan Lauwen ende noirtwaert aen Joost Peterssen Swart, soe men verclaerden, hebben zij wettelijck ende erffelijck opgedraegen ende overgegeven Roeloff Jacopssen van Hedel met affgaen ende verthijen alsoe gewoonlijck ende recht is. Gelovende de voorst. tramsportanten ende de voorst. momboirs op verbintenisse respective van henne persoonen ende allen henne ende der voorst. onmondige kinderen goederen, hebbende ende vercrijgende etc. Midtsgaders allen commer, calangie ende aentael daer inne wesende den selven aff te doen geheelijcken. Vuijtgenomen een vierde part in een derdendeel van vier vaten roggen sjaers aen den heijlige geest van Venloon met eenen staende ende lopende pacht. Noch een vierde part van des heeren chijns die int geheel vuijtte voorst. stede te vergelden staet ende daer toe des dorps commer. Testes Dierck Raessen ende Ghijsbert Claessen den 16e aprilis 1631. In marge: Adriaen Peter Willems ende Jan Adriaen Zuenen als momboiren van de drije onmondige kinderen wijlen Catharina Cornelis Oirlemans verweckt bij Jan Gielissen ende Claes Janssen haere respective geassisteert metten schouteth van Besoijen als oppervoocht, hebben geboden ende hebben geboden ende vuijtgereijckt blijckende penningen, die zij zeijden den voorst. kinderen hen eijgen te wesen, ome metten rechte van naerderschap te lossen het vierden part der stede alhier geruert. Ende hebben geloeft alles te doen des een naerderman is schuldich te doen, ende den coopere te indemneren van den geloefte bij hem ter causen van coop van het voorst. 4e part gedaen. Testes Dingeman Janssen ende Adriaen Cornelis den 19e novembris 1631. Toelichting: ------------ Dit lijkt te gaan om de goederen, verkregen uit de deling van Cornelis Cornelis de oude. Het gaat namelijk om het 1/4 part, en Cornelis had 4 kinderen, waaronder Jan. De kinderen van Jan willen hun deel verkopen aan Adriaen Willems. Dat gebeurt op 9 april 1631. Maar op 19 november 1631 maken de kinderen van zus Cathelijn de koop ongedaan, en kopen de goederen over met recht van naerderschap. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 65 f. 187v/188v scan 205/208] | ||
| 03-07-1645 | Pdf RAT. 781 Loon op Zand. R 71 f 45v/46r d.d. 3-7-1645. Jan Janssen Oirlemans heeft geboden ende vuijtgereijckt blijckende penningen hem als hij seijde toebehoirende, om metten rechte van naerderschappe te lossen alsulcke twee vierde gedeelten ombedeijlt in eene stede lants te weten een huijs, grondt, hoff ende erffenisse daeraenliggende ende toebehoirende, gelegen bijnnen der heerlicheijt van Venloon ter plaetsen genoempt de Vaerte als Gielis ende Jan Iewaens gebroederen aen Joost Hermanssen vercocht ende opgedraegen hebben, ende heeft geloeft als schuldenaer principael op hem ende allen zijne goederen, hebbende ende vercrijgende, alles te doen des een naederman is schuldich te doen. Testes Dingeman Janssen et Ghijsbert Claessen. Actum 3e julij 1645. Idem: Jan heeft op verbant als voor Joosten Hermanssen, coopere te indemneren, costeloos ende schadeloos te houden ter saecken van den geloefte bij hem overcoop van den voorst. vierde gedeelten inde stede lants voorst. gedaen. Testes et actum ut supra. Toelichting: ------------ Jan Jansen Oirlemans koopt met recht van naasting de helft van een huis op de Vaert (in Kaatsheuvel). |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 71 f.45v] | ||
| van 24-04-1649 tot 21-01-1650 | Pdf 781 Loon op Zand. R 72 f 182v d.d. 24-4-1649. Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans heeft geboden ende vuijtgereijckt blijckende penningen hem als hij seijde toebehoirende, om metten rechte van naerderschap te lossen dese parceelen van erffenisse met het huijsken daerop staende ende heeft op hem ende allen zijnen goederen hebbende ende vercrijgende geloeft alles te doen des een naederman is schuldich te doen. Alles sonder arglist. Testes Dingeman Janssen er A. van den Hove. Actum 21 januarij anno 1650. Idem Joes promisit etc. Testes et actum ut supra. Consig. eenen gouden philippus gl. met eenen schellinck sub. Dingeman Janssen Toelichting: ------------- Recht van naarderschap, recht van naasting = degene die dit recht bezit mag het verkochte goed overkopen. Getuige A. van den Hove is Adriaen Cornelis van den Hove, getrouwd met zijn zus Lijsbeth. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 73 f. 182v] |
| 30-11-1630 | getuige kerkelijk huwelijk Adriaen Cornelis Diercxssen Franssen van den Hove (ovl. vóór 1651) en Lijsbeth Oirlemans (geb. 1613) [zie 1744,II] | [broer bruid] | [bron: Loon op Zand - Inv. 2 Trouwboek 1524-1651 f. 42r] |
![]() |
204 Hove Agnes Leonardi van den, rk gedoopt op 11 oktober 1609 in Oisterwijk, dr van Leonardus Gosuini en Anthonia - Oisterwijk Inv. 1 Doopboek 1597-1610 f. 66 |
| 16-01-1654 | Samenvatting: ---------------- De erfgenamen van Leendert Goossen van den Hove en Antonisken Jan Stevens doen afstand van een hooij- en weiland van 2 morgen groot in Baardwijk, ten gunste van Adriaen Gerit Cornelissen Couwenberch op 16 januari 1654. Zoon Goossen is present, ook namens zijn broers en zussen, zijn stiefvader Willem Eelants van Spaendonck, op basis van een procuratie, afgegeven op 6 mei 1653 door de schepenen van Venloon. Toelichting: ------------ Wie is de begunstigde, heeft hij iets te maken te maken met de familie? Adriaen Gerit van de Couwenberch is de 2e man van Lijsbeth Jan Cornelis Oerlemans. Lijsbeth is een zus van Jan Jan Oerlemans, getrouwd met Agneesken van den Hoven. Waarom de familie afstand doet, waarom ze hem dit gunnen, weet ik niet. Over het stuk land: Met een grootte van 2 morgens. De Bossche morgen was 9930 m2, dus bijna een hectare. Weet niet zeker of in Baardwijk ook met deze maateenheid gerekend is. Maar wel een behoorlijk stuk land. De locatie van het hooi of weiland: over de Hoogeindse Wetering, tussen de Fra Camp en land van het convent van de Doncq, vanaf de Hoogeindse Wetering tot aan de Hool Graeve toe. Helaas ben ik te weinig bekend met Baardwijk. De kaart van Baardwijk van 1866 geeft mij geen aanknopingspunten. Transcriptie: --------------- Compareerde voor de ondergeschreven Schepenen der Heerlicheijt van Baardwijck, Goossen Lenaertsen van Hooff, woonende binnen de jurisdictie der heerlicheijt van Venloon, dat men noempt Loon op Zant, soo voor hemselve, als mede voor soovele des noot sij last ende procuratie hebbende van Willem Eelants van Spaendonck, naegelaten weduwer wijlen Antonisken Jan Stevens dochtere, die voortijts huijsvrouwe was van wijlen Lenaert Goossens van den Hove, .. gedaen van Steven, ende Jan, gebroeders, zonen wijlen Lenaert ende Antonisken voorgenoempt, oock van Jan Janssen Oerlemans, als man ende momboir van Agneesken (van den Hove), sijn huijsvrouwe, ende Meerten joosten van Cuyck, als man ende momboir van Maeijken de jonge, sijnen huysvrouwe, gesusteren, dochteren des voorsegden wijle Lenaerts ende Antonisken, mede van Wouter Laureijssen, naegelaten weduwer wijen Maeijken de Oude, oock dochtere des voorschreven Lenaerts ende Antonisken, soo in dien qualiteijt voor hen selven, als mede hen fort ende sterckmaeckende voor sijne vijf onmondige kinderen, bij hem ende de voorschreven wijlen Maeijken de Oude tesaemen verweckt, ende van de voorschreven Steven Lenaerts van den Hove ende Gijsbrecht Hendricxsen, als wittige momboir van de onmondige kinde van wijlen Lijsken, insgelijcken, dochtere des meergenoemden wijlen Lenaerts ende Antonisken, verweckt bij Hendrick Hendrick Hendricxen, int bij wesen ende overstaen van den selven Hendrick, vader van desselven onmondige kinde, ende oock dieselve Hendrick als naegelaten weduwer van de voorschreven wijlen Lijsken voor hemselven, wesende dieselve procuratie voor Peeter Corstiaenssen ende Cornelis Claessen Bastaers, Schepenen in Venloon gepasseert, ende door Koomans in absentie van de Secretaris als Substituyt gestipuleert, in date den sesten meij des voorleden Jaers 1653, ons schepenen behoorlijcke geteeckent, ende besegelt gebleken, ende heeft in dier qualiteijt wettelijck vetegen, bij maniere van pe..tatie ende erfmangelinge, sulcx hij doet bij desen op seecker stuck hoy ofte weijlants, twee morgen of daeromtrent groot sijnde, gelegen onder de voorsegde van Baerdwijck over de Hoocheijntse Weteringe, tusschen den fra camp (?) aende oistenzijde, ende de erfenisse van t convent van de Doncq aen de westenzijde, streckende van de voorsegde weteringe af noortwaert op totten hool graeve toe, met alle dijcke, tuyen, sloot, maese ende weteringe, schouwen ende nabuerlijcke rechten daertoe ende over naer costume locael behooren, ende op alsulcke brieven ende voorwaerden als daer egeen recht aen te behouden, of te vermeten in eniger manieren, soo geloofden den voorsegden comparant, dese voorschreven erfenisse te vrijen gewaeren, nae de Rechte van de Lande, als een vrij, eijgen erve ende een volboden, op generael verbant daersijns comparants persoon ende goederen, roerende ende onroerende, hebbende ende vercrijgende, soo in Hollant, Brabant als allonium elders gelegen, subjecten, dieselve alle Rechten ende Rechteren om ofter naemales eenige pachten, renten, chijnssen, of andere calangien op quamen, bij den voornoemden Adriaen sone wijlen Gerit Cornelissen Couwenberch in sulcken gevalle sijn guarand t’allertijt voor hem ende sijne naecomelingen daerachter verhaelen, als sijnde vrij lant, uijtgenomen Dorps loop ende Commer ende Verpondinge, die vandaer deses af voorthaen sullen blijven tot laste van den voorsegden Adriaen sone wijlen Gerit Cornelissen Couwenberch, allen sonder arch oft list ende in oirconde dese bij Schepenen van Baerdwijk. Onderteeckent desen 16e Januari 1654, Cornelis Peeterssen Joost Janssen Kouenberch getaxeert bij Schouth ende Gerechten op 450 f. (florijnen, guldens) 11 gulden - 5 stuijvers (40e penning) |
[bron: Baardwijk - Dorpsbestuur 1652-1667 Inv. 144 akte 47 f. 28v-29r scan 32] |
| 21-03-1652 | Willem Eelants van Spaendonck, weduwnaar van Anthonisken Jan Stevens, sluit een overeenkomst met betrekking tot goederen met Steven, Goossen en Jan, Jan Jan Cornelis Oirlemans, gehuwd met Agneesken, Marten Joosten van Cuijck, gehuwd met Maijken de oude, Wouter Laureijssen, gehuwd met Maijken de jonge, en genoemde Steven met Ghijsbert Hendricxssen als voogden over de onmondige kinderen van Hendrick Hendricxssen en wijlen Lijsken, allen zonen endochters van Lenaert Goossens van den Hove en genoemde Anthonisken. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 74 f. 39 en 40] | ||
| 15-03-1669 | Samenvatting: ---------------- Heijliger en Cornelis, zonen van wijlen Jan Jans Oirlemans en Agneesken Lenderts van den Hove, en Wouter Loureijs Wouters als voogd van Lendert, ook zoon van voornoemd echtpaar, maken een boedelscheiding. Nummering: ------------- In de pdf, horend bij dit inventarisnummer is de Oude nummering = 80 deel a 1-33, deel b 1-39v, deel c 1-52v gebruikt. Die staan er ook met potlood op, doorgestreept. Hier was dit folio 17-18. De aktes hebben ook een originele nummering door de schrijver gemaakt. In dit geval is het akte 8. Toelichting: ------------- Wouter Loureijs Wouters is de zwager, de man van zus Maria Lenderts van den Hove de oude. Transcryptie: --------------- Kennende sij eenygenlijk dat op huyden dat deses voor schepenen onder genoemt in propere persoone is gecomen ende gecompareert, Heijliger ende Cornelis gebroederen, sone wijlen Jan Jansen Oirlemans, waarvan moeder af was Agneesken Leenderts van Hove, ende Wouter Loureijs Wouters als momboir van Lendert, sone wijlen Jan ende Agneesken voornoemt. De Voorsegde Lendert alhier medepresent, Diewelcke metten anderen hebben gemaect ende aengegaen seeckere erfdeeling ende scheijdinge ende deijlinge van de naervolgende erfelijcke goederen, mits het overlijden van gemelte voorsegde ouders eenichsints aengecomen sijn en der vuegen torme ende manieren hier naar beschreven volgende, Overmits der welck die is de voornoemde Cornelis, den soone, te deele bevallen, ende sal deselve alsoo voor sijne portie hebben, houden ende erfelijck blijven possederen: * een stede, de huysinge ende gront vandien metten westens helft van den huysacker, in der vuegen ’t selve afgepaelt is, in ’t geheel 14 loopensaeten (3 hectaren) ofte . nochtans gestaen ende gelegen binnen de Heerlijckheijt van Venloon, ter plaetse genaempt het Craenven, aldaer tusschen erfenisse Tomas Gerits Couwenberch cum suis westwaarts, Wouter Loureijs Wouters noortwaerts, Henrick Willem Meeus (cum suis oostwaerts, doorgestreept) ende ’t onmondich kindt van wijlen Teunis Jans Suenen oostwaerts, ende de Heerenstraete suytwaerts. * item noch ’t 4 weede ende 6 loth uijt ten westen is eenen acker saeylandts tegens over de huysinge, als suyt van de straete gelegen, in der vuegen groote deselve afgepaelt sijn, denselven acker in t geheel 12 loopensaeten (2,5 hectare) of . . nochtans . aldaer tusschen erfenisse ’t weeskindt van Teunis Jans Suenen westwaerts, ’t hofken van deser erfgenaemen, ende de erfenisse van erfgenaemen van den Corst Jan Borsten noortwaerts, de erfgenamen Corst Jan Borsten cum suis suyt ende oostwaerts, sijnde los ende vrij, uytgenoemn dat die oock Cornelis den soon, hier uyt saecke sal gelden ende voldaen het derde part van 30 gulden aen de H. Geest van Venloon, alsmede het derde part van des heeren chijns, die hier met recht is uytgaende. Item noch te voldoen een schepenbrief van 250 gulden Capitael aen de erfgenamen Jan Engelbert Cannerts, ende sal noch in vergelijckinge daerenboven noch moeten beealen aen Heijliger ende Lendert, sijne broeders ieder de somme van 175 . Ieder . van dien helft te betaelen 1 april eerstcomende, ende de ander helft te Bamisse (1 oktober) daer naestvolgende, precies ende sonder interest. Waertegens voornoemde Heijliger, den soon, bij blinde lothe, te deele bevallen is, ende sal deselve alsoo voor sijne portie hebben, houden ende erfelijck blijven possederen, * eerstens de timmer van de Schuere ende de 2 suydenste eijcken boomen, staende op de grondt van het eerste loth, van Cornelis de soonstaende aen den westensijde van voorsegde schuere omme deselve schuere ende voorens te ruymen voor half meij eerstcoomende precies * item noch de oostelijcke helft van den huysacker beneffens erfenisse van Henrick Willem Meeus ende ’t onmondich kindt van Teunis Jans Seunen * item noch het 3e ende het 4e loth uyt westen, s. van den acker, in t geheel van omtrent 12 lopensaeten of ., gelegen tegens de voorgenoemde huysinge over aen suyt sijde van de straete, hier voorens in t 1e loth van Cornelis, den soon, naer den uitgedruct sijnde los ende vrij, uytgenomen dat de voornoemde Heijliger, den soon, hieruyt jaerlijks sal gelden ende voldoen is jaerlijks 30 gulden jaerlijks aen H. Geest van Venloon, als mede het 3e part van den heeren chijns die hier met recht is uytgaende. item alnoch 200 gulden capitael aen de kinderen van Lendert Jans de Bont. item 50 gulden capitael aen Bastiaen Peeter Jans. Ende waertegens de voornoemde Lendert, den soon, in t bijwesen van voorsegde wouter, sijnen momboir, bij blinde lothe te deele bevallen is, ende sal deselven alsoo voor sijne portie hebben, houden ende erfelijk possederen: * eerstens de timmer van ’t torfschop, verckenskoy ende brouwhuys, met noch de brouwerije gereetschap ende voorders toebehoort * mitsgaders noch de noordensten eijcken boom, staende aen den westensijde van de schuere, met noch de eijcken boom , staende bij het brouwhuys, alle staende op de gronde van Cornelis, den soon. Hier voorens te deele bevallen omme deselve te ruymen voor half meij eerstcomende * item een parcheeltjen erfenisse, genaempt de Corte Rugge, 1 1/2 loopensaet of . Nochtans . gelegen binnen de Heerlijckheijt ende plaetse voornoemt. Aldaer tusschen de erfenisse Adriaen Peter van Gorcum westwaerts, Cornelis Peter van Gorcum noortwaerts, de erfgenaemen van Denis Schelvischen oostwaerts, ende suytwaerts de heerestraete. * item noch een parccheeltjen efenisse, genaempt de Corte Vooren, 1 1/2 loopensaet (0,3 hectare) of de . nochtans ., gelegen binnen de heerlijckheijt ende plaetse voorsegd, aldaer tusschen de erfenisse de kinders Lendert Jans de Bont westwaerts, de erfgenaemen van Denis Schelvischen suyt ende noortwaerts, ende deser kinderen erfenisse oostwaerts. * item noch een parcheeltjen erfenisse, genaempt de Corte Rugge, 2 lopensaet of . nochtans ,, gelegen binnen de Heerlijckheijt ende plaetse voorsegd aldaer tusschen erfenisse de kinderen Lendert Jans de Bont westwaerts, Adriaen Peter van Gorcum noortwaerts, de erfenisse van deser kinderen oostwaerts, ende de erfgenaemen van Denis Schelvisch suytwaerts. * item noch het 1e ende het 5e loth uyt ten westen in den acker, eerste van 12 lopensaeten, gelegen aen den suytsijde van den straet, tegensover der voorgemelte huysinge, hier voorens int loth van Cornelis, den soon, doch staet te weten dat het 1e loth , maerder uytgedruct, van den acker, omtrent 1 1/2 hondt grooter is gelecht als de andere 5 lothen, ende dat om redenen. * item noch een parcheeltjen erve, genamept de Hof, gelegen aen de suytsijde van de straete binnen de Heerlijcheijt ende plaetse voornoemt, aldaer tusschen erfenisse de kinderen van wijlen Cornelis Jan Borsten oostwaerts, ’t onmondich kindt van Teunis Jans Seunen westwaerts, de erfenisse van deser deijlderen suytwaerts, ende ’s Heerenstraete noortwaerts. Sijnde los ende vrij, uytgenomen dat de voornoemde Lendert, den soon, hier uyt jaerlijks sal voldoen ende betaelen aen den H. Geest derde part in 30 gulden, als mede het 3e part van des Heeren chijns, die hier uyt met recht is gaende. item noch 150 gulden capitael aen den H. Geest van Venloon. item noch 42 gulden capitael aen Wouter Herman Aerdts tot Tilborch. item noch 42 gulden capitael aen Wouter Loureijs Wouters. item sal alnoch in vergelijckinge van cavelinge moeten betaelen aen Heijliger sijnen broeder, hier voorens bedeelt, de somme van 38 gulden, de ene helft te betalen van 1 april eerstcomende, ende de ander helft te Bamisse naestvolgende precies, sonder interest. item 8 gulden aen Cornelis, sijnen broeder, den 1e april eerstcomende precis, sonder interest. Voorts is tusschen de voorsegde condividenten wel expresseert, geconditioneert ende ondersproocken, dat ieder van sijn aengecaveld loth ofte parcheelen sal moeten onderhouden alle waterlaten soude mogen subject wesen. Mede is tusschen de voorsegde deijlluyden ondersproocken, dat sij malcanderen sullen moeten wegen ende stegen ter naester velde ende minste schade. Ende hebben de voorsegden condividenten hier mede de eene ten behoeve van den anderen aengecavelde deel, volcomente verstegen ende gerenuntieert met opdragen over geven, ende af gaen, daer toe behooren ende gewoonlijck sijnde. Belovende de eerste 2 comparanten superse et omnia sua bonas habita et habenda (= boven en al zijn goederen worden vastgehouden), ende de voornoemde Wouter Loureijs Wouters op verbintenisse van de goederen van Lendert, den onmondigen sone, dit .. opdragen, overgezet. ende afgaen mitsgaders dese erfelijcke scheijdinge ende deijlinge altoos te houden in henne .. doen houden ende voor goet, vast ende onverbreckelijk van werden sonder eenich wederseggen ende allen Commer, Calangie ofte aentael hier voorens benoemt ieder op sijn engecavelde loth alsoo te voldoen ende betaelen dat de andere deijlsluyden daer van geen hinder ofte schade ende overcomen noch te worde gemaent ofte gemolesteert in eenige manieren. uytgenomen dat de voornoemde deijlluyden sullen de achterstaende interesten der voorgemelte capitaele penningen malcanderen sullen helpen en afdragen ende voldoen tot 1e meij eerstcomende deses jaers ende alles verhalen commer hier voorens niet benoemt malcander ende pro rato te helpen afdoen ende betaelen sonder argelist. Actum den 15e meert 1669. Scabini Coomans ende Buemen |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 80 pg. 86-87 scan 102, 103, 104] | ||
| 26-01-1679 | Jan en Anthonij, tevens voor hun broer Marten, allen kinderen van Goossen Leenderts van den Hove en Commerken Jacobs, maken een boedelscheiding. | [bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 82 f. 68v - 69] |
| van 11-04-1652 tot 20-10-1652 | Folio 51 1. Steven, 2. mr Dierck Coomans, als gevolmachtigde van Goosen Lenaert van den Hove, 3. Maria Hendricxssen, gehuwd met Jan Lenaerts, 4. Jan Janssen Oirlemans, gehuwd met Agneesken, 5. Wouter Laureijssen, gehuwd met Maijken de oude, 6. Marten Joosten van Cuijck, gehuwd met Maijken de jonge, 7. genoemde Steven en Ghijsbert Hendricxssen, als voogden over de onmondige kinderen van Hendrick Hendricxssen en Lijsken, allen kinderen van Lenaert Goossens van den Hoove en Anthonisken Jan Stevens, transporteren goederen aan Cornelis Janssen de Lepper. 11-4-1652 Folio 52 Cornelis Janssen Lepper bekent schuldig te zijn aan de kinderen van Lenaert Goosens van den Hove en Anthonisken Jan Stevens een bedrag van 83 gulden en 12 stuivers terzake van een transport op heden. Uit de aantekening in de marge blijkt dat de schuld op 20-10-1652 ingelost is. 11-4-1652 Folio 52v 1. Steven en Jan, 2. mr Dierck Coomans, als gevolmachtigde van Goosen Lenaert van den Hove, 3. Maria Hendricxssen, gehuwd met Jan Lenaerts, 4. Jan Janssen Oirlemans, gehuwd met Agneesken, 5. Wouter Laureijssen, gehuwd met Maijken de oude, 6. Marten Joosten van Cuijck, gehuwd met Maijken de jonge, 7. genoemde Steven en Ghijsbert Hendricxssen, als voogden over de onmondige kinderen van Hendrick Hendricxssen en Lijsken, allen kinderen van Lenaert Goossens van den Hoove en Anthonisken Jan Stevens, transporteren goederen aan Wouter Jan Wouterssen, wonende te Berkel. 11-4-1652 |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 74 f. 51 - 52 - 52v] |
![]() |
205 Oirlemans Johannes Johannis, rk gedoopt op 21 april 1632 - Loon op Zand - Inv. 2 RK Doopboek 1624-1648 blad 30v |
![]() |
206 Oirlemans Heijligerus Johannis, rk gedoopt op 15 november 1634 in Loon op Zand - Loon op Zand - Inv. 2 RK Doopboek 1624-1648 blad 40 |
| 15-03-1669 | Samenvatting: ---------------- Heijliger en Cornelis, zonen van wijlen Jan Jans Oirlemans en Agneesken Lenderts van den Hove, en Wouter Loureijs Wouters als voogd van Lendert, ook zoon van voornoemd echtpaar, maken een boedelscheiding. Nummering: ------------- In de pdf, horend bij dit inventarisnummer is de Oude nummering = 80 deel a 1-33, deel b 1-39v, deel c 1-52v gebruikt. Die staan er ook met potlood op, doorgestreept. Hier was dit folio 17-18. De aktes hebben ook een originele nummering door de schrijver gemaakt. In dit geval is het akte 8. Toelichting: ------------- Wouter Loureijs Wouters is de zwager, de man van zus Maria Lenderts van den Hove de oude. Transcryptie: --------------- Kennende sij eenygenlijk dat op huyden dat deses voor schepenen onder genoemt in propere persoone is gecomen ende gecompareert, Heijliger ende Cornelis gebroederen, sone wijlen Jan Jansen Oirlemans, waarvan moeder af was Agneesken Leenderts van Hove, ende Wouter Loureijs Wouters als momboir van Lendert, sone wijlen Jan ende Agneesken voornoemt. De Voorsegde Lendert alhier medepresent, Diewelcke metten anderen hebben gemaect ende aengegaen seeckere erfdeeling ende scheijdinge ende deijlinge van de naervolgende erfelijcke goederen, mits het overlijden van gemelte voorsegde ouders eenichsints aengecomen sijn en der vuegen torme ende manieren hier naar beschreven volgende, Overmits der welck die is de voornoemde Cornelis, den soone, te deele bevallen, ende sal deselve alsoo voor sijne portie hebben, houden ende erfelijck blijven possederen: * een stede, de huysinge ende gront vandien metten westens helft van den huysacker, in der vuegen ’t selve afgepaelt is, in ’t geheel 14 loopensaeten (3 hectaren) ofte . nochtans gestaen ende gelegen binnen de Heerlijckheijt van Venloon, ter plaetse genaempt het Craenven, aldaer tusschen erfenisse Tomas Gerits Couwenberch cum suis westwaarts, Wouter Loureijs Wouters noortwaerts, Henrick Willem Meeus (cum suis oostwaerts, doorgestreept) ende ’t onmondich kindt van wijlen Teunis Jans Suenen oostwaerts, ende de Heerenstraete suytwaerts. * item noch ’t 4 weede ende 6 loth uijt ten westen is eenen acker saeylandts tegens over de huysinge, als suyt van de straete gelegen, in der vuegen groote deselve afgepaelt sijn, denselven acker in t geheel 12 loopensaeten (2,5 hectare) of . . nochtans . aldaer tusschen erfenisse ’t weeskindt van Teunis Jans Suenen westwaerts, ’t hofken van deser erfgenaemen, ende de erfenisse van erfgenaemen van den Corst Jan Borsten noortwaerts, de erfgenamen Corst Jan Borsten cum suis suyt ende oostwaerts, sijnde los ende vrij, uytgenoemn dat die oock Cornelis den soon, hier uyt saecke sal gelden ende voldaen het derde part van 30 gulden aen de H. Geest van Venloon, alsmede het derde part van des heeren chijns, die hier met recht is uytgaende. Item noch te voldoen een schepenbrief van 250 gulden Capitael aen de erfgenamen Jan Engelbert Cannerts, ende sal noch in vergelijckinge daerenboven noch moeten beealen aen Heijliger ende Lendert, sijne broeders ieder de somme van 175 . Ieder . van dien helft te betaelen 1 april eerstcomende, ende de ander helft te Bamisse (1 oktober) daer naestvolgende, precies ende sonder interest. Waertegens voornoemde Heijliger, den soon, bij blinde lothe, te deele bevallen is, ende sal deselve alsoo voor sijne portie hebben, houden ende erfelijck blijven possederen, * eerstens de timmer van de Schuere ende de 2 suydenste eijcken boomen, staende op de grondt van het eerste loth, van Cornelis de soonstaende aen den westensijde van voorsegde schuere omme deselve schuere ende voorens te ruymen voor half meij eerstcoomende precies * item noch de oostelijcke helft van den huysacker beneffens erfenisse van Henrick Willem Meeus ende ’t onmondich kindt van Teunis Jans Seunen * item noch het 3e ende het 4e loth uyt westen, s. van den acker, in t geheel van omtrent 12 lopensaeten of ., gelegen tegens de voorgenoemde huysinge over aen suyt sijde van de straete, hier voorens in t 1e loth van Cornelis, den soon, naer den uitgedruct sijnde los ende vrij, uytgenomen dat de voornoemde Heijliger, den soon, hieruyt jaerlijks sal gelden ende voldoen is jaerlijks 30 gulden jaerlijks aen H. Geest van Venloon, als mede het 3e part van den heeren chijns die hier met recht is uytgaende. item alnoch 200 gulden capitael aen de kinderen van Lendert Jans de Bont. item 50 gulden capitael aen Bastiaen Peeter Jans. Ende waertegens de voornoemde Lendert, den soon, in t bijwesen van voorsegde wouter, sijnen momboir, bij blinde lothe te deele bevallen is, ende sal deselven alsoo voor sijne portie hebben, houden ende erfelijk possederen: * eerstens de timmer van ’t torfschop, verckenskoy ende brouwhuys, met noch de brouwerije gereetschap ende voorders toebehoort * mitsgaders noch de noordensten eijcken boom, staende aen den westensijde van de schuere, met noch de eijcken boom , staende bij het brouwhuys, alle staende op de gronde van Cornelis, den soon. Hier voorens te deele bevallen omme deselve te ruymen voor half meij eerstcomende * item een parcheeltjen erfenisse, genaempt de Corte Rugge, 1 1/2 loopensaet of . Nochtans . gelegen binnen de Heerlijckheijt ende plaetse voornoemt. Aldaer tusschen de erfenisse Adriaen Peter van Gorcum westwaerts, Cornelis Peter van Gorcum noortwaerts, de erfgenaemen van Denis Schelvischen oostwaerts, ende suytwaerts de heerestraete. * item noch een parccheeltjen efenisse, genaempt de Corte Vooren, 1 1/2 loopensaet (0,3 hectare) of de . nochtans ., gelegen binnen de heerlijckheijt ende plaetse voorsegd, aldaer tusschen de erfenisse de kinders Lendert Jans de Bont westwaerts, de erfgenaemen van Denis Schelvischen suyt ende noortwaerts, ende deser kinderen erfenisse oostwaerts. * item noch een parcheeltjen erfenisse, genaempt de Corte Rugge, 2 lopensaet of . nochtans ,, gelegen binnen de Heerlijckheijt ende plaetse voorsegd aldaer tusschen erfenisse de kinderen Lendert Jans de Bont westwaerts, Adriaen Peter van Gorcum noortwaerts, de erfenisse van deser kinderen oostwaerts, ende de erfgenaemen van Denis Schelvisch suytwaerts. * item noch het 1e ende het 5e loth uyt ten westen in den acker, eerste van 12 lopensaeten, gelegen aen den suytsijde van den straet, tegensover der voorgemelte huysinge, hier voorens int loth van Cornelis, den soon, doch staet te weten dat het 1e loth , maerder uytgedruct, van den acker, omtrent 1 1/2 hondt grooter is gelecht als de andere 5 lothen, ende dat om redenen. * item noch een parcheeltjen erve, genamept de Hof, gelegen aen de suytsijde van de straete binnen de Heerlijcheijt ende plaetse voornoemt, aldaer tusschen erfenisse de kinderen van wijlen Cornelis Jan Borsten oostwaerts, ’t onmondich kindt van Teunis Jans Seunen westwaerts, de erfenisse van deser deijlderen suytwaerts, ende ’s Heerenstraete noortwaerts. Sijnde los ende vrij, uytgenomen dat de voornoemde Lendert, den soon, hier uyt jaerlijks sal voldoen ende betaelen aen den H. Geest derde part in 30 gulden, als mede het 3e part van des Heeren chijns, die hier uyt met recht is gaende. item noch 150 gulden capitael aen den H. Geest van Venloon. item noch 42 gulden capitael aen Wouter Herman Aerdts tot Tilborch. item noch 42 gulden capitael aen Wouter Loureijs Wouters. item sal alnoch in vergelijckinge van cavelinge moeten betaelen aen Heijliger sijnen broeder, hier voorens bedeelt, de somme van 38 gulden, de ene helft te betalen van 1 april eerstcomende, ende de ander helft te Bamisse naestvolgende precies, sonder interest. item 8 gulden aen Cornelis, sijnen broeder, den 1e april eerstcomende precis, sonder interest. Voorts is tusschen de voorsegde condividenten wel expresseert, geconditioneert ende ondersproocken, dat ieder van sijn aengecaveld loth ofte parcheelen sal moeten onderhouden alle waterlaten soude mogen subject wesen. Mede is tusschen de voorsegde deijlluyden ondersproocken, dat sij malcanderen sullen moeten wegen ende stegen ter naester velde ende minste schade. Ende hebben de voorsegden condividenten hier mede de eene ten behoeve van den anderen aengecavelde deel, volcomente verstegen ende gerenuntieert met opdragen over geven, ende af gaen, daer toe behooren ende gewoonlijck sijnde. Belovende de eerste 2 comparanten superse et omnia sua bonas habita et habenda (= boven en al zijn goederen worden vastgehouden), ende de voornoemde Wouter Loureijs Wouters op verbintenisse van de goederen van Lendert, den onmondigen sone, dit .. opdragen, overgezet. ende afgaen mitsgaders dese erfelijcke scheijdinge ende deijlinge altoos te houden in henne .. doen houden ende voor goet, vast ende onverbreckelijk van werden sonder eenich wederseggen ende allen Commer, Calangie ofte aentael hier voorens benoemt ieder op sijn engecavelde loth alsoo te voldoen ende betaelen dat de andere deijlsluyden daer van geen hinder ofte schade ende overcomen noch te worde gemaent ofte gemolesteert in eenige manieren. uytgenomen dat de voornoemde deijlluyden sullen de achterstaende interesten der voorgemelte capitaele penningen malcanderen sullen helpen en afdragen ende voldoen tot 1e meij eerstcomende deses jaers ende alles verhalen commer hier voorens niet benoemt malcander ende pro rato te helpen afdoen ende betaelen sonder argelist. Actum den 15e meert 1669. Scabini Coomans ende Buemen |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 80 pg. 86-87 scan 102, 103, 104] |
| 05-01-1665 | Aert Janssen de Meijer bekent schuldig te zijn aan Heijltien Cornelis van Esch een bedrag van 100 gulden. Uit de aantekening in de marge blijkt dat de schuld op 6-1-1668 bij Heijliger Janssen Oirlemans, gehuwd met Heijltjen Cornelis van Esch, ingelost is. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 79 f. 172v] | ||
| 06-02-1679 | Peeter Joost Ghijsbrechts en Heijliger Janssen Oerlemans bekennen schuldig te zijn aan de onmondige Jenneken, dochter van Henrick Willems Robemont en zijn 1e huisvrouw Lijsbeth Jans de Hert, een bedrag van 25 gulden en 10 stuivers terzake van geleend geld. Uit de aantekening in de marge blijkt dat de schuld op 10-2-1681 ingelost is |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 82 f70] | ||
| 23-04-1680 | Heijliger Jans Oerlemans bekent schuldig te zijn aan Peterken Teunis, weduwe van Andries Jansen van Wijnsouwen, een bedrag van 50 gulden. Lambert Bromani stelt zich borg. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 83 f 34v] |
| 29-05-1668 | Jan Wouter de Oude, gehuwd met Leijsken Peters, transporteert goederen aan Heijliger, Cornelis en Lendert Jans Oirlemans, broers. Het gaat om 2 percelen zaailand op het Craenven. Het 1e perceel grenzend aan de broers. Ze verplichten zich om jaarlijks 50 gulden te betalen aan de H. Geest van Venloon (ofwel voor de armenzorg), en nog 1 stuiver en 4 penningen in de Dorpslasten. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 80 f 72 scan 88] | ||
| 10-04-1673 | Leendert Wouter Laureijs transporteert goederen aan Heijliger Jans Oerlemans. in de volgende akte: Leendert Wouter Laureijs transporteert goederen aan Cornelis Jans Oerlemans. zijn zij broers? De vader van Cornelis Jans Oerlemans is Jan Cornelis Oerlemans (Schepenbank inv82 f 70 van 6 febr. 1679, waarin ook Gijsbert Jan Oerlemans als broer van Cornelis genoemd is) |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 81 f 174] |
| van 1675 tot 1725 | Samenvatting: ---------------- Jan Gerit Claessen de oude van Heijliger Jansse Oerlemans 1/3 part uit een stede met land e akker, groot 16 loopensaet, 18 roeden 3 Pond 11 Stuivers 12 Penningen Cornelis (zijn naam is er voorgezet) Leendert Jansse Oerlemans 1/3 part als den selven van Geerit Cornelis Corstiaenssen 2 Pond 13 Stuivers 3 Penningen Peeter Adriaen Bastert van Leendert Jansse Oerlemans en Geerit Cornelis Corstiaenssen lant noch van de erfgenamen Geerit Cornelis Corstiaensen nieuw lant 2 Pond 13 Stuivers 3 Penningen De weduwe van Cornelis Jansse Oerlemans 1/3 part als noch van de weduwe Peeter Geeritse Couwenlaer lant van de weduwe Corstiaen Jan Borsten 5 Pond 2 Stuivers 2 Penningen De weduwe Peter Cornelis Oerlemans van haar ouders oud en nieuw lant en noch van de weduwe van Cornelis Jansse Oerlemans voor 1/2 3 Pond 15 Stuivers 9 Penningen Toelichting: ------------ Een ordinair verpondingenboek werd voor langere tijd gebruikt, De waarden bleven gelijk. Voor een precieze tijdbepaling dus niet echt geschikt. Ik heb vanuit de omschrijving in het archief: Eind 17e eeuw - Begin 18e eeuw dit vertaald naar 1675-1725. |
[bron: Loon op Zand - Dorpsbestuur Inv. 797 f. 51v] |
| 18-10-1684 | getuige doop Hendrien Oerlemans (1684-na 1751) [zie 436,IV] | [oom vaderszijde] | [bron: Loon op Zand - Inv. 4 RK Doopboek 1671-1686 - Blad 78] |
![]() |
207 Oirlemans Cornelius Johannis, rk gedoopt op 2 sept. 1640 - Loon op Zand Inv. 2 Doopboek 1624-1648 f. 62 |
| 15-03-1669 | Samenvatting: ---------------- Heijliger en Cornelis, zonen van wijlen Jan Jans Oirlemans en Agneesken Lenderts van den Hove, en Wouter Loureijs Wouters als voogd van Lendert, ook zoon van voornoemd echtpaar, maken een boedelscheiding. Nummering: ------------- In de pdf, horend bij dit inventarisnummer is de Oude nummering = 80 deel a 1-33, deel b 1-39v, deel c 1-52v gebruikt. Die staan er ook met potlood op, doorgestreept. Hier was dit folio 17-18. De aktes hebben ook een originele nummering door de schrijver gemaakt. In dit geval is het akte 8. Toelichting: ------------- Wouter Loureijs Wouters is de zwager, de man van zus Maria Lenderts van den Hove de oude. Transcryptie: --------------- Kennende sij eenygenlijk dat op huyden dat deses voor schepenen onder genoemt in propere persoone is gecomen ende gecompareert, Heijliger ende Cornelis gebroederen, sone wijlen Jan Jansen Oirlemans, waarvan moeder af was Agneesken Leenderts van Hove, ende Wouter Loureijs Wouters als momboir van Lendert, sone wijlen Jan ende Agneesken voornoemt. De Voorsegde Lendert alhier medepresent, Diewelcke metten anderen hebben gemaect ende aengegaen seeckere erfdeeling ende scheijdinge ende deijlinge van de naervolgende erfelijcke goederen, mits het overlijden van gemelte voorsegde ouders eenichsints aengecomen sijn en der vuegen torme ende manieren hier naar beschreven volgende, Overmits der welck die is de voornoemde Cornelis, den soone, te deele bevallen, ende sal deselve alsoo voor sijne portie hebben, houden ende erfelijck blijven possederen: * een stede, de huysinge ende gront vandien metten westens helft van den huysacker, in der vuegen ’t selve afgepaelt is, in ’t geheel 14 loopensaeten (3 hectaren) ofte . nochtans gestaen ende gelegen binnen de Heerlijckheijt van Venloon, ter plaetse genaempt het Craenven, aldaer tusschen erfenisse Tomas Gerits Couwenberch cum suis westwaarts, Wouter Loureijs Wouters noortwaerts, Henrick Willem Meeus (cum suis oostwaerts, doorgestreept) ende ’t onmondich kindt van wijlen Teunis Jans Suenen oostwaerts, ende de Heerenstraete suytwaerts. * item noch ’t 4 weede ende 6 loth uijt ten westen is eenen acker saeylandts tegens over de huysinge, als suyt van de straete gelegen, in der vuegen groote deselve afgepaelt sijn, denselven acker in t geheel 12 loopensaeten (2,5 hectare) of . . nochtans . aldaer tusschen erfenisse ’t weeskindt van Teunis Jans Suenen westwaerts, ’t hofken van deser erfgenaemen, ende de erfenisse van erfgenaemen van den Corst Jan Borsten noortwaerts, de erfgenamen Corst Jan Borsten cum suis suyt ende oostwaerts, sijnde los ende vrij, uytgenoemn dat die oock Cornelis den soon, hier uyt saecke sal gelden ende voldaen het derde part van 30 gulden aen de H. Geest van Venloon, alsmede het derde part van des heeren chijns, die hier met recht is uytgaende. Item noch te voldoen een schepenbrief van 250 gulden Capitael aen de erfgenamen Jan Engelbert Cannerts, ende sal noch in vergelijckinge daerenboven noch moeten beealen aen Heijliger ende Lendert, sijne broeders ieder de somme van 175 . Ieder . van dien helft te betaelen 1 april eerstcomende, ende de ander helft te Bamisse (1 oktober) daer naestvolgende, precies ende sonder interest. Waertegens voornoemde Heijliger, den soon, bij blinde lothe, te deele bevallen is, ende sal deselve alsoo voor sijne portie hebben, houden ende erfelijck blijven possederen, * eerstens de timmer van de Schuere ende de 2 suydenste eijcken boomen, staende op de grondt van het eerste loth, van Cornelis de soonstaende aen den westensijde van voorsegde schuere omme deselve schuere ende voorens te ruymen voor half meij eerstcoomende precies * item noch de oostelijcke helft van den huysacker beneffens erfenisse van Henrick Willem Meeus ende ’t onmondich kindt van Teunis Jans Seunen * item noch het 3e ende het 4e loth uyt westen, s. van den acker, in t geheel van omtrent 12 lopensaeten of ., gelegen tegens de voorgenoemde huysinge over aen suyt sijde van de straete, hier voorens in t 1e loth van Cornelis, den soon, naer den uitgedruct sijnde los ende vrij, uytgenomen dat de voornoemde Heijliger, den soon, hieruyt jaerlijks sal gelden ende voldoen is jaerlijks 30 gulden jaerlijks aen H. Geest van Venloon, als mede het 3e part van den heeren chijns die hier met recht is uytgaende. item alnoch 200 gulden capitael aen de kinderen van Lendert Jans de Bont. item 50 gulden capitael aen Bastiaen Peeter Jans. Ende waertegens de voornoemde Lendert, den soon, in t bijwesen van voorsegde wouter, sijnen momboir, bij blinde lothe te deele bevallen is, ende sal deselven alsoo voor sijne portie hebben, houden ende erfelijk possederen: * eerstens de timmer van ’t torfschop, verckenskoy ende brouwhuys, met noch de brouwerije gereetschap ende voorders toebehoort * mitsgaders noch de noordensten eijcken boom, staende aen den westensijde van de schuere, met noch de eijcken boom , staende bij het brouwhuys, alle staende op de gronde van Cornelis, den soon. Hier voorens te deele bevallen omme deselve te ruymen voor half meij eerstcomende * item een parcheeltjen erfenisse, genaempt de Corte Rugge, 1 1/2 loopensaet of . Nochtans . gelegen binnen de Heerlijckheijt ende plaetse voornoemt. Aldaer tusschen de erfenisse Adriaen Peter van Gorcum westwaerts, Cornelis Peter van Gorcum noortwaerts, de erfgenaemen van Denis Schelvischen oostwaerts, ende suytwaerts de heerestraete. * item noch een parccheeltjen efenisse, genaempt de Corte Vooren, 1 1/2 loopensaet (0,3 hectare) of de . nochtans ., gelegen binnen de heerlijckheijt ende plaetse voorsegd, aldaer tusschen de erfenisse de kinders Lendert Jans de Bont westwaerts, de erfgenaemen van Denis Schelvischen suyt ende noortwaerts, ende deser kinderen erfenisse oostwaerts. * item noch een parcheeltjen erfenisse, genaempt de Corte Rugge, 2 lopensaet of . nochtans ,, gelegen binnen de Heerlijckheijt ende plaetse voorsegd aldaer tusschen erfenisse de kinderen Lendert Jans de Bont westwaerts, Adriaen Peter van Gorcum noortwaerts, de erfenisse van deser kinderen oostwaerts, ende de erfgenaemen van Denis Schelvisch suytwaerts. * item noch het 1e ende het 5e loth uyt ten westen in den acker, eerste van 12 lopensaeten, gelegen aen den suytsijde van den straet, tegensover der voorgemelte huysinge, hier voorens int loth van Cornelis, den soon, doch staet te weten dat het 1e loth , maerder uytgedruct, van den acker, omtrent 1 1/2 hondt grooter is gelecht als de andere 5 lothen, ende dat om redenen. * item noch een parcheeltjen erve, genamept de Hof, gelegen aen de suytsijde van de straete binnen de Heerlijcheijt ende plaetse voornoemt, aldaer tusschen erfenisse de kinderen van wijlen Cornelis Jan Borsten oostwaerts, ’t onmondich kindt van Teunis Jans Seunen westwaerts, de erfenisse van deser deijlderen suytwaerts, ende ’s Heerenstraete noortwaerts. Sijnde los ende vrij, uytgenomen dat de voornoemde Lendert, den soon, hier uyt jaerlijks sal voldoen ende betaelen aen den H. Geest derde part in 30 gulden, als mede het 3e part van des Heeren chijns, die hier uyt met recht is gaende. item noch 150 gulden capitael aen den H. Geest van Venloon. item noch 42 gulden capitael aen Wouter Herman Aerdts tot Tilborch. item noch 42 gulden capitael aen Wouter Loureijs Wouters. item sal alnoch in vergelijckinge van cavelinge moeten betaelen aen Heijliger sijnen broeder, hier voorens bedeelt, de somme van 38 gulden, de ene helft te betalen van 1 april eerstcomende, ende de ander helft te Bamisse naestvolgende precies, sonder interest. item 8 gulden aen Cornelis, sijnen broeder, den 1e april eerstcomende precis, sonder interest. Voorts is tusschen de voorsegde condividenten wel expresseert, geconditioneert ende ondersproocken, dat ieder van sijn aengecaveld loth ofte parcheelen sal moeten onderhouden alle waterlaten soude mogen subject wesen. Mede is tusschen de voorsegde deijlluyden ondersproocken, dat sij malcanderen sullen moeten wegen ende stegen ter naester velde ende minste schade. Ende hebben de voorsegden condividenten hier mede de eene ten behoeve van den anderen aengecavelde deel, volcomente verstegen ende gerenuntieert met opdragen over geven, ende af gaen, daer toe behooren ende gewoonlijck sijnde. Belovende de eerste 2 comparanten superse et omnia sua bonas habita et habenda (= boven en al zijn goederen worden vastgehouden), ende de voornoemde Wouter Loureijs Wouters op verbintenisse van de goederen van Lendert, den onmondigen sone, dit .. opdragen, overgezet. ende afgaen mitsgaders dese erfelijcke scheijdinge ende deijlinge altoos te houden in henne .. doen houden ende voor goet, vast ende onverbreckelijk van werden sonder eenich wederseggen ende allen Commer, Calangie ofte aentael hier voorens benoemt ieder op sijn engecavelde loth alsoo te voldoen ende betaelen dat de andere deijlsluyden daer van geen hinder ofte schade ende overcomen noch te worde gemaent ofte gemolesteert in eenige manieren. uytgenomen dat de voornoemde deijlluyden sullen de achterstaende interesten der voorgemelte capitaele penningen malcanderen sullen helpen en afdragen ende voldoen tot 1e meij eerstcomende deses jaers ende alles verhalen commer hier voorens niet benoemt malcander ende pro rato te helpen afdoen ende betaelen sonder argelist. Actum den 15e meert 1669. Scabini Coomans ende Buemen |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 80 pg. 86-87 scan 102, 103, 104] |
| 29-05-1668 | Jan Wouter de Oude, gehuwd met Leijsken Peters, transporteert goederen aan Heijliger, Cornelis en Lendert Jans Oirlemans, broers. Het gaat om 2 percelen zaailand op het Craenven. Het 1e perceel grenzend aan de broers. Ze verplichten zich om jaarlijks 50 gulden te betalen aan de H. Geest van Venloon (ofwel voor de armenzorg), en nog 1 stuiver en 4 penningen in de Dorpslasten. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 80 f 72 scan 88] |
| van 1675 tot 1725 | Samenvatting: ---------------- Jan Gerit Claessen de oude van Heijliger Jansse Oerlemans 1/3 part uit een stede met land e akker, groot 16 loopensaet, 18 roeden 3 Pond 11 Stuivers 12 Penningen Cornelis (zijn naam is er voorgezet) Leendert Jansse Oerlemans 1/3 part als den selven van Geerit Cornelis Corstiaenssen 2 Pond 13 Stuivers 3 Penningen Peeter Adriaen Bastert van Leendert Jansse Oerlemans en Geerit Cornelis Corstiaenssen lant noch van de erfgenamen Geerit Cornelis Corstiaensen nieuw lant 2 Pond 13 Stuivers 3 Penningen De weduwe van Cornelis Jansse Oerlemans 1/3 part als noch van de weduwe Peeter Geeritse Couwenlaer lant van de weduwe Corstiaen Jan Borsten 5 Pond 2 Stuivers 2 Penningen De weduwe Peter Cornelis Oerlemans van haar ouders oud en nieuw lant en noch van de weduwe van Cornelis Jansse Oerlemans voor 1/2 3 Pond 15 Stuivers 9 Penningen Toelichting: ------------ Een ordinair verpondingenboek werd voor langere tijd gebruikt, De waarden bleven gelijk. Voor een precieze tijdbepaling dus niet echt geschikt. Ik heb vanuit de omschrijving in het archief: Eind 17e eeuw - Begin 18e eeuw dit vertaald naar 1675-1725. |
[bron: Loon op Zand - Dorpsbestuur Inv. 797 f. 51v] |
![]() |
208 Oirlemans Maria Johannis, rk gedoopt op 10 april 1643, dochter van Johannis Oirlemans en Agneesken van den Hove - Loon op Zand Inv. 2 Doopboek 1624-1648 f. 79 |
![]() |
209 Oirlemans Elisabeth Joannis Joannis, rk gedoopt op 15 mei 1646, dochter van Joannis Joannis Oirlemans en Agnetis Leonardis - Loon op Zand Inv. 2 Doopboek 1624-1648 f. 96 |
| van 1675 tot 1725 | Samenvatting: ---------------- Jan Gerit Claessen de oude van Heijliger Jansse Oerlemans 1/3 part uit een stede met land e akker, groot 16 loopensaet, 18 roeden 3 Pond 11 Stuivers 12 Penningen Cornelis (zijn naam is er voorgezet) Leendert Jansse Oerlemans 1/3 part als den selven van Geerit Cornelis Corstiaenssen 2 Pond 13 Stuivers 3 Penningen Peeter Adriaen Bastert van Leendert Jansse Oerlemans en Geerit Cornelis Corstiaenssen lant noch van de erfgenamen Geerit Cornelis Corstiaensen nieuw lant 2 Pond 13 Stuivers 3 Penningen De weduwe van Cornelis Jansse Oerlemans 1/3 part als noch van de weduwe Peeter Geeritse Couwenlaer lant van de weduwe Corstiaen Jan Borsten 5 Pond 2 Stuivers 2 Penningen De weduwe Peter Cornelis Oerlemans van haar ouders oud en nieuw lant en noch van de weduwe van Cornelis Jansse Oerlemans voor 1/2 3 Pond 15 Stuivers 9 Penningen Toelichting: ------------ Een ordinair verpondingenboek werd voor langere tijd gebruikt, De waarden bleven gelijk. Voor een precieze tijdbepaling dus niet echt geschikt. Ik heb vanuit de omschrijving in het archief: Eind 17e eeuw - Begin 18e eeuw dit vertaald naar 1675-1725. |
[bron: Loon op Zand - Dorpsbestuur Inv. 797 f. 51v] |
| 24-12-1714 | Arie van Esch, Peter van der Schoot, geh.m. Jenneke van Esch, Jan Gerit Claessen de oude, geh.m. Angenees (Heijligerus) Oerlemans, dochter van Heijltie van Esch, Leendert Janssen Oerlemans, wed.v. Anneke van Esch, Gelden van Esch, Joost Vermutsert, wed.v. Cornelia van Esch, kinderen van Gelden van Esch, allen erfgenamen va Cornelis Ariens van Esch en Engeltie Hendrix, maken een boedelscheiding. |
[bron: Loon op Zand Schepenbank inv 89 f 113] |
| 24-12-1714 | Arie van Esch, Peter van der Schoot, geh.m. Jenneke van Esch, Jan Gerit Claessen de oude, geh.m. Angenees (Heijligerus) Oerlemans, dochter van Heijltie van Esch, Leendert Janssen Oerlemans, wed.v. Anneke van Esch, Gelden van Esch, Joost Vermutsert, wed.v. Cornelia van Esch, kinderen van Gelden van Esch, allen erfgenamen va Cornelis Ariens van Esch en Engeltie Hendrix, maken een boedelscheiding. |
[bron: Loon op Zand Schepenbank inv 89 f 113] |
| 24-12-1714 | Arie van Esch, Peter van der Schoot, geh.m. Jenneke van Esch, Jan Gerit Claessen de oude, geh.m. Angenees (Heijligerus) Oerlemans, dochter van Heijltie van Esch, Leendert Janssen Oerlemans, wed.v. Anneke van Esch, Gelden van Esch, Joost Vermutsert, wed.v. Cornelia van Esch, kinderen van Gelden van Esch, allen erfgenamen va Cornelis Ariens van Esch en Engeltie Hendrix, maken een boedelscheiding. |
[bron: Loon op Zand Schepenbank inv 89 f 113] |
| 05-01-1665 | Aert Janssen de Meijer bekent schuldig te zijn aan Heijltien Cornelis van Esch een bedrag van 100 gulden. Uit de aantekening in de marge blijkt dat de schuld op 6-1-1668 bij Heijliger Janssen Oirlemans, gehuwd met Heijltjen Cornelis van Esch, ingelost is. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 79 f. 172v] |
| 24-12-1714 | Arie van Esch, Peter van der Schoot, geh.m. Jenneke van Esch, Jan Gerit Claessen de oude, geh.m. Angenees (Heijligerus) Oerlemans, dochter van Heijltie van Esch, Leendert Janssen Oerlemans, wed.v. Anneke van Esch, Gelden van Esch, Joost Vermutsert, wed.v. Cornelia van Esch, kinderen van Gelden van Esch, allen erfgenamen va Cornelis Ariens van Esch en Engeltie Hendrix, maken een boedelscheiding. |
[bron: Loon op Zand Schepenbank inv 89 f 113] |
| 24-12-1714 | Arie van Esch, Peter van der Schoot, geh.m. Jenneke van Esch, Jan Gerit Claessen de oude, geh.m. Angenees (Heijligerus) Oerlemans, dochter van Heijltie van Esch, Leendert Janssen Oerlemans, wed.v. Anneke van Esch, Gelden van Esch, Joost Vermutsert, wed.v. Cornelia van Esch, kinderen van Gelden van Esch, allen erfgenamen va Cornelis Ariens van Esch en Engeltie Hendrix, maken een boedelscheiding. |
[bron: Loon op Zand Schepenbank inv 89 f 113] |
| 24-12-1714 | Arie van Esch, Peter van der Schoot, geh.m. Jenneke van Esch, Jan Gerit Claessen de oude, geh.m. Angenees (Heijligerus) Oerlemans, dochter van Heijltie van Esch, Leendert Janssen Oerlemans, wed.v. Anneke van Esch, Gelden van Esch, Joost Vermutsert, wed.v. Cornelia van Esch, kinderen van Gelden van Esch, allen erfgenamen va Cornelis Ariens van Esch en Engeltie Hendrix, maken een boedelscheiding. |
[bron: Loon op Zand Schepenbank inv 89 f 113] |
| 24-12-1714 | Arie van Esch, Peter van der Schoot, geh.m. Jenneke van Esch, Jan Gerit Claessen de oude, geh.m. Angenees (Heijligerus) Oerlemans, dochter van Heijltie van Esch, Leendert Janssen Oerlemans, wed.v. Anneke van Esch, Gelden van Esch, Joost Vermutsert, wed.v. Cornelia van Esch, kinderen van Gelden van Esch, allen erfgenamen va Cornelis Ariens van Esch en Engeltie Hendrix, maken een boedelscheiding. |
[bron: Loon op Zand Schepenbank inv 89 f 113] |
![]() |
210 Schalcken Petri Valerii, trouwt op 19 augustus 1668 in Loon op Zand met Elisabetha Johannis. |
| 05-07-1697 | getuige doop Cornelius Walteri Schalck (1697-1751) [zie 440,IV] | [oom moederszijde] | [bron: Inv.nr. 05 - Loon op Zand - doopboek 1687-1711 en trouwboek 1685-1715 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 491, Doop-, trouw- en begraafboeken Loon op Zand 1608-1810, inventarisnummer 5, blad 54v] | |||
| 01-06-1701 | getuige doop Elisabetha Wouterse Schalcke (geb. 1701) [zie 440,VI] | [oom moederszijde] | [bron: Inv.nr. 05 - Loon op Zand - doopboek 1687-1711 en trouwboek 1685-1715 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 491, Doop-, trouw- en begraafboeken Loon op Zand 1608-1810, inventarisnummer 5, blad 70v] |
| 13-10-1699 | getuige doop [waarschijnlijk] Maria Walteri Schalck (geb. 1699) [zie 440,V] | [tante moederszijde] | [bron: Inv.nr. 05 - Loon op Zand - doopboek 1687-1711 en trouwboek 1685-1715 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 491, Doop-, trouw- en begraafboeken Loon op Zand 1608-1810, inventarisnummer 5, blad 64] |
| 11-06-1703 | getuige doop Joanna Schalk (geb. 1703) [zie 440,VII] | [aangetrouwde oom moederszijde] | [bron: Inv.nr. 05 - Loon op Zand - doopboek 1687-1711 en trouwboek 1685-1715 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 491, Doop-, trouw- en begraafboeken Loon op Zand 1608-1810, inventarisnummer 5, blad 78] |
| 07-06-1717 | getuige doop Freijs Witlock (1717-1785) [zie 500,VI] | [grootvader vaderszijde] |
![]() |
211 Breda Cornelis Peters van, en Anna Maria Lombarts gaan op 15 januari 1689 in Oisterwijk in ondertrouw, met als getuigen Jan Peters van Breda en Peter Lombarts |
| 01-02-1717 | getuige doop [waarschijnlijk] Jan van Breda (geb. 1717) [zie 510,II] | [grootmoeder vaderszijde] | [bron: Inv.nr. 09 - Oisterwijk - doopboek 1696-1728 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 867, Doop-, trouw- en begraafboeken Oisterwijk 1597-1810, inventarisnummer 9, blad 173] |
![]() |
212 Boer Walterus Jasper van den, en Joanna Godefridi Driessen van Vessem gaan in Moergestel in ondertrouw voor de rk kerk op 23 oktober 1677, met F. Francisco van Hove als getuige |
| 09-03-1680 | getuige doop Godefridus van Eersel (geb. 1680) | [aangetrouwde oom moederszijde] | [bron: Inv.nr. 01 - Moergestel - doopboek 1626-1706, trouwboek 1631-1649, 1663-1706 en aantekeningen van begraven 1631-1649 en 1668-1706 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 866, Doop-, trouw- en begraafboeken Moergestel 1616-1810, inventarisnummer 1, blad 107] | |||
| 01-02-1717 | getuige doop Jan van Breda (geb. 1717) [zie 510,II] | [grootvader moederszijde] | [bron: Inv.nr. 09 - Oisterwijk - doopboek 1696-1728 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 867, Doop-, trouw- en begraafboeken Oisterwijk 1597-1810, inventarisnummer 9, blad 173] |
![]() |
213 Boer Joanna van den, rk gedoopt in Oisterwijk op 18 november 1679, dochter van Wouter van den Boer en Joanna van den Boer, getuigen Peter de Cort en Guielma van Vessem |
![]() |
214 Boer Godefridus van, rk gedoopt in Oisterwijk op 21 september 1682, zoon van Wouter van den Boer en Joanna Goijerts, met als getuigen Jan van den Boer en Adriana Willems |
![]() |
217 Boer Margareta van den, op 24 november 1692 rk gedoopt in Oisterwijk als dochter van Walterus van den Boer en Joanna Goijarts, met als getuigen Antonius Wernarts en Elisabetha Jans |
| 17-12-1714 | getuige doop Cornelia van Breda (1714-1791) [zie 255] | [tante moederszijde] | [bron: Inv.nr. 09 - Oisterwijk - doopboek 1696-1728 (rooms-katholieke parochie) 1696-1728, folio 157, scanpagina 156] |
| 05-11-1618 | Vooraf: -------- In de akte staat Hendrick Deijns. Dit kan de Hendrick zijn, die getrouwd is met Dimpna Soeters, of zijn zoon Hendrick, dan weduwnaar van Elisabeth van Iersel. Aangezien het niet duidelijk is om welke het gaat, heb ik de akte bij beide vastgelegd. Samenvatting: ---------------- Lambrecht van Endert, als man van Lysbeth Claes, en Peeter Soeten, als man van Eysken Claes verkopen aan Hendrick Deijns een huis, hof en schuur, en een stuk land te Willaert in t Meulen voor 75 gulden. Deze zijn aanbestorven van Anthonis Vos moederlijke zijde. Ook nog een paar muilen, met enkele schoenen. Lambrecht en Peeter pretenderen hun actie op basis van het testament van Cattelijn Vos. |
[bron: Geel Not. A. van Wesel 1617-1669, deel 1617-1621 sc 70 en 71 Fam.Search] |
| 16-05-1634 | Samenvatting: ---------------- Aanwezig bij de notaris Andries van Wesel zijn Jan Huypens, ook voor zijn broers en zus Wouter, Dingena, Matthijs en Amant, kinderen van Symon Huypens en Cattelijn Willems, met Jacob Huypens, oom van vaderszijde aan de ene kant Hendrick Deins, getrouwd met Cattelijn Willems Cattelijn Willems, aan de andere kant De haefelycke goederen zijn na het overlijden van vader Symon niet verdeeld tussen moeder en de kinderen. Dat doen ze bij dezen. De kinderen krijgen ieder van hun moeder 48 gulden. Jan en Dingena krijgen die meteen, en de andere 3 kinderen later. Hendrik en moeder mogen verder alles in tocht behouden, ofwel zolang moeder nog leeft. Toelichting: ------------- De 5 kinderen krijgen ieder 48 gulden, en dat is in totaal 240 gulden. Dat bedrag is gelijk aan het bedrag dat Hendrik Deins zal geven aan de kinderen van Catharina Willems, zoals de notaris beschrijft op 30 mei 1634, 2 weken later. Aangezien Hendrick en Catharina al in 1619 zijn getrouwd, is vader Symon al een flinke tijd geleden overleden. De kinderen zijn Jan, 35 jaar Wouter, 31 jaar Dingena, 30 jaar Mathijs, 28 jaar Amant, 25 jaar Willebrordus en Maria zijn blijkbaar niet meer in leven. Jacob Huypens is een broer van Symon en was peter bij de doop van de eerstgeborene, Jan, in 1598. Transcriptie (deels): ----------------------- Alsoo de kinderen Simon Huypens, daer moeder af is Cattelijn Willems, waren onverscheiden ende onverdeijlt van de haefelycke goederen, schulden, actdien ende crediten op deselve verstorven ende gesuccedeert van hunnen overleden vader voorgenoempt. Soo is voor deselve kinderen gecompareert Jan Huypens, de oudste van deselve kinderen, met Jacob Huypens, vaderlycke oom van de selve ter eenre, ende Hendrick Deins, als tegenwoordich gehouwelyckt mette weduwe Symon Huypens Cattelijn Willems ter andere sijde. Ende hebben verclaert ende verclaeren midts desen metten anderen minnelycken vereenicht ende overcomen te zijn, nopende de voorseijde verstorving ende gedesolveerde goederen, ende dat in vuegen naervolgende: Geweten dat ten tweede comparant aen ieder van de kinderen van Symon Huypens voorgenoempt wesende, 5 in getallen, te weten Jan, Wouter, Dingena, Matthijs ende Amant Huypens al geven 8 ponden Vlaems eens tot 48 guldens. Ende pachten op de goederen van de selve kinderen uytgevende ende betaelen, ende deselve kinderen houden op den loopenden pacht. Ende tot dien onderhouden de huysingen in goeden wesen ende de reparatien gelijkerwijs de tweeden comparant t selve bij ende midts desen belooft te doen. Daervoor met sijne huysvrouwe verbindende .. , waervoor de tweede comparant met sijne huysvrouwe sal behouden alle haefelycke goederen, schulden, sctien ende conditien op deselve kinderen enichsins daer de afsterving hunner vader verstorven ende sua gesuccedeert. Deselve haefelycke goederen midts dese latende den eersten comparanten ten weille van de tweeden Scanpagina 456: ------------------- comparant, sijnde tot dyen noch besproken desen <binnenmarge staat niet op de scan) tweeden comparant geduerende het leven van sijne huysvrouwe in tochte sal blijven besetten ende gebruycken alle de erfelycke goederen eg.een uitgesondert. . . Is noch mercelycken geonditioneert, dat Jan ende Dingena Huypens hunnen 8 pond Vlaems datelyck sullen trecken, ende op beuren, ende dat de andere 3 kinderen als sij sullen comen tot state, hetsij geestelyck of wereltlyck. Verclaeren de partijen in vuegen voorschreven, vereenicht te wesen, belovende daertegens nyet te comen binnen of buyten docht. Renuncierende ter alle .ceptien dese enichsins contiaverende (?). Aldus gedaen ende gepasseert de 16e mei 1634 ten overstaen van Jan Wendelberch, Jan Verluyten ende Jan Malcot (?) als getuygen hyer over geroepen ende getekent met mij notaris dese stipulerende. And. van Wesel, notaris 1634 <fraaie krullen, betekenis mei?> 16e het hantmerck + van Jan Huypen het hantmerck + van Jacob Huypen het hantmerck + van Hendrick Deins het hantmerck + van Cattelijn Wllems Jan Wendelberch Jan Verluyten Jan Malcot In de kantlijn: --------------- ende comende enighe te sterven, soo sal het part daer sulcken aflijvigheit op te kinderen overwaschen de overblijvende kinderen. Approb. Andries van Wesel 16e mei |
[bron: Geel Not. Andries van Wesel senior 1617-1669, deel 1627-1634 sc. 456 en 457 Fam.Search] | ||
| 30-05-1634 | Samenvatting: ---------------- Op 30 mei 1634 schrijft notaris Andries van Wesel de hierna volgende deling op in aanwezigheid van: Hendrick Deins. Die is eerst getrouwd geweest met Elisabeth van Ierssel, en nu is hij getrouwd met Cattelijn Wlllems (ze zijn getrouwd op 16 mei 1619). Frans Dens. Dat is een zoon van Hendrick (24 jaar), en is getrouwd met Cattelijn Mens (op 10 januari 1634). De momboirs voor de 2e zoon Hendrick Deins (17 jaar): Frans Dens en Petrus van Ierssel. Engelbert en Jacob Ooms: als getuigen erbij geroepen. De goederen uit het huwelijk van Hendrick de oude (ook wel zo genoemd om onderscheid te maken met zijn zoon) en Elisabeth Willems zijn tot nu toe niet verdeeld. Vanaf het verdelen is zoon Frans genoemd Franchoys, waarschijnlijk om het onderscheid te maken met momber Frans Deins. Zoon Frans krijgt toegewezen: het paard of de paarden met het veulen de hoornen beesten, behalve 1 koe het nodige huisraad. Zijn vader zal ookhet nodige huisraad behouden. Frans zal aan zijn broer Hendrick 205 gulden uitreiken, als hij trouwt of als hij 25 jaar wordt. Hij zal 240 gulden uitreiken aan de kinderen van Cattelijn Willems. Toelichting: ------------- Elisabeth van Iersel is overleden tussen 8 aug. 1616 en 1 januari 1618. Al best een lange tijd geleden. De kinderen, die in 1634 nog in leven zijn, waren toen ongeveer 6 jaar en 1 jaar oud. in 1619 is vader Hendrick Deins hertrouwd Zoon Frans is op 10 januari 1634 getrouwd. Dat is waarschijnlijk de aanleiding om de deling te maken en vast te leggen. Zoon Hendrick is bij het opmaken van de akte 17 jaar, en is vertegenwoordigd door zijn momboirs Frans Deins en Petrus van Ierssel. De momboirs waren in principe bloedverwanten. Zeer waarschijnlijk hebben we het hier over de broer van Hendrick (de oude), en een broer van Elisabeth. De verwantschap is niet expliciet genoemd. Ik heb maar 1 Frans Deins gevonden, die in aanmerking komt, en dat is de zoon van Henricus Dens en Dimpna Soeters. Daarom heb ik ook Henricus als hun zoon vastgelegd. Met het nodige voorbehoud. Het gaat hier om roerende goederen. Over huis of land is niet gesproken. Mogelijk is dat wel eerder verdeeld. Zoon Frans zal aan de kinderen van Cattelijn Willems 240 gulden moeten uitreiken. Die zijn niet genoemd. Was zij al eerder getrouwd? Om uit te zoeken. Transcriptie: -------------- De filmopname bevat nogal wat doorschijn van de andere kant van de pagina en de marge van het blad is aan de binnenkant niet helemaal te zien. Het schrift van de notaris is ook nog eens een "breed" schrift, dat ik niet gemakkelijk lees. Vandaar dat ik in de transcriptie nogal wat open heb moeten laten. Scanpagina 260 Links: ------------------------- Alsoo Hendrick Deins in sijnen iersten houwelijcke aailieert geweest hebbende met Elisabeth van Ierssel, is tot noch toe onverdeijlt geweest van sijne twee kinderen Frans ende Hendrick Deins. Ende mette onverdeijlde haev.. sijn sekere .. .. ten tweede houwelijcke metten Cattelijn Willems oyck onverdeijlt geweest sijnde van hare kinderen. Ende dat denselven Hendrick Deins met sijne tegenwoordige huisvrouw voorgenoempt, .. .. .. van der haeffelijcke goederen gene sijne huysvrouwen kinderen ene haere .., Soo verclaerten Hendrick toe.., genoempt met Peter van Ierssel ende Frans Deins, natuerlycken soon van den voirschreven Hendrick, als momboirs van Hendrick Deins den jongen, ende Frans Deins, gehouwelyckt met Cattelijn Mens, .. metten anderen overdragen te wesen no.de de successie van der haefelycke goederen op Frans ende Hendrick Deins, duer de afstervinge moeder gevallen, vereenicht ende ver.beert te wesen in plaetsen van scheidinge ende deijlinge, ende dat in der vuegen naer volgens te weten, dat Hendrick Deins de oude voergenoempt, aen sijnen soon Franschoys Deins sal overgeven den paerden mettet veulen, de hoirne beesten, uytgenomen de eene koye, mette st..een, begen, keir.., queerne, ende andere huysraedt, behalvens datghene die denselven Hendrick Deins de oude .. sijn gebruyckyc behoudende. Item eenen koyketel mette cuypen Item volgen denselven Franschoys mette plo.ge daersaen, scherfback, kribbe .., ende iegelycken huysraedt, gelijckerwijs denselven Hendrick Deins allen desselve Scanpagina 260 Rechts: --------------------------- bestralen ende haefelijcke goederen bij ende midts desen is overgevende ende metten lijvenende lijve roerende over sijnen voorgenoempden Franschoys, Ende dat op al op de voet ende laste .. selven Franschoys sal schuldich endegehouden wesen aen de kinderen van Cattelijn Willems te geven 240 guldens, alles in forme ende maniere gelijckerwijs dat mette van kinderen is veraccordeert, Ende tot die aen sijnen broeder Hendrick Deins geven ende betaelen de somme van 205 guldens, als de eersteling sal comen tot houwelijcken of anderen geapprobeerden staet oft .. oudt geworden sijn 25 jaren. Gelijckerwijs Franschoys Deins bij ende midts desen belooft de voorseijden .. sommen van 240 ende 205 belooft te voldoen voor de overgeven van der haefelijcke goederen voorgenoempt. Waer mede alle .. dewelcken .. t sij bij Franschoys Deins oft sijnen broeder Hendrick Deins moesten gepretendeert worden uijt hoofde van hunnen moeder, sullen doen ende te .. Gelijckerwijs de voorgenoempten momboirs van Hendrick Deins, namentlyck Peeter van Ierssel ende Frans Deins beloven allen uytcoop als momboirs staende te houden, sonder daer tegens te comen binnen oft buyten recht, oft enichsins te laten comen, daer telijcken oft indaertelyc (?). Ende belooft eerstelycx Hendrick Deins de oude hij tegens de overgeven van der haefelijcke goederen nyet te comen. Noch Franschoys Deins tegens de belofte van de penningen hiervorens geruert. Reminicerende partijen dat desen uytcoop oft instrument daer uyt sal mogen bevonnist worden Scanpagina 461 Links: ------------------------- voor allen Heeren ende Gerechten. Aldus gedaen ende geportheert den 30en meij 1634 daer in hier waren Engelbert ende Jacob Ooms, als getuygen daer toe geroepen ende gevest (?) met mij notaris dese stipulerende (?). <tekenen:> And. van Wesel Notaris het merck van Hendrick + Deins Frans Dens Pieter van Irsel het hantmerck van Frans Deins, momboirs van Hendrick Deins Engelbert Ooms Jacob Ooms Testes |
[bron: Geel Not. Andries van Wesel senior 1617-1669, deel 1627-1634 sc. 460 en 461 Fam.Search] | ||
| 11-08-1641 | Samenvatting: ---------------- Cattelijn Mens, weduwe van Frans Deins Hendrickszoon, is samen met haar bruidegom Sebastiaen Kerchofs, ter eenre Hendrick Deins de oude (=de vader van Frans Deins) en Amant Mens (=de vader van Cattelijn of de broer) als voogden van de 2 kinderen van Cattelijn en Frans, ter andere Ze zijn overeengekomen, dat de 2 kinderen uit het huwelijk van Cattelijn en Frans 18 jaar lang kost en kledingen zullen krijgen van Cattelijn en Sebastiaen. Ze zullen ook laten leren lezen en schrijven. Hiervoor krijgen Cattelijn en Sebastiaen de haefelijke goederen, ofwel de inboedel die door de kinderen aanbestorven zijn door de dood van hun vader. Bovendien mogen in tocht blijven gebruiken de goederen, gekomen van haar grootvader ende grootmoeder van moederlijke kant. (=van vader en moeder Verschuren). Ook mogen zij in tocht blijven gebruiken de goederen, die voor de kinderen bedoeld zijn, en die nu nog (opa) Hendrick Deins in erftocht heeft. Mocht Hendrick Deins overlijden binnen die 18 jaar, dan mag Cattelijn nog 8 jaar de goederen blijven gebruiken. Ook mogen zij in tocht blijven gebruiken de goederen, gekomen van .leesen Jacob van Ierssel ende zijn huisvrouw. Ook dat zij de goederen die van Frans Deins op haar overgingen in tocht mocht blijven bezitten. Ze wil dit duidelijk hebben. Ze heeft na het overlijden van haar man hier onder geleden. Cattelijn en Sebastiaen zullen de pacht en schulden voor een bedrag van meer dan 300 gulden betalen. Om dit te kunnen doen, mag zij een huizinge verkopen. Aldus gedaan en ondertekend op 11 augustus 1641. Toelichting: ------------ Cattelijn en Sebastiaen trouwen op deze dag voor de kerk. In de akte schrijft de notaris: de toekomende man. Het lijkt erop, dat ze eerst naar de notaris gaan, en later op de dag zullen trouwen. Ze willen voor het huwelijk een aantal zaken duidelijk hebben voor ieder. De 2 kinderen, die ik gevonden heb, zullen Henricus en Elisabeth zijn. Die zijn dan 6 en 4 jaar oud. Cattelijn en Sebastiaen zullen voor ze zorgen en naar school laten gaan om te leren lezen en schrijven voor een tijd van 18 jaar. Dan zijn ze 24 en 22 jaar. De .leesen Jacobus van Iersel en zijn vrouw, zullen familie zijn van de 1e vrouw van Hendrick Deins, te weten Elisabeth van Iersel. Hoe het precies zit, weet ik niet. Ik heb wel een Jacobus van Iersel gevonden, gedoopt op 25 mei 1620 in Geel, als zoon van Joannes van Iersel en Maria Leijs. Daar is Henricus Deens als peter aanwezig. (Geel Sint-Amandus 1571-1640 Dopen blad 111) Transcriptie: -------------- Comparerende voor mij notaris openbaer ende getuijgen naergenoempt Cattelijn Mens, weduwe wijlen Frans Deins Hendricxsen, geassisteert met Sebastiaen Kerchoffs, haeren tegenwoordigen bruydegom, als momboir van de selve ter eenre, endee Hendrick Deins de oude, ende Amant Mens als momboirs v an de kinderen van Frans Deinsvoorgenoempt, daer moeder af is de voorgenoempde Cattelijn Mens ter andere sijden. Welcken voorschreven comparanten bekennen metten in dezen minnelycken verenicht ende veraccordeert te sijn in plaetsen van scheydinge ende deijlinge, ende dat in vuegen ende manieren naervolgende. Te weten datten voorseijde eerste comparante met haren toecomenden man Sebastiaen Kerchoffs de 2 onmondige kinderen, dewelcke sij behouden heeft van haren overleden man Frans Deins voorgenoempt sal costelyck ende erelycken onderhouden van cost, dranck, kleiren, hemden ende wullen tot dat deselve of yder van dyen sal oudt wesen 18 jaren, gedurende deselven tijt van alimentatie deselven kinderen ter scholen besturen, tot dat deselven sullen connen lesen ende schrijven. Waer voor ende in gecomen (?) is van dyen selven eersten comparanten met heuren toecomende man sal behouden allen de haeffelycke goederen op de kinderen, verstorven door de doot van haeren vader. Ende tot dyen blijven in tochten besitten de erfelycke goederen de kinderen aengecomen van haer grootvader ende grootmoeder van moederlycke sijde. Gelijck oyck deselve eerste comparante sal in tochte blijven besitten allen de goedens op de kinderen gedesolveert ende dewelcke Hendrick Deins noch in erftochten is besittende, Ende dat in gevallen, Hendrick Deins voorgenoempt quaem aflijvich te worden binnen den tijt van de voorschreven 18 jaren, ende naer de expiratie van de selven 18 jaren, sal de eerste comparante, deselven goedens noch voor de eene hellicht (=helft) in tochte besitten de tijt van 8 continuele jaren, ende dat respective .. de kinderen sullen in t leven blijven of comen aflijvich te werden. Gelijck oyck deselve eerste comparante naer de voorschreven tijt van 18 jaren, sal voor de hellicht blijven betochten de goedens gecomen van .leesen Jacob van Ierssel ende desselfs huysvrouwe. Ende dat al respective in eersten (?) dat wijlen Frans Deins aen de eerste comparante hadden gelaten ende gemerckt de tochten ende goedens op hem in proprieteijt gedesolveert ende om des aengaende in selven dispuyt, questen of geschillen te comen, ende dat de eerste comparante naer de aflijvichheit van haren overleden man vele .. ende s..enicheijt hadde gelast ende geleden. Dyes is merckelycken besproken, datten eerste comparante met haren tegenwoordigen bruydegom sal betalen alle pachten, schulden, belopende om de 300 guldens, behalvens dat deselven eerste comparante sal tot voldoeninge van de selve schulden mogen vercoopen huysinge metten .. bij haren in saken gelaten veronegen (?), gelijckerwijs de tweede comparanten t selve aen de eerste comparante te sijn, accorderende bij ende midts ofte .omen (toecomen?), dyen sal de voorseijde eerste comparante gedurende t gebruyck van de goedens alle chijnsen, beden, contributien, boetende renthen houden op de loopende pacht. Voer.. partijen voorschreven in vuegen boven verhaelt, vereenicht ende veraccordeert te wesen, belovende .. .. .. .. deser tegens nyet te connen binnen of buyten rechten, remindende van alle exceptien, relvenementen, ende ... dese eenichsins contrarende, constarende. Aldus gedaen ende gepasseert op ten 11e augustus 1641 ten overstaen van Geeraert Goos ende Peter van Broechoven, beijde als getuygen sijen over geroepen ende getekent, ende mij notaris stipulerende, And. van Wesel Notaris 1641 - 11e Cattelijn Mens Sebastiaen Kerckhoffs het merck van + Hendrick Deins Amant Mens Geeraert Goos Peeter van Broechoven |
[bron: Geel Not. A. van Wesel 1617-1669, deel 1640-1647 sc 214 en 215 Fam.Search] |
| 05-11-1618 | Vooraf: -------- In de akte staat Hendrick Deijns. Dit kan de Hendrick zijn, die getrouwd is met Dimpna Soeters, of zijn zoon Hendrick, dan weduwnaar van Elisabeth van Iersel. Aangezien het niet duidelijk is om welke het gaat, heb ik de akte bij beide vastgelegd. Samenvatting: ---------------- Lambrecht van Endert, als man van Lysbeth Claes, en Peeter Soeten, als man van Eysken Claes verkopen aan Hendrick Deijns een huis, hof en schuur, en een stuk land te Willaert in t Meulen voor 75 gulden. Deze zijn aanbestorven van Anthonis Vos moederlijke zijde. Ook nog een paar muilen, met enkele schoenen. Lambrecht en Peeter pretenderen hun actie op basis van het testament van Cattelijn Vos. |
[bron: Geel Not. A. van Wesel 1617-1669, deel 1617-1621 sc 70 en 71 Fam.Search] |
| 03-11-1636 | getuige doop Elisabeth Dens (geb. 1636) | [grootvader vaderszijde] | [bron: Geel rk Dopen Sint-Amandus 1571-1640 Blad 164] |
| van 1616 tot 1617 | Verantwoording in de momberrekeningen door rentmeester Raeymaeckers van ontvangen chijnsen, in dit geval van Elizabeth van Ierssel. Helaas zijn de wezenrekeningen zelf over die periode of daarna niet beschikbaar. |
[bron: Geel - Weeskamer - Momberrekeningen 1616-1617 bl. 3 sc. 10 Fam.Search] |
| 30-05-1634 | Samenvatting: ---------------- Op 30 mei 1634 schrijft notaris Andries van Wesel de hierna volgende deling op in aanwezigheid van: Hendrick Deins. Die is eerst getrouwd geweest met Elisabeth van Ierssel, en nu is hij getrouwd met Cattelijn Wlllems (ze zijn getrouwd op 16 mei 1619). Frans Dens. Dat is een zoon van Hendrick (24 jaar), en is getrouwd met Cattelijn Mens (op 10 januari 1634). De momboirs voor de 2e zoon Hendrick Deins (17 jaar): Frans Dens en Petrus van Ierssel. Engelbert en Jacob Ooms: als getuigen erbij geroepen. De goederen uit het huwelijk van Hendrick de oude (ook wel zo genoemd om onderscheid te maken met zijn zoon) en Elisabeth Willems zijn tot nu toe niet verdeeld. Vanaf het verdelen is zoon Frans genoemd Franchoys, waarschijnlijk om het onderscheid te maken met momber Frans Deins. Zoon Frans krijgt toegewezen: het paard of de paarden met het veulen de hoornen beesten, behalve 1 koe het nodige huisraad. Zijn vader zal ookhet nodige huisraad behouden. Frans zal aan zijn broer Hendrick 205 gulden uitreiken, als hij trouwt of als hij 25 jaar wordt. Hij zal 240 gulden uitreiken aan de kinderen van Cattelijn Willems. Toelichting: ------------- Elisabeth van Iersel is overleden tussen 8 aug. 1616 en 1 januari 1618. Al best een lange tijd geleden. De kinderen, die in 1634 nog in leven zijn, waren toen ongeveer 6 jaar en 1 jaar oud. in 1619 is vader Hendrick Deins hertrouwd Zoon Frans is op 10 januari 1634 getrouwd. Dat is waarschijnlijk de aanleiding om de deling te maken en vast te leggen. Zoon Hendrick is bij het opmaken van de akte 17 jaar, en is vertegenwoordigd door zijn momboirs Frans Deins en Petrus van Ierssel. De momboirs waren in principe bloedverwanten. Zeer waarschijnlijk hebben we het hier over de broer van Hendrick (de oude), en een broer van Elisabeth. De verwantschap is niet expliciet genoemd. Ik heb maar 1 Frans Deins gevonden, die in aanmerking komt, en dat is de zoon van Henricus Dens en Dimpna Soeters. Daarom heb ik ook Henricus als hun zoon vastgelegd. Met het nodige voorbehoud. Het gaat hier om roerende goederen. Over huis of land is niet gesproken. Mogelijk is dat wel eerder verdeeld. Zoon Frans zal aan de kinderen van Cattelijn Willems 240 gulden moeten uitreiken. Die zijn niet genoemd. Was zij al eerder getrouwd? Om uit te zoeken. Transcriptie: -------------- De filmopname bevat nogal wat doorschijn van de andere kant van de pagina en de marge van het blad is aan de binnenkant niet helemaal te zien. Het schrift van de notaris is ook nog eens een "breed" schrift, dat ik niet gemakkelijk lees. Vandaar dat ik in de transcriptie nogal wat open heb moeten laten. Scanpagina 260 Links: ------------------------- Alsoo Hendrick Deins in sijnen iersten houwelijcke aailieert geweest hebbende met Elisabeth van Ierssel, is tot noch toe onverdeijlt geweest van sijne twee kinderen Frans ende Hendrick Deins. Ende mette onverdeijlde haev.. sijn sekere .. .. ten tweede houwelijcke metten Cattelijn Willems oyck onverdeijlt geweest sijnde van hare kinderen. Ende dat denselven Hendrick Deins met sijne tegenwoordige huisvrouw voorgenoempt, .. .. .. van der haeffelijcke goederen gene sijne huysvrouwen kinderen ene haere .., Soo verclaerten Hendrick toe.., genoempt met Peter van Ierssel ende Frans Deins, natuerlycken soon van den voirschreven Hendrick, als momboirs van Hendrick Deins den jongen, ende Frans Deins, gehouwelyckt met Cattelijn Mens, .. metten anderen overdragen te wesen no.de de successie van der haefelycke goederen op Frans ende Hendrick Deins, duer de afstervinge moeder gevallen, vereenicht ende ver.beert te wesen in plaetsen van scheidinge ende deijlinge, ende dat in der vuegen naer volgens te weten, dat Hendrick Deins de oude voergenoempt, aen sijnen soon Franschoys Deins sal overgeven den paerden mettet veulen, de hoirne beesten, uytgenomen de eene koye, mette st..een, begen, keir.., queerne, ende andere huysraedt, behalvens datghene die denselven Hendrick Deins de oude .. sijn gebruyckyc behoudende. Item eenen koyketel mette cuypen Item volgen denselven Franschoys mette plo.ge daersaen, scherfback, kribbe .., ende iegelycken huysraedt, gelijckerwijs denselven Hendrick Deins allen desselve Scanpagina 260 Rechts: --------------------------- bestralen ende haefelijcke goederen bij ende midts desen is overgevende ende metten lijvenende lijve roerende over sijnen voorgenoempden Franschoys, Ende dat op al op de voet ende laste .. selven Franschoys sal schuldich endegehouden wesen aen de kinderen van Cattelijn Willems te geven 240 guldens, alles in forme ende maniere gelijckerwijs dat mette van kinderen is veraccordeert, Ende tot die aen sijnen broeder Hendrick Deins geven ende betaelen de somme van 205 guldens, als de eersteling sal comen tot houwelijcken of anderen geapprobeerden staet oft .. oudt geworden sijn 25 jaren. Gelijckerwijs Franschoys Deins bij ende midts desen belooft de voorseijden .. sommen van 240 ende 205 belooft te voldoen voor de overgeven van der haefelijcke goederen voorgenoempt. Waer mede alle .. dewelcken .. t sij bij Franschoys Deins oft sijnen broeder Hendrick Deins moesten gepretendeert worden uijt hoofde van hunnen moeder, sullen doen ende te .. Gelijckerwijs de voorgenoempten momboirs van Hendrick Deins, namentlyck Peeter van Ierssel ende Frans Deins beloven allen uytcoop als momboirs staende te houden, sonder daer tegens te comen binnen oft buyten recht, oft enichsins te laten comen, daer telijcken oft indaertelyc (?). Ende belooft eerstelycx Hendrick Deins de oude hij tegens de overgeven van der haefelijcke goederen nyet te comen. Noch Franschoys Deins tegens de belofte van de penningen hiervorens geruert. Reminicerende partijen dat desen uytcoop oft instrument daer uyt sal mogen bevonnist worden Scanpagina 461 Links: ------------------------- voor allen Heeren ende Gerechten. Aldus gedaen ende geportheert den 30en meij 1634 daer in hier waren Engelbert ende Jacob Ooms, als getuygen daer toe geroepen ende gevest (?) met mij notaris dese stipulerende (?). <tekenen:> And. van Wesel Notaris het merck van Hendrick + Deins Frans Dens Pieter van Irsel het hantmerck van Frans Deins, momboirs van Hendrick Deins Engelbert Ooms Jacob Ooms Testes |
[bron: Geel Not. Andries van Wesel senior 1617-1669, deel 1627-1634 sc. 460 en 461 Fam.Search] |
| 16-05-1634 | Samenvatting: ---------------- Aanwezig bij de notaris Andries van Wesel zijn Jan Huypens, ook voor zijn broers en zus Wouter, Dingena, Matthijs en Amant, kinderen van Symon Huypens en Cattelijn Willems, met Jacob Huypens, oom van vaderszijde aan de ene kant Hendrick Deins, getrouwd met Cattelijn Willems Cattelijn Willems, aan de andere kant De haefelycke goederen zijn na het overlijden van vader Symon niet verdeeld tussen moeder en de kinderen. Dat doen ze bij dezen. De kinderen krijgen ieder van hun moeder 48 gulden. Jan en Dingena krijgen die meteen, en de andere 3 kinderen later. Hendrik en moeder mogen verder alles in tocht behouden, ofwel zolang moeder nog leeft. Toelichting: ------------- De 5 kinderen krijgen ieder 48 gulden, en dat is in totaal 240 gulden. Dat bedrag is gelijk aan het bedrag dat Hendrik Deins zal geven aan de kinderen van Catharina Willems, zoals de notaris beschrijft op 30 mei 1634, 2 weken later. Aangezien Hendrick en Catharina al in 1619 zijn getrouwd, is vader Symon al een flinke tijd geleden overleden. De kinderen zijn Jan, 35 jaar Wouter, 31 jaar Dingena, 30 jaar Mathijs, 28 jaar Amant, 25 jaar Willebrordus en Maria zijn blijkbaar niet meer in leven. Jacob Huypens is een broer van Symon en was peter bij de doop van de eerstgeborene, Jan, in 1598. Transcriptie (deels): ----------------------- Alsoo de kinderen Simon Huypens, daer moeder af is Cattelijn Willems, waren onverscheiden ende onverdeijlt van de haefelycke goederen, schulden, actdien ende crediten op deselve verstorven ende gesuccedeert van hunnen overleden vader voorgenoempt. Soo is voor deselve kinderen gecompareert Jan Huypens, de oudste van deselve kinderen, met Jacob Huypens, vaderlycke oom van de selve ter eenre, ende Hendrick Deins, als tegenwoordich gehouwelyckt mette weduwe Symon Huypens Cattelijn Willems ter andere sijde. Ende hebben verclaert ende verclaeren midts desen metten anderen minnelycken vereenicht ende overcomen te zijn, nopende de voorseijde verstorving ende gedesolveerde goederen, ende dat in vuegen naervolgende: Geweten dat ten tweede comparant aen ieder van de kinderen van Symon Huypens voorgenoempt wesende, 5 in getallen, te weten Jan, Wouter, Dingena, Matthijs ende Amant Huypens al geven 8 ponden Vlaems eens tot 48 guldens. Ende pachten op de goederen van de selve kinderen uytgevende ende betaelen, ende deselve kinderen houden op den loopenden pacht. Ende tot dien onderhouden de huysingen in goeden wesen ende de reparatien gelijkerwijs de tweeden comparant t selve bij ende midts desen belooft te doen. Daervoor met sijne huysvrouwe verbindende .. , waervoor de tweede comparant met sijne huysvrouwe sal behouden alle haefelycke goederen, schulden, sctien ende conditien op deselve kinderen enichsins daer de afsterving hunner vader verstorven ende sua gesuccedeert. Deselve haefelycke goederen midts dese latende den eersten comparanten ten weille van de tweeden Scanpagina 456: ------------------- comparant, sijnde tot dyen noch besproken desen <binnenmarge staat niet op de scan) tweeden comparant geduerende het leven van sijne huysvrouwe in tochte sal blijven besetten ende gebruycken alle de erfelycke goederen eg.een uitgesondert. . . Is noch mercelycken geonditioneert, dat Jan ende Dingena Huypens hunnen 8 pond Vlaems datelyck sullen trecken, ende op beuren, ende dat de andere 3 kinderen als sij sullen comen tot state, hetsij geestelyck of wereltlyck. Verclaeren de partijen in vuegen voorschreven, vereenicht te wesen, belovende daertegens nyet te comen binnen of buyten docht. Renuncierende ter alle .ceptien dese enichsins contiaverende (?). Aldus gedaen ende gepasseert de 16e mei 1634 ten overstaen van Jan Wendelberch, Jan Verluyten ende Jan Malcot (?) als getuygen hyer over geroepen ende getekent met mij notaris dese stipulerende. And. van Wesel, notaris 1634 <fraaie krullen, betekenis mei?> 16e het hantmerck + van Jan Huypen het hantmerck + van Jacob Huypen het hantmerck + van Hendrick Deins het hantmerck + van Cattelijn Wllems Jan Wendelberch Jan Verluyten Jan Malcot In de kantlijn: --------------- ende comende enighe te sterven, soo sal het part daer sulcken aflijvigheit op te kinderen overwaschen de overblijvende kinderen. Approb. Andries van Wesel 16e mei |
[bron: Geel Not. Andries van Wesel senior 1617-1669, deel 1627-1634 sc. 456 en 457 Fam.Search] | ||
| 30-05-1634 | Samenvatting: ---------------- Op 30 mei 1634 schrijft notaris Andries van Wesel de hierna volgende deling op in aanwezigheid van: Hendrick Deins. Die is eerst getrouwd geweest met Elisabeth van Ierssel, en nu is hij getrouwd met Cattelijn Wlllems (ze zijn getrouwd op 16 mei 1619). Frans Dens. Dat is een zoon van Hendrick (24 jaar), en is getrouwd met Cattelijn Mens (op 10 januari 1634). De momboirs voor de 2e zoon Hendrick Deins (17 jaar): Frans Dens en Petrus van Ierssel. Engelbert en Jacob Ooms: als getuigen erbij geroepen. De goederen uit het huwelijk van Hendrick de oude (ook wel zo genoemd om onderscheid te maken met zijn zoon) en Elisabeth Willems zijn tot nu toe niet verdeeld. Vanaf het verdelen is zoon Frans genoemd Franchoys, waarschijnlijk om het onderscheid te maken met momber Frans Deins. Zoon Frans krijgt toegewezen: het paard of de paarden met het veulen de hoornen beesten, behalve 1 koe het nodige huisraad. Zijn vader zal ookhet nodige huisraad behouden. Frans zal aan zijn broer Hendrick 205 gulden uitreiken, als hij trouwt of als hij 25 jaar wordt. Hij zal 240 gulden uitreiken aan de kinderen van Cattelijn Willems. Toelichting: ------------- Elisabeth van Iersel is overleden tussen 8 aug. 1616 en 1 januari 1618. Al best een lange tijd geleden. De kinderen, die in 1634 nog in leven zijn, waren toen ongeveer 6 jaar en 1 jaar oud. in 1619 is vader Hendrick Deins hertrouwd Zoon Frans is op 10 januari 1634 getrouwd. Dat is waarschijnlijk de aanleiding om de deling te maken en vast te leggen. Zoon Hendrick is bij het opmaken van de akte 17 jaar, en is vertegenwoordigd door zijn momboirs Frans Deins en Petrus van Ierssel. De momboirs waren in principe bloedverwanten. Zeer waarschijnlijk hebben we het hier over de broer van Hendrick (de oude), en een broer van Elisabeth. De verwantschap is niet expliciet genoemd. Ik heb maar 1 Frans Deins gevonden, die in aanmerking komt, en dat is de zoon van Henricus Dens en Dimpna Soeters. Daarom heb ik ook Henricus als hun zoon vastgelegd. Met het nodige voorbehoud. Het gaat hier om roerende goederen. Over huis of land is niet gesproken. Mogelijk is dat wel eerder verdeeld. Zoon Frans zal aan de kinderen van Cattelijn Willems 240 gulden moeten uitreiken. Die zijn niet genoemd. Was zij al eerder getrouwd? Om uit te zoeken. Transcriptie: -------------- De filmopname bevat nogal wat doorschijn van de andere kant van de pagina en de marge van het blad is aan de binnenkant niet helemaal te zien. Het schrift van de notaris is ook nog eens een "breed" schrift, dat ik niet gemakkelijk lees. Vandaar dat ik in de transcriptie nogal wat open heb moeten laten. Scanpagina 260 Links: ------------------------- Alsoo Hendrick Deins in sijnen iersten houwelijcke aailieert geweest hebbende met Elisabeth van Ierssel, is tot noch toe onverdeijlt geweest van sijne twee kinderen Frans ende Hendrick Deins. Ende mette onverdeijlde haev.. sijn sekere .. .. ten tweede houwelijcke metten Cattelijn Willems oyck onverdeijlt geweest sijnde van hare kinderen. Ende dat denselven Hendrick Deins met sijne tegenwoordige huisvrouw voorgenoempt, .. .. .. van der haeffelijcke goederen gene sijne huysvrouwen kinderen ene haere .., Soo verclaerten Hendrick toe.., genoempt met Peter van Ierssel ende Frans Deins, natuerlycken soon van den voirschreven Hendrick, als momboirs van Hendrick Deins den jongen, ende Frans Deins, gehouwelyckt met Cattelijn Mens, .. metten anderen overdragen te wesen no.de de successie van der haefelycke goederen op Frans ende Hendrick Deins, duer de afstervinge moeder gevallen, vereenicht ende ver.beert te wesen in plaetsen van scheidinge ende deijlinge, ende dat in der vuegen naer volgens te weten, dat Hendrick Deins de oude voergenoempt, aen sijnen soon Franschoys Deins sal overgeven den paerden mettet veulen, de hoirne beesten, uytgenomen de eene koye, mette st..een, begen, keir.., queerne, ende andere huysraedt, behalvens datghene die denselven Hendrick Deins de oude .. sijn gebruyckyc behoudende. Item eenen koyketel mette cuypen Item volgen denselven Franschoys mette plo.ge daersaen, scherfback, kribbe .., ende iegelycken huysraedt, gelijckerwijs denselven Hendrick Deins allen desselve Scanpagina 260 Rechts: --------------------------- bestralen ende haefelijcke goederen bij ende midts desen is overgevende ende metten lijvenende lijve roerende over sijnen voorgenoempden Franschoys, Ende dat op al op de voet ende laste .. selven Franschoys sal schuldich endegehouden wesen aen de kinderen van Cattelijn Willems te geven 240 guldens, alles in forme ende maniere gelijckerwijs dat mette van kinderen is veraccordeert, Ende tot die aen sijnen broeder Hendrick Deins geven ende betaelen de somme van 205 guldens, als de eersteling sal comen tot houwelijcken of anderen geapprobeerden staet oft .. oudt geworden sijn 25 jaren. Gelijckerwijs Franschoys Deins bij ende midts desen belooft de voorseijden .. sommen van 240 ende 205 belooft te voldoen voor de overgeven van der haefelijcke goederen voorgenoempt. Waer mede alle .. dewelcken .. t sij bij Franschoys Deins oft sijnen broeder Hendrick Deins moesten gepretendeert worden uijt hoofde van hunnen moeder, sullen doen ende te .. Gelijckerwijs de voorgenoempten momboirs van Hendrick Deins, namentlyck Peeter van Ierssel ende Frans Deins beloven allen uytcoop als momboirs staende te houden, sonder daer tegens te comen binnen oft buyten recht, oft enichsins te laten comen, daer telijcken oft indaertelyc (?). Ende belooft eerstelycx Hendrick Deins de oude hij tegens de overgeven van der haefelijcke goederen nyet te comen. Noch Franschoys Deins tegens de belofte van de penningen hiervorens geruert. Reminicerende partijen dat desen uytcoop oft instrument daer uyt sal mogen bevonnist worden Scanpagina 461 Links: ------------------------- voor allen Heeren ende Gerechten. Aldus gedaen ende geportheert den 30en meij 1634 daer in hier waren Engelbert ende Jacob Ooms, als getuygen daer toe geroepen ende gevest (?) met mij notaris dese stipulerende (?). <tekenen:> And. van Wesel Notaris het merck van Hendrick + Deins Frans Dens Pieter van Irsel het hantmerck van Frans Deins, momboirs van Hendrick Deins Engelbert Ooms Jacob Ooms Testes |
[bron: Geel Not. Andries van Wesel senior 1617-1669, deel 1627-1634 sc. 460 en 461 Fam.Search] |
| 13-03-1636 | getuige doop Catharina Bruers (1636-1703) [zie 652,I] | [grootmoeder vaderszijde] | [bron: Geel rk Dopen Sint-Amandus 1631-1650 bl 37v sc 238 Fam.Search] |
![]() |
221 Oerlmans Jan Cornelis, koopt een hofstad op t Craenven van Jan Fransse Vrindt op 28 febr. 1612 en nog 3 percelen - Loon op Zand - Schepenbank Inv. 62 f. 62r |
| 06-07-1622 | Heilige Geestmeester (Pdf RAT. Loon op Zand. R 63 f 150v d.d. 6-7-1622. Anthonis Hendricksse Oerlmans ende Jan Cornelisse Oerlmans Heijlige geestmeesters der heerlich. Venloon, allen alsulcke actie, recht ende toeseggen als Peter Hendrickxsse Ameroijen is competerende ende toebehoirende in seeckere dellen gelegen onder suijdt hollant, hebben de voirst. Heijlige Geestmeesters in voirst. qualiteijt wettelijck ende erffelijck opgedragen ende overgegeven Willem Arijenaaense Hoeijmeier, ende dat met afgaen ende vertijen alsoo gewoonlijck ende recht is. Gelovende die voirst. Antonis Hendricxsse ende Jan Cornelisse onder verbant van des voirst. Heijlige Geest goederen, dit opdragen, overgeven, vertijen ende affgaen den voirst. Willem Arijensse altois vast ende van waerden te houden. Testes, Jan Wouters ende Dingenman Jansse den 6e julij 1622.) |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 63 f. 150v] |
| 22-01-1626 | Samenvatting: ---------------- Adriaen Diercxsen de Bie, samen met zoons Thomas en Jan, ter eenre, Willem Matheus Jan en Jan Adriaens als voogden van de 5 onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans, Daniel Willemssen en Jan Aertssen als voogden van de onmondige kinderen van wijlen Ivo Gielissen en Niclaes Janssen Haegen, verwekt bij Catharina Cornelis Oirlemans in t bijwesen van de Schouteth van Besoyen als oppervoogd van de wezen aldaar ter andere zijde Daniel Willemsen in de naam van zijn vader Adriaen Iwaenssen als momboir. Het gaat over de successie, de nalatenschap van wijlen Dierck en Cornelis, broers, zonen wijlen Cornelis Oirlemans. Adriaen de Bie zal met zijn kinderen krijgen: * alles uit de verkoop van de meubelen uit het sterfhuis van wijlen Cornelis Cornelis Oirlemans de jonge en Aleijtken de Bie, zijn huisvrouw. * hij zal de onkosten daarvan moeten betalen Voor de weeskinderen: * alle kleren die ten lijve van Cornelis Cornelis Oirlemans behoort hebben Adriaen de Bie mag de oogst van 1626 op alle zaailanden in Venloon hebben. De weeskinderen krijgen de oogst van 1626 op 2 honds land, gelegen in de stede van Anthonis Hendricx. Adriaen de Bie krijgt alle turf, gedelfd op de moeren van de sterfhuizen, en daartoe 3/4 deel in een bank moer, 6 hond groot, in den Hoeck, destijds door Dierck en Cornelis samen verkregen. Hij krijgt ook 100 gulden van de weeskinderen met Pasen 1627. Alle verdere goederen delen Adriaen en de weeskinderen volgens het landrecht van Zuid-Holland. Toelcihting: ------------- Adriaen de Bie is de vader van Aleijtken, de vrouw van Cornelis Cornelis Oirlemans de jonge. Thomas en Jan zijn haar broers. De vrouw van Dierck, te weten Henrica Anthonis Hendricx, is hier niet genoemd. Wel in de akte van 29 sept 1628. Dan is ze vertegenwoordigd door zus Marie Anthonis Hendricx Wel is in deze akte sprake van de stede van Anthonis Hendricx, maar ik ben niet zeker of dat met elkaar in verband staat. Hier is Cornelis Cornelis Oirlemans de jonge genoemd. Dat betekent dat er ook een Cornelis Cornelis Oirlemans de oude geweest moet zijn. Dat kan een oudere broer of zijn vader geweest zijn. In dit geval is het zijn vader, zoals blijkt uit de akten van 8 januari 1629 en 8 nov. 1642 waarin zijn zus genoemd wordt: Cathalijn dochtere wijlen Cornelis Cornelis Oirlemans genoemd wordt. Transcriptie: -------------- RAT. Loon op Zand. R 64 f 20r t/m 21r d.d. 22-1-1626. Alsoo seeckere questien ende geschillen waeren opgestaen ende geresen ende noch meer geschaepen waeren op te staen ende te gerijsen tusschen Adriaen Diericxssen de Bie ter eenre, ende Jannen Adriaens ende Willemen Matheus Janssen beijden als momboiren van de vijff onmondige kinderen wijlen Jan Cornelis Oirlemans, ende met hen Daniel Willemssen ende Jan Aertssen als momboiren respective van de onmondige kinderen wijlen Ivo Gielissen ende Niclaes Janssen Haegen verweckt bij Catharina dochtere Cornelis Oirlemans ter anderen zijde. Belangende de successie der goederen bij wijlen Dierck ende Cornelis, gebroeders, sonen wijlen Cornelis Oirlemans voorst. achtegelaeten. Om alle welcke te verhueden ende metter minnen te neder te leggen. Soo zijn voor schepenen van Venloon naergenoempt gecompareert ende erschenen in hennen propere persoonen de voorst. Adriaen Diercxssen de Bie geassisteert met Thomas ende Jan sijne sonen ende de voorn. Jan Adriaens ende Willem Matheeus als momboirs van de voorst. onmondige kinderen wijlen Jan Cornelis Oirlemans met Daniel Willemssen in den naeme van Adriaen Iewaenssen zijnen vader als momboir, met Jan Aertssen alhier present zijnde over de onmondige kinderen respective van wijlen Ivo Gielissen ende Niclaes Janssen Haeghen bovengeschr. int bijwesen van den Heere Schouteth van Besoijen als oppervoocht van de weesen aldaer. Ende hebben bekent ende geleden, kennen ende lijden midts desen metten anderen overcomen ende veraccordeert te wesen in vuegen ende manieren hiernaer volgende. Te weten dat die voorst. Adriaen Diercxssen de Bie met zijnen kinderen sal voor vuijt hebben allen de meubelen die in den sterffhuijse van wijlen Cornelis Cornelis Oirlemans de jonge ende Aleijtken de Bie zijne huijsvrouwe bevonden ende vercocht zijn. Behoudelijck dat de selven Adriaen de Bie gehouden sal wesen te voldoen ende te betaelen allen de oncosten die tot noch toe in den voorst. sterffhuijse sijn gevallen, sonder dat de voorst. momboiren off wel de voorst. onmondige daer inne eenichssins gehouden sullen wesen. Ende sullen de selven momboiren in der qualiteijt als voor, daer tegens alleen hebben ende behouden allen de cleederen dien ten lijffve van den voorst. Cornelis Cornelis Oirlemans behoirdt hebben. Noch sal de voorst. Adriaen de Bie totten oogst van desen tegenwoirdigen jaere 1626 toe gebruijcken allen de saijelanden binnen der heerlicheijt van Venloon gelegen zijnde, ende den voorst. sterffhuijsen toecomende. Vuijtgenomen twee hont lants gelegen in de stede van Anthonis Hendricx die de voirst. momboiren ten behoeffe van de voorst. onmondige kinderen behouden ende reserveren om voirden voorst. jaere 1626 oijck gebruijckt te wordden. Dies sullen de contributien ende andere dorps lasten nae advenant van het gebruijck bij de gebruijckers betaelt ende voldaen wordden. Voirts sal de voorst. Adriaen de Bie alleen behouden allen den torff, die op de moeren van de voorst. sterffhuijsen gedelft sijn staende, ende daer toe alsulcke drije vierde parten in seeckere banck moers groot omtrent sess moer honden genoempt in den Hoeck als Dierck ende Cornelis Oirlemans tesaemen vercregen ende achtergelaeten hebben, daer oistwaerts aengelegen is Anthonis Corsten ende westwaerts de erffgenaemen wijlen Jan Sacharias gemeijn ende onbedeijlt met Maijken Anthonis. Ende sullen de voirst. momboiren daerenboven aen den voirst. Adriaen de Bie int hoochtijt van paesschen des jaers 1627 alsnoch uijtreijcken ende betaelen de somme van hondert ca. gld. eens. Ende aengaende de voirdere goederen van de voirst. twee sterffhuijsen het sij haefelijcke off erffelijcke waer ende tot wat plaetsen de selven gelegen souden mogen wesen, egeene van dijen vuijtgescheijden. Allen de selven sullen tusschen de voorst. partijen gedeijlt ende gepaert wordden volgende den lantrecht van Zuijthollant, sonder dat deen off dandere daer inne off aen eenich voirder off meerder recht sal hebben, maar hebben deen tot behoeffve des anders daer op vertegen helmelinge in manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Alles onder last, dat de schulden daer inne de voirst. twee sterffhuijsen gehouden zijn, ende die den voirst. Adriaen de Bie hier boven nijet te last en sijn geleeght mette costen hier omme gedaen ende alnoch te doen in twee gelijcke portie ter wederzijden gedraegen ende betaelt sullen wordden, te weten deen hellicht bij den voirst. de Bie ende dandere hellicht bij de voirst. onmondige kinderen. Allen de welcke de voirst. partijen te weten de voorst. Adriaen de Bie op hem ende allen zijne goederen, hebbende ende vercrijgende, ende de voorst. momboiren op verbintenissen van allen de goederen der voorst. onmondige kinderen, insgelijcx hebbende ende vercrijgende malcanderen geloofft hebben, vast ende steendich te houden ten eeuwigen daegen sonder daer tegens naemaels oijck te doen off comen in eeniger manieren. Renuncierende tot dijen eijnde van allen beneficien ende remenderen van rechte het sij van relievementen off andere die hen in desen eenichssins souden mogen dienen off te staede comen. Allet sonder arch off list. Testes, Dingenman Jan Joosten ende Loeff Henricx van de Graeff, schepenen in Loon den 22e januarij 1626. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 64 f 20r/20v/21r scan 24] | ||
| 20-07-1626 | Samenvatting: ---------------- 1e akte: Jan Peters in den Thuyn, namens Mattheeus Janse Berchmans, heeft voor de heemraden van Besoyen, een hooiland van 7 hond in Besoyen gelegen, overgedragen. Het geld is door Jan Cornelis Oirlemans (zijn schoonzoon) ontvangen. Dat is gedaan om te voorkomen, dat de jaarlijkse lasten op Mattheeus zouden blijven vallen. Zo staat nu voor de schepenen van Venloon, Willem Mattheus Jansen Berchmans, als voor de helft erfgenaam van de goederen van zijn vader, en heeft dit bevestigd ten behoeve van de kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans (de vader van Willem, en ook Jan Cornelis zijn overleden). Dit om de positie van Jan Willem Zuenen (de koper, verwacht ik) te versterken. 2e akte: Thonis Wouter Geeritssen met Adriaen, Willem, Schalcken en Peeter, zijn broers, hadden beloofd om aan Matheeus Janssen Berchmans jaarlijks te betalen een cijns van 12 gulden op 7 februari, de 1e keer in 1625. Dit voor een erfenis met timmering (ik denk: een huis met houten aan -of bijbouw), liggend op ’t Hoekske. 3e akte: Willem, zoon van wijlen Mattheeus Jansse Berchmans aan de ene kant, en Jan Willem Zuenen, als voogd van de onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans en Adriana Mattheus Janse Berchmans, aan de andere kant, hebben een deling gemaakt van een schepenbrief van 100 gulden, ten laste van Cornelis Jan Weerdts, en van de helft van een jaarlijkse rente van 12 gulden, op de goederen van de erfgenamen van Wouter Geeritsen, in ’t Hoekske gelegen. De schepenbrief en de helft van de rente zijn aanbestorven bij de dood van Mattheus Janssen Berchmans. De helft van de rente is voor Willem, en de kinderen vertegen (van vertijgen= afstand doen). Met het voorbehoud dat de helft van de rente tijdens het leven van zijn moeder, Jenneke Lenaert aen ’t Sant, bij haar in tocht zal blijven (zij daar nog recht op zal hebben). De schepenbrief komt in handen van de kinderen. Toelichtig: ----------- Na het overlijden van Matheeus Jansse Berchmans en Jan Cornelis Oirlemans is het blijkbaar nodig om een aantal zaken vast te leggen. Jan Cornelis Oirlemans is getrouwd met de Adriaentken, de zus van Willem. Dus eigenlijk gaat het over de rechten en de deling tussen Willem en zijn zus van de goederen van hun vader. Zoals het hooiland te Besoyen, dat verkocht is aan Jan Willem Zuenen. Zoals ook: de kinderen van Wouter Geeritsen verklaren dat aan Matheeus Jansse elk jaar betaald zou worden voor hun huis in ’t Hoekske. Als laatste akte is de verdeling van een schepenbrief en de helft van de opbrengst van het huis aan ’t Hoekske geregeld tussen de erfgenamen van Matheeus Jansse Berchmans. Hierbij is bepaald dat de weduwe dit recht tot haar dood zal bezitten. De weduwe is hier met name genoemd: Jenneke Lenaert aen ’t Sant. Transcryptie: --------------- RAT. Loon op Zand. R 64 f 64r d.d. 20-7-1626. Condt zije eenen iegelijcken. Alsoe Jan Peters in den Thuijn ten behoeffne van Matheeus Janssen Berchmans voor heemraeders der ambachtsheerlijcheijt Besoijen hadde opgedraegen ende overgegeven een stuck hoijlants seven hont off daer omtrent int geheel begrijpende, gelegen in de voorst. ambachtsheerlijcheijt, oistwaert de Heere van Tilborch, zuijtwaert Goijaert Claessen, westwaert Ghijsbrecht Hendrick Wouters alias Span, ende noirtwaert den schouwsloot. Sonder dat de voorst. Matheeus Janssen tot betaelinge van den selven hoijlande gelder off stuijver hadde gefimeert, maer wel ter contrarien waeren allen de cooppenningen geschoten ende getelt door handen van Jan Cornelis Oirlemans. Sijnde de voorst. opdrachte oft gifte ten behoeffne van den voorst. Matheeus Janssen bij kennisse van de voorst. Jan Cornelis alleen geschiedt om te verhueden zeeckere oncosten die jaerlijcx op den voorst. hoijlande gevallen ende geresen souden hebben, soe verre het selven ten behoeffne van den selven Jan getransporteert hadde geweest. Soe is gestaen voor schepenen ondergeschreven Willem sone Matheeus Janssen erffgenaem voor deene hellicht van den selven Matheeus, ende heeft op het voorst. stuck hoijlants tsaemen op allen schepenen letteren daer aff gewach doende, ende allen den rechten hem daer inne eenichsins competerende off naemaels alnoch te competeren ten behoeffne van de onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans wettelijck ende erffelijck vertegen helmelingen in manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Gelovende sup se et bona etc. consitituerende ende machtich maeckende tot meerder vasticheijt van dijen Jannen Adriaen Zuenen, om de voorst. verthijenisse ede renunciatie voor den gerichte van Besoijen ende elders daer des van noode soude moegen wesen te vernijeuwen ende te erkennen ende alles daer inne te doen, des den stijl van de selven gerichten eijschen ende dicteren sal, ende hij constituant present ende voor oogen wesende selver soude cunnen off moegen doen, alwaer oijck soe etc. Testes, Dingeman Jansse ende Dierck Raessen den 20e julij 1626. RAT. Loon op Zand. R 64 f 64v d.d. 20-7-1626. Condt zij eenen iegelijcken. Alsoe Thonis sone Wouter Geeritssen met Adriaen, Willem, Schalcken ende Peeter zijne broeders, hadden geloeft te gheven ende te vergelden Matheeus Janssen Berchmans eenen jaerlijckse ende erffelijcke chijns van twelff gulden jaerlijcx hollants permissie gelt, alle jaer vrij van alle lasten ende schattingen op den 7e februari te betaelen, waer aff den 1e betaeldach verschijnen souden den 7e februarij 1625, vuijt ende van hender erffenisse metter timmeringe daer op staende, gelegen binnen der heerlicheijt Venloon ter plaetsen genoempt Thoecxken (=’t Hoekske), oistwaerts end westwaerts de erffgenaemen van Thonis Geeritssen, zuijdtwaert des heeren straete, ende noirtwaert totte meeren. Ende noch vuijt eenen acker saijlants rontsomme in erffenisse van Geerit Thonis erffgenaemen. Sijnde de selve jaerlijcxe rente te los met 200 gulden hollants permisse gelt, gelijck dat in schepenen letteren van Venloon daer op gemaeckt breeder begreepen staet in date den 7e februarij 1624. Ende waer oijck de voorst. Matheeus Jansse int constitueren als zijnde de resterende hondert gulden geschoten bij Willem Matheeus Janssen, die oversulcx sustineerde de eene rechte te competeren, alles nijettegenstaende den constitutiebrieff ten sijne behoeffne nijet ende was luijdende: Soe is gestaen voor schepenen ondergeschr. Jan Adriaen Zuenen als wettich momboir van de onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans bij den selven wijlen Jan ende Adriana zijne huijsvr. dochtere Matheeus Jansse voorst. tesamen verweckt als erffgenaemen voor de eene hellicht van de selven Matheeus, int bijwesen van Goijaert Geeritssen van Duppen, stadthouder der voorst. heerlicheijt. Ende heeft in den naem van de selven onmondige kinderen hem ierst ende vooral op alles aengaende de gelegentheijt der saecke wel geinformeert hebben ten behoeffne van den voorst. Willem Matheeus Janssen wettelijcke ende erffelijck vertegen ende gerenuncieert op deene hellicht der voorst. jaerlijcxse rente van twelff gulden, tsaemen op alle schepenen letteren daer aff gewach doende, ende allen den rechten den voorst. onmondige aengaende de voorst. hellicht daer inne eenichsins competerende. Gelovende de voorst. Jan Adriaens op verbintenissen van allen de goederen der voorst. onmondige kinderen, hebbende ende vercrijgende, dit verthijen ende renuncieren den voorst. Willemen altijt vast ende steedich te houden ten eeuwigen daegen sonder eenich wederseggen. Testes et actum ut supra. RAT. Loon op Zand. R 64 f 65r d.d. 20-7-1626. Willem sone wijlen Matheeus Janssen Berchmans ter eenre ende Jan Adriaen Zuenen als wettige momboir van de onmondige kinderen wijlen Jan Cornelis Oirlemans bij den selven wijlen Jan ende Adriana zijne huijsvr. dochtere wijlen Matheeus voorst. tsaemen verweckt int bijwesen van den stadthouder van Venloon ter andere zijden, hebben onderlinge ende met malcanderen gemaeckt ende gedaen eene erffdeijlinge ende erffscheijdige van eene schepenen geloefte van hondert ka. gld. eens ten laste der goederen van Cornelis Willem Weerdts, ende van de hellicht in eene jaerlijcxse rente van twelff gulden op de goeden der erffgenaemen van wijlen Wouter Geeritssen tot Venloon int Hoecxken. Welcke schepenen geloefte ende hellicht der rente den voorst. Willem Matheeus Janssen ende den voorst. onmondige kinderen bij ende overmidts der doot van Matheeus voorst. aenbestorven zijn soo men verclaerden. Overmidts welcker erffdelinge ende erffscheijdinge soe is Willem Matheeus voorst. te deele bevallen ende erffelijck aengecomen de voorst. hellicht in de voorst. rente van twelff gulden jaerlijcx. Op welcke hellicht der voorst. rente tsaemen op allen schepenen letteren daer aff gewach doende ten behoeffne van den voorst. Willem Matheeus heeft de voorst. Jan Adriaen Zuenen in der qualiteijt bovengeschreven wettelijck ende erffelijck vertegen helmelinge in manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Behoudelijck dat Jenneke dochtere Lenaert aen t Sant weduwe wijlen Matheeus Janssen aen de selve hellicht haeren leven lanck sal hebben recht van tochte. Met conditie ut infra. Overmidts etc. Soe is den voorst. onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans te deele bevallen ende erffelijck aengecomen de voorst. schepenen geloefte van hondert gulden eens. Op welcke schepenen geloefte ende allen schepenen letteren daer aff gewach doende ten behoeffne van de voorst. onmondige kinderen, heeft de voorst. Willem Matheeus wettelijck ende erffelijck vertegen helmelingen in manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Behoudelijck etc. ut supra. Met conditien ut infra. Met conditien hier inne toegedaen, dat sij deijlderen malcanderen de voorst. schepenen geloefte, ende de hellicht in de voorst. jaerlijcxse rente van twelff gulden sullen waeren, als men schepenen geloefte ende erffchijns nae lantrecht schuldich is te waeren. Gelovende de voorst. Willem Matheeus sup se et bona etc. dese erffdeijlinge ende erffscheijdinge, dit verthijen ende conditien boven verhaelt malcanderen vast ende steedich te houden ten eeuwigen daegen, sonder eenich wederseggen. Allet sonder argelist. Testes et actum ut supra. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 64 f. 64r-64v-65r] | ||
| 29-09-1628 | Samenvatting: ---------------- 1e Akte: Na het overlijden van Anthonis Hendrick Oirlemans is in 1626 een deling gemaakt zonder dat die vastgelegd is. Dat gebeurt nu alsnog. Hiervoor zijn 3 partijen aanwezig: 1. Wouter Jan Claessen Wouter de bondt, weduwnaar van dochter Anneken Anthonis Hendrick Oirlemans 2. Dochter Marie Anthonis Hendrick Oirlemans, getrouwd met Dierck Adriaen Quirijnen. 3. Als erfgenamen van Cornelis Cornelis Oirlemans de jonge en broer Dierck Cornelis Oirlemans: a. Jan Adriaen Zuene en Willem Matheeus Janssen Berchmans voor de onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans en voor de onmondige kinderen van wijlen Catharina Cornelis Oirlemans b. Thomas en Jan, namens hun vader Adriaen Dierckssen de Bie c. Marie Anthonis Hendrick Oirlemans met voorstaande voogd (=haar man) Wouter, partij 1 krijgt: a. het achterhuis van een huysinge op de Ketsheuvel b. het middelste lot daaraangelegen c. de noordziijde van de akker de Nagtegaal, daar gelegen d. een schuur van een stede op de Vaertkant, met schop e. de Middelste akker (grenzend aan erf van Marie, zijn schoonzus, kinderen van Jan Cornelis Oirlemans, en van hemzelf) f. de akker De Werdt Jan Dielen Marie, partij 2 krijgt: a. het voorhuis van een huysinge op de Vaertkant b. een akker daarbij, grenzend aan Wouter c. een akker daarbij, grenzend aan de kinderen van Jan Cornelis d. een schuur van een stede op de Ketsheuvel, die afgebroken moet worden e. het westelijk lot bij deze stede f. een akker stuk de Nagtegaal Partij 3 krijgt: a. het achterhuis van een huysinge op de Vaertkant: Marie de helft, de anderen samen de andere helft b. het westense lot daarbij c. een akker daarbij d. nog een akker daarbij, grenzend aan Marie e. een kamer aan het huys op de Ketsheuvel f. het oistense lot daarbij d. de zuidzijde van de Nagtegaal Akte 2: Jan, namens zijn vader Adriaen de Bie ter eenre de voogden van de kinderen van Jan en Catharina ter andere hebben verklaard voor schepenen van Venloon in 1626 een accoord gesloten te hebben over de verdeling. Akte 3: Over de verdeling van huysinge te weten huijs, schuere, schop, brouwhuijs ende erffenisse daer aen liggende ende toebehoirende, gelegen binnen der heerlicheijt van Venloon (op de Vaert) aen den Ouden draijer, Marie ter eenre Adriaen de Bie, de voogden van de onmondige kinderen van Jan en Catharina ter andere. Marie voor het overleden kind van Dierck en Hendricxken, voor de helft De anderen voor het overleden kind van Cornelis Cornelis en Aleijtken, en het mondeling accoord van 1626 voor de andere helft. Marie krijgt: a. de grote kamer met opkamer en kelder b. 1e en 3e lot in de Hooge akker c. de noordzijde van de Jacob Geerits Oirlemans De anderen krijgen: a. het groot woonhuis vanaf de kamer met het brouwhuis en de varkenskooi b. 2e en 4e lot in de Hooge akker c. de zuidzijde van de Jacob Geerits Oirlemans Toelichting: ------------- Marie Anthonis Hendricx Oirlemans is de enige van het gezin, die nog in leven is: vader en moeder zijn overleden, haar 2 broers, en haar 2 zussen. Voor haar zus Anneken is haar man Wouter aanwezig. Zij is ook genoemd bij Partij 3. Ik verwacht als erfgename van haar zus Hendricxken. De goederen, verdeeld bij het overlijden van man Dierck en zwager Cornelis Cornelis Oirlemans de jonge, worden vertegenwoordigd door een flink aantal erfgenamen. Dan hadden Dierck en Hendricksken nog een kind dat overleden is, en ook Cornelis Cornelis de jonge en Adriaentken de Bie hadden een onmondig kind dat overleden is. Daarover zijn in 1626 al wel afspraken gemaakt, maar niet op papier gezet. Zo is het al met al een ingewikkelde zaak om te begrijpen hoe het in elkaar steekt. Transcryptie: --------------- RAT. Loon op Zand. R 65 f 53v t/m 55v d.d. 29-9-1628. Condt zij een iegelijcke. Alsoe Wouter sone wijlen Jan Wouter Claessen de Bondt, achtergelaeten weduwnaer wijlen Aneken zijnen huijsvrouwe dochter Anthonis Hendrick Oirlemans ter eenre, Marie des voorst. Anthonis dochter met een momboir bij haer naer gewoonte gecosen ter tweeder, ende Jan Adriaen Zuenen ende Willem Matheeus Janssen Berchmans als wettige momboirs van de onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans, de momboirs van de onmondige kinderen van wijlen Catharina dochtere Cornelis Oirlemans, Thomas ende Jan gebroederen sonen Adriaen Diercxssen de Bie in den naeme van hennen vader ende de voorst. Marie dochtere Anthonis Hendricx met haeren voorst. momboir altesamen erffgenaemen respective van wijlen Cornelis Cornelissen Oirlemans de jonge ende van de onmondige kinde van wijlen Dierck Cornelis Oirlemans ter derder zijden. Onderlinghe ende met malcanderen voor schepenen der heerlicheijt van Venloon in den jaere 1626 gemaeckt ende gedaen hebben seeckere erffscheijdinge ende erffdeijlinge van de goederen naerbeschreven bij wijlen Anthonis Hendricx voorgenoempt achtergelaeten, ende der voorst. partijen elcken vuijtten hooffde als voor bij den rechte van successie ende anderssins aengecomen, soe men verclaerden. Sonder dat van de selve erffscheijdinge ende erffdeijlinghe eenige pertinente notitie gehouden ende ten protocolle ghestelt is. Soe zijn op heden date deser voor ons schepenen ondergeschr. gecompareert ende erschenen in propere persoonen Dierck Adriaen Quirijnen als man ende momboir van Marie dochtere wijlen Anthonis Hendricx voorgenoempt, Jan Adriaen Zuenen ende Willem Matheeus Janssen als wettige momboirs van de voorst. onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans, de selve Jan Adriaen Zuenen insgelijcks als momboir ende in den naeme van de voorst. onmondige kinderen van wijlen Catharina Cornelis Oirlemans ende Jan Adriaen Diercxssen de Bie in den naeme van zijnen vader. Ende hebben de voorst. comparanten soe in der qualiteijt bovengeschr. als mede in den naeme van de bovengeschr. andere condividenten de voorst. erffscheijding ende erffdeijlinge geremoveert, vercleirende daerbij elcken der voorst. condividenten in vuegen ende manieren hiernae volgende te deele bevallen zijn de goederen naerbeschreven. Overmidts welcker erffdeijlinge ende erffscheijdinge, soe hebben de voorst. comparanten bekent dat Wouteren Jan Wouters te deele bevallen is het achterhuijs van eender huijsinge staende binnen der heerlicheijt van Venloon opden Ketshoevel, beginnende van den balck van de caemere, met het geheel groesvelt aen de zuijde zijde van het voorst. achterhuijs gelegen. Noch het middelste loth van de landerijen achter de voorst. huijsinge gelegen, vuijtwijsens de paelen aldaer gesteken. Noch de noirde zijde van eenen acker genoempt den Nachtegael, beginnen van het pat daer over gaende. Noch de schuere van eender stede gelegen binnen der voorst. heerlicheijt ter plaetsen genoempt den Vaertcant mette materialen van het schop daer aen staende op erffenisse daeraenliggende, streckende van de Vaertcant aff zuijtwaert tot Hens Leijten steeghsken toe, noirtwaert, wesende de selve erffenisse vijff voeten breeder als dandere lothen hier tegen deijlende, soe ende in sulcker vuegen als die voorst. erffenisse ter voorst. plaetsen bij de condividenten affgepaelt is. Noch eenen acker genoempt den Middelsten acker gelegen aldaer oistwaert de voorst. Marie dochtere Anthonis Hendricx hier tegendeijlende zuijtwaert het voorst. steeghsken, westwaert de voorst. kinderen van Jan Cornelis Oirlemans ende henne consoirten voorgenoempt ende noirtwaert de voorst. Wouter ende moet desen acker lancx deur eenen voet breeder wesen, dan den westensen acker, den voorst. kinderen van Jan Cornelis Oirlemans ende henne consoirten hier tegen deijlende te deele bevallen. Ende noch eenen acker genoempt de Werdt Jan Dielen gelegen aldaer oistwaert de erffgenaemen Jan Adriaenssen Clercx, zuijtwaert Cornelis Jan Diercxssen, westwaert sheerenstraete ende noirtwaert de voorst. Marie. Sijnde bij de voorst. erffscheijdinghe ende erffdeijlinge oijck geconditioneert dat men de materialen van het voorst. schop metten iersten soude ruijmen, ende dat men vuijt desen lothe soude gelden ende betaelen een derden part van alle chijnsen, renten ende pachten met recht vuijtte goederen van den voorst. Anthonis Hendricx gaende, ende daerenboven dat dit loth over het Groesvelt opten Ketshoevel schuldich soude wesen te wegen ende stegen dandere lothen naer lants oirboir. Met conditien ut infra. Overmidts welcker erffdeijlinge ende erffscheijdinghe, soe hebben de voorst. comparanten bekent dat Marie dochtere Anthonis Hendricx voorst. te deele bevallen is het voorhuijs van eender huijsinghe staende binnen der heerlicheijt van Venloon opten Vaertcant tot het gebijnte inde schauwe incluijs mette erffneisse daeraenliggende, streckende van den vaertcant aff zuijtwaert tot Hens Leijten steeghsken toe noortwaert. Vuijtwijsens de paelen aldaer gesteken. Noch eenen acker gelegen aldaer over het voorst. steeghsken, oistwaert de erffgenaemen wijlen Jan Adriaenssen Clercx, zuijtwaerts het voorst. steeghken westwaert ende noirtwaert de voorst. Wouter Jan Wouters hier tegen deijldende. Noch eenen acker gelegen aldaer oistwaert de voorst. erffgenaemen van wijlen Jan Adriaens Clercx, zuijtwaert den acker genoempt den weerdt Jan Dielen, westwaert sheerenstraete ende noirtwaert de voorst. kinderen van Jan Cornelis Oirlemans ende hennen consoirten. Noch eene schuere van eender stede gelegen binnen der heerlicheijt van Venloon ter plaetsen genoempt den Ketshoevel mette erffenisse daerop de selve schuere is staende. Wel verstaende nochtans dat ingevalle de voorst. schuere afgebroken wordt, dat de selve erffenisse voor soe vele de voorst. schuere is overstaende nijet meer betimmert en soude wordden. Noch het westense loth van de landerijen liggende bij de voorst. stede opten Ketshoevel mette boomen daer op staende oistwaert ende zuijtwaert de voorst. Wouter Jan Wouters, westwaert de voorst. erffgenaemen van wijlen Aert Lochten ende noirtwaert de twelff geerden, mette gerechticheijt van te moegen wegen ende stegen naer lants oirboir over het groesvelt Wouteren Jan Wouters bij dese erffdeijlinge ende erffscheijdinghe te deele bevallen. Ende noch een stuck eckerlants in eenen acker genoempt den Nachtegael, streckende van den pat daer overgaende westwaert op tot erffenisse der erffgenaemen wijlen Ghijsbrecht Joachims. Sijnde bij de voorst. erffscheijdinge ende erffdeijlinghe oijck gecomnditioneert, dat men vuijt desen lothe soude gelden ende betaelen een dordepart van alle renten, chijnsen ende pachten met recht vuijtte goederen van Anthonis Hendricx gaende. Met conditien ut infra. Overmidts welcker erffdeijlinghe ende erffscheijdinge, soe hebben de voorst. comparanten bekent dat den voorst. onmondighe kinderen van wijlen Jan, ende Catharina Cornelis Oirlemans ende Adriaen Diercxssen de Bie, tsaemen voor deen hellicht ende de voorst. Marie dochtere Anthonis Hendricx voor de andere hellicht te deele bevallen is het achterhuijs van eender huijsinghe staende binnen der heerlicheijt van Venloon opten Vaertcant, beginnende van het gebijnte in de schauwe exclus aff mette erffenisse daer op het voorst. achterhuijs is staende. Emmers ter tijdt toe het voorst. achterhuijs nijet affgebroken en soude wordden. Noch het westense loth van de erffenisse daeraenliggende, streckende van den vaertcant aff tot Hens Leijten steeghsken toe noirtwaert, vuijtwijsens de paelen aldaer gesteken. Noch een acker gelegen aldaer over het voorst. steeghsken oistwaert de voorst. Wouter Jan Wouters, zuijtwaert het voorst. steeghsken, westwaert Cornelis Jan Diercxssen ende noirtwaert de voorst. Wouter. Noch eenen acker gelegen aldaer oistwaert de erffgenaemen van Jan Adriaens Clercx zuijtwaert de voorst. Marie dochtere Anthonis Hendricx als hier tegen vuijtten hooffde van haeren vader voor een derdendeel deijlende, westwaerts sheerenstraete ende noirtwaert de erffgenaemen wijlen Aert Clercx. Noch eene caemere staende aen den huijsinghe opten Ketshoevel streckende van den balck inde keucken aff exclus soe wijt de caemer haer streckt metter erffenisse daer op de selve caemere is staende. Mette gerechticheijt van te moegen wegen over het groesvelt naer lants oirboir Wouteren Jan Wouters bij dese voorst. erffdeijlinge ende erffscheijdinge te deele bevallen. Noch het oistense loth van de landerijen achter de voorst. huijsinghe opten ketshoevel gelegen mette boomen daerop staende. Ende noch een stuck eckerlants in eenen acker genoempt den Nachtegael te weten de zuijdenzijde oistwaert de erffgenaem wijlen Aert Vuchten, zuijtwaert sheerenstraete ende de voorst. erffgenaemen van wijlen Aert Vuchten westwaert den voetpat ende noirtwaert de voorst. Wouter Jan Wouters. Alles vuijtwijsens de paelen aldaer bij de condividenten gesteken. Sijnde bij de voorst. erffscheijdinge ende erffdeijlinge oijck geconditioneert dat men vuijt desen lothe soude gelden ende betaelen een dorden part van alle renten, chijnsen ende pachten met recht vuijtte goederen van Anthonis Hendricx gaende. Met conditien ut infra. Met conditien daer inne oijck toegedaen dat zij deijlderen den commer hen benoempt alsoe souden gelden ende betaelen ende de gebuerlijcke rechten ende lasten tot elcx portie staende alsoe souden houden ende onderhouden dat den eenen van den anderen egeen hinder off schade aff en comen in eeniger manieren ende offer eenigen commer op ijemants portie met recht meer geraeckte te comen, daer men alsdoen nijet aff en wiste, dat zij deijlderen den selven malcanderen souden helpen draegen in drije portien. Allet sonder argelist. Testes Dingeman Jan Joosten ende Loeff Hendricx vande Graeff den 29e septembris anno 1628. RAT. Loon op Zand. R 65 f 55v/56r d.d. 29-9-1628. Jan Adriaen Diercxssen de Bie in den naeme van zijnen vader ter eenre ende de bovengeschr. momboiren der kinderen van wijlen Jan ende Catharina Oirlemans ter andere zijden, hebben bekent metten anderen veraccordeert te zijn voor schepenen van Loon anno 1626, dat Adriaen Diercxssen de Bie met vollen rechte alleen sal hebben het deel ende part den voorst. kinderen bij de bovengeschr. erffscheijdinge ende erffdeijlinge te deele bevallen in de stede van wijlen Anthonis Hendricx binnen deser heerlicheijt van Venloon opten vaertcant gelegen. Ende daer tegens sullen de voorst. onmondighe kinderen met vollen rechte alleen behouden het deel den voorst. Adriaen de Bie bij de voorst. erffscheijdinge ende erffdeijlinhe te deele bevallen in de stede opden Ketshoevel gelegen ende oijck deselffs Adriaens de Bie loth hem bij andere erffscheijdinge ende erffdeijlinge te deele bevallen inde stede van Dierck Cornelis Oirlemans aen den ouden draijer gelegen. Testes et actum ut supra. RAT. Loon op Zand. R 65 f 56r t/m 57r d.d. 29-9-1628. Condt zij eenen iegelijcken. Alsoe Marie dochtere wijlen Anthonis Hendrick Oirlemans met eenen momboir bij haer naer gewoonte gecosen ter eenre, ende Adriaen Diercxssen de Bie ende de momboirs van den onmondighe kinderen van wijlen Jan ende Catharina Cornelis Oirlemans ter andere zijden, onderlinghe ende met malcanderen voor schepenen der heerlicheijt van Venloon anno 1626 hadden gemaeckt ende gedaen seeckere erffscheijdinghe ende erffdeijlinghe eender stede, te weten huijs, schuere, schop, brouwhuijs ende erffenisse daer aen liggende ende toebehoirende, gelegen binnen der heerlicheijt van Venloon aen den ouden draijer, der voorst. Marie bij ende overmidts der doot ende afflijvicheijt van den onmondigen kinde van wijlen Dierck Cornelis Oirlemans voor deene hellicht ende den voorst. Adriaen Diercxsen de Bie ende den voorst. onmondighe kinderen respective bij ende overmidts der doot van den onmondigen kinde van wijlen Cornelis Cornelissen Oirlemans de jonge, ende anderssins vuijt crachte van accoirde tusschen hen tsaemenderhandt gemaeckt voor dander hellicht aengecomen, sonder dat van de selve erffscheijdinge ende erffdeijlinge eenige notitie ten protocolle off elders bevonden wordt. Soe zijn op heden date deser voor ons schepenen ondergeschreven ghecompareert ende erschenen in propere persoonen Dierck Adriaen Quirijnen als man ende momboir van de voorst. Marie Anthonis Hendricx ende met hem Adriaen Willemssen als actie ende cessie hebbende van den selven Dierck ter eenre, ende Jan Adriaen Suenen ende Willem Matheeus Janssen Berchmans als wettige momboirs van de voorst. onmondighe kinderen wijlen Jan Cornelis Oirlemans, de selven Jan Adriaen Suenen insgelijcx als momboir ende in den naeme van de kinderen van Catharina Cornelis Oirlemans, midtsgaders de voorst. momboirs hen fort ende sterck maeckende voor den voorst. Adriaen Diercxssen de Bie ter andere zijden. Ende hebben de voorst. comparanten inder qualiteijt bovengeschr. de voorgeruerde erffscheijdinge ende erffdeijlinghe op een nijuws gerenoveeert ende erkent, begheerende dat dese in vuegen naervolgende ten protocolle aengeteeckent sal wordden. Overmidts welcker erffdeijlinge ende erffscheijdinge, soe hebben de voorst. comparanten bekent dat de voorst. Marie te deele bevallen is de groote caemer van den voorst. huijsinge mette opcaemer ende den kelder daer ter zijden staende, midtsgaders de schuere ende de zuijdenzijde van den aenstede. Noch het ierste ende dorde loth in eenen acker genoempt den Hoogen acker, beginnende vuijtten westen van den steeghde aff aen. Ende noch de noirden zijde van eenen acker gelegen aen den noirdenzijde van sheerenvaerte ghenoempt Jacob Geeridt Oirlemans acker. Allen de voorst. parchelen soe groot ende cleijn als die ter voorst. plaetsen gelegen zijn ende zij comparanten ten tijde van den voorst. erffscheijdinge ende erffdeijlinge afgeplaet hebben. Behoudelijc k dat men daer vuijt soude gelden de hellicht van de renten, chijnsen ende pachten, die met recht vuijtte voorst. stede met haere toebehoirten te vergelden staet. Met conditien ut infra. Overmidts etc. soe hebben de voorst. comparanten bekent dat de voorst. Adriaen de Bie ende den voorst. kinderen van Jan ende Catharina Cornelis Oirlemans te deele bevallen is het groot woonhuijs der voorst. stede beginnende van de caemere aff met het brouwhuijs ende verckenskoije daarbij staende mette noirdenzijde van de aenstede. Noch het tweede ende vierde loth in eenen acker genoempt den Hoogen acker beginnende vuijtte westen van den steeeghde aff aen, ende noch de zuijdezijde van eenen acker gelegen aen den noirdenzijde van sheerenvaerte genoempt Jacob Geerit Oirlemans acker. Allen de voorst. parcheelen etc. ut supra. Behoudelijck ut supra. Met conditien ut infra. Met conditien hier inne toegedaen dat zij deijlderen den commer hen hier voorgenoempt alsoe souden gelden ende betaelen de gebuerlijcke lasten ende rechten tot dat elcx portie staende alsoe souden houden ende onderhouden dat den eenen van den anderen egeen hinder off schaede aff en comen in eeniger manieren ende offer eenigen commer op ijemants portie meer geraeckte te comen. Daer men alsdoen nijet aff ende wiste dat zij den selven malcanderen in twee gelijcke portien souden helpen draegen. Behoudelijck oijck dat zij malcanderen souden wegen ende stegen ten naesten velde ende ten minste schaede. Allet sonder arglist. Testes et actum ut supra. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 65 f 53v t/m 57r] | ||
| 19-02-1630 | Samenvatting: ---------------- Willem Mateussen en Jan Jansse Oerlemans, ook namens zijn broer en zussen, verdelen een weiland aan de Cromme Dijk te Besoyen, 8 hond groot. Het weiland is gekomen van Mateus Jan Teuwen. Toelichting: ------------- Jan en zijn broer en zussen zijn kinderen van Jan Cornelis Oerlemans en Ariaentken Mateus zaliger. Willem is een broer van Ariaentken. Zij zijn de 2 kinderen van Mateus Jan Teuwen. Dus eigenlijk is het een deling tussen deze 2 kinderen. Lenart Janssen heeft een afschrift gevraagd, staat bovenaan. Lenart is de bedoelde broer van Jan. De Winterdijk bestaat nog steeds, en loopt nu van Capelle tot de rotonde bij Besoyen (tegenwoordig behorend tot Waalwijk). Op de kadasterkaart van 1832 is de naam Winterdijk verder doorlopend, en zien we ook de Oude Straat. Besoijen was toen een zelfstandige plaats. Transcryptie: ------------------------- Scheijdinghe ende delinge tussen Willem Mateussen ter eenre, ende de weeskinderen van Jan Cornelis Oerlemans mette voochden van dien, ten overstaen van de ge..hten ter andere zijden. Compareerde voor ons Schout ende hemraders (heemraden) der Ambachts van Besoyen, ondergeschreven, Willem Matheussen ter eenre, ende Jan Jansse Oerlemans voor hem selven, vervangende zijn ander broeder en susters ter andere zijden, als mede ten overstaen van Jan Ariaensse Seunen, als momboir ofte toesiender, ende de Schout als oppervoocht van de wesen, ten overstaen van Jan Dyrcxsse ende Aert Schalcken, hemraders van Besoyen, voonoemt, als daer toe geroepen ende gebeden, ende hebben metten anderen geloot, gescheijden ende gearfdeelt, seecker stuck weijlants, gelegen in Besoyen aen de Crommendijck, groot omtrent 8 hond (8x0,14 ha=1,12 ha) lants, gecomen ende hen samen aengecomen van Mateus Jan Teuwen zone. daer oost naest gearstlaet Wouter Peter Willems, west Cartroysen landen, streckende van t hoochste van de Winterdijck ter Ouder straten toe, soo als hier naer volcht als te weeten soo zijn de voorsegde kinderen ende erfgenamen van Jan Cornelis Oerlemans, verweckt bij Ariaentken Mateusse zaliger, bij accort in plaets van blinde lotinge, gevallen, geloot ende gearfdeelt, op te gerechte helft van t voorsegde lant, te meeten van de hooftsloot, onder de voet de dijck af totte gerechte helft toe, en sullen de voorsegde kinderen aen contant gelt van Willem Mateussen daertoe genieten ende alrede ontfangen op sesch hont lants toe. Also verstaen wort het achterste block, soo vele beterte te wesen, de somme van twintich carolus gulden ..onteren over vier hont minder oft meerder de somme van twintich gulden, ende sullen tot haren last nemen de schouwen van t voorsegde loth, te weten, van de straet vrede, ende van des Heerenstraet, sondermeer. Ende Willem Mateusse voornoemt is geloot ende gearfdeelt, ende sal als vorens op elck hont lants toegeven voor de beterschap twintich guldens, die alrede sijn betalet, ende sal tot voorsegd lant maecken de schouwen van de Ouden Straet sloot, ende van de Schepensloot sondermeer, ende sal oock sijn selven en wel beseijnden, midts dat partijen tot samen costen sullen den Scheijsloot oft Dwarssloot in t midden van elcx erve halft .... doch graven ende t hecken metten ..sten op ten dam setten, ende sal dan voort bij Willem Teuwen oft zijn nacomelingen altijts onderhouden worden, midtsgaders sullen .... .. tijen tot haere samen costen, op den dijck oock meacken een gelint met posten ende scheijden, ende het dijckstal bepoten met willigen naer behoeven, ende naer den tijt datter de schouwe overcam, ende daer naer dan bij de voorsegde kinderen ende erfgenamen van Jan Cornelis Oerlemans eeuwelijck onderhouden te worden, ende vertegen ver..tijen hierop eene loth naer den ouden gercomen (?) ende lant recht met hant halen ende met mont soo recht was met alle tegen wegen ende andere gebueren rechten, met recht tot eene lot oft lant behoren naer den .... hercomen, alle t sonder froude in oirconden, dese bij de selve ondertekent op ten 19e february 1630. Jan Dircxssen Aert Schalcken A. van Andel Bovenaan in de marge: extract voor Lenaert Janssen Onderaan in de marge: rest t recht van de brief van de verlichtingen en is ingericht |
[bron: Besoyen - Dorpsbestuur inv. 655 bl. 174r scan 178] | ||
| van 27-02-1631 tot 28-02-1631 | Samenvatting: ---------------- Op 27 februari 1631 delen de kinderen de goederen, nagelaten door hun vader Jan Cornelis Oirlemans. Jan en Lijsken krijgen door loting: * het brouwhuis, schop en grond, De Oude Stede genaamd, op t Craenven, 12 lopensaat (2,3 ha.), gelegen tussen ’s Heerenstraat en Duiksche Hoeve * de Langen akker aldaar, 2 lp (0,4 ha.) * 1 perceeltje land aldaar, 1 lp * een klein hofje aldaar, 23 roei (300m2, 30mx10m) * het hofje voor de stede * lotje land aan de Vonder * hooiland 8 hond in t Ambacht van Besoyen over de winterdijk (1,1 ha.) * hooiland 5 hond in t Ambacht van Besoyen over de Oude Straat, ongedeeld met Andries Peters en Jan Adrdiaen Diercxssen de Bie * hooiland 8 hond in t Ambacht van Capelle in de Zuidewijn, ongedeeld met Adriaen Diercxssen de Bie * ze betalen aan Lenaert en Adriaentken op vastenavond 1632 voor vergelijking 125 gulden Lenaert en Adriaentken krijgen door het lot: * een stede met timmeringe en akker, genaamd jan Vrients stede, in t Craenven * akker 1 1/2 lp, westwaarts Heerenstraat en Duiksche Hoeve * akker 1 1/2 lp, gespleten van de Oude stede * akker 4 lp * akker 1 1/2 lp * hooiland 8 hond in Besoyen over de Schouwsloot * hooiland 4 hond in Besoyen aan de Crommendijk * hooiland 3 hond tot Capelle over de Oude straat, ongedeeld met Adriaen Diercxssen de Bie, jacop Hendricx en anderen * hooiland 7 hond in ’Ambacht van Capelle in de Zuidenweg, ongedeeld met Mel Aertssen en anderen Op 28 februari 1632 verdelen Jan en Lijsken hun deel: Jan: * de Oude stede en alle hei en percelen op t Craenven * hij betaalt 250 gulden aan Lijsken * hij ontvangt de huur van 1 jaar op de stede (het lijkt erop, dat Lijsken en haar man daar wonen) Lijsken: * alle percelen hooiland tot Capelle en Besoyen Toelichting: ------------- Hier is een zus van Jan en Lenaert genoemd, namelijk Adriaentken. Die kende ik nog niet. In de akte van 22 januari 1626 staat: ... momboir van de 5 onmondige kinderen wijlen Jan Cornelis Oirlemans. Die kinderen zijn niet met name genoemd. Daar kende ik er 3 van met hun naam: Jan, Lijsbeth en Lenaert, en nu dus ook Adriaentken. Misschien komt hun 5e kind ook nog ergens naar boven. Pdf RAT. Loon op Zand. R 65 f 169v/171r d.d. 27-2-1631. Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans ter eenre, Adriaen sone wijlen Cornelis Diercxssen als man ende momboir van Lijsken zijnen huijsvrouwe dochtere des voorst. wijlen Jan Cornelis ter tweeder, ende Jan Adriaen Zuenen ende Willem Matheussen als wettige momboiren bij den heere geordonneert van Lenaerden ende Adriaentken onmondige kinderen wijlen Jan Cornelis Oirlemans voorgenoempt ter derder ende vierder zijden, hebben onderlinge ende met malcanderen gemaeckt ende gedaen eene erffscheijdinge ende erffdeijlinge van den goederen naebeschreven, hen ende den voorst. onmondige kinderen bij ende overmidts der doot ende afflijicheijt van henne ouders ende anderssins erffelijck aengecomen zijnde soe men verclaerden. Overmidts welcker erffscheijdinge ende erffdeijlinge, soe is den voorst. Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans ende Adriaen sone wijlen Cornelis Diercxssen in der qualiteijt bovengeschreven bij blinde lothe bij den schouteth van Venloon van sheeren wegen geleght, tsaemen te deele bevallen brouwhuijs, schop ende grondt ende erffenisse daeraenliggende genoempt d’oude stede, twelff lopensaet ende 8 1/2 roeijen lants int geheel begrijpende, gelegen binnen der heerlicheijt van Venloon ter plaetsen genoempt het Craenven tusschen den waterlaet ende erffenisse Jan Hendricx Verduijn aen de eene zijde oistwaerts ende tusschen erffenisse de weduwe Denis Janssen Loijen ende meer andere aen dandere zijde westwaerts, streckende van sheerenstraete totte Duijcxe hoeve. Noch eenen acker lants genoempt den Langen acker, gelegen aldaer tusschen erffenisse Jan Hendricx Verduijn voorgen. aen d’eene zijde oistwaerts ende tusschen den voorst. waterlaet aen dandere zijde westwaert, streckende van sheerenstraete tot aen erffenisse des voorst. Jan Verduijns noirtwaerts. Noch een stucxken lants twee loopensaeten ende 13 roeijen int geheel begrijpende gelegen aldaer aen de zuijdezijde van sheerenstraete, oistwaert, zuijtwaert ende westwaert aen erffenisse Corstiaen sone wijlen Jan Joosten Borsten ende noirtwaert aen sheerenstraete. Noch een parceeltken lants geschickt op een loopensaet, gelegen aldaer op het hooch, oistwaert, westwaert ende noirtwaert aen erffenisse des voorst. Corstiaens ende zuijtwaert aen erffenisse Cornelis Willemssen de Pruijser. Noch een cleijn hoffken groot omtrent 23 roeijen, gelegen aldaer aen den zuijde zijde van den voorst. sheerenstraete, oistwaert aen erffrenisse des voorst. Corstiaens, zuijtwaert aen erffenis van Lenaert ende Adriaentken onmondige kinderen hier tegen deijlende ende noirtwaert aen sheerenstraete. Noch een hoffke gelegen aldaer voor de stede, toecomende de weduwe ende kinderen wijlen Henrick Goossens oistwaert aen de voorst. weduwe Denis Janssen Loijen, zuijtwaert sheerenstraete ende westwaert ende noirtwaert de erffgenaemen Cornelis Adriaens. Noch een lotken lants genoempt aen den Vonder oistwaert aen den aterlaet, zuijtwaert aen de weduwe Denis voorgen. westwaert de voorst. Lenaert ende Adriaentken hier tegen deijlende ende nnoirtwaert de voorst. erffgen. Cornelis Adriaens. Noch een stuck hoijelants acht hont off daer omtrent int geheel begrijpende gelegen in den Ambachte van Besoijen over den winterdijck genoempt het Hoijelant achter Goijaert Claessen oistwaert aen erffenisse des heere van Tilborch, zuijtwaert aen den winterdijck, westwaert Ghijsbert Hendricxssen Span ende noirtwaert aen den schouwsloot. Noch vijff hont lants in een stuck hoijelants gelegen in den Ambachte van Besoijen over d’Oude straete, gemeijn ende onbedeelt met Andries Peters ende Jan sone Adriaen Diercxssen de Bie. Ende noch acht hont hoijelants off daer omtrent in een stuck lants gelegen in den Ambachte van Cappelle inden Zuijdewijn, gemeijn ende onbedeelt met Adriaen Diercxssen de Bie. Allen de voorst. parceelen van erffgoederen soe groot ende cleijn als de selve ter voorst. plaetsen gelegen zijn ende gelijck zij deijlderen vercleirden malcanderen gedesigneert ende gewesen te hebben. Op welcke parceelen van goederen cum litteris et jure ten behoeve van den voorst. Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans ende Adriaen sone wijlen Cornelis Diercxssen, hebben de voorst. momboiren vertegen etc. Behoudelijck dat men vuijt desen lothe gelden sal de helft van alle renten, chijnsen ende pachten die vuijtte voorst. goederen ende vuijtte parceelen van erffenisse den voorst. Lenaerden ende Adriaentken onmondige kinderen des voorst. wijlen Jan Cornelis Oirlemans bij desen erffscheijdinge ende erffdeijlinge te deele bevallen, met recht te vergelden staen ende daerenboven sal dit loth tot vergelijckinge deser erffdeijlinge aen den voorst. Lenaert ende Adriaentken tot vastenavont 1632 geven ende vuijtreijcken tsaemen de somme van hondert ende 25 ca. gld. eens, goet gancbaer gelt. Met conditien ut infra. Overmidts etc. soe is den voorst. Lenaerden ende Adriaentken bij blinde lothe als voor geleeght tsaemen te deele bevallen ende erffelijck aengecomen eene stede lants mette timmeringe daer op staende ende het geheel ackerlant daeraenliggende genoempt Jan Vrients stede gelegen binnen der heerlicheijt Venloon ter plaetsen gen. het Craenven tusschen een parceel ackerlants van anderhalff loopensaet ende vijff roeijen hier ondergenoempt ex vno oistwaert ende tusschen erffenisse der erffgenaemen Cornelis Adriaens etc. westwaert streckende van sheerenstraete totte duijcxse hoeve. Noch een parcheel ackerlants anderhalf lopensaet ende vijff roeijen int geheel begrijpende, gespleten van d’Oude stede, gelegen aldaer oistwaert aen den waterlaet, zuijtwaert ende noirtwaert aen de weduwe Denis Janssen Loijen ende westwaert aen erffenisse van de voorst. stede genoempt Vrienten stede. Noch een parcheel lants van vier loopensaet ende 4 1/2 roije in een acker lants gelegen aldaer aen den zuijde zijde van sheerenstraete, oistwaert ende westwaert Corstiaen Jan Borsten, zuijtwaert Cornelis Willems ende noirtwaert de voirst. Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans ende Adriaen Cornelis Diercxssen hier tegen deijlende met Corstiaen Jan Borsten voorst. Noch een parcheel lants groot anderhalf loopensaet ende omtrent 7 roijen in den selven acker oistwaert ende zuijtwaert aen den voorst. Corstiaen Jan Borsten ende westwaert ende noirtwaert de erffgenaemen wijlen Jan Goijaerts. Noch een stuck hoijelants acht hont oft daeromtrent int geheel begrijpende, gelegen in Besoijen over den schouwsloot achter Goijaert Claessen, oistwaert aen erffenisse des heere van Tilborch, zuijtwaert aen den schouwsloot, westwaert aen den weduwe Geerit van Broechoven ende Aert Wouters van Laerhoven ende noirtwaert aen Ghijsbert Hendricxssen. Noch een stuck hoijelants vier hont oft daer omtrent int geheel begrijpende, gelegen in Besoijen aen den Crommendijck, oistwaert aen erffenisse van Wouter Peter Willems, zuijtwaert aen den winterdijck, westwaert aen Chantroijsen lant ende noirtwaert Willem Matheus. Noch drije hont hoijelants gelegen tot Cappel over de d’Oude straete, gemeijn ende onbedeijlt met Adriaen Diercxssen de Bie, Jacop Hendricx ende meer anderen. Ende noch een stuck hoijelants seven hont oft daeromtrent int geheel begrijpende, gelegen in den ambacht van Cappel in den Zuijdenwijn, onbedeelt met Mels Aertssen ende meer andere, het geheel stuck oistwaert aen Peter Hendrick Haemer, zuijtwaert aen d’oude straete, westwaert aen erffenisse der kinderen Laureijs Peters ende noirtwaert aen den Ganthel. Allen de voorst. parcheelen soe groot ende cleijn ut supra ende daerenboven sal dit loth tot vergelijckinge deser erffdeijlinge van Jan Janssen Oirlemans ende Adriaen Cornelis Diercxssen hier tegen deijlende hebben ende ontfangen tot vastenavont 1632 de somme van hondert en 25 ca. gld. eens goet gancbaer gelt. Op welcke parcheelen van goederen cum litteris et jure ten behoeve van den voorst. Lenaert ende Adriaentken onmondige kinderen des voorst. wijlen Jan Cornelis Oirlemans hebben de voorst. Jan sone Jan Cornelis Oirlemans ende Adriaen sone wijlen Cornelis Diericxssen wettelijck ende erffelijck vertegen etc. Behoudelijck ut supra etc. ende daerenboven sal dit loth etc. Met conditie ut infra. Met conditien hier inne toegedaen, dat zij deijlderen den commer hier in desen benoempt alsoe sullen gelden ende betaelen ende de gebuerlijcke lasten ende rechten tot elcx portie staende alsoe sullen houden ende onderhouden, dat den eenen van den anderen egeen hinder oft schaede aff en sal comen in eeniger manieren. Behoudelijck oijck dat elck een schuldich ende gehouden sal wesen te wegen ende te stegen naer den rechte van den lande, te weten de voorst. Jan ende Adriaen als schulderen principael super se en bona qua etc. ende de voorst. momboiren etc. Allet sonder argelist. Testes Dierck Raessen ende Adriaen Cornelis den 27e februarij 1631. RAT. Loon op Zand. R 65 f 171r/v d.d. 28-2-1631. Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans ter eenre ende Adriaen Cornelis Diercxssen als man ende momboir van Lijsken zijnen huijsvrouwe dochtere des voorst. wijlen Jan Cornelis Oirlemans ter andere zijden, hebben onderlinge ende met malcanderen gemaeckt ende gedaen eene erffscheijdinge ende erffdeijlinge van goederen die hen tsaemen onbedeelt bij den bovengeschr. erffscheijding ende erffdeijlinge te deele bevallen zijn, soe men verclaerden. Overmidts welcker erffdeijlinge ende erffscheijdinge, soe is Jan Janssen Oirlemans bovengen. te deele bevallen d’oude stede op het Craenven met allen de heijbodems ende de parcheelen van erffenisse op het Craenven liggende, die welcke hen tsaemenderhandt bij de voorst. deijlinge aldaer te deele bevallen ende aengecomen waeren. Op welcke parcheelen van goederen tsaemen op allen brieven ende bescheeden daer aff mentie maeckende ten behoeffne des voorst. Jn sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans heeft de voorst. Adriaen Cornelis Diercxssen wettelijck ende erffelijck vertegen helmelingen in manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Behoudelijck dat men vuijt desen lothe sal gelden alle renten, chijnsen ende pachten die met recht daer vuijt zijn gaende. Ende daerenboven sal Jan voorst. betaelen ende voldoen int geheel alsulcke 125 ca. gld. als zij deijlderen aen Lenaerden ende Adriaentken onmondige kinderen Jan Cornelis voorgen. naer luijdt van de voorst. voorgaende deijlinge moeten vuijtreijcken tot vastenavont 1632. Oijck soe sal Jan de gehele huere der voorst. stede voor een jaer ontfangen. Met conditie ut infra. Overmidts etc. soe zijn den voorst. Adriaen sone wijlen Cornelis Diercxssen namens zijn huijsvrouwe te deele bevallen allen de parcheelen van hoijelant soe tot Cappel als Besoijen, die welcke hen deijlderen bij de voirst. voorgaende deijlinge te deele bevallen zijn. Op welcke parceelen van goederen tesaemen op allen brieven ende bescheeden daer aff mentie maeckende ten behoeve van den voorn. Adriaen Cornelis Diercxssen heeft de voorst. Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans wettelijck ende erffelijck vertegen, helmelingen in manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Behoudelijck dat men daer vuijt sal gelden het ghene daerop begroot soude mogen zijn. met conditien ut infra. Met conditien hier inne toegedaen, dat zij deijlderen den commer hen in desen genoempt alsoo sullen gelden ende betaelen de gebuerlijcke lasten ende rechten tot elcx portie staende alsoe sullen houden ende onderhouden, dat deen van dander egeen hinder oft schaede en sal overcomen in eenige manieren ende offer eenigen ouden commer met recht hier op quam daer men ten deser tijdt nijet aff en weet, den selven sullen sij deijlderen malcanderen helpen draegen, ende sal elck zijn loth aenveerden, soe ende gelijck de voorgaende deijlinge is vermelt ende sullen zij oijck malcanderen allen achterstel helpen aff te doen. Gelovende de voorst. deijlderen sup se et bona etc. ten eeuwigen daege onwederroepleijck. Op te verbeurte van hondert ca. gld. tot behoeffne van den armen tot Venloon. Testes D. Raessen ende Ghijsb. Claessen. Actum 28e februarij 1631. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 65 f. 169v/171v scan 205/208] |
| van 11-03-1614 tot 20-08-1615 | Samenvatting: ---------------- Jan Cornelis Cornelisse belooft zijn vader Cornelis Cornelisse 192 gulden en 5 stuivers te betalen voor 2 perceeltjes moer. Zijn vader heeft nog meer percelen verkocht. Toelichting: ------------ De akten zijn van dezelfde dag, en hoewel in de akte van de zoon geen Oerlman genoemd is, zal het hier wel om gaan, gezien de vernoemingen in de akten ervoor. Transcryptie: --------------- RAT. Loon op Zand. R 62 f 130r d.d. 11-3-1614. Geraert Hendricxen ende met hem Ariaen Jan Ariaens ende Ariaen Jansse van Hemert als borghen hebben geloift Cornelis Cornelisse Oerlman de somme van 145 gld. 8 st. te betaelen in vier termijnen elcke termijn 36 gld. 7 st. waer aff den iersten termijn verschijnen sal paesschen 1615, ende soo van paesschen tot paesschen tot volder betalingen. Ende dat ter causen van coop van een luepensaet 4 roijen 5 voeten moeren, gelegen in den wagenmoer van den Egmont. Daer voor verbijnende die voirst. gelovende hennen persoonen ende goederen, present ende toecomende, roerende ende onroerende, ende stellen den selven moer, torven daer aff komende tot hypotheecq ende waerborch. Testes, Peter Sallen ende Cornelis Dircksse den 11e mert 1614. Jan Jansse voor Aentken Faessen zijn moeder. RAT. Loon op Zand. R 62 f 130r/130v d.d. 11-3-1614. Thuenis Thuenisse heeft geloift Cornelis Cornelis Oerlman de somme van 115 gld. 19 st. te betaelen ut sup. in vier termijnen, elcken termijn 28 gld. 19 st. 3 oirt ter causen van een luepensaet en 2 roijen moers, wesende ter oirsaecken van den dijck hen 2 roijen min gereckent, daer voor verbijndende etc. ut sup. Testes et actum ut supra. RAT. Loon op Zand. R 62 f 130v d.d. 11-3-1614. Jan Fransse Vrindt ende met hem Handrick Goossen als borge hebben geloift Cornelis Cornelisse Oerlmans de somma van 126 gld. 13 1/2 st. te betaelen ut sup in vier termijnen, elcken termijn 31 gld. 13 st. 6 penningen, ter causen van een luepensaet 7 roijen 15 voeten moers. Daer voor verbijnende ut sup. Testes et actum ut sup. RAT. Loon op Zand. R 62 f 130v d.d. 11-3-1614. Steven Meeusse ende met hem Handrick Thonis ende Cornelis Jacops als borghen hebben geloift Cornelis Cornelisse Oerlman de somma van 142 gld. 7 1/2 st. te betaelen ut sup in vier termijnen, elcke termijn 35 gld. 11 st. 3 oirt 2 penningen ter causen van een luepensaet 7 roijen 15 voeten moers. Daer voor verbijndende etc. ut sup. Testes et actum ut supra. In marge: bevonnist ter goeder rekening in judictie den 20e augusti 1615. RAT. Loon op Zand. R 62 f 130v d.d. 11-3-1614. Jan Cornelis Cornelisse heeft geloift Cornelis Cornelisse zijnen vader de somma van 192 gld. 5 st. te betaelen in vier termijnen, elcke termijn 48 gld. 1 st. 1 oirt, waer aff den ierste termijn verschijnen sal paesschen 1615 ter causen van twee parceelkens moers, het een groot 36 roijen, 5 voet, 10 duijm, het andere 37 1/2 roijen. Daer voor verbijndende etc. ut sup. Testes et actum ut supra. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 62 f. 130v] | ||
| van 03-11-1616 tot 13-11-1617 | Pdf RAT. Loon op Zand. R 63 f 27r d.d. 3-11-1616. Jan Cornelis Oerlmans ende Willem Matheus Jansse (Berchmans) hebben gelooft Jan Goiaerts (Geritsse) metten zijnen de som van 106 gld. en 11 st. tot 20 st. den gld. gereckent, te betalen in twee termijnen, den eene termijn gereet, den tweede ende lesten over een jaar den 3e november 1617 ter causen van coop van twee moerbodemen daar voor verbindende die voorst. Jan Cornelis ende Willem Matheusse, hennen persoon ende goederen, present ende toecomende ende stellenden den voorst. bodemen tot hypotheecq ende waerborch. Ende is Matheus Jansse (Berchmans) hunnen vader daer voor borgen gebleven, den welcke zij gelooft hebben costeloos ende schadeloos te houden. Onder gelijcke verbijntenissen. Testes et actum ut supra. In marge: Jan Goiaerts metten sijnen hebben bekent van dese gelofte voldaen ende betaelt te zijn, den 13e november 1617. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 63 f. 27r] |
| van 08-01-1629 tot 15-06-1634 | Samenvatting: ---------------- 1e akte: De erfgenamen van Anthonis Hendricxen Oirlemans dragen over aan Wouter, Cornelis ende Geeridt, gebroederen sonen wijlen Henrick Wouter Schalcken, en zus Anneke een stede lants te Kaatsheuvel met huysinge, schuur en erfenisse eromheen, en een akker genaamd de Nagtegaal. Als erfgenamen: Wouter Jan Wouter Claessen de Bondt, weduwnaar van Anneken Anthonis Hendrick Oirlemans, voor 1/3 deel Dierck Anthony Quirijnen, man van Marie Anthonis Hendrick Oirlemans, en Wouter Jan Wouters ook voor het onmondig kind van Jacob Adriaen Jacobs (procuratie voor notaris Aerden van Tuyl te Waalwijk op 6 januari 1629 verleend door bloedvoogd Thomas Corstiaens) voor de onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans voogden Jan Adriaen Suenen en Willem Matheeus Jansen Berchmans voor de onmondige kinderen van wijlen Ivo Gielissen ende Claes Janssen Haegen verweckt bij Catharina dochtere wijlen Cornelis Cornelis Oirlemans altesaemen voor de resterende 2/3 delen. 2e Akte: De kopers zullen vrijgesteld zijn van alle lasten, behalve van een jaarlijkse pacht van 11 1/2 vaten rogge aan de Tafel van de Heilige Geest tot Loon en jaarlijks nog 2 smal hoenders met een capuin gewinchijns aan de Heer van Loon op St. Maarten te betalen. 3e Akte: De kopers zullen er 1810 gulden voor betalen, en wel als volgt: aankomende Pasen 1629 300 gulden het jaar daarna, 1630, ook met Pasen 300 gulden de jaren daarna steeds 200 gulden met Pasen totdat de betaling compleet is. Van de 1e betaling zal 15 gld. 12 1/2 st. voor de schepenen, secretaris, afhanger ende godtspenninck zijn. Daarna de betalingen zoals die door de verkopers ontvangen zijn, met als laatste vermelding, die van 15 juni 1634. Toelichting: ------------- De verkoop gebeurt na de verdeling op 29 september 1628 vastgelegd voor de schepenbank, en na de afspraken die mondeling in 1626 gemaakt zijn. Transcryptie: --------------- RAT. Loon op Zand. R 65 f 67v t/m 68v d.d. 8-1-1629. Wouter sone wijlen Jan Wouter Claessen de Bondt voor een dordendeel, Dierck Adriaen Quirijnen als man ende momboir van Marie zijne huijsvrouwe dochtere wijlen Anthonis Henrick Oirlemans, de voorst. Wouter Jan Wouters vuijt crachte van procuratie hem voor Aerden van Tuijl, notaris openbaer ende seeckere getuijgen op ten 6e januarij lestleden bij Thomas Corstiaens als bloetvoocht van den onmondige kinde van Jacob Adriaen Jacobs binen der Vrijheijt van Waelwijck gegeven ende verleent; Jan Adriaen Suenen ende Willem Matheeus Janssen Berchmans als wettige momboirs van de onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans, ende de voorst. Jan Adriaen Suenen insgelijcx als momboir ende hem fort ende sterck maeckende voor de onmondige kinderen van wijlen Ivo Gielissen ende Claes Janssen Haegen verweckt bij Catharina dochtere wijlen Cornelis Cornelis Oirlemans altesaemen voor de twee resterende dordendeelen. Eene stede lants metter huijsinge ende schuere daerop staende ende erffenisse daer aenliggende, gelegen binnen der heerlicheijt van Venloon ter plaetsen genoempt den Ketshoevel, oistwaert de erffgenaemen wijlen Aert Peeterssen Crents, zuijtwaert sheerenstraete, westwaert de erffgenaemen Aert Wouter Lochten ende noirtwaert de twelff geerden. Ende noch eenen acker genoempt den Nachtegael, gelegen aldaer, oistwaerts de erfrfgenaemen Aert Janssen Vucht, zuijtwaert sheerenvaerte mette selve erffgenaemen, westwaert de erffgenaemen wijlen Ghijsbert Joost Joachims ende noirtwaert de gemeijne straete, beijde de voorst. parcheelen soe groot ende cleijn als die ter voorst. plaetsen gelegen zijn, ende de voorst. Anthonis Hendricxssen midts zijnder doot ende afflijvicheijt heeft geruijmpt ende achtergelaeten soe men verclaerden, hebben zij wettelijck ende erffelijck opgedraegen ende overgegeven Wouter, Cornelis ende Geeridt, gebroederen sonen wijlen Henrick Wouter Schalcken soe tot hennen behoeffne als ten behoeffne van Anneken dochtere wijlen Hendrick Wouters voorst. henne sustere, tsaemen met allen schepenen letteren ende munimenten daeraff gewach doende, ende allen den rechte hen daer inne eenichssins competerende. Met affgaen ende verthijen in manieren in dijen gewoonlijck zijnde. 781. Archief van de schepenbank Loon op Zand, 1358-1810 inv.nr.65 Gelovende de voorst. Wouter Jan Wouters ende Dierck Adriaen Quirijnen als schulderen principael op hen ende allen henne goederen hebbende ende vercrijgende ende de voorst. momboirs op verbintenisse van allen de goederen der voorst. onmondige kinderen insgelijcks hebbende ende vercrijgende, de voorst. stede ende acker den voorst. Wouter, Cornelis, Geeridt ende Anneken te waeren als men erffne schuldich is te waeren ende allen commer, calangie ende aental daer inne wesende den selven aff te doen geheelijck vuijt genomen eenen jaerlijcxsen pacht van elff vaten roggen ende een halff jaers taeffele van den heijlige geest tot Loon naer luijdt van de brieven ende bescheeden daer aff zijnde te betaelen ende noch twee smael hoenderen met eenen capuijn gewinchijns aen den heer van Loon op St. Martensdach te betaelen, ende offer met recht bevonden worden eenigen commer meer vuijt te gaen den selven sal men mogen aencopen naer gemeijnen lantcoop ende goedermans seggen off anderssins naer luijdt van de brieven ende bescheeden daer aff zijnde. Testes Ghijsbert Claes ende Willem Jan Adriaens den 8e januari 1629. RAT. Loon op Zand. R 65 f 68v d.d. 8-1-1629. Wouter, Cornelis ende Geeridt gebroederen, sonen wijlen Henrick Wouter Schalcken soe voor hen selven, als voor Anneken henne sustere hebben geloeft als schulderen principaele op hen ende allen henne goederen, hebbende ende vercrijgende, den voorst. transportanten te geven ende te betaelen de somme van achttien hondert ende thien ca. gld. den ca. gld. tot 20 st. goet gancbaer gelts het stuck gerekent ende dat in dese naervolgende manieren ende termijnente weten drije hondert ca. gld. tot paesschen toecomende, item drije hondert ca. gld. te paesschen 1630 ende voirts alle paesschens 200 ca. gld. tot volder betaelinge toe. Procederende de selve somme ter causen van coop van de stede ende acker bovengeschr. dwelcke zij gelovers voor de betaelinghe der voorst. somme zijn stellende tot hypotheecq ende waerborch. Dies soe sullen de gelovers aen den iersten termijn cortten 15 gld. 12 1/2 st. bij hen aen den schepenen, secretaris, affhanger ende godtspenninck voor het contingent van de bovengeschr. transportanten volgens de vercoopcedulle verschoten ende anderssins aen verteirde costen boven den wijncoop in de vercoopcedulle begroot. Testes et actum ut supra. Item: de voorst. gelovers hebben alnoch verschoten soe aen verteirde costen ten daege van den veste gedaen als rechtscosten sess gld. 16 st. waer aff zij deen hellicht aen den 1e termijn sullen cortten. Testes et actum ut supra. In marge: Wouter Jan Wouters ende Dierck Adriaens bekennen de twee dordendeelen van den iersten termijn ontfangen te hebben, te weten 200 gld.die zijn daer aen gecort de twee dordendeelen van tgene de gelovers volgens dese geloefte moegen cortten. Testes Ghijsb. Claes ende Cornelis Willems den 13e maij 1629. Item: Thomas Corsten als momboir van den kinde van Jacob Ariens bekent een 6e deel van de 1e termijn wesende 50 gld. ontfangen te hebben dan gecort een 6e deel van den costen alhier geruert bedraegende 3 gld. 4 st. Actum ut supra. Item: Willem Matheeus als momber van de kinderen van Jan Cornelis bekent een 7e part van den 1e termijn ontfangen te hebben. Actum ut supra. Item: Jan Ariens heeft het part der kinderen van Catharina Cornelis hen toecomende in dfren 1e termijn ontfangen. Item: Dierck Adriaen Quirijnen voor hem als voor den weeskinde van Jacob Adriaen Jacop bekent als dat Denijs Dominicus aen hem voldaen heeft een dorde part van den termijn verschenen paesschen 1634 ende een dorde part van alle voorgaende termijnen. Actum 15e junij 1634. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 65 f. 67v-68r-68v] | ||
| 06-11-1652 | Dingeman Jan Joosten, Corstiaen Jan Borsten en Jan en Lenaert, zonen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans, transporteren goederen aan Lambert Wouter Lamberts. Het gaat om een heiveld, gelegen bij ’t Craenven, omtrent den Waterlaet alhier. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 74 f. 81r en 81v] |
| 01-07-1608 | Samenvatting: ---------------- Jan Cornelis Oermans neemt via het recht van vernadering de koop van Jan Willem Basters van Cornelis Cornelisse Oerman over. Het gaat om een akker op de Efterlingh. Toelichting: ------------ Jan overruled de verkoop van de akker door zijn vader of zijn broer. Dat is hier niet uit op te maken. In de akte erna, van dezelfde dag, treedt Cornelis Cornelisse Oerman op als toeziend voogd over de weeskinderen van Dominus den ouden Janszoon. Transcryptie: --------------- Inv.nr. 61, folio 2v d.d. 1-7-1608. Jan Cornelis Oermans vernaedert alsulcke acker landts gelegen opt de Effterlingh als Jan Willem Basters gecocht heeft van Cornelis Cornelisse Oerman ende heeft blijckende penningen gethoont die welcke hij seede hem te toe te behoiren, etc. Testes, Cornelis Dirckse ende Dirck Jansse, den 1e julij 1608. |
[bron: Loon op and - Schepenbank Inv. 61 f. 2v] | ||
| 15-04-1610 | Pdf Inv.nr. 61, folio 87v d.d. 15-4-1610. Jan Arijensse Suenen heeft wettelijck ende erffelijck vercocht Jan Cornelisse Oerlmans eenvierendeel in eenen heijbodem geleghen binnen der heerl. Venloon opt Craenven, oostwaerts Jan Joosten Borsten, suijdtwaerts den bodem, westwaerts het Craemse sandt, noorden Jan Joosten, Praser Willemse ende Jan Goorts cum suis, alsoo hij seede. Ende heeft het hem opgedragen ende overgegeven met afgaen ende vertijen alsoo gewoonlijck enderecht is. Gelovende etc. dit opdragen ende overgeven den voirn. Jan Cornelisse Oerlmans altois vast ende van waerden te houden. Testes scabini, Dingenman Jansse ende Cornelis Cornelisse Oirlmans den 15e april 1610. Toelichting: ------------- Jan Arijensse Suenen is later (na 19 augustus 1625) de voogd over de kinderen van Jan Cornelis Oerlemans, ook wel geschreven als Jan Adriaen Zuenen. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 61 f. 87v] | ||
| van 02-09-1611 tot 16-09-1611 | Samenvatting: ----------------- Cornelis Cornelisse Oerlmans koopt samen Robbert Jan Lauwen, Meilis Melissen Verstegen en Jan Janssen de jonge uit Sprangh, van Vrouwe Marie van Renesse, Vrouw tot Loon een lot moerdellen genoemd de Quaertalen dellen. Die beginnen aan het Westeneinde, naast de moeren van de Vrouwe van Loon, noordwaarts de nieuw gegraven waterlaat naast de Rechte Vaart, ten zuiden de gemene weg, en ten oosten Robbrecht Geraertsse. Het gaat om 13 lopensaat, 25 roeden (bijna 3 hectaren). Ze mogen 30 jaar de grond steken en exploiteren. Toelichting: ------------- Als schepen is Cornelis Cornelisse Oerlmans aanwezig. Tegelijkertijd koopt Cornelis Cornelisse Oerlmans de moerdellen. Is de koper de zoon, en de schepen de vader? Aangezien dit niet te bepalen is, heb ik bij beide dit opgenomen. Transcryptie: --------------- RAT. Loon op Zand. R 62 f 38v d.d. 9-9-1611. Jeronimus Benedictus als executeur van den testamente ende uijt cracht van procuratie hem gegeven bij Vrouwe Marie van Renesse, vrouwe tot Loon naergelaeten weduwe wijlen heeren Dircken van Immerselle en heer Engelberts van Immerselle vrijheer tot Bochoven etc. Heer Thomas de Thiemes Heer tot Hueckelum etc. ende met hem Mr. Theodore Engelkens licentiaat der rechten als mede executeurs van den voirst. testamente, heeft in de voirst. qualiteit, wel ende wettelijck vercocht Cornelis Cornelisse Oerlmans, Rob Jan Lauwen, Melis Melissen Verstegen ende Jan Jansse de jonge tot Sprangh, een lot moerdellen groot 13 luepensaet, 25 roijen, gelegen binnen der heerlich. Venloon ter plaetsen genoempt Quaertalen dellen beginnende aan de westen eijnde naest die moeren van de vrou van Loon, noortwaerts aen den nieuwen gegravene waterlaet naest die rechte vaert, suijden den gemeijne wech ende oist Robbrecht Geraertsse. Ende heeft het hem opgedragen ende overgegeven met affgaen ende vertijden alsoo gewoonlijck ende recht is. Om het voirst. lot dellen eens van den gront te stecken, te delven ende te gebruijcken den tijt van 30 jaeren van nu aen beginnende en de voirst. 30 jaeren geexpireert ende verleijndt wesende het selven lot dellen als dan wederom te verlaeten in vuegen ende manieren het selven als dan gelegen sal wesen. Gelovende die voirn. Jeronimus Benedictus in de qualiteijt voirst. onder de verbijntenissen van des vrouwen van Loons goederen, dit opdragen ende overgeven den voirn. Cornelis Cornelisse Oerlmans altois vast ende van waerden te houden, ende het selven lot moerdellen te vrijen ende te waeren als men moerdellen schulidch is te waeren. Testes scabini, Cornelis Cornelisse Oerlmans ende Cornelis Dirck Franssen den 9e september 1611. RAT. Loon op Zand. R 62 f 38v d.d. (onvolledige akte, zie folio 41r) Cornelis Cornelisse Oerlemans ende met hem Rob Jan Lauwen, Melis Melissen Verstegen ende Jan Jansse de jonge tot Sprangh, hebben geloift individueel een voor al Jeronimus Benedictus tot behoeff van Mevrouwe van Loon offte haeren soone Jo. Engelbert van Immerselle offte thoonder deses de somme van negenhondert gld. en vierhalve st. te betaelen in vijff termijnen offte jaeren, elcke termijn 180 gld. 3 oirt en 2 pen. Waer aff den iersten termijn verschijen sal tot paesschen 16…. RAT. Loon op Zand. R 62 f 39r d.d. 2-9-1611. (Identiek aan folio 38r) Dirck Jansse van Broechoven etc. RAT. Loon op Zand. R 62 f 39v d.d. (identiek aan folio 38v) RAT. Loon op Zand. R 62 f 39v en f 40r d.d. 16-9-1611. Jeronimus Benedictus als executeur etc. heefft in de voirst. qualiteijt wel ende wettelijck vercocht Rob Geraertsse, Hendrick Anthonisse, Ariaen Petersse, Dirck Arijaensse, Gijsbert Petersse ende Jan Laureijssen een lot moerdellen groot 13 lps. 25 roijen, gelegen binnen de heerl. Venloon ter plaetsen genoempt Quaetaelen dellen wesende het tweede lot moers, dierste lot dat Cornelis Cornelisse Oerlmans metten sijnen toebehoirt, lanck oist ende west sevenensestich en een halve roijen, noorden en suijden breet tien roijen en heeft het hem opgedragen ende overgegeven etc. om het voirst. lot moerdellen etc. Testes scabini Mr. Peter Sallen ende Cornelis Dircksse den 16e september 1611. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 62 f 38v] | ||
| van 28-02-1612 tot 30-11-1620 | Pdf RAT. Loon op Zand. R 62 f 62r d.d. 28-2-1612. Jan Fransse Vrindt heeft wettelijck ende erffelijck vercocht Jan Cornelis Oerlmans seeckere parceelen landts geleghen binnen de heerl. Venloon opt Craenven, in den iersten een hoffstadt, oostwaerts aen erffenisse Denis Jansse, suijdtwaerts des heeren straet, westwaerts Denis Jansse voirst. ende Jan Joosten Borsten ende noorden aen erffenis Cornelis Ariaens. Het tweede ende derden parceel oostwaerts aen erffenisse Jan Cornelis Oerlmans voirst. suijdtwaerts ende noortwaerts Denis Jansse voirst. ende westwaerts den vercopere. Het vierde ende lesten parceel oostwaerts den copere, suijdtwaerts Denis Jansse voirst. westwaerts den vercopere ende noortwaerts Cornelis Arijense voirst. Te samen groot vier lueopensaet ende vijfentwintichhalf roeij. Ende heeft se hem opgedragen ende overgegeven etc. Gelovend die voirst. Jan Franssen Vrindt onder verbijntenissen van sijnen persoon ende goederen, present ende toecomene etc. ende de voirst. parceelen landts te vrijen ende te waeren ende alle calangie van sijent weghen aff te doen gehelijck. Uijtgenomen dat den copere jaerlijcks daer vuijt betaelen sal elff penningen in des heeren van Loons chijns, elffhalf kan rogghen aen den heijlige geest tot Loon, vierenhalf kanne rogghen en een kan min offte meer onbegrepen, aen den kusterije tot Loon ende vier stuijvers ende een halff blanck aen Ariaen Aert Arijaensse Oerlman. Testes scabini Dingenman Jansse ende Cornelis Dircxen den 28e februari 1612. Item: Jan Cornelis Oerlmans heeft Jan Fransse Vrindt geloift volgens de coopcedule ende heeft gestelt het selven goet tot waerborch. Testes et actum ut supra. In marge: Jan Fransse Vrindt heeft bekent van dese geloifte voldaen te zijn den lesten november 1620. Toelichting: ------------- Op 27 februari 1631 verdelen de kinderen de goederen van hun vader Jan Cornelis Oerlemans. Dan is de Jan Vrients stede genoemd, en valt ten deel aan Lenaert en Adriaentken. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 62 f. 62r] | ||
| 20-11-1612 | Pdf RAT. Loon op Zand. R 62 f 121v/122r d.d. 20-11-1612. Jan Joost Borsten ende Denis Jansse hebben gesamenderhant wettelijck ende erffelijck vercocht Jan Cornelis Oerlmans twee en twintich roijen landts in twee parceelen binnen de heerlich. Venloon opt Craenven geleghen. Het iersten parceelken oostwaerts Jan Cornelis Oerlmans voirst. suijdtwaerts des heeren straet, westwaerts Jan Joost Borsten voirst. ende noortwaerts Cornelis Arijens. Het tweede parceelken noortwaerts, oostwaerts ende suijtwaerts Jan Cornelis Oerlmans voirst. ende westwaerts Jan Fransse Vrindt. Ende hebben se hem opgedragen ende overgegeven ende dat met afgaen ende vertijen alsoo gewoonlijck ende recht is. Gelovende die voirst. Jan Joosten ende Denis Jansse onder verbant van hennen persoonen ende goederen, present ende toecomende, dit opdragen ende overgeven den voirst. Jan Cornelisse Oerlmans altois vast ende van waerden te houden. Behoudelijck dat hij daer vuijt gelden ende betaelen sal de pachten ende chijnsen met recht daer vuijtgaende. Testes, Cornelis Dircksse ende Ariaen Huijbertsse den 20e november 1612. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 62 f. 121v/122r] | ||
| 02-08-1615 | Pdf RAT. Loon op Zand. R 63 f 36r d.d. 2-8-1615. Dingeman Janssen, Denis Janssen, Jan Franssen en Jan Joosten Borsten hebben gesamenlijk verkocht aan Jan Cornelis Oerlemans een moerbodem, ca. 40 roeden gelegen in Venloon aan de zuijdenzijde den custerboom, oistwaerts de erfgename van Jan Peter Gijben, suijtwaerts Jan Quirijn Geritssen, en Cornelis Arijaens, westwaerts Willem ende Denis Everden en noirtwaerts Gerrit Gerritse de Groot. Idem folio 36r. Denis Janssen heeft verkocht aan Jan Cornelis Oerlemans sijne gerechte helft in alle die heijbodems, gelegen in de heerlijkheijt Venloon, soo die hem van sijnen ouders aenbestorven sijn d.d. 2-8-1615. RAT. Loon op Zand. R 63 f 36r d.d. 2-8-1615. Denis Janssen heeft wettelijck ende erffelijck verkocht aan Jan Cornelis Oerlemans sijne gerechte helft in alle die heijbodems, gelegen in de heerlijkheijt Venloon, soo die hem van sijnen ouders aenbestorven sijn ende heeft ze hem opgedragen ende overgegeven met afgaen ende vertijden alsoo gewoonlijck ende recht is. Gelovende die voorst. Denis Jansse onder verbintenisse van zijnen persoon ende goederen, present ende toecomende, dit opdragen ende overgeven den voorst. Jan Cornelisse altois vast ende van waerden te houden. Testes et actum ut supra. Toelichting: ------------- in de 1e akte staat als datum 2 augustus 1615. De akte staat tussen allemaal akten van 1616. Mogelijk is het een verschrijving. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 63 f. 36r] | ||
| van 22-12-1615 tot 23-12-1615 | Samenvatting: ---------------- Claes Cornelis Cornelisse koopt een lot moer in de Egmont over volgens het recht van vernadering, dat zijn vader verkocht heeft aan Joost Peter Bertroms en Rob Jansse Lauwen. Getuigen zijn Cornelis Dircksse ende Dirck Jansse. Claes Cornelis Cornelisse koopt 2 percelen moer over volgens het recht van vernadering, dat zijn broers Cornelis, Jan en Dirck verkocht hebben aan Ariaen Jansse Lauwen en Anthonis Corsten. Getuigen zijn Anthonis Hendricx Oerlmans ende Cornelis Cornelisse. Toelichting: ------------ De naam Oerlemans is niet genoemd. De combinatie van de 3 broers zou wel heel toevallig zijn, als het niet zo was. Vandaar dat ik deze akte daarbij geplaatst heb, en Claes als broer toegevoegd heb. Wel met een aanduiding van waarschijnlijkheid, omdat ik hem verder niet tegengekomen ben. Er is 1 akte van 26 juli 1608 waarbij Ariaenke Claes Cornelis Cornelisse Oerlemans genoemd is, als eerdere echtgenote van Floris Hendrick Reijnen. Dat had Ariaenke Cornelis Oerlemans moeten zijn. Zij is al voor 5 januari 1588 gestorven. De Cornelis Cornelisse zal overeenkomstig andere akten ook Oerlemans zijn. Dat moet dan gezien de context wel zijn vader zijn, Cornelis Cornelisse Oerlemans de oude. Transcryptie: --------------- RAT. Loon op Zand. R 62 f 182v d.d. 22-12-1615. Claes Cornelis Cornelisse heeft vernaerdert alsulcke lootken moers geleghen in den Egmont als Cornelis Cornelisse zijnen vader aen Joost Peter Bertroms ende Rob Jansse Lauwen vercocht heeft, ende heeft blijckende penningen geleet. Om etc. Testes Cornelis Dircksse ende Dirck Jansse den 22e december 1615. RAT. Loon op Zand. R 62 f 183r d.d.23-12-1615. Claes Cornelis Cornelisse heeft vernaerdert alsulcke twee parceelkens moers als Cornelis, Jan ende Dirck sijne broeders aen Ariaen Jansse Lauwen ende Anthonis Corsten vercocht hebben. Ende heeft blijkende penningen geleet etc. Om etc. Testes, Anthonis Hendricx Oerlmans ende Cornelis Cornelisse den 23e december 1615. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 62 f. 182v en 183r] | ||
| 13-01-1616 | Pdf RAT. Loon op Zand. R 63 f 35v d.d. 13-1-1616. Jan Joosten Borst heeft wettelijck ende erffelijck verkocht Jan Cornelis Oerlemans een stuck erffenis gelegen binnen der heerlijckheijt Venloen opt Craenven, oostwaerts Jan Cornelisse copere, suijtwaerts des heerenstraet, westwaerts ende noortwaerts Cornelis Arijaensse. Ende heeft het hem opgedragen ende overgegeven met afgaen ende vertijen alsoo gewoonlijck ende recht is. Gelovende die voorst. Jan Joosten onder verbant van sijnen persoon ende goederen, present ende toecomende, dit opdragen ende overgeven den voorst. Jan Cornelis altois vast ende van waerden te houden ende het voorst. stuck erffenisse te vrijen ende te waeren ende allen commer ende calangien af te doen gheelijck. Testes, Cornelis Cornelisse ende Dingeman Jansse den 13e januari 1616. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 63 f. 35v] | ||
| van 03-11-1616 tot 24-02-1649 | Pdf RAT. Loon op Zand. R 63 f 26r en f 26v d.d.3-11-1616. Jan Goiarts als man ende momboir van Neeltken Jansse zijne huijsvrouw, Jan Michielsse als man ende voicht van Jenneke Jansse zijne huijsvrouw, Joris Hendricx van Hasselt als man ende momboir van Antoniske Jansse zijnre huijsvrouw, Gerit Jansse de Ruijter voor sijn selven ende voor Hendrick en Jan zijnen broeders, daer voor hij hem fort ende sterck mackten, Jenneke hun suster cum tutore, Joost Jansse als voight ende momboirs van wijlen Jasper Jansse kijnder ende Geertruijt weduwe Bert Hendricx cum tutore, tesamen erfgenamen van wijlen Hendrick Jansse Loijen, hebben wettelijck ende erffelijck verkocht Jan Cornelis Oerlmans ende Willem Matheus Jansse twee moerbodemen gelegen binnen der heerlijckheijt Venloon in den Kercken streek, den eene groot 16 lopensaet min 5 roijen daer die Vrouwe van Loon leet aen den suijdensijde ende de weduwe Ariaen Stevens ende consorten aen de noordensijde ende compt met beijde de eijnde aen voorn. Mevrouwe van Loon, den andere bodem groot omtrent 3 lopensaten ende 20 roijen, gelegen tusschen bodems Ariaen Jan Ariaens ende Bastiaen zijn broeder aen de suijdensijde ende Geraert Gerit de Groot, Henrick Bastiaensse ende consoirt aen de noordensijde, streckende van den Kerckendijck westwaerts Mevrouwe van Loon. Den voorst. verkopers bij versterf van den voorst. Hendrick Jansse Loijen aengecomen soo men verclaerden ende hebben se hem opgedragen ende overgegeven ende dat met afgaen ende vertijen alsoo gewoonlijck ende recht is. Gelovende de voorst. verkopers ende specialijck Jan Goierts onder verbintenissen hennen persoon ende goederen, present ende toecomende, dit opdragen ende overgeven den voorst. Jan Cornelisse ende Willem Matheus Jansse altois vast ende van waerden te houden ende de voorst. twee bodems te vrijen ende waeren voor ….. elcke bodem in des heeren van Loons chijns. Testes, Cornelis Dircks ende Dingeman Jansse, den 3e november 1616. In marge bijgeschreven: Jan soone wijlen Gheeridt Geritsse van Broechoven in den naeme ende als gemachticht van Willem Matheus Jansse Berchmans soo hij seijde, heeft op de helft van de twee bodems alhier vermelt ende den voorst. Willem daer ine toebehorende wettelijck ende erffelijck vertegen Jan ende Lenaert, gebroederen sonen Jan Cornelis Oerlemans etc. Testes, D. Duppen ende Dingeman Jansse. Actum 24 februari 1649. Toelichting: ------------- Willem Matheus Jansse is de broer van Adriana, de vrouw van Jan Cornelis Oerlemans. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 63 f. 26] | ||
| van 02-11-1620 tot 02-11-1621 | Pdf RAT. Loon op Zand. R 63 f 121v/122r d.d. 2-11-1620. Jan Fransse Vrindt als man ende momboir van Dirckxen Jans dochter sijne huijsvrouw heeft wettelijck ende erffelijck vercocht Jan Cornelis Oerlmans eene stede, huijs, schuer, scob ende erffenisse soo groot ende kleijn als de selven gelegen is binnen de heerlich. Venloon ter plaetsen genoempt opt Craenven aen den noorden sijde van de straet tusschen erffenisse den voirst. Jan Cornelis Oerlmans copere mette sijnen aen den oostenzijde, ende Cornelis Ariaen Cornelisse aen de westenzijde, streckende van des heeren straet noortwaerts totte duijcxhoeve waervan deen helft den vercopere bij versterff van sijnder voirst. huijsvrouwe wegen aengecomen is, ende dander helft bij coope van Adriaen Netten vercregen heeft soo men verclaerden. Ende heeft het hem opgedragen ende overgegeven met affgaen ende vertijen alsoo gerwoonlijck ende recht is. Gelovende die voirst. Jan Fransse Vrindt onder verbant van sijnen persoon ende goederen, present ende toecomende, dit opdragen ende overgeven den voirst. Jan Cornelisse altois vast ende van waerden te houden ende het voirst. goet van sijnen twegen te vrijen ende te waeren. Behoudelijck dat den voirst. copere jaerlijcks daer vuijt gelden ende betaelen sal een smael hoen ende twee peningen in des heeren van Loon grontchijns. Item drij vaten rogghe den h. geest tot Loon ende negen ende een halff kan der kusterijen aldaer. Testes Dingenman Janssen ende Cornelis Cornelisse Oerlmans den 2e november 1620. RAT. Loon op Zand. R 63 f 122r d..d. 2-11-1620. Jan Cornelis Oerlmans heeft geloift Jan Fransse Vrindt de penningen die sullen overschieten de wettige schulden betaelt sijnde, te voldoen ende te betaelen tot pincxteren ierstcomende. Daer voor verbijndende etc. ende stellende etc. Testes et actum ut supra. In marge: Jan Fransse Vrindt heeft bekent van dese geloifte voldaen te wesen den lesten november 1621. RAT. Loon op Zand. R 63 f 122r d..d. 2-11-1620. Dingenman Jan Joosten heeft het bovengeschreven goet dat Jan Cornelis Oerlmans van Jan Fransse Vrindt gecocht heeft vernaerdert ende heeft etc. Testes, Cornelis Cornelisse ende Jan Wouters. Actum ut supra. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 63 f. 121v/122r] | ||
| 15-10-1623 | Pdf RAT. Loon op Zand. R 63 f 169v d.d. 15-10-1623. Jan Quirijn Geritsse ende Jan Wijnants hebben wettelijck ende erffelijck vercocht Jan Cornelis Oerlmans eenen moer ofte heijbodem gelegen binnen der heerlich. Venloon ter plaetse genoempt teijnden de Crustat, oostwaerts aen erffenisse Cornelis Ariaen Cornelisse suijdtwaerts, … westwaerts Gerit Cornelis Arijens ende noortwaerts aen erffenisse Peter Huijben kijnder. Ende hebben het hem opgedragen ende geloift te waeren voor eenen penning in des heeren grontchijns. Testes, Willem Jansse ende Dingenman Jansse. Actum den 15 october 1623. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 63 f.169v] | ||
| van 09-04-1631 tot 19-11-1631 | Pdf RAT. Loon op Zand. R 65 f 187v/188r d.d. 9-4-1631. Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans ende Adriaen Cornelis Diercxssen als man ende momboir van Lijsken zijne huijsvrouwe dochtere wijlen Jan Cornelis voorst. ende Jan Adriaen Zuenen ende Willem Matheus henne momboirs, soe voor hen als voor Lenaerden ende Adriaentken onmondighe kinderen wijlen Jan Cornelis voorgenoempt, de voorst. momboirs in den naeme ende van wegen als voor, tot het gene hier naervolght, consent ende decret hebbende van schouteth ende schepenen van Venloon, als ons schepenen ondergeschr. gebleken is, de helft onbedeijlt van het groot woonhuijs eender stede lants gestaen ende gelegen binnen der heerlicheijt van Venloon ter plaetsen genoempt de Vaerte aen den Ouden Draijer, beginnende het selve woonhuijs van de caemere aff mette helft onbedeijlt van den brouwhuijse ende verckenskoije daerbij staende. Midtsgaders de helft onbedeijlt van den noirdenzijde van de aenstede daeraenliggende oistwaert aen de stege aldaer, zuijtwaert ende westwaert Joost Peeterssen Swart ende noirtwaert aen sheerenvaert. Item de helft onbedeijlt in een parceel lants wesende het tweede loth in eenen acker genoempt den hoogen acker, beginnende vuijtten westen van de stege aff aen, de welcke aldaer is liggende, het selve geheel loth oistwaert aen erffenisse der erffgenaemen wijlen Jan Peter Jacops, zuijtwaert aen Adriaen Willemssen, westwaert ende noirtwaert aen de Vaerte. Item de helft onbedeijlt in een parcheel lants, wesende het 4e loth inden voorst. acker genoempt den hoogen acker, oistwaert aen de erffgenaemen Jan Wouter Claes, zuijtwaert aen Adriaen Willemssen, westwaert ende noirtwaert aen den vaerte voirst. Ende noch de helft onbedeijlt van de zuijdenzijde van eenen acker genoempt Geeridt Oirlemans acker gelegen aldaer aen de noirdenzijde van de vaerte waer aff de noirdenzijde desselffs acker is toebehoirende Adriaen Willemssen. Allen de voorst. parcheelen soe groot ende cleijn als die den gelijcke kinderen wijlen Jan Cornelis Oirlemans voorgenoempt te deele bevallen zijn soe men verclaerden, hebben zij wettelijck ende erffelijck opgedraegen ende overgegeven Adriaen Willemssen voorgenoempt, met affgaen ende verthijen alsoe gewoonlijck ende recht is. Gelovende de voorst. transportanten ende de voorst. henne persoonen ende allen henne ende der voorst. onmondige kinderen goederen, hebbende ende vercrijgende dit opdraegen ende overgeven den voorst. Adriaen Willemssen vast ende steedich te houden ten eeuwigen daegen, sonder eenich wederseggen ende hem de voorst. parcheelen van goederen te waeren als men erffne schuldich is te waeren. Midtsgaders allen commer, calangie ende aentael daer inne wesende den selven aff te doen geheelijck, vuijtgenomen des dorps commer. Testes Dierck Raessen ende Adriaen Cornelis den 9e aprilis 1631. In marge: Adriaen Peter Willems ende Jan Adriaen Zuenen als momboiren bij den heere geordonneert van de drije onmondige kinderen wijlen Catharina Cornelis Oirlemans respective verweckt bij Ivo Gielissen ende Claes Janssen Haegen, geasssiteert metten schouteth van Besoijen als oppervoocht der selver onmondige kinderen, hebben geboden ende vuijtgereijckt blijckende penningen, om in den naeme ende van wegen der voorgen. onmondige kinderen metten rechte van naerderschappe te lossen ende te quijten dese erffgoederen, ende hebben in der qualiteijt als voor geloeft alles te doen des een naederman schuldich is te doen. Midtsgaders den coopere te indempneren van den geloefte bij hem ter causen van coop van dese erffgoederen gedaen. Testes, Dingeman Jansse ende Adriaen Cornelis den 19e november 1631. RAT. Loon op Zand. R 65 f 188r d.d. 9-4-1631. Adriaen Willemssen heeft geloeft schuldener principael ten behoeve van de kinderen ende erffgrnamen wijlen Jan Cornelis Oirlemans de somme van vijffhondert ende 75 ca. gld. goet gancbaer gelt te geven ende te betaelen in drije gelijcke termijnen, waer aff den iersten betaelt sal wordden gereet, den 2e over een jaer ende den 3e oft lesten den 9e aprilis 1633. Procederende de selve somme ter causen van coop van de voorst. parcheelen van erffgoederen, de welcke hij gelover beneffens zijne andere goederen is stellende tot hypotheecq ende waerborch. Testes et actum ut supra. RAT. Loon op Zand. R 65 f 188v d.d. 16-4-1631. De selve transportanten een vierde part hen onbedeelt toecomende in eenen stede lants mette timmeringe daerop staende ende erffenisse daeraenliggende ende toebehoirende gelegen binnen de heerlicheijt van Venloon ter plaetsen genoempt de vaerte tegen over de Venis Straete, oistwaert aen sheerenstraete, zuijtwaert de erffgenaemen Lenaert Chielen, westwaert aen Burchtken dochtere Jan Lauwen ende noirtwaert aen Joost Peterssen Swart, soe men verclaerden, hebben zij wettelijck ende erffelijck opgedraegen ende overgegeven Roeloff Jacopssen van Hedel met affgaen ende verthijen alsoe gewoonlijck ende recht is. Gelovende de voorst. tramsportanten ende de voorst. momboirs op verbintenisse respective van henne persoonen ende allen henne ende der voorst. onmondige kinderen goederen, hebbende ende vercrijgende etc. Midtsgaders allen commer, calangie ende aentael daer inne wesende den selven aff te doen geheelijcken. Vuijtgenomen een vierde part in een derdendeel van vier vaten roggen sjaers aen den heijlige geest van Venloon met eenen staende ende lopende pacht. Noch een vierde part van des heeren chijns die int geheel vuijtte voorst. stede te vergelden staet ende daer toe des dorps commer. Testes Dierck Raessen ende Ghijsbert Claessen den 16e aprilis 1631. In marge: Adriaen Peter Willems ende Jan Adriaen Zuenen als momboiren van de drije onmondige kinderen wijlen Catharina Cornelis Oirlemans verweckt bij Jan Gielissen ende Claes Janssen haere respective geassisteert metten schouteth van Besoijen als oppervoocht, hebben geboden ende hebben geboden ende vuijtgereijckt blijckende penningen, die zij zeijden den voorst. kinderen hen eijgen te wesen, ome metten rechte van naerderschap te lossen het vierden part der stede alhier geruert. Ende hebben geloeft alles te doen des een naerderman is schuldich te doen, ende den coopere te indemneren van den geloefte bij hem ter causen van coop van het voorst. 4e part gedaen. Testes Dingeman Janssen ende Adriaen Cornelis den 19e novembris 1631. Toelichting: ------------ Dit lijkt te gaan om de goederen, verkregen uit de deling van Cornelis Cornelis de oude. Het gaat namelijk om het 1/4 part, en Cornelis had 4 kinderen, waaronder Jan. De kinderen van Jan willen hun deel verkopen aan Adriaen Willems. Dat gebeurt op 9 april 1631. Maar op 19 november 1631 maken de kinderen van zus Cathelijn de koop ongedaan, en kopen de goederen over met recht van naerderschap. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 65 f. 187v/188v scan 205/208] |
![]() |
222 Oerlemans Jan Cornelis, en Ariaentken Mateus - hun kinderen en Willem Matheussen verdelen een weiland in Besoyen op 19 febr. 1630 - Besoyen - Dorpsbestuur inv. 655 bl. 174r |
| 20-07-1626 | Samenvatting: ---------------- 1e akte: Jan Peters in den Thuyn, namens Mattheeus Janse Berchmans, heeft voor de heemraden van Besoyen, een hooiland van 7 hond in Besoyen gelegen, overgedragen. Het geld is door Jan Cornelis Oirlemans (zijn schoonzoon) ontvangen. Dat is gedaan om te voorkomen, dat de jaarlijkse lasten op Mattheeus zouden blijven vallen. Zo staat nu voor de schepenen van Venloon, Willem Mattheus Jansen Berchmans, als voor de helft erfgenaam van de goederen van zijn vader, en heeft dit bevestigd ten behoeve van de kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans (de vader van Willem, en ook Jan Cornelis zijn overleden). Dit om de positie van Jan Willem Zuenen (de koper, verwacht ik) te versterken. 2e akte: Thonis Wouter Geeritssen met Adriaen, Willem, Schalcken en Peeter, zijn broers, hadden beloofd om aan Matheeus Janssen Berchmans jaarlijks te betalen een cijns van 12 gulden op 7 februari, de 1e keer in 1625. Dit voor een erfenis met timmering (ik denk: een huis met houten aan -of bijbouw), liggend op ’t Hoekske. 3e akte: Willem, zoon van wijlen Mattheeus Jansse Berchmans aan de ene kant, en Jan Willem Zuenen, als voogd van de onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans en Adriana Mattheus Janse Berchmans, aan de andere kant, hebben een deling gemaakt van een schepenbrief van 100 gulden, ten laste van Cornelis Jan Weerdts, en van de helft van een jaarlijkse rente van 12 gulden, op de goederen van de erfgenamen van Wouter Geeritsen, in ’t Hoekske gelegen. De schepenbrief en de helft van de rente zijn aanbestorven bij de dood van Mattheus Janssen Berchmans. De helft van de rente is voor Willem, en de kinderen vertegen (van vertijgen= afstand doen). Met het voorbehoud dat de helft van de rente tijdens het leven van zijn moeder, Jenneke Lenaert aen ’t Sant, bij haar in tocht zal blijven (zij daar nog recht op zal hebben). De schepenbrief komt in handen van de kinderen. Toelichtig: ----------- Na het overlijden van Matheeus Jansse Berchmans en Jan Cornelis Oirlemans is het blijkbaar nodig om een aantal zaken vast te leggen. Jan Cornelis Oirlemans is getrouwd met de Adriaentken, de zus van Willem. Dus eigenlijk gaat het over de rechten en de deling tussen Willem en zijn zus van de goederen van hun vader. Zoals het hooiland te Besoyen, dat verkocht is aan Jan Willem Zuenen. Zoals ook: de kinderen van Wouter Geeritsen verklaren dat aan Matheeus Jansse elk jaar betaald zou worden voor hun huis in ’t Hoekske. Als laatste akte is de verdeling van een schepenbrief en de helft van de opbrengst van het huis aan ’t Hoekske geregeld tussen de erfgenamen van Matheeus Jansse Berchmans. Hierbij is bepaald dat de weduwe dit recht tot haar dood zal bezitten. De weduwe is hier met name genoemd: Jenneke Lenaert aen ’t Sant. Transcryptie: --------------- RAT. Loon op Zand. R 64 f 64r d.d. 20-7-1626. Condt zije eenen iegelijcken. Alsoe Jan Peters in den Thuijn ten behoeffne van Matheeus Janssen Berchmans voor heemraeders der ambachtsheerlijcheijt Besoijen hadde opgedraegen ende overgegeven een stuck hoijlants seven hont off daer omtrent int geheel begrijpende, gelegen in de voorst. ambachtsheerlijcheijt, oistwaert de Heere van Tilborch, zuijtwaert Goijaert Claessen, westwaert Ghijsbrecht Hendrick Wouters alias Span, ende noirtwaert den schouwsloot. Sonder dat de voorst. Matheeus Janssen tot betaelinge van den selven hoijlande gelder off stuijver hadde gefimeert, maer wel ter contrarien waeren allen de cooppenningen geschoten ende getelt door handen van Jan Cornelis Oirlemans. Sijnde de voorst. opdrachte oft gifte ten behoeffne van den voorst. Matheeus Janssen bij kennisse van de voorst. Jan Cornelis alleen geschiedt om te verhueden zeeckere oncosten die jaerlijcx op den voorst. hoijlande gevallen ende geresen souden hebben, soe verre het selven ten behoeffne van den selven Jan getransporteert hadde geweest. Soe is gestaen voor schepenen ondergeschreven Willem sone Matheeus Janssen erffgenaem voor deene hellicht van den selven Matheeus, ende heeft op het voorst. stuck hoijlants tsaemen op allen schepenen letteren daer aff gewach doende, ende allen den rechten hem daer inne eenichsins competerende off naemaels alnoch te competeren ten behoeffne van de onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans wettelijck ende erffelijck vertegen helmelingen in manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Gelovende sup se et bona etc. consitituerende ende machtich maeckende tot meerder vasticheijt van dijen Jannen Adriaen Zuenen, om de voorst. verthijenisse ede renunciatie voor den gerichte van Besoijen ende elders daer des van noode soude moegen wesen te vernijeuwen ende te erkennen ende alles daer inne te doen, des den stijl van de selven gerichten eijschen ende dicteren sal, ende hij constituant present ende voor oogen wesende selver soude cunnen off moegen doen, alwaer oijck soe etc. Testes, Dingeman Jansse ende Dierck Raessen den 20e julij 1626. RAT. Loon op Zand. R 64 f 64v d.d. 20-7-1626. Condt zij eenen iegelijcken. Alsoe Thonis sone Wouter Geeritssen met Adriaen, Willem, Schalcken ende Peeter zijne broeders, hadden geloeft te gheven ende te vergelden Matheeus Janssen Berchmans eenen jaerlijckse ende erffelijcke chijns van twelff gulden jaerlijcx hollants permissie gelt, alle jaer vrij van alle lasten ende schattingen op den 7e februari te betaelen, waer aff den 1e betaeldach verschijnen souden den 7e februarij 1625, vuijt ende van hender erffenisse metter timmeringe daer op staende, gelegen binnen der heerlicheijt Venloon ter plaetsen genoempt Thoecxken (=’t Hoekske), oistwaerts end westwaerts de erffgenaemen van Thonis Geeritssen, zuijdtwaert des heeren straete, ende noirtwaert totte meeren. Ende noch vuijt eenen acker saijlants rontsomme in erffenisse van Geerit Thonis erffgenaemen. Sijnde de selve jaerlijcxe rente te los met 200 gulden hollants permisse gelt, gelijck dat in schepenen letteren van Venloon daer op gemaeckt breeder begreepen staet in date den 7e februarij 1624. Ende waer oijck de voorst. Matheeus Jansse int constitueren als zijnde de resterende hondert gulden geschoten bij Willem Matheeus Janssen, die oversulcx sustineerde de eene rechte te competeren, alles nijettegenstaende den constitutiebrieff ten sijne behoeffne nijet ende was luijdende: Soe is gestaen voor schepenen ondergeschr. Jan Adriaen Zuenen als wettich momboir van de onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans bij den selven wijlen Jan ende Adriana zijne huijsvr. dochtere Matheeus Jansse voorst. tesamen verweckt als erffgenaemen voor de eene hellicht van de selven Matheeus, int bijwesen van Goijaert Geeritssen van Duppen, stadthouder der voorst. heerlicheijt. Ende heeft in den naem van de selven onmondige kinderen hem ierst ende vooral op alles aengaende de gelegentheijt der saecke wel geinformeert hebben ten behoeffne van den voorst. Willem Matheeus Janssen wettelijcke ende erffelijck vertegen ende gerenuncieert op deene hellicht der voorst. jaerlijcxse rente van twelff gulden, tsaemen op alle schepenen letteren daer aff gewach doende, ende allen den rechten den voorst. onmondige aengaende de voorst. hellicht daer inne eenichsins competerende. Gelovende de voorst. Jan Adriaens op verbintenissen van allen de goederen der voorst. onmondige kinderen, hebbende ende vercrijgende, dit verthijen ende renuncieren den voorst. Willemen altijt vast ende steedich te houden ten eeuwigen daegen sonder eenich wederseggen. Testes et actum ut supra. RAT. Loon op Zand. R 64 f 65r d.d. 20-7-1626. Willem sone wijlen Matheeus Janssen Berchmans ter eenre ende Jan Adriaen Zuenen als wettige momboir van de onmondige kinderen wijlen Jan Cornelis Oirlemans bij den selven wijlen Jan ende Adriana zijne huijsvr. dochtere wijlen Matheeus voorst. tsaemen verweckt int bijwesen van den stadthouder van Venloon ter andere zijden, hebben onderlinge ende met malcanderen gemaeckt ende gedaen eene erffdeijlinge ende erffscheijdige van eene schepenen geloefte van hondert ka. gld. eens ten laste der goederen van Cornelis Willem Weerdts, ende van de hellicht in eene jaerlijcxse rente van twelff gulden op de goeden der erffgenaemen van wijlen Wouter Geeritssen tot Venloon int Hoecxken. Welcke schepenen geloefte ende hellicht der rente den voorst. Willem Matheeus Janssen ende den voorst. onmondige kinderen bij ende overmidts der doot van Matheeus voorst. aenbestorven zijn soo men verclaerden. Overmidts welcker erffdelinge ende erffscheijdinge soe is Willem Matheeus voorst. te deele bevallen ende erffelijck aengecomen de voorst. hellicht in de voorst. rente van twelff gulden jaerlijcx. Op welcke hellicht der voorst. rente tsaemen op allen schepenen letteren daer aff gewach doende ten behoeffne van den voorst. Willem Matheeus heeft de voorst. Jan Adriaen Zuenen in der qualiteijt bovengeschreven wettelijck ende erffelijck vertegen helmelinge in manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Behoudelijck dat Jenneke dochtere Lenaert aen t Sant weduwe wijlen Matheeus Janssen aen de selve hellicht haeren leven lanck sal hebben recht van tochte. Met conditie ut infra. Overmidts etc. Soe is den voorst. onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans te deele bevallen ende erffelijck aengecomen de voorst. schepenen geloefte van hondert gulden eens. Op welcke schepenen geloefte ende allen schepenen letteren daer aff gewach doende ten behoeffne van de voorst. onmondige kinderen, heeft de voorst. Willem Matheeus wettelijck ende erffelijck vertegen helmelingen in manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Behoudelijck etc. ut supra. Met conditien ut infra. Met conditien hier inne toegedaen, dat sij deijlderen malcanderen de voorst. schepenen geloefte, ende de hellicht in de voorst. jaerlijcxse rente van twelff gulden sullen waeren, als men schepenen geloefte ende erffchijns nae lantrecht schuldich is te waeren. Gelovende de voorst. Willem Matheeus sup se et bona etc. dese erffdeijlinge ende erffscheijdinge, dit verthijen ende conditien boven verhaelt malcanderen vast ende steedich te houden ten eeuwigen daegen, sonder eenich wederseggen. Allet sonder argelist. Testes et actum ut supra. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 64 f. 64r-64v-65r] | ||
| 19-02-1630 | Samenvatting: ---------------- Willem Mateussen en Jan Jansse Oerlemans, ook namens zijn broer en zussen, verdelen een weiland aan de Cromme Dijk te Besoyen, 8 hond groot. Het weiland is gekomen van Mateus Jan Teuwen. Toelichting: ------------- Jan en zijn broer en zussen zijn kinderen van Jan Cornelis Oerlemans en Ariaentken Mateus zaliger. Willem is een broer van Ariaentken. Zij zijn de 2 kinderen van Mateus Jan Teuwen. Dus eigenlijk is het een deling tussen deze 2 kinderen. Lenart Janssen heeft een afschrift gevraagd, staat bovenaan. Lenart is de bedoelde broer van Jan. De Winterdijk bestaat nog steeds, en loopt nu van Capelle tot de rotonde bij Besoyen (tegenwoordig behorend tot Waalwijk). Op de kadasterkaart van 1832 is de naam Winterdijk verder doorlopend, en zien we ook de Oude Straat. Besoijen was toen een zelfstandige plaats. Transcryptie: ------------------------- Scheijdinghe ende delinge tussen Willem Mateussen ter eenre, ende de weeskinderen van Jan Cornelis Oerlemans mette voochden van dien, ten overstaen van de ge..hten ter andere zijden. Compareerde voor ons Schout ende hemraders (heemraden) der Ambachts van Besoyen, ondergeschreven, Willem Matheussen ter eenre, ende Jan Jansse Oerlemans voor hem selven, vervangende zijn ander broeder en susters ter andere zijden, als mede ten overstaen van Jan Ariaensse Seunen, als momboir ofte toesiender, ende de Schout als oppervoocht van de wesen, ten overstaen van Jan Dyrcxsse ende Aert Schalcken, hemraders van Besoyen, voonoemt, als daer toe geroepen ende gebeden, ende hebben metten anderen geloot, gescheijden ende gearfdeelt, seecker stuck weijlants, gelegen in Besoyen aen de Crommendijck, groot omtrent 8 hond (8x0,14 ha=1,12 ha) lants, gecomen ende hen samen aengecomen van Mateus Jan Teuwen zone. daer oost naest gearstlaet Wouter Peter Willems, west Cartroysen landen, streckende van t hoochste van de Winterdijck ter Ouder straten toe, soo als hier naer volcht als te weeten soo zijn de voorsegde kinderen ende erfgenamen van Jan Cornelis Oerlemans, verweckt bij Ariaentken Mateusse zaliger, bij accort in plaets van blinde lotinge, gevallen, geloot ende gearfdeelt, op te gerechte helft van t voorsegde lant, te meeten van de hooftsloot, onder de voet de dijck af totte gerechte helft toe, en sullen de voorsegde kinderen aen contant gelt van Willem Mateussen daertoe genieten ende alrede ontfangen op sesch hont lants toe. Also verstaen wort het achterste block, soo vele beterte te wesen, de somme van twintich carolus gulden ..onteren over vier hont minder oft meerder de somme van twintich gulden, ende sullen tot haren last nemen de schouwen van t voorsegde loth, te weten, van de straet vrede, ende van des Heerenstraet, sondermeer. Ende Willem Mateusse voornoemt is geloot ende gearfdeelt, ende sal als vorens op elck hont lants toegeven voor de beterschap twintich guldens, die alrede sijn betalet, ende sal tot voorsegd lant maecken de schouwen van de Ouden Straet sloot, ende van de Schepensloot sondermeer, ende sal oock sijn selven en wel beseijnden, midts dat partijen tot samen costen sullen den Scheijsloot oft Dwarssloot in t midden van elcx erve halft .... doch graven ende t hecken metten ..sten op ten dam setten, ende sal dan voort bij Willem Teuwen oft zijn nacomelingen altijts onderhouden worden, midtsgaders sullen .... .. tijen tot haere samen costen, op den dijck oock meacken een gelint met posten ende scheijden, ende het dijckstal bepoten met willigen naer behoeven, ende naer den tijt datter de schouwe overcam, ende daer naer dan bij de voorsegde kinderen ende erfgenamen van Jan Cornelis Oerlemans eeuwelijck onderhouden te worden, ende vertegen ver..tijen hierop eene loth naer den ouden gercomen (?) ende lant recht met hant halen ende met mont soo recht was met alle tegen wegen ende andere gebueren rechten, met recht tot eene lot oft lant behoren naer den .... hercomen, alle t sonder froude in oirconden, dese bij de selve ondertekent op ten 19e february 1630. Jan Dircxssen Aert Schalcken A. van Andel Bovenaan in de marge: extract voor Lenaert Janssen Onderaan in de marge: rest t recht van de brief van de verlichtingen en is ingericht |
[bron: Besoyen - Dorpsbestuur inv. 655 bl. 174r scan 178] |
| van 09-04-1631 tot 19-11-1631 | Pdf RAT. Loon op Zand. R 65 f 187v/188r d.d. 9-4-1631. Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans ende Adriaen Cornelis Diercxssen als man ende momboir van Lijsken zijne huijsvrouwe dochtere wijlen Jan Cornelis voorst. ende Jan Adriaen Zuenen ende Willem Matheus henne momboirs, soe voor hen als voor Lenaerden ende Adriaentken onmondighe kinderen wijlen Jan Cornelis voorgenoempt, de voorst. momboirs in den naeme ende van wegen als voor, tot het gene hier naervolght, consent ende decret hebbende van schouteth ende schepenen van Venloon, als ons schepenen ondergeschr. gebleken is, de helft onbedeijlt van het groot woonhuijs eender stede lants gestaen ende gelegen binnen der heerlicheijt van Venloon ter plaetsen genoempt de Vaerte aen den Ouden Draijer, beginnende het selve woonhuijs van de caemere aff mette helft onbedeijlt van den brouwhuijse ende verckenskoije daerbij staende. Midtsgaders de helft onbedeijlt van den noirdenzijde van de aenstede daeraenliggende oistwaert aen de stege aldaer, zuijtwaert ende westwaert Joost Peeterssen Swart ende noirtwaert aen sheerenvaert. Item de helft onbedeijlt in een parceel lants wesende het tweede loth in eenen acker genoempt den hoogen acker, beginnende vuijtten westen van de stege aff aen, de welcke aldaer is liggende, het selve geheel loth oistwaert aen erffenisse der erffgenaemen wijlen Jan Peter Jacops, zuijtwaert aen Adriaen Willemssen, westwaert ende noirtwaert aen de Vaerte. Item de helft onbedeijlt in een parcheel lants, wesende het 4e loth inden voorst. acker genoempt den hoogen acker, oistwaert aen de erffgenaemen Jan Wouter Claes, zuijtwaert aen Adriaen Willemssen, westwaert ende noirtwaert aen den vaerte voirst. Ende noch de helft onbedeijlt van de zuijdenzijde van eenen acker genoempt Geeridt Oirlemans acker gelegen aldaer aen de noirdenzijde van de vaerte waer aff de noirdenzijde desselffs acker is toebehoirende Adriaen Willemssen. Allen de voorst. parcheelen soe groot ende cleijn als die den gelijcke kinderen wijlen Jan Cornelis Oirlemans voorgenoempt te deele bevallen zijn soe men verclaerden, hebben zij wettelijck ende erffelijck opgedraegen ende overgegeven Adriaen Willemssen voorgenoempt, met affgaen ende verthijen alsoe gewoonlijck ende recht is. Gelovende de voorst. transportanten ende de voorst. henne persoonen ende allen henne ende der voorst. onmondige kinderen goederen, hebbende ende vercrijgende dit opdraegen ende overgeven den voorst. Adriaen Willemssen vast ende steedich te houden ten eeuwigen daegen, sonder eenich wederseggen ende hem de voorst. parcheelen van goederen te waeren als men erffne schuldich is te waeren. Midtsgaders allen commer, calangie ende aentael daer inne wesende den selven aff te doen geheelijck, vuijtgenomen des dorps commer. Testes Dierck Raessen ende Adriaen Cornelis den 9e aprilis 1631. In marge: Adriaen Peter Willems ende Jan Adriaen Zuenen als momboiren bij den heere geordonneert van de drije onmondige kinderen wijlen Catharina Cornelis Oirlemans respective verweckt bij Ivo Gielissen ende Claes Janssen Haegen, geasssiteert metten schouteth van Besoijen als oppervoocht der selver onmondige kinderen, hebben geboden ende vuijtgereijckt blijckende penningen, om in den naeme ende van wegen der voorgen. onmondige kinderen metten rechte van naerderschappe te lossen ende te quijten dese erffgoederen, ende hebben in der qualiteijt als voor geloeft alles te doen des een naederman schuldich is te doen. Midtsgaders den coopere te indempneren van den geloefte bij hem ter causen van coop van dese erffgoederen gedaen. Testes, Dingeman Jansse ende Adriaen Cornelis den 19e november 1631. RAT. Loon op Zand. R 65 f 188r d.d. 9-4-1631. Adriaen Willemssen heeft geloeft schuldener principael ten behoeve van de kinderen ende erffgrnamen wijlen Jan Cornelis Oirlemans de somme van vijffhondert ende 75 ca. gld. goet gancbaer gelt te geven ende te betaelen in drije gelijcke termijnen, waer aff den iersten betaelt sal wordden gereet, den 2e over een jaer ende den 3e oft lesten den 9e aprilis 1633. Procederende de selve somme ter causen van coop van de voorst. parcheelen van erffgoederen, de welcke hij gelover beneffens zijne andere goederen is stellende tot hypotheecq ende waerborch. Testes et actum ut supra. RAT. Loon op Zand. R 65 f 188v d.d. 16-4-1631. De selve transportanten een vierde part hen onbedeelt toecomende in eenen stede lants mette timmeringe daerop staende ende erffenisse daeraenliggende ende toebehoirende gelegen binnen de heerlicheijt van Venloon ter plaetsen genoempt de vaerte tegen over de Venis Straete, oistwaert aen sheerenstraete, zuijtwaert de erffgenaemen Lenaert Chielen, westwaert aen Burchtken dochtere Jan Lauwen ende noirtwaert aen Joost Peterssen Swart, soe men verclaerden, hebben zij wettelijck ende erffelijck opgedraegen ende overgegeven Roeloff Jacopssen van Hedel met affgaen ende verthijen alsoe gewoonlijck ende recht is. Gelovende de voorst. tramsportanten ende de voorst. momboirs op verbintenisse respective van henne persoonen ende allen henne ende der voorst. onmondige kinderen goederen, hebbende ende vercrijgende etc. Midtsgaders allen commer, calangie ende aentael daer inne wesende den selven aff te doen geheelijcken. Vuijtgenomen een vierde part in een derdendeel van vier vaten roggen sjaers aen den heijlige geest van Venloon met eenen staende ende lopende pacht. Noch een vierde part van des heeren chijns die int geheel vuijtte voorst. stede te vergelden staet ende daer toe des dorps commer. Testes Dierck Raessen ende Ghijsbert Claessen den 16e aprilis 1631. In marge: Adriaen Peter Willems ende Jan Adriaen Zuenen als momboiren van de drije onmondige kinderen wijlen Catharina Cornelis Oirlemans verweckt bij Jan Gielissen ende Claes Janssen haere respective geassisteert metten schouteth van Besoijen als oppervoocht, hebben geboden ende hebben geboden ende vuijtgereijckt blijckende penningen, die zij zeijden den voorst. kinderen hen eijgen te wesen, ome metten rechte van naerderschap te lossen het vierden part der stede alhier geruert. Ende hebben geloeft alles te doen des een naerderman is schuldich te doen, ende den coopere te indemneren van den geloefte bij hem ter causen van coop van het voorst. 4e part gedaen. Testes Dingeman Janssen ende Adriaen Cornelis den 19e novembris 1631. Toelichting: ------------ Dit lijkt te gaan om de goederen, verkregen uit de deling van Cornelis Cornelis de oude. Het gaat namelijk om het 1/4 part, en Cornelis had 4 kinderen, waaronder Jan. De kinderen van Jan willen hun deel verkopen aan Adriaen Willems. Dat gebeurt op 9 april 1631. Maar op 19 november 1631 maken de kinderen van zus Cathelijn de koop ongedaan, en kopen de goederen over met recht van naerderschap. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 65 f. 187v/188v scan 205/208] |
| 20-07-1626 | Samenvatting: ---------------- 1e akte: Jan Peters in den Thuyn, namens Mattheeus Janse Berchmans, heeft voor de heemraden van Besoyen, een hooiland van 7 hond in Besoyen gelegen, overgedragen. Het geld is door Jan Cornelis Oirlemans (zijn schoonzoon) ontvangen. Dat is gedaan om te voorkomen, dat de jaarlijkse lasten op Mattheeus zouden blijven vallen. Zo staat nu voor de schepenen van Venloon, Willem Mattheus Jansen Berchmans, als voor de helft erfgenaam van de goederen van zijn vader, en heeft dit bevestigd ten behoeve van de kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans (de vader van Willem, en ook Jan Cornelis zijn overleden). Dit om de positie van Jan Willem Zuenen (de koper, verwacht ik) te versterken. 2e akte: Thonis Wouter Geeritssen met Adriaen, Willem, Schalcken en Peeter, zijn broers, hadden beloofd om aan Matheeus Janssen Berchmans jaarlijks te betalen een cijns van 12 gulden op 7 februari, de 1e keer in 1625. Dit voor een erfenis met timmering (ik denk: een huis met houten aan -of bijbouw), liggend op ’t Hoekske. 3e akte: Willem, zoon van wijlen Mattheeus Jansse Berchmans aan de ene kant, en Jan Willem Zuenen, als voogd van de onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans en Adriana Mattheus Janse Berchmans, aan de andere kant, hebben een deling gemaakt van een schepenbrief van 100 gulden, ten laste van Cornelis Jan Weerdts, en van de helft van een jaarlijkse rente van 12 gulden, op de goederen van de erfgenamen van Wouter Geeritsen, in ’t Hoekske gelegen. De schepenbrief en de helft van de rente zijn aanbestorven bij de dood van Mattheus Janssen Berchmans. De helft van de rente is voor Willem, en de kinderen vertegen (van vertijgen= afstand doen). Met het voorbehoud dat de helft van de rente tijdens het leven van zijn moeder, Jenneke Lenaert aen ’t Sant, bij haar in tocht zal blijven (zij daar nog recht op zal hebben). De schepenbrief komt in handen van de kinderen. Toelichtig: ----------- Na het overlijden van Matheeus Jansse Berchmans en Jan Cornelis Oirlemans is het blijkbaar nodig om een aantal zaken vast te leggen. Jan Cornelis Oirlemans is getrouwd met de Adriaentken, de zus van Willem. Dus eigenlijk gaat het over de rechten en de deling tussen Willem en zijn zus van de goederen van hun vader. Zoals het hooiland te Besoyen, dat verkocht is aan Jan Willem Zuenen. Zoals ook: de kinderen van Wouter Geeritsen verklaren dat aan Matheeus Jansse elk jaar betaald zou worden voor hun huis in ’t Hoekske. Als laatste akte is de verdeling van een schepenbrief en de helft van de opbrengst van het huis aan ’t Hoekske geregeld tussen de erfgenamen van Matheeus Jansse Berchmans. Hierbij is bepaald dat de weduwe dit recht tot haar dood zal bezitten. De weduwe is hier met name genoemd: Jenneke Lenaert aen ’t Sant. Transcryptie: --------------- RAT. Loon op Zand. R 64 f 64r d.d. 20-7-1626. Condt zije eenen iegelijcken. Alsoe Jan Peters in den Thuijn ten behoeffne van Matheeus Janssen Berchmans voor heemraeders der ambachtsheerlijcheijt Besoijen hadde opgedraegen ende overgegeven een stuck hoijlants seven hont off daer omtrent int geheel begrijpende, gelegen in de voorst. ambachtsheerlijcheijt, oistwaert de Heere van Tilborch, zuijtwaert Goijaert Claessen, westwaert Ghijsbrecht Hendrick Wouters alias Span, ende noirtwaert den schouwsloot. Sonder dat de voorst. Matheeus Janssen tot betaelinge van den selven hoijlande gelder off stuijver hadde gefimeert, maer wel ter contrarien waeren allen de cooppenningen geschoten ende getelt door handen van Jan Cornelis Oirlemans. Sijnde de voorst. opdrachte oft gifte ten behoeffne van den voorst. Matheeus Janssen bij kennisse van de voorst. Jan Cornelis alleen geschiedt om te verhueden zeeckere oncosten die jaerlijcx op den voorst. hoijlande gevallen ende geresen souden hebben, soe verre het selven ten behoeffne van den selven Jan getransporteert hadde geweest. Soe is gestaen voor schepenen ondergeschreven Willem sone Matheeus Janssen erffgenaem voor deene hellicht van den selven Matheeus, ende heeft op het voorst. stuck hoijlants tsaemen op allen schepenen letteren daer aff gewach doende, ende allen den rechten hem daer inne eenichsins competerende off naemaels alnoch te competeren ten behoeffne van de onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans wettelijck ende erffelijck vertegen helmelingen in manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Gelovende sup se et bona etc. consitituerende ende machtich maeckende tot meerder vasticheijt van dijen Jannen Adriaen Zuenen, om de voorst. verthijenisse ede renunciatie voor den gerichte van Besoijen ende elders daer des van noode soude moegen wesen te vernijeuwen ende te erkennen ende alles daer inne te doen, des den stijl van de selven gerichten eijschen ende dicteren sal, ende hij constituant present ende voor oogen wesende selver soude cunnen off moegen doen, alwaer oijck soe etc. Testes, Dingeman Jansse ende Dierck Raessen den 20e julij 1626. RAT. Loon op Zand. R 64 f 64v d.d. 20-7-1626. Condt zij eenen iegelijcken. Alsoe Thonis sone Wouter Geeritssen met Adriaen, Willem, Schalcken ende Peeter zijne broeders, hadden geloeft te gheven ende te vergelden Matheeus Janssen Berchmans eenen jaerlijckse ende erffelijcke chijns van twelff gulden jaerlijcx hollants permissie gelt, alle jaer vrij van alle lasten ende schattingen op den 7e februari te betaelen, waer aff den 1e betaeldach verschijnen souden den 7e februarij 1625, vuijt ende van hender erffenisse metter timmeringe daer op staende, gelegen binnen der heerlicheijt Venloon ter plaetsen genoempt Thoecxken (=’t Hoekske), oistwaerts end westwaerts de erffgenaemen van Thonis Geeritssen, zuijdtwaert des heeren straete, ende noirtwaert totte meeren. Ende noch vuijt eenen acker saijlants rontsomme in erffenisse van Geerit Thonis erffgenaemen. Sijnde de selve jaerlijcxe rente te los met 200 gulden hollants permisse gelt, gelijck dat in schepenen letteren van Venloon daer op gemaeckt breeder begreepen staet in date den 7e februarij 1624. Ende waer oijck de voorst. Matheeus Jansse int constitueren als zijnde de resterende hondert gulden geschoten bij Willem Matheeus Janssen, die oversulcx sustineerde de eene rechte te competeren, alles nijettegenstaende den constitutiebrieff ten sijne behoeffne nijet ende was luijdende: Soe is gestaen voor schepenen ondergeschr. Jan Adriaen Zuenen als wettich momboir van de onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans bij den selven wijlen Jan ende Adriana zijne huijsvr. dochtere Matheeus Jansse voorst. tesamen verweckt als erffgenaemen voor de eene hellicht van de selven Matheeus, int bijwesen van Goijaert Geeritssen van Duppen, stadthouder der voorst. heerlicheijt. Ende heeft in den naem van de selven onmondige kinderen hem ierst ende vooral op alles aengaende de gelegentheijt der saecke wel geinformeert hebben ten behoeffne van den voorst. Willem Matheeus Janssen wettelijcke ende erffelijck vertegen ende gerenuncieert op deene hellicht der voorst. jaerlijcxse rente van twelff gulden, tsaemen op alle schepenen letteren daer aff gewach doende, ende allen den rechten den voorst. onmondige aengaende de voorst. hellicht daer inne eenichsins competerende. Gelovende de voorst. Jan Adriaens op verbintenissen van allen de goederen der voorst. onmondige kinderen, hebbende ende vercrijgende, dit verthijen ende renuncieren den voorst. Willemen altijt vast ende steedich te houden ten eeuwigen daegen sonder eenich wederseggen. Testes et actum ut supra. RAT. Loon op Zand. R 64 f 65r d.d. 20-7-1626. Willem sone wijlen Matheeus Janssen Berchmans ter eenre ende Jan Adriaen Zuenen als wettige momboir van de onmondige kinderen wijlen Jan Cornelis Oirlemans bij den selven wijlen Jan ende Adriana zijne huijsvr. dochtere wijlen Matheeus voorst. tsaemen verweckt int bijwesen van den stadthouder van Venloon ter andere zijden, hebben onderlinge ende met malcanderen gemaeckt ende gedaen eene erffdeijlinge ende erffscheijdige van eene schepenen geloefte van hondert ka. gld. eens ten laste der goederen van Cornelis Willem Weerdts, ende van de hellicht in eene jaerlijcxse rente van twelff gulden op de goeden der erffgenaemen van wijlen Wouter Geeritssen tot Venloon int Hoecxken. Welcke schepenen geloefte ende hellicht der rente den voorst. Willem Matheeus Janssen ende den voorst. onmondige kinderen bij ende overmidts der doot van Matheeus voorst. aenbestorven zijn soo men verclaerden. Overmidts welcker erffdelinge ende erffscheijdinge soe is Willem Matheeus voorst. te deele bevallen ende erffelijck aengecomen de voorst. hellicht in de voorst. rente van twelff gulden jaerlijcx. Op welcke hellicht der voorst. rente tsaemen op allen schepenen letteren daer aff gewach doende ten behoeffne van den voorst. Willem Matheeus heeft de voorst. Jan Adriaen Zuenen in der qualiteijt bovengeschreven wettelijck ende erffelijck vertegen helmelinge in manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Behoudelijck dat Jenneke dochtere Lenaert aen t Sant weduwe wijlen Matheeus Janssen aen de selve hellicht haeren leven lanck sal hebben recht van tochte. Met conditie ut infra. Overmidts etc. Soe is den voorst. onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans te deele bevallen ende erffelijck aengecomen de voorst. schepenen geloefte van hondert gulden eens. Op welcke schepenen geloefte ende allen schepenen letteren daer aff gewach doende ten behoeffne van de voorst. onmondige kinderen, heeft de voorst. Willem Matheeus wettelijck ende erffelijck vertegen helmelingen in manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Behoudelijck etc. ut supra. Met conditien ut infra. Met conditien hier inne toegedaen, dat sij deijlderen malcanderen de voorst. schepenen geloefte, ende de hellicht in de voorst. jaerlijcxse rente van twelff gulden sullen waeren, als men schepenen geloefte ende erffchijns nae lantrecht schuldich is te waeren. Gelovende de voorst. Willem Matheeus sup se et bona etc. dese erffdeijlinge ende erffscheijdinge, dit verthijen ende conditien boven verhaelt malcanderen vast ende steedich te houden ten eeuwigen daegen, sonder eenich wederseggen. Allet sonder argelist. Testes et actum ut supra. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 64 f. 64r-64v-65r] | ||
| 19-02-1630 | Samenvatting: ---------------- Willem Mateussen en Jan Jansse Oerlemans, ook namens zijn broer en zussen, verdelen een weiland aan de Cromme Dijk te Besoyen, 8 hond groot. Het weiland is gekomen van Mateus Jan Teuwen. Toelichting: ------------- Jan en zijn broer en zussen zijn kinderen van Jan Cornelis Oerlemans en Ariaentken Mateus zaliger. Willem is een broer van Ariaentken. Zij zijn de 2 kinderen van Mateus Jan Teuwen. Dus eigenlijk is het een deling tussen deze 2 kinderen. Lenart Janssen heeft een afschrift gevraagd, staat bovenaan. Lenart is de bedoelde broer van Jan. De Winterdijk bestaat nog steeds, en loopt nu van Capelle tot de rotonde bij Besoyen (tegenwoordig behorend tot Waalwijk). Op de kadasterkaart van 1832 is de naam Winterdijk verder doorlopend, en zien we ook de Oude Straat. Besoijen was toen een zelfstandige plaats. Transcryptie: ------------------------- Scheijdinghe ende delinge tussen Willem Mateussen ter eenre, ende de weeskinderen van Jan Cornelis Oerlemans mette voochden van dien, ten overstaen van de ge..hten ter andere zijden. Compareerde voor ons Schout ende hemraders (heemraden) der Ambachts van Besoyen, ondergeschreven, Willem Matheussen ter eenre, ende Jan Jansse Oerlemans voor hem selven, vervangende zijn ander broeder en susters ter andere zijden, als mede ten overstaen van Jan Ariaensse Seunen, als momboir ofte toesiender, ende de Schout als oppervoocht van de wesen, ten overstaen van Jan Dyrcxsse ende Aert Schalcken, hemraders van Besoyen, voonoemt, als daer toe geroepen ende gebeden, ende hebben metten anderen geloot, gescheijden ende gearfdeelt, seecker stuck weijlants, gelegen in Besoyen aen de Crommendijck, groot omtrent 8 hond (8x0,14 ha=1,12 ha) lants, gecomen ende hen samen aengecomen van Mateus Jan Teuwen zone. daer oost naest gearstlaet Wouter Peter Willems, west Cartroysen landen, streckende van t hoochste van de Winterdijck ter Ouder straten toe, soo als hier naer volcht als te weeten soo zijn de voorsegde kinderen ende erfgenamen van Jan Cornelis Oerlemans, verweckt bij Ariaentken Mateusse zaliger, bij accort in plaets van blinde lotinge, gevallen, geloot ende gearfdeelt, op te gerechte helft van t voorsegde lant, te meeten van de hooftsloot, onder de voet de dijck af totte gerechte helft toe, en sullen de voorsegde kinderen aen contant gelt van Willem Mateussen daertoe genieten ende alrede ontfangen op sesch hont lants toe. Also verstaen wort het achterste block, soo vele beterte te wesen, de somme van twintich carolus gulden ..onteren over vier hont minder oft meerder de somme van twintich gulden, ende sullen tot haren last nemen de schouwen van t voorsegde loth, te weten, van de straet vrede, ende van des Heerenstraet, sondermeer. Ende Willem Mateusse voornoemt is geloot ende gearfdeelt, ende sal als vorens op elck hont lants toegeven voor de beterschap twintich guldens, die alrede sijn betalet, ende sal tot voorsegd lant maecken de schouwen van de Ouden Straet sloot, ende van de Schepensloot sondermeer, ende sal oock sijn selven en wel beseijnden, midts dat partijen tot samen costen sullen den Scheijsloot oft Dwarssloot in t midden van elcx erve halft .... doch graven ende t hecken metten ..sten op ten dam setten, ende sal dan voort bij Willem Teuwen oft zijn nacomelingen altijts onderhouden worden, midtsgaders sullen .... .. tijen tot haere samen costen, op den dijck oock meacken een gelint met posten ende scheijden, ende het dijckstal bepoten met willigen naer behoeven, ende naer den tijt datter de schouwe overcam, ende daer naer dan bij de voorsegde kinderen ende erfgenamen van Jan Cornelis Oerlemans eeuwelijck onderhouden te worden, ende vertegen ver..tijen hierop eene loth naer den ouden gercomen (?) ende lant recht met hant halen ende met mont soo recht was met alle tegen wegen ende andere gebueren rechten, met recht tot eene lot oft lant behoren naer den .... hercomen, alle t sonder froude in oirconden, dese bij de selve ondertekent op ten 19e february 1630. Jan Dircxssen Aert Schalcken A. van Andel Bovenaan in de marge: extract voor Lenaert Janssen Onderaan in de marge: rest t recht van de brief van de verlichtingen en is ingericht |
[bron: Besoyen - Dorpsbestuur inv. 655 bl. 174r scan 178] | ||
| van 27-02-1631 tot 28-02-1631 | Samenvatting: ---------------- Op 27 februari 1631 delen de kinderen de goederen, nagelaten door hun vader Jan Cornelis Oirlemans. Jan en Lijsken krijgen door loting: * het brouwhuis, schop en grond, De Oude Stede genaamd, op t Craenven, 12 lopensaat (2,3 ha.), gelegen tussen ’s Heerenstraat en Duiksche Hoeve * de Langen akker aldaar, 2 lp (0,4 ha.) * 1 perceeltje land aldaar, 1 lp * een klein hofje aldaar, 23 roei (300m2, 30mx10m) * het hofje voor de stede * lotje land aan de Vonder * hooiland 8 hond in t Ambacht van Besoyen over de winterdijk (1,1 ha.) * hooiland 5 hond in t Ambacht van Besoyen over de Oude Straat, ongedeeld met Andries Peters en Jan Adrdiaen Diercxssen de Bie * hooiland 8 hond in t Ambacht van Capelle in de Zuidewijn, ongedeeld met Adriaen Diercxssen de Bie * ze betalen aan Lenaert en Adriaentken op vastenavond 1632 voor vergelijking 125 gulden Lenaert en Adriaentken krijgen door het lot: * een stede met timmeringe en akker, genaamd jan Vrients stede, in t Craenven * akker 1 1/2 lp, westwaarts Heerenstraat en Duiksche Hoeve * akker 1 1/2 lp, gespleten van de Oude stede * akker 4 lp * akker 1 1/2 lp * hooiland 8 hond in Besoyen over de Schouwsloot * hooiland 4 hond in Besoyen aan de Crommendijk * hooiland 3 hond tot Capelle over de Oude straat, ongedeeld met Adriaen Diercxssen de Bie, jacop Hendricx en anderen * hooiland 7 hond in ’Ambacht van Capelle in de Zuidenweg, ongedeeld met Mel Aertssen en anderen Op 28 februari 1632 verdelen Jan en Lijsken hun deel: Jan: * de Oude stede en alle hei en percelen op t Craenven * hij betaalt 250 gulden aan Lijsken * hij ontvangt de huur van 1 jaar op de stede (het lijkt erop, dat Lijsken en haar man daar wonen) Lijsken: * alle percelen hooiland tot Capelle en Besoyen Toelichting: ------------- Hier is een zus van Jan en Lenaert genoemd, namelijk Adriaentken. Die kende ik nog niet. In de akte van 22 januari 1626 staat: ... momboir van de 5 onmondige kinderen wijlen Jan Cornelis Oirlemans. Die kinderen zijn niet met name genoemd. Daar kende ik er 3 van met hun naam: Jan, Lijsbeth en Lenaert, en nu dus ook Adriaentken. Misschien komt hun 5e kind ook nog ergens naar boven. Pdf RAT. Loon op Zand. R 65 f 169v/171r d.d. 27-2-1631. Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans ter eenre, Adriaen sone wijlen Cornelis Diercxssen als man ende momboir van Lijsken zijnen huijsvrouwe dochtere des voorst. wijlen Jan Cornelis ter tweeder, ende Jan Adriaen Zuenen ende Willem Matheussen als wettige momboiren bij den heere geordonneert van Lenaerden ende Adriaentken onmondige kinderen wijlen Jan Cornelis Oirlemans voorgenoempt ter derder ende vierder zijden, hebben onderlinge ende met malcanderen gemaeckt ende gedaen eene erffscheijdinge ende erffdeijlinge van den goederen naebeschreven, hen ende den voorst. onmondige kinderen bij ende overmidts der doot ende afflijicheijt van henne ouders ende anderssins erffelijck aengecomen zijnde soe men verclaerden. Overmidts welcker erffscheijdinge ende erffdeijlinge, soe is den voorst. Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans ende Adriaen sone wijlen Cornelis Diercxssen in der qualiteijt bovengeschreven bij blinde lothe bij den schouteth van Venloon van sheeren wegen geleght, tsaemen te deele bevallen brouwhuijs, schop ende grondt ende erffenisse daeraenliggende genoempt d’oude stede, twelff lopensaet ende 8 1/2 roeijen lants int geheel begrijpende, gelegen binnen der heerlicheijt van Venloon ter plaetsen genoempt het Craenven tusschen den waterlaet ende erffenisse Jan Hendricx Verduijn aen de eene zijde oistwaerts ende tusschen erffenisse de weduwe Denis Janssen Loijen ende meer andere aen dandere zijde westwaerts, streckende van sheerenstraete totte Duijcxe hoeve. Noch eenen acker lants genoempt den Langen acker, gelegen aldaer tusschen erffenisse Jan Hendricx Verduijn voorgen. aen d’eene zijde oistwaerts ende tusschen den voorst. waterlaet aen dandere zijde westwaert, streckende van sheerenstraete tot aen erffenisse des voorst. Jan Verduijns noirtwaerts. Noch een stucxken lants twee loopensaeten ende 13 roeijen int geheel begrijpende gelegen aldaer aen de zuijdezijde van sheerenstraete, oistwaert, zuijtwaert ende westwaert aen erffenisse Corstiaen sone wijlen Jan Joosten Borsten ende noirtwaert aen sheerenstraete. Noch een parceeltken lants geschickt op een loopensaet, gelegen aldaer op het hooch, oistwaert, westwaert ende noirtwaert aen erffenisse des voorst. Corstiaens ende zuijtwaert aen erffenisse Cornelis Willemssen de Pruijser. Noch een cleijn hoffken groot omtrent 23 roeijen, gelegen aldaer aen den zuijde zijde van den voorst. sheerenstraete, oistwaert aen erffrenisse des voorst. Corstiaens, zuijtwaert aen erffenis van Lenaert ende Adriaentken onmondige kinderen hier tegen deijlende ende noirtwaert aen sheerenstraete. Noch een hoffke gelegen aldaer voor de stede, toecomende de weduwe ende kinderen wijlen Henrick Goossens oistwaert aen de voorst. weduwe Denis Janssen Loijen, zuijtwaert sheerenstraete ende westwaert ende noirtwaert de erffgenaemen Cornelis Adriaens. Noch een lotken lants genoempt aen den Vonder oistwaert aen den aterlaet, zuijtwaert aen de weduwe Denis voorgen. westwaert de voorst. Lenaert ende Adriaentken hier tegen deijlende ende nnoirtwaert de voorst. erffgen. Cornelis Adriaens. Noch een stuck hoijelants acht hont off daer omtrent int geheel begrijpende gelegen in den Ambachte van Besoijen over den winterdijck genoempt het Hoijelant achter Goijaert Claessen oistwaert aen erffenisse des heere van Tilborch, zuijtwaert aen den winterdijck, westwaert Ghijsbert Hendricxssen Span ende noirtwaert aen den schouwsloot. Noch vijff hont lants in een stuck hoijelants gelegen in den Ambachte van Besoijen over d’Oude straete, gemeijn ende onbedeelt met Andries Peters ende Jan sone Adriaen Diercxssen de Bie. Ende noch acht hont hoijelants off daer omtrent in een stuck lants gelegen in den Ambachte van Cappelle inden Zuijdewijn, gemeijn ende onbedeelt met Adriaen Diercxssen de Bie. Allen de voorst. parceelen van erffgoederen soe groot ende cleijn als de selve ter voorst. plaetsen gelegen zijn ende gelijck zij deijlderen vercleirden malcanderen gedesigneert ende gewesen te hebben. Op welcke parceelen van goederen cum litteris et jure ten behoeve van den voorst. Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans ende Adriaen sone wijlen Cornelis Diercxssen, hebben de voorst. momboiren vertegen etc. Behoudelijck dat men vuijt desen lothe gelden sal de helft van alle renten, chijnsen ende pachten die vuijtte voorst. goederen ende vuijtte parceelen van erffenisse den voorst. Lenaerden ende Adriaentken onmondige kinderen des voorst. wijlen Jan Cornelis Oirlemans bij desen erffscheijdinge ende erffdeijlinge te deele bevallen, met recht te vergelden staen ende daerenboven sal dit loth tot vergelijckinge deser erffdeijlinge aen den voorst. Lenaert ende Adriaentken tot vastenavont 1632 geven ende vuijtreijcken tsaemen de somme van hondert ende 25 ca. gld. eens, goet gancbaer gelt. Met conditien ut infra. Overmidts etc. soe is den voorst. Lenaerden ende Adriaentken bij blinde lothe als voor geleeght tsaemen te deele bevallen ende erffelijck aengecomen eene stede lants mette timmeringe daer op staende ende het geheel ackerlant daeraenliggende genoempt Jan Vrients stede gelegen binnen der heerlicheijt Venloon ter plaetsen gen. het Craenven tusschen een parceel ackerlants van anderhalff loopensaet ende vijff roeijen hier ondergenoempt ex vno oistwaert ende tusschen erffenisse der erffgenaemen Cornelis Adriaens etc. westwaert streckende van sheerenstraete totte duijcxse hoeve. Noch een parcheel ackerlants anderhalf lopensaet ende vijff roeijen int geheel begrijpende, gespleten van d’Oude stede, gelegen aldaer oistwaert aen den waterlaet, zuijtwaert ende noirtwaert aen de weduwe Denis Janssen Loijen ende westwaert aen erffenisse van de voorst. stede genoempt Vrienten stede. Noch een parcheel lants van vier loopensaet ende 4 1/2 roije in een acker lants gelegen aldaer aen den zuijde zijde van sheerenstraete, oistwaert ende westwaert Corstiaen Jan Borsten, zuijtwaert Cornelis Willems ende noirtwaert de voirst. Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans ende Adriaen Cornelis Diercxssen hier tegen deijlende met Corstiaen Jan Borsten voorst. Noch een parcheel lants groot anderhalf loopensaet ende omtrent 7 roijen in den selven acker oistwaert ende zuijtwaert aen den voorst. Corstiaen Jan Borsten ende westwaert ende noirtwaert de erffgenaemen wijlen Jan Goijaerts. Noch een stuck hoijelants acht hont oft daeromtrent int geheel begrijpende, gelegen in Besoijen over den schouwsloot achter Goijaert Claessen, oistwaert aen erffenisse des heere van Tilborch, zuijtwaert aen den schouwsloot, westwaert aen den weduwe Geerit van Broechoven ende Aert Wouters van Laerhoven ende noirtwaert aen Ghijsbert Hendricxssen. Noch een stuck hoijelants vier hont oft daer omtrent int geheel begrijpende, gelegen in Besoijen aen den Crommendijck, oistwaert aen erffenisse van Wouter Peter Willems, zuijtwaert aen den winterdijck, westwaert aen Chantroijsen lant ende noirtwaert Willem Matheus. Noch drije hont hoijelants gelegen tot Cappel over de d’Oude straete, gemeijn ende onbedeijlt met Adriaen Diercxssen de Bie, Jacop Hendricx ende meer anderen. Ende noch een stuck hoijelants seven hont oft daeromtrent int geheel begrijpende, gelegen in den ambacht van Cappel in den Zuijdenwijn, onbedeelt met Mels Aertssen ende meer andere, het geheel stuck oistwaert aen Peter Hendrick Haemer, zuijtwaert aen d’oude straete, westwaert aen erffenisse der kinderen Laureijs Peters ende noirtwaert aen den Ganthel. Allen de voorst. parcheelen soe groot ende cleijn ut supra ende daerenboven sal dit loth tot vergelijckinge deser erffdeijlinge van Jan Janssen Oirlemans ende Adriaen Cornelis Diercxssen hier tegen deijlende hebben ende ontfangen tot vastenavont 1632 de somme van hondert en 25 ca. gld. eens goet gancbaer gelt. Op welcke parcheelen van goederen cum litteris et jure ten behoeve van den voorst. Lenaert ende Adriaentken onmondige kinderen des voorst. wijlen Jan Cornelis Oirlemans hebben de voorst. Jan sone Jan Cornelis Oirlemans ende Adriaen sone wijlen Cornelis Diericxssen wettelijck ende erffelijck vertegen etc. Behoudelijck ut supra etc. ende daerenboven sal dit loth etc. Met conditie ut infra. Met conditien hier inne toegedaen, dat zij deijlderen den commer hier in desen benoempt alsoe sullen gelden ende betaelen ende de gebuerlijcke lasten ende rechten tot elcx portie staende alsoe sullen houden ende onderhouden, dat den eenen van den anderen egeen hinder oft schaede aff en sal comen in eeniger manieren. Behoudelijck oijck dat elck een schuldich ende gehouden sal wesen te wegen ende te stegen naer den rechte van den lande, te weten de voorst. Jan ende Adriaen als schulderen principael super se en bona qua etc. ende de voorst. momboiren etc. Allet sonder argelist. Testes Dierck Raessen ende Adriaen Cornelis den 27e februarij 1631. RAT. Loon op Zand. R 65 f 171r/v d.d. 28-2-1631. Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans ter eenre ende Adriaen Cornelis Diercxssen als man ende momboir van Lijsken zijnen huijsvrouwe dochtere des voorst. wijlen Jan Cornelis Oirlemans ter andere zijden, hebben onderlinge ende met malcanderen gemaeckt ende gedaen eene erffscheijdinge ende erffdeijlinge van goederen die hen tsaemen onbedeelt bij den bovengeschr. erffscheijding ende erffdeijlinge te deele bevallen zijn, soe men verclaerden. Overmidts welcker erffdeijlinge ende erffscheijdinge, soe is Jan Janssen Oirlemans bovengen. te deele bevallen d’oude stede op het Craenven met allen de heijbodems ende de parcheelen van erffenisse op het Craenven liggende, die welcke hen tsaemenderhandt bij de voorst. deijlinge aldaer te deele bevallen ende aengecomen waeren. Op welcke parcheelen van goederen tsaemen op allen brieven ende bescheeden daer aff mentie maeckende ten behoeffne des voorst. Jn sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans heeft de voorst. Adriaen Cornelis Diercxssen wettelijck ende erffelijck vertegen helmelingen in manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Behoudelijck dat men vuijt desen lothe sal gelden alle renten, chijnsen ende pachten die met recht daer vuijt zijn gaende. Ende daerenboven sal Jan voorst. betaelen ende voldoen int geheel alsulcke 125 ca. gld. als zij deijlderen aen Lenaerden ende Adriaentken onmondige kinderen Jan Cornelis voorgen. naer luijdt van de voorst. voorgaende deijlinge moeten vuijtreijcken tot vastenavont 1632. Oijck soe sal Jan de gehele huere der voorst. stede voor een jaer ontfangen. Met conditie ut infra. Overmidts etc. soe zijn den voorst. Adriaen sone wijlen Cornelis Diercxssen namens zijn huijsvrouwe te deele bevallen allen de parcheelen van hoijelant soe tot Cappel als Besoijen, die welcke hen deijlderen bij de voirst. voorgaende deijlinge te deele bevallen zijn. Op welcke parceelen van goederen tesaemen op allen brieven ende bescheeden daer aff mentie maeckende ten behoeve van den voorn. Adriaen Cornelis Diercxssen heeft de voorst. Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans wettelijck ende erffelijck vertegen, helmelingen in manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Behoudelijck dat men daer vuijt sal gelden het ghene daerop begroot soude mogen zijn. met conditien ut infra. Met conditien hier inne toegedaen, dat zij deijlderen den commer hen in desen genoempt alsoo sullen gelden ende betaelen de gebuerlijcke lasten ende rechten tot elcx portie staende alsoe sullen houden ende onderhouden, dat deen van dander egeen hinder oft schaede en sal overcomen in eenige manieren ende offer eenigen ouden commer met recht hier op quam daer men ten deser tijdt nijet aff en weet, den selven sullen sij deijlderen malcanderen helpen draegen, ende sal elck zijn loth aenveerden, soe ende gelijck de voorgaende deijlinge is vermelt ende sullen zij oijck malcanderen allen achterstel helpen aff te doen. Gelovende de voorst. deijlderen sup se et bona etc. ten eeuwigen daege onwederroepleijck. Op te verbeurte van hondert ca. gld. tot behoeffne van den armen tot Venloon. Testes D. Raessen ende Ghijsb. Claessen. Actum 28e februarij 1631. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 65 f. 169v/171v scan 205/208] |
| 03-02-1630 | Pdf RAT. Loon op Zand. R 65 f 157v/158v d.d. 3-12-1630. Wij Dierck Raessen van Grevenbroeck ende Ghijsbert Claessen Buennen, schepenen der heerlicheijt van Venloon doen condt eenen ijegelijcken, certificerende voor de gerechte waerheijt hoe dat op heden date deser voor ons gecomen ende gecompareert zijn in henne propere persoonen de eersaeme Adriaen sone wijlen Cornelis Dierck Franssen, geassisteert met Cornelis Sijmens ende Laureijs Jan Spijckers zijne oomen ende momboirs, ende Lucas Caerl Willemsse de Pruijser zijnen swaeger ter eenre, ende Elizabeth dochtere wijlen Jan Cornelis Oirlemans geassisteert met Jan Janssen Oirlemans haeren broeder ende Jan Adriaen Zuenen ende Willem sone wijlen Matheeus Janssen Berchmans haere momboirs ter andere zijnden. De voorst. Adriaen ende Elizabeth tegenwoich jonge oft ierstgehouwde beddegenoten, de welcke om te verhueden alle questien, cauillatien ende geschillen die hier naemaels in toecomende tijden tusschen de vrienden van den ierst afflijvigen ende den lancxtlevende van hen beijde oft bij afflijvicheijt deselffs lancxtlevende tusschen zijne oft haere vrienden souden moegen opstaen ende gerijsen, hebben naer rijpe deliberatie ende met volcomen consent ende advijs van den voorst. momboirs ende vrienden gemaeckt ende gesloten dit tegenwoirdich contract ende dat in vuegen, manieren ende onder de conditien hiernaer volgende. In den iersten is gecontioneert dat elck de voorst. beddegenoten tot subsidie ende onderstandt van den houwelijck bij hen alreede aengevangen, sal innebrengen allen ende een ijegelijcken henne goederen, soe erffelijcke, erffhaeffelijcke, waer ende tot wat plaetsen de selve gelegen zijn off bevonden sullen wordden, het sij in Brabant, Hollant oft elders. Ende oft het gebeurden dat de voorst. Adriaen off Elizabeth deser werelt geraeckten te overlijden, sonder wettige levende geboirte staende desen houwelijck van hender beijde lijffne geprocreert te hebben, oft dat het kindt oft kinderen bij hen tsaemen verweckt voer zijne oft henne mondige daegen oft aleert tot wettige geapprobeerden staet te comen quamp oft quamen afflijvich te wordden, soe sullen de voorst. erffelijcke goederen die deen oft dander bij versterff van vrienden staende desen houwelijck souden moegen aencomen, succederen ende devolueren aen den zijde van daer zij gecomen zijn, dan de haeffelijcke goederen mette erffelijcke ende erffhaevelijcke goederen duerende desen houwelijck te conquesteren ende te veroveren sullen wesen ingevalle als voor halff ende halff. Wel verstaende nochtans soe sal de lancxtlevende van de voorst. beddegenoten ingevalle van egeene blijvende geboirte als boven verbetert wesen ende aen hem oft haer van de gereetste goederen des ierststervende vuijt gereijckt wordden de somme van tweehondert ca. gld. eens goet gancbaer gelt, ende sal de lancxtlevende alsdan daermede naer luijdt ende vermellens deser schuldich ende gehouden wesen affstandt te doen van de voorst. goederen des ierststervende. Alle welcke poincten, conditien ende clausulen de voorst. comparanten malcanderen geloeft hebben ende geloven midts desen vast, steedich ende van weirden te houden, sonder daer tegens te doen oft comen doen doen, off doen comen het sij in recht oft daer buijten in eeniger manieren. Op verbintenisse van henne persoonen ende allen henne goederen, hebbende ende vercrijgende, renuncierende tot dijen de selve comparanten op alle beneficien ende rescissien oft andere die hen ter contrarien van desen eenichsins souden moegen dienen oft te staede comen. Allet sonder argelist. Ende des toirconden etc. opten 3e decembris 1630. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 65 f. 157v/158v] | ||
| 10-02-1651 | Huwelijkse voorwaarden opgemaakt tussen Adriaen Geeridt Cornelis Cauwenberchs en Elizabeth Jan Cornelis Oerlemans, weduwe van Adriaen Cornelis Diercxssen van den Hove. Adriaen wordt geassisteerd met zijn vader Geeridt en Elizabeth met Lambert Cornelissen van den Hove, Peter Poisson en Jan Janssen Oirlemans, ooms van de zeven onmondige kinderen uit haar eerste huwelijk. Adriaen zal 1500 gulden inbrengen. Toelichting: ------------- Op 25 januari 1651 zijn Elisabeth en Adriaen getrouwd. Voor zichzelf en haar 7 onmondige kinderen uit het 1e huwelijk stelt ze met haar nieuwe echtgenoot de huwelijkse voorwaarden op. Ze is geassisteert door Lambert Cornelis van den Hove. Dat zal haar broer zijn, en daardoor oom van de kinderen. Ook door Jan Jansen Oirlemans. Ze is dochter van wijlen Jan Cornelis Oerlemans, en daarmee is het dan ook Jan Jan Cornelis Oirlemans, haar broer en dus oom van de kinderen. Ook nog door Peter Poisson. Die is getrouwd op 29 januari 1640 met Maria Cornelis van den Hove, haar zus, en zo is hij ook oom van de 7 kinderen. De 7 kinderen: de oudste is Johannes, 18 jaar, en de jongste is Lambertus, 2 jaar. Van de 8 gevonden dopen is er een 2e Adriana. Waarschijnlijk is de 1e jong overleden, waardoor het deze 7 kinderen geweest zullen zijn, als ze weer trouwt. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 73 f. 77r, 77v, 78r, 78v] |
| van 30-04-1635 tot 08-04-1655 | Pdf RAT. Loon op Zand. R 67 f 24r d.d. 30-4-1635. Willem sone Cornelis Berthens alias Prince, woonende in Udenhout heeft gelooft als schulder principael op hem ende allen zijne goederen, hebbende ende vercrijgende, Adriaen sone Cornelis Diercxssen van den Hove de somme van hondert ca. guldens goet gancbaer gelt te geven ende te betaelen den 14e aprilis anno 1636 metten intrest tegen den penninck sesthien. Ende oft het gebeurden dat de voorst. Willem Cornelis Berthens de voorst. somme langer waer onderhoudende, soe geloeft hij gelijcken intrest te betaelen naer loop ende laps van tijde. Gelovende daer en boven de selve Willem tegens dese zijne geloefte nijet te doen oft laeten doen in recht oft daer buijtten in eeniger manieren ten zij etc. Testes Bastiaen Stoffelen ende Cornelis Willems den 30e aprilis 1635. In marge bijgeschreven: Lenaert Janssen Oirlemans als actie ende transport hebbende soe hij seijde van Adriaen Cornelis Diercxssen bekent als dat Willem Cornelis Berthens hem dese geloefte ten vollen betaelt heeft metten intrest daeraff verschenen. Actum 11 martij 1640. RAT. Loon op Zand. R 67 f 24r/v d.d. 30-4-1635. Marcus sone Jan Everts heeft geloeft als schulder principael op hem ende allen zijne goederen hebbende ende vercrijgende Adriaen Cornelis Diercxssen van den Hove de somme van sessendertich ca. gld. goet gancbaer gelt te geven ende te betaelen tot halff aprilis des jaers 1636 metten intrest tegen den penninck sesthien. Ende oft gebeurde dat de voorn. Marcus de selve somme van 36 gld. langer waer onderhouden, soe geloeft hij gelijcken intrest te betaelen naer loopen ende laps van den tijde. Gelovende daerenboven de selve Marcus als schulder principael op verbintenisse als voor tegens dese zijne geloefte nijet te doen oft laeten doen in recht oft daerenboven in eeniger manieren, ten zij namptizatie ierst ende voor al sal geschiet wesen. Testes et actum ut supra. In marge: Adriaen Geritssen Cauwenberch als man ende momboir van Lijsken naegelaeten wed. Adriaen Cornelis van den Hove bekent als dat Marcus Janssen gelover hem dese geloefte ten vollen betaelt heeft. Actum 8e aprilis 1655. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 67 f. 24r] |
| 03-04-1634 | Pdf RAT. Loon op Zand. R 66 f 71v/73r d.d. 3-4-1634. Adriaen Cornelis Diercxssen van den Hove als man ende momboir van Lijsken zijnen huijsvrouwe dochtere wijlen Jan Cornelis Oirlemans, de helft onbedeijlt in een parcheel eckerlants anderhalf loopensaet ende vijff roijen int geheel begrijpende, gespleten van de oude stede gecomen van zijns transportants huijsvrouwe vader, gelegen binnen der heerlicheijt Venloon ter plaetsen genoempt het Craenven, oistwaert aen den waterlaet, zuijtwaert ende noirtwaert aen de weduwe Denijs Janssen ende haere kinderen, ende noirtwaert aen Vriendten stede. Noch de helft onbedeijlt van een parcheel lants van vier loopensaet ende 4 1/2 roije lants in eenen acker lants gelegen aldaer aen de zuijdenzijde van sheerenstraete, oistwaert aen erffenisse Corstiaen Jan Borsten, zuijtwaert Cornelis Willemssen de Pruijser, westwaert aen erffenis van Jan Janssen Oirlemans ende noirtwaert de oude stede voorgeruert. Ende noch de helft onbedeijlt in een parcheel lants groot anderhalff loopensaet ende seven roeden oft daeromtrent in den selven acker, oistwaert aen erffenisse des voorst. Jan Janssen, zuijtwaert Corstiaen Jan Borsten, westwaert ende noirtwaert aen erffenisse Jan Goijaerts kinderen. Welcke helften van erffenisse voorst. hem transportant in de qualiteijt als voor bij erffscheijdinge ende erffdeijlinge te deele bevallen zijn voor schepenen in Venloon opten 9e dach der maent junij int jaer ons heeren 1633, gelijck dat in schepenen letteren van Venloon daer op gemaeckt breeder begrepen staet, heeft hij wettelijck ende erffelijck opgedragen ende overgegeven den voorgen. Jan Janssen Oirlemans zijnen swaeger, tsaemen met allen brieven ende bescheeden daer aff gewach doende ende allen den rechte hem daer in der qualiteijt voorst. daer inne eenichssins competerende. Met affgaen ende verthijen alsoe gewoonlijck ende recht is. Gelovende de voorn. Adriaen sone Cornelis Diercx van den Hove als schulder principael op hem ende allen zijne ende zijnen voorst. huijsvrouwe goederen, hebbende ende vercrijgende, dit opdraegen ende overgeven den voorn. Jan Janssen Oirlemans vast ende steedich te houden ten eeuwigen daegen sonder eenich weder seggen. Ende allen commer, calangie ende aentael daer inne wesende den selven aff te doen geheelijcken, vuijtgenomen dat men hier vuijt naer grootte des lants naer luijdt der voorst. erfscheijdinge ende erffdeijlinge mede sal gelden in alle renten, chijnsen ende pachten met recht daer van te vergelden staende. Testes et actum ut supra. RAT. Loon op Zand. R 66 f 73r/74v d.d. 3-4-1634. Jan Janssen Oirlemans heeft gelooft als schulder principael op hem ende allen zijne goederen, hebbende ende vercrijgende, Adriaen Cornelis Diercx van den Hove, zijnen swaeger, de somme van tweehondert ende vijfftich ca. guldens goet gancbaer gelt gereet te betaelen, ende dat ter causen van coop van seeckere parcheelen van erffenisse hem gelover bij den voorst. Adriaen op heden opgedraegen ende overgegeven. Dies soe sal Jan Janssen ontfangen de huere der selver parcheelen die daer aff ten oogst verschijnen sal. Ende sal Jan de selve parcheelen aenveerden volgens de huurcedule met Geeridt Thonis gemaeckt. Testes et actum ut supra. In marge: Adriaen Cornelis bekent dese 250 gld. ten vollen ontfangen te hebben. Consenterende inde cassatie. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 66 f 71v/73 en f 73r/74v] | ||
| van 24-02-1649 tot 16-02-1651 | Pdf 781 Loon op Zand. R 72 f 149r/v d.d. 24-2-1649. Jan ende Lenaert gebroederen sonen wijlen Jan Cornelis Oerlemans, twee moerbodems gelegen bijnnen der heerlicheijt van Venloon inden kercken streeck, den eenen groot 16 loopensaeten min vijff roijen, oistwaerts aen de nijeuwe erffenisse van Wouter Janssen van Broechoven, zuijtwaerts ende westwaerts aen sheerenstraete ende noirtwaerts aen Joost Cornelissen Croot ende zijne consoirten ende den anderen groot omtrent drije loopensaeten ende 2 roijen, gelegen tusschen erffenisse van Peter Cornelis van Esch aen deene zijde zuijtwaerts ende tusschen erff. van Joost Cornelissen Croot ende zijne consoirten noirtwaerts, streckende metten eijnde aen het kercken dijcxken ende metten andere eijnde aen sheerenstraete. Ende welcke twee moerbodems eertijts gecomen van die erffgenaemen wijlen Henrick Janssen Loijen, soe zij seijden, hebben zij wettelijck ende erffelijck opgedraegen ende overgegeven Sebastiaen Peter Janssen tsaemen met allen brieven ende bescheeden daer aff gewach doende ende allen den rechte en daer inne eenichsins competerende. met affgaen ende verthijen alsoe gewoonlijck ende recht is. Gelovende de voorst. transportanten als schuldenaeren principaele op hen ende allen henne goederen hebbende ende vercrijgende, de voorst. twee moerbodems den voorst. Sebastiaen te waeren als men erffne schuldich is te waeren ende allen commer, calangie ende aentael daer inne wesende den selven aff te doen geheelijcken. Behoudelijck nochtans soe sullen allen gebuerlijcke lasten ende servituten totte voorst. twee moerbodems behoirende bij den voorst. Sebastiaen coopere houden ende onderhouden wordden naer den rechte van den lande. Testes et actum ut supra. In marge: Adriaen Cornelissen van den Hove als man ende momboir van Lijsbeth zijnen huijsvrouwe dochtere wijlen Jan Cornelissen Oirlemans int bijwesen van Lijsbeth voorst. heeft geboden ende vuijtgereijckt blijckende penningen, om metten rechte van naerderschappe dese twee moerbodems ende heeft gelooft alles te doen des eenen naerderman schuldich is te doen. Testes D. Duppen et G. Claessen. Actum 10 martij 1649. Et promisit etc. Idem: Adriaen Cornelissen in voorst. qualiteijt heeft ’t recht van naederschap overgegeven Sebastiaen Peter Janssen effestucando. Promittens sub obligatione etc. Testes et actum ut supra . 781 Loon op Zand. R 72 f 149v/150r d.d. 24-2-1649. Sebastiaen Peter Janssen heeft gelooft als schuldenaer principael op hem ende allen zijne goederen, hebbende ende vercrijgende Jan ende Lenaert, gebroederen sonen wijlen Jan Cornelis Oirlemans de somme van 255 ca. guldens goet gancbaer gelt ’t stuck gerekent, te geven ende te betaelen in drije gelijcke termijnen waeraff den iersten betaelt sal wordden alsnu gereet, den 2e van heden over een jaer ende den 3e oft lesten ’t jaers daernaer volgende. Procederen de selve somme ter causen van coop van eenen moerbodem groot 16 loopensaet min vijff roeden, hem gelover op heden gevest ende opgedraegen. Ende alnoch soe gelooft de voorst. Sebastiaen den voorst. Jan ende Lenaerden de somme van 42 gld. 10 st. goet gancbaer gelt als voor te geven ende betaelen in twee gelijcke termijnen, te weten deene helft alsnu gereet ende dandere helft van heden over een jaer, ende dat over coop van eenen moerbodem groot omtrent drije loopensaeten 20 roeden aen hem gelover van wegen des voorst. Jans ende Lenaerts oijck gevest ende opgedraegen. Welcke voorst. twee moerbodems hij gelover voor de voldoeninge der voorst. sommen in termijnen respective als boven te betaelen midts desen is stellende tot hypotheecq ende waerborch. Testes et actum ut supra. In marge f 149v: Jan Janssen Oirlemans bekent den 1e termijn deser twee respective sommen van de gelover ontfangen te hebben. Actum 29 februarij 1649. Idem: Lenaert Janssen Oirlemans bekent den 2e termijn van de somme van 255 gld. wesende de cooppeningen van den grooten bodem, ende den lesten termijn van de 42 gld. 10 st. van de cleijnen bodem beijde alhier vermelt van de gelover ontfangen te hebben. Dies gecort aen den selve termijn eenen pattacon bij den geloever betaelt aen Adriaen Cornelis van den Hove vuijt oirsaecke partijen bekent. Actum 3e martij 1650. Idem: Jan ende Lenaert Janssen Oirlemans, fres. bekennen den 3e lesten termijn van de grootten bodem oijck ontfangen te hebben ende consenteren alsoe inde cassatie. Actum 16 februarij 1651 |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 73 f. 149r en v, 150r] |
| van 09-04-1631 tot 19-11-1631 | Pdf RAT. Loon op Zand. R 65 f 187v/188r d.d. 9-4-1631. Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans ende Adriaen Cornelis Diercxssen als man ende momboir van Lijsken zijne huijsvrouwe dochtere wijlen Jan Cornelis voorst. ende Jan Adriaen Zuenen ende Willem Matheus henne momboirs, soe voor hen als voor Lenaerden ende Adriaentken onmondighe kinderen wijlen Jan Cornelis voorgenoempt, de voorst. momboirs in den naeme ende van wegen als voor, tot het gene hier naervolght, consent ende decret hebbende van schouteth ende schepenen van Venloon, als ons schepenen ondergeschr. gebleken is, de helft onbedeijlt van het groot woonhuijs eender stede lants gestaen ende gelegen binnen der heerlicheijt van Venloon ter plaetsen genoempt de Vaerte aen den Ouden Draijer, beginnende het selve woonhuijs van de caemere aff mette helft onbedeijlt van den brouwhuijse ende verckenskoije daerbij staende. Midtsgaders de helft onbedeijlt van den noirdenzijde van de aenstede daeraenliggende oistwaert aen de stege aldaer, zuijtwaert ende westwaert Joost Peeterssen Swart ende noirtwaert aen sheerenvaert. Item de helft onbedeijlt in een parceel lants wesende het tweede loth in eenen acker genoempt den hoogen acker, beginnende vuijtten westen van de stege aff aen, de welcke aldaer is liggende, het selve geheel loth oistwaert aen erffenisse der erffgenaemen wijlen Jan Peter Jacops, zuijtwaert aen Adriaen Willemssen, westwaert ende noirtwaert aen de Vaerte. Item de helft onbedeijlt in een parcheel lants, wesende het 4e loth inden voorst. acker genoempt den hoogen acker, oistwaert aen de erffgenaemen Jan Wouter Claes, zuijtwaert aen Adriaen Willemssen, westwaert ende noirtwaert aen den vaerte voirst. Ende noch de helft onbedeijlt van de zuijdenzijde van eenen acker genoempt Geeridt Oirlemans acker gelegen aldaer aen de noirdenzijde van de vaerte waer aff de noirdenzijde desselffs acker is toebehoirende Adriaen Willemssen. Allen de voorst. parcheelen soe groot ende cleijn als die den gelijcke kinderen wijlen Jan Cornelis Oirlemans voorgenoempt te deele bevallen zijn soe men verclaerden, hebben zij wettelijck ende erffelijck opgedraegen ende overgegeven Adriaen Willemssen voorgenoempt, met affgaen ende verthijen alsoe gewoonlijck ende recht is. Gelovende de voorst. transportanten ende de voorst. henne persoonen ende allen henne ende der voorst. onmondige kinderen goederen, hebbende ende vercrijgende dit opdraegen ende overgeven den voorst. Adriaen Willemssen vast ende steedich te houden ten eeuwigen daegen, sonder eenich wederseggen ende hem de voorst. parcheelen van goederen te waeren als men erffne schuldich is te waeren. Midtsgaders allen commer, calangie ende aentael daer inne wesende den selven aff te doen geheelijck, vuijtgenomen des dorps commer. Testes Dierck Raessen ende Adriaen Cornelis den 9e aprilis 1631. In marge: Adriaen Peter Willems ende Jan Adriaen Zuenen als momboiren bij den heere geordonneert van de drije onmondige kinderen wijlen Catharina Cornelis Oirlemans respective verweckt bij Ivo Gielissen ende Claes Janssen Haegen, geasssiteert metten schouteth van Besoijen als oppervoocht der selver onmondige kinderen, hebben geboden ende vuijtgereijckt blijckende penningen, om in den naeme ende van wegen der voorgen. onmondige kinderen metten rechte van naerderschappe te lossen ende te quijten dese erffgoederen, ende hebben in der qualiteijt als voor geloeft alles te doen des een naederman schuldich is te doen. Midtsgaders den coopere te indempneren van den geloefte bij hem ter causen van coop van dese erffgoederen gedaen. Testes, Dingeman Jansse ende Adriaen Cornelis den 19e november 1631. RAT. Loon op Zand. R 65 f 188r d.d. 9-4-1631. Adriaen Willemssen heeft geloeft schuldener principael ten behoeve van de kinderen ende erffgrnamen wijlen Jan Cornelis Oirlemans de somme van vijffhondert ende 75 ca. gld. goet gancbaer gelt te geven ende te betaelen in drije gelijcke termijnen, waer aff den iersten betaelt sal wordden gereet, den 2e over een jaer ende den 3e oft lesten den 9e aprilis 1633. Procederende de selve somme ter causen van coop van de voorst. parcheelen van erffgoederen, de welcke hij gelover beneffens zijne andere goederen is stellende tot hypotheecq ende waerborch. Testes et actum ut supra. RAT. Loon op Zand. R 65 f 188v d.d. 16-4-1631. De selve transportanten een vierde part hen onbedeelt toecomende in eenen stede lants mette timmeringe daerop staende ende erffenisse daeraenliggende ende toebehoirende gelegen binnen de heerlicheijt van Venloon ter plaetsen genoempt de vaerte tegen over de Venis Straete, oistwaert aen sheerenstraete, zuijtwaert de erffgenaemen Lenaert Chielen, westwaert aen Burchtken dochtere Jan Lauwen ende noirtwaert aen Joost Peterssen Swart, soe men verclaerden, hebben zij wettelijck ende erffelijck opgedraegen ende overgegeven Roeloff Jacopssen van Hedel met affgaen ende verthijen alsoe gewoonlijck ende recht is. Gelovende de voorst. tramsportanten ende de voorst. momboirs op verbintenisse respective van henne persoonen ende allen henne ende der voorst. onmondige kinderen goederen, hebbende ende vercrijgende etc. Midtsgaders allen commer, calangie ende aentael daer inne wesende den selven aff te doen geheelijcken. Vuijtgenomen een vierde part in een derdendeel van vier vaten roggen sjaers aen den heijlige geest van Venloon met eenen staende ende lopende pacht. Noch een vierde part van des heeren chijns die int geheel vuijtte voorst. stede te vergelden staet ende daer toe des dorps commer. Testes Dierck Raessen ende Ghijsbert Claessen den 16e aprilis 1631. In marge: Adriaen Peter Willems ende Jan Adriaen Zuenen als momboiren van de drije onmondige kinderen wijlen Catharina Cornelis Oirlemans verweckt bij Jan Gielissen ende Claes Janssen haere respective geassisteert metten schouteth van Besoijen als oppervoocht, hebben geboden ende hebben geboden ende vuijtgereijckt blijckende penningen, die zij zeijden den voorst. kinderen hen eijgen te wesen, ome metten rechte van naerderschap te lossen het vierden part der stede alhier geruert. Ende hebben geloeft alles te doen des een naerderman is schuldich te doen, ende den coopere te indemneren van den geloefte bij hem ter causen van coop van het voorst. 4e part gedaen. Testes Dingeman Janssen ende Adriaen Cornelis den 19e novembris 1631. Toelichting: ------------ Dit lijkt te gaan om de goederen, verkregen uit de deling van Cornelis Cornelis de oude. Het gaat namelijk om het 1/4 part, en Cornelis had 4 kinderen, waaronder Jan. De kinderen van Jan willen hun deel verkopen aan Adriaen Willems. Dat gebeurt op 9 april 1631. Maar op 19 november 1631 maken de kinderen van zus Cathelijn de koop ongedaan, en kopen de goederen over met recht van naerderschap. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 65 f. 187v/188v scan 205/208] |
| 03-02-1630 | Pdf RAT. Loon op Zand. R 65 f 157v/158v d.d. 3-12-1630. Wij Dierck Raessen van Grevenbroeck ende Ghijsbert Claessen Buennen, schepenen der heerlicheijt van Venloon doen condt eenen ijegelijcken, certificerende voor de gerechte waerheijt hoe dat op heden date deser voor ons gecomen ende gecompareert zijn in henne propere persoonen de eersaeme Adriaen sone wijlen Cornelis Dierck Franssen, geassisteert met Cornelis Sijmens ende Laureijs Jan Spijckers zijne oomen ende momboirs, ende Lucas Caerl Willemsse de Pruijser zijnen swaeger ter eenre, ende Elizabeth dochtere wijlen Jan Cornelis Oirlemans geassisteert met Jan Janssen Oirlemans haeren broeder ende Jan Adriaen Zuenen ende Willem sone wijlen Matheeus Janssen Berchmans haere momboirs ter andere zijnden. De voorst. Adriaen ende Elizabeth tegenwoich jonge oft ierstgehouwde beddegenoten, de welcke om te verhueden alle questien, cauillatien ende geschillen die hier naemaels in toecomende tijden tusschen de vrienden van den ierst afflijvigen ende den lancxtlevende van hen beijde oft bij afflijvicheijt deselffs lancxtlevende tusschen zijne oft haere vrienden souden moegen opstaen ende gerijsen, hebben naer rijpe deliberatie ende met volcomen consent ende advijs van den voorst. momboirs ende vrienden gemaeckt ende gesloten dit tegenwoirdich contract ende dat in vuegen, manieren ende onder de conditien hiernaer volgende. In den iersten is gecontioneert dat elck de voorst. beddegenoten tot subsidie ende onderstandt van den houwelijck bij hen alreede aengevangen, sal innebrengen allen ende een ijegelijcken henne goederen, soe erffelijcke, erffhaeffelijcke, waer ende tot wat plaetsen de selve gelegen zijn off bevonden sullen wordden, het sij in Brabant, Hollant oft elders. Ende oft het gebeurden dat de voorst. Adriaen off Elizabeth deser werelt geraeckten te overlijden, sonder wettige levende geboirte staende desen houwelijck van hender beijde lijffne geprocreert te hebben, oft dat het kindt oft kinderen bij hen tsaemen verweckt voer zijne oft henne mondige daegen oft aleert tot wettige geapprobeerden staet te comen quamp oft quamen afflijvich te wordden, soe sullen de voorst. erffelijcke goederen die deen oft dander bij versterff van vrienden staende desen houwelijck souden moegen aencomen, succederen ende devolueren aen den zijde van daer zij gecomen zijn, dan de haeffelijcke goederen mette erffelijcke ende erffhaevelijcke goederen duerende desen houwelijck te conquesteren ende te veroveren sullen wesen ingevalle als voor halff ende halff. Wel verstaende nochtans soe sal de lancxtlevende van de voorst. beddegenoten ingevalle van egeene blijvende geboirte als boven verbetert wesen ende aen hem oft haer van de gereetste goederen des ierststervende vuijt gereijckt wordden de somme van tweehondert ca. gld. eens goet gancbaer gelt, ende sal de lancxtlevende alsdan daermede naer luijdt ende vermellens deser schuldich ende gehouden wesen affstandt te doen van de voorst. goederen des ierststervende. Alle welcke poincten, conditien ende clausulen de voorst. comparanten malcanderen geloeft hebben ende geloven midts desen vast, steedich ende van weirden te houden, sonder daer tegens te doen oft comen doen doen, off doen comen het sij in recht oft daer buijten in eeniger manieren. Op verbintenisse van henne persoonen ende allen henne goederen, hebbende ende vercrijgende, renuncierende tot dijen de selve comparanten op alle beneficien ende rescissien oft andere die hen ter contrarien van desen eenichsins souden moegen dienen oft te staede comen. Allet sonder argelist. Ende des toirconden etc. opten 3e decembris 1630. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 65 f. 157v/158v] | ||
| 10-02-1651 | Huwelijkse voorwaarden opgemaakt tussen Adriaen Geeridt Cornelis Cauwenberchs en Elizabeth Jan Cornelis Oerlemans, weduwe van Adriaen Cornelis Diercxssen van den Hove. Adriaen wordt geassisteerd met zijn vader Geeridt en Elizabeth met Lambert Cornelissen van den Hove, Peter Poisson en Jan Janssen Oirlemans, ooms van de zeven onmondige kinderen uit haar eerste huwelijk. Adriaen zal 1500 gulden inbrengen. Toelichting: ------------- Op 25 januari 1651 zijn Elisabeth en Adriaen getrouwd. Voor zichzelf en haar 7 onmondige kinderen uit het 1e huwelijk stelt ze met haar nieuwe echtgenoot de huwelijkse voorwaarden op. Ze is geassisteert door Lambert Cornelis van den Hove. Dat zal haar broer zijn, en daardoor oom van de kinderen. Ook door Jan Jansen Oirlemans. Ze is dochter van wijlen Jan Cornelis Oerlemans, en daarmee is het dan ook Jan Jan Cornelis Oirlemans, haar broer en dus oom van de kinderen. Ook nog door Peter Poisson. Die is getrouwd op 29 januari 1640 met Maria Cornelis van den Hove, haar zus, en zo is hij ook oom van de 7 kinderen. De 7 kinderen: de oudste is Johannes, 18 jaar, en de jongste is Lambertus, 2 jaar. Van de 8 gevonden dopen is er een 2e Adriana. Waarschijnlijk is de 1e jong overleden, waardoor het deze 7 kinderen geweest zullen zijn, als ze weer trouwt. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 73 f. 77r, 77v, 78r, 78v] |
| van 30-04-1635 tot 08-04-1655 | Pdf RAT. Loon op Zand. R 67 f 24r d.d. 30-4-1635. Willem sone Cornelis Berthens alias Prince, woonende in Udenhout heeft gelooft als schulder principael op hem ende allen zijne goederen, hebbende ende vercrijgende, Adriaen sone Cornelis Diercxssen van den Hove de somme van hondert ca. guldens goet gancbaer gelt te geven ende te betaelen den 14e aprilis anno 1636 metten intrest tegen den penninck sesthien. Ende oft het gebeurden dat de voorst. Willem Cornelis Berthens de voorst. somme langer waer onderhoudende, soe geloeft hij gelijcken intrest te betaelen naer loop ende laps van tijde. Gelovende daer en boven de selve Willem tegens dese zijne geloefte nijet te doen oft laeten doen in recht oft daer buijtten in eeniger manieren ten zij etc. Testes Bastiaen Stoffelen ende Cornelis Willems den 30e aprilis 1635. In marge bijgeschreven: Lenaert Janssen Oirlemans als actie ende transport hebbende soe hij seijde van Adriaen Cornelis Diercxssen bekent als dat Willem Cornelis Berthens hem dese geloefte ten vollen betaelt heeft metten intrest daeraff verschenen. Actum 11 martij 1640. RAT. Loon op Zand. R 67 f 24r/v d.d. 30-4-1635. Marcus sone Jan Everts heeft geloeft als schulder principael op hem ende allen zijne goederen hebbende ende vercrijgende Adriaen Cornelis Diercxssen van den Hove de somme van sessendertich ca. gld. goet gancbaer gelt te geven ende te betaelen tot halff aprilis des jaers 1636 metten intrest tegen den penninck sesthien. Ende oft gebeurde dat de voorn. Marcus de selve somme van 36 gld. langer waer onderhouden, soe geloeft hij gelijcken intrest te betaelen naer loopen ende laps van den tijde. Gelovende daerenboven de selve Marcus als schulder principael op verbintenisse als voor tegens dese zijne geloefte nijet te doen oft laeten doen in recht oft daerenboven in eeniger manieren, ten zij namptizatie ierst ende voor al sal geschiet wesen. Testes et actum ut supra. In marge: Adriaen Geritssen Cauwenberch als man ende momboir van Lijsken naegelaeten wed. Adriaen Cornelis van den Hove bekent als dat Marcus Janssen gelover hem dese geloefte ten vollen betaelt heeft. Actum 8e aprilis 1655. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 67 f. 24r] |
| van 24-02-1649 tot 16-02-1651 | Pdf 781 Loon op Zand. R 72 f 149r/v d.d. 24-2-1649. Jan ende Lenaert gebroederen sonen wijlen Jan Cornelis Oerlemans, twee moerbodems gelegen bijnnen der heerlicheijt van Venloon inden kercken streeck, den eenen groot 16 loopensaeten min vijff roijen, oistwaerts aen de nijeuwe erffenisse van Wouter Janssen van Broechoven, zuijtwaerts ende westwaerts aen sheerenstraete ende noirtwaerts aen Joost Cornelissen Croot ende zijne consoirten ende den anderen groot omtrent drije loopensaeten ende 2 roijen, gelegen tusschen erffenisse van Peter Cornelis van Esch aen deene zijde zuijtwaerts ende tusschen erff. van Joost Cornelissen Croot ende zijne consoirten noirtwaerts, streckende metten eijnde aen het kercken dijcxken ende metten andere eijnde aen sheerenstraete. Ende welcke twee moerbodems eertijts gecomen van die erffgenaemen wijlen Henrick Janssen Loijen, soe zij seijden, hebben zij wettelijck ende erffelijck opgedraegen ende overgegeven Sebastiaen Peter Janssen tsaemen met allen brieven ende bescheeden daer aff gewach doende ende allen den rechte en daer inne eenichsins competerende. met affgaen ende verthijen alsoe gewoonlijck ende recht is. Gelovende de voorst. transportanten als schuldenaeren principaele op hen ende allen henne goederen hebbende ende vercrijgende, de voorst. twee moerbodems den voorst. Sebastiaen te waeren als men erffne schuldich is te waeren ende allen commer, calangie ende aentael daer inne wesende den selven aff te doen geheelijcken. Behoudelijck nochtans soe sullen allen gebuerlijcke lasten ende servituten totte voorst. twee moerbodems behoirende bij den voorst. Sebastiaen coopere houden ende onderhouden wordden naer den rechte van den lande. Testes et actum ut supra. In marge: Adriaen Cornelissen van den Hove als man ende momboir van Lijsbeth zijnen huijsvrouwe dochtere wijlen Jan Cornelissen Oirlemans int bijwesen van Lijsbeth voorst. heeft geboden ende vuijtgereijckt blijckende penningen, om metten rechte van naerderschappe dese twee moerbodems ende heeft gelooft alles te doen des eenen naerderman schuldich is te doen. Testes D. Duppen et G. Claessen. Actum 10 martij 1649. Et promisit etc. Idem: Adriaen Cornelissen in voorst. qualiteijt heeft ’t recht van naederschap overgegeven Sebastiaen Peter Janssen effestucando. Promittens sub obligatione etc. Testes et actum ut supra . 781 Loon op Zand. R 72 f 149v/150r d.d. 24-2-1649. Sebastiaen Peter Janssen heeft gelooft als schuldenaer principael op hem ende allen zijne goederen, hebbende ende vercrijgende Jan ende Lenaert, gebroederen sonen wijlen Jan Cornelis Oirlemans de somme van 255 ca. guldens goet gancbaer gelt ’t stuck gerekent, te geven ende te betaelen in drije gelijcke termijnen waeraff den iersten betaelt sal wordden alsnu gereet, den 2e van heden over een jaer ende den 3e oft lesten ’t jaers daernaer volgende. Procederen de selve somme ter causen van coop van eenen moerbodem groot 16 loopensaet min vijff roeden, hem gelover op heden gevest ende opgedraegen. Ende alnoch soe gelooft de voorst. Sebastiaen den voorst. Jan ende Lenaerden de somme van 42 gld. 10 st. goet gancbaer gelt als voor te geven ende betaelen in twee gelijcke termijnen, te weten deene helft alsnu gereet ende dandere helft van heden over een jaer, ende dat over coop van eenen moerbodem groot omtrent drije loopensaeten 20 roeden aen hem gelover van wegen des voorst. Jans ende Lenaerts oijck gevest ende opgedraegen. Welcke voorst. twee moerbodems hij gelover voor de voldoeninge der voorst. sommen in termijnen respective als boven te betaelen midts desen is stellende tot hypotheecq ende waerborch. Testes et actum ut supra. In marge f 149v: Jan Janssen Oirlemans bekent den 1e termijn deser twee respective sommen van de gelover ontfangen te hebben. Actum 29 februarij 1649. Idem: Lenaert Janssen Oirlemans bekent den 2e termijn van de somme van 255 gld. wesende de cooppeningen van den grooten bodem, ende den lesten termijn van de 42 gld. 10 st. van de cleijnen bodem beijde alhier vermelt van de gelover ontfangen te hebben. Dies gecort aen den selve termijn eenen pattacon bij den geloever betaelt aen Adriaen Cornelis van den Hove vuijt oirsaecke partijen bekent. Actum 3e martij 1650. Idem: Jan ende Lenaert Janssen Oirlemans, fres. bekennen den 3e lesten termijn van de grootten bodem oijck ontfangen te hebben ende consenteren alsoe inde cassatie. Actum 16 februarij 1651 |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 73 f. 149r en v, 150r] |
| 10-02-1651 | Huwelijkse voorwaarden opgemaakt tussen Adriaen Geeridt Cornelis Cauwenberchs en Elizabeth Jan Cornelis Oerlemans, weduwe van Adriaen Cornelis Diercxssen van den Hove. Adriaen wordt geassisteerd met zijn vader Geeridt en Elizabeth met Lambert Cornelissen van den Hove, Peter Poisson en Jan Janssen Oirlemans, ooms van de zeven onmondige kinderen uit haar eerste huwelijk. Adriaen zal 1500 gulden inbrengen. Toelichting: ------------- Op 25 januari 1651 zijn Elisabeth en Adriaen getrouwd. Voor zichzelf en haar 7 onmondige kinderen uit het 1e huwelijk stelt ze met haar nieuwe echtgenoot de huwelijkse voorwaarden op. Ze is geassisteert door Lambert Cornelis van den Hove. Dat zal haar broer zijn, en daardoor oom van de kinderen. Ook door Jan Jansen Oirlemans. Ze is dochter van wijlen Jan Cornelis Oerlemans, en daarmee is het dan ook Jan Jan Cornelis Oirlemans, haar broer en dus oom van de kinderen. Ook nog door Peter Poisson. Die is getrouwd op 29 januari 1640 met Maria Cornelis van den Hove, haar zus, en zo is hij ook oom van de 7 kinderen. De 7 kinderen: de oudste is Johannes, 18 jaar, en de jongste is Lambertus, 2 jaar. Van de 8 gevonden dopen is er een 2e Adriana. Waarschijnlijk is de 1e jong overleden, waardoor het deze 7 kinderen geweest zullen zijn, als ze weer trouwt. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 73 f. 77r, 77v, 78r, 78v] |
| van 30-04-1635 tot 08-04-1655 | Pdf RAT. Loon op Zand. R 67 f 24r d.d. 30-4-1635. Willem sone Cornelis Berthens alias Prince, woonende in Udenhout heeft gelooft als schulder principael op hem ende allen zijne goederen, hebbende ende vercrijgende, Adriaen sone Cornelis Diercxssen van den Hove de somme van hondert ca. guldens goet gancbaer gelt te geven ende te betaelen den 14e aprilis anno 1636 metten intrest tegen den penninck sesthien. Ende oft het gebeurden dat de voorst. Willem Cornelis Berthens de voorst. somme langer waer onderhoudende, soe geloeft hij gelijcken intrest te betaelen naer loop ende laps van tijde. Gelovende daer en boven de selve Willem tegens dese zijne geloefte nijet te doen oft laeten doen in recht oft daer buijtten in eeniger manieren ten zij etc. Testes Bastiaen Stoffelen ende Cornelis Willems den 30e aprilis 1635. In marge bijgeschreven: Lenaert Janssen Oirlemans als actie ende transport hebbende soe hij seijde van Adriaen Cornelis Diercxssen bekent als dat Willem Cornelis Berthens hem dese geloefte ten vollen betaelt heeft metten intrest daeraff verschenen. Actum 11 martij 1640. RAT. Loon op Zand. R 67 f 24r/v d.d. 30-4-1635. Marcus sone Jan Everts heeft geloeft als schulder principael op hem ende allen zijne goederen hebbende ende vercrijgende Adriaen Cornelis Diercxssen van den Hove de somme van sessendertich ca. gld. goet gancbaer gelt te geven ende te betaelen tot halff aprilis des jaers 1636 metten intrest tegen den penninck sesthien. Ende oft gebeurde dat de voorn. Marcus de selve somme van 36 gld. langer waer onderhouden, soe geloeft hij gelijcken intrest te betaelen naer loopen ende laps van den tijde. Gelovende daerenboven de selve Marcus als schulder principael op verbintenisse als voor tegens dese zijne geloefte nijet te doen oft laeten doen in recht oft daerenboven in eeniger manieren, ten zij namptizatie ierst ende voor al sal geschiet wesen. Testes et actum ut supra. In marge: Adriaen Geritssen Cauwenberch als man ende momboir van Lijsken naegelaeten wed. Adriaen Cornelis van den Hove bekent als dat Marcus Janssen gelover hem dese geloefte ten vollen betaelt heeft. Actum 8e aprilis 1655. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 67 f. 24r] |
| 07-01-1643 | Borgemeester (Pdf RAT. 781 Loon op Zand. R 70 f 59r d.d. 7-1-1643. Op ten 7e januarij 1643 soe hebben Lenaert Janssen Oirlemans, Cornelis Cornelis Peter Oirlemans, Frans Ghijsberts ende Wouter Adriaens als borgemeesters tot Venloon voor desen jaere 1643 ende Laureijs Cornelis Vreijssen ende Wouter Joosten Verhaegen als bedeheffers den eedt in handen des schouteths gedaen van henne offic.. wel ende getrouwelijck te bedienen etc. Actum in collegio scabininorum ut supra) |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 70 f59r] |
| van 28-04-1640 tot 24-06-1642 | Pdf RAT. 781 Loon op Zand. R 69 f 112v/113r d.d. 28-04-1640 Lenaert sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans heeft bekent ende beleden, als dat hij bij forme van beleeninge begeven heeft aen Jannen Geeridtssen van Broechoven woonende in Udenhout alhier present sijnde ende het selve accepterende, een stucxken heije oft weijelants vier hont oft daer omtrent int geheel begrijpende, gelegen in den ambachte van Besoijen achter den huijse van Claes Goijaertssen tusschen erffenisse van Huijbert den Boer aen deene zijde, oistwaerts ende tusschen erffenisse van Anneke Faessen aen den andere zijde westwaerts streckende van den dijck aff tot erffenisse van Willem Mattheeussen Berchmans. Om het selve stucxken lants den tijdt van vier nu ijerstcomende jaeren te gebruijcken, waer aff het ijerst jaer begonst ende innegegaen is nieuwe jaermisse deses jaers 1640 lestleden ende het lest sal vuijt gaen nijeuwe jaersmisse 1644. Ende dat voor ende alomme de somme van drije hondert ende vijfftich ca. guldens goet gancbaer gelt, die de voorst. Lenaert bekende hem bij ende van wegen des voorst. Jan Geeritssen wel ende te dancke aengetelt te zijn. Ende oft het gebeurden dat de voorst. Lenaert naer het expireren van de voorst. vier jaeren het voorst. stucxken lants wederomme begeirden aen te vaerden, sal hij sulcx schuldich ende gehouden zijn den voorst. Jan Geeritssen van Broechoven als dan een vierendeel jaers te voirens hebben te denuncieren ende vercondigen ende de voorst. somme van drije hondert ende 50 ca. gld. alsdan te weten te expireren van het voorst. lest jaer hebben te schieten ende te tellen aen handen des voorst. Jan Geeritssen van Broehoven oft bij gebreke van dijene sal de voorst. Jan het voorst. stucxke lants noch een jaer daer van affstandt hebben te doen midts hebbende de voorst. beleenpenningen. Ende ingevalle de voorn. Jan Geeritssen van Broechoven teijnde de voorst. vier jaeren de voorst. somme van drijehondert ende vijfftich ca. guldens wederomme begeerden te hebben sal hij insgelijcx het selve den voorst. Lenaert een vierendeel jaers te voirens hebben te denuncieren ende te kennen te geven ende sulcx gedaen hebbende sal hij expireren van het lest jaer van het voorst. lant hebben te desisteren ende sal Lenaert alsdan hem de voorst. somme hebben te schieten ende te furneren. Ende soe verre teijnde de voorst. vier jaeren deen oft dandere in manieren als voer egeene denunciatie en hadden gedaen sal het voirst. gebruijck dueren ende gecontinueert wordden voir de jaeren daer men inne getreden sal wesen ter tijdt ende wijlen toe zij het gene voorst. is malcanderen sullen hebben geinfungueert. Gelovende de voorst. Lenaert als schuldenaer principael op hem ende allen zijn goederen, hebbende ende vercrijgende hetgene voorst. is den voorst. Jan Geeritssen van Broechoven vast ende steedich te houden ende doen houden. Verbindende daerenboven voor de voorst. somme van 350 ca. gld. zijne stede lants op het Craenven gelegen met allen haere rechten ende toebehoirten. Testes Ghijsbert Claessen ende Thomas Thomassen den 28e aprilis 1640. In marge: Jan Geeridtssen van Broechoven bekent ende lijdt voldaen te zijn van Lenaert Janssen Oirlemans van de somme van drije hondert ende vijfftich ca. gld. in desen scabiniaele acte vermelt volgens quitantie aen mij gebleken opten 24 junij 1642 ende hier aen gehecht zijnde. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 69 f112v/113r] |
| van 04-04-1641 tot 04-04-1703 | RAT. 781 Loon op Zand. R 69 f 161v/162v d.d. 4-4-1641. Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans heeft geloeft als schuldenaer principael Jo. Matthijs Cannaerts, schouteth tot Venloon eenen jaerlijcxen ende erffelijcke chijns van vijffthien ca. guldens den ca. gulden tot 20 st. ende den stuijvers tot 2 grootten vlaems goet gancbaer gelt het stuck gerekent te geven ende te vergelden alle jaer erffelijck den derden dach aprilis vrije van alle beden, commeren, schattingen ende lasten. Soe ordinaris als extraordinaris, innegestelt oft noch naemaels innegestelt te wordden egeene vuijtgescheijden ende voorden 1e dach van betaelingen den derden aprilis des jaers 1642, van ende vuijt eenen stede lants te weten huijs, brouwhuijs, schuere, hoff, grondt ende lant daer achter aenliggende ende toebehoirende 20 loopensaeten oft daer omtrent int geheel begrijpende, gelegen binnen der heerlicheijt van Venloon ter plaetsen genoempt het Craenven tusschen erffenisse van Jan Janssen Zuenen aen deene zijde oistwaerts ende tusschen erffenisse Denijs Janssen erffgenaemen ende meer andere aen dandere zijde westwaerts, streckende van sheerenstraete zuijtwaert tot aen den heije van Duijcxe Hoeve noirtwaerts, soe hij seijde. Ende heeft de voorst. Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans als schuldenaer principael op hem ende op allen zijne goederen, hebbende ende vercrijgende, geloeft den voorst. chijns van 15 ca. gld. jaerlijcx den voirn. Joncker Matthijs Cannaerts te waeren als men erffchijns schuldich is te waeren ende het voorst. onderpant voir de jaerlijckse betaelinge dese voorst. chijns altijt goet, seecker, genoch ende weldoegende te houden ende te maecken. Met conditien hier inne toegedaen dat de voorst. Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans den voorst. chijns van 15 ca. gld. sjaers tseffens ende tenemael sal moegen lossen ende quijten metter somme van tweehondert ende vijfftich ca. guldens in gelde ende munte ten tijde van aflossinge binnen der stadt van ’s Hertogenbossche cours ende ganck hebbende metten jaer chijns ende achterstel in tijden van den aflossingen ten achter ende onbetaelt staende. Behoudelijck soe sal de voorst. Jan den los een vierendeel jaers te voirens rechtelijck opseggen ende vercondigen. Ende heeft Lenaert sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans hem borge ende cautionaris aen Jo. Mathijs Cannaerts als schuldenaer principael den voorst. chijns van 15 ca. gld. jaerlijcx hem oijck te waeren naer rechts behoiren ende dat op verbintenissen van zijnen persoon ende allen zijne goederen hebbende ende vercrijgende ende specialijcken op verbant van zijne stede lants met haere toebehoirten gelegen binnen deser heerlicheijt van Venloon ter plaetsen genoempt het Craenven tusschen erffenisse der erffgenaemen van Denijs Janssen ende meer anderen ex voto ende tusschen erffenisse van Jan Cornelis Adriaens ex ali... westwaerts, streckende van sheerenstraete totte heije van den Duijcxse Hoeve voorst. Dies soe heeft de voorst. Jan gelover op verbintenissen als voor geloeft den voorn. Lenaerden zijnen borge te imdemneren, costeloos ende schadeloos te houden ende wel te quijten. Testes Ghijsbert Claessen et Thomas Thomassen den 3e aprilis 1641. In marge: Joncker Matijs van Cannaert dese ondertekent hebben bekent ende verclaert dat de capitale somme met den verschenen intersten van dien aen hem geschoten ende gerestitueert sijn oversulcx consenteren in de cassatie deses. Actum Loon den 4 april 1703. W.G. M. van Cannart. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv 69 f 161v/162v] |
| 20-07-1626 | Samenvatting: ---------------- 1e akte: Jan Peters in den Thuyn, namens Mattheeus Janse Berchmans, heeft voor de heemraden van Besoyen, een hooiland van 7 hond in Besoyen gelegen, overgedragen. Het geld is door Jan Cornelis Oirlemans (zijn schoonzoon) ontvangen. Dat is gedaan om te voorkomen, dat de jaarlijkse lasten op Mattheeus zouden blijven vallen. Zo staat nu voor de schepenen van Venloon, Willem Mattheus Jansen Berchmans, als voor de helft erfgenaam van de goederen van zijn vader, en heeft dit bevestigd ten behoeve van de kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans (de vader van Willem, en ook Jan Cornelis zijn overleden). Dit om de positie van Jan Willem Zuenen (de koper, verwacht ik) te versterken. 2e akte: Thonis Wouter Geeritssen met Adriaen, Willem, Schalcken en Peeter, zijn broers, hadden beloofd om aan Matheeus Janssen Berchmans jaarlijks te betalen een cijns van 12 gulden op 7 februari, de 1e keer in 1625. Dit voor een erfenis met timmering (ik denk: een huis met houten aan -of bijbouw), liggend op ’t Hoekske. 3e akte: Willem, zoon van wijlen Mattheeus Jansse Berchmans aan de ene kant, en Jan Willem Zuenen, als voogd van de onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans en Adriana Mattheus Janse Berchmans, aan de andere kant, hebben een deling gemaakt van een schepenbrief van 100 gulden, ten laste van Cornelis Jan Weerdts, en van de helft van een jaarlijkse rente van 12 gulden, op de goederen van de erfgenamen van Wouter Geeritsen, in ’t Hoekske gelegen. De schepenbrief en de helft van de rente zijn aanbestorven bij de dood van Mattheus Janssen Berchmans. De helft van de rente is voor Willem, en de kinderen vertegen (van vertijgen= afstand doen). Met het voorbehoud dat de helft van de rente tijdens het leven van zijn moeder, Jenneke Lenaert aen ’t Sant, bij haar in tocht zal blijven (zij daar nog recht op zal hebben). De schepenbrief komt in handen van de kinderen. Toelichtig: ----------- Na het overlijden van Matheeus Jansse Berchmans en Jan Cornelis Oirlemans is het blijkbaar nodig om een aantal zaken vast te leggen. Jan Cornelis Oirlemans is getrouwd met de Adriaentken, de zus van Willem. Dus eigenlijk gaat het over de rechten en de deling tussen Willem en zijn zus van de goederen van hun vader. Zoals het hooiland te Besoyen, dat verkocht is aan Jan Willem Zuenen. Zoals ook: de kinderen van Wouter Geeritsen verklaren dat aan Matheeus Jansse elk jaar betaald zou worden voor hun huis in ’t Hoekske. Als laatste akte is de verdeling van een schepenbrief en de helft van de opbrengst van het huis aan ’t Hoekske geregeld tussen de erfgenamen van Matheeus Jansse Berchmans. Hierbij is bepaald dat de weduwe dit recht tot haar dood zal bezitten. De weduwe is hier met name genoemd: Jenneke Lenaert aen ’t Sant. Transcryptie: --------------- RAT. Loon op Zand. R 64 f 64r d.d. 20-7-1626. Condt zije eenen iegelijcken. Alsoe Jan Peters in den Thuijn ten behoeffne van Matheeus Janssen Berchmans voor heemraeders der ambachtsheerlijcheijt Besoijen hadde opgedraegen ende overgegeven een stuck hoijlants seven hont off daer omtrent int geheel begrijpende, gelegen in de voorst. ambachtsheerlijcheijt, oistwaert de Heere van Tilborch, zuijtwaert Goijaert Claessen, westwaert Ghijsbrecht Hendrick Wouters alias Span, ende noirtwaert den schouwsloot. Sonder dat de voorst. Matheeus Janssen tot betaelinge van den selven hoijlande gelder off stuijver hadde gefimeert, maer wel ter contrarien waeren allen de cooppenningen geschoten ende getelt door handen van Jan Cornelis Oirlemans. Sijnde de voorst. opdrachte oft gifte ten behoeffne van den voorst. Matheeus Janssen bij kennisse van de voorst. Jan Cornelis alleen geschiedt om te verhueden zeeckere oncosten die jaerlijcx op den voorst. hoijlande gevallen ende geresen souden hebben, soe verre het selven ten behoeffne van den selven Jan getransporteert hadde geweest. Soe is gestaen voor schepenen ondergeschreven Willem sone Matheeus Janssen erffgenaem voor deene hellicht van den selven Matheeus, ende heeft op het voorst. stuck hoijlants tsaemen op allen schepenen letteren daer aff gewach doende, ende allen den rechten hem daer inne eenichsins competerende off naemaels alnoch te competeren ten behoeffne van de onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans wettelijck ende erffelijck vertegen helmelingen in manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Gelovende sup se et bona etc. consitituerende ende machtich maeckende tot meerder vasticheijt van dijen Jannen Adriaen Zuenen, om de voorst. verthijenisse ede renunciatie voor den gerichte van Besoijen ende elders daer des van noode soude moegen wesen te vernijeuwen ende te erkennen ende alles daer inne te doen, des den stijl van de selven gerichten eijschen ende dicteren sal, ende hij constituant present ende voor oogen wesende selver soude cunnen off moegen doen, alwaer oijck soe etc. Testes, Dingeman Jansse ende Dierck Raessen den 20e julij 1626. RAT. Loon op Zand. R 64 f 64v d.d. 20-7-1626. Condt zij eenen iegelijcken. Alsoe Thonis sone Wouter Geeritssen met Adriaen, Willem, Schalcken ende Peeter zijne broeders, hadden geloeft te gheven ende te vergelden Matheeus Janssen Berchmans eenen jaerlijckse ende erffelijcke chijns van twelff gulden jaerlijcx hollants permissie gelt, alle jaer vrij van alle lasten ende schattingen op den 7e februari te betaelen, waer aff den 1e betaeldach verschijnen souden den 7e februarij 1625, vuijt ende van hender erffenisse metter timmeringe daer op staende, gelegen binnen der heerlicheijt Venloon ter plaetsen genoempt Thoecxken (=’t Hoekske), oistwaerts end westwaerts de erffgenaemen van Thonis Geeritssen, zuijdtwaert des heeren straete, ende noirtwaert totte meeren. Ende noch vuijt eenen acker saijlants rontsomme in erffenisse van Geerit Thonis erffgenaemen. Sijnde de selve jaerlijcxe rente te los met 200 gulden hollants permisse gelt, gelijck dat in schepenen letteren van Venloon daer op gemaeckt breeder begreepen staet in date den 7e februarij 1624. Ende waer oijck de voorst. Matheeus Jansse int constitueren als zijnde de resterende hondert gulden geschoten bij Willem Matheeus Janssen, die oversulcx sustineerde de eene rechte te competeren, alles nijettegenstaende den constitutiebrieff ten sijne behoeffne nijet ende was luijdende: Soe is gestaen voor schepenen ondergeschr. Jan Adriaen Zuenen als wettich momboir van de onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans bij den selven wijlen Jan ende Adriana zijne huijsvr. dochtere Matheeus Jansse voorst. tesamen verweckt als erffgenaemen voor de eene hellicht van de selven Matheeus, int bijwesen van Goijaert Geeritssen van Duppen, stadthouder der voorst. heerlicheijt. Ende heeft in den naem van de selven onmondige kinderen hem ierst ende vooral op alles aengaende de gelegentheijt der saecke wel geinformeert hebben ten behoeffne van den voorst. Willem Matheeus Janssen wettelijcke ende erffelijck vertegen ende gerenuncieert op deene hellicht der voorst. jaerlijcxse rente van twelff gulden, tsaemen op alle schepenen letteren daer aff gewach doende, ende allen den rechten den voorst. onmondige aengaende de voorst. hellicht daer inne eenichsins competerende. Gelovende de voorst. Jan Adriaens op verbintenissen van allen de goederen der voorst. onmondige kinderen, hebbende ende vercrijgende, dit verthijen ende renuncieren den voorst. Willemen altijt vast ende steedich te houden ten eeuwigen daegen sonder eenich wederseggen. Testes et actum ut supra. RAT. Loon op Zand. R 64 f 65r d.d. 20-7-1626. Willem sone wijlen Matheeus Janssen Berchmans ter eenre ende Jan Adriaen Zuenen als wettige momboir van de onmondige kinderen wijlen Jan Cornelis Oirlemans bij den selven wijlen Jan ende Adriana zijne huijsvr. dochtere wijlen Matheeus voorst. tsaemen verweckt int bijwesen van den stadthouder van Venloon ter andere zijden, hebben onderlinge ende met malcanderen gemaeckt ende gedaen eene erffdeijlinge ende erffscheijdige van eene schepenen geloefte van hondert ka. gld. eens ten laste der goederen van Cornelis Willem Weerdts, ende van de hellicht in eene jaerlijcxse rente van twelff gulden op de goeden der erffgenaemen van wijlen Wouter Geeritssen tot Venloon int Hoecxken. Welcke schepenen geloefte ende hellicht der rente den voorst. Willem Matheeus Janssen ende den voorst. onmondige kinderen bij ende overmidts der doot van Matheeus voorst. aenbestorven zijn soo men verclaerden. Overmidts welcker erffdelinge ende erffscheijdinge soe is Willem Matheeus voorst. te deele bevallen ende erffelijck aengecomen de voorst. hellicht in de voorst. rente van twelff gulden jaerlijcx. Op welcke hellicht der voorst. rente tsaemen op allen schepenen letteren daer aff gewach doende ten behoeffne van den voorst. Willem Matheeus heeft de voorst. Jan Adriaen Zuenen in der qualiteijt bovengeschreven wettelijck ende erffelijck vertegen helmelinge in manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Behoudelijck dat Jenneke dochtere Lenaert aen t Sant weduwe wijlen Matheeus Janssen aen de selve hellicht haeren leven lanck sal hebben recht van tochte. Met conditie ut infra. Overmidts etc. Soe is den voorst. onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans te deele bevallen ende erffelijck aengecomen de voorst. schepenen geloefte van hondert gulden eens. Op welcke schepenen geloefte ende allen schepenen letteren daer aff gewach doende ten behoeffne van de voorst. onmondige kinderen, heeft de voorst. Willem Matheeus wettelijck ende erffelijck vertegen helmelingen in manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Behoudelijck etc. ut supra. Met conditien ut infra. Met conditien hier inne toegedaen, dat sij deijlderen malcanderen de voorst. schepenen geloefte, ende de hellicht in de voorst. jaerlijcxse rente van twelff gulden sullen waeren, als men schepenen geloefte ende erffchijns nae lantrecht schuldich is te waeren. Gelovende de voorst. Willem Matheeus sup se et bona etc. dese erffdeijlinge ende erffscheijdinge, dit verthijen ende conditien boven verhaelt malcanderen vast ende steedich te houden ten eeuwigen daegen, sonder eenich wederseggen. Allet sonder argelist. Testes et actum ut supra. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 64 f. 64r-64v-65r] | ||
| 19-02-1630 | Samenvatting: ---------------- Willem Mateussen en Jan Jansse Oerlemans, ook namens zijn broer en zussen, verdelen een weiland aan de Cromme Dijk te Besoyen, 8 hond groot. Het weiland is gekomen van Mateus Jan Teuwen. Toelichting: ------------- Jan en zijn broer en zussen zijn kinderen van Jan Cornelis Oerlemans en Ariaentken Mateus zaliger. Willem is een broer van Ariaentken. Zij zijn de 2 kinderen van Mateus Jan Teuwen. Dus eigenlijk is het een deling tussen deze 2 kinderen. Lenart Janssen heeft een afschrift gevraagd, staat bovenaan. Lenart is de bedoelde broer van Jan. De Winterdijk bestaat nog steeds, en loopt nu van Capelle tot de rotonde bij Besoyen (tegenwoordig behorend tot Waalwijk). Op de kadasterkaart van 1832 is de naam Winterdijk verder doorlopend, en zien we ook de Oude Straat. Besoijen was toen een zelfstandige plaats. Transcryptie: ------------------------- Scheijdinghe ende delinge tussen Willem Mateussen ter eenre, ende de weeskinderen van Jan Cornelis Oerlemans mette voochden van dien, ten overstaen van de ge..hten ter andere zijden. Compareerde voor ons Schout ende hemraders (heemraden) der Ambachts van Besoyen, ondergeschreven, Willem Matheussen ter eenre, ende Jan Jansse Oerlemans voor hem selven, vervangende zijn ander broeder en susters ter andere zijden, als mede ten overstaen van Jan Ariaensse Seunen, als momboir ofte toesiender, ende de Schout als oppervoocht van de wesen, ten overstaen van Jan Dyrcxsse ende Aert Schalcken, hemraders van Besoyen, voonoemt, als daer toe geroepen ende gebeden, ende hebben metten anderen geloot, gescheijden ende gearfdeelt, seecker stuck weijlants, gelegen in Besoyen aen de Crommendijck, groot omtrent 8 hond (8x0,14 ha=1,12 ha) lants, gecomen ende hen samen aengecomen van Mateus Jan Teuwen zone. daer oost naest gearstlaet Wouter Peter Willems, west Cartroysen landen, streckende van t hoochste van de Winterdijck ter Ouder straten toe, soo als hier naer volcht als te weeten soo zijn de voorsegde kinderen ende erfgenamen van Jan Cornelis Oerlemans, verweckt bij Ariaentken Mateusse zaliger, bij accort in plaets van blinde lotinge, gevallen, geloot ende gearfdeelt, op te gerechte helft van t voorsegde lant, te meeten van de hooftsloot, onder de voet de dijck af totte gerechte helft toe, en sullen de voorsegde kinderen aen contant gelt van Willem Mateussen daertoe genieten ende alrede ontfangen op sesch hont lants toe. Also verstaen wort het achterste block, soo vele beterte te wesen, de somme van twintich carolus gulden ..onteren over vier hont minder oft meerder de somme van twintich gulden, ende sullen tot haren last nemen de schouwen van t voorsegde loth, te weten, van de straet vrede, ende van des Heerenstraet, sondermeer. Ende Willem Mateusse voornoemt is geloot ende gearfdeelt, ende sal als vorens op elck hont lants toegeven voor de beterschap twintich guldens, die alrede sijn betalet, ende sal tot voorsegd lant maecken de schouwen van de Ouden Straet sloot, ende van de Schepensloot sondermeer, ende sal oock sijn selven en wel beseijnden, midts dat partijen tot samen costen sullen den Scheijsloot oft Dwarssloot in t midden van elcx erve halft .... doch graven ende t hecken metten ..sten op ten dam setten, ende sal dan voort bij Willem Teuwen oft zijn nacomelingen altijts onderhouden worden, midtsgaders sullen .... .. tijen tot haere samen costen, op den dijck oock meacken een gelint met posten ende scheijden, ende het dijckstal bepoten met willigen naer behoeven, ende naer den tijt datter de schouwe overcam, ende daer naer dan bij de voorsegde kinderen ende erfgenamen van Jan Cornelis Oerlemans eeuwelijck onderhouden te worden, ende vertegen ver..tijen hierop eene loth naer den ouden gercomen (?) ende lant recht met hant halen ende met mont soo recht was met alle tegen wegen ende andere gebueren rechten, met recht tot eene lot oft lant behoren naer den .... hercomen, alle t sonder froude in oirconden, dese bij de selve ondertekent op ten 19e february 1630. Jan Dircxssen Aert Schalcken A. van Andel Bovenaan in de marge: extract voor Lenaert Janssen Onderaan in de marge: rest t recht van de brief van de verlichtingen en is ingericht |
[bron: Besoyen - Dorpsbestuur inv. 655 bl. 174r scan 178] | ||
| van 27-02-1631 tot 28-02-1631 | Samenvatting: ---------------- Op 27 februari 1631 delen de kinderen de goederen, nagelaten door hun vader Jan Cornelis Oirlemans. Jan en Lijsken krijgen door loting: * het brouwhuis, schop en grond, De Oude Stede genaamd, op t Craenven, 12 lopensaat (2,3 ha.), gelegen tussen ’s Heerenstraat en Duiksche Hoeve * de Langen akker aldaar, 2 lp (0,4 ha.) * 1 perceeltje land aldaar, 1 lp * een klein hofje aldaar, 23 roei (300m2, 30mx10m) * het hofje voor de stede * lotje land aan de Vonder * hooiland 8 hond in t Ambacht van Besoyen over de winterdijk (1,1 ha.) * hooiland 5 hond in t Ambacht van Besoyen over de Oude Straat, ongedeeld met Andries Peters en Jan Adrdiaen Diercxssen de Bie * hooiland 8 hond in t Ambacht van Capelle in de Zuidewijn, ongedeeld met Adriaen Diercxssen de Bie * ze betalen aan Lenaert en Adriaentken op vastenavond 1632 voor vergelijking 125 gulden Lenaert en Adriaentken krijgen door het lot: * een stede met timmeringe en akker, genaamd jan Vrients stede, in t Craenven * akker 1 1/2 lp, westwaarts Heerenstraat en Duiksche Hoeve * akker 1 1/2 lp, gespleten van de Oude stede * akker 4 lp * akker 1 1/2 lp * hooiland 8 hond in Besoyen over de Schouwsloot * hooiland 4 hond in Besoyen aan de Crommendijk * hooiland 3 hond tot Capelle over de Oude straat, ongedeeld met Adriaen Diercxssen de Bie, jacop Hendricx en anderen * hooiland 7 hond in ’Ambacht van Capelle in de Zuidenweg, ongedeeld met Mel Aertssen en anderen Op 28 februari 1632 verdelen Jan en Lijsken hun deel: Jan: * de Oude stede en alle hei en percelen op t Craenven * hij betaalt 250 gulden aan Lijsken * hij ontvangt de huur van 1 jaar op de stede (het lijkt erop, dat Lijsken en haar man daar wonen) Lijsken: * alle percelen hooiland tot Capelle en Besoyen Toelichting: ------------- Hier is een zus van Jan en Lenaert genoemd, namelijk Adriaentken. Die kende ik nog niet. In de akte van 22 januari 1626 staat: ... momboir van de 5 onmondige kinderen wijlen Jan Cornelis Oirlemans. Die kinderen zijn niet met name genoemd. Daar kende ik er 3 van met hun naam: Jan, Lijsbeth en Lenaert, en nu dus ook Adriaentken. Misschien komt hun 5e kind ook nog ergens naar boven. Pdf RAT. Loon op Zand. R 65 f 169v/171r d.d. 27-2-1631. Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans ter eenre, Adriaen sone wijlen Cornelis Diercxssen als man ende momboir van Lijsken zijnen huijsvrouwe dochtere des voorst. wijlen Jan Cornelis ter tweeder, ende Jan Adriaen Zuenen ende Willem Matheussen als wettige momboiren bij den heere geordonneert van Lenaerden ende Adriaentken onmondige kinderen wijlen Jan Cornelis Oirlemans voorgenoempt ter derder ende vierder zijden, hebben onderlinge ende met malcanderen gemaeckt ende gedaen eene erffscheijdinge ende erffdeijlinge van den goederen naebeschreven, hen ende den voorst. onmondige kinderen bij ende overmidts der doot ende afflijicheijt van henne ouders ende anderssins erffelijck aengecomen zijnde soe men verclaerden. Overmidts welcker erffscheijdinge ende erffdeijlinge, soe is den voorst. Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans ende Adriaen sone wijlen Cornelis Diercxssen in der qualiteijt bovengeschreven bij blinde lothe bij den schouteth van Venloon van sheeren wegen geleght, tsaemen te deele bevallen brouwhuijs, schop ende grondt ende erffenisse daeraenliggende genoempt d’oude stede, twelff lopensaet ende 8 1/2 roeijen lants int geheel begrijpende, gelegen binnen der heerlicheijt van Venloon ter plaetsen genoempt het Craenven tusschen den waterlaet ende erffenisse Jan Hendricx Verduijn aen de eene zijde oistwaerts ende tusschen erffenisse de weduwe Denis Janssen Loijen ende meer andere aen dandere zijde westwaerts, streckende van sheerenstraete totte Duijcxe hoeve. Noch eenen acker lants genoempt den Langen acker, gelegen aldaer tusschen erffenisse Jan Hendricx Verduijn voorgen. aen d’eene zijde oistwaerts ende tusschen den voorst. waterlaet aen dandere zijde westwaert, streckende van sheerenstraete tot aen erffenisse des voorst. Jan Verduijns noirtwaerts. Noch een stucxken lants twee loopensaeten ende 13 roeijen int geheel begrijpende gelegen aldaer aen de zuijdezijde van sheerenstraete, oistwaert, zuijtwaert ende westwaert aen erffenisse Corstiaen sone wijlen Jan Joosten Borsten ende noirtwaert aen sheerenstraete. Noch een parceeltken lants geschickt op een loopensaet, gelegen aldaer op het hooch, oistwaert, westwaert ende noirtwaert aen erffenisse des voorst. Corstiaens ende zuijtwaert aen erffenisse Cornelis Willemssen de Pruijser. Noch een cleijn hoffken groot omtrent 23 roeijen, gelegen aldaer aen den zuijde zijde van den voorst. sheerenstraete, oistwaert aen erffrenisse des voorst. Corstiaens, zuijtwaert aen erffenis van Lenaert ende Adriaentken onmondige kinderen hier tegen deijlende ende noirtwaert aen sheerenstraete. Noch een hoffke gelegen aldaer voor de stede, toecomende de weduwe ende kinderen wijlen Henrick Goossens oistwaert aen de voorst. weduwe Denis Janssen Loijen, zuijtwaert sheerenstraete ende westwaert ende noirtwaert de erffgenaemen Cornelis Adriaens. Noch een lotken lants genoempt aen den Vonder oistwaert aen den aterlaet, zuijtwaert aen de weduwe Denis voorgen. westwaert de voorst. Lenaert ende Adriaentken hier tegen deijlende ende nnoirtwaert de voorst. erffgen. Cornelis Adriaens. Noch een stuck hoijelants acht hont off daer omtrent int geheel begrijpende gelegen in den Ambachte van Besoijen over den winterdijck genoempt het Hoijelant achter Goijaert Claessen oistwaert aen erffenisse des heere van Tilborch, zuijtwaert aen den winterdijck, westwaert Ghijsbert Hendricxssen Span ende noirtwaert aen den schouwsloot. Noch vijff hont lants in een stuck hoijelants gelegen in den Ambachte van Besoijen over d’Oude straete, gemeijn ende onbedeelt met Andries Peters ende Jan sone Adriaen Diercxssen de Bie. Ende noch acht hont hoijelants off daer omtrent in een stuck lants gelegen in den Ambachte van Cappelle inden Zuijdewijn, gemeijn ende onbedeelt met Adriaen Diercxssen de Bie. Allen de voorst. parceelen van erffgoederen soe groot ende cleijn als de selve ter voorst. plaetsen gelegen zijn ende gelijck zij deijlderen vercleirden malcanderen gedesigneert ende gewesen te hebben. Op welcke parceelen van goederen cum litteris et jure ten behoeve van den voorst. Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans ende Adriaen sone wijlen Cornelis Diercxssen, hebben de voorst. momboiren vertegen etc. Behoudelijck dat men vuijt desen lothe gelden sal de helft van alle renten, chijnsen ende pachten die vuijtte voorst. goederen ende vuijtte parceelen van erffenisse den voorst. Lenaerden ende Adriaentken onmondige kinderen des voorst. wijlen Jan Cornelis Oirlemans bij desen erffscheijdinge ende erffdeijlinge te deele bevallen, met recht te vergelden staen ende daerenboven sal dit loth tot vergelijckinge deser erffdeijlinge aen den voorst. Lenaert ende Adriaentken tot vastenavont 1632 geven ende vuijtreijcken tsaemen de somme van hondert ende 25 ca. gld. eens, goet gancbaer gelt. Met conditien ut infra. Overmidts etc. soe is den voorst. Lenaerden ende Adriaentken bij blinde lothe als voor geleeght tsaemen te deele bevallen ende erffelijck aengecomen eene stede lants mette timmeringe daer op staende ende het geheel ackerlant daeraenliggende genoempt Jan Vrients stede gelegen binnen der heerlicheijt Venloon ter plaetsen gen. het Craenven tusschen een parceel ackerlants van anderhalff loopensaet ende vijff roeijen hier ondergenoempt ex vno oistwaert ende tusschen erffenisse der erffgenaemen Cornelis Adriaens etc. westwaert streckende van sheerenstraete totte duijcxse hoeve. Noch een parcheel ackerlants anderhalf lopensaet ende vijff roeijen int geheel begrijpende, gespleten van d’Oude stede, gelegen aldaer oistwaert aen den waterlaet, zuijtwaert ende noirtwaert aen de weduwe Denis Janssen Loijen ende westwaert aen erffenisse van de voorst. stede genoempt Vrienten stede. Noch een parcheel lants van vier loopensaet ende 4 1/2 roije in een acker lants gelegen aldaer aen den zuijde zijde van sheerenstraete, oistwaert ende westwaert Corstiaen Jan Borsten, zuijtwaert Cornelis Willems ende noirtwaert de voirst. Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans ende Adriaen Cornelis Diercxssen hier tegen deijlende met Corstiaen Jan Borsten voorst. Noch een parcheel lants groot anderhalf loopensaet ende omtrent 7 roijen in den selven acker oistwaert ende zuijtwaert aen den voorst. Corstiaen Jan Borsten ende westwaert ende noirtwaert de erffgenaemen wijlen Jan Goijaerts. Noch een stuck hoijelants acht hont oft daeromtrent int geheel begrijpende, gelegen in Besoijen over den schouwsloot achter Goijaert Claessen, oistwaert aen erffenisse des heere van Tilborch, zuijtwaert aen den schouwsloot, westwaert aen den weduwe Geerit van Broechoven ende Aert Wouters van Laerhoven ende noirtwaert aen Ghijsbert Hendricxssen. Noch een stuck hoijelants vier hont oft daer omtrent int geheel begrijpende, gelegen in Besoijen aen den Crommendijck, oistwaert aen erffenisse van Wouter Peter Willems, zuijtwaert aen den winterdijck, westwaert aen Chantroijsen lant ende noirtwaert Willem Matheus. Noch drije hont hoijelants gelegen tot Cappel over de d’Oude straete, gemeijn ende onbedeijlt met Adriaen Diercxssen de Bie, Jacop Hendricx ende meer anderen. Ende noch een stuck hoijelants seven hont oft daeromtrent int geheel begrijpende, gelegen in den ambacht van Cappel in den Zuijdenwijn, onbedeelt met Mels Aertssen ende meer andere, het geheel stuck oistwaert aen Peter Hendrick Haemer, zuijtwaert aen d’oude straete, westwaert aen erffenisse der kinderen Laureijs Peters ende noirtwaert aen den Ganthel. Allen de voorst. parcheelen soe groot ende cleijn ut supra ende daerenboven sal dit loth tot vergelijckinge deser erffdeijlinge van Jan Janssen Oirlemans ende Adriaen Cornelis Diercxssen hier tegen deijlende hebben ende ontfangen tot vastenavont 1632 de somme van hondert en 25 ca. gld. eens goet gancbaer gelt. Op welcke parcheelen van goederen cum litteris et jure ten behoeve van den voorst. Lenaert ende Adriaentken onmondige kinderen des voorst. wijlen Jan Cornelis Oirlemans hebben de voorst. Jan sone Jan Cornelis Oirlemans ende Adriaen sone wijlen Cornelis Diericxssen wettelijck ende erffelijck vertegen etc. Behoudelijck ut supra etc. ende daerenboven sal dit loth etc. Met conditie ut infra. Met conditien hier inne toegedaen, dat zij deijlderen den commer hier in desen benoempt alsoe sullen gelden ende betaelen ende de gebuerlijcke lasten ende rechten tot elcx portie staende alsoe sullen houden ende onderhouden, dat den eenen van den anderen egeen hinder oft schaede aff en sal comen in eeniger manieren. Behoudelijck oijck dat elck een schuldich ende gehouden sal wesen te wegen ende te stegen naer den rechte van den lande, te weten de voorst. Jan ende Adriaen als schulderen principael super se en bona qua etc. ende de voorst. momboiren etc. Allet sonder argelist. Testes Dierck Raessen ende Adriaen Cornelis den 27e februarij 1631. RAT. Loon op Zand. R 65 f 171r/v d.d. 28-2-1631. Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans ter eenre ende Adriaen Cornelis Diercxssen als man ende momboir van Lijsken zijnen huijsvrouwe dochtere des voorst. wijlen Jan Cornelis Oirlemans ter andere zijden, hebben onderlinge ende met malcanderen gemaeckt ende gedaen eene erffscheijdinge ende erffdeijlinge van goederen die hen tsaemen onbedeelt bij den bovengeschr. erffscheijding ende erffdeijlinge te deele bevallen zijn, soe men verclaerden. Overmidts welcker erffdeijlinge ende erffscheijdinge, soe is Jan Janssen Oirlemans bovengen. te deele bevallen d’oude stede op het Craenven met allen de heijbodems ende de parcheelen van erffenisse op het Craenven liggende, die welcke hen tsaemenderhandt bij de voorst. deijlinge aldaer te deele bevallen ende aengecomen waeren. Op welcke parcheelen van goederen tsaemen op allen brieven ende bescheeden daer aff mentie maeckende ten behoeffne des voorst. Jn sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans heeft de voorst. Adriaen Cornelis Diercxssen wettelijck ende erffelijck vertegen helmelingen in manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Behoudelijck dat men vuijt desen lothe sal gelden alle renten, chijnsen ende pachten die met recht daer vuijt zijn gaende. Ende daerenboven sal Jan voorst. betaelen ende voldoen int geheel alsulcke 125 ca. gld. als zij deijlderen aen Lenaerden ende Adriaentken onmondige kinderen Jan Cornelis voorgen. naer luijdt van de voorst. voorgaende deijlinge moeten vuijtreijcken tot vastenavont 1632. Oijck soe sal Jan de gehele huere der voorst. stede voor een jaer ontfangen. Met conditie ut infra. Overmidts etc. soe zijn den voorst. Adriaen sone wijlen Cornelis Diercxssen namens zijn huijsvrouwe te deele bevallen allen de parcheelen van hoijelant soe tot Cappel als Besoijen, die welcke hen deijlderen bij de voirst. voorgaende deijlinge te deele bevallen zijn. Op welcke parceelen van goederen tesaemen op allen brieven ende bescheeden daer aff mentie maeckende ten behoeve van den voorn. Adriaen Cornelis Diercxssen heeft de voorst. Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans wettelijck ende erffelijck vertegen, helmelingen in manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Behoudelijck dat men daer vuijt sal gelden het ghene daerop begroot soude mogen zijn. met conditien ut infra. Met conditien hier inne toegedaen, dat zij deijlderen den commer hen in desen genoempt alsoo sullen gelden ende betaelen de gebuerlijcke lasten ende rechten tot elcx portie staende alsoe sullen houden ende onderhouden, dat deen van dander egeen hinder oft schaede en sal overcomen in eenige manieren ende offer eenigen ouden commer met recht hier op quam daer men ten deser tijdt nijet aff en weet, den selven sullen sij deijlderen malcanderen helpen draegen, ende sal elck zijn loth aenveerden, soe ende gelijck de voorgaende deijlinge is vermelt ende sullen zij oijck malcanderen allen achterstel helpen aff te doen. Gelovende de voorst. deijlderen sup se et bona etc. ten eeuwigen daege onwederroepleijck. Op te verbeurte van hondert ca. gld. tot behoeffne van den armen tot Venloon. Testes D. Raessen ende Ghijsb. Claessen. Actum 28e februarij 1631. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 65 f. 169v/171v scan 205/208] | ||
| 16-01-1642 | Pdf RAT. 781 Loon op Zand. R 70 f 45r t/m 48v d.d. 16-1-1642. Huijbert Janssen als man ende momboir van Engelken zijne huijsvrouwe ende Jan Daniel Willemssen van Gorchum als man ende momboir van Magdaleen zijne huijsvrouwe, gesusteren dochteren wijlen Wouter sone wijlen Jan Wouter Aertssen van Broechoven, soe in dijer qualiteijt voor hen selven als voor Maijken Wouters sijne schoonsustere, daer voor zij hen sterck maecken midts desen. De voorst. Huijbert insgelijcx als momboir van Maijken onmondige dochtere wijlen Jan sone wijlen Wouter Janssen voirgenoempt. ende de selve Huijbert ende de voorst. Jan Daniel Willemssen als wettighe momboire van Cornelis oijck sone des voorst. wijlen Wouter Jan Wouters van Broechoven ter eerste. Lenaert sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans als man ende momboir van Magdaleen zijne huijsvrouwe dochtere wijlen Andries Jan Wouters van Broechoven ter tweede. Wouter sone wijlen Joost Hendrick Willemssen daer moeder aff was Jenneke dochtere wijlen des voorst. Jan Wouters van Broechoven soe voor hem selven als voor Willem ende Henricken zijne broeders ende Jan Aert Wijten als man ende momboir van Marie zijne huijsvrouwe dochtere wijlen Joost ende Jenneken voorgen. ter derden. Jan Eelants van Spaendonck als man ende momboir van Anneke zijnen huijsvrouwe dochtere wijlen Jan Wouter Aertsse van Broechoven ten vierde. Andries Peter Andriessen als man ende momboir van Mechtelt zijne huijsvrouwe, ende Willem Mattheeus Janssen Berchmans als man ende momboir van Marie zijne huijsvrouwe, gesusteren dochteren ders voorst. wijlen Jan Wouter Aertssen ende Magdaleen Andries dochtere de Weerdt ter vijffder ende 6e zijden. Hebben onderlinge ende met malcanderen gemaeckt ende gedaen eene erffscheijdinge ende erffdeijlinge van seeckere parceelen van erffgoederen hen luijden ende den voorst. onmondige kinderen bij ende overmidts der doot ende afflijvicheijt des voorst. wijlen Jan Wouter Aertssen van Broechoven ende Magdaleen dochtere Andries de Weerdt, hennen vader ende moeder, ende grootvader ende grootmoedere in der qualiteijt voorst. respective bij den rechte van successie erffelijck aengecomen soe men verclaerden. Overmits welcker erffdeijlinge ende erffscheijdinge, soe is den voornoempden Huijberden Janssen ende Jan Daniel Willemssen soe tot hennen behoeffne, als ten behoeffne van d’andere voorgenoempde erffgenaemen wijlen Wouter sone wijlen Jan Wouter Aertssen van Broechoven voor d’eene helft ende Lenaerden sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans in den naeme zijnder voorst. huijsvrouwe voor dandere helft t’saemen onbedeijlt te deele bevallen ende erffelijck aengecomen eenen ackerlants met een heijeveldeken daer teijnde aenliggende, gelegen binnen der heerlicheijt van Helvoirt ter plaetsen genoempt het Eijnde, oistwaerts aen sheerenstraete, zuijtwaerts Herman Jacops, westwaerts aen de gemeijnte van Haren ende noirtwaerts aen erf. van Peter Peter Driessen. Noch een ackerken lants daer tegens over de straete gelegen, oistwaerts aen het broeck, zuijtwaerts aen erffenisse van Wouter Peter Franchois, westwaerts aen sheerenstraete ende noirtwaerts aen Herman Jacops. Ende noch twee parceelen erffenisse deen teijnde den andere liggende, eensdeels weije ende eensdeels heije ende moergronden wesende, gelegen aen die Escher heije, oistwaerts aen de gemeijnte der naebueren van Esch, zuijtwaerts Laureijs Jan Wouters ende zijne consoirten westwaerts aen de Leije ende noirtwaerts aen erff. eertijts Wouter Peter Franchois. Allen de voorst. parceelen soo groot ende cleijn als de selve ter voorst. plaetsen gelegen zijn ende gelijck Jan Wouter Aerts de selve met zijne doot ende afflijvicheijt geruijmpt ende achter gelaeten heeft. Ende daerenboven sal dit loth ontfangen van Cornelis Joosten woonende in Udenhout de somme van hondert gld. de welcke de selve Cornelis aen ende ten behoeve van den gelijcke erffgenaemen wijlen Jan Wouters voornt. met meer andere opgenomen penningen schuldich is. Op welcke parceelen van goederen t’saemen op allen brieven ende bescheeden daer aff gewach doende ten behoeve des voorst. Huijberts ende Jan in de voorst. qualiteijt ende ten behoeve van henne bovengen. mede erffgenaemen voor de eene helft ende ten behoeffne des voorst. Lenaerts als man ende momboir zijnder voorst. huijsvrouwe voor dandere helft hebben de voorst. andere mededeijlderen wettelijck ende erffelijck vertegen helmelinge in manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Behoudelijck dat men vuijt desen lote te weten vuijt ’t voorst. parceel heije, weije ende moergronden bij die Esscher heije gelegen jaerlijcx sal gelden ’s Hertoge van Brabant eenen chijns van 4 st. oft daeromtrent, ende vuijtte voorst. twee parceelen ackerlants een halff mud roggen ’sjaers aen den heijlige geest van Oisterwijck, de welck men jaerlijcx betaelt met twee guldens 10 st. ende off hier naemaels bevonden wordden eenige chijns vuijt ’t voorst. heijeveldeken met recht te gaen, den selven chijns sal wesen tot laste van desen lote. Dies soe sal men allen den achterstel mette boeten ende gewinnen van dijen tot date deser tot gelijcke coste affdoen. Met conditien ut supra. Overmits etc. soe is den voornoempden Wouteren sone wijlen Joost Henrick Willemssen soe tot zijnen behoeffne, als ten behoeve van zijne voorst. broeders ende sustere te deele bevallen ende erffelijck aengecomen een halff stuck hoije oft weijelants gelegen binnen der Vrijheijt van Waelwijck over den achtersten hoijgraft, gemeijne ende onbedeijlt met Aert Martens tot Haren, ’t geheel stuck aldaer gelegen oistwaerts aen erffenisse eertijts Geriken Boom, endewestwaerts aen de erffgenaemen Maij Goijaerts, streckende zuijtwaerts metten eenen eijnde aen de voorst. hoijgraft ende metten anderen eijnde noirtwaerts aen de Maese, soe groot binnen der heerlicheijt van Venloon ter plaetsen genoempt d’Achterste Hoeven gelegen is met allen haere rechten ende toebehoirten, ende in alder vuegen ende manieren als de voorst. Jan Wouter Aertssen van Broechoven de selve hoeve midts zijne doot ende afflijvicheijt geruijmpt ende achtergelaeten heeft. Op welcke hoeve lants met haere voirst. toebehoirten cum litteris et jure ten behoeve des voorst. Jan Eelants ende Andries Peter Andriessen in der voorst. qualiteijt hebben dandere mededeijlderen wettelijck ende erffelijck vertegen effectucando. Behoudelijck dat men vuijt dese hoeve lants sal gelden ’t sjaers aen mijn heere van Loon de helft van acht stuijvers ende 6 penningen chijns. Ende noch de helft van een smael hoen aen de selven heere. Oijck soe wordt geconditioneert dat alsoe seeckere questie ende proces voor schepenen van den Bossche onbeslicht is hangende tusschen Mr. Jan Laurentij ter eenre ende de voorst. Jan Wouter Aertssen van Broechoven ter andere zijden raeckende de reeninge =(grens/palen) van de heijevelden, heijevennen ende andere gronden totte voorst. hoeve behoirende, dat zij deijlderen op hennen gelijcken coste ’t saemenderhant de selve proceduere ten vuijteijnde van den saecke toe sullen vervolgen ende helpen vuijtvueren. Ende allen ’t gene bij sententie (=vonnis/rechtelijke uitspraak) aengaende de selve reeninge geseeght ende vuijtgesproken sal wordden, ’t selve sullen de voorst. Jan Eelants ende Andries henne oiren erffnen ende naecomelingen hebben te achtervolgen ende sullen hen daermede oijck gecontenteert ende te vreden moeten houden. Dies soe hebben zij deijlderen malcanderen geloeft, gelijck zij geloven midts desen, dat elck zijn seste gedeelt van alle oncosten tot het procequeren ende vervolgen van de voorst. processe meedich ten allen tijden daer toe versocht wesende promptelijck sullen opleggen ende betaelen. Op pene dat men den defaillianten (=niet verschijnende partij) daer voor vuijt crachte deser door alle dienaren van justitie sal moegen vuijtpanden als sheeren verwonnen schult. Met conditen ut infra. Overmits etc. soe sal de voorst. Willem sone wijlen Mattheeus Janssen Berchmans als man ende momboir van de voorst. Marie zijnen voorst. huijsvrouwe met expres consent ende gedoogen der voorst. deijlderen hebben ende besitten de helft van twee blocken hoije oft weijelants, soe groot ende cleijn als de selve twee blocken gelegen zijn in den Ambachte van Besoijen over d’Oude Straete tusschen erffenisse van Wijtman Peter Wijten ende Peter Janssen notore aen de eene zijde oistwaerts ende tusschen erffenisse van Adriaen Roossen aen dandere zijde westwaerts, streckende metten eenen eijnde aen den oude straete ende metten andere eijnde aen erff. van Jan Adriaen Heijligers noirtwaerts ende van welcke twee blocken lants de andere helft hem Willem te voirens onbedeijlt was toebehoirende, metten voorn. Jan Wouter Aertssen van Broechoven zijnen schoonvader, Ende staet te weten dat onder de helft van de voorst. twee blocken lants begrepen is een hont leengoets leenrectich aen den huijse van Gansoijen, de welck de voorst. Willem verclaert op hem eertijts verschenen te zijn met noch een ander hont lants in zijne wederhelft begrepen. Ende hebben de voorst. andere mededeijlderen elck in der qualiteijt voor verhaelt ten behoeffne des voorst. Willem Mattheeus Janssen in den naeme zijnder voorst. huijsvrouwe op de helft des voorst. twee blocken lants wettelijck ende erffelijck vertegen helmelingen in manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Dies soe heeft de voorst. Willem reciprore vertegen ende gerenuntieert ten behoeve van voorst. andere deijlderen op allen actien ende pretensien de welcke hij vuijt crachte van den voorst. verheff op ende ten laste der selver deijlderen in eeniger manieren soude moegen pretenderen ’t sij tot goetdoeninge van ’t voorst. hont leengoets oft anderssins, alsoe hij verclaert dat hij selve hont lants met goede kennisse ende deliberatie in desen mede heeft laeten deijlen sonder opsicht van ’t voorst. verheff. Met conditien ut infra. Met conditien hier inne toegedaen, dat zij deijlderen den commer hen respective in desen benoempt alsoe sullen gelden ende betaelen ende gebuerlijcke lasten ende servituten soe van wegen, stegen, watergangen ende andere alsoe sullen houden ende onderhouden dat den eenen van den anderen egeen hinder oft schade aff en sal comen in eeniger manieren. Mede dat elck over zijn loth sal wegen ende stegen die men van rechts ende gewoonte wegen oft andersins naer den rechte van den lande schuldich is te wegen ende stegen. Oijck dat zij allen achterstallige pachten ende andere schulden malcanderen sullen helpen aff doen tot date deser toe. Ende soe op ijemants portie oft gedeelte eenigen commer quamp daer men ten deser tijt nijet aff en weet, dat zij malcanderen den selven sullen helpen draegen. Reserverende voirts zijn deijlderen tot hennen gelijcken behoeffne alle hueren ende pachten met allen verloopen intresten voor date deser verschenen. Met allen andere vuijtstaende penningen in desen nijet gedeijlt. Promittentes actum etc. Testes Ghijsbert Claessen et Heijliger Diercx. Actum 16e januarij 1642. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 70 f 45r/48v] | ||
| 17-01-1671 | Pdf Rechterlijk Archief Loon op Zand inventarisnummer 81, 1670-1674 Bewerkt door: J.A.H.Boeren Andries, zoon van Lendert Janssen de Bont en Maghdelena Andries Jans van Broechoven, maakt een boedelscheiding met Heijliger Janssen Oirlemans en Wouter Andries Cuijpers, als voogden over de vijf onmondige kinderen (Johannes, Maria, Geertruijt, Adrana, Jenneken) van Lendert en Machdelena. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 81 f. 68v/71v] |
| 16-03-1633 | Pdf RAT. Loon op Zand. R 66 f 28v/29v d.d. 16-3-1633. Corstiaen sone wijlen Jan Borsten ter eenre ende Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans ter andere zijden, hebben onderlinge ende met malcanderen gemaeckt ende gedaen eene erffmangelinge ende erffwisselinge van seeckere naebeschreven parceelen van erffgoederen hen respectieve toebehoirende, soe zij verclaerden. Overmidts welcker erffmangelinge ende erffwisselinge, soe sal de voorst. Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans met vollen rechte hebben ende behouden een parcheel lants des voorst. Corstiaens gelegen binnen der heerlicheijt Venloon ter plaetsen genoempt het Craenven, oistwaert ende westwaert aen erffenisse van Lenaert ende Adriaentken onmondige kinderen wijlen Jan Cornelis Oirlemans voorgen. zuijtwaert aen den voorst. Corstiaen ende noirtwaert aen den kinderen ende erffgen. wijlen Jan Goijaerts ende noch een parcheeltken hoffs des voorst. Corstiaens gelegen aldaer oistwaert aen den waterlaet, zuijtwaert aen den voorst. onmondige kinderen, westwaert aen andere erffenisse des voorst. Jan Janssen Oirlemans ende noirtwaert aen sheerenstraete. Soe groot ende cleijn als de selve parcheelen van goederen aldaer gelegen zijn. Op welcke parcheelen goederen ten behoeffne des voorst. Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans heeft de voorst. Corstiaen sone wijlen Jan Borsten wettelijck ende erffelijck vertegen helmelingen in manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Dies soe sal Jan dese parceelen van goederen ierst aenveerden ten ooghst toecomende aen den stoppelen. Gelovende etc. ut infra. Overmidts welcker erffmangelinge ende erffwisselinge, soe sal de voorst. Corstiaen sone wijlen Jan Borsten met vollen rechte hebben ende behouden eenen acker lants des voorst. Jans gelegen binnen der heerlicheijt Venloon ter plaetsen genoempt het craenven, soe groot ende cleijn als den selven aldaer gelegen is oistwaert aen andere erffenisse des voorst. Corstiaens, westwaert aen den waterlaet ende noirtwaert aen sheerenstraete soe men verclaerden. Op welcke ackerlants ten behoeffne des voorst. Corstiaens heeft de voorn. Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans wettelijck ende erffelijck vertegen helmelinge in manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Dies soe sal Corstiaen desen ackerlants ierst aenveerden ten ooghst toecomende aen den rogstoppelen. Gelovende etc. ut infra. Gelovende de voorst. comparanten op verbintenisse van henne persoonen ende allen henne goederen, hebbende ende vercrijgende, dese erffmangelinge ende erffwisselinge ende dit verthijen malcanderen vast ende steedich te houden ten eeuwigen daegen sonder eenich wederseggen. Renuncierende ter dijen eijnde op alle beneficien ende remedien van recht het zij relieffnementen oft andere, die hen ter contrarie van desen eenichsins souden moegen dienen oft te staede comen. Allet sonder argelist. Testes et actum ut supra. Toelichting: ------------- Hier is een zus van Jan en Lenaert genoemd, namelijk Adriaentken. Die kende ik nog niet. In de akte van 22 januari 1626 staat: ... momboir van de 5 onmondige kinderen wijlen Jan Cornelis Oirlemans. Die kinderen zijn niet met name genoemd. Daar kende ik er 3 van met hun naam: Jan, Lijsbeth en Lenaert, en nu dus ook Adriaentken. Misschien komt hun 5e kind ook nog ergens naar boven. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 66 f 28v/29v] |
| van 30-06-1609 tot 03-03-1644 | Pdf Inv.nr. 61, folio 46v en f 47r d.d. 30-6-1609. Andries Jan Wouter Aertsse heeft gelooift ende geloift mits desen de naergelaeten weeskijnderen wijlen Niclaes Dirck Buenen daer moeder af is Geertruijt Ghijsbertsdochter tegenwoirdighe huijsvrouwe van den voirst. Andries Jansse de somme van 457 gld. 3 st. en 3 oirt te betaelen St. Jansmisse als men schrijfen sal 1615, ende dat ter causen van imboel ende meubelen vervallen in den sterfhuijs der voirst. kijnderen vader ende bij den voirst. Andries Jansse gecocht ende gemijnt de selvinghe penningen den voirst. tijt te gebruijcken sonder intrest ter insien mede van den alimentatie ende onderhoudt dat de voirst. Andries Jansse de voirst. kijnderen is diende voor welcke betalinghe de voirst. Andries Jan Aertsse verbijnt sijnen persoon ende goederen, present ende toecomende, de selven stellende onder coertie, bedwanck ende indicatieve van allen heeren hoven bancken, recht ende richteren. Testes, P. Sallen ende Cornelis Dirck Franssen, den lesten junij 1609. In marge: Ghijsbert Claessen Buenen bekent ende lijdt midts desen als dat Lenaert Jansse Oirlemans als man ende momboir van Magdalena dochter Andries Jan Woutersse hem dese 457 gld. 3 st. 3 oirt ten vollen betaelt heeft met allen den intrest daer aff ter date deser onderschreven. Testes, Dingeman Jansse en Dirck van Duppen. Actum 3e martij 1644. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 61 f. 46v/47r] |
| van 28-12-1622 tot 27-02-1647 | RAT. Loon op Zand. R 63 f 155v d.d. 24-6-1642. Lenaert Jansse Oirlemans soo voor hem selven als mede hem fort ende sterck maeckende voor Willem Mattheeus Jansse Berchmans, heeft bekent ende beleden, kent ende lijdt midts desen vuijt handen van Hendrick Aertssen de Brabere als wettich momboir van Judith onmondige dochtere wijlen Cornelis Willem Werdts van wegen der selver Judith ontfangen te hebben de somma van vijfftich ca. gld. wesende deene helft van alsulcke somme van hondert ca. gld. capitaels als wijlen Cornelis Willem Weerdts haeren vader van Mattheeus Jansse in voirgaende jaeren opgenomen heeft volgens de lijste van den aengebrochte schulden hierboven voor schepenen van Venloon den 28 decembris 1622 gemaeckt ende gepasseert. Gelovende de voirst. Lenaert Jansse als schuldenaer principael op hem ende allen zijnen goederen, hebbende ende vercrijgende, als dat hij de voirst. Judith oft haere goederen ter saecke van deene helft, dat voirst. somme van hondert guldens nimmermeer en sal eijschen oft molesteren in recht oft daer buijten in eeniger manieren. Verclaerende hiermede te vreenen te zijn dat de helft van den selven hondert gulden capitaels ten laste van den voirst. Judith gestaen hebbende op den besceede daer van gemaeckt vuijt crachten deser sal wordengecasseert. Betaelen staende ten laste van Henrick soone wijlen Cornelis Willem Weerts haeren broeder met een geheel jaer intrest van den voirst. hondert gulden capitaels verschenen paesschen 1642 lestleden. Oirconden dese bij den voirst. Lenaert neffens mij secretaris onderteeckent opten 24ejunij 1642. W.g. Willem Mattheeus Jansse Berchmans bekent ende gelooft als voor. Actum ut supra. Lenaert Jansen Oirlemans. Willem Matheeus Jansse Berchmans. Mij present D. Coomans. RAT. Loon op Zand. R 63 f 156r d.d. 27-2-1647. Lenaert Jansse Oirlemans soo voor hem selven als mede als actie hebbende van Willem Mattheusse Berchmans sijnen oom, heeft de helft van den bovengeschr. hondert guldens, die Henricksoone wijlen Cornelis Willem Werdts noch schuldich was volgens de bovengeschr. acte, wel ende wettelijcke opgedraeghen ende overgegeven Adriaen soone wijlen Cornelis Diercxsse van den Hove zijnen swager, met affgaen ende verthijen alsoo gewoonlijck ende recht is. Gelovende de voorst. Lenaert op hem ende allen zijnen goederen, hebbende ende vercrijgende, dit opdraegen ende overgeven den voorst. Adriaenen vast ende stendich te houden ten eeuwigen daegen, sonder eenich wederseggen. Testes, Ghijsbert Claessen et Peter Poisson. Actum 27 februarij 1647. RAT. Loon op Zand. R 63 f 156v d.d. 27-2-1647. Alsoo Henrick Cornelis Willem Werdts opten 27e februarij1647 ten behoeve van Adriaen Cornelis Diercxsse van den Hove eene nijeuwe geloefte gedaen heeft ter somme van 50 ca. gld. soo bekent den selven Adriaen dat daermede voldaen is de helft van de bovengeschr. hondert guldens ten laste der voirst. Henricx volgens de bovengeschr. acte gestaen hebbende, ende consenteert daeromme in de cassatie van allen voirgaende bescheeden hier van zijnde. Testes, Ghijsbert Claessen et Peeter Poisson den 27e februari 1647. Toelichting: ------------ Op 28 december 1622 was Lenaert nog onmondig, en was Willem Matheeus Jansse Berchmans zijn voogd, samen met Jan Adriaens. Willem is de broer van zijn moeder Adriana Matheeus Jansse Berchmans, zijn oom dus via zijn moeders kant. Adriaen Cornelis Diercxsse van den Hove is getrouwd met zijn zus Lijsbeth. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 63 f. 155v-156r-156v] | ||
| van 30-04-1635 tot 08-04-1655 | Pdf RAT. Loon op Zand. R 67 f 24r d.d. 30-4-1635. Willem sone Cornelis Berthens alias Prince, woonende in Udenhout heeft gelooft als schulder principael op hem ende allen zijne goederen, hebbende ende vercrijgende, Adriaen sone Cornelis Diercxssen van den Hove de somme van hondert ca. guldens goet gancbaer gelt te geven ende te betaelen den 14e aprilis anno 1636 metten intrest tegen den penninck sesthien. Ende oft het gebeurden dat de voorst. Willem Cornelis Berthens de voorst. somme langer waer onderhoudende, soe geloeft hij gelijcken intrest te betaelen naer loop ende laps van tijde. Gelovende daer en boven de selve Willem tegens dese zijne geloefte nijet te doen oft laeten doen in recht oft daer buijtten in eeniger manieren ten zij etc. Testes Bastiaen Stoffelen ende Cornelis Willems den 30e aprilis 1635. In marge bijgeschreven: Lenaert Janssen Oirlemans als actie ende transport hebbende soe hij seijde van Adriaen Cornelis Diercxssen bekent als dat Willem Cornelis Berthens hem dese geloefte ten vollen betaelt heeft metten intrest daeraff verschenen. Actum 11 martij 1640. RAT. Loon op Zand. R 67 f 24r/v d.d. 30-4-1635. Marcus sone Jan Everts heeft geloeft als schulder principael op hem ende allen zijne goederen hebbende ende vercrijgende Adriaen Cornelis Diercxssen van den Hove de somme van sessendertich ca. gld. goet gancbaer gelt te geven ende te betaelen tot halff aprilis des jaers 1636 metten intrest tegen den penninck sesthien. Ende oft gebeurde dat de voorn. Marcus de selve somme van 36 gld. langer waer onderhouden, soe geloeft hij gelijcken intrest te betaelen naer loopen ende laps van den tijde. Gelovende daerenboven de selve Marcus als schulder principael op verbintenisse als voor tegens dese zijne geloefte nijet te doen oft laeten doen in recht oft daerenboven in eeniger manieren, ten zij namptizatie ierst ende voor al sal geschiet wesen. Testes et actum ut supra. In marge: Adriaen Geritssen Cauwenberch als man ende momboir van Lijsken naegelaeten wed. Adriaen Cornelis van den Hove bekent als dat Marcus Janssen gelover hem dese geloefte ten vollen betaelt heeft. Actum 8e aprilis 1655. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 67 f. 24r] | ||
| van 16-12-1647 tot 24-05-1648 | Pdf RAT. 781 Loon op Zand. R 71 f 200r d.d. 16-12-1647. Peeter Aertsse Oostvogel heeft geloeft te geven ende te betaelen aen Lenaert Janssen Oirlemans nu tot vastenavont ierstcomende de somme van thien ca. guldens goet gancbaer gelt ende dat ter saecken van seeckere verteerde costen ende verdrincke gelaegh bij Adriaen Balthazars ten huijs des voorst. Lenaerts gedaen ende verdrincken. Dies soe hebben de voorst. Adriaen Balthazars ende met hem Huijbert Janssen als zijnen momboir beijde alhier present zijnde geloeft ende geconcenteert dat de voorst. somme van thien guldens den voirn. Peeteren geloever sal valideren in mindernisse van alsulcke somme van penningen als hij aen de voorst. Adriaen Balthazars inden naeme zijnder huijsvrouwe noch schuldich is, volgens den bescheede daer van zijnde. Ende heeft de voorst. Peter gelover voor de voorst. somme verbonden zijnen persoon ende allen zijne goederen hebbende ende vercrijgende. Gelovende oijck de selve somme ten daege voorst. te voldoen ende te betaelen precis sonder langer delaye op pene van exe. sonder in contradictie, oppoisite, appellatie ontfangen te wordden ten zij namptizatie ierst ende voor al sal wesen geschiedt. Testes Dingeman Janssen ende Ghijsbert Claessen. Actum den 16e december 1647. In marge: Lenaert Janssen bekent dat dese geloefte aen hem voldaen is. Actum 24-5-1648. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 71 f. 200r] | ||
| 09-12-1648 | Pdf 781 Loon op Zand. R 72 f 93v/94r d.d. 9-12-1648 Willem sone Willem Adriaenssen Verdiesen eenen schepene schultbrieff van hondert ca. guldens capitaels staende op het corpus der heerlicheijt van Venloon ende welcke hondert guldens de schepenen ende borgemeesters der heerlicheijt van Venloon bekent ende beleden hebben schuldich te wesen heeren Gielissen van Hamsfoirt, priester, volgens den bescheede den iersten septembris 1634 onder de signatuere der voorst. schepenen ende borgemeesters van Venloon daeraff verleent, ende welcken schultbrieff hij transportant bij opdrachte vercregen heeft tegens Jan Hendricxssen van IJerssel zijnen swaeger, heeft hij wettelijck ende erffelijck opgedraegen ende overgegeven Lenaerden sone wijlen Jan Cornelissen Oirlemans, cum litteris et jure effestucando (met bloeiende literatuur en recht?). Gelovende de voorst. Willem als schuldenaer principael op hem ende allen zijne goederen hebbende ende vercrijgende den voorst. schultbrieff van hondert gld. capitaels den voorst. Lenaerden te waeren, als men schultbrieven schuldich is te waeren, ende allen commer, calangie ende aentael daer inne wesende den selven aff te doen geheelijcken. Testes Ghijsbert Claessen et Dingeman Janssen. Actum 9e december 1648 |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 73 f. 93v en 94r] | ||
| van 27-02-1655 tot 28-01-1657 | Huijbert Floorissen bekent schuldig te zijn aan Lenaert Janssen Oirlemans een bedrag van 147 gulden terzake van de koop van een zwartbruine merrie. Uit de aantekening in de marge blijkt dat de schuld op 28-1-1657 ingelost is. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 76 f. 77r] | ||
| van 27-02-1655 tot 29-01-1659 | Goosen Lenaerts van den Hove bekent schuldig te zijn aan Lenaert Janssen Oirlemans een bedrag van 36 gulden en 5 stuivers terzake van de koop van 50 vaten rogge. Uit de aantekening in de marge blijkt dat de schuld op 29-1-1659 ingelost is. Toelichting: ------------- Lenaert is de broer van Jan, die getrouwd is met Agneesken van den Hove. Goossen is haar broer. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 76 f. 77v] |
| 18-01-1646 | Pdf RAT. 781 Loon op Zand. R 71 f 87r d.d. 18-1-1646. Claes Janssen van Gorp een stuck heijelants, breet 22 roeden ende thien voeten ende lanck eenentwintich roeden ende een halff, ende alsoe int geheel groot wesende negen loopensaeten ende omtrent vier oft vijffendertich roeden, gespleten ende gedeelt vuijt een meerder stuck heijelandts hem Claessen toebehoirende in een hoeve lants genoempt de Duijcxe Hoeve, gelegen bijnnen der heerlicheijt van Venloon ter plaetsen genoempt het Craenven, ’t voorst. geheel stuck heijvelts oistwaerts ende noirtwaerts aen erffenisse Jan Geeridt Thonissen ende zuijtwaerts aen erffenisse eensdeels van Peter sone wijlen Cornelis Adriaens ende eensdeels aen erffenisse van Geeridt Cornelis Corsten ende van Lenaert Janssen Oirlemans, soe hij seijde, heeft hij wettelijck ende erffelijck opgedraegen ende overgegeven den voorn. Geeriden sone Cornelis Corsten voor deene helft ende den voorn. Lenaert Janssen Oirlemans voor dandere helft. Met affgaen ende verthijen alsoo gewoonlijck ende recht is. Gelovende de voorst. Claes als schulder principael op hem ende allen zijne goederen hebbende ende vercrijgende ’t voorst. stuck heijelants den voirn. Geeriden ende Lenaerden te waeren als men erffne schuldich is te waeren ende allen commer, calangien ende aentael daer inne wesende den selven aff te doen geheelijcken. Testes Ghijsb. Claessen et Dirck van Duppen. Actum 18 januarij 1646. In marge: Jan Janssen van Gorp naest dit stuck heijelants ende heeft sup se et bona sua etc. geloeft alles te doen des een naederman is schuldich te doen. Testes Scabini G. Claessen et D. Duppen. Actum 18 januari 1646. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 71 f. 87r] | ||
| 16-03-1647 | Pdd RAT. 781 Loon op Zand. R 71 f 174r/v d.d. 16-3-1647. Agneesken Jans dochtere naegelaetene wed. wijlen Geeridt Jan Geeritssen alias Geeridt Cort Henssen, ende met haer Jan Janssen Smidt soe als haeren gecoren momboir als mede als momboir van de vijff onmondige kinderen der voorst. Agneesken bij den voornoempden Geeridt tsaemen verweckt, een vijffste gedeelt haer Agneesken ter tochte ende den voorst. onmondighe kinderen ten erffrechte competerende in vijff verscheijde bodems soe groot ende cleijn gelegen als de selve bijnnen der heerlicheijt van Venloon gelegen zijn ende waer van dandere vier vijffste gedeelten ombedeijlt zijn toebehoirende Thomas Thomasssen Egmonts, de erffgenaemen wijlen Dierck Quirijnen, Adriaen Joosten ende Jan Quirijnen erffgenaemen, soe men verclaerden, hebben zij wettelijck ende erffelijck opgedraegen ende overgegeven Adriaen Janssen, vorster deser heerlicheijt van Venloon voor deene helft, ende Lenaert Janssen Oirlemans voor dandere helft, tsaemen met allen brieven ende bescheeden daer aff gewach doende ende allen den rechte der voorst. Agneesken ende haere voorst. kinderen daer inne eenichsins competerende. Met affgaen ende verthijen alsoe gewoonlijck ende recht is. Gelovende de voorst. Agneesken metten voorst. Jan Janssen de Smidt inder qualiteijt voorst. op verbant van allen haere ende der voorst. onmondige kinderen goederen hebbende ende vercrijgende ’t voorst. vijffste gedeelt in de voorst. vijff bodems den voirn. Adriaen Janssen ende Lenaert Janssen Oirlemans elcke voir de helft te waeren, als men erffne schuldich is te waaeren ende allen commer, calangie ende aentael daer inne wesende den selven aff te doen geheelijcken. Testes Ghijsbert Claessen Buennen et Peter Poisson. Actum 16 martij 1647. Idem: Jan Janssen Smidt woonende tot Sprangh heeft hem waerborge gestelt ter somme van vijff guldens, dwelcke voorst. 5e gedeelt inde voorst. bodems gecost heeft. In cas nu oft hiernaemaels daer op eenige commer, calangie oft aentael geraeckte te comen, daer voor verbindende etc. Dies heeft Agneesken wed. Geeridt Janssen den voirn. Jan Janssen Smidt te indemneren, costeloos ende schaedeloos te houden. Testes et actum ut supra. Agneesken Jans dochtere bekent dat de coopers haer de cooppenningen van dit voorst. 5e gedeelt ter somme van 5 gld. betaelt hebben. Testes et actum ut supra. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 71 f. 174r/v] | ||
| van 24-02-1649 tot 16-02-1651 | Pdf 781 Loon op Zand. R 72 f 149r/v d.d. 24-2-1649. Jan ende Lenaert gebroederen sonen wijlen Jan Cornelis Oerlemans, twee moerbodems gelegen bijnnen der heerlicheijt van Venloon inden kercken streeck, den eenen groot 16 loopensaeten min vijff roijen, oistwaerts aen de nijeuwe erffenisse van Wouter Janssen van Broechoven, zuijtwaerts ende westwaerts aen sheerenstraete ende noirtwaerts aen Joost Cornelissen Croot ende zijne consoirten ende den anderen groot omtrent drije loopensaeten ende 2 roijen, gelegen tusschen erffenisse van Peter Cornelis van Esch aen deene zijde zuijtwaerts ende tusschen erff. van Joost Cornelissen Croot ende zijne consoirten noirtwaerts, streckende metten eijnde aen het kercken dijcxken ende metten andere eijnde aen sheerenstraete. Ende welcke twee moerbodems eertijts gecomen van die erffgenaemen wijlen Henrick Janssen Loijen, soe zij seijden, hebben zij wettelijck ende erffelijck opgedraegen ende overgegeven Sebastiaen Peter Janssen tsaemen met allen brieven ende bescheeden daer aff gewach doende ende allen den rechte en daer inne eenichsins competerende. met affgaen ende verthijen alsoe gewoonlijck ende recht is. Gelovende de voorst. transportanten als schuldenaeren principaele op hen ende allen henne goederen hebbende ende vercrijgende, de voorst. twee moerbodems den voorst. Sebastiaen te waeren als men erffne schuldich is te waeren ende allen commer, calangie ende aentael daer inne wesende den selven aff te doen geheelijcken. Behoudelijck nochtans soe sullen allen gebuerlijcke lasten ende servituten totte voorst. twee moerbodems behoirende bij den voorst. Sebastiaen coopere houden ende onderhouden wordden naer den rechte van den lande. Testes et actum ut supra. In marge: Adriaen Cornelissen van den Hove als man ende momboir van Lijsbeth zijnen huijsvrouwe dochtere wijlen Jan Cornelissen Oirlemans int bijwesen van Lijsbeth voorst. heeft geboden ende vuijtgereijckt blijckende penningen, om metten rechte van naerderschappe dese twee moerbodems ende heeft gelooft alles te doen des eenen naerderman schuldich is te doen. Testes D. Duppen et G. Claessen. Actum 10 martij 1649. Et promisit etc. Idem: Adriaen Cornelissen in voorst. qualiteijt heeft ’t recht van naederschap overgegeven Sebastiaen Peter Janssen effestucando. Promittens sub obligatione etc. Testes et actum ut supra . 781 Loon op Zand. R 72 f 149v/150r d.d. 24-2-1649. Sebastiaen Peter Janssen heeft gelooft als schuldenaer principael op hem ende allen zijne goederen, hebbende ende vercrijgende Jan ende Lenaert, gebroederen sonen wijlen Jan Cornelis Oirlemans de somme van 255 ca. guldens goet gancbaer gelt ’t stuck gerekent, te geven ende te betaelen in drije gelijcke termijnen waeraff den iersten betaelt sal wordden alsnu gereet, den 2e van heden over een jaer ende den 3e oft lesten ’t jaers daernaer volgende. Procederen de selve somme ter causen van coop van eenen moerbodem groot 16 loopensaet min vijff roeden, hem gelover op heden gevest ende opgedraegen. Ende alnoch soe gelooft de voorst. Sebastiaen den voorst. Jan ende Lenaerden de somme van 42 gld. 10 st. goet gancbaer gelt als voor te geven ende betaelen in twee gelijcke termijnen, te weten deene helft alsnu gereet ende dandere helft van heden over een jaer, ende dat over coop van eenen moerbodem groot omtrent drije loopensaeten 20 roeden aen hem gelover van wegen des voorst. Jans ende Lenaerts oijck gevest ende opgedraegen. Welcke voorst. twee moerbodems hij gelover voor de voldoeninge der voorst. sommen in termijnen respective als boven te betaelen midts desen is stellende tot hypotheecq ende waerborch. Testes et actum ut supra. In marge f 149v: Jan Janssen Oirlemans bekent den 1e termijn deser twee respective sommen van de gelover ontfangen te hebben. Actum 29 februarij 1649. Idem: Lenaert Janssen Oirlemans bekent den 2e termijn van de somme van 255 gld. wesende de cooppeningen van den grooten bodem, ende den lesten termijn van de 42 gld. 10 st. van de cleijnen bodem beijde alhier vermelt van de gelover ontfangen te hebben. Dies gecort aen den selve termijn eenen pattacon bij den geloever betaelt aen Adriaen Cornelis van den Hove vuijt oirsaecke partijen bekent. Actum 3e martij 1650. Idem: Jan ende Lenaert Janssen Oirlemans, fres. bekennen den 3e lesten termijn van de grootten bodem oijck ontfangen te hebben ende consenteren alsoe inde cassatie. Actum 16 februarij 1651 |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 73 f. 149r en v, 150r] | ||
| 13-03-1652 | Samenvatting: ---------------- Leendert Janssen Oerlemans, ook wel Oirlemans geschreven, wonend tot Venloon, ook wel Loon op Sant genoemd, koopt 8 hond weiland van Jan Adriaense Hamel, wonend tot Besoyen. Het weiland ligt achter de huysinge van Claes Goyers de Wit, tot de Schouwvloot toe. Het weiland kost 800 gulden en Leendert zal het in 3 termijnen betalen. De 40e penning bedraagt 19 gulden en 10 stuivers. |
[bron: Besoyen Dorpsbestuur Inv 658 van 1644-1660 f.16r] | ||
| 06-11-1652 | Dingeman Jan Joosten, Corstiaen Jan Borsten en Jan en Lenaert, zonen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans, transporteren goederen aan Lambert Wouter Lamberts. Het gaat om een heiveld, gelegen bij ’t Craenven, omtrent den Waterlaet alhier. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 74 f. 81r en 81v] | ||
| 24-02-1656 | Jan Jan Willemssen Basters transporteert goederen aan Lenaert Janssen Oirlemans en Geeridt Cornelis Corsten. De kooppenningen zijn volledig betaald. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 76 f. 112v] |
| van 03-11-1616 tot 24-02-1649 | Pdf RAT. Loon op Zand. R 63 f 26r en f 26v d.d.3-11-1616. Jan Goiarts als man ende momboir van Neeltken Jansse zijne huijsvrouw, Jan Michielsse als man ende voicht van Jenneke Jansse zijne huijsvrouw, Joris Hendricx van Hasselt als man ende momboir van Antoniske Jansse zijnre huijsvrouw, Gerit Jansse de Ruijter voor sijn selven ende voor Hendrick en Jan zijnen broeders, daer voor hij hem fort ende sterck mackten, Jenneke hun suster cum tutore, Joost Jansse als voight ende momboirs van wijlen Jasper Jansse kijnder ende Geertruijt weduwe Bert Hendricx cum tutore, tesamen erfgenamen van wijlen Hendrick Jansse Loijen, hebben wettelijck ende erffelijck verkocht Jan Cornelis Oerlmans ende Willem Matheus Jansse twee moerbodemen gelegen binnen der heerlijckheijt Venloon in den Kercken streek, den eene groot 16 lopensaet min 5 roijen daer die Vrouwe van Loon leet aen den suijdensijde ende de weduwe Ariaen Stevens ende consorten aen de noordensijde ende compt met beijde de eijnde aen voorn. Mevrouwe van Loon, den andere bodem groot omtrent 3 lopensaten ende 20 roijen, gelegen tusschen bodems Ariaen Jan Ariaens ende Bastiaen zijn broeder aen de suijdensijde ende Geraert Gerit de Groot, Henrick Bastiaensse ende consoirt aen de noordensijde, streckende van den Kerckendijck westwaerts Mevrouwe van Loon. Den voorst. verkopers bij versterf van den voorst. Hendrick Jansse Loijen aengecomen soo men verclaerden ende hebben se hem opgedragen ende overgegeven ende dat met afgaen ende vertijen alsoo gewoonlijck ende recht is. Gelovende de voorst. verkopers ende specialijck Jan Goierts onder verbintenissen hennen persoon ende goederen, present ende toecomende, dit opdragen ende overgeven den voorst. Jan Cornelisse ende Willem Matheus Jansse altois vast ende van waerden te houden ende de voorst. twee bodems te vrijen ende waeren voor ….. elcke bodem in des heeren van Loons chijns. Testes, Cornelis Dircks ende Dingeman Jansse, den 3e november 1616. In marge bijgeschreven: Jan soone wijlen Gheeridt Geritsse van Broechoven in den naeme ende als gemachticht van Willem Matheus Jansse Berchmans soo hij seijde, heeft op de helft van de twee bodems alhier vermelt ende den voorst. Willem daer ine toebehorende wettelijck ende erffelijck vertegen Jan ende Lenaert, gebroederen sonen Jan Cornelis Oerlemans etc. Testes, D. Duppen ende Dingeman Jansse. Actum 24 februari 1649. Toelichting: ------------- Willem Matheus Jansse is de broer van Adriana, de vrouw van Jan Cornelis Oerlemans. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 63 f. 26] | ||
| van 09-04-1631 tot 19-11-1631 | Pdf RAT. Loon op Zand. R 65 f 187v/188r d.d. 9-4-1631. Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans ende Adriaen Cornelis Diercxssen als man ende momboir van Lijsken zijne huijsvrouwe dochtere wijlen Jan Cornelis voorst. ende Jan Adriaen Zuenen ende Willem Matheus henne momboirs, soe voor hen als voor Lenaerden ende Adriaentken onmondighe kinderen wijlen Jan Cornelis voorgenoempt, de voorst. momboirs in den naeme ende van wegen als voor, tot het gene hier naervolght, consent ende decret hebbende van schouteth ende schepenen van Venloon, als ons schepenen ondergeschr. gebleken is, de helft onbedeijlt van het groot woonhuijs eender stede lants gestaen ende gelegen binnen der heerlicheijt van Venloon ter plaetsen genoempt de Vaerte aen den Ouden Draijer, beginnende het selve woonhuijs van de caemere aff mette helft onbedeijlt van den brouwhuijse ende verckenskoije daerbij staende. Midtsgaders de helft onbedeijlt van den noirdenzijde van de aenstede daeraenliggende oistwaert aen de stege aldaer, zuijtwaert ende westwaert Joost Peeterssen Swart ende noirtwaert aen sheerenvaert. Item de helft onbedeijlt in een parceel lants wesende het tweede loth in eenen acker genoempt den hoogen acker, beginnende vuijtten westen van de stege aff aen, de welcke aldaer is liggende, het selve geheel loth oistwaert aen erffenisse der erffgenaemen wijlen Jan Peter Jacops, zuijtwaert aen Adriaen Willemssen, westwaert ende noirtwaert aen de Vaerte. Item de helft onbedeijlt in een parcheel lants, wesende het 4e loth inden voorst. acker genoempt den hoogen acker, oistwaert aen de erffgenaemen Jan Wouter Claes, zuijtwaert aen Adriaen Willemssen, westwaert ende noirtwaert aen den vaerte voirst. Ende noch de helft onbedeijlt van de zuijdenzijde van eenen acker genoempt Geeridt Oirlemans acker gelegen aldaer aen de noirdenzijde van de vaerte waer aff de noirdenzijde desselffs acker is toebehoirende Adriaen Willemssen. Allen de voorst. parcheelen soe groot ende cleijn als die den gelijcke kinderen wijlen Jan Cornelis Oirlemans voorgenoempt te deele bevallen zijn soe men verclaerden, hebben zij wettelijck ende erffelijck opgedraegen ende overgegeven Adriaen Willemssen voorgenoempt, met affgaen ende verthijen alsoe gewoonlijck ende recht is. Gelovende de voorst. transportanten ende de voorst. henne persoonen ende allen henne ende der voorst. onmondige kinderen goederen, hebbende ende vercrijgende dit opdraegen ende overgeven den voorst. Adriaen Willemssen vast ende steedich te houden ten eeuwigen daegen, sonder eenich wederseggen ende hem de voorst. parcheelen van goederen te waeren als men erffne schuldich is te waeren. Midtsgaders allen commer, calangie ende aentael daer inne wesende den selven aff te doen geheelijck, vuijtgenomen des dorps commer. Testes Dierck Raessen ende Adriaen Cornelis den 9e aprilis 1631. In marge: Adriaen Peter Willems ende Jan Adriaen Zuenen als momboiren bij den heere geordonneert van de drije onmondige kinderen wijlen Catharina Cornelis Oirlemans respective verweckt bij Ivo Gielissen ende Claes Janssen Haegen, geasssiteert metten schouteth van Besoijen als oppervoocht der selver onmondige kinderen, hebben geboden ende vuijtgereijckt blijckende penningen, om in den naeme ende van wegen der voorgen. onmondige kinderen metten rechte van naerderschappe te lossen ende te quijten dese erffgoederen, ende hebben in der qualiteijt als voor geloeft alles te doen des een naederman schuldich is te doen. Midtsgaders den coopere te indempneren van den geloefte bij hem ter causen van coop van dese erffgoederen gedaen. Testes, Dingeman Jansse ende Adriaen Cornelis den 19e november 1631. RAT. Loon op Zand. R 65 f 188r d.d. 9-4-1631. Adriaen Willemssen heeft geloeft schuldener principael ten behoeve van de kinderen ende erffgrnamen wijlen Jan Cornelis Oirlemans de somme van vijffhondert ende 75 ca. gld. goet gancbaer gelt te geven ende te betaelen in drije gelijcke termijnen, waer aff den iersten betaelt sal wordden gereet, den 2e over een jaer ende den 3e oft lesten den 9e aprilis 1633. Procederende de selve somme ter causen van coop van de voorst. parcheelen van erffgoederen, de welcke hij gelover beneffens zijne andere goederen is stellende tot hypotheecq ende waerborch. Testes et actum ut supra. RAT. Loon op Zand. R 65 f 188v d.d. 16-4-1631. De selve transportanten een vierde part hen onbedeelt toecomende in eenen stede lants mette timmeringe daerop staende ende erffenisse daeraenliggende ende toebehoirende gelegen binnen de heerlicheijt van Venloon ter plaetsen genoempt de vaerte tegen over de Venis Straete, oistwaert aen sheerenstraete, zuijtwaert de erffgenaemen Lenaert Chielen, westwaert aen Burchtken dochtere Jan Lauwen ende noirtwaert aen Joost Peterssen Swart, soe men verclaerden, hebben zij wettelijck ende erffelijck opgedraegen ende overgegeven Roeloff Jacopssen van Hedel met affgaen ende verthijen alsoe gewoonlijck ende recht is. Gelovende de voorst. tramsportanten ende de voorst. momboirs op verbintenisse respective van henne persoonen ende allen henne ende der voorst. onmondige kinderen goederen, hebbende ende vercrijgende etc. Midtsgaders allen commer, calangie ende aentael daer inne wesende den selven aff te doen geheelijcken. Vuijtgenomen een vierde part in een derdendeel van vier vaten roggen sjaers aen den heijlige geest van Venloon met eenen staende ende lopende pacht. Noch een vierde part van des heeren chijns die int geheel vuijtte voorst. stede te vergelden staet ende daer toe des dorps commer. Testes Dierck Raessen ende Ghijsbert Claessen den 16e aprilis 1631. In marge: Adriaen Peter Willems ende Jan Adriaen Zuenen als momboiren van de drije onmondige kinderen wijlen Catharina Cornelis Oirlemans verweckt bij Jan Gielissen ende Claes Janssen haere respective geassisteert metten schouteth van Besoijen als oppervoocht, hebben geboden ende hebben geboden ende vuijtgereijckt blijckende penningen, die zij zeijden den voorst. kinderen hen eijgen te wesen, ome metten rechte van naerderschap te lossen het vierden part der stede alhier geruert. Ende hebben geloeft alles te doen des een naerderman is schuldich te doen, ende den coopere te indemneren van den geloefte bij hem ter causen van coop van het voorst. 4e part gedaen. Testes Dingeman Janssen ende Adriaen Cornelis den 19e novembris 1631. Toelichting: ------------ Dit lijkt te gaan om de goederen, verkregen uit de deling van Cornelis Cornelis de oude. Het gaat namelijk om het 1/4 part, en Cornelis had 4 kinderen, waaronder Jan. De kinderen van Jan willen hun deel verkopen aan Adriaen Willems. Dat gebeurt op 9 april 1631. Maar op 19 november 1631 maken de kinderen van zus Cathelijn de koop ongedaan, en kopen de goederen over met recht van naerderschap. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 65 f. 187v/188v scan 205/208] | ||
| 02-03-1649 | Pdf 781 Loon op Zand. R 72 f 155r/v d.d. 2-3-1649. Claes sone wijlen Jan Cornelis van Gorp heeft wettelijck ende erffelijck vercocht Jan Janssen Basters een stuck heijevelts soe groot ende cleijn als ’t selve bijnnen der heerlicheijt van Venloon ter plaetsen genoempt het Craenven inde Duijcxse hoeve gelegen is ende liggende noirtwaerts teijnden alsulcken stuck heijevelts als hij transportant in voirgaende jaeren vercocht ende opgedraegen heeft tegen behoeve van Lenaert Janssen Oirlemans voor de eene helft, ende Geeridt sone Cornelis Corsten voor dandere helft, ende welck voorst. ierst genomineert stuck heijevelts oistwaerts nijet wijder en sal strecken dan ’t voorst. stuck heijevelts des voorst. Lenaerts ende Geeridts aldaer begraeven is, gelegen zijnde ’t selve stuck heijvelts tusschen andere erffenisse des voirst. Claes transportants aen deen zijde oistwaerts te weten aen de zuijdenzijde van de voorst. stege ende achter over de selve stege vuijtwijsens d’oudt graftken ende slootken aldaer neffens erffenisse der voorst. kinderen dijn ’t voirst. slootken ende graftken is toebehoirende, ende tusschen den gemeijnen waterlaet aen dandere zijde westwaerts ende streckende van erffenisse des voorst. Lenaerts ende Geeridts noirtwaerts over de stege aldaer liggende tot aen erffenisse van Jan Janssen Basters ende zijnen onmondighe kinderen. Ende welcke voirst. stege de voirst. Jan Janssen coopere aldaer tot geerffne van de proprietarissen van de Duijcxe Hoeve over ’t voirst. stuck heijvelts schuldich ende verbonden sal wesen te laeten gaen ende loopen, soe ende gelijck de selve stege tegenwoirdich aldaer is liggende, soe hij seijde. Ende heeft het hem opgedraegen ende overgegeven met affgaen ende verthijen alsoe gewoonlijck ende recht is. Gelovende die voirst. Claes als schuldenaer principael op hem ende allen zijne goederen, hebbende ende vercrijgende ’t voirst. stuck heijevelts den voirn. Jan Jansen Basters te waeren, als men erffne schuldich is te waeren, ende allen commer, calangie ende aentael daer inne wesende den selven aff te doen geheelijcken. Vuijtgenomen des dorps commer ende de gebuerlijcke lasten ende servituten tot ’t voirst. stuck heijevelts behoirende. Testes Ghijsbert Claessen et Bastiaen Stoffelen. Actum 2e martij 1649. Toelichting: ------------- Lenaert heeft in voorgaande jaren het heiveld aan t Craenven bij de Duikse Hoeve gekocht. De exacte datum is niet bepaald, maar de ligging is hiermee nog wel behoorlijk goed te bepalen. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 72 f 155r/v] | ||
| 26-03-1656 | Samenvatting: ---------------- Peeter Luijcassen Wttenbroeck, wonend tot Besoyen verkoopt aan Lenaert Janssen Oerlemans en Adriaen Janssen van Buerden een hooi- of weiland, in Besoyen gelegen over de Oude Straet, 8 hond groot, alwaer ten oosten naest geeerf is Gantrof of de Graeffelijckheijt van Hollant ten west Adriaen Verhoeven cum suis, strekkende van Jan Emmen de Rijcken sijn erve, noordwaarts op tot ten Halleve Gantel toe ende Steeghen hier op na den Oude Heercomen. 20 gulden den 40e penning 21 meert 1656 |
[bron: Besoyen - Dorpsbestuur 1651-1660 Inv. 658 f. 68r scan 75] |
| 25-01-1651 | getuige kerkelijk huwelijk Adriaen Geeridt Cornelis Cauwenberch en Lijsbeth Oirlemans (geb. 1613) [zie 1744,II] | [broer bruid] | [bron: Loon op Zand - Inv. 2 Trouwboek 1524-1651 f. 185v] |
| 16-01-1642 | Pdf RAT. 781 Loon op Zand. R 70 f 45r t/m 48v d.d. 16-1-1642. Huijbert Janssen als man ende momboir van Engelken zijne huijsvrouwe ende Jan Daniel Willemssen van Gorchum als man ende momboir van Magdaleen zijne huijsvrouwe, gesusteren dochteren wijlen Wouter sone wijlen Jan Wouter Aertssen van Broechoven, soe in dijer qualiteijt voor hen selven als voor Maijken Wouters sijne schoonsustere, daer voor zij hen sterck maecken midts desen. De voorst. Huijbert insgelijcx als momboir van Maijken onmondige dochtere wijlen Jan sone wijlen Wouter Janssen voirgenoempt. ende de selve Huijbert ende de voorst. Jan Daniel Willemssen als wettighe momboire van Cornelis oijck sone des voorst. wijlen Wouter Jan Wouters van Broechoven ter eerste. Lenaert sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans als man ende momboir van Magdaleen zijne huijsvrouwe dochtere wijlen Andries Jan Wouters van Broechoven ter tweede. Wouter sone wijlen Joost Hendrick Willemssen daer moeder aff was Jenneke dochtere wijlen des voorst. Jan Wouters van Broechoven soe voor hem selven als voor Willem ende Henricken zijne broeders ende Jan Aert Wijten als man ende momboir van Marie zijne huijsvrouwe dochtere wijlen Joost ende Jenneken voorgen. ter derden. Jan Eelants van Spaendonck als man ende momboir van Anneke zijnen huijsvrouwe dochtere wijlen Jan Wouter Aertsse van Broechoven ten vierde. Andries Peter Andriessen als man ende momboir van Mechtelt zijne huijsvrouwe, ende Willem Mattheeus Janssen Berchmans als man ende momboir van Marie zijne huijsvrouwe, gesusteren dochteren ders voorst. wijlen Jan Wouter Aertssen ende Magdaleen Andries dochtere de Weerdt ter vijffder ende 6e zijden. Hebben onderlinge ende met malcanderen gemaeckt ende gedaen eene erffscheijdinge ende erffdeijlinge van seeckere parceelen van erffgoederen hen luijden ende den voorst. onmondige kinderen bij ende overmidts der doot ende afflijvicheijt des voorst. wijlen Jan Wouter Aertssen van Broechoven ende Magdaleen dochtere Andries de Weerdt, hennen vader ende moeder, ende grootvader ende grootmoedere in der qualiteijt voorst. respective bij den rechte van successie erffelijck aengecomen soe men verclaerden. Overmits welcker erffdeijlinge ende erffscheijdinge, soe is den voornoempden Huijberden Janssen ende Jan Daniel Willemssen soe tot hennen behoeffne, als ten behoeffne van d’andere voorgenoempde erffgenaemen wijlen Wouter sone wijlen Jan Wouter Aertssen van Broechoven voor d’eene helft ende Lenaerden sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans in den naeme zijnder voorst. huijsvrouwe voor dandere helft t’saemen onbedeijlt te deele bevallen ende erffelijck aengecomen eenen ackerlants met een heijeveldeken daer teijnde aenliggende, gelegen binnen der heerlicheijt van Helvoirt ter plaetsen genoempt het Eijnde, oistwaerts aen sheerenstraete, zuijtwaerts Herman Jacops, westwaerts aen de gemeijnte van Haren ende noirtwaerts aen erf. van Peter Peter Driessen. Noch een ackerken lants daer tegens over de straete gelegen, oistwaerts aen het broeck, zuijtwaerts aen erffenisse van Wouter Peter Franchois, westwaerts aen sheerenstraete ende noirtwaerts aen Herman Jacops. Ende noch twee parceelen erffenisse deen teijnde den andere liggende, eensdeels weije ende eensdeels heije ende moergronden wesende, gelegen aen die Escher heije, oistwaerts aen de gemeijnte der naebueren van Esch, zuijtwaerts Laureijs Jan Wouters ende zijne consoirten westwaerts aen de Leije ende noirtwaerts aen erff. eertijts Wouter Peter Franchois. Allen de voorst. parceelen soo groot ende cleijn als de selve ter voorst. plaetsen gelegen zijn ende gelijck Jan Wouter Aerts de selve met zijne doot ende afflijvicheijt geruijmpt ende achter gelaeten heeft. Ende daerenboven sal dit loth ontfangen van Cornelis Joosten woonende in Udenhout de somme van hondert gld. de welcke de selve Cornelis aen ende ten behoeve van den gelijcke erffgenaemen wijlen Jan Wouters voornt. met meer andere opgenomen penningen schuldich is. Op welcke parceelen van goederen t’saemen op allen brieven ende bescheeden daer aff gewach doende ten behoeve des voorst. Huijberts ende Jan in de voorst. qualiteijt ende ten behoeve van henne bovengen. mede erffgenaemen voor de eene helft ende ten behoeffne des voorst. Lenaerts als man ende momboir zijnder voorst. huijsvrouwe voor dandere helft hebben de voorst. andere mededeijlderen wettelijck ende erffelijck vertegen helmelinge in manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Behoudelijck dat men vuijt desen lote te weten vuijt ’t voorst. parceel heije, weije ende moergronden bij die Esscher heije gelegen jaerlijcx sal gelden ’s Hertoge van Brabant eenen chijns van 4 st. oft daeromtrent, ende vuijtte voorst. twee parceelen ackerlants een halff mud roggen ’sjaers aen den heijlige geest van Oisterwijck, de welck men jaerlijcx betaelt met twee guldens 10 st. ende off hier naemaels bevonden wordden eenige chijns vuijt ’t voorst. heijeveldeken met recht te gaen, den selven chijns sal wesen tot laste van desen lote. Dies soe sal men allen den achterstel mette boeten ende gewinnen van dijen tot date deser tot gelijcke coste affdoen. Met conditien ut supra. Overmits etc. soe is den voornoempden Wouteren sone wijlen Joost Henrick Willemssen soe tot zijnen behoeffne, als ten behoeve van zijne voorst. broeders ende sustere te deele bevallen ende erffelijck aengecomen een halff stuck hoije oft weijelants gelegen binnen der Vrijheijt van Waelwijck over den achtersten hoijgraft, gemeijne ende onbedeijlt met Aert Martens tot Haren, ’t geheel stuck aldaer gelegen oistwaerts aen erffenisse eertijts Geriken Boom, endewestwaerts aen de erffgenaemen Maij Goijaerts, streckende zuijtwaerts metten eenen eijnde aen de voorst. hoijgraft ende metten anderen eijnde noirtwaerts aen de Maese, soe groot binnen der heerlicheijt van Venloon ter plaetsen genoempt d’Achterste Hoeven gelegen is met allen haere rechten ende toebehoirten, ende in alder vuegen ende manieren als de voorst. Jan Wouter Aertssen van Broechoven de selve hoeve midts zijne doot ende afflijvicheijt geruijmpt ende achtergelaeten heeft. Op welcke hoeve lants met haere voirst. toebehoirten cum litteris et jure ten behoeve des voorst. Jan Eelants ende Andries Peter Andriessen in der voorst. qualiteijt hebben dandere mededeijlderen wettelijck ende erffelijck vertegen effectucando. Behoudelijck dat men vuijt dese hoeve lants sal gelden ’t sjaers aen mijn heere van Loon de helft van acht stuijvers ende 6 penningen chijns. Ende noch de helft van een smael hoen aen de selven heere. Oijck soe wordt geconditioneert dat alsoe seeckere questie ende proces voor schepenen van den Bossche onbeslicht is hangende tusschen Mr. Jan Laurentij ter eenre ende de voorst. Jan Wouter Aertssen van Broechoven ter andere zijden raeckende de reeninge =(grens/palen) van de heijevelden, heijevennen ende andere gronden totte voorst. hoeve behoirende, dat zij deijlderen op hennen gelijcken coste ’t saemenderhant de selve proceduere ten vuijteijnde van den saecke toe sullen vervolgen ende helpen vuijtvueren. Ende allen ’t gene bij sententie (=vonnis/rechtelijke uitspraak) aengaende de selve reeninge geseeght ende vuijtgesproken sal wordden, ’t selve sullen de voorst. Jan Eelants ende Andries henne oiren erffnen ende naecomelingen hebben te achtervolgen ende sullen hen daermede oijck gecontenteert ende te vreden moeten houden. Dies soe hebben zij deijlderen malcanderen geloeft, gelijck zij geloven midts desen, dat elck zijn seste gedeelt van alle oncosten tot het procequeren ende vervolgen van de voorst. processe meedich ten allen tijden daer toe versocht wesende promptelijck sullen opleggen ende betaelen. Op pene dat men den defaillianten (=niet verschijnende partij) daer voor vuijt crachte deser door alle dienaren van justitie sal moegen vuijtpanden als sheeren verwonnen schult. Met conditen ut infra. Overmits etc. soe sal de voorst. Willem sone wijlen Mattheeus Janssen Berchmans als man ende momboir van de voorst. Marie zijnen voorst. huijsvrouwe met expres consent ende gedoogen der voorst. deijlderen hebben ende besitten de helft van twee blocken hoije oft weijelants, soe groot ende cleijn als de selve twee blocken gelegen zijn in den Ambachte van Besoijen over d’Oude Straete tusschen erffenisse van Wijtman Peter Wijten ende Peter Janssen notore aen de eene zijde oistwaerts ende tusschen erffenisse van Adriaen Roossen aen dandere zijde westwaerts, streckende metten eenen eijnde aen den oude straete ende metten andere eijnde aen erff. van Jan Adriaen Heijligers noirtwaerts ende van welcke twee blocken lants de andere helft hem Willem te voirens onbedeijlt was toebehoirende, metten voorn. Jan Wouter Aertssen van Broechoven zijnen schoonvader, Ende staet te weten dat onder de helft van de voorst. twee blocken lants begrepen is een hont leengoets leenrectich aen den huijse van Gansoijen, de welck de voorst. Willem verclaert op hem eertijts verschenen te zijn met noch een ander hont lants in zijne wederhelft begrepen. Ende hebben de voorst. andere mededeijlderen elck in der qualiteijt voor verhaelt ten behoeffne des voorst. Willem Mattheeus Janssen in den naeme zijnder voorst. huijsvrouwe op de helft des voorst. twee blocken lants wettelijck ende erffelijck vertegen helmelingen in manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Dies soe heeft de voorst. Willem reciprore vertegen ende gerenuntieert ten behoeve van voorst. andere deijlderen op allen actien ende pretensien de welcke hij vuijt crachte van den voorst. verheff op ende ten laste der selver deijlderen in eeniger manieren soude moegen pretenderen ’t sij tot goetdoeninge van ’t voorst. hont leengoets oft anderssins, alsoe hij verclaert dat hij selve hont lants met goede kennisse ende deliberatie in desen mede heeft laeten deijlen sonder opsicht van ’t voorst. verheff. Met conditien ut infra. Met conditien hier inne toegedaen, dat zij deijlderen den commer hen respective in desen benoempt alsoe sullen gelden ende betaelen ende gebuerlijcke lasten ende servituten soe van wegen, stegen, watergangen ende andere alsoe sullen houden ende onderhouden dat den eenen van den anderen egeen hinder oft schade aff en sal comen in eeniger manieren. Mede dat elck over zijn loth sal wegen ende stegen die men van rechts ende gewoonte wegen oft andersins naer den rechte van den lande schuldich is te wegen ende stegen. Oijck dat zij allen achterstallige pachten ende andere schulden malcanderen sullen helpen aff doen tot date deser toe. Ende soe op ijemants portie oft gedeelte eenigen commer quamp daer men ten deser tijt nijet aff en weet, dat zij malcanderen den selven sullen helpen draegen. Reserverende voirts zijn deijlderen tot hennen gelijcken behoeffne alle hueren ende pachten met allen verloopen intresten voor date deser verschenen. Met allen andere vuijtstaende penningen in desen nijet gedeijlt. Promittentes actum etc. Testes Ghijsbert Claessen et Heijliger Diercx. Actum 16e januarij 1642. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 70 f 45r/48v] | ||
| 17-01-1671 | Pdf Rechterlijk Archief Loon op Zand inventarisnummer 81, 1670-1674 Bewerkt door: J.A.H.Boeren Andries, zoon van Lendert Janssen de Bont en Maghdelena Andries Jans van Broechoven, maakt een boedelscheiding met Heijliger Janssen Oirlemans en Wouter Andries Cuijpers, als voogden over de vijf onmondige kinderen (Johannes, Maria, Geertruijt, Adrana, Jenneken) van Lendert en Machdelena. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 81 f. 68v/71v] |
| van 30-06-1609 tot 03-03-1644 | Pdf Inv.nr. 61, folio 46v en f 47r d.d. 30-6-1609. Andries Jan Wouter Aertsse heeft gelooift ende geloift mits desen de naergelaeten weeskijnderen wijlen Niclaes Dirck Buenen daer moeder af is Geertruijt Ghijsbertsdochter tegenwoirdighe huijsvrouwe van den voirst. Andries Jansse de somme van 457 gld. 3 st. en 3 oirt te betaelen St. Jansmisse als men schrijfen sal 1615, ende dat ter causen van imboel ende meubelen vervallen in den sterfhuijs der voirst. kijnderen vader ende bij den voirst. Andries Jansse gecocht ende gemijnt de selvinghe penningen den voirst. tijt te gebruijcken sonder intrest ter insien mede van den alimentatie ende onderhoudt dat de voirst. Andries Jansse de voirst. kijnderen is diende voor welcke betalinghe de voirst. Andries Jan Aertsse verbijnt sijnen persoon ende goederen, present ende toecomende, de selven stellende onder coertie, bedwanck ende indicatieve van allen heeren hoven bancken, recht ende richteren. Testes, P. Sallen ende Cornelis Dirck Franssen, den lesten junij 1609. In marge: Ghijsbert Claessen Buenen bekent ende lijdt midts desen als dat Lenaert Jansse Oirlemans als man ende momboir van Magdalena dochter Andries Jan Woutersse hem dese 457 gld. 3 st. 3 oirt ten vollen betaelt heeft met allen den intrest daer aff ter date deser onderschreven. Testes, Dingeman Jansse en Dirck van Duppen. Actum 3e martij 1644. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 61 f. 46v/47r] |
| 20-07-1626 | Samenvatting: ---------------- 1e akte: Jan Peters in den Thuyn, namens Mattheeus Janse Berchmans, heeft voor de heemraden van Besoyen, een hooiland van 7 hond in Besoyen gelegen, overgedragen. Het geld is door Jan Cornelis Oirlemans (zijn schoonzoon) ontvangen. Dat is gedaan om te voorkomen, dat de jaarlijkse lasten op Mattheeus zouden blijven vallen. Zo staat nu voor de schepenen van Venloon, Willem Mattheus Jansen Berchmans, als voor de helft erfgenaam van de goederen van zijn vader, en heeft dit bevestigd ten behoeve van de kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans (de vader van Willem, en ook Jan Cornelis zijn overleden). Dit om de positie van Jan Willem Zuenen (de koper, verwacht ik) te versterken. 2e akte: Thonis Wouter Geeritssen met Adriaen, Willem, Schalcken en Peeter, zijn broers, hadden beloofd om aan Matheeus Janssen Berchmans jaarlijks te betalen een cijns van 12 gulden op 7 februari, de 1e keer in 1625. Dit voor een erfenis met timmering (ik denk: een huis met houten aan -of bijbouw), liggend op ’t Hoekske. 3e akte: Willem, zoon van wijlen Mattheeus Jansse Berchmans aan de ene kant, en Jan Willem Zuenen, als voogd van de onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans en Adriana Mattheus Janse Berchmans, aan de andere kant, hebben een deling gemaakt van een schepenbrief van 100 gulden, ten laste van Cornelis Jan Weerdts, en van de helft van een jaarlijkse rente van 12 gulden, op de goederen van de erfgenamen van Wouter Geeritsen, in ’t Hoekske gelegen. De schepenbrief en de helft van de rente zijn aanbestorven bij de dood van Mattheus Janssen Berchmans. De helft van de rente is voor Willem, en de kinderen vertegen (van vertijgen= afstand doen). Met het voorbehoud dat de helft van de rente tijdens het leven van zijn moeder, Jenneke Lenaert aen ’t Sant, bij haar in tocht zal blijven (zij daar nog recht op zal hebben). De schepenbrief komt in handen van de kinderen. Toelichtig: ----------- Na het overlijden van Matheeus Jansse Berchmans en Jan Cornelis Oirlemans is het blijkbaar nodig om een aantal zaken vast te leggen. Jan Cornelis Oirlemans is getrouwd met de Adriaentken, de zus van Willem. Dus eigenlijk gaat het over de rechten en de deling tussen Willem en zijn zus van de goederen van hun vader. Zoals het hooiland te Besoyen, dat verkocht is aan Jan Willem Zuenen. Zoals ook: de kinderen van Wouter Geeritsen verklaren dat aan Matheeus Jansse elk jaar betaald zou worden voor hun huis in ’t Hoekske. Als laatste akte is de verdeling van een schepenbrief en de helft van de opbrengst van het huis aan ’t Hoekske geregeld tussen de erfgenamen van Matheeus Jansse Berchmans. Hierbij is bepaald dat de weduwe dit recht tot haar dood zal bezitten. De weduwe is hier met name genoemd: Jenneke Lenaert aen ’t Sant. Transcryptie: --------------- RAT. Loon op Zand. R 64 f 64r d.d. 20-7-1626. Condt zije eenen iegelijcken. Alsoe Jan Peters in den Thuijn ten behoeffne van Matheeus Janssen Berchmans voor heemraeders der ambachtsheerlijcheijt Besoijen hadde opgedraegen ende overgegeven een stuck hoijlants seven hont off daer omtrent int geheel begrijpende, gelegen in de voorst. ambachtsheerlijcheijt, oistwaert de Heere van Tilborch, zuijtwaert Goijaert Claessen, westwaert Ghijsbrecht Hendrick Wouters alias Span, ende noirtwaert den schouwsloot. Sonder dat de voorst. Matheeus Janssen tot betaelinge van den selven hoijlande gelder off stuijver hadde gefimeert, maer wel ter contrarien waeren allen de cooppenningen geschoten ende getelt door handen van Jan Cornelis Oirlemans. Sijnde de voorst. opdrachte oft gifte ten behoeffne van den voorst. Matheeus Janssen bij kennisse van de voorst. Jan Cornelis alleen geschiedt om te verhueden zeeckere oncosten die jaerlijcx op den voorst. hoijlande gevallen ende geresen souden hebben, soe verre het selven ten behoeffne van den selven Jan getransporteert hadde geweest. Soe is gestaen voor schepenen ondergeschreven Willem sone Matheeus Janssen erffgenaem voor deene hellicht van den selven Matheeus, ende heeft op het voorst. stuck hoijlants tsaemen op allen schepenen letteren daer aff gewach doende, ende allen den rechten hem daer inne eenichsins competerende off naemaels alnoch te competeren ten behoeffne van de onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans wettelijck ende erffelijck vertegen helmelingen in manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Gelovende sup se et bona etc. consitituerende ende machtich maeckende tot meerder vasticheijt van dijen Jannen Adriaen Zuenen, om de voorst. verthijenisse ede renunciatie voor den gerichte van Besoijen ende elders daer des van noode soude moegen wesen te vernijeuwen ende te erkennen ende alles daer inne te doen, des den stijl van de selven gerichten eijschen ende dicteren sal, ende hij constituant present ende voor oogen wesende selver soude cunnen off moegen doen, alwaer oijck soe etc. Testes, Dingeman Jansse ende Dierck Raessen den 20e julij 1626. RAT. Loon op Zand. R 64 f 64v d.d. 20-7-1626. Condt zij eenen iegelijcken. Alsoe Thonis sone Wouter Geeritssen met Adriaen, Willem, Schalcken ende Peeter zijne broeders, hadden geloeft te gheven ende te vergelden Matheeus Janssen Berchmans eenen jaerlijckse ende erffelijcke chijns van twelff gulden jaerlijcx hollants permissie gelt, alle jaer vrij van alle lasten ende schattingen op den 7e februari te betaelen, waer aff den 1e betaeldach verschijnen souden den 7e februarij 1625, vuijt ende van hender erffenisse metter timmeringe daer op staende, gelegen binnen der heerlicheijt Venloon ter plaetsen genoempt Thoecxken (=’t Hoekske), oistwaerts end westwaerts de erffgenaemen van Thonis Geeritssen, zuijdtwaert des heeren straete, ende noirtwaert totte meeren. Ende noch vuijt eenen acker saijlants rontsomme in erffenisse van Geerit Thonis erffgenaemen. Sijnde de selve jaerlijcxe rente te los met 200 gulden hollants permisse gelt, gelijck dat in schepenen letteren van Venloon daer op gemaeckt breeder begreepen staet in date den 7e februarij 1624. Ende waer oijck de voorst. Matheeus Jansse int constitueren als zijnde de resterende hondert gulden geschoten bij Willem Matheeus Janssen, die oversulcx sustineerde de eene rechte te competeren, alles nijettegenstaende den constitutiebrieff ten sijne behoeffne nijet ende was luijdende: Soe is gestaen voor schepenen ondergeschr. Jan Adriaen Zuenen als wettich momboir van de onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans bij den selven wijlen Jan ende Adriana zijne huijsvr. dochtere Matheeus Jansse voorst. tesamen verweckt als erffgenaemen voor de eene hellicht van de selven Matheeus, int bijwesen van Goijaert Geeritssen van Duppen, stadthouder der voorst. heerlicheijt. Ende heeft in den naem van de selven onmondige kinderen hem ierst ende vooral op alles aengaende de gelegentheijt der saecke wel geinformeert hebben ten behoeffne van den voorst. Willem Matheeus Janssen wettelijcke ende erffelijck vertegen ende gerenuncieert op deene hellicht der voorst. jaerlijcxse rente van twelff gulden, tsaemen op alle schepenen letteren daer aff gewach doende, ende allen den rechten den voorst. onmondige aengaende de voorst. hellicht daer inne eenichsins competerende. Gelovende de voorst. Jan Adriaens op verbintenissen van allen de goederen der voorst. onmondige kinderen, hebbende ende vercrijgende, dit verthijen ende renuncieren den voorst. Willemen altijt vast ende steedich te houden ten eeuwigen daegen sonder eenich wederseggen. Testes et actum ut supra. RAT. Loon op Zand. R 64 f 65r d.d. 20-7-1626. Willem sone wijlen Matheeus Janssen Berchmans ter eenre ende Jan Adriaen Zuenen als wettige momboir van de onmondige kinderen wijlen Jan Cornelis Oirlemans bij den selven wijlen Jan ende Adriana zijne huijsvr. dochtere wijlen Matheeus voorst. tsaemen verweckt int bijwesen van den stadthouder van Venloon ter andere zijden, hebben onderlinge ende met malcanderen gemaeckt ende gedaen eene erffdeijlinge ende erffscheijdige van eene schepenen geloefte van hondert ka. gld. eens ten laste der goederen van Cornelis Willem Weerdts, ende van de hellicht in eene jaerlijcxse rente van twelff gulden op de goeden der erffgenaemen van wijlen Wouter Geeritssen tot Venloon int Hoecxken. Welcke schepenen geloefte ende hellicht der rente den voorst. Willem Matheeus Janssen ende den voorst. onmondige kinderen bij ende overmidts der doot van Matheeus voorst. aenbestorven zijn soo men verclaerden. Overmidts welcker erffdelinge ende erffscheijdinge soe is Willem Matheeus voorst. te deele bevallen ende erffelijck aengecomen de voorst. hellicht in de voorst. rente van twelff gulden jaerlijcx. Op welcke hellicht der voorst. rente tsaemen op allen schepenen letteren daer aff gewach doende ten behoeffne van den voorst. Willem Matheeus heeft de voorst. Jan Adriaen Zuenen in der qualiteijt bovengeschreven wettelijck ende erffelijck vertegen helmelinge in manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Behoudelijck dat Jenneke dochtere Lenaert aen t Sant weduwe wijlen Matheeus Janssen aen de selve hellicht haeren leven lanck sal hebben recht van tochte. Met conditie ut infra. Overmidts etc. Soe is den voorst. onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans te deele bevallen ende erffelijck aengecomen de voorst. schepenen geloefte van hondert gulden eens. Op welcke schepenen geloefte ende allen schepenen letteren daer aff gewach doende ten behoeffne van de voorst. onmondige kinderen, heeft de voorst. Willem Matheeus wettelijck ende erffelijck vertegen helmelingen in manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Behoudelijck etc. ut supra. Met conditien ut infra. Met conditien hier inne toegedaen, dat sij deijlderen malcanderen de voorst. schepenen geloefte, ende de hellicht in de voorst. jaerlijcxse rente van twelff gulden sullen waeren, als men schepenen geloefte ende erffchijns nae lantrecht schuldich is te waeren. Gelovende de voorst. Willem Matheeus sup se et bona etc. dese erffdeijlinge ende erffscheijdinge, dit verthijen ende conditien boven verhaelt malcanderen vast ende steedich te houden ten eeuwigen daegen, sonder eenich wederseggen. Allet sonder argelist. Testes et actum ut supra. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 64 f. 64r-64v-65r] | ||
| 19-02-1630 | Samenvatting: ---------------- Willem Mateussen en Jan Jansse Oerlemans, ook namens zijn broer en zussen, verdelen een weiland aan de Cromme Dijk te Besoyen, 8 hond groot. Het weiland is gekomen van Mateus Jan Teuwen. Toelichting: ------------- Jan en zijn broer en zussen zijn kinderen van Jan Cornelis Oerlemans en Ariaentken Mateus zaliger. Willem is een broer van Ariaentken. Zij zijn de 2 kinderen van Mateus Jan Teuwen. Dus eigenlijk is het een deling tussen deze 2 kinderen. Lenart Janssen heeft een afschrift gevraagd, staat bovenaan. Lenart is de bedoelde broer van Jan. De Winterdijk bestaat nog steeds, en loopt nu van Capelle tot de rotonde bij Besoyen (tegenwoordig behorend tot Waalwijk). Op de kadasterkaart van 1832 is de naam Winterdijk verder doorlopend, en zien we ook de Oude Straat. Besoijen was toen een zelfstandige plaats. Transcryptie: ------------------------- Scheijdinghe ende delinge tussen Willem Mateussen ter eenre, ende de weeskinderen van Jan Cornelis Oerlemans mette voochden van dien, ten overstaen van de ge..hten ter andere zijden. Compareerde voor ons Schout ende hemraders (heemraden) der Ambachts van Besoyen, ondergeschreven, Willem Matheussen ter eenre, ende Jan Jansse Oerlemans voor hem selven, vervangende zijn ander broeder en susters ter andere zijden, als mede ten overstaen van Jan Ariaensse Seunen, als momboir ofte toesiender, ende de Schout als oppervoocht van de wesen, ten overstaen van Jan Dyrcxsse ende Aert Schalcken, hemraders van Besoyen, voonoemt, als daer toe geroepen ende gebeden, ende hebben metten anderen geloot, gescheijden ende gearfdeelt, seecker stuck weijlants, gelegen in Besoyen aen de Crommendijck, groot omtrent 8 hond (8x0,14 ha=1,12 ha) lants, gecomen ende hen samen aengecomen van Mateus Jan Teuwen zone. daer oost naest gearstlaet Wouter Peter Willems, west Cartroysen landen, streckende van t hoochste van de Winterdijck ter Ouder straten toe, soo als hier naer volcht als te weeten soo zijn de voorsegde kinderen ende erfgenamen van Jan Cornelis Oerlemans, verweckt bij Ariaentken Mateusse zaliger, bij accort in plaets van blinde lotinge, gevallen, geloot ende gearfdeelt, op te gerechte helft van t voorsegde lant, te meeten van de hooftsloot, onder de voet de dijck af totte gerechte helft toe, en sullen de voorsegde kinderen aen contant gelt van Willem Mateussen daertoe genieten ende alrede ontfangen op sesch hont lants toe. Also verstaen wort het achterste block, soo vele beterte te wesen, de somme van twintich carolus gulden ..onteren over vier hont minder oft meerder de somme van twintich gulden, ende sullen tot haren last nemen de schouwen van t voorsegde loth, te weten, van de straet vrede, ende van des Heerenstraet, sondermeer. Ende Willem Mateusse voornoemt is geloot ende gearfdeelt, ende sal als vorens op elck hont lants toegeven voor de beterschap twintich guldens, die alrede sijn betalet, ende sal tot voorsegd lant maecken de schouwen van de Ouden Straet sloot, ende van de Schepensloot sondermeer, ende sal oock sijn selven en wel beseijnden, midts dat partijen tot samen costen sullen den Scheijsloot oft Dwarssloot in t midden van elcx erve halft .... doch graven ende t hecken metten ..sten op ten dam setten, ende sal dan voort bij Willem Teuwen oft zijn nacomelingen altijts onderhouden worden, midtsgaders sullen .... .. tijen tot haere samen costen, op den dijck oock meacken een gelint met posten ende scheijden, ende het dijckstal bepoten met willigen naer behoeven, ende naer den tijt datter de schouwe overcam, ende daer naer dan bij de voorsegde kinderen ende erfgenamen van Jan Cornelis Oerlemans eeuwelijck onderhouden te worden, ende vertegen ver..tijen hierop eene loth naer den ouden gercomen (?) ende lant recht met hant halen ende met mont soo recht was met alle tegen wegen ende andere gebueren rechten, met recht tot eene lot oft lant behoren naer den .... hercomen, alle t sonder froude in oirconden, dese bij de selve ondertekent op ten 19e february 1630. Jan Dircxssen Aert Schalcken A. van Andel Bovenaan in de marge: extract voor Lenaert Janssen Onderaan in de marge: rest t recht van de brief van de verlichtingen en is ingericht |
[bron: Besoyen - Dorpsbestuur inv. 655 bl. 174r scan 178] | ||
| van 27-02-1631 tot 28-02-1631 | Samenvatting: ---------------- Op 27 februari 1631 delen de kinderen de goederen, nagelaten door hun vader Jan Cornelis Oirlemans. Jan en Lijsken krijgen door loting: * het brouwhuis, schop en grond, De Oude Stede genaamd, op t Craenven, 12 lopensaat (2,3 ha.), gelegen tussen ’s Heerenstraat en Duiksche Hoeve * de Langen akker aldaar, 2 lp (0,4 ha.) * 1 perceeltje land aldaar, 1 lp * een klein hofje aldaar, 23 roei (300m2, 30mx10m) * het hofje voor de stede * lotje land aan de Vonder * hooiland 8 hond in t Ambacht van Besoyen over de winterdijk (1,1 ha.) * hooiland 5 hond in t Ambacht van Besoyen over de Oude Straat, ongedeeld met Andries Peters en Jan Adrdiaen Diercxssen de Bie * hooiland 8 hond in t Ambacht van Capelle in de Zuidewijn, ongedeeld met Adriaen Diercxssen de Bie * ze betalen aan Lenaert en Adriaentken op vastenavond 1632 voor vergelijking 125 gulden Lenaert en Adriaentken krijgen door het lot: * een stede met timmeringe en akker, genaamd jan Vrients stede, in t Craenven * akker 1 1/2 lp, westwaarts Heerenstraat en Duiksche Hoeve * akker 1 1/2 lp, gespleten van de Oude stede * akker 4 lp * akker 1 1/2 lp * hooiland 8 hond in Besoyen over de Schouwsloot * hooiland 4 hond in Besoyen aan de Crommendijk * hooiland 3 hond tot Capelle over de Oude straat, ongedeeld met Adriaen Diercxssen de Bie, jacop Hendricx en anderen * hooiland 7 hond in ’Ambacht van Capelle in de Zuidenweg, ongedeeld met Mel Aertssen en anderen Op 28 februari 1632 verdelen Jan en Lijsken hun deel: Jan: * de Oude stede en alle hei en percelen op t Craenven * hij betaalt 250 gulden aan Lijsken * hij ontvangt de huur van 1 jaar op de stede (het lijkt erop, dat Lijsken en haar man daar wonen) Lijsken: * alle percelen hooiland tot Capelle en Besoyen Toelichting: ------------- Hier is een zus van Jan en Lenaert genoemd, namelijk Adriaentken. Die kende ik nog niet. In de akte van 22 januari 1626 staat: ... momboir van de 5 onmondige kinderen wijlen Jan Cornelis Oirlemans. Die kinderen zijn niet met name genoemd. Daar kende ik er 3 van met hun naam: Jan, Lijsbeth en Lenaert, en nu dus ook Adriaentken. Misschien komt hun 5e kind ook nog ergens naar boven. Pdf RAT. Loon op Zand. R 65 f 169v/171r d.d. 27-2-1631. Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans ter eenre, Adriaen sone wijlen Cornelis Diercxssen als man ende momboir van Lijsken zijnen huijsvrouwe dochtere des voorst. wijlen Jan Cornelis ter tweeder, ende Jan Adriaen Zuenen ende Willem Matheussen als wettige momboiren bij den heere geordonneert van Lenaerden ende Adriaentken onmondige kinderen wijlen Jan Cornelis Oirlemans voorgenoempt ter derder ende vierder zijden, hebben onderlinge ende met malcanderen gemaeckt ende gedaen eene erffscheijdinge ende erffdeijlinge van den goederen naebeschreven, hen ende den voorst. onmondige kinderen bij ende overmidts der doot ende afflijicheijt van henne ouders ende anderssins erffelijck aengecomen zijnde soe men verclaerden. Overmidts welcker erffscheijdinge ende erffdeijlinge, soe is den voorst. Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans ende Adriaen sone wijlen Cornelis Diercxssen in der qualiteijt bovengeschreven bij blinde lothe bij den schouteth van Venloon van sheeren wegen geleght, tsaemen te deele bevallen brouwhuijs, schop ende grondt ende erffenisse daeraenliggende genoempt d’oude stede, twelff lopensaet ende 8 1/2 roeijen lants int geheel begrijpende, gelegen binnen der heerlicheijt van Venloon ter plaetsen genoempt het Craenven tusschen den waterlaet ende erffenisse Jan Hendricx Verduijn aen de eene zijde oistwaerts ende tusschen erffenisse de weduwe Denis Janssen Loijen ende meer andere aen dandere zijde westwaerts, streckende van sheerenstraete totte Duijcxe hoeve. Noch eenen acker lants genoempt den Langen acker, gelegen aldaer tusschen erffenisse Jan Hendricx Verduijn voorgen. aen d’eene zijde oistwaerts ende tusschen den voorst. waterlaet aen dandere zijde westwaert, streckende van sheerenstraete tot aen erffenisse des voorst. Jan Verduijns noirtwaerts. Noch een stucxken lants twee loopensaeten ende 13 roeijen int geheel begrijpende gelegen aldaer aen de zuijdezijde van sheerenstraete, oistwaert, zuijtwaert ende westwaert aen erffenisse Corstiaen sone wijlen Jan Joosten Borsten ende noirtwaert aen sheerenstraete. Noch een parceeltken lants geschickt op een loopensaet, gelegen aldaer op het hooch, oistwaert, westwaert ende noirtwaert aen erffenisse des voorst. Corstiaens ende zuijtwaert aen erffenisse Cornelis Willemssen de Pruijser. Noch een cleijn hoffken groot omtrent 23 roeijen, gelegen aldaer aen den zuijde zijde van den voorst. sheerenstraete, oistwaert aen erffrenisse des voorst. Corstiaens, zuijtwaert aen erffenis van Lenaert ende Adriaentken onmondige kinderen hier tegen deijlende ende noirtwaert aen sheerenstraete. Noch een hoffke gelegen aldaer voor de stede, toecomende de weduwe ende kinderen wijlen Henrick Goossens oistwaert aen de voorst. weduwe Denis Janssen Loijen, zuijtwaert sheerenstraete ende westwaert ende noirtwaert de erffgenaemen Cornelis Adriaens. Noch een lotken lants genoempt aen den Vonder oistwaert aen den aterlaet, zuijtwaert aen de weduwe Denis voorgen. westwaert de voorst. Lenaert ende Adriaentken hier tegen deijlende ende nnoirtwaert de voorst. erffgen. Cornelis Adriaens. Noch een stuck hoijelants acht hont off daer omtrent int geheel begrijpende gelegen in den Ambachte van Besoijen over den winterdijck genoempt het Hoijelant achter Goijaert Claessen oistwaert aen erffenisse des heere van Tilborch, zuijtwaert aen den winterdijck, westwaert Ghijsbert Hendricxssen Span ende noirtwaert aen den schouwsloot. Noch vijff hont lants in een stuck hoijelants gelegen in den Ambachte van Besoijen over d’Oude straete, gemeijn ende onbedeelt met Andries Peters ende Jan sone Adriaen Diercxssen de Bie. Ende noch acht hont hoijelants off daer omtrent in een stuck lants gelegen in den Ambachte van Cappelle inden Zuijdewijn, gemeijn ende onbedeelt met Adriaen Diercxssen de Bie. Allen de voorst. parceelen van erffgoederen soe groot ende cleijn als de selve ter voorst. plaetsen gelegen zijn ende gelijck zij deijlderen vercleirden malcanderen gedesigneert ende gewesen te hebben. Op welcke parceelen van goederen cum litteris et jure ten behoeve van den voorst. Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans ende Adriaen sone wijlen Cornelis Diercxssen, hebben de voorst. momboiren vertegen etc. Behoudelijck dat men vuijt desen lothe gelden sal de helft van alle renten, chijnsen ende pachten die vuijtte voorst. goederen ende vuijtte parceelen van erffenisse den voorst. Lenaerden ende Adriaentken onmondige kinderen des voorst. wijlen Jan Cornelis Oirlemans bij desen erffscheijdinge ende erffdeijlinge te deele bevallen, met recht te vergelden staen ende daerenboven sal dit loth tot vergelijckinge deser erffdeijlinge aen den voorst. Lenaert ende Adriaentken tot vastenavont 1632 geven ende vuijtreijcken tsaemen de somme van hondert ende 25 ca. gld. eens, goet gancbaer gelt. Met conditien ut infra. Overmidts etc. soe is den voorst. Lenaerden ende Adriaentken bij blinde lothe als voor geleeght tsaemen te deele bevallen ende erffelijck aengecomen eene stede lants mette timmeringe daer op staende ende het geheel ackerlant daeraenliggende genoempt Jan Vrients stede gelegen binnen der heerlicheijt Venloon ter plaetsen gen. het Craenven tusschen een parceel ackerlants van anderhalff loopensaet ende vijff roeijen hier ondergenoempt ex vno oistwaert ende tusschen erffenisse der erffgenaemen Cornelis Adriaens etc. westwaert streckende van sheerenstraete totte duijcxse hoeve. Noch een parcheel ackerlants anderhalf lopensaet ende vijff roeijen int geheel begrijpende, gespleten van d’Oude stede, gelegen aldaer oistwaert aen den waterlaet, zuijtwaert ende noirtwaert aen de weduwe Denis Janssen Loijen ende westwaert aen erffenisse van de voorst. stede genoempt Vrienten stede. Noch een parcheel lants van vier loopensaet ende 4 1/2 roije in een acker lants gelegen aldaer aen den zuijde zijde van sheerenstraete, oistwaert ende westwaert Corstiaen Jan Borsten, zuijtwaert Cornelis Willems ende noirtwaert de voirst. Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans ende Adriaen Cornelis Diercxssen hier tegen deijlende met Corstiaen Jan Borsten voorst. Noch een parcheel lants groot anderhalf loopensaet ende omtrent 7 roijen in den selven acker oistwaert ende zuijtwaert aen den voorst. Corstiaen Jan Borsten ende westwaert ende noirtwaert de erffgenaemen wijlen Jan Goijaerts. Noch een stuck hoijelants acht hont oft daeromtrent int geheel begrijpende, gelegen in Besoijen over den schouwsloot achter Goijaert Claessen, oistwaert aen erffenisse des heere van Tilborch, zuijtwaert aen den schouwsloot, westwaert aen den weduwe Geerit van Broechoven ende Aert Wouters van Laerhoven ende noirtwaert aen Ghijsbert Hendricxssen. Noch een stuck hoijelants vier hont oft daer omtrent int geheel begrijpende, gelegen in Besoijen aen den Crommendijck, oistwaert aen erffenisse van Wouter Peter Willems, zuijtwaert aen den winterdijck, westwaert aen Chantroijsen lant ende noirtwaert Willem Matheus. Noch drije hont hoijelants gelegen tot Cappel over de d’Oude straete, gemeijn ende onbedeijlt met Adriaen Diercxssen de Bie, Jacop Hendricx ende meer anderen. Ende noch een stuck hoijelants seven hont oft daeromtrent int geheel begrijpende, gelegen in den ambacht van Cappel in den Zuijdenwijn, onbedeelt met Mels Aertssen ende meer andere, het geheel stuck oistwaert aen Peter Hendrick Haemer, zuijtwaert aen d’oude straete, westwaert aen erffenisse der kinderen Laureijs Peters ende noirtwaert aen den Ganthel. Allen de voorst. parcheelen soe groot ende cleijn ut supra ende daerenboven sal dit loth tot vergelijckinge deser erffdeijlinge van Jan Janssen Oirlemans ende Adriaen Cornelis Diercxssen hier tegen deijlende hebben ende ontfangen tot vastenavont 1632 de somme van hondert en 25 ca. gld. eens goet gancbaer gelt. Op welcke parcheelen van goederen cum litteris et jure ten behoeve van den voorst. Lenaert ende Adriaentken onmondige kinderen des voorst. wijlen Jan Cornelis Oirlemans hebben de voorst. Jan sone Jan Cornelis Oirlemans ende Adriaen sone wijlen Cornelis Diericxssen wettelijck ende erffelijck vertegen etc. Behoudelijck ut supra etc. ende daerenboven sal dit loth etc. Met conditie ut infra. Met conditien hier inne toegedaen, dat zij deijlderen den commer hier in desen benoempt alsoe sullen gelden ende betaelen ende de gebuerlijcke lasten ende rechten tot elcx portie staende alsoe sullen houden ende onderhouden, dat den eenen van den anderen egeen hinder oft schaede aff en sal comen in eeniger manieren. Behoudelijck oijck dat elck een schuldich ende gehouden sal wesen te wegen ende te stegen naer den rechte van den lande, te weten de voorst. Jan ende Adriaen als schulderen principael super se en bona qua etc. ende de voorst. momboiren etc. Allet sonder argelist. Testes Dierck Raessen ende Adriaen Cornelis den 27e februarij 1631. RAT. Loon op Zand. R 65 f 171r/v d.d. 28-2-1631. Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans ter eenre ende Adriaen Cornelis Diercxssen als man ende momboir van Lijsken zijnen huijsvrouwe dochtere des voorst. wijlen Jan Cornelis Oirlemans ter andere zijden, hebben onderlinge ende met malcanderen gemaeckt ende gedaen eene erffscheijdinge ende erffdeijlinge van goederen die hen tsaemen onbedeelt bij den bovengeschr. erffscheijding ende erffdeijlinge te deele bevallen zijn, soe men verclaerden. Overmidts welcker erffdeijlinge ende erffscheijdinge, soe is Jan Janssen Oirlemans bovengen. te deele bevallen d’oude stede op het Craenven met allen de heijbodems ende de parcheelen van erffenisse op het Craenven liggende, die welcke hen tsaemenderhandt bij de voorst. deijlinge aldaer te deele bevallen ende aengecomen waeren. Op welcke parcheelen van goederen tsaemen op allen brieven ende bescheeden daer aff mentie maeckende ten behoeffne des voorst. Jn sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans heeft de voorst. Adriaen Cornelis Diercxssen wettelijck ende erffelijck vertegen helmelingen in manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Behoudelijck dat men vuijt desen lothe sal gelden alle renten, chijnsen ende pachten die met recht daer vuijt zijn gaende. Ende daerenboven sal Jan voorst. betaelen ende voldoen int geheel alsulcke 125 ca. gld. als zij deijlderen aen Lenaerden ende Adriaentken onmondige kinderen Jan Cornelis voorgen. naer luijdt van de voorst. voorgaende deijlinge moeten vuijtreijcken tot vastenavont 1632. Oijck soe sal Jan de gehele huere der voorst. stede voor een jaer ontfangen. Met conditie ut infra. Overmidts etc. soe zijn den voorst. Adriaen sone wijlen Cornelis Diercxssen namens zijn huijsvrouwe te deele bevallen allen de parcheelen van hoijelant soe tot Cappel als Besoijen, die welcke hen deijlderen bij de voirst. voorgaende deijlinge te deele bevallen zijn. Op welcke parceelen van goederen tesaemen op allen brieven ende bescheeden daer aff mentie maeckende ten behoeve van den voorn. Adriaen Cornelis Diercxssen heeft de voorst. Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans wettelijck ende erffelijck vertegen, helmelingen in manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Behoudelijck dat men daer vuijt sal gelden het ghene daerop begroot soude mogen zijn. met conditien ut infra. Met conditien hier inne toegedaen, dat zij deijlderen den commer hen in desen genoempt alsoo sullen gelden ende betaelen de gebuerlijcke lasten ende rechten tot elcx portie staende alsoe sullen houden ende onderhouden, dat deen van dander egeen hinder oft schaede en sal overcomen in eenige manieren ende offer eenigen ouden commer met recht hier op quam daer men ten deser tijdt nijet aff en weet, den selven sullen sij deijlderen malcanderen helpen draegen, ende sal elck zijn loth aenveerden, soe ende gelijck de voorgaende deijlinge is vermelt ende sullen zij oijck malcanderen allen achterstel helpen aff te doen. Gelovende de voorst. deijlderen sup se et bona etc. ten eeuwigen daege onwederroepleijck. Op te verbeurte van hondert ca. gld. tot behoeffne van den armen tot Venloon. Testes D. Raessen ende Ghijsb. Claessen. Actum 28e februarij 1631. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 65 f. 169v/171v scan 205/208] |
| 16-03-1633 | Pdf RAT. Loon op Zand. R 66 f 28v/29v d.d. 16-3-1633. Corstiaen sone wijlen Jan Borsten ter eenre ende Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans ter andere zijden, hebben onderlinge ende met malcanderen gemaeckt ende gedaen eene erffmangelinge ende erffwisselinge van seeckere naebeschreven parceelen van erffgoederen hen respectieve toebehoirende, soe zij verclaerden. Overmidts welcker erffmangelinge ende erffwisselinge, soe sal de voorst. Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans met vollen rechte hebben ende behouden een parcheel lants des voorst. Corstiaens gelegen binnen der heerlicheijt Venloon ter plaetsen genoempt het Craenven, oistwaert ende westwaert aen erffenisse van Lenaert ende Adriaentken onmondige kinderen wijlen Jan Cornelis Oirlemans voorgen. zuijtwaert aen den voorst. Corstiaen ende noirtwaert aen den kinderen ende erffgen. wijlen Jan Goijaerts ende noch een parcheeltken hoffs des voorst. Corstiaens gelegen aldaer oistwaert aen den waterlaet, zuijtwaert aen den voorst. onmondige kinderen, westwaert aen andere erffenisse des voorst. Jan Janssen Oirlemans ende noirtwaert aen sheerenstraete. Soe groot ende cleijn als de selve parcheelen van goederen aldaer gelegen zijn. Op welcke parcheelen goederen ten behoeffne des voorst. Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans heeft de voorst. Corstiaen sone wijlen Jan Borsten wettelijck ende erffelijck vertegen helmelingen in manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Dies soe sal Jan dese parceelen van goederen ierst aenveerden ten ooghst toecomende aen den stoppelen. Gelovende etc. ut infra. Overmidts welcker erffmangelinge ende erffwisselinge, soe sal de voorst. Corstiaen sone wijlen Jan Borsten met vollen rechte hebben ende behouden eenen acker lants des voorst. Jans gelegen binnen der heerlicheijt Venloon ter plaetsen genoempt het craenven, soe groot ende cleijn als den selven aldaer gelegen is oistwaert aen andere erffenisse des voorst. Corstiaens, westwaert aen den waterlaet ende noirtwaert aen sheerenstraete soe men verclaerden. Op welcke ackerlants ten behoeffne des voorst. Corstiaens heeft de voorn. Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans wettelijck ende erffelijck vertegen helmelinge in manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Dies soe sal Corstiaen desen ackerlants ierst aenveerden ten ooghst toecomende aen den rogstoppelen. Gelovende etc. ut infra. Gelovende de voorst. comparanten op verbintenisse van henne persoonen ende allen henne goederen, hebbende ende vercrijgende, dese erffmangelinge ende erffwisselinge ende dit verthijen malcanderen vast ende steedich te houden ten eeuwigen daegen sonder eenich wederseggen. Renuncierende ter dijen eijnde op alle beneficien ende remedien van recht het zij relieffnementen oft andere, die hen ter contrarie van desen eenichsins souden moegen dienen oft te staede comen. Allet sonder argelist. Testes et actum ut supra. Toelichting: ------------- Hier is een zus van Jan en Lenaert genoemd, namelijk Adriaentken. Die kende ik nog niet. In de akte van 22 januari 1626 staat: ... momboir van de 5 onmondige kinderen wijlen Jan Cornelis Oirlemans. Die kinderen zijn niet met name genoemd. Daar kende ik er 3 van met hun naam: Jan, Lijsbeth en Lenaert, en nu dus ook Adriaentken. Misschien komt hun 5e kind ook nog ergens naar boven. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 66 f 28v/29v] |
| van 09-04-1631 tot 19-11-1631 | Pdf RAT. Loon op Zand. R 65 f 187v/188r d.d. 9-4-1631. Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans ende Adriaen Cornelis Diercxssen als man ende momboir van Lijsken zijne huijsvrouwe dochtere wijlen Jan Cornelis voorst. ende Jan Adriaen Zuenen ende Willem Matheus henne momboirs, soe voor hen als voor Lenaerden ende Adriaentken onmondighe kinderen wijlen Jan Cornelis voorgenoempt, de voorst. momboirs in den naeme ende van wegen als voor, tot het gene hier naervolght, consent ende decret hebbende van schouteth ende schepenen van Venloon, als ons schepenen ondergeschr. gebleken is, de helft onbedeijlt van het groot woonhuijs eender stede lants gestaen ende gelegen binnen der heerlicheijt van Venloon ter plaetsen genoempt de Vaerte aen den Ouden Draijer, beginnende het selve woonhuijs van de caemere aff mette helft onbedeijlt van den brouwhuijse ende verckenskoije daerbij staende. Midtsgaders de helft onbedeijlt van den noirdenzijde van de aenstede daeraenliggende oistwaert aen de stege aldaer, zuijtwaert ende westwaert Joost Peeterssen Swart ende noirtwaert aen sheerenvaert. Item de helft onbedeijlt in een parceel lants wesende het tweede loth in eenen acker genoempt den hoogen acker, beginnende vuijtten westen van de stege aff aen, de welcke aldaer is liggende, het selve geheel loth oistwaert aen erffenisse der erffgenaemen wijlen Jan Peter Jacops, zuijtwaert aen Adriaen Willemssen, westwaert ende noirtwaert aen de Vaerte. Item de helft onbedeijlt in een parcheel lants, wesende het 4e loth inden voorst. acker genoempt den hoogen acker, oistwaert aen de erffgenaemen Jan Wouter Claes, zuijtwaert aen Adriaen Willemssen, westwaert ende noirtwaert aen den vaerte voirst. Ende noch de helft onbedeijlt van de zuijdenzijde van eenen acker genoempt Geeridt Oirlemans acker gelegen aldaer aen de noirdenzijde van de vaerte waer aff de noirdenzijde desselffs acker is toebehoirende Adriaen Willemssen. Allen de voorst. parcheelen soe groot ende cleijn als die den gelijcke kinderen wijlen Jan Cornelis Oirlemans voorgenoempt te deele bevallen zijn soe men verclaerden, hebben zij wettelijck ende erffelijck opgedraegen ende overgegeven Adriaen Willemssen voorgenoempt, met affgaen ende verthijen alsoe gewoonlijck ende recht is. Gelovende de voorst. transportanten ende de voorst. henne persoonen ende allen henne ende der voorst. onmondige kinderen goederen, hebbende ende vercrijgende dit opdraegen ende overgeven den voorst. Adriaen Willemssen vast ende steedich te houden ten eeuwigen daegen, sonder eenich wederseggen ende hem de voorst. parcheelen van goederen te waeren als men erffne schuldich is te waeren. Midtsgaders allen commer, calangie ende aentael daer inne wesende den selven aff te doen geheelijck, vuijtgenomen des dorps commer. Testes Dierck Raessen ende Adriaen Cornelis den 9e aprilis 1631. In marge: Adriaen Peter Willems ende Jan Adriaen Zuenen als momboiren bij den heere geordonneert van de drije onmondige kinderen wijlen Catharina Cornelis Oirlemans respective verweckt bij Ivo Gielissen ende Claes Janssen Haegen, geasssiteert metten schouteth van Besoijen als oppervoocht der selver onmondige kinderen, hebben geboden ende vuijtgereijckt blijckende penningen, om in den naeme ende van wegen der voorgen. onmondige kinderen metten rechte van naerderschappe te lossen ende te quijten dese erffgoederen, ende hebben in der qualiteijt als voor geloeft alles te doen des een naederman schuldich is te doen. Midtsgaders den coopere te indempneren van den geloefte bij hem ter causen van coop van dese erffgoederen gedaen. Testes, Dingeman Jansse ende Adriaen Cornelis den 19e november 1631. RAT. Loon op Zand. R 65 f 188r d.d. 9-4-1631. Adriaen Willemssen heeft geloeft schuldener principael ten behoeve van de kinderen ende erffgrnamen wijlen Jan Cornelis Oirlemans de somme van vijffhondert ende 75 ca. gld. goet gancbaer gelt te geven ende te betaelen in drije gelijcke termijnen, waer aff den iersten betaelt sal wordden gereet, den 2e over een jaer ende den 3e oft lesten den 9e aprilis 1633. Procederende de selve somme ter causen van coop van de voorst. parcheelen van erffgoederen, de welcke hij gelover beneffens zijne andere goederen is stellende tot hypotheecq ende waerborch. Testes et actum ut supra. RAT. Loon op Zand. R 65 f 188v d.d. 16-4-1631. De selve transportanten een vierde part hen onbedeelt toecomende in eenen stede lants mette timmeringe daerop staende ende erffenisse daeraenliggende ende toebehoirende gelegen binnen de heerlicheijt van Venloon ter plaetsen genoempt de vaerte tegen over de Venis Straete, oistwaert aen sheerenstraete, zuijtwaert de erffgenaemen Lenaert Chielen, westwaert aen Burchtken dochtere Jan Lauwen ende noirtwaert aen Joost Peterssen Swart, soe men verclaerden, hebben zij wettelijck ende erffelijck opgedraegen ende overgegeven Roeloff Jacopssen van Hedel met affgaen ende verthijen alsoe gewoonlijck ende recht is. Gelovende de voorst. tramsportanten ende de voorst. momboirs op verbintenisse respective van henne persoonen ende allen henne ende der voorst. onmondige kinderen goederen, hebbende ende vercrijgende etc. Midtsgaders allen commer, calangie ende aentael daer inne wesende den selven aff te doen geheelijcken. Vuijtgenomen een vierde part in een derdendeel van vier vaten roggen sjaers aen den heijlige geest van Venloon met eenen staende ende lopende pacht. Noch een vierde part van des heeren chijns die int geheel vuijtte voorst. stede te vergelden staet ende daer toe des dorps commer. Testes Dierck Raessen ende Ghijsbert Claessen den 16e aprilis 1631. In marge: Adriaen Peter Willems ende Jan Adriaen Zuenen als momboiren van de drije onmondige kinderen wijlen Catharina Cornelis Oirlemans verweckt bij Jan Gielissen ende Claes Janssen haere respective geassisteert metten schouteth van Besoijen als oppervoocht, hebben geboden ende hebben geboden ende vuijtgereijckt blijckende penningen, die zij zeijden den voorst. kinderen hen eijgen te wesen, ome metten rechte van naerderschap te lossen het vierden part der stede alhier geruert. Ende hebben geloeft alles te doen des een naerderman is schuldich te doen, ende den coopere te indemneren van den geloefte bij hem ter causen van coop van het voorst. 4e part gedaen. Testes Dingeman Janssen ende Adriaen Cornelis den 19e novembris 1631. Toelichting: ------------ Dit lijkt te gaan om de goederen, verkregen uit de deling van Cornelis Cornelis de oude. Het gaat namelijk om het 1/4 part, en Cornelis had 4 kinderen, waaronder Jan. De kinderen van Jan willen hun deel verkopen aan Adriaen Willems. Dat gebeurt op 9 april 1631. Maar op 19 november 1631 maken de kinderen van zus Cathelijn de koop ongedaan, en kopen de goederen over met recht van naerderschap. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 65 f. 187v/188v scan 205/208] |
![]() |
227 Hoven Leonardus Gooswini van den, rentmeester van de Heer van Loon, overleden op 29 januari 1630 in Loon op Zand - Loon op Zand - Inv. 2 RK Overlijdens 1624-1650 blad 168 |
| 29-01-1630 | Rentmeester van de Heer van Loon (Bij zijn overlijden staat Villicius Domini Loon.) | [bron: Loon op Zand - Inv. 2 RK overlijdens 1624-1650 f. 168] |
| 16-01-1654 | Samenvatting: ---------------- De erfgenamen van Leendert Goossen van den Hove en Antonisken Jan Stevens doen afstand van een hooij- en weiland van 2 morgen groot in Baardwijk, ten gunste van Adriaen Gerit Cornelissen Couwenberch op 16 januari 1654. Zoon Goossen is present, ook namens zijn broers en zussen, zijn stiefvader Willem Eelants van Spaendonck, op basis van een procuratie, afgegeven op 6 mei 1653 door de schepenen van Venloon. Toelichting: ------------ Wie is de begunstigde, heeft hij iets te maken te maken met de familie? Adriaen Gerit van de Couwenberch is de 2e man van Lijsbeth Jan Cornelis Oerlemans. Lijsbeth is een zus van Jan Jan Oerlemans, getrouwd met Agneesken van den Hoven. Waarom de familie afstand doet, waarom ze hem dit gunnen, weet ik niet. Over het stuk land: Met een grootte van 2 morgens. De Bossche morgen was 9930 m2, dus bijna een hectare. Weet niet zeker of in Baardwijk ook met deze maateenheid gerekend is. Maar wel een behoorlijk stuk land. De locatie van het hooi of weiland: over de Hoogeindse Wetering, tussen de Fra Camp en land van het convent van de Doncq, vanaf de Hoogeindse Wetering tot aan de Hool Graeve toe. Helaas ben ik te weinig bekend met Baardwijk. De kaart van Baardwijk van 1866 geeft mij geen aanknopingspunten. Transcriptie: --------------- Compareerde voor de ondergeschreven Schepenen der Heerlicheijt van Baardwijck, Goossen Lenaertsen van Hooff, woonende binnen de jurisdictie der heerlicheijt van Venloon, dat men noempt Loon op Zant, soo voor hemselve, als mede voor soovele des noot sij last ende procuratie hebbende van Willem Eelants van Spaendonck, naegelaten weduwer wijlen Antonisken Jan Stevens dochtere, die voortijts huijsvrouwe was van wijlen Lenaert Goossens van den Hove, .. gedaen van Steven, ende Jan, gebroeders, zonen wijlen Lenaert ende Antonisken voorgenoempt, oock van Jan Janssen Oerlemans, als man ende momboir van Agneesken (van den Hove), sijn huijsvrouwe, ende Meerten joosten van Cuyck, als man ende momboir van Maeijken de jonge, sijnen huysvrouwe, gesusteren, dochteren des voorsegden wijle Lenaerts ende Antonisken, mede van Wouter Laureijssen, naegelaten weduwer wijen Maeijken de Oude, oock dochtere des voorschreven Lenaerts ende Antonisken, soo in dien qualiteijt voor hen selven, als mede hen fort ende sterckmaeckende voor sijne vijf onmondige kinderen, bij hem ende de voorschreven wijlen Maeijken de Oude tesaemen verweckt, ende van de voorschreven Steven Lenaerts van den Hove ende Gijsbrecht Hendricxsen, als wittige momboir van de onmondige kinde van wijlen Lijsken, insgelijcken, dochtere des meergenoemden wijlen Lenaerts ende Antonisken, verweckt bij Hendrick Hendrick Hendricxen, int bij wesen ende overstaen van den selven Hendrick, vader van desselven onmondige kinde, ende oock dieselve Hendrick als naegelaten weduwer van de voorschreven wijlen Lijsken voor hemselven, wesende dieselve procuratie voor Peeter Corstiaenssen ende Cornelis Claessen Bastaers, Schepenen in Venloon gepasseert, ende door Koomans in absentie van de Secretaris als Substituyt gestipuleert, in date den sesten meij des voorleden Jaers 1653, ons schepenen behoorlijcke geteeckent, ende besegelt gebleken, ende heeft in dier qualiteijt wettelijck vetegen, bij maniere van pe..tatie ende erfmangelinge, sulcx hij doet bij desen op seecker stuck hoy ofte weijlants, twee morgen of daeromtrent groot sijnde, gelegen onder de voorsegde van Baerdwijck over de Hoocheijntse Weteringe, tusschen den fra camp (?) aende oistenzijde, ende de erfenisse van t convent van de Doncq aen de westenzijde, streckende van de voorsegde weteringe af noortwaert op totten hool graeve toe, met alle dijcke, tuyen, sloot, maese ende weteringe, schouwen ende nabuerlijcke rechten daertoe ende over naer costume locael behooren, ende op alsulcke brieven ende voorwaerden als daer egeen recht aen te behouden, of te vermeten in eniger manieren, soo geloofden den voorsegden comparant, dese voorschreven erfenisse te vrijen gewaeren, nae de Rechte van de Lande, als een vrij, eijgen erve ende een volboden, op generael verbant daersijns comparants persoon ende goederen, roerende ende onroerende, hebbende ende vercrijgende, soo in Hollant, Brabant als allonium elders gelegen, subjecten, dieselve alle Rechten ende Rechteren om ofter naemales eenige pachten, renten, chijnssen, of andere calangien op quamen, bij den voornoemden Adriaen sone wijlen Gerit Cornelissen Couwenberch in sulcken gevalle sijn guarand t’allertijt voor hem ende sijne naecomelingen daerachter verhaelen, als sijnde vrij lant, uijtgenomen Dorps loop ende Commer ende Verpondinge, die vandaer deses af voorthaen sullen blijven tot laste van den voorsegden Adriaen sone wijlen Gerit Cornelissen Couwenberch, allen sonder arch oft list ende in oirconde dese bij Schepenen van Baerdwijk. Onderteeckent desen 16e Januari 1654, Cornelis Peeterssen Joost Janssen Kouenberch getaxeert bij Schouth ende Gerechten op 450 f. (florijnen, guldens) 11 gulden - 5 stuijvers (40e penning) |
[bron: Baardwijk - Dorpsbestuur 1652-1667 Inv. 144 akte 47 f. 28v-29r scan 32] |
| 21-03-1652 | Willem Eelants van Spaendonck, weduwnaar van Anthonisken Jan Stevens, sluit een overeenkomst met betrekking tot goederen met Steven, Goossen en Jan, Jan Jan Cornelis Oirlemans, gehuwd met Agneesken, Marten Joosten van Cuijck, gehuwd met Maijken de oude, Wouter Laureijssen, gehuwd met Maijken de jonge, en genoemde Steven met Ghijsbert Hendricxssen als voogden over de onmondige kinderen van Hendrick Hendricxssen en wijlen Lijsken, allen zonen endochters van Lenaert Goossens van den Hove en genoemde Anthonisken. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 74 f. 39 en 40] |
| 15-04-1628 | Pdf RAT. Loon op Zand. R 65 f 39v t/m 40v d.d. 15-4-1628. Lenaert Goossens van den Hove als actie ende cessie hebbende van Adriaen Jan Gijben ter eenre, ende Jan Janssen Stevens geassisteert met Joncker Matthijs Cannaerts, schouteth der heerlicheijt van Venloon in den naeme van de onmondige kinde van wijlen Hendrick Goijaerts ter andere zijden, hebben onderlinghe ende met malcanderen gemaeckt ende gedaen eene erffdeijlinge ende erffscheijdinge eender stede metter erffenisse daeraenliggende, genoempt de stede aen de Lijnde, gelegen binnen der heerlicheijt Venloon ter plaetsen genoempt Craenven. Overmidts welcker erffdeijlinge ende erffscheijdinghe, soe is Lenaerden Goossens van den Hove bij blinde lothe te deele bevallen het groot woonhuijs der selver stede met eene roije erffenisse van den huijse aff westwaerts op liggende, streckende naer sheerenstraete zuijtwaert op. Item noch den geheelen hoff aen de oisteneijnde van den voorst. woonhuijse int viercant gelegen beginnende van den noirdenoistense hoeck van het selve woonhuijs ende streckende totten iersten pael van het corenlant der voorst. stede ende daer toe de oistense zijde van het corenlant der voorst. stede, de selve oistense zijde oistwaert aen Cornelis Peter Oirlemans ende de erffgenaemen van wijlen Adriaen Huijben met meer anderen, zuijtwaert den bovengeschr. hoff, westwaert het voorst. onmondich kindt hier tegendeijlende ende noirtwaert de voorst. Cornelis Peter Oirlemans. Allen de voirst. parcheelen soe groot ende cleijn als die ter voorst. plaetsen gelegen zijn ende zij deijlderen de selve affgepaelt hebben. Op welcke parcheelen tsaemen op allen schepene letteren ende munimenten daer aff gewach doende ten behoeffne van den voorst. Lenaert Goossens heeft de voorst. Jan Janssen Stevens in den naeme ende geassisteert als voor wettelijck ende erffelijck vertegen helmelingen in manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Behoudelijck dat men vuijt desen lothe sal gelden ende betaelen de hellicht van alle renten, chijnsen ende pachten met recht vuijtte voorst. geheele stede te vergelden staende, midtsgaders oijck dat men over de voorst. roije erffenisse wegen ende stegen sal het voorst. onmondige kijndt van Hendrick Goijaerts hier tegen als voor deijlende. Met conditien ut infra. Overmidts etc. soe is den voorst. onmondighe kinde van wijlen Hendrick Goijaerts bij blinde lothe te deele bevallen ende erffelijck aengecomen de schuere der voorst. stede metter groese aen de zuijde zijde ende een geerveldeken aen de oistenzijde van de selve schuere gelegen, oistwaert de roije erffenisse ende den hoff Lenaerden Goossens bij dese erffscheijdinge ende erffdeijlinge te deele bevallen, zuijtwaert sheerenstraet, westwaert Zacharias Willems ende noirtwaert de westense zijde van het corenlant der voorst. stede ende daer toe alnoch de voorst. westense zijde van het corenlant, oistwaert Lenaert Goossens hier tegen deijlende, zuijtwaert het voorst. geerveldeken ende de groese, westwaert Dierck Raessen van Grevenbroeck ende noirtwaert Cornelis Peter Oirlemans. Allen de voorst. parcheelen soe groot ende cleijn ut supra. Op welcke parcheelen etc. ut supra, mutaties muntandis etc. Met conditien hier inne toegedaen dat zij deijlderen den commer hen in desen genoempt soe sullen gelden ende betaelen ende de gebuerlijcken lasten ende rechten tot elcx portie staende, alsoe sullen houden ende onderhouden dat deen van dander egheen hinder off schaede aff en sal comen in eeniger manieren. Ende off er eenigen commer met recht meer op ijemants portie geraeckte te comen, daer men ten deser tijdt nijet aff ende weet, dat zij deijlderen den selven malcanderen sullen helpen draegen in twee gelijcke portien. Oijck soe sullen zij deijlderen malcanderen helpen helpen onderhouden, te hecken ende de posten van dijen voer aen sheerenstraete sulcx dat deen bij gebreke des anders daer van nijet beschaedigt en wordde. Gelovende de voorst. deijlderen te weten de voorst. Lenaert op hem ende allen zijne goederen, hebbende ende vercrijgende, ende de voorst. Jan Stevens metten voorst. schouteth op verbintenisse van allen de goederen des voorst. onmondigen kinde insgelijcks hebbende ende vercrijgende dese erffdeijlinge ende erffscheijdinghe dit verthijen ende de conditien bovenverhaelt malcanderen ende elck deen den anderen vast ende steedich te houden ten eeuwigen daegen sonder eenich wederseggen. Alles sonder argelist. Testes Dierck Raessen ende Ghijsbrecht Claessen den 15e april 1628. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 65 f. 39v/40v] |
| van 11-04-1652 tot 20-10-1652 | Folio 51 1. Steven, 2. mr Dierck Coomans, als gevolmachtigde van Goosen Lenaert van den Hove, 3. Maria Hendricxssen, gehuwd met Jan Lenaerts, 4. Jan Janssen Oirlemans, gehuwd met Agneesken, 5. Wouter Laureijssen, gehuwd met Maijken de oude, 6. Marten Joosten van Cuijck, gehuwd met Maijken de jonge, 7. genoemde Steven en Ghijsbert Hendricxssen, als voogden over de onmondige kinderen van Hendrick Hendricxssen en Lijsken, allen kinderen van Lenaert Goossens van den Hoove en Anthonisken Jan Stevens, transporteren goederen aan Cornelis Janssen de Lepper. 11-4-1652 Folio 52 Cornelis Janssen Lepper bekent schuldig te zijn aan de kinderen van Lenaert Goosens van den Hove en Anthonisken Jan Stevens een bedrag van 83 gulden en 12 stuivers terzake van een transport op heden. Uit de aantekening in de marge blijkt dat de schuld op 20-10-1652 ingelost is. 11-4-1652 Folio 52v 1. Steven en Jan, 2. mr Dierck Coomans, als gevolmachtigde van Goosen Lenaert van den Hove, 3. Maria Hendricxssen, gehuwd met Jan Lenaerts, 4. Jan Janssen Oirlemans, gehuwd met Agneesken, 5. Wouter Laureijssen, gehuwd met Maijken de oude, 6. Marten Joosten van Cuijck, gehuwd met Maijken de jonge, 7. genoemde Steven en Ghijsbert Hendricxssen, als voogden over de onmondige kinderen van Hendrick Hendricxssen en Lijsken, allen kinderen van Lenaert Goossens van den Hoove en Anthonisken Jan Stevens, transporteren goederen aan Wouter Jan Wouterssen, wonende te Berkel. 11-4-1652 |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 74 f. 51 - 52 - 52v] |
| 16-01-1654 | Samenvatting: ---------------- De erfgenamen van Leendert Goossen van den Hove en Antonisken Jan Stevens doen afstand van een hooij- en weiland van 2 morgen groot in Baardwijk, ten gunste van Adriaen Gerit Cornelissen Couwenberch op 16 januari 1654. Zoon Goossen is present, ook namens zijn broers en zussen, zijn stiefvader Willem Eelants van Spaendonck, op basis van een procuratie, afgegeven op 6 mei 1653 door de schepenen van Venloon. Toelichting: ------------ Wie is de begunstigde, heeft hij iets te maken te maken met de familie? Adriaen Gerit van de Couwenberch is de 2e man van Lijsbeth Jan Cornelis Oerlemans. Lijsbeth is een zus van Jan Jan Oerlemans, getrouwd met Agneesken van den Hoven. Waarom de familie afstand doet, waarom ze hem dit gunnen, weet ik niet. Over het stuk land: Met een grootte van 2 morgens. De Bossche morgen was 9930 m2, dus bijna een hectare. Weet niet zeker of in Baardwijk ook met deze maateenheid gerekend is. Maar wel een behoorlijk stuk land. De locatie van het hooi of weiland: over de Hoogeindse Wetering, tussen de Fra Camp en land van het convent van de Doncq, vanaf de Hoogeindse Wetering tot aan de Hool Graeve toe. Helaas ben ik te weinig bekend met Baardwijk. De kaart van Baardwijk van 1866 geeft mij geen aanknopingspunten. Transcriptie: --------------- Compareerde voor de ondergeschreven Schepenen der Heerlicheijt van Baardwijck, Goossen Lenaertsen van Hooff, woonende binnen de jurisdictie der heerlicheijt van Venloon, dat men noempt Loon op Zant, soo voor hemselve, als mede voor soovele des noot sij last ende procuratie hebbende van Willem Eelants van Spaendonck, naegelaten weduwer wijlen Antonisken Jan Stevens dochtere, die voortijts huijsvrouwe was van wijlen Lenaert Goossens van den Hove, .. gedaen van Steven, ende Jan, gebroeders, zonen wijlen Lenaert ende Antonisken voorgenoempt, oock van Jan Janssen Oerlemans, als man ende momboir van Agneesken (van den Hove), sijn huijsvrouwe, ende Meerten joosten van Cuyck, als man ende momboir van Maeijken de jonge, sijnen huysvrouwe, gesusteren, dochteren des voorsegden wijle Lenaerts ende Antonisken, mede van Wouter Laureijssen, naegelaten weduwer wijen Maeijken de Oude, oock dochtere des voorschreven Lenaerts ende Antonisken, soo in dien qualiteijt voor hen selven, als mede hen fort ende sterckmaeckende voor sijne vijf onmondige kinderen, bij hem ende de voorschreven wijlen Maeijken de Oude tesaemen verweckt, ende van de voorschreven Steven Lenaerts van den Hove ende Gijsbrecht Hendricxsen, als wittige momboir van de onmondige kinde van wijlen Lijsken, insgelijcken, dochtere des meergenoemden wijlen Lenaerts ende Antonisken, verweckt bij Hendrick Hendrick Hendricxen, int bij wesen ende overstaen van den selven Hendrick, vader van desselven onmondige kinde, ende oock dieselve Hendrick als naegelaten weduwer van de voorschreven wijlen Lijsken voor hemselven, wesende dieselve procuratie voor Peeter Corstiaenssen ende Cornelis Claessen Bastaers, Schepenen in Venloon gepasseert, ende door Koomans in absentie van de Secretaris als Substituyt gestipuleert, in date den sesten meij des voorleden Jaers 1653, ons schepenen behoorlijcke geteeckent, ende besegelt gebleken, ende heeft in dier qualiteijt wettelijck vetegen, bij maniere van pe..tatie ende erfmangelinge, sulcx hij doet bij desen op seecker stuck hoy ofte weijlants, twee morgen of daeromtrent groot sijnde, gelegen onder de voorsegde van Baerdwijck over de Hoocheijntse Weteringe, tusschen den fra camp (?) aende oistenzijde, ende de erfenisse van t convent van de Doncq aen de westenzijde, streckende van de voorsegde weteringe af noortwaert op totten hool graeve toe, met alle dijcke, tuyen, sloot, maese ende weteringe, schouwen ende nabuerlijcke rechten daertoe ende over naer costume locael behooren, ende op alsulcke brieven ende voorwaerden als daer egeen recht aen te behouden, of te vermeten in eniger manieren, soo geloofden den voorsegden comparant, dese voorschreven erfenisse te vrijen gewaeren, nae de Rechte van de Lande, als een vrij, eijgen erve ende een volboden, op generael verbant daersijns comparants persoon ende goederen, roerende ende onroerende, hebbende ende vercrijgende, soo in Hollant, Brabant als allonium elders gelegen, subjecten, dieselve alle Rechten ende Rechteren om ofter naemales eenige pachten, renten, chijnssen, of andere calangien op quamen, bij den voornoemden Adriaen sone wijlen Gerit Cornelissen Couwenberch in sulcken gevalle sijn guarand t’allertijt voor hem ende sijne naecomelingen daerachter verhaelen, als sijnde vrij lant, uijtgenomen Dorps loop ende Commer ende Verpondinge, die vandaer deses af voorthaen sullen blijven tot laste van den voorsegden Adriaen sone wijlen Gerit Cornelissen Couwenberch, allen sonder arch oft list ende in oirconde dese bij Schepenen van Baerdwijk. Onderteeckent desen 16e Januari 1654, Cornelis Peeterssen Joost Janssen Kouenberch getaxeert bij Schouth ende Gerechten op 450 f. (florijnen, guldens) 11 gulden - 5 stuijvers (40e penning) |
[bron: Baardwijk - Dorpsbestuur 1652-1667 Inv. 144 akte 47 f. 28v-29r scan 32] |
| 21-03-1652 | Willem Eelants van Spaendonck, weduwnaar van Anthonisken Jan Stevens, sluit een overeenkomst met betrekking tot goederen met Steven, Goossen en Jan, Jan Jan Cornelis Oirlemans, gehuwd met Agneesken, Marten Joosten van Cuijck, gehuwd met Maijken de oude, Wouter Laureijssen, gehuwd met Maijken de jonge, en genoemde Steven met Ghijsbert Hendricxssen als voogden over de onmondige kinderen van Hendrick Hendricxssen en wijlen Lijsken, allen zonen endochters van Lenaert Goossens van den Hove en genoemde Anthonisken. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 74 f. 39 en 40] | ||
| 26-01-1679 | Jan en Anthonij, tevens voor hun broer Marten, allen kinderen van Goossen Leenderts van den Hove en Commerken Jacobs, maken een boedelscheiding. | [bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 82 f. 68v - 69] |
| van 20-03-1645 tot 06-05-1647 | Pdf RAT. 781 Loon op Zand. R 71 f 32v d.d. 20-3-1645. Willem Eelants van Spaendonck int bijwesen ende met consent van Anthonisken Jan Stevens die ..(JM: Diercx?) zijne huijsvrouwe heeft geloeft als schuldenaer principael hem ende allen zijne ende zijnder voorst. huijsvrouwe goederen hebbende ende vercrijgende, waer ende tot wat plaetsen de selven gelegen is soe in Brabant, Hollant als elders, Jannen sone wijlen Cornelis Peter Oirlemans de somme van vijfftich ca. guldens, te geven ende te betaelen van heden date deser over een jaer met drije ca. guldens intrest in gelde alsdan cours ende ganck hebbende. Ende off ’t gebeurden dat hij geloever met consent den Cornelis Jans de voorst. somme langer geraeckte onder te houden, geloeft den voorst. Jannen daer van intrest te betaelen naer loop ende laps des tijts. Met conditien hier inne toegedaen dat off deen off dandere van partijen ten expireren van den jaere oft daer naer de voorst. somme wederomme begeerden te hebben off te restitueren, dat zij ’t selve malcanderen een vierendeel jaers te voirens in presentie van twee getuijgen sullen opseggen ende vercondigen ende sullen zij hen reciprore naede gedaene opsegginge tot het betaelen ende off ontfangen der voorst. somme gereet hebben te maecken ende houden. Testes Ghijsbert Claessen et Thomas Thomassen. Actum 20e martij 1645. In marge: Jan Cornelis Oirlemans bekent dese geloefte betaelt te zijn metten intrest. Actum 6 maij 1647 |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 71 f.32v] |
| van 11-04-1652 tot 20-10-1652 | Folio 51 1. Steven, 2. mr Dierck Coomans, als gevolmachtigde van Goosen Lenaert van den Hove, 3. Maria Hendricxssen, gehuwd met Jan Lenaerts, 4. Jan Janssen Oirlemans, gehuwd met Agneesken, 5. Wouter Laureijssen, gehuwd met Maijken de oude, 6. Marten Joosten van Cuijck, gehuwd met Maijken de jonge, 7. genoemde Steven en Ghijsbert Hendricxssen, als voogden over de onmondige kinderen van Hendrick Hendricxssen en Lijsken, allen kinderen van Lenaert Goossens van den Hoove en Anthonisken Jan Stevens, transporteren goederen aan Cornelis Janssen de Lepper. 11-4-1652 Folio 52 Cornelis Janssen Lepper bekent schuldig te zijn aan de kinderen van Lenaert Goosens van den Hove en Anthonisken Jan Stevens een bedrag van 83 gulden en 12 stuivers terzake van een transport op heden. Uit de aantekening in de marge blijkt dat de schuld op 20-10-1652 ingelost is. 11-4-1652 Folio 52v 1. Steven en Jan, 2. mr Dierck Coomans, als gevolmachtigde van Goosen Lenaert van den Hove, 3. Maria Hendricxssen, gehuwd met Jan Lenaerts, 4. Jan Janssen Oirlemans, gehuwd met Agneesken, 5. Wouter Laureijssen, gehuwd met Maijken de oude, 6. Marten Joosten van Cuijck, gehuwd met Maijken de jonge, 7. genoemde Steven en Ghijsbert Hendricxssen, als voogden over de onmondige kinderen van Hendrick Hendricxssen en Lijsken, allen kinderen van Lenaert Goossens van den Hoove en Anthonisken Jan Stevens, transporteren goederen aan Wouter Jan Wouterssen, wonende te Berkel. 11-4-1652 |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 74 f. 51 - 52 - 52v] |
| 31-08-1642 | getuige doop Jacobus Goswini Leonardi van den Hove (geb. 1642) | [grootmoeder vaderszijde] | [bron: Loon op Zand - Inv. 2 Doopboek 1624-1648 blad 75] |
![]() |
228 Hove Gosuinis Leonardi Gosuini van den, rk gedoopt op 11 mei 1608 in Oisterwijk, zoon van Leonardus Gosuini en Anthonia - Oisterwijk Inv. 1 Doopboek 1597-1610 f. 59 |
| 16-01-1654 | Samenvatting: ---------------- De erfgenamen van Leendert Goossen van den Hove en Antonisken Jan Stevens doen afstand van een hooij- en weiland van 2 morgen groot in Baardwijk, ten gunste van Adriaen Gerit Cornelissen Couwenberch op 16 januari 1654. Zoon Goossen is present, ook namens zijn broers en zussen, zijn stiefvader Willem Eelants van Spaendonck, op basis van een procuratie, afgegeven op 6 mei 1653 door de schepenen van Venloon. Toelichting: ------------ Wie is de begunstigde, heeft hij iets te maken te maken met de familie? Adriaen Gerit van de Couwenberch is de 2e man van Lijsbeth Jan Cornelis Oerlemans. Lijsbeth is een zus van Jan Jan Oerlemans, getrouwd met Agneesken van den Hoven. Waarom de familie afstand doet, waarom ze hem dit gunnen, weet ik niet. Over het stuk land: Met een grootte van 2 morgens. De Bossche morgen was 9930 m2, dus bijna een hectare. Weet niet zeker of in Baardwijk ook met deze maateenheid gerekend is. Maar wel een behoorlijk stuk land. De locatie van het hooi of weiland: over de Hoogeindse Wetering, tussen de Fra Camp en land van het convent van de Doncq, vanaf de Hoogeindse Wetering tot aan de Hool Graeve toe. Helaas ben ik te weinig bekend met Baardwijk. De kaart van Baardwijk van 1866 geeft mij geen aanknopingspunten. Transcriptie: --------------- Compareerde voor de ondergeschreven Schepenen der Heerlicheijt van Baardwijck, Goossen Lenaertsen van Hooff, woonende binnen de jurisdictie der heerlicheijt van Venloon, dat men noempt Loon op Zant, soo voor hemselve, als mede voor soovele des noot sij last ende procuratie hebbende van Willem Eelants van Spaendonck, naegelaten weduwer wijlen Antonisken Jan Stevens dochtere, die voortijts huijsvrouwe was van wijlen Lenaert Goossens van den Hove, .. gedaen van Steven, ende Jan, gebroeders, zonen wijlen Lenaert ende Antonisken voorgenoempt, oock van Jan Janssen Oerlemans, als man ende momboir van Agneesken (van den Hove), sijn huijsvrouwe, ende Meerten joosten van Cuyck, als man ende momboir van Maeijken de jonge, sijnen huysvrouwe, gesusteren, dochteren des voorsegden wijle Lenaerts ende Antonisken, mede van Wouter Laureijssen, naegelaten weduwer wijen Maeijken de Oude, oock dochtere des voorschreven Lenaerts ende Antonisken, soo in dien qualiteijt voor hen selven, als mede hen fort ende sterckmaeckende voor sijne vijf onmondige kinderen, bij hem ende de voorschreven wijlen Maeijken de Oude tesaemen verweckt, ende van de voorschreven Steven Lenaerts van den Hove ende Gijsbrecht Hendricxsen, als wittige momboir van de onmondige kinde van wijlen Lijsken, insgelijcken, dochtere des meergenoemden wijlen Lenaerts ende Antonisken, verweckt bij Hendrick Hendrick Hendricxen, int bij wesen ende overstaen van den selven Hendrick, vader van desselven onmondige kinde, ende oock dieselve Hendrick als naegelaten weduwer van de voorschreven wijlen Lijsken voor hemselven, wesende dieselve procuratie voor Peeter Corstiaenssen ende Cornelis Claessen Bastaers, Schepenen in Venloon gepasseert, ende door Koomans in absentie van de Secretaris als Substituyt gestipuleert, in date den sesten meij des voorleden Jaers 1653, ons schepenen behoorlijcke geteeckent, ende besegelt gebleken, ende heeft in dier qualiteijt wettelijck vetegen, bij maniere van pe..tatie ende erfmangelinge, sulcx hij doet bij desen op seecker stuck hoy ofte weijlants, twee morgen of daeromtrent groot sijnde, gelegen onder de voorsegde van Baerdwijck over de Hoocheijntse Weteringe, tusschen den fra camp (?) aende oistenzijde, ende de erfenisse van t convent van de Doncq aen de westenzijde, streckende van de voorsegde weteringe af noortwaert op totten hool graeve toe, met alle dijcke, tuyen, sloot, maese ende weteringe, schouwen ende nabuerlijcke rechten daertoe ende over naer costume locael behooren, ende op alsulcke brieven ende voorwaerden als daer egeen recht aen te behouden, of te vermeten in eniger manieren, soo geloofden den voorsegden comparant, dese voorschreven erfenisse te vrijen gewaeren, nae de Rechte van de Lande, als een vrij, eijgen erve ende een volboden, op generael verbant daersijns comparants persoon ende goederen, roerende ende onroerende, hebbende ende vercrijgende, soo in Hollant, Brabant als allonium elders gelegen, subjecten, dieselve alle Rechten ende Rechteren om ofter naemales eenige pachten, renten, chijnssen, of andere calangien op quamen, bij den voornoemden Adriaen sone wijlen Gerit Cornelissen Couwenberch in sulcken gevalle sijn guarand t’allertijt voor hem ende sijne naecomelingen daerachter verhaelen, als sijnde vrij lant, uijtgenomen Dorps loop ende Commer ende Verpondinge, die vandaer deses af voorthaen sullen blijven tot laste van den voorsegden Adriaen sone wijlen Gerit Cornelissen Couwenberch, allen sonder arch oft list ende in oirconde dese bij Schepenen van Baerdwijk. Onderteeckent desen 16e Januari 1654, Cornelis Peeterssen Joost Janssen Kouenberch getaxeert bij Schouth ende Gerechten op 450 f. (florijnen, guldens) 11 gulden - 5 stuijvers (40e penning) |
[bron: Baardwijk - Dorpsbestuur 1652-1667 Inv. 144 akte 47 f. 28v-29r scan 32] |
| van 11-04-1652 tot 20-10-1652 | Folio 51 1. Steven, 2. mr Dierck Coomans, als gevolmachtigde van Goosen Lenaert van den Hove, 3. Maria Hendricxssen, gehuwd met Jan Lenaerts, 4. Jan Janssen Oirlemans, gehuwd met Agneesken, 5. Wouter Laureijssen, gehuwd met Maijken de oude, 6. Marten Joosten van Cuijck, gehuwd met Maijken de jonge, 7. genoemde Steven en Ghijsbert Hendricxssen, als voogden over de onmondige kinderen van Hendrick Hendricxssen en Lijsken, allen kinderen van Lenaert Goossens van den Hoove en Anthonisken Jan Stevens, transporteren goederen aan Cornelis Janssen de Lepper. 11-4-1652 Folio 52 Cornelis Janssen Lepper bekent schuldig te zijn aan de kinderen van Lenaert Goosens van den Hove en Anthonisken Jan Stevens een bedrag van 83 gulden en 12 stuivers terzake van een transport op heden. Uit de aantekening in de marge blijkt dat de schuld op 20-10-1652 ingelost is. 11-4-1652 Folio 52v 1. Steven en Jan, 2. mr Dierck Coomans, als gevolmachtigde van Goosen Lenaert van den Hove, 3. Maria Hendricxssen, gehuwd met Jan Lenaerts, 4. Jan Janssen Oirlemans, gehuwd met Agneesken, 5. Wouter Laureijssen, gehuwd met Maijken de oude, 6. Marten Joosten van Cuijck, gehuwd met Maijken de jonge, 7. genoemde Steven en Ghijsbert Hendricxssen, als voogden over de onmondige kinderen van Hendrick Hendricxssen en Lijsken, allen kinderen van Lenaert Goossens van den Hoove en Anthonisken Jan Stevens, transporteren goederen aan Wouter Jan Wouterssen, wonende te Berkel. 11-4-1652 |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 74 f. 51 - 52 - 52v] |
![]() |
229 Hove Stephanus Leonardi Gosuini van den, rk gedoopt op 29 juni 1614 in Oisterwijk, zoon van Leonardus Gosuini en Anthonia - Oisterwijk Inv. 2 Doopboek 1612-1627 f. 15v |
| 16-01-1654 | Samenvatting: ---------------- De erfgenamen van Leendert Goossen van den Hove en Antonisken Jan Stevens doen afstand van een hooij- en weiland van 2 morgen groot in Baardwijk, ten gunste van Adriaen Gerit Cornelissen Couwenberch op 16 januari 1654. Zoon Goossen is present, ook namens zijn broers en zussen, zijn stiefvader Willem Eelants van Spaendonck, op basis van een procuratie, afgegeven op 6 mei 1653 door de schepenen van Venloon. Toelichting: ------------ Wie is de begunstigde, heeft hij iets te maken te maken met de familie? Adriaen Gerit van de Couwenberch is de 2e man van Lijsbeth Jan Cornelis Oerlemans. Lijsbeth is een zus van Jan Jan Oerlemans, getrouwd met Agneesken van den Hoven. Waarom de familie afstand doet, waarom ze hem dit gunnen, weet ik niet. Over het stuk land: Met een grootte van 2 morgens. De Bossche morgen was 9930 m2, dus bijna een hectare. Weet niet zeker of in Baardwijk ook met deze maateenheid gerekend is. Maar wel een behoorlijk stuk land. De locatie van het hooi of weiland: over de Hoogeindse Wetering, tussen de Fra Camp en land van het convent van de Doncq, vanaf de Hoogeindse Wetering tot aan de Hool Graeve toe. Helaas ben ik te weinig bekend met Baardwijk. De kaart van Baardwijk van 1866 geeft mij geen aanknopingspunten. Transcriptie: --------------- Compareerde voor de ondergeschreven Schepenen der Heerlicheijt van Baardwijck, Goossen Lenaertsen van Hooff, woonende binnen de jurisdictie der heerlicheijt van Venloon, dat men noempt Loon op Zant, soo voor hemselve, als mede voor soovele des noot sij last ende procuratie hebbende van Willem Eelants van Spaendonck, naegelaten weduwer wijlen Antonisken Jan Stevens dochtere, die voortijts huijsvrouwe was van wijlen Lenaert Goossens van den Hove, .. gedaen van Steven, ende Jan, gebroeders, zonen wijlen Lenaert ende Antonisken voorgenoempt, oock van Jan Janssen Oerlemans, als man ende momboir van Agneesken (van den Hove), sijn huijsvrouwe, ende Meerten joosten van Cuyck, als man ende momboir van Maeijken de jonge, sijnen huysvrouwe, gesusteren, dochteren des voorsegden wijle Lenaerts ende Antonisken, mede van Wouter Laureijssen, naegelaten weduwer wijen Maeijken de Oude, oock dochtere des voorschreven Lenaerts ende Antonisken, soo in dien qualiteijt voor hen selven, als mede hen fort ende sterckmaeckende voor sijne vijf onmondige kinderen, bij hem ende de voorschreven wijlen Maeijken de Oude tesaemen verweckt, ende van de voorschreven Steven Lenaerts van den Hove ende Gijsbrecht Hendricxsen, als wittige momboir van de onmondige kinde van wijlen Lijsken, insgelijcken, dochtere des meergenoemden wijlen Lenaerts ende Antonisken, verweckt bij Hendrick Hendrick Hendricxen, int bij wesen ende overstaen van den selven Hendrick, vader van desselven onmondige kinde, ende oock dieselve Hendrick als naegelaten weduwer van de voorschreven wijlen Lijsken voor hemselven, wesende dieselve procuratie voor Peeter Corstiaenssen ende Cornelis Claessen Bastaers, Schepenen in Venloon gepasseert, ende door Koomans in absentie van de Secretaris als Substituyt gestipuleert, in date den sesten meij des voorleden Jaers 1653, ons schepenen behoorlijcke geteeckent, ende besegelt gebleken, ende heeft in dier qualiteijt wettelijck vetegen, bij maniere van pe..tatie ende erfmangelinge, sulcx hij doet bij desen op seecker stuck hoy ofte weijlants, twee morgen of daeromtrent groot sijnde, gelegen onder de voorsegde van Baerdwijck over de Hoocheijntse Weteringe, tusschen den fra camp (?) aende oistenzijde, ende de erfenisse van t convent van de Doncq aen de westenzijde, streckende van de voorsegde weteringe af noortwaert op totten hool graeve toe, met alle dijcke, tuyen, sloot, maese ende weteringe, schouwen ende nabuerlijcke rechten daertoe ende over naer costume locael behooren, ende op alsulcke brieven ende voorwaerden als daer egeen recht aen te behouden, of te vermeten in eniger manieren, soo geloofden den voorsegden comparant, dese voorschreven erfenisse te vrijen gewaeren, nae de Rechte van de Lande, als een vrij, eijgen erve ende een volboden, op generael verbant daersijns comparants persoon ende goederen, roerende ende onroerende, hebbende ende vercrijgende, soo in Hollant, Brabant als allonium elders gelegen, subjecten, dieselve alle Rechten ende Rechteren om ofter naemales eenige pachten, renten, chijnssen, of andere calangien op quamen, bij den voornoemden Adriaen sone wijlen Gerit Cornelissen Couwenberch in sulcken gevalle sijn guarand t’allertijt voor hem ende sijne naecomelingen daerachter verhaelen, als sijnde vrij lant, uijtgenomen Dorps loop ende Commer ende Verpondinge, die vandaer deses af voorthaen sullen blijven tot laste van den voorsegden Adriaen sone wijlen Gerit Cornelissen Couwenberch, allen sonder arch oft list ende in oirconde dese bij Schepenen van Baerdwijk. Onderteeckent desen 16e Januari 1654, Cornelis Peeterssen Joost Janssen Kouenberch getaxeert bij Schouth ende Gerechten op 450 f. (florijnen, guldens) 11 gulden - 5 stuijvers (40e penning) |
[bron: Baardwijk - Dorpsbestuur 1652-1667 Inv. 144 akte 47 f. 28v-29r scan 32] |
| 30-05-1656 | Aert Adriaenssen van Broechoven en Steven Lenaertssen van den Hove stellen zich borg voor Goossen Lenaerts van den Hove die op 28 oktober 1655 een stede gekocht heeft van Jan Lambertssen Rommen voor een bedrag van 2200 gulden. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 76 f. 127] |
| 21-03-1652 | Willem Eelants van Spaendonck, weduwnaar van Anthonisken Jan Stevens, sluit een overeenkomst met betrekking tot goederen met Steven, Goossen en Jan, Jan Jan Cornelis Oirlemans, gehuwd met Agneesken, Marten Joosten van Cuijck, gehuwd met Maijken de oude, Wouter Laureijssen, gehuwd met Maijken de jonge, en genoemde Steven met Ghijsbert Hendricxssen als voogden over de onmondige kinderen van Hendrick Hendricxssen en wijlen Lijsken, allen zonen endochters van Lenaert Goossens van den Hove en genoemde Anthonisken. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 74 f. 39 en 40] |
| 23-03-1676 | Henrick Henricx Verhoeven, weduwnaar van Elisabeth Leendert van den Hove, heeft twee zonen: Henrick de oude (overleden) en Henrick de jonge, en wil opnieuw gaan trouwen met Elisabeth Janse Snoeck. Henrick Henricx Verhoeven en Elisabeth Janse Snoeck sluiten een overeenkomst met Steven Lenderts van den Hove en Gijsbert Hendricx Verhoeven, als voogden over Hendrick Hendricx Verhoeven de jonge. In de akte hierna: Hendrick, zoon van Hendrick Hendricx Verhoeve en Elisabeth Leenderts van den Hove, ontslaat zijn voogden Steven Leenderts van den Hove en Gijsbert Hendricx Verhoeven van hun verplichtingen. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 82 f. 10v] |
| van 04-05-1653 tot 22-03-1675 | Goossen Lenaertssen van den Hove bekent schuldig te zijn aan Wouter Laureijssen ten behoeve van diens vijf onmondige kinderen bij wijlen Maijke de oude, dochter van Lenaert Goossens van den Hove, een bedrag van 80 gulden. Uit de aantekening in de marge blijkt dat de schuld op 22-3-1675 voor 3/5 deel bij Aert Wouter Laureijssen, Peter Elias Jans, gehuwd met Anna Wouter Laureijssen, en Peterken, weduwe van Laureijs Wouters, ingelost is. 6-5-1653 Folio 51 Goossen Lenaertssen van den Hove bekent schuldig te zijn aan Jan Lenaerts van den Hove een bedrag van 80 gulden. 6-5-1653 Folio 51v Goossen Lenaertssen van den Hove bekent schuldig te zijn aan Steven Lenaerts van den Hove en Ghijsbrecht Hendricxssen, als voogden over de onmondige kinderen van Hendrick Hendricxssen en Lijsken Lenaerts van den Hove, een bedrag van 60 gulden. Uit de aantekening in de marge blijkt dat de schuld op 13-12-1674 ingelost is. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 75 f. 51v] | ||
| 19-03-1664 | Jan Adriaen Janssen van de Pasch bekent schuldig te zijn aan Steven Lenaerts van den Hove een bedrag van 12 gulden terzake van de koop van een aftandse merrie. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 79 f. 145v] |
| van 11-04-1652 tot 20-10-1652 | Folio 51 1. Steven, 2. mr Dierck Coomans, als gevolmachtigde van Goosen Lenaert van den Hove, 3. Maria Hendricxssen, gehuwd met Jan Lenaerts, 4. Jan Janssen Oirlemans, gehuwd met Agneesken, 5. Wouter Laureijssen, gehuwd met Maijken de oude, 6. Marten Joosten van Cuijck, gehuwd met Maijken de jonge, 7. genoemde Steven en Ghijsbert Hendricxssen, als voogden over de onmondige kinderen van Hendrick Hendricxssen en Lijsken, allen kinderen van Lenaert Goossens van den Hoove en Anthonisken Jan Stevens, transporteren goederen aan Cornelis Janssen de Lepper. 11-4-1652 Folio 52 Cornelis Janssen Lepper bekent schuldig te zijn aan de kinderen van Lenaert Goosens van den Hove en Anthonisken Jan Stevens een bedrag van 83 gulden en 12 stuivers terzake van een transport op heden. Uit de aantekening in de marge blijkt dat de schuld op 20-10-1652 ingelost is. 11-4-1652 Folio 52v 1. Steven en Jan, 2. mr Dierck Coomans, als gevolmachtigde van Goosen Lenaert van den Hove, 3. Maria Hendricxssen, gehuwd met Jan Lenaerts, 4. Jan Janssen Oirlemans, gehuwd met Agneesken, 5. Wouter Laureijssen, gehuwd met Maijken de oude, 6. Marten Joosten van Cuijck, gehuwd met Maijken de jonge, 7. genoemde Steven en Ghijsbert Hendricxssen, als voogden over de onmondige kinderen van Hendrick Hendricxssen en Lijsken, allen kinderen van Lenaert Goossens van den Hoove en Anthonisken Jan Stevens, transporteren goederen aan Wouter Jan Wouterssen, wonende te Berkel. 11-4-1652 |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 74 f. 51 - 52 - 52v] | ||
| van 12-12-1654 tot 04-04-1656 | Folio 47v Aert Janssen Greelmaecker, wonende te Waalwijk en gehuwd met Adriaentken Jan Cornelis Verhoeven, transporteert goederen aan Steven Lenaert Goossens van den Hove. 12-12-1654 Folio 48 Steven Lenaert Goossens van den Hove bekent schuldig te zijn aan Aert Janssen Greelmaecker een bedrag van 140 gulden terzake van een transport opheden. Uit de aantekening in de marge blijkt dat de schuld op 4-4-1656 ingelost is. 12-12-1654 |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 76 f. 47v en 48] | ||
| van 04-05-1660 tot 19-03-1664 | Folio 11 Steven Lenaert Goossens van den Hove transporteert goederen aan Jan Adriaen Janssen van de Pasch. Uit de aantekening in de marge blijkt dat het transport op 19-3- 1664 vernietigd is. Folio 11v Jan Adriaen Janssen van de Pasch bekent schuldig te zijn aan Steven Lenaerts van den Hove twee jonge stieren terzake van een transport op heden. Uit de aantekening in de marge blijkt dat het transport op 19-3- 1664 vernietigd is. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 78 f. 11 en 11v] |
| 13-01-1635 | getuige ondertrouw Wouter Loureijs Wouters en Maria Leonardi Gosuini de oude van den Hove [zie 1746,VIII] | [broer bruid] | [bron: Loon op Zand - inv. 2 Trouwboek 1624-1651 f. 134v] | |||
| 04-02-1635 | getuige kerkelijk huwelijk Wouter Loureijs Wouters en Maria Leonardi Gosuini de oude van den Hove [zie 1746,VIII] | [broer bruid] |
![]() |
230 Hove Gosuinis Leonardi Gosuinis van den, rk gedoopt op 19 febr. 1617 in Oisterwijk, zoon van Leonardus Gosuini en Anthonia - Oisterwijk Inv. 2 Doopboek 1612-1627 f. 31v |
| 22-02-1664 | Nieuwe Moerstraat, Loon op Zand (op het Nieuw Verlaat) | [bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 79 f. 137v] |
| 16-01-1654 | Samenvatting: ---------------- De erfgenamen van Leendert Goossen van den Hove en Antonisken Jan Stevens doen afstand van een hooij- en weiland van 2 morgen groot in Baardwijk, ten gunste van Adriaen Gerit Cornelissen Couwenberch op 16 januari 1654. Zoon Goossen is present, ook namens zijn broers en zussen, zijn stiefvader Willem Eelants van Spaendonck, op basis van een procuratie, afgegeven op 6 mei 1653 door de schepenen van Venloon. Toelichting: ------------ Wie is de begunstigde, heeft hij iets te maken te maken met de familie? Adriaen Gerit van de Couwenberch is de 2e man van Lijsbeth Jan Cornelis Oerlemans. Lijsbeth is een zus van Jan Jan Oerlemans, getrouwd met Agneesken van den Hoven. Waarom de familie afstand doet, waarom ze hem dit gunnen, weet ik niet. Over het stuk land: Met een grootte van 2 morgens. De Bossche morgen was 9930 m2, dus bijna een hectare. Weet niet zeker of in Baardwijk ook met deze maateenheid gerekend is. Maar wel een behoorlijk stuk land. De locatie van het hooi of weiland: over de Hoogeindse Wetering, tussen de Fra Camp en land van het convent van de Doncq, vanaf de Hoogeindse Wetering tot aan de Hool Graeve toe. Helaas ben ik te weinig bekend met Baardwijk. De kaart van Baardwijk van 1866 geeft mij geen aanknopingspunten. Transcriptie: --------------- Compareerde voor de ondergeschreven Schepenen der Heerlicheijt van Baardwijck, Goossen Lenaertsen van Hooff, woonende binnen de jurisdictie der heerlicheijt van Venloon, dat men noempt Loon op Zant, soo voor hemselve, als mede voor soovele des noot sij last ende procuratie hebbende van Willem Eelants van Spaendonck, naegelaten weduwer wijlen Antonisken Jan Stevens dochtere, die voortijts huijsvrouwe was van wijlen Lenaert Goossens van den Hove, .. gedaen van Steven, ende Jan, gebroeders, zonen wijlen Lenaert ende Antonisken voorgenoempt, oock van Jan Janssen Oerlemans, als man ende momboir van Agneesken (van den Hove), sijn huijsvrouwe, ende Meerten joosten van Cuyck, als man ende momboir van Maeijken de jonge, sijnen huysvrouwe, gesusteren, dochteren des voorsegden wijle Lenaerts ende Antonisken, mede van Wouter Laureijssen, naegelaten weduwer wijen Maeijken de Oude, oock dochtere des voorschreven Lenaerts ende Antonisken, soo in dien qualiteijt voor hen selven, als mede hen fort ende sterckmaeckende voor sijne vijf onmondige kinderen, bij hem ende de voorschreven wijlen Maeijken de Oude tesaemen verweckt, ende van de voorschreven Steven Lenaerts van den Hove ende Gijsbrecht Hendricxsen, als wittige momboir van de onmondige kinde van wijlen Lijsken, insgelijcken, dochtere des meergenoemden wijlen Lenaerts ende Antonisken, verweckt bij Hendrick Hendrick Hendricxen, int bij wesen ende overstaen van den selven Hendrick, vader van desselven onmondige kinde, ende oock dieselve Hendrick als naegelaten weduwer van de voorschreven wijlen Lijsken voor hemselven, wesende dieselve procuratie voor Peeter Corstiaenssen ende Cornelis Claessen Bastaers, Schepenen in Venloon gepasseert, ende door Koomans in absentie van de Secretaris als Substituyt gestipuleert, in date den sesten meij des voorleden Jaers 1653, ons schepenen behoorlijcke geteeckent, ende besegelt gebleken, ende heeft in dier qualiteijt wettelijck vetegen, bij maniere van pe..tatie ende erfmangelinge, sulcx hij doet bij desen op seecker stuck hoy ofte weijlants, twee morgen of daeromtrent groot sijnde, gelegen onder de voorsegde van Baerdwijck over de Hoocheijntse Weteringe, tusschen den fra camp (?) aende oistenzijde, ende de erfenisse van t convent van de Doncq aen de westenzijde, streckende van de voorsegde weteringe af noortwaert op totten hool graeve toe, met alle dijcke, tuyen, sloot, maese ende weteringe, schouwen ende nabuerlijcke rechten daertoe ende over naer costume locael behooren, ende op alsulcke brieven ende voorwaerden als daer egeen recht aen te behouden, of te vermeten in eniger manieren, soo geloofden den voorsegden comparant, dese voorschreven erfenisse te vrijen gewaeren, nae de Rechte van de Lande, als een vrij, eijgen erve ende een volboden, op generael verbant daersijns comparants persoon ende goederen, roerende ende onroerende, hebbende ende vercrijgende, soo in Hollant, Brabant als allonium elders gelegen, subjecten, dieselve alle Rechten ende Rechteren om ofter naemales eenige pachten, renten, chijnssen, of andere calangien op quamen, bij den voornoemden Adriaen sone wijlen Gerit Cornelissen Couwenberch in sulcken gevalle sijn guarand t’allertijt voor hem ende sijne naecomelingen daerachter verhaelen, als sijnde vrij lant, uijtgenomen Dorps loop ende Commer ende Verpondinge, die vandaer deses af voorthaen sullen blijven tot laste van den voorsegden Adriaen sone wijlen Gerit Cornelissen Couwenberch, allen sonder arch oft list ende in oirconde dese bij Schepenen van Baerdwijk. Onderteeckent desen 16e Januari 1654, Cornelis Peeterssen Joost Janssen Kouenberch getaxeert bij Schouth ende Gerechten op 450 f. (florijnen, guldens) 11 gulden - 5 stuijvers (40e penning) |
[bron: Baardwijk - Dorpsbestuur 1652-1667 Inv. 144 akte 47 f. 28v-29r scan 32] |
| 30-05-1656 | Aert Adriaenssen van Broechoven en Steven Lenaertssen van den Hove stellen zich borg voor Goossen Lenaerts van den Hove die op 28 oktober 1655 een stede gekocht heeft van Jan Lambertssen Rommen voor een bedrag van 2200 gulden. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 76 f. 127] |
| 21-03-1652 | Willem Eelants van Spaendonck, weduwnaar van Anthonisken Jan Stevens, sluit een overeenkomst met betrekking tot goederen met Steven, Goossen en Jan, Jan Jan Cornelis Oirlemans, gehuwd met Agneesken, Marten Joosten van Cuijck, gehuwd met Maijken de oude, Wouter Laureijssen, gehuwd met Maijken de jonge, en genoemde Steven met Ghijsbert Hendricxssen als voogden over de onmondige kinderen van Hendrick Hendricxssen en wijlen Lijsken, allen zonen endochters van Lenaert Goossens van den Hove en genoemde Anthonisken. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 74 f. 39 en 40] | ||
| 26-01-1679 | Jan en Anthonij, tevens voor hun broer Marten, allen kinderen van Goossen Leenderts van den Hove en Commerken Jacobs, maken een boedelscheiding. | [bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 82 f. 68v - 69] |
| 17-05-1662 | Jonker Robert Grahame, rentmeester en ontvanger van de heer van Loon, verpacht goederen aan Goossen Lenaertssen van den Hove. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 79 f. 54] |
| van 04-05-1653 tot 22-03-1675 | Goossen Lenaertssen van den Hove bekent schuldig te zijn aan Wouter Laureijssen ten behoeve van diens vijf onmondige kinderen bij wijlen Maijke de oude, dochter van Lenaert Goossens van den Hove, een bedrag van 80 gulden. Uit de aantekening in de marge blijkt dat de schuld op 22-3-1675 voor 3/5 deel bij Aert Wouter Laureijssen, Peter Elias Jans, gehuwd met Anna Wouter Laureijssen, en Peterken, weduwe van Laureijs Wouters, ingelost is. 6-5-1653 Folio 51 Goossen Lenaertssen van den Hove bekent schuldig te zijn aan Jan Lenaerts van den Hove een bedrag van 80 gulden. 6-5-1653 Folio 51v Goossen Lenaertssen van den Hove bekent schuldig te zijn aan Steven Lenaerts van den Hove en Ghijsbrecht Hendricxssen, als voogden over de onmondige kinderen van Hendrick Hendricxssen en Lijsken Lenaerts van den Hove, een bedrag van 60 gulden. Uit de aantekening in de marge blijkt dat de schuld op 13-12-1674 ingelost is. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 75 f. 51v] | ||
| van 27-02-1655 tot 29-01-1659 | Goosen Lenaerts van den Hove bekent schuldig te zijn aan Lenaert Janssen Oirlemans een bedrag van 36 gulden en 5 stuivers terzake van de koop van 50 vaten rogge. Uit de aantekening in de marge blijkt dat de schuld op 29-1-1659 ingelost is. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 76 f. 77v] | ||
| 22-02-1664 | Goossen Lenaertssen van den Hove, wonende op de Nieuwe Moerstraat op "het nijeuw verlaet", bekent schuldig te zijn aan Adriaen Janssen de Jonghe, brouwer te Sprang, een bedrag van 113 gulden. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 79 f. 137v] | ||
| 12-03-1664 | Goossen Lenaerts van den Hove, wonende aan de Nieuwe Moerstraat op het Nieuw Verlaat, bekent schuldig te zijn aan Dierck Melissen Moents, wonende te Capelle, een bedrag van 466 gulden. Uit de aantekening in de marge blijkt dat de schuld op 2-2-1672 ingelost is. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 79 f. 142v] |
| van 11-04-1652 tot 20-10-1652 | Folio 51 1. Steven, 2. mr Dierck Coomans, als gevolmachtigde van Goosen Lenaert van den Hove, 3. Maria Hendricxssen, gehuwd met Jan Lenaerts, 4. Jan Janssen Oirlemans, gehuwd met Agneesken, 5. Wouter Laureijssen, gehuwd met Maijken de oude, 6. Marten Joosten van Cuijck, gehuwd met Maijken de jonge, 7. genoemde Steven en Ghijsbert Hendricxssen, als voogden over de onmondige kinderen van Hendrick Hendricxssen en Lijsken, allen kinderen van Lenaert Goossens van den Hoove en Anthonisken Jan Stevens, transporteren goederen aan Cornelis Janssen de Lepper. 11-4-1652 Folio 52 Cornelis Janssen Lepper bekent schuldig te zijn aan de kinderen van Lenaert Goosens van den Hove en Anthonisken Jan Stevens een bedrag van 83 gulden en 12 stuivers terzake van een transport op heden. Uit de aantekening in de marge blijkt dat de schuld op 20-10-1652 ingelost is. 11-4-1652 Folio 52v 1. Steven en Jan, 2. mr Dierck Coomans, als gevolmachtigde van Goosen Lenaert van den Hove, 3. Maria Hendricxssen, gehuwd met Jan Lenaerts, 4. Jan Janssen Oirlemans, gehuwd met Agneesken, 5. Wouter Laureijssen, gehuwd met Maijken de oude, 6. Marten Joosten van Cuijck, gehuwd met Maijken de jonge, 7. genoemde Steven en Ghijsbert Hendricxssen, als voogden over de onmondige kinderen van Hendrick Hendricxssen en Lijsken, allen kinderen van Lenaert Goossens van den Hoove en Anthonisken Jan Stevens, transporteren goederen aan Wouter Jan Wouterssen, wonende te Berkel. 11-4-1652 |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 74 f. 51 - 52 - 52v] |
![]() |
231 Hove Maria Leonardi Gosuinis van den, rk gedoopt op 9 aug. 1620 in Oisterwijk, dr van Leonardus Gosuini en Anthonia - Oisterwijk Inv. 2 Doopboek 1612-1627 f. 48 |
| 16-01-1654 | Samenvatting: ---------------- De erfgenamen van Leendert Goossen van den Hove en Antonisken Jan Stevens doen afstand van een hooij- en weiland van 2 morgen groot in Baardwijk, ten gunste van Adriaen Gerit Cornelissen Couwenberch op 16 januari 1654. Zoon Goossen is present, ook namens zijn broers en zussen, zijn stiefvader Willem Eelants van Spaendonck, op basis van een procuratie, afgegeven op 6 mei 1653 door de schepenen van Venloon. Toelichting: ------------ Wie is de begunstigde, heeft hij iets te maken te maken met de familie? Adriaen Gerit van de Couwenberch is de 2e man van Lijsbeth Jan Cornelis Oerlemans. Lijsbeth is een zus van Jan Jan Oerlemans, getrouwd met Agneesken van den Hoven. Waarom de familie afstand doet, waarom ze hem dit gunnen, weet ik niet. Over het stuk land: Met een grootte van 2 morgens. De Bossche morgen was 9930 m2, dus bijna een hectare. Weet niet zeker of in Baardwijk ook met deze maateenheid gerekend is. Maar wel een behoorlijk stuk land. De locatie van het hooi of weiland: over de Hoogeindse Wetering, tussen de Fra Camp en land van het convent van de Doncq, vanaf de Hoogeindse Wetering tot aan de Hool Graeve toe. Helaas ben ik te weinig bekend met Baardwijk. De kaart van Baardwijk van 1866 geeft mij geen aanknopingspunten. Transcriptie: --------------- Compareerde voor de ondergeschreven Schepenen der Heerlicheijt van Baardwijck, Goossen Lenaertsen van Hooff, woonende binnen de jurisdictie der heerlicheijt van Venloon, dat men noempt Loon op Zant, soo voor hemselve, als mede voor soovele des noot sij last ende procuratie hebbende van Willem Eelants van Spaendonck, naegelaten weduwer wijlen Antonisken Jan Stevens dochtere, die voortijts huijsvrouwe was van wijlen Lenaert Goossens van den Hove, .. gedaen van Steven, ende Jan, gebroeders, zonen wijlen Lenaert ende Antonisken voorgenoempt, oock van Jan Janssen Oerlemans, als man ende momboir van Agneesken (van den Hove), sijn huijsvrouwe, ende Meerten joosten van Cuyck, als man ende momboir van Maeijken de jonge, sijnen huysvrouwe, gesusteren, dochteren des voorsegden wijle Lenaerts ende Antonisken, mede van Wouter Laureijssen, naegelaten weduwer wijen Maeijken de Oude, oock dochtere des voorschreven Lenaerts ende Antonisken, soo in dien qualiteijt voor hen selven, als mede hen fort ende sterckmaeckende voor sijne vijf onmondige kinderen, bij hem ende de voorschreven wijlen Maeijken de Oude tesaemen verweckt, ende van de voorschreven Steven Lenaerts van den Hove ende Gijsbrecht Hendricxsen, als wittige momboir van de onmondige kinde van wijlen Lijsken, insgelijcken, dochtere des meergenoemden wijlen Lenaerts ende Antonisken, verweckt bij Hendrick Hendrick Hendricxen, int bij wesen ende overstaen van den selven Hendrick, vader van desselven onmondige kinde, ende oock dieselve Hendrick als naegelaten weduwer van de voorschreven wijlen Lijsken voor hemselven, wesende dieselve procuratie voor Peeter Corstiaenssen ende Cornelis Claessen Bastaers, Schepenen in Venloon gepasseert, ende door Koomans in absentie van de Secretaris als Substituyt gestipuleert, in date den sesten meij des voorleden Jaers 1653, ons schepenen behoorlijcke geteeckent, ende besegelt gebleken, ende heeft in dier qualiteijt wettelijck vetegen, bij maniere van pe..tatie ende erfmangelinge, sulcx hij doet bij desen op seecker stuck hoy ofte weijlants, twee morgen of daeromtrent groot sijnde, gelegen onder de voorsegde van Baerdwijck over de Hoocheijntse Weteringe, tusschen den fra camp (?) aende oistenzijde, ende de erfenisse van t convent van de Doncq aen de westenzijde, streckende van de voorsegde weteringe af noortwaert op totten hool graeve toe, met alle dijcke, tuyen, sloot, maese ende weteringe, schouwen ende nabuerlijcke rechten daertoe ende over naer costume locael behooren, ende op alsulcke brieven ende voorwaerden als daer egeen recht aen te behouden, of te vermeten in eniger manieren, soo geloofden den voorsegden comparant, dese voorschreven erfenisse te vrijen gewaeren, nae de Rechte van de Lande, als een vrij, eijgen erve ende een volboden, op generael verbant daersijns comparants persoon ende goederen, roerende ende onroerende, hebbende ende vercrijgende, soo in Hollant, Brabant als allonium elders gelegen, subjecten, dieselve alle Rechten ende Rechteren om ofter naemales eenige pachten, renten, chijnssen, of andere calangien op quamen, bij den voornoemden Adriaen sone wijlen Gerit Cornelissen Couwenberch in sulcken gevalle sijn guarand t’allertijt voor hem ende sijne naecomelingen daerachter verhaelen, als sijnde vrij lant, uijtgenomen Dorps loop ende Commer ende Verpondinge, die vandaer deses af voorthaen sullen blijven tot laste van den voorsegden Adriaen sone wijlen Gerit Cornelissen Couwenberch, allen sonder arch oft list ende in oirconde dese bij Schepenen van Baerdwijk. Onderteeckent desen 16e Januari 1654, Cornelis Peeterssen Joost Janssen Kouenberch getaxeert bij Schouth ende Gerechten op 450 f. (florijnen, guldens) 11 gulden - 5 stuijvers (40e penning) |
[bron: Baardwijk - Dorpsbestuur 1652-1667 Inv. 144 akte 47 f. 28v-29r scan 32] |
| 21-03-1652 | Willem Eelants van Spaendonck, weduwnaar van Anthonisken Jan Stevens, sluit een overeenkomst met betrekking tot goederen met Steven, Goossen en Jan, Jan Jan Cornelis Oirlemans, gehuwd met Agneesken, Marten Joosten van Cuijck, gehuwd met Maijken de oude, Wouter Laureijssen, gehuwd met Maijken de jonge, en genoemde Steven met Ghijsbert Hendricxssen als voogden over de onmondige kinderen van Hendrick Hendricxssen en wijlen Lijsken, allen zonen endochters van Lenaert Goossens van den Hove en genoemde Anthonisken. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 74 f. 39 en 40] |
| van 11-04-1652 tot 20-10-1652 | Folio 51 1. Steven, 2. mr Dierck Coomans, als gevolmachtigde van Goosen Lenaert van den Hove, 3. Maria Hendricxssen, gehuwd met Jan Lenaerts, 4. Jan Janssen Oirlemans, gehuwd met Agneesken, 5. Wouter Laureijssen, gehuwd met Maijken de oude, 6. Marten Joosten van Cuijck, gehuwd met Maijken de jonge, 7. genoemde Steven en Ghijsbert Hendricxssen, als voogden over de onmondige kinderen van Hendrick Hendricxssen en Lijsken, allen kinderen van Lenaert Goossens van den Hoove en Anthonisken Jan Stevens, transporteren goederen aan Cornelis Janssen de Lepper. 11-4-1652 Folio 52 Cornelis Janssen Lepper bekent schuldig te zijn aan de kinderen van Lenaert Goosens van den Hove en Anthonisken Jan Stevens een bedrag van 83 gulden en 12 stuivers terzake van een transport op heden. Uit de aantekening in de marge blijkt dat de schuld op 20-10-1652 ingelost is. 11-4-1652 Folio 52v 1. Steven en Jan, 2. mr Dierck Coomans, als gevolmachtigde van Goosen Lenaert van den Hove, 3. Maria Hendricxssen, gehuwd met Jan Lenaerts, 4. Jan Janssen Oirlemans, gehuwd met Agneesken, 5. Wouter Laureijssen, gehuwd met Maijken de oude, 6. Marten Joosten van Cuijck, gehuwd met Maijken de jonge, 7. genoemde Steven en Ghijsbert Hendricxssen, als voogden over de onmondige kinderen van Hendrick Hendricxssen en Lijsken, allen kinderen van Lenaert Goossens van den Hoove en Anthonisken Jan Stevens, transporteren goederen aan Wouter Jan Wouterssen, wonende te Berkel. 11-4-1652 |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 74 f. 51 - 52 - 52v] |
![]() |
232 Hove Johannes Leonardi Gosuinis van den, rk gedoopt op 12 nov. 1623 in Oisterwijk, zoon van Leonardus Gosuini en Anthonia - Oisterwijk Inv. 2 Doopboek 1612-1627 f. 64 |
| 18-04-1662 | Tilburg | [bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 79 f. 40v] |
| 16-01-1654 | Samenvatting: ---------------- De erfgenamen van Leendert Goossen van den Hove en Antonisken Jan Stevens doen afstand van een hooij- en weiland van 2 morgen groot in Baardwijk, ten gunste van Adriaen Gerit Cornelissen Couwenberch op 16 januari 1654. Zoon Goossen is present, ook namens zijn broers en zussen, zijn stiefvader Willem Eelants van Spaendonck, op basis van een procuratie, afgegeven op 6 mei 1653 door de schepenen van Venloon. Toelichting: ------------ Wie is de begunstigde, heeft hij iets te maken te maken met de familie? Adriaen Gerit van de Couwenberch is de 2e man van Lijsbeth Jan Cornelis Oerlemans. Lijsbeth is een zus van Jan Jan Oerlemans, getrouwd met Agneesken van den Hoven. Waarom de familie afstand doet, waarom ze hem dit gunnen, weet ik niet. Over het stuk land: Met een grootte van 2 morgens. De Bossche morgen was 9930 m2, dus bijna een hectare. Weet niet zeker of in Baardwijk ook met deze maateenheid gerekend is. Maar wel een behoorlijk stuk land. De locatie van het hooi of weiland: over de Hoogeindse Wetering, tussen de Fra Camp en land van het convent van de Doncq, vanaf de Hoogeindse Wetering tot aan de Hool Graeve toe. Helaas ben ik te weinig bekend met Baardwijk. De kaart van Baardwijk van 1866 geeft mij geen aanknopingspunten. Transcriptie: --------------- Compareerde voor de ondergeschreven Schepenen der Heerlicheijt van Baardwijck, Goossen Lenaertsen van Hooff, woonende binnen de jurisdictie der heerlicheijt van Venloon, dat men noempt Loon op Zant, soo voor hemselve, als mede voor soovele des noot sij last ende procuratie hebbende van Willem Eelants van Spaendonck, naegelaten weduwer wijlen Antonisken Jan Stevens dochtere, die voortijts huijsvrouwe was van wijlen Lenaert Goossens van den Hove, .. gedaen van Steven, ende Jan, gebroeders, zonen wijlen Lenaert ende Antonisken voorgenoempt, oock van Jan Janssen Oerlemans, als man ende momboir van Agneesken (van den Hove), sijn huijsvrouwe, ende Meerten joosten van Cuyck, als man ende momboir van Maeijken de jonge, sijnen huysvrouwe, gesusteren, dochteren des voorsegden wijle Lenaerts ende Antonisken, mede van Wouter Laureijssen, naegelaten weduwer wijen Maeijken de Oude, oock dochtere des voorschreven Lenaerts ende Antonisken, soo in dien qualiteijt voor hen selven, als mede hen fort ende sterckmaeckende voor sijne vijf onmondige kinderen, bij hem ende de voorschreven wijlen Maeijken de Oude tesaemen verweckt, ende van de voorschreven Steven Lenaerts van den Hove ende Gijsbrecht Hendricxsen, als wittige momboir van de onmondige kinde van wijlen Lijsken, insgelijcken, dochtere des meergenoemden wijlen Lenaerts ende Antonisken, verweckt bij Hendrick Hendrick Hendricxen, int bij wesen ende overstaen van den selven Hendrick, vader van desselven onmondige kinde, ende oock dieselve Hendrick als naegelaten weduwer van de voorschreven wijlen Lijsken voor hemselven, wesende dieselve procuratie voor Peeter Corstiaenssen ende Cornelis Claessen Bastaers, Schepenen in Venloon gepasseert, ende door Koomans in absentie van de Secretaris als Substituyt gestipuleert, in date den sesten meij des voorleden Jaers 1653, ons schepenen behoorlijcke geteeckent, ende besegelt gebleken, ende heeft in dier qualiteijt wettelijck vetegen, bij maniere van pe..tatie ende erfmangelinge, sulcx hij doet bij desen op seecker stuck hoy ofte weijlants, twee morgen of daeromtrent groot sijnde, gelegen onder de voorsegde van Baerdwijck over de Hoocheijntse Weteringe, tusschen den fra camp (?) aende oistenzijde, ende de erfenisse van t convent van de Doncq aen de westenzijde, streckende van de voorsegde weteringe af noortwaert op totten hool graeve toe, met alle dijcke, tuyen, sloot, maese ende weteringe, schouwen ende nabuerlijcke rechten daertoe ende over naer costume locael behooren, ende op alsulcke brieven ende voorwaerden als daer egeen recht aen te behouden, of te vermeten in eniger manieren, soo geloofden den voorsegden comparant, dese voorschreven erfenisse te vrijen gewaeren, nae de Rechte van de Lande, als een vrij, eijgen erve ende een volboden, op generael verbant daersijns comparants persoon ende goederen, roerende ende onroerende, hebbende ende vercrijgende, soo in Hollant, Brabant als allonium elders gelegen, subjecten, dieselve alle Rechten ende Rechteren om ofter naemales eenige pachten, renten, chijnssen, of andere calangien op quamen, bij den voornoemden Adriaen sone wijlen Gerit Cornelissen Couwenberch in sulcken gevalle sijn guarand t’allertijt voor hem ende sijne naecomelingen daerachter verhaelen, als sijnde vrij lant, uijtgenomen Dorps loop ende Commer ende Verpondinge, die vandaer deses af voorthaen sullen blijven tot laste van den voorsegden Adriaen sone wijlen Gerit Cornelissen Couwenberch, allen sonder arch oft list ende in oirconde dese bij Schepenen van Baerdwijk. Onderteeckent desen 16e Januari 1654, Cornelis Peeterssen Joost Janssen Kouenberch getaxeert bij Schouth ende Gerechten op 450 f. (florijnen, guldens) 11 gulden - 5 stuijvers (40e penning) |
[bron: Baardwijk - Dorpsbestuur 1652-1667 Inv. 144 akte 47 f. 28v-29r scan 32] |
| 21-03-1652 | Willem Eelants van Spaendonck, weduwnaar van Anthonisken Jan Stevens, sluit een overeenkomst met betrekking tot goederen met Steven, Goossen en Jan, Jan Jan Cornelis Oirlemans, gehuwd met Agneesken, Marten Joosten van Cuijck, gehuwd met Maijken de oude, Wouter Laureijssen, gehuwd met Maijken de jonge, en genoemde Steven met Ghijsbert Hendricxssen als voogden over de onmondige kinderen van Hendrick Hendricxssen en wijlen Lijsken, allen zonen endochters van Lenaert Goossens van den Hove en genoemde Anthonisken. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 74 f. 39 en 40] |
| van 04-05-1653 tot 22-03-1675 | Goossen Lenaertssen van den Hove bekent schuldig te zijn aan Wouter Laureijssen ten behoeve van diens vijf onmondige kinderen bij wijlen Maijke de oude, dochter van Lenaert Goossens van den Hove, een bedrag van 80 gulden. Uit de aantekening in de marge blijkt dat de schuld op 22-3-1675 voor 3/5 deel bij Aert Wouter Laureijssen, Peter Elias Jans, gehuwd met Anna Wouter Laureijssen, en Peterken, weduwe van Laureijs Wouters, ingelost is. 6-5-1653 Folio 51 Goossen Lenaertssen van den Hove bekent schuldig te zijn aan Jan Lenaerts van den Hove een bedrag van 80 gulden. 6-5-1653 Folio 51v Goossen Lenaertssen van den Hove bekent schuldig te zijn aan Steven Lenaerts van den Hove en Ghijsbrecht Hendricxssen, als voogden over de onmondige kinderen van Hendrick Hendricxssen en Lijsken Lenaerts van den Hove, een bedrag van 60 gulden. Uit de aantekening in de marge blijkt dat de schuld op 13-12-1674 ingelost is. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 75 f. 51v] | ||
| 28-03-1661 | Jan Claes Jan Claessen bekent schuldig te zijn aan Jan Lenaert Goossens van den Hove, wonende te Tilburg een bedrag van 150 gulden. Uit de aantekening in de marge blijkt dat de schuld op 7-4-1683 ingelost is. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 78 f. 102] | ||
| 18-04-1662 | Jan Adriaenssen van Oisterhout, wonende op de Efteling, bekent schuldig te zijn aan Jan Lenaertssen van den Hove, wonende te Tilburg, een bedrag van 50 gulden. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 79 f. 40v] | ||
| 27-03-1669 | Jan Adriaen van Oosterhoudt bekent schuldig te zijn aan Maria, weduwe van Jan Lenderts van den Hove, een bedrag van 50 gulden. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 80 f 20v] |
| van 11-04-1652 tot 20-10-1652 | Folio 51 1. Steven, 2. mr Dierck Coomans, als gevolmachtigde van Goosen Lenaert van den Hove, 3. Maria Hendricxssen, gehuwd met Jan Lenaerts, 4. Jan Janssen Oirlemans, gehuwd met Agneesken, 5. Wouter Laureijssen, gehuwd met Maijken de oude, 6. Marten Joosten van Cuijck, gehuwd met Maijken de jonge, 7. genoemde Steven en Ghijsbert Hendricxssen, als voogden over de onmondige kinderen van Hendrick Hendricxssen en Lijsken, allen kinderen van Lenaert Goossens van den Hoove en Anthonisken Jan Stevens, transporteren goederen aan Cornelis Janssen de Lepper. 11-4-1652 Folio 52 Cornelis Janssen Lepper bekent schuldig te zijn aan de kinderen van Lenaert Goosens van den Hove en Anthonisken Jan Stevens een bedrag van 83 gulden en 12 stuivers terzake van een transport op heden. Uit de aantekening in de marge blijkt dat de schuld op 20-10-1652 ingelost is. 11-4-1652 Folio 52v 1. Steven en Jan, 2. mr Dierck Coomans, als gevolmachtigde van Goosen Lenaert van den Hove, 3. Maria Hendricxssen, gehuwd met Jan Lenaerts, 4. Jan Janssen Oirlemans, gehuwd met Agneesken, 5. Wouter Laureijssen, gehuwd met Maijken de oude, 6. Marten Joosten van Cuijck, gehuwd met Maijken de jonge, 7. genoemde Steven en Ghijsbert Hendricxssen, als voogden over de onmondige kinderen van Hendrick Hendricxssen en Lijsken, allen kinderen van Lenaert Goossens van den Hoove en Anthonisken Jan Stevens, transporteren goederen aan Wouter Jan Wouterssen, wonende te Berkel. 11-4-1652 |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 74 f. 51 - 52 - 52v] |
| 18-04-1662 | Tilburg | [bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 79 f. 40v] |
| 18-04-1662 | Jan Adriaenssen van Oisterhout, wonende op de Efteling, bekent schuldig te zijn aan Jan Lenaertssen van den Hove, wonende te Tilburg, een bedrag van 50 gulden. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 79 f. 40v] | ||
| 27-03-1669 | Jan Adriaen van Oosterhoudt bekent schuldig te zijn aan Maria, weduwe van Jan Lenderts van den Hove, een bedrag van 50 gulden. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 80 f 20v] |
![]() |
233 Hove Elisabeth Leonardi van den, rk gedoopt op 7 febr. 1627 in Loon op Zand, dochter van Leonardus - Loon op Zand - Inv. 2 RK Doopboek 1624-1648 blad 9v |
| 16-01-1654 | Samenvatting: ---------------- De erfgenamen van Leendert Goossen van den Hove en Antonisken Jan Stevens doen afstand van een hooij- en weiland van 2 morgen groot in Baardwijk, ten gunste van Adriaen Gerit Cornelissen Couwenberch op 16 januari 1654. Zoon Goossen is present, ook namens zijn broers en zussen, zijn stiefvader Willem Eelants van Spaendonck, op basis van een procuratie, afgegeven op 6 mei 1653 door de schepenen van Venloon. Toelichting: ------------ Wie is de begunstigde, heeft hij iets te maken te maken met de familie? Adriaen Gerit van de Couwenberch is de 2e man van Lijsbeth Jan Cornelis Oerlemans. Lijsbeth is een zus van Jan Jan Oerlemans, getrouwd met Agneesken van den Hoven. Waarom de familie afstand doet, waarom ze hem dit gunnen, weet ik niet. Over het stuk land: Met een grootte van 2 morgens. De Bossche morgen was 9930 m2, dus bijna een hectare. Weet niet zeker of in Baardwijk ook met deze maateenheid gerekend is. Maar wel een behoorlijk stuk land. De locatie van het hooi of weiland: over de Hoogeindse Wetering, tussen de Fra Camp en land van het convent van de Doncq, vanaf de Hoogeindse Wetering tot aan de Hool Graeve toe. Helaas ben ik te weinig bekend met Baardwijk. De kaart van Baardwijk van 1866 geeft mij geen aanknopingspunten. Transcriptie: --------------- Compareerde voor de ondergeschreven Schepenen der Heerlicheijt van Baardwijck, Goossen Lenaertsen van Hooff, woonende binnen de jurisdictie der heerlicheijt van Venloon, dat men noempt Loon op Zant, soo voor hemselve, als mede voor soovele des noot sij last ende procuratie hebbende van Willem Eelants van Spaendonck, naegelaten weduwer wijlen Antonisken Jan Stevens dochtere, die voortijts huijsvrouwe was van wijlen Lenaert Goossens van den Hove, .. gedaen van Steven, ende Jan, gebroeders, zonen wijlen Lenaert ende Antonisken voorgenoempt, oock van Jan Janssen Oerlemans, als man ende momboir van Agneesken (van den Hove), sijn huijsvrouwe, ende Meerten joosten van Cuyck, als man ende momboir van Maeijken de jonge, sijnen huysvrouwe, gesusteren, dochteren des voorsegden wijle Lenaerts ende Antonisken, mede van Wouter Laureijssen, naegelaten weduwer wijen Maeijken de Oude, oock dochtere des voorschreven Lenaerts ende Antonisken, soo in dien qualiteijt voor hen selven, als mede hen fort ende sterckmaeckende voor sijne vijf onmondige kinderen, bij hem ende de voorschreven wijlen Maeijken de Oude tesaemen verweckt, ende van de voorschreven Steven Lenaerts van den Hove ende Gijsbrecht Hendricxsen, als wittige momboir van de onmondige kinde van wijlen Lijsken, insgelijcken, dochtere des meergenoemden wijlen Lenaerts ende Antonisken, verweckt bij Hendrick Hendrick Hendricxen, int bij wesen ende overstaen van den selven Hendrick, vader van desselven onmondige kinde, ende oock dieselve Hendrick als naegelaten weduwer van de voorschreven wijlen Lijsken voor hemselven, wesende dieselve procuratie voor Peeter Corstiaenssen ende Cornelis Claessen Bastaers, Schepenen in Venloon gepasseert, ende door Koomans in absentie van de Secretaris als Substituyt gestipuleert, in date den sesten meij des voorleden Jaers 1653, ons schepenen behoorlijcke geteeckent, ende besegelt gebleken, ende heeft in dier qualiteijt wettelijck vetegen, bij maniere van pe..tatie ende erfmangelinge, sulcx hij doet bij desen op seecker stuck hoy ofte weijlants, twee morgen of daeromtrent groot sijnde, gelegen onder de voorsegde van Baerdwijck over de Hoocheijntse Weteringe, tusschen den fra camp (?) aende oistenzijde, ende de erfenisse van t convent van de Doncq aen de westenzijde, streckende van de voorsegde weteringe af noortwaert op totten hool graeve toe, met alle dijcke, tuyen, sloot, maese ende weteringe, schouwen ende nabuerlijcke rechten daertoe ende over naer costume locael behooren, ende op alsulcke brieven ende voorwaerden als daer egeen recht aen te behouden, of te vermeten in eniger manieren, soo geloofden den voorsegden comparant, dese voorschreven erfenisse te vrijen gewaeren, nae de Rechte van de Lande, als een vrij, eijgen erve ende een volboden, op generael verbant daersijns comparants persoon ende goederen, roerende ende onroerende, hebbende ende vercrijgende, soo in Hollant, Brabant als allonium elders gelegen, subjecten, dieselve alle Rechten ende Rechteren om ofter naemales eenige pachten, renten, chijnssen, of andere calangien op quamen, bij den voornoemden Adriaen sone wijlen Gerit Cornelissen Couwenberch in sulcken gevalle sijn guarand t’allertijt voor hem ende sijne naecomelingen daerachter verhaelen, als sijnde vrij lant, uijtgenomen Dorps loop ende Commer ende Verpondinge, die vandaer deses af voorthaen sullen blijven tot laste van den voorsegden Adriaen sone wijlen Gerit Cornelissen Couwenberch, allen sonder arch oft list ende in oirconde dese bij Schepenen van Baerdwijk. Onderteeckent desen 16e Januari 1654, Cornelis Peeterssen Joost Janssen Kouenberch getaxeert bij Schouth ende Gerechten op 450 f. (florijnen, guldens) 11 gulden - 5 stuijvers (40e penning) |
[bron: Baardwijk - Dorpsbestuur 1652-1667 Inv. 144 akte 47 f. 28v-29r scan 32] |
| 21-03-1652 | Willem Eelants van Spaendonck, weduwnaar van Anthonisken Jan Stevens, sluit een overeenkomst met betrekking tot goederen met Steven, Goossen en Jan, Jan Jan Cornelis Oirlemans, gehuwd met Agneesken, Marten Joosten van Cuijck, gehuwd met Maijken de oude, Wouter Laureijssen, gehuwd met Maijken de jonge, en genoemde Steven met Ghijsbert Hendricxssen als voogden over de onmondige kinderen van Hendrick Hendricxssen en wijlen Lijsken, allen zonen endochters van Lenaert Goossens van den Hove en genoemde Anthonisken. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 74 f. 39 en 40] |
| 23-03-1676 | Henrick Henricx Verhoeven, weduwnaar van Elisabeth Leendert van den Hove, heeft twee zonen: Henrick de oude (overleden) en Henrick de jonge, en wil opnieuw gaan trouwen met Elisabeth Janse Snoeck. Henrick Henricx Verhoeven en Elisabeth Janse Snoeck sluiten een overeenkomst met Steven Lenderts van den Hove en Gijsbert Hendricx Verhoeven, als voogden over Hendrick Hendricx Verhoeven de jonge. In de akte hierna: Hendrick, zoon van Hendrick Hendricx Verhoeve en Elisabeth Leenderts van den Hove, ontslaat zijn voogden Steven Leenderts van den Hove en Gijsbert Hendricx Verhoeven van hun verplichtingen. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 82 f. 10v] |
| van 04-05-1653 tot 22-03-1675 | Goossen Lenaertssen van den Hove bekent schuldig te zijn aan Wouter Laureijssen ten behoeve van diens vijf onmondige kinderen bij wijlen Maijke de oude, dochter van Lenaert Goossens van den Hove, een bedrag van 80 gulden. Uit de aantekening in de marge blijkt dat de schuld op 22-3-1675 voor 3/5 deel bij Aert Wouter Laureijssen, Peter Elias Jans, gehuwd met Anna Wouter Laureijssen, en Peterken, weduwe van Laureijs Wouters, ingelost is. 6-5-1653 Folio 51 Goossen Lenaertssen van den Hove bekent schuldig te zijn aan Jan Lenaerts van den Hove een bedrag van 80 gulden. 6-5-1653 Folio 51v Goossen Lenaertssen van den Hove bekent schuldig te zijn aan Steven Lenaerts van den Hove en Ghijsbrecht Hendricxssen, als voogden over de onmondige kinderen van Hendrick Hendricxssen en Lijsken Lenaerts van den Hove, een bedrag van 60 gulden. Uit de aantekening in de marge blijkt dat de schuld op 13-12-1674 ingelost is. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 75 f. 51v] |
| van 11-04-1652 tot 20-10-1652 | Folio 51 1. Steven, 2. mr Dierck Coomans, als gevolmachtigde van Goosen Lenaert van den Hove, 3. Maria Hendricxssen, gehuwd met Jan Lenaerts, 4. Jan Janssen Oirlemans, gehuwd met Agneesken, 5. Wouter Laureijssen, gehuwd met Maijken de oude, 6. Marten Joosten van Cuijck, gehuwd met Maijken de jonge, 7. genoemde Steven en Ghijsbert Hendricxssen, als voogden over de onmondige kinderen van Hendrick Hendricxssen en Lijsken, allen kinderen van Lenaert Goossens van den Hoove en Anthonisken Jan Stevens, transporteren goederen aan Cornelis Janssen de Lepper. 11-4-1652 Folio 52 Cornelis Janssen Lepper bekent schuldig te zijn aan de kinderen van Lenaert Goosens van den Hove en Anthonisken Jan Stevens een bedrag van 83 gulden en 12 stuivers terzake van een transport op heden. Uit de aantekening in de marge blijkt dat de schuld op 20-10-1652 ingelost is. 11-4-1652 Folio 52v 1. Steven en Jan, 2. mr Dierck Coomans, als gevolmachtigde van Goosen Lenaert van den Hove, 3. Maria Hendricxssen, gehuwd met Jan Lenaerts, 4. Jan Janssen Oirlemans, gehuwd met Agneesken, 5. Wouter Laureijssen, gehuwd met Maijken de oude, 6. Marten Joosten van Cuijck, gehuwd met Maijken de jonge, 7. genoemde Steven en Ghijsbert Hendricxssen, als voogden over de onmondige kinderen van Hendrick Hendricxssen en Lijsken, allen kinderen van Lenaert Goossens van den Hoove en Anthonisken Jan Stevens, transporteren goederen aan Wouter Jan Wouterssen, wonende te Berkel. 11-4-1652 |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 74 f. 51 - 52 - 52v] |
| 23-03-1676 | Henrick Henricx Verhoeven, weduwnaar van Elisabeth Leendert van den Hove, heeft twee zonen: Henrick de oude (overleden) en Henrick de jonge, en wil opnieuw gaan trouwen met Elisabeth Janse Snoeck. Henrick Henricx Verhoeven en Elisabeth Janse Snoeck sluiten een overeenkomst met Steven Lenderts van den Hove en Gijsbert Hendricx Verhoeven, als voogden over Hendrick Hendricx Verhoeven de jonge. In de akte hierna: Hendrick, zoon van Hendrick Hendricx Verhoeve en Elisabeth Leenderts van den Hove, ontslaat zijn voogden Steven Leenderts van den Hove en Gijsbert Hendricx Verhoeven van hun verplichtingen. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 82 f. 10v] |
![]() |
234 Hove Maria Leonardi van den, doet onderrouwt voor de rk kerk met Valerius Laurentii op 13 jan. 1635 en trouwt op 4 febr. 1635 - oon op Zand - inv. 2 Trouwboek 1624-1651 f. 134v |
| 16-01-1654 | Samenvatting: ---------------- De erfgenamen van Leendert Goossen van den Hove en Antonisken Jan Stevens doen afstand van een hooij- en weiland van 2 morgen groot in Baardwijk, ten gunste van Adriaen Gerit Cornelissen Couwenberch op 16 januari 1654. Zoon Goossen is present, ook namens zijn broers en zussen, zijn stiefvader Willem Eelants van Spaendonck, op basis van een procuratie, afgegeven op 6 mei 1653 door de schepenen van Venloon. Toelichting: ------------ Wie is de begunstigde, heeft hij iets te maken te maken met de familie? Adriaen Gerit van de Couwenberch is de 2e man van Lijsbeth Jan Cornelis Oerlemans. Lijsbeth is een zus van Jan Jan Oerlemans, getrouwd met Agneesken van den Hoven. Waarom de familie afstand doet, waarom ze hem dit gunnen, weet ik niet. Over het stuk land: Met een grootte van 2 morgens. De Bossche morgen was 9930 m2, dus bijna een hectare. Weet niet zeker of in Baardwijk ook met deze maateenheid gerekend is. Maar wel een behoorlijk stuk land. De locatie van het hooi of weiland: over de Hoogeindse Wetering, tussen de Fra Camp en land van het convent van de Doncq, vanaf de Hoogeindse Wetering tot aan de Hool Graeve toe. Helaas ben ik te weinig bekend met Baardwijk. De kaart van Baardwijk van 1866 geeft mij geen aanknopingspunten. Transcriptie: --------------- Compareerde voor de ondergeschreven Schepenen der Heerlicheijt van Baardwijck, Goossen Lenaertsen van Hooff, woonende binnen de jurisdictie der heerlicheijt van Venloon, dat men noempt Loon op Zant, soo voor hemselve, als mede voor soovele des noot sij last ende procuratie hebbende van Willem Eelants van Spaendonck, naegelaten weduwer wijlen Antonisken Jan Stevens dochtere, die voortijts huijsvrouwe was van wijlen Lenaert Goossens van den Hove, .. gedaen van Steven, ende Jan, gebroeders, zonen wijlen Lenaert ende Antonisken voorgenoempt, oock van Jan Janssen Oerlemans, als man ende momboir van Agneesken (van den Hove), sijn huijsvrouwe, ende Meerten joosten van Cuyck, als man ende momboir van Maeijken de jonge, sijnen huysvrouwe, gesusteren, dochteren des voorsegden wijle Lenaerts ende Antonisken, mede van Wouter Laureijssen, naegelaten weduwer wijen Maeijken de Oude, oock dochtere des voorschreven Lenaerts ende Antonisken, soo in dien qualiteijt voor hen selven, als mede hen fort ende sterckmaeckende voor sijne vijf onmondige kinderen, bij hem ende de voorschreven wijlen Maeijken de Oude tesaemen verweckt, ende van de voorschreven Steven Lenaerts van den Hove ende Gijsbrecht Hendricxsen, als wittige momboir van de onmondige kinde van wijlen Lijsken, insgelijcken, dochtere des meergenoemden wijlen Lenaerts ende Antonisken, verweckt bij Hendrick Hendrick Hendricxen, int bij wesen ende overstaen van den selven Hendrick, vader van desselven onmondige kinde, ende oock dieselve Hendrick als naegelaten weduwer van de voorschreven wijlen Lijsken voor hemselven, wesende dieselve procuratie voor Peeter Corstiaenssen ende Cornelis Claessen Bastaers, Schepenen in Venloon gepasseert, ende door Koomans in absentie van de Secretaris als Substituyt gestipuleert, in date den sesten meij des voorleden Jaers 1653, ons schepenen behoorlijcke geteeckent, ende besegelt gebleken, ende heeft in dier qualiteijt wettelijck vetegen, bij maniere van pe..tatie ende erfmangelinge, sulcx hij doet bij desen op seecker stuck hoy ofte weijlants, twee morgen of daeromtrent groot sijnde, gelegen onder de voorsegde van Baerdwijck over de Hoocheijntse Weteringe, tusschen den fra camp (?) aende oistenzijde, ende de erfenisse van t convent van de Doncq aen de westenzijde, streckende van de voorsegde weteringe af noortwaert op totten hool graeve toe, met alle dijcke, tuyen, sloot, maese ende weteringe, schouwen ende nabuerlijcke rechten daertoe ende over naer costume locael behooren, ende op alsulcke brieven ende voorwaerden als daer egeen recht aen te behouden, of te vermeten in eniger manieren, soo geloofden den voorsegden comparant, dese voorschreven erfenisse te vrijen gewaeren, nae de Rechte van de Lande, als een vrij, eijgen erve ende een volboden, op generael verbant daersijns comparants persoon ende goederen, roerende ende onroerende, hebbende ende vercrijgende, soo in Hollant, Brabant als allonium elders gelegen, subjecten, dieselve alle Rechten ende Rechteren om ofter naemales eenige pachten, renten, chijnssen, of andere calangien op quamen, bij den voornoemden Adriaen sone wijlen Gerit Cornelissen Couwenberch in sulcken gevalle sijn guarand t’allertijt voor hem ende sijne naecomelingen daerachter verhaelen, als sijnde vrij lant, uijtgenomen Dorps loop ende Commer ende Verpondinge, die vandaer deses af voorthaen sullen blijven tot laste van den voorsegden Adriaen sone wijlen Gerit Cornelissen Couwenberch, allen sonder arch oft list ende in oirconde dese bij Schepenen van Baerdwijk. Onderteeckent desen 16e Januari 1654, Cornelis Peeterssen Joost Janssen Kouenberch getaxeert bij Schouth ende Gerechten op 450 f. (florijnen, guldens) 11 gulden - 5 stuijvers (40e penning) |
[bron: Baardwijk - Dorpsbestuur 1652-1667 Inv. 144 akte 47 f. 28v-29r scan 32] |
| 21-03-1652 | Willem Eelants van Spaendonck, weduwnaar van Anthonisken Jan Stevens, sluit een overeenkomst met betrekking tot goederen met Steven, Goossen en Jan, Jan Jan Cornelis Oirlemans, gehuwd met Agneesken, Marten Joosten van Cuijck, gehuwd met Maijken de oude, Wouter Laureijssen, gehuwd met Maijken de jonge, en genoemde Steven met Ghijsbert Hendricxssen als voogden over de onmondige kinderen van Hendrick Hendricxssen en wijlen Lijsken, allen zonen endochters van Lenaert Goossens van den Hove en genoemde Anthonisken. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 74 f. 39 en 40] | ||
| 14-02-1670 | 1. Loureijs, 2. Lendert, 3. Cornelis Gerit Colen gehuwd met Elisabet, 4. Peter Elias gehuwd met Anna, allen kinderen van Wouter Loureijs en Maria Lenderts van den Hove, 5. Jan Loureijs en Hendrick Hendricxs als voogden over Aerdt, onmondige zoon van genoemde Wouter en Maria, maken een boedelscheiding. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 81 f. 6v en inv 80 f.40] |
| van 04-05-1653 tot 22-03-1675 | Goossen Lenaertssen van den Hove bekent schuldig te zijn aan Wouter Laureijssen ten behoeve van diens vijf onmondige kinderen bij wijlen Maijke de oude, dochter van Lenaert Goossens van den Hove, een bedrag van 80 gulden. Uit de aantekening in de marge blijkt dat de schuld op 22-3-1675 voor 3/5 deel bij Aert Wouter Laureijssen, Peter Elias Jans, gehuwd met Anna Wouter Laureijssen, en Peterken, weduwe van Laureijs Wouters, ingelost is. 6-5-1653 Folio 51 Goossen Lenaertssen van den Hove bekent schuldig te zijn aan Jan Lenaerts van den Hove een bedrag van 80 gulden. 6-5-1653 Folio 51v Goossen Lenaertssen van den Hove bekent schuldig te zijn aan Steven Lenaerts van den Hove en Ghijsbrecht Hendricxssen, als voogden over de onmondige kinderen van Hendrick Hendricxssen en Lijsken Lenaerts van den Hove, een bedrag van 60 gulden. Uit de aantekening in de marge blijkt dat de schuld op 13-12-1674 ingelost is. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 75 f. 51v] |
| van 11-04-1652 tot 20-10-1652 | Folio 51 1. Steven, 2. mr Dierck Coomans, als gevolmachtigde van Goosen Lenaert van den Hove, 3. Maria Hendricxssen, gehuwd met Jan Lenaerts, 4. Jan Janssen Oirlemans, gehuwd met Agneesken, 5. Wouter Laureijssen, gehuwd met Maijken de oude, 6. Marten Joosten van Cuijck, gehuwd met Maijken de jonge, 7. genoemde Steven en Ghijsbert Hendricxssen, als voogden over de onmondige kinderen van Hendrick Hendricxssen en Lijsken, allen kinderen van Lenaert Goossens van den Hoove en Anthonisken Jan Stevens, transporteren goederen aan Cornelis Janssen de Lepper. 11-4-1652 Folio 52 Cornelis Janssen Lepper bekent schuldig te zijn aan de kinderen van Lenaert Goosens van den Hove en Anthonisken Jan Stevens een bedrag van 83 gulden en 12 stuivers terzake van een transport op heden. Uit de aantekening in de marge blijkt dat de schuld op 20-10-1652 ingelost is. 11-4-1652 Folio 52v 1. Steven en Jan, 2. mr Dierck Coomans, als gevolmachtigde van Goosen Lenaert van den Hove, 3. Maria Hendricxssen, gehuwd met Jan Lenaerts, 4. Jan Janssen Oirlemans, gehuwd met Agneesken, 5. Wouter Laureijssen, gehuwd met Maijken de oude, 6. Marten Joosten van Cuijck, gehuwd met Maijken de jonge, 7. genoemde Steven en Ghijsbert Hendricxssen, als voogden over de onmondige kinderen van Hendrick Hendricxssen en Lijsken, allen kinderen van Lenaert Goossens van den Hoove en Anthonisken Jan Stevens, transporteren goederen aan Wouter Jan Wouterssen, wonende te Berkel. 11-4-1652 |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 74 f. 51 - 52 - 52v] |
| 14-02-1670 | 1. Loureijs, 2. Lendert, 3. Cornelis Gerit Colen gehuwd met Elisabet, 4. Peter Elias gehuwd met Anna, allen kinderen van Wouter Loureijs en Maria Lenderts van den Hove, 5. Jan Loureijs en Hendrick Hendricxs als voogden over Aerdt, onmondige zoon van genoemde Wouter en Maria, maken een boedelscheiding. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 81 f. 6v en inv 80 f.40] |
![]() |
235 Schalcke Walterus Adriani, en Aleidis Petri trouwen op 8 februari 1622 in Loon op Zand |
![]() |
236 Breda Peeter Thomas Joosten van, en Cathalijn Adriaen Vissers gaan voor de schepenbank in ondertrouw in Oisterwijk op 19 april 1653, en trouwen op 8 mei 1653 |
| 15-01-1689 | getuige ondertrouw Cornelius Peters van Breda (ovl. vóór 1697) en Anna Maria Lombaerts [zie 1021] | [broer bruidegom] | [bron: Inv.nr. 12 - Oisterwijk, Haaren en Udenhout - trouwboek 1648-1669 , 1673-1683, lidmatenlijst 1648-1717, trouwboek 1683-1695 en doopboek 1648-1654, 1659, 1673-1697, 1704 (nederduits-gereformeerde gemeente), archiefnummer 867, Doop-, trouw- en begraafboeken Oisterwijk 1597-1810, inventarisnummer 12, blad 117] |
![]() |
237 Breda Ariaen Peter Thomas van, en Mechtidis Jacob van Venroij trouwen voor de rk kerk in Oisterwijk op 6 september 1682 |
![]() |
238 Andriessen Godefridus, en Adriana Willems trouwen in Moergestel voor de rk kerk op 20 november 1646, met als getuigen Walterus Andriessen en Nicolaus Henricx |
| 02-06-1687 | getuige doop [waarschijnlijk] Adriaantje van den Boer (1687-1766) [zie 511] | [grootvader moederszijde] | [bron: nv.nr. 04 - Oisterwijk - doopboek 1658-1663, 1684-1690 en trouwboek 1659-1663 en 1689-1690 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 867, Doop-, trouw- en begraafboeken Oisterwijk 1597-1810, inventarisnummer 4, blad 44] |
![]() |
239 Vessem Godefridi van, zijn weduwe Adriana is overleden in Moergestel op 16 mei 1707 |
| 16-05-1707 | Heesden, Moergestel (In het begraafboek komt vaak achter de overledene een aanduiding van een wijk, zoals Heijkant, Stocksken, Hilt, Broekzij, Op de Hoef,, en zo ook Heesden.) | [bron: Inv.nr. 06 - Moergestel - register van begravenen 1679-1711 (nederduits-gereformeerde gemeente), archiefnummer 866, Doop-, trouw- en begraafboeken Moergestel 1616-1810, inventarisnummer 6, blad 35v] |
![]() |
240 Driessen Adriana Godefridi, rk gedoopt op 30 augustus 1647 in Moergestel, dochter van Godefridus Driessen en Adriana Peeters, met doopgetuigen Petrus Huijbechts en Maria Willems |
![]() |
241 Andrei Andreas Godefridus, rk gedoopt op 26 februari 1655 in Moergestel, zoon van Godefridus Andrei en Adriana Willems, met doopgetuigen Judocus Guilhelmi en Anna Godefridi |
![]() |
242 Driessen Petrus Godefridi, rk gedoopt in Moergestel op 1 maart 1659, zoon van Godefridi Driessen en Adriana Godefridi, met getuigen Geert Peters en Jenneken Janssen |
| 17-08-1684 | getuige doop Gasper van den Boer (geb. 1684) [zie 1022,III] | [oom moederszijde] | [bron: nv.nr. 06 - Oisterwijk - doopboek 1674-1689 en trouwboek 1674-1689 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 867, Doop-, trouw- en begraafboeken Oisterwijk 1597-1810, inventarisnummer 6, blad 92; nv.nr. 04 - Oisterwijk - doopboek 1658-1663, 1684-1690 en trouwboek 1659-1663 en 1689-1690 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 867, Doop-, trouw- en begraafboeken Oisterwijk 1597-1810, inventarisnummer 4, blad 25] | |||
| 12-02-1685 | getuige doop Adamus van Eersel (geb. 1685) | [oom moederszijde] | [bron: nv.nr. 01 - Moergestel - doopboek 1626-1706, trouwboek 1631-1649, 1663-1706 en aantekeningen van begraven 1631-1649 en 1668-1706 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 866, Doop-, trouw- en begraafboeken Moergestel 1616-1810, inventarisnummer 1, blad 115] | |||
| 29-10-1710 | getuige doop Cornelia Maria Dionisij van Vessem (1710-1719) | [bron: Inv.nr. 02 - Moergestel - doopboek 1706-1762, trouwboek 1707-1762 en aantekeningen van begraven 1706-1762 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 866, Doop-, trouw- en begraafboeken Moergestel 1616-1810, inventarisnummer 2, blad 6v] | ||||
| 12-08-1713 | getuige doop Adriana van Vessem (geb. 1713) | [oom vaderszijde] | [bron: Inv.nr. 03 - Diessen - doopboek 1650-1714, trouwboek 1652-1714 en aantekeningen van overlijden 1678-1714 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 277, Doop-, trouw- en begraafboeken Diessen 1600-1810, inventarisnummer 3, blad 67] |
![]() |
245 Vessum Petrus Godefridi van, in Moergestel rk gedoopt op 20 december 1665, zoon van Godefridi Driessen en Adriana Willems, met doopgetuigen Nicolaus Stapels en Maria Gerit Jansen |
| 18-11-1679 | getuige doop Joanna van den Boer (geb. 1679) [zie 1022,I] | [tante moederszijde] | [bron: nv.nr. 06 - Oisterwijk - doopboek 1674-1689 en trouwboek 1674-1689 (rooms-katholieke parochie), archiefnummer 867, Doop-, trouw- en begraafboeken Oisterwijk 1597-1810, inventarisnummer 6, blad 49v] |
![]() |
248 Oirlemans Lijsken, Adriaenken, Claesken en Cornelis verkopen een hoeve en 2 akkers op de Meulenstraat bij de oude kerk op 6 januari 1568 - Loon op Zand - Schepenbank Inv. 58 f. 437r sc 43 |
| 15-10-1623 | Vaertkant, Loon op Zand (In de akte van deling hieronder zijn Cornelis Cornelis Oerlmans, Dirck Cornelis Oerlmans en Cornelis Cornelis de jonge genoemd, als hebbende grond grenzend aan te verdelen percelen. RAT. Loon op Zand. R 63 f 169v/170r d.d. 15-10-1623. Gerit Rob Geritsse ende Heijltke sijne suster cum tutore hebben bekent onderlinge aengegaen ende gemaect te hebben sceijdinge ende deijlinge van de goederen hen lieden van hennen ouders aenbestorven. Overmits welcke erffsceidinge ende deijlinge den voirst. Gerit Robben te deel gevallen ende erffelijck aengecomen is het groot woonhuijs metter aenstede, metten cruijthoff ende bogaert ende coren landt daer aen gelegen, streckens suijdtwaerts op tot erffenisse Cornelis Cornelis Oerlmans, oostwaerts des heeren straet, de westenzijde metten gehele sloot streckens … beneffens de boomen staende opt tweede loth, ende noortwaerts des heeren vaertcant. Item noch twee ackerkens weijlandts gelegen metter oosten sijde aent tweede loth, het suijden eijndt Willem Arijensse Hoeijmeier, de westen zijde Jan Hendricxs ende het noorden eijnd des heeren vaert cant. Item eenen acker genoempt den Hogen Acker gelegen oostwaerts de weduwe Jan Peter Jacops, suijdtwaerts de erffgenaemen Cornelis Thonis Zegers, westwaerts sheerenstraet ende noorden Dirck Cornelis Oerlmans. Op welcke parceelen van erffenisse tot behoeff des voirst. Gerit Robben heeft de voirst. Heijltken cum tutore vertegen helmelingen inne manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Behoudelijck dat de voirst. Gerit Robben jaerlijcx daer uit betaelen sal des heeren gront chijns met recht daer vuijtgaende ende hondert guldens eens off de intrest van dijen aent clooster van den wijmelenberch ende de voirst. sijne suster toegeven sal 25 gld. eens binnen den tijt van acht dagen naer datum deses te betaelen. Met conditie ut infra. Onvermits welcker etc. Soo is de voirst. Heijltken Robben te deel gevallen ende erffelijck aengecomen de schuer metten corenlandt, met noch twee weijveldekens gelegen aen het westen sijde van het corenlandt altemael gelegen oostwaerts de voirst. Gerit Robben mededeelderen, streckende totten cant van den sloot mette boomkens daer op staende, het suijdeneijnd Cornelis Cornelis de jonge met meer anderen, de westenzijde de mededeelder, ende het noorden eijnd des heeren vaertcant. Item het brauhuijs het selven aff te breecken binnen der tijt van twee jaeren, ende het selven te moghen bewoonen den voirst. tijt van twee jaeren. Item sal alsnoch ontfangen van den voirst. haeren broeder 25 gld. eens. Op welcke parceelen van erffenisse tot behoeff des voirst. Heijlkens heeft de voirst. Gerit Robben vertegen helmelingen vertegen inne manieren in dijen gewoonlijck sijnde. Behoudelijcke dat de voirst. Heijlken daer vuijt gelden sal des heeren grontchijns met recht daer vuijtgaende, te weten den halve chijns van de gehele erffenisse ende 50 gld. off den intrest daer van aen den ghene daer toe gerecht sijn. Met conditie hierinne toegedaen dat alle lopende schult tot desen daghe toe sal ghaen halff ende halff. Ende dat een iegelijck sijne chijnsen, renten ende pachten alsoo sal betaelen dat deen van den anderen hijnder oft scade en komen. Gelovende etc. Testes, Jan Wouters ende Dingenman Jansse. Actum.) |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 63 f 169v-170r] |
| van 04-10-1609 tot 07-06-1617 | Schepen (15-07-1609 f 48r: Testes scabini Dingeman Janse, Cornelis Cornelisse Oerlman en Thuenis Henricxsen 4-10-1609 f 66v: Testes scabini Cornelis Cornelisse Oerlman en Anthonis Henricxsen Oerlman 13-08-1614 f 142v: Wij Cornelis Cornelisse Oerlmans ende Anthonis Hendricxen schepenen etc. doen condt .. 30-11-1616 f 32r en v: van de eersaeme Jan Wouter Claesse de Bont, Cornelis Dirck Franssen, Dingeman Jansse, Anthonis Hendricx, Cornelis Cornelis Oerlemans, schepenen der voorst. heerlijckheijt Loon ende Aerdt Ariaen Oerlemans Hl. Geestmeester 07-06-1617 f. 52r: van den eersame Cornelis Cornelisse Oerlmans, Cornelis Dirck Franssen, Dirck Raessen, schepenen der heerlickheijt Loon ende Jan van Delft, schouth aldaer als arbiteren ende arbitrateurs. Er is niet te bepalen nog of het hier om Cornelis de oude of de jonge gaat, vandaar dat ik bij beide dit heb opgenomen.) |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 61 f 48r - 66v Inv 62 f. 142v - Inv. 63 f 32r/v] |
| van 12-04-1547 tot 05-06-1584 | Toelichting: ------------- Adriaen Peter Verdiesen is getrouwd met Lijsken Cornelis Oirlemans, de zus van Cornelis Cornelis Oirlemans de oude. Zeer waarschijnlijk gaat het hier om de oude. Transcryptie: --------------- RAT. Loon op Zand. R 57 f 2r en 2v d.d. 12-4-1547. Henrick Gerit Oirlmanszn. heeft gelooft te geven ende te vergelden Claessen Peetersse de jonge (Sterts) eene jaarlijkse ende erffelijke chijns van 2 carolus gulden ende 3 stuivers ofte 20 st. voor elcke gld. ende alle jaer te Loon te betalen op ten 12 dag april waeraf den eerste dag van betalingen zijn zal op ten 12e dag april naestcomende uit ende van zijnder erffenisse met timmeringe daerop staende gelegen in de parochie van Venloon op ten Ketsheuvel, metter oostenzijde neffen erffenisse Peeter Geldensse metter westenzijde neffen de weduwe Cornelis Matheusse streckende van sheerenstraete aen de 12 geerden, alsoo hij seede. Ende heeft hem opgedragen ende overgegeven met afgaen ende vertijen also gewoonlijck en recht is. Gelovende Henrick voorst. als een principaele schulden op hem ende op allen zijn goet, dat hij heeft ofte verkrijgende mag, Claessen den voorschr. erfchijns te waren alsoo men erfchijns schuldig is te waren, ende allen commer af te doen en ’t voorschr. onderpant altijt goet ende weldoegende te maken voor de betalingen des erfchijns voorst. Hier is bij gestaan Lucas Adriaensse (van Bezauwen) ende is waerborg geworden. Testes, Peeter Gijsbertssen ende Goessen Henrickszn. Actum den 12e april 1547. Deze chijns mag Henrick altijt lossen op ten 12e dag april met 32 ca. gld. ofte 20 st. voor elcke gld. ende metter versch. renten ende malcanderen altijt een half jaer te vooren op te zeggen. Testes ut supra. In marge bijgeschreven: deze brief is geheel afgequeten ende gelost de hooftsommen bij handen van Adriaen Peetersse Verdiesen ende Cornelis Cornelisse Oerlemans als .... in handen van Steeven Thomassen. Testes, scabini, Willem Cornelisse de Pruijser ende Gelden Aert Henricxsse. Actum den 5e juni 1584. |
[bron: Loon op and - Schepenbank Inv. 57 f. 2v/r] | ||
| van 25-07-1560 tot 19-05-1622 | Samenvatting: ---------------- Caterijn, de weduwe van Henrick Gerit Oirlmans, haar 1e man, met haar voogd, verklaart tochten en recht van tochten te hebben in de goederen met timmeringen erop, op te Vaert, die haar toegekomen zijn van Geeritden Oirlmans, de vader van haar man, en zijn moeder. Ze draagt de goederen over aan hun zoon Antonisse Henricks, die door voogden Adriaen Gerits Oirlmans (zijn oom) en Adriaen Hermansse vertegenwoordigd wordt. Daarna verkopen zij deze aan Jan Jansse. Elk jaar zal die 6 gulden betalen aan Adriaen Jansse van Greevenbroeck tot behoef van Lijnken Jansdr. van Greevenbroeck, evt. te lossen voor 100 gulden eens. Op 19 mei 1622: Wouter Aertsse van Eijck, wonend in Heusden, man van Elisabeth Eijsenbrant Jacops van de Broeckhuijsen verklaart de 6 gulden en .. lospacht uit handen Cornelis Cornelis Oerlemans ontvangen te hebben. Toelichting: ------------- Elisabeth Eijsenbrant Jacops van de Broeckhuijsen zal familie zijn van Adriaen Jansse van Greevenbroeck, dan wel Lijnken Jansdr. van Greevenbroeck. Cornelis Cornelisse Oerlemans heeft de erfenisse met timmeringe op de Vaert blijkbaar in gebruikt, en heeft de jaarlijkse rente betaald. Het lijkt erop dat hij ook het losgeld betaald heeft. Of hier Cornelis de oude of de jonge bedoeld is, kan ik zo niet bepalen. Transcryptie: --------------- RAT. Loon op Zand. R 57 f 347v d.d. 25-7-1560. Caterijn weduwe wijlen Henrick Gerit Oirlmans cum tutore van tochten en recht van tochten wegen dat zij hebbende is in den achtergelaten goederen metter timmeringe daerop staende die Henrick haere eerste man enigssins aenbestorven mogen sijn geweest van Geeritden Oirlmans, zijnen vader ende moeder in de parochie van Venloon opte Vaert gelegen metten oosten eijnde neffen erffenisse de erfgenamen Herman Gijsbertssen metten noorden en westen eijnde aen sheeren vaert, zuijtwaerts neffen Rob Gerits huijsvrouwe en noort op neffen Jan Willemsse alzoo dat nu bepaelt is, heeft Caterijn opgedragen ende overgegeven Adriaen Geerits Oirlmans ende Adriaen Hermansse als momboirs ende tot behoef van Antonisse Henrickszn. Toen dit aldus geschiet is geweest, zo hebben die voorgen. momboirs die voorschr. goederen verkocht, opgedragen ende overgegeven Jannen Jansse ende hem gelooft te waren voor ses guldens ’s jaers aen Adriaen Jansse van Greevenbroeck tot behoef van Lijnken Jansdr. van Greevenbroeck, waeraf den eerste dag van betalingen verschenen is op Sinte Jacopsdag anno 1560, die Jan lossen mogen met 100 carolus guldens eens. Adriaen van Greevenbroeck heeft dese 6 gld. opgedragen Lijnken Jansdr. onder conditie dat zij bij zijnen raet huwelijcken. Nog een mudde rogs ’s jaers aen Peeter Adriaensse erfgenamen waeraf den eerste dag verschenen. Nog 2 gld. den zelven erfgenamen losrente ende voorts allen commer af te doen den zelven. Testes, Meeus ende Willem. Actum anno 1560 den 25e juli. In marge: Wouter Aertsse van Eijck wonende tot Heusden als getrouwt hebbende Elisabeth dochter wijlen Eijsenbrant Jacops van de Broeckhuijsen heeft bekent de hooftsomme van de renten van 6 gld. jaerlijcks alhier gec ..tioneert .. lospachts metten verloop vandien door handen Cornelis Cornelis Oerlemans ontvangen te hebben ende de voorschr. Wouter gerenunieert te sijn als is gebleken bij ….. gestelt ten … gepasseert tot Heusden den 19e meij 1622. |
[bron: Loon op and - Schepenbank Inv. 57 f. 347v] | ||
| van 04-02-1605 tot 19-03-1618 | Samenvatting: ---------------- In 5 akten van 4 februari 1605: Cornelis Cornelis Oerlemans en Gijsberden Henricx zullen betaald krijgen voor de onmondige kinderen van wijlen Dominicus den ouden Janszoon: 1. Jan Willem Aertse Boom 66 gulden, 3 stuivers, 2 oort voor Pasen dit jaar voor geleverd turf 2. Jan Franse Vrient en Gerit Geritse de Groot 31 gulden, 18 stuivers 3. Denis Janse en Berthout Henricx 8 gulden, 18 1/2 stuivers 4. Daneel Willem Peeters van Gorcum, met voogd Jan Stevensse, 53 gulden, 10 stuivers voor Maria Lichtmis dit jaar. Gijs Hendricksse bekent op 1 juli 1608 dat het bedrag betaald is. 5. Jan wijlen Quirijn Geritsse van Spaendonck 53 gulden, 10 stuivers op Maria Lichtmis dit jaar voor geleend geld. Gijsbert Hendricx verklaart op 19 maart 1618 dat het geld ontvangen is. Toelichting: ------------ De relatie van Cornelis en Ghijsbert tot Dominicus Jansse den ouden is me niet bekend. Of dit Cornelis de jonge of de oude is, kan ik zo niet bepalen, vandaar dat ik bij beide deze akten heb toegevoegd. Transcryptie: --------------- Inv.nr. 60, folio 2v d.d. 1-2-1606. Jan Willem Aertse Boom belooft te betalen op allen sijnen goederen, hebbende ende vercrijgende, Cornelis soone Cornelis Oerlemans en Ghijsberden Henricx tot behoef van den onmondige kinderen wijlen Dominicus den ouden Janszn. de som van 66 gld. 3 st. 2 oort ten paesschen nu ierstcomende sonder enige appellatie op te leggen ende te betalen. Ende dat ter saecke van coop van torff bij den voorst. momboirs, den gelovende vercocht ende gelevert. Testes, Andries Geritssen ende Cornelis Diercxsse den 4e februari 1605. Inv.nr. 60, folio 2v d.d. 4-2-1605. Jan Franse Vrient en Gerit Geritse de Groot beloven te betalen aan Cornelis sone Cornelis Oerlemans en Ghijsberden Henric t.b.v. onmondige kinderen wijlen Dominicus den ouden Janszn. de som van 31 gld. 18st. Testes, Andries Geritssen ende Cornelis Diercxsse den 4e februari 1605. Inv.nr. 60, folio 2v d.d. 4-2-1605. Denis Jansse en Berthout Henricx beloven te betalen aan Cornelis sone Cornelis Oerlemans en Ghijsberden Henric t.b.v. onmondige kinderen wijlen Dominicus den ouden Janszn. de som van 8 gld. 18 ½ st. Testes, Andries Geritssen ende Cornelis Diercxsse den 4e februari 1605. Inv.nr. 60, folio 2v d.d. 5-2-1605. Daneel Willem Peeters (v.Gorkum) en Jan Stevensse sijnen borgen, beloven te betalen aan Cornelis Oerlmans en Ghijsberden Henricx ten behoeve van den onmondige kinderen wijlen Dominicus den ouden Janszn. de som van 53 gld. 10 st. te gelden te lichtmisse nu ierstcomende sonder enige appellatie op te leggen ende te betalen ende dat ter saecken van goede geleenden ….. bij den voorst. Gelovende van den voorgen. momboirs in reckeninghe ontvangen. Testes, Andries Geritssen ende Cornelis Diercxsse den 4e februari 1605. In marge: Gijs Hendricksse bekent van dese geloifte voldaen te sijn, den 1e julij 1608. Inv.nr. 60, folio 3r d.d. 5-2-1605. Jan soone wijlen Quirijn Geritsse (v. Spaendonck) belooft te betalen aan Cornelis Oerlmans en Ghijsberden Henric tot behoef van de onmondige kinderen wijlen Dominicus den ouden Janszn. de som van 53 gld. 10 st. bosch gelt te lichtmis ierstcomende sonder enige appellatie op te leggen ende te betalen. Ende dat ter saecke van goeden geleende gelden bij den voorst. geleenden van de voors. genoemde momboirs in leningen ontvangen. Testes, Andries Geritssen ende Cornelis Diercxsse, actum ut supra. In marge: Gijsbert Hendricx heeft bekent dat Jan Quijrijnen dese geloifte voldaen heeft ende alzoo geroijeert. Actum den 19e mert 1618. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 60 f 2v-3r] | ||
| 08-02-1612 | Samenvatting: ---------------- Jan Janse Dominicus belooft 98 gulden en 17 stuivers te betalen op 8 februari 1613 aan Cornelis Cornelisse Oerlmans ende Ghijsbert Handricxen als voogden van hemzelf en zijn broers en zussen. Toelichting: ------------ In de akte van 31 mei 1614 zijn Cornelis en Ghijsbert voogden van de kinderen van Dominicus Janse en Neeltje Handrick Gijsbrechts. Dan zijn genoemd als kinderen: Jan, Maeike, Lijntken, Handrick, Jenneke, Denis, en Peter. In deze akte staat Jan Jansse Dominicus. Gezien er in de akten sprake is van dezelfde voogden, is het zeer waarschijnlijk dat het om hetzelfde voogdijschap gaat. Of de vader nu Jan Dominicus is of Dominicus Janse? Als ik naar de voogden kijk, lijkt Gijsbert Handrick een oom van moederskant, en dan zou Cornelis aan vaderskant familie kunnen zijn. Cornelis de oude of de jonge is zo niet te bepalen. Transcryptie: --------------- RAT. Loon op Zand. R 62 f 58v d.d. 8-2-1612. Jan Jansse Dominicus heefft geloift Cornelis Cornelisse Oerlmans ende Ghijsbert Handricxen als voochden ende momboiren van des voirst. Jan Jansse, broeders ende susters, tot behoeff der selver de somme van 98 gld. 17 st. te betaelen den 8e februari 1613 ende dat met behoirlijcken intrest teghens ses ten hondert, ter causen hij bij affreckeningen soo veel schuldich is bleven, daer voor verbijndende sijnen persoon ende goederen. Testes, Sallen ende Dries Jansse den 8e februarij 1612. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 62 f 58v] | ||
| van 17-05-1617 tot 14-02-1618 | Samenvatting: ---------------- Jan Adriaen Rijcken zal Cornelis Cornelis Oerlmans betalen voor de 50 geleende guldens. Hij heeft die op 14 februari 1618 voldaan. Toelichting: ------------- De Cornelis de oude of de jonge is zo niet te bepalen. Transcryptie: --------------- RAT. Loon op Zand. R 63 f 50v d.d. 17-5-1617. Jan Arijaen Rijcken heeft bekent wel ende duechdelijcken schuldich te wesen Cornelis Cornelis Oerlmans acht halve rijers tot vijf gulden elf stuijvers stuck ende voirts in penement tot de somme van vijftich gulden die hem geleent heeft. Gelovende die selven in gelijcke spetie ende valent te restitueren ende wederom te gheven tot korsmis ierstcomende, daer voor verbindende die voirst. Jan Ariens zijnen persoon ende goederen, roerende ende onroerende, present ende toecomende. Testes, Jan Wouters ende Cornelis Dircksse, den 17e meij 1617. In marge: Cornelis Cornelisse heeft bekent van dese geloifte betaelt ende voldaen te zijn den 14e februari 1618. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 63 f 50v] | ||
| 28-04-1621 | Samenvatting: ---------------- De kerkmeester Dirck Raeesen van Grevenbroeck heeft van Cornelis Cornelisse Oerlmans 50 gulden ontvangen, die Neeltken Wijnen nog moest betalen, volgens testament van Willem Martens zaliger. De pastoor heeft de 50 gulden van de kerkmeester ontvangen. Toelichting: ------------ Hoe Cornelis in relatie staat tot Neeltken, dan wel Willem Martens, is niet duidelijk. Misschien alleen als ontvanger en doorgever van het geld. Of het hier om Cornelis de oude of de jonge gaat, is niet te bepalen. Transcryptie: RAT. Loon op Zand. R 63 f 133v d.d. 28-4-1621. Dirck Raessen van Grevenbroeck kerckemeester deser heerlich. Loon heeft bekent van Cornelis Cornelisse Oerlmans ontfangen te hebben de somme van vijfftich gld. mette welcke ende nog hondert gulden die Neeltken Wijnen der kercke van Loon moet betaelen ofte rentgewijs verseeckeren voldaen ende betaelt, in alsulcke legaat van hondert vijfftich gld. als Willem Martens zaliger der kercke van Loon bij testamente gelegateert ende gemaect hadden. Ende sijn de voirst. vijfftich gld. gestelt in handen van den pastoir tot dat men de selven op solvente onderpanden sal weten te beleggen. Testes, Jan Wouters ende Dingenman Janssen den 28e april 1621. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 63 f. 133v] |
| 31-05-1614 | Samenvatting: ---------------- Jan Dominicus Janse, Maeike Dominus Janse, getrouwd met Lambert Claesse van Oort, Lijntken Dominicus Janse, getrouwd met Bastiaen Jan Bastiaensse, Onmondige Handrick, Jenneke, Denis, Peter Dominicus Janse, vertegenwoordigd door Gijsbert Handricx en Cornelis Cornelisse Oerlmans allen broers en zussen, kinderen van Dominicus Janse en Neeltken Handrick Gijsbrechts, maken een erfdeling. Toelichting: ------------ De Cornelis Cornelisse Oerlmans kan de oude of de jonge zijn. Vandaar dat ik dit bij beide heb toegevoegd. Hoe Cornelis als voogd familie is langs vaders of moeders kant, weet ik niet. Transcryptie: --------------- RAT. Loon op Zand. R 62 f 139v t/m 140v d.d. 31-5-1614. Jan Dominicus Jansse, Lambert Claesse van Oirt als man ende momboir van Maeike Dominicus dochter zijne huijsvrouw, Bastiaen Jan Bastiaensse als man ende momboir van Lijntken Dominicus dochter zijne huijsvrouw, ende Gijsbert Handricx ende Cornelis Cornelisse Oerlmans als voochden ende momboirs van den onmondige Handrick, Jenneke, Denis ende Peter, gebroeders ende gesusteren kijnder wijlen Dominicus Jansse bij den zelven ende wijlen Neeltken Handrick Gijsberts in houwelijcke staet verweckt, hebben bekent aengegaen ende gemaeckt te hebben erffscheijdinge ende erffdeijlinge van den goederen hun van voirst. hunnen ouders aenbestorven, geleghen binnen der heerlich. Loon ende tot Besoijen, ende hebben daer omme gelooth met des heeren lotinge. 1. Overmits welcker erffscheijdinge, erffdeijlinge ende lotinge den voirst. Lambert Claesse ende Bastiaen Jansse te deel gevallen ende erffelijck aengekomen is een huijs ende schuer metten saeijlandt daer aen liggende, geleghen binnen der heerlich. Loon voirst. ter plaetsen genoempt opt Craenven, oostwaerts aen erffenis wijlen Peter den ouden Jans kijnderen, suijdtwaerts aen erven Dingenman Jansse, westwaerts Jan Ferdinandus ende noortwaerts des heeren straet. Item alsnoch de gerechticheijt die de voirst. erffgenaemen in prasers acker hebben. Op welcke parceelen van erffenisse tot behoeff van voirst. Lambert Claesse ende Bastiaen Jansse hebben de voirst. andere mede deelderen helmelinge vertegen inne manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Behoudelijck dat de voirst. Lambert Claessen ende Bastiaen Jansse daer vuijt gelden ende betaelen sullen aen Denissen ende Jenneke 86 gld. eens binnen sjaers. Item alsnoch een renthe van drij gld. jaerlijcx tot Vlijmen te betaelen. Item noch eenen daelder jaerlijcx aen den stommen tot Tilborch. Ende des heeren chijns met conditien ut infra. 2. Overmits welcker etc. den voirst. Denis ende Jenneke te deel gevallen ende erffelijck aengecomen is een stuck hoijlandt gelegen in Besoijen onbedeelt met de erfgenaemen Peter den ouden Jans. Item een rentken van twee gld. jaerlijcks dewelcke Jan Sacharias ende Cornelis Willem Wertz geldende ende betaelende zijn. Item soo sullen de voirst. Denis ende Jenneke binnen sjaers ontfanghen van Lambert Claesse ende Bastiaen Jansse 86 gld. ende van Hendrick hennen broeder 50 gld. eens. Op welcke parceelen tot behoeff van den voirst. Denis ende Jenneke hebben de voirst. andere mede deelderen helmelingen vertegen innen manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Behoudelijck dat de voirst. Denis ende Jenneke daer vuijt gelden ende betaelen sullen den chijns met recht daer vuijt gaende. Met conditien ut supra. 3. Overmits welcker etc. den voirst. Jan Dominicus te deel gevallen ende erffelijck aengekomen is een stuck landts geleghen binnen der heerlich. Loon opt Craenven genoempt den dickbier, tusschen erffenis Gerit Geritsse de Groot aen deen zijde ende Mechtelt Arien Stevens aen den westenzijde, streckende van des heeren straet noortwaerts tot erven Jo. Floris van Grevenbroeck. Item noch een ackerken geleghen tusschen een gemeijn steechsken aen deen sijde ende erven Jan Stevens aen den westenzijde, streckende van Jan Melis heij noortwaerts tot Gerit Bethen erven. Item noch de gerechicheijt in een heijke daer Jan Stevens mede in gerecht is ende halff toebehoirt. Op welcke parceelen van erffenisse tot behoeff van den voirst. Jan Dominicus hebben de voirst. andere mede deelderen helmelingen vertegen inne manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Behoudelijck dat de voirst. Jan Dominicus daer vuijt sal betaelen des heeren chijns. Met conditien ut infra. 4. Overmits welcker etxc. Peter Dominicus te deel gevallen ende erffelijck aengekomen zijn twee parceelen saeilandt geleghen binnen der heerlich. Loon voirst. opt Craenven tusschen een steghe aen deen zijde ende Dingeman Jansse ende meer anderen aen dander zijde, streckende van erven Peter den ouden Jans westwaerts totten gemeijne bodems. Item noch een heijveldeken met den eenen hoeck daer aen geleghen genaempt den heij horst. Op welcke parceelen van erffenis tot behoeff van den voirst. Peter Dominicus hebben de voirst. anderen mede deelderen helmelinge verteghen inne manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Behoudelijck dat de voirst. Peter Dominicus daer vuijt gelden ende betaelen sal des heeren chijns. Met conditien ut infra. 5. Overmits welcker etc. Is den voirst. Handrick Dominicus te deel gevallen ende erffelijck aengekomen twee parceelen landts met een kleijn heijken geleghen binnen der heerlich. Loon aen den rechte heirstraet tusschen erffenisse Dirck Quijrijnen aen den oostenzijde ende erven Jan Wijnen aen den westenzijde, streckende van des heeren straset, suijdtwaerts tot Hans Dircken erven. Op welcke parceelen van erffenisse tot behoeff van den voirst. Handrick Dominicus hebben de voirst. anderen mede deelderen helmelingen vertegen inne manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Behoudelijck dat de voirst. Handrick Dominicus daer vuijt sal gelden ende binnen sjaers betaelen 50 gld. eens aen Denis ende Jenneke zijnen broeder ende suster ende des heeren chijns. Met conditien hier inne toegedaen dat de voirst. deelderen een iegelijck zijnen chijns ende lasten alsoo sullen betaelen dat deen van den anderen hinder off schade en komen, ende malcanderen weghen ende steghen ten naeste velde ende minste schade. Ende dat het opgaende eijcken houdt dwelck bijsonder gepaert ende gedeelt is noch sal mogen blijven staen drij jaeren van nu aen beginnende ende langer nijet. Ende off naderhandt eenige lasten meer op bevonden worden dan men tegenwoirdich weet dat de voirst. deelderen die malcanderen gelijck sullen helpen draghen. Gelovende die voirst. deelderen onder verbijntenisse van hennen persoonen ende goederen, present ende toekomende dese erffdeijlinge ende erffscheijdinge dit vertijen ende voirts alle andere conditien boven verhaelt malcanderen vast ende stendich te houwen ten eeuwige daghen. Behoudelijck off ijemant dese lotinge inst... ende daer nijet mede te vrede ende waer sal gehouden wesen tzelven te doen van heden ende veerthien daghen ende in dijen gevallen verbonden wesen te betaelen de costen ten daghen van heden .... ende daerbeneffens noch een tonnen biers. Testes Peter Sallen ende Cornelis Dircksse den lesten meij 1614. RAT. Loon op Zand. R 62 d 140v d.d. 31-5-1614. Den 13 junij wesende den 14e dach partijen vergadert ende versaemt zijnde is bij oirdonatieen van dezen Heer gheen eindtken van eender berander kersse ontstecken ende is het zelven vuijtgegaan sonder dat ijemandt van partijen de voirst. delingen wederroepen oft ingesmact heeft. Testes et actum ut supra. |
[bron: Loon op and - Schepenbank Inv. 62 f. 139v t/m 140v] | ||
| 22-01-1626 | Samenvatting: ---------------- Adriaen Diercxsen de Bie, samen met zoons Thomas en Jan, ter eenre, Willem Matheus Jan en Jan Adriaens als voogden van de 5 onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans, Daniel Willemssen en Jan Aertssen als voogden van de onmondige kinderen van wijlen Ivo Gielissen en Niclaes Janssen Haegen, verwekt bij Catharina Cornelis Oirlemans in t bijwesen van de Schouteth van Besoyen als oppervoogd van de wezen aldaar ter andere zijde Daniel Willemsen in de naam van zijn vader Adriaen Iwaenssen als momboir. Het gaat over de successie, de nalatenschap van wijlen Dierck en Cornelis, broers, zonen wijlen Cornelis Oirlemans. Adriaen de Bie zal met zijn kinderen krijgen: * alles uit de verkoop van de meubelen uit het sterfhuis van wijlen Cornelis Cornelis Oirlemans de jonge en Aleijtken de Bie, zijn huisvrouw. * hij zal de onkosten daarvan moeten betalen Voor de weeskinderen: * alle kleren die ten lijve van Cornelis Cornelis Oirlemans behoort hebben Adriaen de Bie mag de oogst van 1626 op alle zaailanden in Venloon hebben. De weeskinderen krijgen de oogst van 1626 op 2 honds land, gelegen in de stede van Anthonis Hendricx. Adriaen de Bie krijgt alle turf, gedelfd op de moeren van de sterfhuizen, en daartoe 3/4 deel in een bank moer, 6 hond groot, in den Hoeck, destijds door Dierck en Cornelis samen verkregen. Hij krijgt ook 100 gulden van de weeskinderen met Pasen 1627. Alle verdere goederen delen Adriaen en de weeskinderen volgens het landrecht van Zuid-Holland. Toelcihting: ------------- Adriaen de Bie is de vader van Aleijtken, de vrouw van Cornelis Cornelis Oirlemans de jonge. Thomas en Jan zijn haar broers. De vrouw van Dierck, te weten Henrica Anthonis Hendricx, is hier niet genoemd. Wel in de akte van 29 sept 1628. Dan is ze vertegenwoordigd door zus Marie Anthonis Hendricx Wel is in deze akte sprake van de stede van Anthonis Hendricx, maar ik ben niet zeker of dat met elkaar in verband staat. Hier is Cornelis Cornelis Oirlemans de jonge genoemd. Dat betekent dat er ook een Cornelis Cornelis Oirlemans de oude geweest moet zijn. Dat kan een oudere broer of zijn vader geweest zijn. In dit geval is het zijn vader, zoals blijkt uit de akten van 8 januari 1629 en 8 nov. 1642 waarin zijn zus genoemd wordt: Cathalijn dochtere wijlen Cornelis Cornelis Oirlemans genoemd wordt. Transcriptie: -------------- RAT. Loon op Zand. R 64 f 20r t/m 21r d.d. 22-1-1626. Alsoo seeckere questien ende geschillen waeren opgestaen ende geresen ende noch meer geschaepen waeren op te staen ende te gerijsen tusschen Adriaen Diericxssen de Bie ter eenre, ende Jannen Adriaens ende Willemen Matheus Janssen beijden als momboiren van de vijff onmondige kinderen wijlen Jan Cornelis Oirlemans, ende met hen Daniel Willemssen ende Jan Aertssen als momboiren respective van de onmondige kinderen wijlen Ivo Gielissen ende Niclaes Janssen Haegen verweckt bij Catharina dochtere Cornelis Oirlemans ter anderen zijde. Belangende de successie der goederen bij wijlen Dierck ende Cornelis, gebroeders, sonen wijlen Cornelis Oirlemans voorst. achtegelaeten. Om alle welcke te verhueden ende metter minnen te neder te leggen. Soo zijn voor schepenen van Venloon naergenoempt gecompareert ende erschenen in hennen propere persoonen de voorst. Adriaen Diercxssen de Bie geassisteert met Thomas ende Jan sijne sonen ende de voorn. Jan Adriaens ende Willem Matheeus als momboirs van de voorst. onmondige kinderen wijlen Jan Cornelis Oirlemans met Daniel Willemssen in den naeme van Adriaen Iewaenssen zijnen vader als momboir, met Jan Aertssen alhier present zijnde over de onmondige kinderen respective van wijlen Ivo Gielissen ende Niclaes Janssen Haeghen bovengeschr. int bijwesen van den Heere Schouteth van Besoijen als oppervoocht van de weesen aldaer. Ende hebben bekent ende geleden, kennen ende lijden midts desen metten anderen overcomen ende veraccordeert te wesen in vuegen ende manieren hiernaer volgende. Te weten dat die voorst. Adriaen Diercxssen de Bie met zijnen kinderen sal voor vuijt hebben allen de meubelen die in den sterffhuijse van wijlen Cornelis Cornelis Oirlemans de jonge ende Aleijtken de Bie zijne huijsvrouwe bevonden ende vercocht zijn. Behoudelijck dat de selven Adriaen de Bie gehouden sal wesen te voldoen ende te betaelen allen de oncosten die tot noch toe in den voorst. sterffhuijse sijn gevallen, sonder dat de voorst. momboiren off wel de voorst. onmondige daer inne eenichssins gehouden sullen wesen. Ende sullen de selven momboiren in der qualiteijt als voor, daer tegens alleen hebben ende behouden allen de cleederen dien ten lijffve van den voorst. Cornelis Cornelis Oirlemans behoirdt hebben. Noch sal de voorst. Adriaen de Bie totten oogst van desen tegenwoirdigen jaere 1626 toe gebruijcken allen de saijelanden binnen der heerlicheijt van Venloon gelegen zijnde, ende den voorst. sterffhuijsen toecomende. Vuijtgenomen twee hont lants gelegen in de stede van Anthonis Hendricx die de voirst. momboiren ten behoeffe van de voorst. onmondige kinderen behouden ende reserveren om voirden voorst. jaere 1626 oijck gebruijckt te wordden. Dies sullen de contributien ende andere dorps lasten nae advenant van het gebruijck bij de gebruijckers betaelt ende voldaen wordden. Voirts sal de voorst. Adriaen de Bie alleen behouden allen den torff, die op de moeren van de voorst. sterffhuijsen gedelft sijn staende, ende daer toe alsulcke drije vierde parten in seeckere banck moers groot omtrent sess moer honden genoempt in den Hoeck als Dierck ende Cornelis Oirlemans tesaemen vercregen ende achtergelaeten hebben, daer oistwaerts aengelegen is Anthonis Corsten ende westwaerts de erffgenaemen wijlen Jan Sacharias gemeijn ende onbedeijlt met Maijken Anthonis. Ende sullen de voirst. momboiren daerenboven aen den voirst. Adriaen de Bie int hoochtijt van paesschen des jaers 1627 alsnoch uijtreijcken ende betaelen de somme van hondert ca. gld. eens. Ende aengaende de voirdere goederen van de voirst. twee sterffhuijsen het sij haefelijcke off erffelijcke waer ende tot wat plaetsen de selven gelegen souden mogen wesen, egeene van dijen vuijtgescheijden. Allen de selven sullen tusschen de voorst. partijen gedeijlt ende gepaert wordden volgende den lantrecht van Zuijthollant, sonder dat deen off dandere daer inne off aen eenich voirder off meerder recht sal hebben, maar hebben deen tot behoeffve des anders daer op vertegen helmelinge in manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Alles onder last, dat de schulden daer inne de voirst. twee sterffhuijsen gehouden zijn, ende die den voirst. Adriaen de Bie hier boven nijet te last en sijn geleeght mette costen hier omme gedaen ende alnoch te doen in twee gelijcke portie ter wederzijden gedraegen ende betaelt sullen wordden, te weten deen hellicht bij den voirst. de Bie ende dandere hellicht bij de voirst. onmondige kinderen. Allen de welcke de voirst. partijen te weten de voorst. Adriaen de Bie op hem ende allen zijne goederen, hebbende ende vercrijgende, ende de voorst. momboiren op verbintenissen van allen de goederen der voorst. onmondige kinderen, insgelijcx hebbende ende vercrijgende malcanderen geloofft hebben, vast ende steendich te houden ten eeuwigen daegen sonder daer tegens naemaels oijck te doen off comen in eeniger manieren. Renuncierende tot dijen eijnde van allen beneficien ende remenderen van rechte het sij van relievementen off andere die hen in desen eenichssins souden mogen dienen off te staede comen. Allet sonder arch off list. Testes, Dingenman Jan Joosten ende Loeff Henricx van de Graeff, schepenen in Loon den 22e januarij 1626. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 64 f 20r/20v/21r scan 24] |
| 08-1581 | Arijaen Peeterssen Verdiesen gaende naer zijn beesten, syen (?) gevangen is van zeven soldaten so… binnen de voorschreven stadt van de Graef, onder den selven Capitain Semsc (?) geleghen, onder andere geheijten Peeter Bloethoven, Frans Jonckbloet en Baldewijn van Ruermonde ende nog eene met eene ooge genaempt Mom, heeft hij moeten geven 12 carolus gulden Toelichting: ------------ Ze leven midden in de oorlog. Adriaen en Cornelis zijn beide volgens hun verklaring slachtoffer geworden van soldaten, horend bij kapitein Nicolai, gelegen binnen de stad Geertruidenberg. Het zijn zwagers van elkaar. Geertruidenberg is op 31 augustus 1573 door 12 watergeuzen bezet, en op 1 september trekt Willem van Oranje de stad binnen. De dagen erna werd er ondanks een overeenkomst met het stadsbestuur toch een beeldenstorm gehouden, kloosters geplunderd, 9 geestelijken vermoord, en nonnen beroofd en mishandeld. (Bron: wikipedia Inname_van_Geertruidenberg_(1573) Om aan te geven hoe het er aan toe ging. Tot april 1589 blijft de vesting in handen van de staatsen. Dat zou betekenen, dat het staatse soldaten geweest moeten zijn. Voor wat betreft de slachtoffers: Cornelis Cornelis zou ook de jonge kunnen zijn, dus dan is het oom en neef. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 58 f. 510r scan 121] | ||
| 08-1581 | Pdf RAT. Loon op Zand. R 58 f 510r d.d. augustus 1581. (zeer slechte kwaliteit, deels onleesbaar) (beperkt aangepast) Arijaen Peeterssen Verdiesen gaende naer zijn beesten, syen (?) gevangen is van zeven soldaten so… binnen de voorschreven stadt van de Graef, onder den selven Capitain Semsc (?) geleghen, onder andere geheijten Peeter Bloethoven, Frans Jonckbloet en Baldewijn van Ruermonde ende nog eene met eene ooge genaempt Mom, heeft hij moeten geven 12 carolus gulden RAT. Loon op Zand. R 58 f 510r d.d. augustus 1581(slecht leesbaar) Cornelis Cornelis Oirlmans uit zijne huijse met gewelt gehaelt, zijnde van … soldaten als de.. binnen de stadt van <Sint Geertruydenberghe is doorgestreept> Heusden (?) onder Capiteijn Nicolai voorschreven geleeghen, sonder de selver weeten te kennen, heeft moeten gheeven sestich carolus guldens. Actum den, … augustus 1581, Schepen Jan Meeus en Gelden .... N.B. er staan nog 2 verklaringen boven, kijken hoever ik die vertaald krijg: Aryaen Joosten, uyt zijn huys gehaelt zijnde met gewelt, heeft gegeven 4 daelders t stuck tot 26 stuyvers geldt, met 2 oude Geldersche Rijders. Behalve te coscen (?) aen tien soldaten, binnen de stadt van den capiteijn Senscref (?) onder .raef (Graef) geleghen, onder andere geheijten Frans Jonckbloet van Berghe op den Zoom, Peer Bloethont, Claes Peeterssen van Loon, met noch eenre, oock eenre Claes genaempt ende Voost (?) met noch eene Wael ende de andere onbekent. Joost Claes ene Ben zijn zoon uit zijn scuere, aldaer hij cooren afgepacken hadde gehaelt sijnde, heeft vijf soldaten binnen voorsete Geertruydenberche gelegen onder Capitain Nicolai, moet gheeven 53 carolus gulden. in de marge: eenre genoempt Toenis van Wijck, alias Boercen. (Boerken) Toelichting: ------------ Ze leven midden in de oorlog. Adriaen en Cornelis zijn beide volgens hun verklaring slachtoffer geworden van soldaten, horend bij kapitein Nicolai, gelegen binnen de stad Geertruidenberg of Heusden. Het zijn zwagers van elkaar. Geertruidenberg is op 31 augustus 1573 door 12 watergeuzen bezet, en op 1 september trekt Willem van Oranje de stad binnen. De dagen erna werd er ondanks een overeenkomst met het stadsbestuur toch een beeldenstorm gehouden, kloosters geplunderd, 9 geestelijken vermoord, en nonnen beroofd en mishandeld. (Bron: wikipedia Inname_van_Geertruidenberg_(1573) Om aan te geven hoe het er aan toe ging. Tot april 1589 blijft de vesting in handen van de staatsen. Dat zou betekenen, dat het staatse soldaten geweest moeten zijn. Voor wat betreft de slachtoffers: Cornelis Cornelis zou ook de jonge kunnen zijn, dus dan is het oom en neef. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 58 f. 510r scan 121] |
| 23-02-1607 | Samenvatting: ---------------- Er is een geschil tussen Arien Aertssen Oermans alias Clerck en de regeerders ov er de liquidatie van zekere landsettingen van hem. Zijn zoon is aanwezig, en die woont daar ook op. Het geschil is bij de Hove van Brabant besproken. Ze komen overeen: het zelfde goed zal gestaen, mits in elk boek 3 gulden betaald wordt. Aldus gedaan in aanwezigheid van partijen, die het ondertekend hebben. Daarin herken ik links: Aert Aryaanse Oermans (de zoon) Dirck Buenen Antonis Hendricx Oermans Cornelis Cornelisse Oermans Rechts: J. van Delft ........ Jan Wouter ... Hendrick Arien Aertsse Toelichting: ------------- De Cornelis Cornelisse Oermans is waarschijnlijk de oude, maar helemaal zeker is dat niet. De alias de Clerck zou kunnen betekenen dat hij Secretaris was. Transcryptie: --------------- Inv.nr. 60, folio 94j d.d. 23-2-1607. Alsoo over veel jaeren seeckere geschil, proces ende .. van recht geresen was voor den Hove van Brabant tusschen Arien Aertsse Oerman alias Clerck met sijne consorten als i.... ter eenre ende schoutet, scepenen, regeerders en setters van des dorps lasten tot Venloon als gedaagde ter andere sijden. Beroerende de liquidatie van seeckere landtsettingen des voirst. Arien Aertsse Oerman toebehoirende. Ende in voirst. saecke soo verre geprocedeert dat bij den Hove van Brabant is geweesen het voirst. geschil onder arbitrage van goede mannen. Soo sijn op huijden date van deesen de voirst. gedaechde met Aert Arijaensse Oerman soone van den voirst. Ariaen Aertsse Oerman, vervanghende ende hem fort ende sterck maeckende voor sijnen voirst. vader ende consorten veraccordeert dat belanghende alsulcken goet offte landt als de voirst. Ariaen Aertsse Oerman binnen den voirst. dorpe heeft liggende ende dat de voirst. Aert Arijaensse tegenwoirdelijck op woondt ende waerom geschil geweest is, dat het selven goet sal gestaen mits betalende in elcke boeck de somma van drij gulden off gelijck ander goet offte hoeven als namentlijck Jo. Boshuijens hoeff de ... daer tegenwoirdelijck Arijaen Schalcken op woont, daer Jan Aert Schouten op woont, die van den selven duer.. ende valeur sijn nu tegenwoirdelijck geven ende ... sullen. Behoudelijck dat dit voirst. accoirdt geschiet ende gedaen is bij provisie ende onder protestatie ter tijt ende ... toe dat men eenichssins anders souden bevijnden moghen te bes.... Aldus gedaen in presentie van partijen die dit mede onderteckent hebben op huijden den 23e februari int jaer ons heere duijsentseshondert ende seven, mij present, Aert Arijaensse Oermans. Dirck Buenen, Antonis Hendricx Oermans, Hendrick Arijaen Aertsse, Cornelis Cornelisse Oermans. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank inv. 60 f. 94j scan 133 en 134] |
| van 12-04-1547 tot 05-06-1584 | Pdf RAT. Loon op Zand. R 57 f 2r en 2v d.d. 12-4-1547. Henrick Gerit Oirlmanszn. heeft gelooft te geven ende te vergelden Claessen Peetersse de jonge (Sterts) eene jaarlijkse ende erffelijke chijns van 2 carolus gulden ende 3 stuivers ofte 20 st. voor elcke gld. ende alle jaer te Loon te betalen op ten 12 dag april waeraf den eerste dag van betalingen zijn zal op ten 12e dag april naestcomende uit ende van zijnder erffenisse met timmeringe daerop staende gelegen in de parochie van Venloon op ten Ketsheuvel, metter oostenzijde neffen erffenisse Peeter Geldensse metter westenzijde neffen de weduwe Cornelis Matheusse streckende van sheerenstraete aen de 12 geerden, alsoo hij seede. Ende heeft hem opgedragen ende overgegeven met afgaen ende vertijen also gewoonlijck en recht is. Gelovende Henrick voorst. als een principaele schulden op hem ende op allen zijn goet, dat hij heeft ofte verkrijgende mag, Claessen den voorschr. erfchijns te waren alsoo men erfchijns schuldig is te waren, ende allen commer af te doen en ’t voorschr. onderpant altijt goet ende weldoegende te maken voor de betalingen des erfchijns voorst. Hier is bij gestaan Lucas Adriaensse (van Bezauwen) ende is waerborg geworden. Testes, Peeter Gijsbertssen ende Goessen Henrickszn. Actum den 12e april 1547. Deze chijns mag Henrick altijt lossen op ten 12e dag april met 32 ca. gld. ofte 20 st. voor elcke gld. ende metter versch. renten ende malcanderen altijt een half jaer te vooren op te zeggen. Testes ut supra. In marge bijgeschreven: deze brief is geheel afgequeten ende gelost de hooftsommen bij handen van Adriaen Peetersse Verdiesen ende Cornelis Cornelisse Oerlemans als .... in handen van Steeven Thomassen. Testes, scabini, Willem Cornelisse de Pruijser ende Gelden Aert Henricxsse. Actum den 5e juni 1584. Toelicihting: ------------- Adriaen en Cornelis hebben de schuld overgenomen van Henrick Gerit Oirlmans. Het zal met de bewoning van de erfenisse met timmeringe te maken hebben. Hoe het dan bij deze 2 zwagers gekomen is? Op 6 juni 1584 betalen zij op een andere schuld, te weten van 27 maart 1553. Deze gaat over een erfenisse met timmeringe op de Ketsheuvel. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 57 f. 2r en v] | ||
| van 27-03-1554 tot 06-06-1584 | Pdf RAT. Loon op Zand. R 57 f 218v d.d. 27-3-1554. Henrick Gerit Oirlmans heeft gelooft jaerlijcks te vergelden Claessen Peeter Adriaensse eene jaerlijckse ende erffelijcke pacht van zes mudde rogs ofte de waerde van dien in gelden alzoo Claessen gelieven zal, allen jaeren tot Oisterwijck te leveren waeraf den eerste dach van betalingen zijn zal opten 12e dach april naestcomende over een jaer uit ende van zijnder erffenisse metter timmeringen daerop staende in de parochie van Venloon opten Ketshoevel metter oisten zijde neffen erffenis Peeter Geldens metter westen zijde neffen Claes Petersse streckende van sheerenstraete aen mijn heer van Loon alzoo hij zeede. Ende heeft hem opgedragen ende gelooft te waren etc. Daar waerborg voor is geworden Geridt Oirlmans. Testes, Joist Peetersse ende Adriaen Nouwen. Actum anno 1554 den 27e maart. Dese erfpacht mag Henrick altijt lossen met 50 carolus guldens eens ende metten verschenen pachten ende een half jaer te voren op te zeggen. Testes et actum ut supra. In marge: dese brief is geheel afgequeten ende gelost bij handen van Adriaen Petersse Verdiesen ende Cornelis Cornelis Oirlman als gelders in handen van Steven Thomassen. Testes, Willem Cornelisse ende Gelden Aert Henricxsse. Actum den 6e juni 1584. Toelichting: ------------ Op 5 juni 1584 betalen zij op een andere schuld, te weten van 1547. Deze gaat over een erfenisse met timmeringe op de Ketsheuvel. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 57 f. 218v] | ||
| van 11-03-1614 tot 20-08-1615 | Samenvatting: ---------------- Jan Cornelis Cornelisse belooft zijn vader Cornelis Cornelisse 192 gulden en 5 stuivers te betalen voor 2 perceeltjes moer. Zijn vader heeft nog meer percelen verkocht. Toelichting: ------------ De akten zijn van dezelfde dag, en hoewel in de akte van de zoon geen Oerlman genoemd is, zal het hier wel om gaan, gezien de vernoemingen in de akten ervoor. Transcryptie: --------------- RAT. Loon op Zand. R 62 f 130r d.d. 11-3-1614. Geraert Hendricxen ende met hem Ariaen Jan Ariaens ende Ariaen Jansse van Hemert als borghen hebben geloift Cornelis Cornelisse Oerlman de somme van 145 gld. 8 st. te betaelen in vier termijnen elcke termijn 36 gld. 7 st. waer aff den iersten termijn verschijnen sal paesschen 1615, ende soo van paesschen tot paesschen tot volder betalingen. Ende dat ter causen van coop van een luepensaet 4 roijen 5 voeten moeren, gelegen in den wagenmoer van den Egmont. Daer voor verbijnende die voirst. gelovende hennen persoonen ende goederen, present ende toecomende, roerende ende onroerende, ende stellen den selven moer, torven daer aff komende tot hypotheecq ende waerborch. Testes, Peter Sallen ende Cornelis Dircksse den 11e mert 1614. Jan Jansse voor Aentken Faessen zijn moeder. RAT. Loon op Zand. R 62 f 130r/130v d.d. 11-3-1614. Thuenis Thuenisse heeft geloift Cornelis Cornelis Oerlman de somme van 115 gld. 19 st. te betaelen ut sup. in vier termijnen, elcken termijn 28 gld. 19 st. 3 oirt ter causen van een luepensaet en 2 roijen moers, wesende ter oirsaecken van den dijck hen 2 roijen min gereckent, daer voor verbijndende etc. ut sup. Testes et actum ut supra. RAT. Loon op Zand. R 62 f 130v d.d. 11-3-1614. Jan Fransse Vrindt ende met hem Handrick Goossen als borge hebben geloift Cornelis Cornelisse Oerlmans de somma van 126 gld. 13 1/2 st. te betaelen ut sup in vier termijnen, elcken termijn 31 gld. 13 st. 6 penningen, ter causen van een luepensaet 7 roijen 15 voeten moers. Daer voor verbijnende ut sup. Testes et actum ut sup. RAT. Loon op Zand. R 62 f 130v d.d. 11-3-1614. Steven Meeusse ende met hem Handrick Thonis ende Cornelis Jacops als borghen hebben geloift Cornelis Cornelisse Oerlman de somma van 142 gld. 7 1/2 st. te betaelen ut sup in vier termijnen, elcke termijn 35 gld. 11 st. 3 oirt 2 penningen ter causen van een luepensaet 7 roijen 15 voeten moers. Daer voor verbijndende etc. ut sup. Testes et actum ut supra. In marge: bevonnist ter goeder rekening in judictie den 20e augusti 1615. RAT. Loon op Zand. R 62 f 130v d.d. 11-3-1614. Jan Cornelis Cornelisse heeft geloift Cornelis Cornelisse zijnen vader de somma van 192 gld. 5 st. te betaelen in vier termijnen, elcke termijn 48 gld. 1 st. 1 oirt, waer aff den ierste termijn verschijnen sal paesschen 1615 ter causen van twee parceelkens moers, het een groot 36 roijen, 5 voet, 10 duijm, het andere 37 1/2 roijen. Daer voor verbijndende etc. ut sup. Testes et actum ut supra. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 62 f. 130v] |
| 26-07-1608 | Toelichting: ------------- In de 1e en 2e akte is sprake van 1/4 kindsdeel. Dat komt overeen met de 4 kinderen Cornelis, Adriaentke, Lijsken en Claesken. De vader en moeder zullen overleden zijn. De hier genoemde Cornelis Cornelis Oerlmans zal de "oude" zijn. In de 2e akte staat niet wat Floris Hendrick Reijnen met het kindsdeel doet(hem toegekomen van zijn overleden vrouw Adriaentke). Vreemd is dat in de akte Ariaenke Claes Cornelisse Oerlmans staat, met Claes ertussen. In de 3e akte ruilen Cornelis, voor de kinderen van zijn overleden zus Lijsken, en Adriaen Hendrick Pauwels, man van zus Claeske 2 stukken land. Adriaen krijgt het land op de Efteling, en voor de kinderen van Lijsken is het land op de Vaert. Dat laatste grenst aan eigen land van Cornelis. Transcryptie: -------------- Inv.nr. 61, folio 5v d.d. 26-7-1608. Cornelis Cornelisse Oerlman heeft sijn kintsgedeelte t.w. een vierde part in een erffenis gelegen binnen de heerlijckheijt Venloon op de Efterlingh, oostwaerts de weduwe Mari Goessen, suijtwaerts en westwaerts Willem Gijben Jan Vannis ende noortwaerts ’t sHeerenstraet. Soo het selven hem van sijn ouders aenbestorven is soo men verclaerden, heeft hij wettelijck overgedragen en overgegeven Adriaen Hendrick Pauwels, sijnen swager, (= getrouwd met zijn zus Claesken) met afgaan ende vertijen, alsoo gewoonlijck ende recht is. Gelovende die voirst. Cornelis Cornelisse Oerlman sup se et bona etc. dit opdragen ende overgeven den voirst. Adriaen Henrick Pauwels altois vast ende van waerden te houden ende alle calangie van sijnent weghen aff te doen geheelijck. Behoudelijck dat die voirst. Adriaen Henrick Pauwels daer uijt sal gelden ende betaelen het ghene met recht daer souden moghen uitghaen. Testes scabini, Jan Wouters en Dingeman Jansse den 26e julij 1608. Inv.nr. 61, folio 5v d.d. 26-7-1608. Floris Hendrick Reijnen als man ende momboir wijlen Ariaenke Claes Cornelisse Oerlmans, sijn kijntsgedeelte te weeten een vierde part in een erffenis gelegen binnen de heerlijkheijt Venloon op de Efterlingh etc. Testes, et actum ut supra. Inv.nr. 61, folio 5v en f 6r d.d. 26-7-1608. Compareerde Cornelis Cornelisse Oerlemans als voogd en momboir van de nagelaten weeskinderen Ariaen Petersen Verdiesen ter eenre ende Adriaen Hendrick Pauwels ter andere sijde. Ende verclaerden sij comparanten ten andere tijden vermangelt te hebben, seecker landt te weeten landt om landt gelegen binnen de heerlijcheid Loon eensdeels op de Efterlingh en het anderen op de Vaert, met welcke erfmangeling Adriaen Hendrick Pauwels is toebehorende het landt op de Efterlingh, oostwaerts de weduwe Marij Goessens, suijtwaerts ende westwaerts Willem Ghijben Jan Vannis ende noortwaerts t’s Heerenstraet. Op welk landt tot behoef des voirschr. Adriaen Hendrick Pauwels heeft die voirschr. Cornelis Cornelisse Oerlemans wettelijck ende erffelijck vertegen helmelingen in manieren in dien gewoonlijck sijnde. Behoudelijck dat sij hier uijt sal gelden het ghene met recht daer uijt souden mogen ghaen. Ende het landt gelegen opte Vaert aen den suijden sijde neve de Vaert oostwaerts Cornelis Cornelisse Oerlmans voirst. suijdtwaerts ende westwaerts Robbrecht Geritse ende noortwaerts des heeren vaert. Is het selven toebehoirende den voirst. Cornelis Cornelis Oerlemans. Op welcke landt tot behoef des voirst. Cornelis Cornelisse Oerlmans heeft die voirst. Adriaen Henrick Pauwels wettelijck ende erffelijck vertegen helmelingen in manieren in dien gewoonlijck sijnde. Behoudelijck dat hij hier uijt sal gelden het ghene met recht daer uijt souden moghen ghaen. Gelovende die voirst. comparanten die voirst. Cornelis Cornelisse in qualiteijt voirst. dese mangelingen ende dit vertijen elck deen den anderen vast ende stendich te houden ende doen houden. Alles sonder argelist. Testes et actum ut supra. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 61 f. 5v/6r] |
| 06-01-1568 | Pdf RAT. Loon op Zand. R 58 f 437r d.d. 6-1-1568 (met kleine aanpassing). Floris Henricxsse als man ende momboir van Adriaenken Cornelisdr. Adriaen Peetersse Verdiesen als man ende momboir van Lijsken Cornelisdr. Claesken Cornelisdr. cum tutore (=met voogd) ende Cornelis hen broeder absent, die sij vervangen ende daer voor geloofde hebben verkocht aan Geeritden Geritsse Verhoeven, hen gedeelte, in een hoeve metter timmeringen daerop staende, gelegen op de Meulenstraet bij de oude kerck, oost en noortwaerts aen erf. Meeus Wouters ende meer anderen, suijtwaerts aen sheeren gemeijnte, westwaerts aen Peter Driessen. Nog een acker oock aldaer gelegen oostwaerts aen Wouter Claessen, suijtwaerts aen de hei, westwaerts aen Jan Teeuwen ende noortwaerts aen Lijs Geerits. Ende nog eenen acker geheijten ’t Hooge Nonven (?, of Nouven) oock aldaer gelegen, oostwaerts aen Jan van Delft, suijtwaerts aen de gemeijnte, westwaerts aen de Oude straet ende noortwaerts aen Wouter Claessen, alsoo sij seeden. Ende hebben hem opgedragen ende gelooft te waeren voor twee thienden ende twee stuijvers chijns. Nog den pastoir tien loopen roggen ’s jaers. Testes, Meeus ende Jan. Actum den 6e januari 1568. Geerit Geretsse Verhoeven heeft gelooft te betalen den voorgen. vercoopers 106 carolus guldens in 4 termijnen, waeraff den iersten zijn zal op Sinte Bartolomeusdach anno 1570 enz. Testes et actum ut supra. Toelichting: ------------ Er staat geen Oerlemans in de akte. Toch is die er aan te koppelen: Adriaen Peter Verdiesen is getrouwd met Lijsken Cornelis Oerlmans (te lezen bijvoorbeeld in de akte in R62 van 12 januari 1610, met de verdeling tussen hun kinderen). Floris Henricksse (Reijnen) is getrouwd met Adriaenken Cornelisdr Oirlmans (te lezen bijvoorbeeld in de akte in R61 van 26 juli 1608, hoewel daar Adriaenken Claes Cornelisdr Oerlmans staat). Het is nog de vraag of de naam Oerlmans of een variant daarvan door hen of hun voorouders gebruikt is. In aug. 1581 staat in ieder geval Cornelis Cornelisse Oirlemans in een schepenakte (R. 58 f.510r). Op 3 juni 1584 Cornelis Cornelisse Oerlemans (R57 f. 2r en v, lossing op een schuld van 1547). Verder ben ik dit nog aan het nagaan. Daardoor kan ik zeggen: De 4 kinderen van Cornelis Oirlemans verkopen een hoeve en 2 akkers. Die liggen bij elkaar bij de Meulenstraat aan de oude kercke. De oude kerk stond meer ten zuidoosten van de huidige kerk, in de buurt van het Land van Kleef. De oude kerk was de Sint-Willibrordkerk, in gebruik tot rond 1400, en rond 1565, de periode van de akte, breken ze de laatste restanten af. (Bron: Straet en Vaert 1992, pag. 9) Molenstraat, Moleneind, Molengang bestaan anno 2023 en bakenen het gebied behoorlijk af. Fragment met een kaart uit 1867 heb ik bijgevoegd. Op de kadasterkaart van 1832 is op sectie E 02 en 03 het gebied goed te zien. De Oude straat heb ik niet terug kunnen vinden. Er staat in de akte niet hoe ze aan deze hoeve en de 2 akkers gekomen zijn. Het is een gezamenlijke verkoop, en daarom denk ik aan een nalatenschap van vader of moeder. Op 26 juli 1608 draagt Cornelis een kindsdeel, te weten 1/4 over aan zijn zwager Adriaen Hendrik Pauwels. Floris, man van Adriaenken, verkoopt ook het kindsdeel, te weten 1/4. Dan ruilt Cornelis met zwager Adriaen 2 stukken land. Dan lijkt dit ook op een nalatenschap van vader of moeder. De koper Geerit Geritse Verhoeven zal betalen op Sint Bartholomeusdag. Dat is de laatste zaterdag van september. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 58 f. 437r scan 43] | ||
| 04-12-1598 | Samenvatting: ---------------- Joncker Dierick van Immerselle, heer tot Loon opt Sandt verkoopt aan Willem Martensse van Gilse, Dirck Claessen Bunnen, Henrick Arijaen Aertsse ende Jan Wouter Claes Bertrumse de Bont ende Cornelis Cornelis Oerlmans, de helft in een lot moers, omtr. 46 cleijn hont moers ende 27 roeijen en een halve voet, genoempt het Noordenblock. Toelichting: ------------- Dit kan zowel Cornelis de oude, danwel de jonge betreffen. Transcryptie: --------------- RAT. Loon op Zand. R 58a f 10v en 11r d.d. 4-12-1598. Wij Andries Gheritsse van Broechoven, Jan Wouter Claes Beertensse de Bont, Willem Martens van Gilse ende Jan Lauwrijs Dircxssen, schepenen der heerlijckheijt Venloon dat men noempt Loon opt Sandt in de meijerije van ’s Hertogenbosch onder ’t quartier van Oijsterwijck geleegen doen condt en maecken kennelijck eenen ijegelijcken, die deesen tegenwoordige letteren sullen sien ende hooren leesen, dat wij in onse handen hebben gehadt ende gesien ende hooren leesen eenen brief geheel gesont, ongecasseert ende ongecancelleert in franchijn geschreven met drije groote seegels in groenen wasschen uithangende, inhoudende van woorden tot woorden gelijck als hiernae volght: Johannes dei gratia duc Lotharingen et Brabantia etc. RAT. Loon op Zand. R 58a f 11r d.d. 4-12-1598. Joncker Dierick van Immerselle heer tot Loon opt Sandt heeft verkocht Willem Martensse van Gilse, Dirck Claessen Bunnen, Henrick Arijaen Aertsse ende Jan Wouter Claes Bertrumse de Bont ende Cornelis Cornelis Oerlmans, de helft in een lot moers, omtr. 46 cleijn hont moers ende 27 roeijen en een halve voet, genoempt het Noordenblock teijnde aen de noordensijde van de rechte vaert gelegen, oostwaerts aen sheerendellen, suijtwaerts aen ’t lanthooft van de rechte vaert voorschr. westwaerts aen de meergrippe streckende noortwaerts totter moer van Jan Arijaensse wonende op Sprang. Ende Thoenis Henricxsse ende Thomas Arijaen Joosten ¼ part, Jan Aertsse ende Willem Arijaense oock ¼ part in de voorschr. moer. Ende heeft hen opgedragen ende overgegeven etc. Ende gelooft te waren, vrij en los. Testes scabini, Peeter Arijaen Thomas ende Peeter Arijaen Cornelis. Actum den 4e november 1598. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 58a f 10v-11r] | ||
| 26-05-1600 | Pdf RAT. Loon op Zand. R 59 f 30v d.d. 26-5-1600. Willem zoen Adriaen Verdiesen voor zijn zelven ende Cornelis Cornelisse Oerlemans als momboir van Ariaen Ariaensse Verdiesen ende Heijlke hun suster, daer voor sij hen fort en sterck maeckende, hebben wettelijck ende erffelijck Peter Cornelis Hendrickse ende Jan Peters, wonende tot Tilborch, anderhalf lps. moers metten gronden gelegen in de heerlijckheijt van Loon een bodem van twee bunder moers metten achtervolgens schepenenbrieven van Loon in date den 2e dach april anno 1556. Ende hebben de voirschr. coopers ’t selven loptiens moers opgedragen ende overgegeven met affgaen ende vertijen alzoo gebruickelijck ende recht is. Gelovende de voorschr. Willem zoen Adriaen Verdiesen voor zich selven ende Cornelis in den qualiteijt voorschr. onder verbant van hunnen personen, goederen present ende toecomende, voorschr. loptien moers ende gront te waeren gelijck men schuldig is moer te waeren ende allen commer ende calangien aff te doen geheelijck. Onder conditie dat de voorschr. Peeter schuldig verbonden sal wesen volgens den voorschr. brieff te wegen ende stegen als gewoonlijck is. Actum, scabini, Willem Martens van Gilse ende Arijaen Ariaense Oerlemans, den 26e maij 1600. Toelichting: ------------ De schepenbrief van 2 april 1556 heb ik niet teruggevonden. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 59 f. 30v] | ||
| 20-07-1600 | RAT. Loon op Zand. R 59 f 36r d.d. 20-7-1600. Cornelis Cornelisse Oeremans heeft gelooft te betalen Jacob Gerit Oeremans de somme van 125 gld. tot 20 st. brabants, tot paesschen toecomende als men schrijft 1601, dat ter cause van eenen acker lants die den selven van Jacob Gerit Oeremans gecocht heeft. Aermede de voorschr. acker ten vollen betaelt sijn sal stelt hier door ten onderpant den acker ende voorts allen sijnen goederen, haef etc. waer dat het self bevonden mag worden ’t sij in Hollant ofte Brabant. Testes, Adriaen Adriaen Oeremans ende Willem Martens van Gilse den 20e juli 1600. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 59 f 36r] | ||
| van 24-11-1605 tot 28-02-1607 | Samenvatting: ----------------- Erfgenamen van Hilleke Jan Meeuwssen verkopen een erfenisse met timmeringen op te Vaert, gelegen aan de zuidkant van de Vaert tegen de oude Dreijer over gelegen, die zij bewoond heeft tijdens haar leven, aan Cornelis Cornelisse Oerlemans en Jannen Hendricxsen voor de prijs van 399 gulden. Daarvan betalen ze prompt 75 gulden en met Pasen 1606 75 gulden, en zo elk jaar door totdat volledig betaald is. Jaarlijks te betalen: 4 vaten rogge aan de Heilige Geest van Loon, elk vat met 5 stuivers te mogen betalen een halve capuijn en 1 stuiver aan de heer van Loon Ten Bosch 8 stuivers en 1 1/2 oort De koop is door Meeus Aertssen door recht van naerdering gecasseert op 28 februari 1607. Toelichting: ------------- Het is niet duidelijk of het Cornelis de oude of de jonge is, vandaar dat ik deze akte bij beide heb toegevoegd. De relatie van Cornelis en Jan Hendricx is niet bekend. Transcryptie: --------------- Inv.nr. 60, folio 17v en f 18r d.d. 24-11-1605. Ghijsbert Ghijsbertssen, Lenaert Michielssen, Ariaen Willemssen, Pauwels Janssen, Ariaen Willem Ghijben ende Berbelen Aertsen, allen als erfgenamen van Hilleke Jan Meeuwssen, hebben verkocht aan Jannen Hendricxsen ende Cornelis Cornelis Oerlemans een erffenisse metten timmeringen, zoals de voirschr. Hilleke Jan Meeussen die selven bewoont ende gebruijckt heeft, gelegen in de heerlijckheijt Venloon ter plaetse genoempt op die Vaert, oostwaerts, westwaerts ende noortwaerts, Aert Jan Meeussen, suijtwaerts, Jan Trippen. Ende hebben het hem opgedraghen ende overgegeven met afgaen ende vertijden alsoo gewoonlijck ende recht is. Gelovende dit opdraghen ende overgeven, afdoen ende vertijden altijt vast ende van waerden te houden ende te vrijen ende te waeren. Uitgenomen jaerlijcks daer uit te vergelden vier vaet rogghen den heijlighen gheest tot Loon elck vat met vijff st. te moghen betaelen, in des heer van Loons chijns eenen halven capuijn ende eenen stuijver jaerlijcks, ende Ten Bosch acht stuijver ende anderhalf oirt stuijver jaerlijcks. Getuijghen waeren hier over schepenen in Venloon, Andries Geritsse van Broechoven ende Jan Wouter Claessen de Bont den 24e november 1605. In de kantlijn: gecasseert doir dijen Meeus Aertssen, die recht vernaedert heeft en hem den 28e februari 1607 gevest is. Inv.nr. 60, folio 18r d.d. 24-11-1605. Jan Hendricxsen ende Cornelis Cornelisse Oerman hebben ghelooft ende gheloven mits deesen een voor all wel ende duechdelijcken te betaelen Ghijsbert Ghijsberden, Lenaert Michielssen, Ariaen Willemsse, Pauwels Jansse, Ariaen Willem Ghijben ende Berbelen Aertsse allen erfgenaemen van Hilleke Jan Meeussen, de somma van 399 gulden, waer af sij lieden promptelijck betaelen sullen 75 gulden ende te paesschen tot paesschen, elcke paesschen 75 gld. tot dat den ierste penninck met den lesten betaelt sal wesen ende dat ter causen van coop van erfgoet. Hier voor stellen Jan Hendricxsen ende Cornelis Cornelisse voirst. haere persoon ende allen haere goederen, hebbende ende vercrijgende, ende het selfte erfgoet tot waerborch. Testes et actum ut supra. Inv.nr. 60, folio 59v den lesten augustus 1606. Meeus Aertsse heeft vernaedert ende vernaerdert mits deesen alsulckeerffenisse metter timmeringen daerop staende aen de suijdensijde van de Vaert teghen den ouden dreijer over gelegen, van Hilleke Jan Meeuse gecomen, als Lenaert Michielsen, Ghijsbrecht Aertssen, Arijaen Willem Gijben, Pauwels Jansse ende Barbara Aertsse onlancx verkocht hebben gehadt aan Cornelis Cornelisse Oerlemans ende Jan Hendricxsen. Ende heeft blijckende penninghe geleijt die hij seijde sijn eijgen toe te comende etc. Testes, Mr. Peter Sallen ende Cornelis Dirck Franssen, den lesten augustij 1606. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 60 f 17v en 18r] | ||
| van 13-02-1608 tot 22-09-1619 | Samenvatting: ---------------- Cornelis Cornelisse Oerlman verkoopt een akker op de Efterlingh aan Jan Willemse voor 232 gulden en 20 stuivers. Aan de zuidkant is land van de weeskinderen van Adriaen Verdiesen. Cornelis heeft deze verkregen van .... Claessen de Bont. De koper zal jaarlijks de grondcijns voldoen, te weten 1 1/2 stuiver en een smal hoen. De koper zal de wegen en stegen naar de akker vanaf de weeskinderen van Adriaen Verdiesen mogen gebruiken, zoals afgesproken bij de vorige koopcedule. Jan Willemse zal 1/4 deel direct betalen, dan 1/4 deel met Pasen 1609, en zo door. Cornelis Cornelisse bekent op 22 september 1619 dat betaald is. Toelichting: ------------- Cornelis heeft de akker gekocht van ... Claessen de Bont. Een deel van het blad is er niet meer, vandaar de puntjes. Ik heb een Wouter Jan Wouter Claessen de Bondt, getrouwd met Anneken Anthonis Hendricx Oirlemans. Haar zus Hendricxken was getrouwd met Dierck Cornelis Oerlemans. Cornelis is de broer of de vader van Dierck. Om welke Cornelis het gaat, is niet zeker. Daarom heb ik de akte bij beide opgenomen. Transcryptie: --------------- Inv.nr. 60, folio 82v en f 83r d.d. 13-2-1608. Cornelis Cornelisse Oerlman heeft wel ende wettelijck vercocht Jan Willemse eenen acker landts gelegen in de heerlijckheijt Venloon ter plaetse genaempt op d’Efterlingh tussen erffenisse noortwaerts die weduwe Adriaen Basters, suijden de weeskinderen van Adriaen Verdiesen, streckende van de selven weeskinderen tot de erffenis van Peter Vrancken. Welcke erffenisse Cornelis Cornelisse in coop vercregen hadden van ….. Claessen de Bont zo men verclaerden. Ende heeft se hem overgegeven ende opgedragen met afgaen ende vertijden alsoo gewoonlijck ende recht is. Gelovende die voirst. Cornelis Cornelisse Oerlemans onder verbijntenissen van sijnen persoon ende goederen, hebbende ende vercrijgende, dit opdragen ende overgeven den voirst. Jan Willemsse altois vast ende van waerden te houden, te vrijen ende te waeren ende alle commer af te doen. Uitgenomen den grontchijns daer met recht vuijtgaende, wesende anderhalve stuijver ende een smael hoen ende oick metten conditie dat den coper naer den selven acker sal mogen wegen ende stegen ter naesten plaetsen ende minste quetsinge daer de goederen der selver weeskinderen Adriaensse Verdiessen in alle manieren als den copers het selven bij voirgaende coopcedulle velooft was. Scabini, Jan Wouters en Cornelis Dirckssen den 13 februari 1608. Bijgeschreven: dies geloift Jan Willemsse den voirst. Cornelis Cornelisse van den contributie int landt gelt aff te nemen vijff hondt landts. Inv.nr. 60, folio 83r d.d. 13-2-1608. Jan Willemse heeft gelooft Cornelis Cornelisse Oerman de som van 232 gld. tot 20 st. te betalen in vier termijnen ofte jaeren. Een vierde part gereet opte vesten ende van Paesschen ierstcomende over een jaer 1609, een ander vierde part tot Paesschen. Ende so van paesschen tot paesschen tot volder betalingen ende dat ter causen van coop van eenen acker, daervoor verbijndende die voirschr. Jan Willemsse sijnen persoon ende goederen, hebbende ende vercrijgende, ende stellende dezelfde acker tot waerborg. Testes et actum ut supra. In de kantlijn: Cornelis Cornelisse heeft bekent van dese gelofte betaelt ende voldaen te sijn den 22e september 1619. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 60 f 83v en 83r] | ||
| 01-07-1608 | Samenvatting: ---------------- Jan Cornelis Oermans neemt via het recht van vernadering de koop van Jan Willem Basters van Cornelis Cornelisse Oerman over. Het gaat om een akker op de Efterlingh. Toelichting: ------------ Jan overruled de verkoop van de akker door zijn vader of zijn broer. Dat is hier niet uit op te maken. In de akte erna, van dezelfde dag, treedt Cornelis Cornelisse Oerman op als toeziend voogd over de weeskinderen van Dominus den ouden Janszoon. Transcryptie: --------------- Inv.nr. 61, folio 2v d.d. 1-7-1608. Jan Cornelis Oermans vernaedert alsulcke acker landts gelegen opt de Effterlingh als Jan Willem Basters gecocht heeft van Cornelis Cornelisse Oerman ende heeft blijckende penningen gethoont die welcke hij seede hem te toe te behoiren, etc. Testes, Cornelis Dirckse ende Dirck Jansse, den 1e julij 1608. |
[bron: Loon op and - Schepenbank Inv. 61 f. 2v] | ||
| 07-02-1609 | Samenvatting: ---------------- Cornelis Cornelisse Oerlman koopt een perceel land op de Vaert van jan Aryaense Oerlman, eertijds gekocht van Roel Driessen. Toelichting: ------------- Of het om Cornelis de oude of de jonge gaat, kan ik zo niet bepalen. Daarom bij beide heb ik deze akte opgenomen. Transcryptie: --------------- Inv.nr. 61, folio 37r d.d. 7-2-1609. Jan Arijaensse Oerlman heeft wettelijck ende erffelijck vercocht Cornelis Cornelisse Oerlman een parceel landts soo groot ende kleijn als het selven geleghen is in de heerlijkheijt Venloon op de Vaert, oostwaerts aen sheerenstraet, suijdtwaerts Lenaert Michielsse, westwaerts de erfgenaemen Aerden Jan Meeussen ende noortwaerts Rob Geritsse, eertijden van de erfgenaemen Roel Driessen gecocht zoo men verclaerden. Ende heeft het hem opgedraghen ende overgegeven met afgaen ende vertijen alsoo gewoonlijck ende recht is. Dies dat hij daer over sal laeten weghen ende steghen uijtwijsens de oude brieven daer aff sijnde. Gelovende die voirst. Jan Arijaensse Oerlman sup se et bona etc. dit opdragen ende overgeven den voirst. Cornelis Cornelis Oerlmans altois vast ende van waerden te houden ende tee vrijen ende te waeren. Uitgenomen des heeren van Loon grontchijns met recht daer uijt gaende. Testes et actum ut supra. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 61 f. 37r] | ||
| van 13-03-1610 tot 01-04-1620 | Samenvatting: ---------------- 4 akten. Akte 1: Cornelis Cornelisse Oerlmans koopt een akker op de Vaert aan de oude Dreijer van Aerdt en Robbrecht Geritsse, oost en zuid grenzend aan zijn eigen land, noord grenzend aan land van Robbrecht Geritsse. Jaarlijks moet hij een duit betalen aan de Heer als grondchijns en 20 stuivers aan degenen, die daar recht op hebben. Akte 2: Dierck Cornelisse Oerlmans koop 3 akkertjes op te Vaert van Jan Claesse Trip, oost, west en zuid grenzend aan land van Robbrecht Geritsse. Akte 3: Cornelis Cornelisse Oerlmans verkoopt een akker op de Vaert, 6 lopensaat en 8 roeden groot, aan Jan Willem Symons, oost grenzend aan des heeren vaertkant Akte 4: Jan Willem Symons zal 626 gulden en 16 stuivers ervoor betalen, 100 gulden gereed geld, en dat heeft Cornelis al ontvangen, 100 gulden met Pasen 1610, 100 gulden elke volgende Pasen In marge: Cornelis Cornelisse heeft met Pasen 1611 300 gulden totaal ontvangen. Item: bevonnist ter goeder reckeningen den 4e september 1613. Item: bevonnist bij P. Sallen, Jan Wouters, Cornelis Dircksse ende Dirck Raessen den 14e augustus 1618. Item: betaelt mits dat Jan Willemsse desen acker Cornelis Cornelisse wederom vercocht ende opgedragen heeft den 4e januari 1620. Toelichting: ------------- De akker die Cornelis verkoopt, heeft hij gekocht van Jacop Gerit Oirlemans op 20 juli 1600. In de laatste akte lijkt Cornelis deze akker teruggekocht te hebben van Jan Willem Symons op 4 januari 1620. De akten van 13 maart 1610 gaan over Dierck Cornelisse Oerlman en Cornelis Cornelisse Oerlman. Het kan zijn, dat zij als broers daar gekomen zijn. Het kan ook zijn dat zoon Dierck met zijn vader Cornelis gekomen is. Aangezien ik geen uitsluitsel daarover kan geven, heb ik zowel bij vader als zoon, de akten opgenomen. Transcryptie: --------------- Inv.nr. 61, folio 72v d.d. 13-3-1610. Aerdt ende Robbrecht Geritsse, gebroederen, hebben wettelijck ende erffelijck vercocht Cornelis Cornelisse Oerlman eenen ackerlandts soo groot ende kleijn als den selven geleghen is binnen der heerl. Venloon op te Vaert aen den oude dreijger, oostwaerts ende suijdtwaerdts den voirst. Cornelis Cornelisse, westwaerts de weduwe Aert Jan Meeussen ende noortwaerts den voirst. Robbrecht Geritsse. Bij de voirst. gebroederen van Jasper Robben vercregen soo men verclaerden, met oijck eenen erfwech totten selven acker gecocht van Claes Bertroms de Bondt. Ende hebben den voirst. Cornelis Cornelis opgedragen ende overgegeven met allen brieven ende bescheet daer aff sijnde ende dat met afgaen ende vertijen alsoo gewoonlijck ende recht is. Gelovende die voirst. Aerdt ende Robbrecht Geritsse, gebroederen, onder verbijntenissen van haer lieder persoonen ende goederen, hebbende ende vercrijgende, dit opdragen ende overgeven den voirst. Cornelis Cornelisse Oerlman altois vast ende van waerden te houden, te vrijen ende te waeren, ende allen commer ende calangien affte doen geheelijcken. Uitgenomen eenen duijt in des heeren gront chijns ende 20 st. jaerlijcks aen den gheen die er toe gerecht sijn. Testes scabini, Jan Wouter Claessen de Bondt ende Cornelis Dirck Franssen den 13e mert 1610. Inv.nr. 61, folio 72v en f 73r d.d. 13-3-1610. Jan Claesse Trip heeft wettelijck ende erffelijck verkocht aan Dirck Cornelisse Oerlemans, drie ackerkens landts, soo groot ende kleijn als de selven geleghen sijn binnen der heerlijckheijt Venloon opte Vaert, oost- west- ende noordwaerts Robbrecht Geritsse ende suijdwaerts, Meeus Aert Jan Meeusen. Ende Peter Jansse Bijster, vercreghen van Aerdt Arijaense Clerck, met oick eenen erfwech om te komen tot de voirschr. ackerkens lopende over erffenisse van de voirst. Peter Jansse de Bijster ende heeft se hem opgedragen ende overgegeven met afgaen ende vertijen alsoo gewoonlijck ende recht is. Gelovende die voirst. Jan Claessen Trip onder verbijntenissen van sijnen persoon ende goederen, hebbende ende verkrijgende, dit opdragen ende overgeven den voirst. Dirck Cornelisse Oerlman altois vast ende van waerden te houden, te vrijen ende te waeren ende allen commer aff te doen geheelijck. Testes et actum ut supra. Inv.nr. 61, folio 73r d.d. 13-3-1610. Cornelis Cornelisse Oerman heeft wettelijck ende erffelijck vercocht Jan Willem Sijmons eenen acker landts, groot 6 lopensaet, 8 roijen, geleghen binnen der heerl. Venloon opte Vaert, oostwaerts des heeren vaertcant, suijdtwaerts den voirst. Jan Willemsse, westwaerts Jan Lamberts ende noortwaerts Hens Leijten steechken, vercregen van Jacop Gerit Oerlmans soo men verclaerden. Ende heeft het hem opgedragen ende overgeven met afgaen ende vertijen alsoo gewoonlijck ende recht is. Gelovende die voirst. Cornelis Cornelisse Oerlman onder verbijntenissen van sijnen persoon ende goederen, present ende toecomende, dit opdragen ende overgeven den voirst. Jan Willem Sijmons. altois vast ende van waerden te houden, te vrijen ende te waeren ende allen commer ende calangie aff te doen geheelijck. Testes et actum ut supra. Inv.nr. 61, folio 73r en f 73v d.d. 13-3-1610. Jan Willem Sijmons heeft geloift ende geloift mits desen Cornelis Cornelisse Oerlmans de somma van 646 gld. 16 st. te betalen 100 gld. gereet bij de vest, die de voirst. Cornelis Cornelisse bekenden ontfanghen te hebben, 100 gld. tot paesschen 1610 ende voirts alle paesschens 100 gld. uijtgescheijden het leste jaer wanneer het niet meer wesen en sal als 46 gld. en 16 st. in volder betalingen ende dat van coop van eenen acker landts. Daer voor verbindende die voirst. Jan Willem Sijmons sijnen persoon ende goederen, hebbende ende vercrijgende, ende stellende der selven acker landts tot principael hypotheecq ende waerborch. Testes et actum ut supra. In marge: Cornelis Cornelisse bekent op dese geloifte ontfanghen te hebben 300 gld. ende betaelt te wesen tot paesschen 1611. Item: bevonnist ter goeder reckeningen den 4e september 1613. Item: bevonnist bij P. Sallen, Jan Wouters, Cornelis Dircksse ende Dirck Raessen den 14e augustus 1618. Item: betaelt mits dat Jan Willemsse desen acker Cornelis Cornelisse wederom vercocht ende opgedragen heeft den 4e januari 1620. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 61 f 72v-72r-73r-73v] | ||
| van 02-09-1611 tot 16-09-1611 | Samenvatting: ----------------- Cornelis Cornelisse Oerlmans koopt samen Robbert Jan Lauwen, Meilis Melissen Verstegen en Jan Janssen de jonge uit Sprangh, van Vrouwe Marie van Renesse, Vrouw tot Loon een lot moerdellen genoemd de Quaertalen dellen. Die beginnen aan het Westeneinde, naast de moeren van de Vrouwe van Loon, noordwaarts de nieuw gegraven waterlaat naast de Rechte Vaart, ten zuiden de gemene weg, en ten oosten Robbrecht Geraertsse. Het gaat om 13 lopensaat, 25 roeden (bijna 3 hectaren). Ze mogen 30 jaar de grond steken en exploiteren. Toelichting: ------------- Als schepen is Cornelis Cornelisse Oerlmans aanwezig. Tegelijkertijd koopt Cornelis Cornelisse Oerlmans de moerdellen. Is de koper de zoon, en de schepen de vader? Aangezien dit niet te bepalen is, heb ik bij beide dit opgenomen. Transcryptie: --------------- RAT. Loon op Zand. R 62 f 38v d.d. 9-9-1611. Jeronimus Benedictus als executeur van den testamente ende uijt cracht van procuratie hem gegeven bij Vrouwe Marie van Renesse, vrouwe tot Loon naergelaeten weduwe wijlen heeren Dircken van Immerselle en heer Engelberts van Immerselle vrijheer tot Bochoven etc. Heer Thomas de Thiemes Heer tot Hueckelum etc. ende met hem Mr. Theodore Engelkens licentiaat der rechten als mede executeurs van den voirst. testamente, heeft in de voirst. qualiteit, wel ende wettelijck vercocht Cornelis Cornelisse Oerlmans, Rob Jan Lauwen, Melis Melissen Verstegen ende Jan Jansse de jonge tot Sprangh, een lot moerdellen groot 13 luepensaet, 25 roijen, gelegen binnen der heerlich. Venloon ter plaetsen genoempt Quaertalen dellen beginnende aan de westen eijnde naest die moeren van de vrou van Loon, noortwaerts aen den nieuwen gegravene waterlaet naest die rechte vaert, suijden den gemeijne wech ende oist Robbrecht Geraertsse. Ende heeft het hem opgedragen ende overgegeven met affgaen ende vertijden alsoo gewoonlijck ende recht is. Om het voirst. lot dellen eens van den gront te stecken, te delven ende te gebruijcken den tijt van 30 jaeren van nu aen beginnende en de voirst. 30 jaeren geexpireert ende verleijndt wesende het selven lot dellen als dan wederom te verlaeten in vuegen ende manieren het selven als dan gelegen sal wesen. Gelovende die voirn. Jeronimus Benedictus in de qualiteijt voirst. onder de verbijntenissen van des vrouwen van Loons goederen, dit opdragen ende overgeven den voirn. Cornelis Cornelisse Oerlmans altois vast ende van waerden te houden, ende het selven lot moerdellen te vrijen ende te waeren als men moerdellen schulidch is te waeren. Testes scabini, Cornelis Cornelisse Oerlmans ende Cornelis Dirck Franssen den 9e september 1611. RAT. Loon op Zand. R 62 f 38v d.d. (onvolledige akte, zie folio 41r) Cornelis Cornelisse Oerlemans ende met hem Rob Jan Lauwen, Melis Melissen Verstegen ende Jan Jansse de jonge tot Sprangh, hebben geloift individueel een voor al Jeronimus Benedictus tot behoeff van Mevrouwe van Loon offte haeren soone Jo. Engelbert van Immerselle offte thoonder deses de somme van negenhondert gld. en vierhalve st. te betaelen in vijff termijnen offte jaeren, elcke termijn 180 gld. 3 oirt en 2 pen. Waer aff den iersten termijn verschijen sal tot paesschen 16…. RAT. Loon op Zand. R 62 f 39r d.d. 2-9-1611. (Identiek aan folio 38r) Dirck Jansse van Broechoven etc. RAT. Loon op Zand. R 62 f 39v d.d. (identiek aan folio 38v) RAT. Loon op Zand. R 62 f 39v en f 40r d.d. 16-9-1611. Jeronimus Benedictus als executeur etc. heefft in de voirst. qualiteijt wel ende wettelijck vercocht Rob Geraertsse, Hendrick Anthonisse, Ariaen Petersse, Dirck Arijaensse, Gijsbert Petersse ende Jan Laureijssen een lot moerdellen groot 13 lps. 25 roijen, gelegen binnen de heerl. Venloon ter plaetsen genoempt Quaetaelen dellen wesende het tweede lot moers, dierste lot dat Cornelis Cornelisse Oerlmans metten sijnen toebehoirt, lanck oist ende west sevenensestich en een halve roijen, noorden en suijden breet tien roijen en heeft het hem opgedragen ende overgegeven etc. om het voirst. lot moerdellen etc. Testes scabini Mr. Peter Sallen ende Cornelis Dircksse den 16e september 1611. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 62 f 38v] | ||
| 01-02-1615 | Samenvatting: ----------------- Jan Claes Trip verkoopt 2 gedeelten land op de Heikant aan Cornelis Cornelis Oerlemans. Ten westen ligt land van Cornelis Cornelis Oerlemans. Toelichting: ------------- Of het om Cornelis de oude of de jonge gaat, is niet te bepalen. Transcryptie: --------------- RAT. Loon op Zand. R 63 f 37v d.d. 1-2-1615. Jan Claes Trip heeft twee gedeelte land hem aanbestorven sijn van wijlen Aerdt Jan Meeuse, gelegen binnen de heerlijckheijt Venloon ter plaetse genoempt de Heijcant, oistwaerts de wed. Meeus Aert Jansse, suijtwaerts de weduwe wijlen Meeus Aert Jansse, westwaerts Cornelis Cornelis Oerlemans en noirtwaerts de voorschr. Jan Claes Trip, heeft hij wettelijck ende erffelijck overgedragen ende overgegeven aan de voorst. Cornelis Cornelis Oerlemans ende gelooft te vrijen ende te waren voor elf duijts in des heeren van Loons chijns, het sesde part van vier vaten rogge jaerlijcks den heijlige geest tot Loon ende het sesde part van 28 stuijvers lossrente ’s Hertogenbosch te betalen. Testes, Jan Wouters ende Anthonis Hendricks. Actum den 1e februari 1615. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 63 f 37v] | ||
| van 22-12-1615 tot 23-12-1615 | Samenvatting: ---------------- Claes Cornelis Cornelisse koopt een lot moer in de Egmont over volgens het recht van vernadering, dat zijn vader verkocht heeft aan Joost Peter Bertroms en Rob Jansse Lauwen. Getuigen zijn Cornelis Dircksse ende Dirck Jansse. Claes Cornelis Cornelisse koopt 2 percelen moer over volgens het recht van vernadering, dat zijn broers Cornelis, Jan en Dirck verkocht hebben aan Ariaen Jansse Lauwen en Anthonis Corsten. Getuigen zijn Anthonis Hendricx Oerlmans ende Cornelis Cornelisse. Toelichting: ------------ De naam Oerlemans is niet genoemd. De combinatie van de 3 broers zou wel heel toevallig zijn, als het niet zo was. Vandaar dat ik deze akte daarbij geplaatst heb, en Claes als broer toegevoegd heb. Wel met een aanduiding van waarschijnlijkheid, omdat ik hem verder niet tegengekomen ben. Er is 1 akte van 26 juli 1608 waarbij Ariaenke Claes Cornelis Cornelisse Oerlemans genoemd is, als eerdere echtgenote van Floris Hendrick Reijnen. Dat had Ariaenke Cornelis Oerlemans moeten zijn. Zij is al voor 5 januari 1588 gestorven. De Cornelis Cornelisse zal overeenkomstig andere akten ook Oerlemans zijn. Dat moet dan gezien de context wel zijn vader zijn, Cornelis Cornelisse Oerlemans de oude. Transcryptie: --------------- RAT. Loon op Zand. R 62 f 182v d.d. 22-12-1615. Claes Cornelis Cornelisse heeft vernaerdert alsulcke lootken moers geleghen in den Egmont als Cornelis Cornelisse zijnen vader aen Joost Peter Bertroms ende Rob Jansse Lauwen vercocht heeft, ende heeft blijckende penningen geleet. Om etc. Testes Cornelis Dircksse ende Dirck Jansse den 22e december 1615. RAT. Loon op Zand. R 62 f 183r d.d.23-12-1615. Claes Cornelis Cornelisse heeft vernaerdert alsulcke twee parceelkens moers als Cornelis, Jan ende Dirck sijne broeders aen Ariaen Jansse Lauwen ende Anthonis Corsten vercocht hebben. Ende heeft blijkende penningen geleet etc. Om etc. Testes, Anthonis Hendricx Oerlmans ende Cornelis Cornelisse den 23e december 1615. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 62 f. 182v en 183r] | ||
| van 05-04-1617 tot 27-04-1618 | Samenvatting: ---------------- Cornelis Cornelis Oerlmans koopt een erfenisse op de Vaert voor 150 gulden, aan de noordkant grenzend aan zijn eigen grond. Toelichting: ------------ Of dit Cornelis de oude of de jonge is, kan ik zo niet vaststellen. Transcryptie: --------------- RAT. Loon op Zand. R 63 f 46v d.d. 5-4-1617. Peter Claessen ende Jan Joosten als voichden ende momboirs van de nagelaten kijnderen wijlen Jan Claesse Trip ende de voirst Jan Claessen weduwe der kijnderen moeder ende met consent van de heer, hebben wettelijck ende erffelijck verkocht Cornelis Cornelis Oerlmans eene erffenisse gelegen binnen der heerlijckheijt Venloon opte Vaert, oostwaerts Jan Lauris Dircksse, suijdtwaerts des heerenstraet, westwaerts die weeskijnderen van Ariaen Thonis Segers huijsvrouw en noortwaerts de voirst. Cornelis Cornelisse Oerlmans copere, ende hebben se hem opgedragen ende overgegeven met afgaen ende vertijen alzoo gewoonlijck ende recht is. Gelovende die voirst. momboirs op de verbintenissen van der voirst. kijnderen personen ende goederen, present ende toecomende ende de voirst. weduwe onder gelijcke verbintenissen dit opdragen ende overgeven den voirst. Cornelis Cornelisse Oerlmans altois vast ende van waerden te houden ende de voirst. erffenisse te vrijen ende te waren voor des heeren chijns het sesde gedeelte van vijfenhalve stuijvers. Item het sesde gedeelte van eenen daelder jaerlijcks ten Bossche te betalen. Ende het sesde gedeelte van eenen vierendeel roggen jaerlijcks die met eenen daelder aen Aert Clercx betaelt wordt. Testes, Peter Sallen ende Cornelis Dircksse, den 5e april 1617. RAT. Loon op Zand. R 63 f 46v d.d. 5-4-1617. Cornelis Cornelisse Oerlmans heeft gelooft de weduwe ende momboirs van den kijnderen wijlen Jan Claessen Trip de somme van 150 gld. te betalen in twee termijnen, den iersten tot paesschen ierstcomende ende den tweede ende lesten tot paesschen 1618 ter causen van coop van een erffenisse daer voor verbindende voirst. Cornelis Cornelisse zijnen persoon ende goederen, present ende toecomende ende stellende de voirst. erffenisse tot hypotheecq ende waerborch. Testes et actum ut supra. In marge: de weduwe metten momboirs hebben bekent deen helft den ierste termijn ontfangen te hebben, actum ut supra. De weduwe metten momboirs hebben bekent ten vollen van dese gelofte voldaen te zijn, den 27e april 1618 |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 63 f 46v] | ||
| 04-01-1620 | Samenvatting: ---------------- Cornelis Cornelis Oerlmans koopt een akker op de Vaert van Jan Willem Symons, die de akker eertijds gekocht heeft van Jacop Gerit Oerlmans. Toelichting: ------------- Cornelis de oude of de jonge? Is zo niet te bepalen. Transcryptie: --------------- RAT. Loon op Zand. R 63 f 110r d.d. 4-1-1620. Jan Willem Sijmons heeft wettelijck ende erffelijcke vercocht Cornelis Cornelisse Oerlmans eenen acker landts gelegen binnen der heerlich. Venloon opte Vaert tusschen erffernisse des heeren vaertcant aen den suijdenzijde, ende de weduwe Jan Willemsse Grootswagers aen den noordensijde, streckende van Hens Leijten steech westwaerts, tot erffenisse des vercopers eertijts van Jacop Gerit Oerlmans gekomen soo men verclaerden. Ende heeft se hem opgedragen ende overgegeven met affgaen ende vertijen alsoo gewoonlijck ende recht is. Gelovende die voirst. Jan Willem Sijmons onder verbant van sijnen persoon ende goederen, present ende toecomende, dit opdragen, overgeven, vertijen ende afgaen den voirst. Cornelis Cornelisse altois vast ende van waerden te houden. Ende den voirst. acker te vrijen ende te waeren ende alle calangie aff te doen gehelijcken. Testes scabini Cornelis Dirckse ende Dingenman Jansse den 4e januari 1620. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 63 f 63r] |
| 15-10-1623 | Vaertkant, Loon op Zand (In de akte van deling hieronder zijn Cornelis Cornelis Oerlmans, Dirck Cornelis Oerlmans en Cornelis Cornelis de jonge genoemd, als hebbende grond grenzend aan te verdelen percelen. RAT. Loon op Zand. R 63 f 169v/170r d.d. 15-10-1623. Gerit Rob Geritsse ende Heijltke sijne suster cum tutore hebben bekent onderlinge aengegaen ende gemaect te hebben sceijdinge ende deijlinge van de goederen hen lieden van hennen ouders aenbestorven. Overmits welcke erffsceidinge ende deijlinge den voirst. Gerit Robben te deel gevallen ende erffelijck aengecomen is het groot woonhuijs metter aenstede, metten cruijthoff ende bogaert ende coren landt daer aen gelegen, streckens suijdtwaerts op tot erffenisse Cornelis Cornelis Oerlmans, oostwaerts des heeren straet, de westenzijde metten gehele sloot streckens … beneffens de boomen staende opt tweede loth, ende noortwaerts des heeren vaertcant. Item noch twee ackerkens weijlandts gelegen metter oosten sijde aent tweede loth, het suijden eijndt Willem Arijensse Hoeijmeier, de westen zijde Jan Hendricxs ende het noorden eijnd des heeren vaert cant. Item eenen acker genoempt den Hogen Acker gelegen oostwaerts de weduwe Jan Peter Jacops, suijdtwaerts de erffgenaemen Cornelis Thonis Zegers, westwaerts sheerenstraet ende noorden Dirck Cornelis Oerlmans. Op welcke parceelen van erffenisse tot behoeff des voirst. Gerit Robben heeft de voirst. Heijltken cum tutore vertegen helmelingen inne manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Behoudelijck dat de voirst. Gerit Robben jaerlijcx daer uit betaelen sal des heeren gront chijns met recht daer vuijtgaende ende hondert guldens eens off de intrest van dijen aent clooster van den wijmelenberch ende de voirst. sijne suster toegeven sal 25 gld. eens binnen den tijt van acht dagen naer datum deses te betaelen. Met conditie ut infra. Onvermits welcker etc. Soo is de voirst. Heijltken Robben te deel gevallen ende erffelijck aengecomen de schuer metten corenlandt, met noch twee weijveldekens gelegen aen het westen sijde van het corenlandt altemael gelegen oostwaerts de voirst. Gerit Robben mededeelderen, streckende totten cant van den sloot mette boomkens daer op staende, het suijdeneijnd Cornelis Cornelis de jonge met meer anderen, de westenzijde de mededeelder, ende het noorden eijnd des heeren vaertcant. Item het brauhuijs het selven aff te breecken binnen der tijt van twee jaeren, ende het selven te moghen bewoonen den voirst. tijt van twee jaeren. Item sal alsnoch ontfangen van den voirst. haeren broeder 25 gld. eens. Op welcke parceelen van erffenisse tot behoeff des voirst. Heijlkens heeft de voirst. Gerit Robben vertegen helmelingen vertegen inne manieren in dijen gewoonlijck sijnde. Behoudelijcke dat de voirst. Heijlken daer vuijt gelden sal des heeren grontchijns met recht daer vuijtgaende, te weten den halve chijns van de gehele erffenisse ende 50 gld. off den intrest daer van aen den ghene daer toe gerecht sijn. Met conditie hierinne toegedaen dat alle lopende schult tot desen daghe toe sal ghaen halff ende halff. Ende dat een iegelijck sijne chijnsen, renten ende pachten alsoo sal betaelen dat deen van den anderen hijnder oft scade en komen. Gelovende etc. Testes, Jan Wouters ende Dingenman Jansse. Actum.) |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 63 f 169v-170r] |
| 22-01-1626 | Samenvatting: ---------------- Adriaen Diercxsen de Bie, samen met zoons Thomas en Jan, ter eenre, Willem Matheus Jan en Jan Adriaens als voogden van de 5 onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans, Daniel Willemssen en Jan Aertssen als voogden van de onmondige kinderen van wijlen Ivo Gielissen en Niclaes Janssen Haegen, verwekt bij Catharina Cornelis Oirlemans in t bijwesen van de Schouteth van Besoyen als oppervoogd van de wezen aldaar ter andere zijde Daniel Willemsen in de naam van zijn vader Adriaen Iwaenssen als momboir. Het gaat over de successie, de nalatenschap van wijlen Dierck en Cornelis, broers, zonen wijlen Cornelis Oirlemans. Adriaen de Bie zal met zijn kinderen krijgen: * alles uit de verkoop van de meubelen uit het sterfhuis van wijlen Cornelis Cornelis Oirlemans de jonge en Aleijtken de Bie, zijn huisvrouw. * hij zal de onkosten daarvan moeten betalen Voor de weeskinderen: * alle kleren die ten lijve van Cornelis Cornelis Oirlemans behoort hebben Adriaen de Bie mag de oogst van 1626 op alle zaailanden in Venloon hebben. De weeskinderen krijgen de oogst van 1626 op 2 honds land, gelegen in de stede van Anthonis Hendricx. Adriaen de Bie krijgt alle turf, gedelfd op de moeren van de sterfhuizen, en daartoe 3/4 deel in een bank moer, 6 hond groot, in den Hoeck, destijds door Dierck en Cornelis samen verkregen. Hij krijgt ook 100 gulden van de weeskinderen met Pasen 1627. Alle verdere goederen delen Adriaen en de weeskinderen volgens het landrecht van Zuid-Holland. Toelcihting: ------------- Adriaen de Bie is de vader van Aleijtken, de vrouw van Cornelis Cornelis Oirlemans de jonge. Thomas en Jan zijn haar broers. De vrouw van Dierck, te weten Henrica Anthonis Hendricx, is hier niet genoemd. Wel in de akte van 29 sept 1628. Dan is ze vertegenwoordigd door zus Marie Anthonis Hendricx Wel is in deze akte sprake van de stede van Anthonis Hendricx, maar ik ben niet zeker of dat met elkaar in verband staat. Hier is Cornelis Cornelis Oirlemans de jonge genoemd. Dat betekent dat er ook een Cornelis Cornelis Oirlemans de oude geweest moet zijn. Dat kan een oudere broer of zijn vader geweest zijn. In dit geval is het zijn vader, zoals blijkt uit de akten van 8 januari 1629 en 8 nov. 1642 waarin zijn zus genoemd wordt: Cathalijn dochtere wijlen Cornelis Cornelis Oirlemans genoemd wordt. Transcriptie: -------------- RAT. Loon op Zand. R 64 f 20r t/m 21r d.d. 22-1-1626. Alsoo seeckere questien ende geschillen waeren opgestaen ende geresen ende noch meer geschaepen waeren op te staen ende te gerijsen tusschen Adriaen Diericxssen de Bie ter eenre, ende Jannen Adriaens ende Willemen Matheus Janssen beijden als momboiren van de vijff onmondige kinderen wijlen Jan Cornelis Oirlemans, ende met hen Daniel Willemssen ende Jan Aertssen als momboiren respective van de onmondige kinderen wijlen Ivo Gielissen ende Niclaes Janssen Haegen verweckt bij Catharina dochtere Cornelis Oirlemans ter anderen zijde. Belangende de successie der goederen bij wijlen Dierck ende Cornelis, gebroeders, sonen wijlen Cornelis Oirlemans voorst. achtegelaeten. Om alle welcke te verhueden ende metter minnen te neder te leggen. Soo zijn voor schepenen van Venloon naergenoempt gecompareert ende erschenen in hennen propere persoonen de voorst. Adriaen Diercxssen de Bie geassisteert met Thomas ende Jan sijne sonen ende de voorn. Jan Adriaens ende Willem Matheeus als momboirs van de voorst. onmondige kinderen wijlen Jan Cornelis Oirlemans met Daniel Willemssen in den naeme van Adriaen Iewaenssen zijnen vader als momboir, met Jan Aertssen alhier present zijnde over de onmondige kinderen respective van wijlen Ivo Gielissen ende Niclaes Janssen Haeghen bovengeschr. int bijwesen van den Heere Schouteth van Besoijen als oppervoocht van de weesen aldaer. Ende hebben bekent ende geleden, kennen ende lijden midts desen metten anderen overcomen ende veraccordeert te wesen in vuegen ende manieren hiernaer volgende. Te weten dat die voorst. Adriaen Diercxssen de Bie met zijnen kinderen sal voor vuijt hebben allen de meubelen die in den sterffhuijse van wijlen Cornelis Cornelis Oirlemans de jonge ende Aleijtken de Bie zijne huijsvrouwe bevonden ende vercocht zijn. Behoudelijck dat de selven Adriaen de Bie gehouden sal wesen te voldoen ende te betaelen allen de oncosten die tot noch toe in den voorst. sterffhuijse sijn gevallen, sonder dat de voorst. momboiren off wel de voorst. onmondige daer inne eenichssins gehouden sullen wesen. Ende sullen de selven momboiren in der qualiteijt als voor, daer tegens alleen hebben ende behouden allen de cleederen dien ten lijffve van den voorst. Cornelis Cornelis Oirlemans behoirdt hebben. Noch sal de voorst. Adriaen de Bie totten oogst van desen tegenwoirdigen jaere 1626 toe gebruijcken allen de saijelanden binnen der heerlicheijt van Venloon gelegen zijnde, ende den voorst. sterffhuijsen toecomende. Vuijtgenomen twee hont lants gelegen in de stede van Anthonis Hendricx die de voirst. momboiren ten behoeffe van de voorst. onmondige kinderen behouden ende reserveren om voirden voorst. jaere 1626 oijck gebruijckt te wordden. Dies sullen de contributien ende andere dorps lasten nae advenant van het gebruijck bij de gebruijckers betaelt ende voldaen wordden. Voirts sal de voorst. Adriaen de Bie alleen behouden allen den torff, die op de moeren van de voorst. sterffhuijsen gedelft sijn staende, ende daer toe alsulcke drije vierde parten in seeckere banck moers groot omtrent sess moer honden genoempt in den Hoeck als Dierck ende Cornelis Oirlemans tesaemen vercregen ende achtergelaeten hebben, daer oistwaerts aengelegen is Anthonis Corsten ende westwaerts de erffgenaemen wijlen Jan Sacharias gemeijn ende onbedeijlt met Maijken Anthonis. Ende sullen de voirst. momboiren daerenboven aen den voirst. Adriaen de Bie int hoochtijt van paesschen des jaers 1627 alsnoch uijtreijcken ende betaelen de somme van hondert ca. gld. eens. Ende aengaende de voirdere goederen van de voirst. twee sterffhuijsen het sij haefelijcke off erffelijcke waer ende tot wat plaetsen de selven gelegen souden mogen wesen, egeene van dijen vuijtgescheijden. Allen de selven sullen tusschen de voorst. partijen gedeijlt ende gepaert wordden volgende den lantrecht van Zuijthollant, sonder dat deen off dandere daer inne off aen eenich voirder off meerder recht sal hebben, maar hebben deen tot behoeffve des anders daer op vertegen helmelinge in manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Alles onder last, dat de schulden daer inne de voirst. twee sterffhuijsen gehouden zijn, ende die den voirst. Adriaen de Bie hier boven nijet te last en sijn geleeght mette costen hier omme gedaen ende alnoch te doen in twee gelijcke portie ter wederzijden gedraegen ende betaelt sullen wordden, te weten deen hellicht bij den voirst. de Bie ende dandere hellicht bij de voirst. onmondige kinderen. Allen de welcke de voirst. partijen te weten de voorst. Adriaen de Bie op hem ende allen zijne goederen, hebbende ende vercrijgende, ende de voorst. momboiren op verbintenissen van allen de goederen der voorst. onmondige kinderen, insgelijcx hebbende ende vercrijgende malcanderen geloofft hebben, vast ende steendich te houden ten eeuwigen daegen sonder daer tegens naemaels oijck te doen off comen in eeniger manieren. Renuncierende tot dijen eijnde van allen beneficien ende remenderen van rechte het sij van relievementen off andere die hen in desen eenichssins souden mogen dienen off te staede comen. Allet sonder arch off list. Testes, Dingenman Jan Joosten ende Loeff Henricx van de Graeff, schepenen in Loon den 22e januarij 1626. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 64 f 20r/20v/21r scan 24] | ||
| 29-09-1628 | Samenvatting: ---------------- 1e Akte: Na het overlijden van Anthonis Hendrick Oirlemans is in 1626 een deling gemaakt zonder dat die vastgelegd is. Dat gebeurt nu alsnog. Hiervoor zijn 3 partijen aanwezig: 1. Wouter Jan Claessen Wouter de bondt, weduwnaar van dochter Anneken Anthonis Hendrick Oirlemans 2. Dochter Marie Anthonis Hendrick Oirlemans, getrouwd met Dierck Adriaen Quirijnen. 3. Als erfgenamen van Cornelis Cornelis Oirlemans de jonge en broer Dierck Cornelis Oirlemans: a. Jan Adriaen Zuene en Willem Matheeus Janssen Berchmans voor de onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans en voor de onmondige kinderen van wijlen Catharina Cornelis Oirlemans b. Thomas en Jan, namens hun vader Adriaen Dierckssen de Bie c. Marie Anthonis Hendrick Oirlemans met voorstaande voogd (=haar man) Wouter, partij 1 krijgt: a. het achterhuis van een huysinge op de Ketsheuvel b. het middelste lot daaraangelegen c. de noordziijde van de akker de Nagtegaal, daar gelegen d. een schuur van een stede op de Vaertkant, met schop e. de Middelste akker (grenzend aan erf van Marie, zijn schoonzus, kinderen van Jan Cornelis Oirlemans, en van hemzelf) f. de akker De Werdt Jan Dielen Marie, partij 2 krijgt: a. het voorhuis van een huysinge op de Vaertkant b. een akker daarbij, grenzend aan Wouter c. een akker daarbij, grenzend aan de kinderen van Jan Cornelis d. een schuur van een stede op de Ketsheuvel, die afgebroken moet worden e. het westelijk lot bij deze stede f. een akker stuk de Nagtegaal Partij 3 krijgt: a. het achterhuis van een huysinge op de Vaertkant: Marie de helft, de anderen samen de andere helft b. het westense lot daarbij c. een akker daarbij d. nog een akker daarbij, grenzend aan Marie e. een kamer aan het huys op de Ketsheuvel f. het oistense lot daarbij d. de zuidzijde van de Nagtegaal Akte 2: Jan, namens zijn vader Adriaen de Bie ter eenre de voogden van de kinderen van Jan en Catharina ter andere hebben verklaard voor schepenen van Venloon in 1626 een accoord gesloten te hebben over de verdeling. Akte 3: Over de verdeling van huysinge te weten huijs, schuere, schop, brouwhuijs ende erffenisse daer aen liggende ende toebehoirende, gelegen binnen der heerlicheijt van Venloon (op de Vaert) aen den Ouden draijer, Marie ter eenre Adriaen de Bie, de voogden van de onmondige kinderen van Jan en Catharina ter andere. Marie voor het overleden kind van Dierck en Hendricxken, voor de helft De anderen voor het overleden kind van Cornelis Cornelis en Aleijtken, en het mondeling accoord van 1626 voor de andere helft. Marie krijgt: a. de grote kamer met opkamer en kelder b. 1e en 3e lot in de Hooge akker c. de noordzijde van de Jacob Geerits Oirlemans De anderen krijgen: a. het groot woonhuis vanaf de kamer met het brouwhuis en de varkenskooi b. 2e en 4e lot in de Hooge akker c. de zuidzijde van de Jacob Geerits Oirlemans Toelichting: ------------- Marie Anthonis Hendricx Oirlemans is de enige van het gezin, die nog in leven is: vader en moeder zijn overleden, haar 2 broers, en haar 2 zussen. Voor haar zus Anneken is haar man Wouter aanwezig. Zij is ook genoemd bij Partij 3. Ik verwacht als erfgename van haar zus Hendricxken. De goederen, verdeeld bij het overlijden van man Dierck en zwager Cornelis Cornelis Oirlemans de jonge, worden vertegenwoordigd door een flink aantal erfgenamen. Dan hadden Dierck en Hendricksken nog een kind dat overleden is, en ook Cornelis Cornelis de jonge en Adriaentken de Bie hadden een onmondig kind dat overleden is. Daarover zijn in 1626 al wel afspraken gemaakt, maar niet op papier gezet. Zo is het al met al een ingewikkelde zaak om te begrijpen hoe het in elkaar steekt. Transcryptie: --------------- RAT. Loon op Zand. R 65 f 53v t/m 55v d.d. 29-9-1628. Condt zij een iegelijcke. Alsoe Wouter sone wijlen Jan Wouter Claessen de Bondt, achtergelaeten weduwnaer wijlen Aneken zijnen huijsvrouwe dochter Anthonis Hendrick Oirlemans ter eenre, Marie des voorst. Anthonis dochter met een momboir bij haer naer gewoonte gecosen ter tweeder, ende Jan Adriaen Zuenen ende Willem Matheeus Janssen Berchmans als wettige momboirs van de onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans, de momboirs van de onmondige kinderen van wijlen Catharina dochtere Cornelis Oirlemans, Thomas ende Jan gebroederen sonen Adriaen Diercxssen de Bie in den naeme van hennen vader ende de voorst. Marie dochtere Anthonis Hendricx met haeren voorst. momboir altesamen erffgenaemen respective van wijlen Cornelis Cornelissen Oirlemans de jonge ende van de onmondige kinde van wijlen Dierck Cornelis Oirlemans ter derder zijden. Onderlinghe ende met malcanderen voor schepenen der heerlicheijt van Venloon in den jaere 1626 gemaeckt ende gedaen hebben seeckere erffscheijdinge ende erffdeijlinge van de goederen naerbeschreven bij wijlen Anthonis Hendricx voorgenoempt achtergelaeten, ende der voorst. partijen elcken vuijtten hooffde als voor bij den rechte van successie ende anderssins aengecomen, soe men verclaerden. Sonder dat van de selve erffscheijdinge ende erffdeijlinghe eenige pertinente notitie gehouden ende ten protocolle ghestelt is. Soe zijn op heden date deser voor ons schepenen ondergeschr. gecompareert ende erschenen in propere persoonen Dierck Adriaen Quirijnen als man ende momboir van Marie dochtere wijlen Anthonis Hendricx voorgenoempt, Jan Adriaen Zuenen ende Willem Matheeus Janssen als wettige momboirs van de voorst. onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans, de selve Jan Adriaen Zuenen insgelijcks als momboir ende in den naeme van de voorst. onmondige kinderen van wijlen Catharina Cornelis Oirlemans ende Jan Adriaen Diercxssen de Bie in den naeme van zijnen vader. Ende hebben de voorst. comparanten soe in der qualiteijt bovengeschr. als mede in den naeme van de bovengeschr. andere condividenten de voorst. erffscheijding ende erffdeijlinge geremoveert, vercleirende daerbij elcken der voorst. condividenten in vuegen ende manieren hiernae volgende te deele bevallen zijn de goederen naerbeschreven. Overmidts welcker erffdeijlinge ende erffscheijdinge, soe hebben de voorst. comparanten bekent dat Wouteren Jan Wouters te deele bevallen is het achterhuijs van eender huijsinge staende binnen der heerlicheijt van Venloon opden Ketshoevel, beginnende van den balck van de caemere, met het geheel groesvelt aen de zuijde zijde van het voorst. achterhuijs gelegen. Noch het middelste loth van de landerijen achter de voorst. huijsinge gelegen, vuijtwijsens de paelen aldaer gesteken. Noch de noirde zijde van eenen acker genoempt den Nachtegael, beginnen van het pat daer over gaende. Noch de schuere van eender stede gelegen binnen der voorst. heerlicheijt ter plaetsen genoempt den Vaertcant mette materialen van het schop daer aen staende op erffenisse daeraenliggende, streckende van de Vaertcant aff zuijtwaert tot Hens Leijten steeghsken toe, noirtwaert, wesende de selve erffenisse vijff voeten breeder als dandere lothen hier tegen deijlende, soe ende in sulcker vuegen als die voorst. erffenisse ter voorst. plaetsen bij de condividenten affgepaelt is. Noch eenen acker genoempt den Middelsten acker gelegen aldaer oistwaert de voorst. Marie dochtere Anthonis Hendricx hier tegendeijlende zuijtwaert het voorst. steeghsken, westwaert de voorst. kinderen van Jan Cornelis Oirlemans ende henne consoirten voorgenoempt ende noirtwaert de voorst. Wouter ende moet desen acker lancx deur eenen voet breeder wesen, dan den westensen acker, den voorst. kinderen van Jan Cornelis Oirlemans ende henne consoirten hier tegen deijlende te deele bevallen. Ende noch eenen acker genoempt de Werdt Jan Dielen gelegen aldaer oistwaert de erffgenaemen Jan Adriaenssen Clercx, zuijtwaert Cornelis Jan Diercxssen, westwaert sheerenstraete ende noirtwaert de voorst. Marie. Sijnde bij de voorst. erffscheijdinghe ende erffdeijlinge oijck geconditioneert dat men de materialen van het voorst. schop metten iersten soude ruijmen, ende dat men vuijt desen lothe soude gelden ende betaelen een derden part van alle chijnsen, renten ende pachten met recht vuijtte goederen van den voorst. Anthonis Hendricx gaende, ende daerenboven dat dit loth over het Groesvelt opten Ketshoevel schuldich soude wesen te wegen ende stegen dandere lothen naer lants oirboir. Met conditien ut infra. Overmidts welcker erffdeijlinge ende erffscheijdinghe, soe hebben de voorst. comparanten bekent dat Marie dochtere Anthonis Hendricx voorst. te deele bevallen is het voorhuijs van eender huijsinghe staende binnen der heerlicheijt van Venloon opten Vaertcant tot het gebijnte inde schauwe incluijs mette erffneisse daeraenliggende, streckende van den vaertcant aff zuijtwaert tot Hens Leijten steeghsken toe noortwaert. Vuijtwijsens de paelen aldaer gesteken. Noch eenen acker gelegen aldaer over het voorst. steeghsken, oistwaert de erffgenaemen wijlen Jan Adriaenssen Clercx, zuijtwaerts het voorst. steeghken westwaert ende noirtwaert de voorst. Wouter Jan Wouters hier tegen deijldende. Noch eenen acker gelegen aldaer oistwaert de voorst. erffgenaemen van wijlen Jan Adriaens Clercx, zuijtwaert den acker genoempt den weerdt Jan Dielen, westwaert sheerenstraete ende noirtwaert de voorst. kinderen van Jan Cornelis Oirlemans ende hennen consoirten. Noch eene schuere van eender stede gelegen binnen der heerlicheijt van Venloon ter plaetsen genoempt den Ketshoevel mette erffenisse daerop de selve schuere is staende. Wel verstaende nochtans dat ingevalle de voorst. schuere afgebroken wordt, dat de selve erffenisse voor soe vele de voorst. schuere is overstaende nijet meer betimmert en soude wordden. Noch het westense loth van de landerijen liggende bij de voorst. stede opten Ketshoevel mette boomen daer op staende oistwaert ende zuijtwaert de voorst. Wouter Jan Wouters, westwaert de voorst. erffgenaemen van wijlen Aert Lochten ende noirtwaert de twelff geerden, mette gerechticheijt van te moegen wegen ende stegen naer lants oirboir over het groesvelt Wouteren Jan Wouters bij dese erffdeijlinge ende erffscheijdinghe te deele bevallen. Ende noch een stuck eckerlants in eenen acker genoempt den Nachtegael, streckende van den pat daer overgaende westwaert op tot erffenisse der erffgenaemen wijlen Ghijsbrecht Joachims. Sijnde bij de voorst. erffscheijdinge ende erffdeijlinghe oijck gecomnditioneert, dat men vuijt desen lothe soude gelden ende betaelen een dordepart van alle renten, chijnsen ende pachten met recht vuijtte goederen van Anthonis Hendricx gaende. Met conditien ut infra. Overmidts welcker erffdeijlinghe ende erffscheijdinge, soe hebben de voorst. comparanten bekent dat den voorst. onmondighe kinderen van wijlen Jan, ende Catharina Cornelis Oirlemans ende Adriaen Diercxssen de Bie, tsaemen voor deen hellicht ende de voorst. Marie dochtere Anthonis Hendricx voor de andere hellicht te deele bevallen is het achterhuijs van eender huijsinghe staende binnen der heerlicheijt van Venloon opten Vaertcant, beginnende van het gebijnte in de schauwe exclus aff mette erffenisse daer op het voorst. achterhuijs is staende. Emmers ter tijdt toe het voorst. achterhuijs nijet affgebroken en soude wordden. Noch het westense loth van de erffenisse daeraenliggende, streckende van den vaertcant aff tot Hens Leijten steeghsken toe noirtwaert, vuijtwijsens de paelen aldaer gesteken. Noch een acker gelegen aldaer over het voorst. steeghsken oistwaert de voorst. Wouter Jan Wouters, zuijtwaert het voorst. steeghsken, westwaert Cornelis Jan Diercxssen ende noirtwaert de voorst. Wouter. Noch eenen acker gelegen aldaer oistwaert de erffgenaemen van Jan Adriaens Clercx zuijtwaert de voorst. Marie dochtere Anthonis Hendricx als hier tegen vuijtten hooffde van haeren vader voor een derdendeel deijlende, westwaerts sheerenstraete ende noirtwaert de erffgenaemen wijlen Aert Clercx. Noch eene caemere staende aen den huijsinghe opten Ketshoevel streckende van den balck inde keucken aff exclus soe wijt de caemer haer streckt metter erffenisse daer op de selve caemere is staende. Mette gerechticheijt van te moegen wegen over het groesvelt naer lants oirboir Wouteren Jan Wouters bij dese voorst. erffdeijlinge ende erffscheijdinge te deele bevallen. Noch het oistense loth van de landerijen achter de voorst. huijsinghe opten ketshoevel gelegen mette boomen daerop staende. Ende noch een stuck eckerlants in eenen acker genoempt den Nachtegael te weten de zuijdenzijde oistwaert de erffgenaem wijlen Aert Vuchten, zuijtwaert sheerenstraete ende de voorst. erffgenaemen van wijlen Aert Vuchten westwaert den voetpat ende noirtwaert de voorst. Wouter Jan Wouters. Alles vuijtwijsens de paelen aldaer bij de condividenten gesteken. Sijnde bij de voorst. erffscheijdinge ende erffdeijlinge oijck geconditioneert dat men vuijt desen lothe soude gelden ende betaelen een dorden part van alle renten, chijnsen ende pachten met recht vuijtte goederen van Anthonis Hendricx gaende. Met conditien ut infra. Met conditien daer inne oijck toegedaen dat zij deijlderen den commer hen benoempt alsoe souden gelden ende betaelen ende de gebuerlijcke rechten ende lasten tot elcx portie staende alsoe souden houden ende onderhouden dat den eenen van den anderen egeen hinder off schade aff en comen in eeniger manieren ende offer eenigen commer op ijemants portie met recht meer geraeckte te comen, daer men alsdoen nijet aff en wiste, dat zij deijlderen den selven malcanderen souden helpen draegen in drije portien. Allet sonder argelist. Testes Dingeman Jan Joosten ende Loeff Hendricx vande Graeff den 29e septembris anno 1628. RAT. Loon op Zand. R 65 f 55v/56r d.d. 29-9-1628. Jan Adriaen Diercxssen de Bie in den naeme van zijnen vader ter eenre ende de bovengeschr. momboiren der kinderen van wijlen Jan ende Catharina Oirlemans ter andere zijden, hebben bekent metten anderen veraccordeert te zijn voor schepenen van Loon anno 1626, dat Adriaen Diercxssen de Bie met vollen rechte alleen sal hebben het deel ende part den voorst. kinderen bij de bovengeschr. erffscheijdinge ende erffdeijlinge te deele bevallen in de stede van wijlen Anthonis Hendricx binnen deser heerlicheijt van Venloon opten vaertcant gelegen. Ende daer tegens sullen de voorst. onmondighe kinderen met vollen rechte alleen behouden het deel den voorst. Adriaen de Bie bij de voorst. erffscheijdinge ende erffdeijlinhe te deele bevallen in de stede opden Ketshoevel gelegen ende oijck deselffs Adriaens de Bie loth hem bij andere erffscheijdinge ende erffdeijlinge te deele bevallen inde stede van Dierck Cornelis Oirlemans aen den ouden draijer gelegen. Testes et actum ut supra. RAT. Loon op Zand. R 65 f 56r t/m 57r d.d. 29-9-1628. Condt zij eenen iegelijcken. Alsoe Marie dochtere wijlen Anthonis Hendrick Oirlemans met eenen momboir bij haer naer gewoonte gecosen ter eenre, ende Adriaen Diercxssen de Bie ende de momboirs van den onmondighe kinderen van wijlen Jan ende Catharina Cornelis Oirlemans ter andere zijden, onderlinghe ende met malcanderen voor schepenen der heerlicheijt van Venloon anno 1626 hadden gemaeckt ende gedaen seeckere erffscheijdinghe ende erffdeijlinghe eender stede, te weten huijs, schuere, schop, brouwhuijs ende erffenisse daer aen liggende ende toebehoirende, gelegen binnen der heerlicheijt van Venloon aen den ouden draijer, der voorst. Marie bij ende overmidts der doot ende afflijvicheijt van den onmondigen kinde van wijlen Dierck Cornelis Oirlemans voor deene hellicht ende den voorst. Adriaen Diercxsen de Bie ende den voorst. onmondighe kinderen respective bij ende overmidts der doot van den onmondigen kinde van wijlen Cornelis Cornelissen Oirlemans de jonge, ende anderssins vuijt crachte van accoirde tusschen hen tsaemenderhandt gemaeckt voor dander hellicht aengecomen, sonder dat van de selve erffscheijdinge ende erffdeijlinge eenige notitie ten protocolle off elders bevonden wordt. Soe zijn op heden date deser voor ons schepenen ondergeschreven ghecompareert ende erschenen in propere persoonen Dierck Adriaen Quirijnen als man ende momboir van de voorst. Marie Anthonis Hendricx ende met hem Adriaen Willemssen als actie ende cessie hebbende van den selven Dierck ter eenre, ende Jan Adriaen Suenen ende Willem Matheeus Janssen Berchmans als wettige momboirs van de voorst. onmondighe kinderen wijlen Jan Cornelis Oirlemans, de selven Jan Adriaen Suenen insgelijcx als momboir ende in den naeme van de kinderen van Catharina Cornelis Oirlemans, midtsgaders de voorst. momboirs hen fort ende sterck maeckende voor den voorst. Adriaen Diercxssen de Bie ter andere zijden. Ende hebben de voorst. comparanten inder qualiteijt bovengeschr. de voorgeruerde erffscheijdinge ende erffdeijlinghe op een nijuws gerenoveeert ende erkent, begheerende dat dese in vuegen naervolgende ten protocolle aengeteeckent sal wordden. Overmidts welcker erffdeijlinge ende erffscheijdinge, soe hebben de voorst. comparanten bekent dat de voorst. Marie te deele bevallen is de groote caemer van den voorst. huijsinge mette opcaemer ende den kelder daer ter zijden staende, midtsgaders de schuere ende de zuijdenzijde van den aenstede. Noch het ierste ende dorde loth in eenen acker genoempt den Hoogen acker, beginnende vuijtten westen van den steeghde aff aen. Ende noch de noirden zijde van eenen acker gelegen aen den noirdenzijde van sheerenvaerte ghenoempt Jacob Geeridt Oirlemans acker. Allen de voorst. parchelen soe groot ende cleijn als die ter voorst. plaetsen gelegen zijn ende zij comparanten ten tijde van den voorst. erffscheijdinge ende erffdeijlinge afgeplaet hebben. Behoudelijc k dat men daer vuijt soude gelden de hellicht van de renten, chijnsen ende pachten, die met recht vuijtte voorst. stede met haere toebehoirten te vergelden staet. Met conditien ut infra. Overmidts etc. soe hebben de voorst. comparanten bekent dat de voorst. Adriaen de Bie ende den voorst. kinderen van Jan ende Catharina Cornelis Oirlemans te deele bevallen is het groot woonhuijs der voorst. stede beginnende van de caemere aff met het brouwhuijs ende verckenskoije daarbij staende mette noirdenzijde van de aenstede. Noch het tweede ende vierde loth in eenen acker genoempt den Hoogen acker beginnende vuijtte westen van den steeeghde aff aen, ende noch de zuijdezijde van eenen acker gelegen aen den noirdenzijde van sheerenvaerte genoempt Jacob Geerit Oirlemans acker. Allen de voorst. parcheelen etc. ut supra. Behoudelijck ut supra. Met conditien ut infra. Met conditien hier inne toegedaen dat zij deijlderen den commer hen hier voorgenoempt alsoe souden gelden ende betaelen de gebuerlijcke lasten ende rechten tot dat elcx portie staende alsoe souden houden ende onderhouden dat den eenen van den anderen egeen hinder off schaede aff en comen in eeniger manieren ende offer eenigen commer op ijemants portie meer geraeckte te comen. Daer men alsdoen nijet aff ende wiste dat zij den selven malcanderen in twee gelijcke portien souden helpen draegen. Behoudelijck oijck dat zij malcanderen souden wegen ende stegen ten naesten velde ende ten minste schaede. Allet sonder arglist. Testes et actum ut supra. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 65 f 53v t/m 57r] |
| van 08-01-1629 tot 15-06-1634 | Samenvatting: ---------------- 1e akte: De erfgenamen van Anthonis Hendricxen Oirlemans dragen over aan Wouter, Cornelis ende Geeridt, gebroederen sonen wijlen Henrick Wouter Schalcken, en zus Anneke een stede lants te Kaatsheuvel met huysinge, schuur en erfenisse eromheen, en een akker genaamd de Nagtegaal. Als erfgenamen: Wouter Jan Wouter Claessen de Bondt, weduwnaar van Anneken Anthonis Hendrick Oirlemans, voor 1/3 deel Dierck Anthony Quirijnen, man van Marie Anthonis Hendrick Oirlemans, en Wouter Jan Wouters ook voor het onmondig kind van Jacob Adriaen Jacobs (procuratie voor notaris Aerden van Tuyl te Waalwijk op 6 januari 1629 verleend door bloedvoogd Thomas Corstiaens) voor de onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans voogden Jan Adriaen Suenen en Willem Matheeus Jansen Berchmans voor de onmondige kinderen van wijlen Ivo Gielissen ende Claes Janssen Haegen verweckt bij Catharina dochtere wijlen Cornelis Cornelis Oirlemans altesaemen voor de resterende 2/3 delen. 2e Akte: De kopers zullen vrijgesteld zijn van alle lasten, behalve van een jaarlijkse pacht van 11 1/2 vaten rogge aan de Tafel van de Heilige Geest tot Loon en jaarlijks nog 2 smal hoenders met een capuin gewinchijns aan de Heer van Loon op St. Maarten te betalen. 3e Akte: De kopers zullen er 1810 gulden voor betalen, en wel als volgt: aankomende Pasen 1629 300 gulden het jaar daarna, 1630, ook met Pasen 300 gulden de jaren daarna steeds 200 gulden met Pasen totdat de betaling compleet is. Van de 1e betaling zal 15 gld. 12 1/2 st. voor de schepenen, secretaris, afhanger ende godtspenninck zijn. Daarna de betalingen zoals die door de verkopers ontvangen zijn, met als laatste vermelding, die van 15 juni 1634. Toelichting: ------------- De verkoop gebeurt na de verdeling op 29 september 1628 vastgelegd voor de schepenbank, en na de afspraken die mondeling in 1626 gemaakt zijn. Transcryptie: --------------- RAT. Loon op Zand. R 65 f 67v t/m 68v d.d. 8-1-1629. Wouter sone wijlen Jan Wouter Claessen de Bondt voor een dordendeel, Dierck Adriaen Quirijnen als man ende momboir van Marie zijne huijsvrouwe dochtere wijlen Anthonis Henrick Oirlemans, de voorst. Wouter Jan Wouters vuijt crachte van procuratie hem voor Aerden van Tuijl, notaris openbaer ende seeckere getuijgen op ten 6e januarij lestleden bij Thomas Corstiaens als bloetvoocht van den onmondige kinde van Jacob Adriaen Jacobs binen der Vrijheijt van Waelwijck gegeven ende verleent; Jan Adriaen Suenen ende Willem Matheeus Janssen Berchmans als wettige momboirs van de onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans, ende de voorst. Jan Adriaen Suenen insgelijcx als momboir ende hem fort ende sterck maeckende voor de onmondige kinderen van wijlen Ivo Gielissen ende Claes Janssen Haegen verweckt bij Catharina dochtere wijlen Cornelis Cornelis Oirlemans altesaemen voor de twee resterende dordendeelen. Eene stede lants metter huijsinge ende schuere daerop staende ende erffenisse daer aenliggende, gelegen binnen der heerlicheijt van Venloon ter plaetsen genoempt den Ketshoevel, oistwaert de erffgenaemen wijlen Aert Peeterssen Crents, zuijtwaert sheerenstraete, westwaert de erffgenaemen Aert Wouter Lochten ende noirtwaert de twelff geerden. Ende noch eenen acker genoempt den Nachtegael, gelegen aldaer, oistwaerts de erfrfgenaemen Aert Janssen Vucht, zuijtwaert sheerenvaerte mette selve erffgenaemen, westwaert de erffgenaemen wijlen Ghijsbert Joost Joachims ende noirtwaert de gemeijne straete, beijde de voorst. parcheelen soe groot ende cleijn als die ter voorst. plaetsen gelegen zijn, ende de voorst. Anthonis Hendricxssen midts zijnder doot ende afflijvicheijt heeft geruijmpt ende achtergelaeten soe men verclaerden, hebben zij wettelijck ende erffelijck opgedraegen ende overgegeven Wouter, Cornelis ende Geeridt, gebroederen sonen wijlen Henrick Wouter Schalcken soe tot hennen behoeffne als ten behoeffne van Anneken dochtere wijlen Hendrick Wouters voorst. henne sustere, tsaemen met allen schepenen letteren ende munimenten daeraff gewach doende, ende allen den rechte hen daer inne eenichssins competerende. Met affgaen ende verthijen in manieren in dijen gewoonlijck zijnde. 781. Archief van de schepenbank Loon op Zand, 1358-1810 inv.nr.65 Gelovende de voorst. Wouter Jan Wouters ende Dierck Adriaen Quirijnen als schulderen principael op hen ende allen henne goederen hebbende ende vercrijgende ende de voorst. momboirs op verbintenisse van allen de goederen der voorst. onmondige kinderen insgelijcks hebbende ende vercrijgende, de voorst. stede ende acker den voorst. Wouter, Cornelis, Geeridt ende Anneken te waeren als men erffne schuldich is te waeren ende allen commer, calangie ende aental daer inne wesende den selven aff te doen geheelijck vuijt genomen eenen jaerlijcxsen pacht van elff vaten roggen ende een halff jaers taeffele van den heijlige geest tot Loon naer luijdt van de brieven ende bescheeden daer aff zijnde te betaelen ende noch twee smael hoenderen met eenen capuijn gewinchijns aen den heer van Loon op St. Martensdach te betaelen, ende offer met recht bevonden worden eenigen commer meer vuijt te gaen den selven sal men mogen aencopen naer gemeijnen lantcoop ende goedermans seggen off anderssins naer luijdt van de brieven ende bescheeden daer aff zijnde. Testes Ghijsbert Claes ende Willem Jan Adriaens den 8e januari 1629. RAT. Loon op Zand. R 65 f 68v d.d. 8-1-1629. Wouter, Cornelis ende Geeridt gebroederen, sonen wijlen Henrick Wouter Schalcken soe voor hen selven, als voor Anneken henne sustere hebben geloeft als schulderen principaele op hen ende allen henne goederen, hebbende ende vercrijgende, den voorst. transportanten te geven ende te betaelen de somme van achttien hondert ende thien ca. gld. den ca. gld. tot 20 st. goet gancbaer gelts het stuck gerekent ende dat in dese naervolgende manieren ende termijnente weten drije hondert ca. gld. tot paesschen toecomende, item drije hondert ca. gld. te paesschen 1630 ende voirts alle paesschens 200 ca. gld. tot volder betaelinge toe. Procederende de selve somme ter causen van coop van de stede ende acker bovengeschr. dwelcke zij gelovers voor de betaelinghe der voorst. somme zijn stellende tot hypotheecq ende waerborch. Dies soe sullen de gelovers aen den iersten termijn cortten 15 gld. 12 1/2 st. bij hen aen den schepenen, secretaris, affhanger ende godtspenninck voor het contingent van de bovengeschr. transportanten volgens de vercoopcedulle verschoten ende anderssins aen verteirde costen boven den wijncoop in de vercoopcedulle begroot. Testes et actum ut supra. Item: de voorst. gelovers hebben alnoch verschoten soe aen verteirde costen ten daege van den veste gedaen als rechtscosten sess gld. 16 st. waer aff zij deen hellicht aen den 1e termijn sullen cortten. Testes et actum ut supra. In marge: Wouter Jan Wouters ende Dierck Adriaens bekennen de twee dordendeelen van den iersten termijn ontfangen te hebben, te weten 200 gld.die zijn daer aen gecort de twee dordendeelen van tgene de gelovers volgens dese geloefte moegen cortten. Testes Ghijsb. Claes ende Cornelis Willems den 13e maij 1629. Item: Thomas Corsten als momboir van den kinde van Jacob Ariens bekent een 6e deel van de 1e termijn wesende 50 gld. ontfangen te hebben dan gecort een 6e deel van den costen alhier geruert bedraegende 3 gld. 4 st. Actum ut supra. Item: Willem Matheeus als momber van de kinderen van Jan Cornelis bekent een 7e part van den 1e termijn ontfangen te hebben. Actum ut supra. Item: Jan Ariens heeft het part der kinderen van Catharina Cornelis hen toecomende in dfren 1e termijn ontfangen. Item: Dierck Adriaen Quirijnen voor hem als voor den weeskinde van Jacob Adriaen Jacop bekent als dat Denijs Dominicus aen hem voldaen heeft een dorde part van den termijn verschenen paesschen 1634 ende een dorde part van alle voorgaende termijnen. Actum 15e junij 1634. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 65 f. 67v-68r-68v] |
| van 13-03-1610 tot 01-04-1620 | Samenvatting: ---------------- 4 akten. Akte 1: Cornelis Cornelisse Oerlmans koopt een akker op de Vaert aan de oude Dreijer van Aerdt en Robbrecht Geritsse, oost en zuid grenzend aan zijn eigen land, noord grenzend aan land van Robbrecht Geritsse. Jaarlijks moet hij een duit betalen aan de Heer als grondchijns en 20 stuivers aan degenen, die daar recht op hebben. Akte 2: Dierck Cornelisse Oerlmans koop 3 akkertjes op te Vaert van Jan Claesse Trip, oost, west en zuid grenzend aan land van Robbrecht Geritsse. Akte 3: Cornelis Cornelisse Oerlmans verkoopt een akker op de Vaert, 6 lopensaat en 8 roeden groot, aan Jan Willem Symons, oost grenzend aan des heeren vaertkant Akte 4: Jan Willem Symons zal 626 gulden en 16 stuivers ervoor betalen, 100 gulden gereed geld, en dat heeft Cornelis al ontvangen, 100 gulden met Pasen 1610, 100 gulden elke volgende Pasen In marge: Cornelis Cornelisse heeft met Pasen 1611 300 gulden totaal ontvangen. Item: bevonnist ter goeder reckeningen den 4e september 1613. Item: bevonnist bij P. Sallen, Jan Wouters, Cornelis Dircksse ende Dirck Raessen den 14e augustus 1618. Item: betaelt mits dat Jan Willemsse desen acker Cornelis Cornelisse wederom vercocht ende opgedragen heeft den 4e januari 1620. Toelichting: ------------- De akker die Cornelis verkoopt, heeft hij gekocht van Jacop Gerit Oirlemans op 20 juli 1600. In de laatste akte lijkt Cornelis deze akker teruggekocht te hebben van Jan Willem Symons op 4 januari 1620. De akten van 13 maart 1610 gaan over Dierck Cornelisse Oerlman en Cornelis Cornelisse Oerlman. Het kan zijn, dat zij als broers daar gekomen zijn. Het kan ook zijn dat zoon Dierck met zijn vader Cornelis gekomen is. Aangezien ik geen uitsluitsel daarover kan geven, heb ik zowel bij vader als zoon, de akten opgenomen. Transcryptie: --------------- Inv.nr. 61, folio 72v d.d. 13-3-1610. Aerdt ende Robbrecht Geritsse, gebroederen, hebben wettelijck ende erffelijck vercocht Cornelis Cornelisse Oerlman eenen ackerlandts soo groot ende kleijn als den selven geleghen is binnen der heerl. Venloon op te Vaert aen den oude dreijger, oostwaerts ende suijdtwaerdts den voirst. Cornelis Cornelisse, westwaerts de weduwe Aert Jan Meeussen ende noortwaerts den voirst. Robbrecht Geritsse. Bij de voirst. gebroederen van Jasper Robben vercregen soo men verclaerden, met oijck eenen erfwech totten selven acker gecocht van Claes Bertroms de Bondt. Ende hebben den voirst. Cornelis Cornelis opgedragen ende overgegeven met allen brieven ende bescheet daer aff sijnde ende dat met afgaen ende vertijen alsoo gewoonlijck ende recht is. Gelovende die voirst. Aerdt ende Robbrecht Geritsse, gebroederen, onder verbijntenissen van haer lieder persoonen ende goederen, hebbende ende vercrijgende, dit opdragen ende overgeven den voirst. Cornelis Cornelisse Oerlman altois vast ende van waerden te houden, te vrijen ende te waeren, ende allen commer ende calangien affte doen geheelijcken. Uitgenomen eenen duijt in des heeren gront chijns ende 20 st. jaerlijcks aen den gheen die er toe gerecht sijn. Testes scabini, Jan Wouter Claessen de Bondt ende Cornelis Dirck Franssen den 13e mert 1610. Inv.nr. 61, folio 72v en f 73r d.d. 13-3-1610. Jan Claesse Trip heeft wettelijck ende erffelijck verkocht aan Dirck Cornelisse Oerlemans, drie ackerkens landts, soo groot ende kleijn als de selven geleghen sijn binnen der heerlijckheijt Venloon opte Vaert, oost- west- ende noordwaerts Robbrecht Geritsse ende suijdwaerts, Meeus Aert Jan Meeusen. Ende Peter Jansse Bijster, vercreghen van Aerdt Arijaense Clerck, met oick eenen erfwech om te komen tot de voirschr. ackerkens lopende over erffenisse van de voirst. Peter Jansse de Bijster ende heeft se hem opgedragen ende overgegeven met afgaen ende vertijen alsoo gewoonlijck ende recht is. Gelovende die voirst. Jan Claessen Trip onder verbijntenissen van sijnen persoon ende goederen, hebbende ende verkrijgende, dit opdragen ende overgeven den voirst. Dirck Cornelisse Oerlman altois vast ende van waerden te houden, te vrijen ende te waeren ende allen commer aff te doen geheelijck. Testes et actum ut supra. Inv.nr. 61, folio 73r d.d. 13-3-1610. Cornelis Cornelisse Oerman heeft wettelijck ende erffelijck vercocht Jan Willem Sijmons eenen acker landts, groot 6 lopensaet, 8 roijen, geleghen binnen der heerl. Venloon opte Vaert, oostwaerts des heeren vaertcant, suijdtwaerts den voirst. Jan Willemsse, westwaerts Jan Lamberts ende noortwaerts Hens Leijten steechken, vercregen van Jacop Gerit Oerlmans soo men verclaerden. Ende heeft het hem opgedragen ende overgeven met afgaen ende vertijen alsoo gewoonlijck ende recht is. Gelovende die voirst. Cornelis Cornelisse Oerlman onder verbijntenissen van sijnen persoon ende goederen, present ende toecomende, dit opdragen ende overgeven den voirst. Jan Willem Sijmons. altois vast ende van waerden te houden, te vrijen ende te waeren ende allen commer ende calangie aff te doen geheelijck. Testes et actum ut supra. Inv.nr. 61, folio 73r en f 73v d.d. 13-3-1610. Jan Willem Sijmons heeft geloift ende geloift mits desen Cornelis Cornelisse Oerlmans de somma van 646 gld. 16 st. te betalen 100 gld. gereet bij de vest, die de voirst. Cornelis Cornelisse bekenden ontfanghen te hebben, 100 gld. tot paesschen 1610 ende voirts alle paesschens 100 gld. uijtgescheijden het leste jaer wanneer het niet meer wesen en sal als 46 gld. en 16 st. in volder betalingen ende dat van coop van eenen acker landts. Daer voor verbindende die voirst. Jan Willem Sijmons sijnen persoon ende goederen, hebbende ende vercrijgende, ende stellende der selven acker landts tot principael hypotheecq ende waerborch. Testes et actum ut supra. In marge: Cornelis Cornelisse bekent op dese geloifte ontfanghen te hebben 300 gld. ende betaelt te wesen tot paesschen 1611. Item: bevonnist ter goeder reckeningen den 4e september 1613. Item: bevonnist bij P. Sallen, Jan Wouters, Cornelis Dircksse ende Dirck Raessen den 14e augustus 1618. Item: betaelt mits dat Jan Willemsse desen acker Cornelis Cornelisse wederom vercocht ende opgedragen heeft den 4e januari 1620. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 61 f 72v-72r-73r-73v] | ||
| van 12-07-1611 tot 16-07-1611 | Samenvatting: ---------------- Dirck Cornelisse Oirlmans koopt met 6 anderen 20 lopensaet moer in den Egmont van de Vrouwe van Immerzeel. Toelichting: ------------- Thonis Henricxsen is waarschijnlijk Anthonis Henricxsen Oirlmans, zijn schoonvader. Op 9 september vindt er nog een verkoping plaats. Dan koopt Cornelis Cornelisse Oerlemans samen met 3 anderen 13 lopensaat moerdellen, genaamd de Quaartalen dellen. Dit zal zijn broer of zijn vader zijn. Transcryptie: --------------- RAT. Loon op Zand. R 62 f 26v en f 27r d.d. 12-7-1611. Alsoo wijlen Heer Dirck van IJmmerseel doen hij leefdden Heere tot Loon etc. ende Vrouwe Marie van Renesse dochtere wijlen Heeren Willems van Renesse, Riddere, Visconte van Monteracxs etc. wettige beddegenoten, voor Aerden Petersse van Hees als openbaer notaris ende getuijghen gemaeckt hebben hen testament, lesten ende vuijstersten wille ende daer bij onder ander was geordineert dat de lancxtlevende tot voldoeninge ende affquitinge van omtrent duisent ende tseventich gld. erffelijck gaende uit hender testateuren goederen, metten momboiren van hennen kinderen terstondt naer het scheijden van den bedde soude moghen vercoopen vijfftich buenderen moerdellen met noch sommige moeren daer op liggende, onder Dongen geleghen, met oijck noch vier merghen, lanthooffden van diepe moeren genoempt den Egmont onder Loon geleghen. Ende twelff merghen moerdellen van den gereetste die men sall connen vijnden, oick binnen der heerlich. van Loon geleghen. Soo heeft Jeronimus Benedictus als mede executeur van den selven testamenten ende mede vuijt cracht van procuratie hem gegeven bij de voirst. vrouwe Marie van Renesse naergelaeten weduwe wijlen Heer Dirck van IJmerselle voirst. Heere Engelbert van IJmerselle, Vrijheer tot Bochoven etc., Heere Thomas de Thiennes, Heer tot Huerkelum etc. ende met hem Mr. Theodore Engelkens, licentiaat der rechten als mede executeurs van den voirst. testamenten volgens twee distracte procuratien deene gepasseert voor schepenen tot Loon den 10e dach julij 1610 ende dandere voor schepenen van Bochoven den 2e dach meij 1611, ons schepenen gethoont ende gebleken. Naer verscheijden veijlinge vercofft Jan Wouter Claesse, Robbrecht Geraertsse, Thonis Hendricxen, Dirck Cornelisse Oerlmans, Jan Aentken Aertsse, Aerdt Geraertsse ende Thuenis Dingenmans, twintich luepensaet, sevenenveertich roijen, vierhalve voet moers, wesende landthooffden genaempt den Egmont, waerinne gelegen is westwaert een cleijn vaertken daer achter aen compt een cleijn lootken dat hier mee in begrepen is mette helfft vant voirst. vaertken ende lanthoofft naest de moeren van Corst Thonis, om eens ende al van den gront te steecken voor den prijs volgens de geloiften hier naer te geschieden. Vuijtgesceden die lanthooffden geleghen noortwaerts aen den rechte vaert aen beijde sijden als oick de landthooffden aen den suijdtvaert, streckende naer den cattendarm blijven alsnoch tot behoeff van Mevrouwe van Loon aen den suijdtsijde van den Egmont liggen ende die vaert met 23 wisselingen zoo goet ende quaet als die in toekomende tijde nae dat die landthooffden sullen wesen vuijtgedelft bevonden sullen worden. Ende is gecondioneert ende besproocken dat de voirst. lanthooffden geleghen aen den suijdtsijde sullen blijven liggen tot dienst van den gemoerde den tijt van vier jaeren naer datum van desen, ende aent noorden eijnde vijff jaeren. In sulcker vueghen dat de gemoerde den selven tijt ende jaeren in vaert ... vercoct offte verhuurdert sullen wesen. Daer voor verbijndende die voirst. copers hunnen persoonen ende goederen, present ende toecomende, ende stellende de selven lanthooffden ende torven daer aff comende tot hypotheecq ende waerborch. Actum in presentie van schepenen Jan Wouters ende Cornelis Dircksse den 12e julij 1611. RAT. Loon op Zand. R 62 f 27r en f 27v d.d. 12-7-1611. Jeronimus Benedictus in de qualiteijt ende vuijt macht voirst. heeft wel ende wettelijck vercocht Jan Wouter Claessen, Robbrecht Geraertsse, Thuenis Hendricxen, Dirck Cornelisse Oerlmans, Jan Aentken Aerts, Aerdt Geraertsse ende Thuenis Dingenmans twintich luepensaten, drie en veertich roijen, vier en een halve voet moers, wesende lanthooffden genaempt den Egmont. Ende heeft se hen opgedragen ende overgegeven ende dat met affgaen ende vertijen alsoo gewoonlijck ende recht is. Om de selven te gebruijcken ende eens al van den gronden te steccken ende volgens voirderen conditien benevens verhaelt. Gelovende die voirst. Jeronimus Benedictus onder verbijntenisse van des voirst. Vrouwe van Loons goederen, dit opdragen ende overgeven den voirst. coperen altois vast ende van waerden te houden ende den voirst. moer te vrijen ende te waren als men moer schuldich is te waeren. Testes et actum ut supra. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 62 f 26v, 27r en 27v] | ||
| van 22-12-1615 tot 23-12-1615 | Samenvatting: ---------------- Claes Cornelis Cornelisse koopt een lot moer in de Egmont over volgens het recht van vernadering, dat zijn vader verkocht heeft aan Joost Peter Bertroms en Rob Jansse Lauwen. Getuigen zijn Cornelis Dircksse ende Dirck Jansse. Claes Cornelis Cornelisse koopt 2 percelen moer over volgens het recht van vernadering, dat zijn broers Cornelis, Jan en Dirck verkocht hebben aan Ariaen Jansse Lauwen en Anthonis Corsten. Getuigen zijn Anthonis Hendricx Oerlmans ende Cornelis Cornelisse. Toelichting: ------------ De naam Oerlemans is niet genoemd. De combinatie van de 3 broers zou wel heel toevallig zijn, als het niet zo was. Vandaar dat ik deze akte daarbij geplaatst heb, en Claes als broer toegevoegd heb. Wel met een aanduiding van waarschijnlijkheid, omdat ik hem verder niet tegengekomen ben. Er is 1 akte van 26 juli 1608 waarbij Ariaenke Claes Cornelis Cornelisse Oerlemans genoemd is, als eerdere echtgenote van Floris Hendrick Reijnen. Dat had Ariaenke Cornelis Oerlemans moeten zijn. Zij is al voor 5 januari 1588 gestorven. De Cornelis Cornelisse zal overeenkomstig andere akten ook Oerlemans zijn. Dat moet dan gezien de context wel zijn vader zijn, Cornelis Cornelisse Oerlemans de oude. Transcryptie: --------------- RAT. Loon op Zand. R 62 f 182v d.d. 22-12-1615. Claes Cornelis Cornelisse heeft vernaerdert alsulcke lootken moers geleghen in den Egmont als Cornelis Cornelisse zijnen vader aen Joost Peter Bertroms ende Rob Jansse Lauwen vercocht heeft, ende heeft blijckende penningen geleet. Om etc. Testes Cornelis Dircksse ende Dirck Jansse den 22e december 1615. RAT. Loon op Zand. R 62 f 183r d.d.23-12-1615. Claes Cornelis Cornelisse heeft vernaerdert alsulcke twee parceelkens moers als Cornelis, Jan ende Dirck sijne broeders aen Ariaen Jansse Lauwen ende Anthonis Corsten vercocht hebben. Ende heeft blijkende penningen geleet etc. Om etc. Testes, Anthonis Hendricx Oerlmans ende Cornelis Cornelisse den 23e december 1615. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 62 f. 182v en 183r] | ||
| van 30-10-1626 tot 17-09-1627 | Samenvatting: ---------------- Dierck Adriaen Quirijnen is de man van Marie Anthonis Hendricx. Zij heeft de helft van een stede lants op de Vaert bij de Oude Dreijer geërfd bij het overlijden van Dierck Cornelis Oirlemans, getrouwd met haar zus Hendricxske. De helft van de stede verkopen ze aan Adriaen Willems voor 1000 gulden op 30 oktober 1626. Op 2 november 1626 doet Lambert Janssen Rommen de koop teniet op basis van het recht op nabuerschap. Op diezelfde dag verkoopt Lambert een perceel hei, genaamd de Colenhei, aan Marten Peeters. Op 17 september 1627 heeft Marten betaald. Toelichting: ------------ Lambert Janssen Rommen doet de koop teniet op basis van het recht op nabuerschap. Dan is het zoeken naar de familierelatie. Hij is getrouwd met een dochter van Jan Wouter Claessen de Bondt, maak ik op uit deze akten. Een zus van Marie en Hendricxsken is Anneken, en die is getrouwd met Wouter Jan Wouter Claessen de Bondt. Wouter is dan een broer van zijn vrouw. Transcryptie: -------------- RAT. Loon op Zand. R 64 f 79r d.d. 30-10-1626. Dierck Adriaen Quirijnen als man ende momboir van Marie zijne huijsvrouwe dochtere Anthonis Hendricx, de hellicht van eene stede lants met haere toebehoirten, gelegen binnen der heerlicheijt van Venloon ter plaetsen genoempt de Vaert omtrent den ouden dreijer, soe ende gelijck de selve hellicht der voorst. Marie bij erffscheijdinge ende erffdeijlinge tusschen de gemeijne erffgenaemen van wijlen Dierck Cornelis Oerlemans ende Hendricxken zijne huijsvrouwe dochtere Anthonis voorst. voor schepenen der voorst. heerlicheijt gemaeckt ende gedaen te deele bevallen ende erffelijck aengecomen is, soe men verclaerden heeft hij wettelijck ende erffelijck vercocht Adriaen Willemssen. Om bij den selven in een erffrecht te hebben ende te besitten. Gelovende de voorst. Dierck Adriaen Quirijnen op hem ende allen zijnen ende zijnen huijsvrouwe goederen, hebbende ende vercrijgende, de stede voorst. den voorst. Adriaen Willemssen te waeren als men erffne schuldich is te waeren, ende allen commer ende calangien daer inne wesende den selven aff te doen geheelijck vuijtgenomen des heeren chijns met recht daer vuijt gaende. Testes, Dingeman Janssen ende Sijmon Diercxssen den 30e october 1626. In marge: Lambert Janssen Rommen heeft geboden ende vuijtgereijckt blijckende penningen hem als hij seijde toebehoirende, om metten rechte van naederschappe te lossen de hellicht der stede alhier geruert, ende heeft geloeft alles te doen des een naederman schuldich is te doen. Testes, Dierck Raessen ende Adriaen Cornelis den 2e november 1626. Ende heeft de voorst. Lambert op hem ende allen zijne goederen, hebbende ende vercrijgende, geloeft den voorst. Adriaen Willems van geloefte bij hem ter saecken van de coop van de hellicht der voorst. stede gedaen te indempneren ende costeloos ende schadeloos te houden. Testes et actum ut supra. RAT. Loon op Zand. R 64 f 79r/v d.d. 30-10-1626. Adriaen Willemsse heeft geloeft als schuldenaer principael op hem ende allen zijne goederen, hebbende ende vercrijgende, den bovengeschr. Dierck Adriaen Quirijnen te geven ende te betaelen de somme van thien hondert ca. gld. den ka. gld. tot 20 st. ende den stuijver tot twee grootte vlaems het stuck gereckent off de weirde daer voor in anderen goeden ganckbaere gelde. Ende dat in dese naervolgende termijnen, te weten vijffhondert ca. guldens tot paesschen 1627 ende de resterende vijff hondert ka. gulden tot paesschen daer naest volgende. Procederende de selven somme ter causen van coop van de hellicht der stede bovengeschreven. Stellende de selve hellicht der betaelinge van de voorst. somme tot hypotheecq ende waerborch. Testes et actum ut supra. Item: den wijncoop die int vercoopen van de hellicht der bovengeschr. stede geresen is bedraeght volgende de bekentenissen van Dierck Adriaen ende Adriaen Willems ter somme van 16 ca. gld. die de voorst. Adriaen Willems geheel heefft verschoten, ende sal de helft van de selven somme aen de 1e termijn der voorst. geloefte cortten. Testes et actum ut supra. RAT. Loon op Zand. R 64 f 79v d.d. 2-11-1626. Lambert Janssen Rommen heeft wettelijck ende erffelijck vercocht Marten Peeters een parceel heijevelts gelegen binnen der heerlicheijt Venloon ter plaetsen genoempt in de Colenheije, oistwaerts den onmondige kinde van Andries Janssen van Broechoven, zuijtwaert de straete, westwaert Theunis Hens Theunen ende noirtwaert de heije van den Horst. Welck parcheel heijevelts wijlen Jan Wouter Claessen de Bondt van Jannen van Delft bij coope vercregen heeft. Ende den voorst. Lambert bij de erffgenaemen van den Jan Wouters in plaetse van sijn houwelijcx goet is toegevuecht, als hij seijde. Ende heeft het hem opgedraegen ende overgegeven met affgaen ende verthijen alsoo gewoonlijck ende recht is. Ende geloefft te vrijen ende te waeren. Testes, Dierck Raessen ende Adriaen Cornelis den 2e november 1626. RAT. Loon op Zand. R 64 f 79v d.d. 2-11-1626. Marten Peeters heeft geloeft als schuldenaer principael op hem ende allen zijne goederen, hebbende ende vercrijgende, Lamberden Janssen de somme van 25 ka. gld. den ka. gld. tot 20 st. ende den st. tot 2 grootte claems het stuck gereckent. Ende de selven somme te betaelen int hoochtijt van paesschen toecomende, wesende de selve somme reste van cooppenningen van het voorst. stuck heijvelts. Testes et actum ut supra. In marge: Lambert Janssen heeft bekent dese geloefte voldaen te zijn den 17e september 1627. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 64 f 79r/v] |
| 29-09-1628 | Samenvatting: ---------------- 1e Akte: Na het overlijden van Anthonis Hendrick Oirlemans is in 1626 een deling gemaakt zonder dat die vastgelegd is. Dat gebeurt nu alsnog. Hiervoor zijn 3 partijen aanwezig: 1. Wouter Jan Claessen Wouter de bondt, weduwnaar van dochter Anneken Anthonis Hendrick Oirlemans 2. Dochter Marie Anthonis Hendrick Oirlemans, getrouwd met Dierck Adriaen Quirijnen. 3. Als erfgenamen van Cornelis Cornelis Oirlemans de jonge en broer Dierck Cornelis Oirlemans: a. Jan Adriaen Zuene en Willem Matheeus Janssen Berchmans voor de onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans en voor de onmondige kinderen van wijlen Catharina Cornelis Oirlemans b. Thomas en Jan, namens hun vader Adriaen Dierckssen de Bie c. Marie Anthonis Hendrick Oirlemans met voorstaande voogd (=haar man) Wouter, partij 1 krijgt: a. het achterhuis van een huysinge op de Ketsheuvel b. het middelste lot daaraangelegen c. de noordziijde van de akker de Nagtegaal, daar gelegen d. een schuur van een stede op de Vaertkant, met schop e. de Middelste akker (grenzend aan erf van Marie, zijn schoonzus, kinderen van Jan Cornelis Oirlemans, en van hemzelf) f. de akker De Werdt Jan Dielen Marie, partij 2 krijgt: a. het voorhuis van een huysinge op de Vaertkant b. een akker daarbij, grenzend aan Wouter c. een akker daarbij, grenzend aan de kinderen van Jan Cornelis d. een schuur van een stede op de Ketsheuvel, die afgebroken moet worden e. het westelijk lot bij deze stede f. een akker stuk de Nagtegaal Partij 3 krijgt: a. het achterhuis van een huysinge op de Vaertkant: Marie de helft, de anderen samen de andere helft b. het westense lot daarbij c. een akker daarbij d. nog een akker daarbij, grenzend aan Marie e. een kamer aan het huys op de Ketsheuvel f. het oistense lot daarbij d. de zuidzijde van de Nagtegaal Akte 2: Jan, namens zijn vader Adriaen de Bie ter eenre de voogden van de kinderen van Jan en Catharina ter andere hebben verklaard voor schepenen van Venloon in 1626 een accoord gesloten te hebben over de verdeling. Akte 3: Over de verdeling van huysinge te weten huijs, schuere, schop, brouwhuijs ende erffenisse daer aen liggende ende toebehoirende, gelegen binnen der heerlicheijt van Venloon (op de Vaert) aen den Ouden draijer, Marie ter eenre Adriaen de Bie, de voogden van de onmondige kinderen van Jan en Catharina ter andere. Marie voor het overleden kind van Dierck en Hendricxken, voor de helft De anderen voor het overleden kind van Cornelis Cornelis en Aleijtken, en het mondeling accoord van 1626 voor de andere helft. Marie krijgt: a. de grote kamer met opkamer en kelder b. 1e en 3e lot in de Hooge akker c. de noordzijde van de Jacob Geerits Oirlemans De anderen krijgen: a. het groot woonhuis vanaf de kamer met het brouwhuis en de varkenskooi b. 2e en 4e lot in de Hooge akker c. de zuidzijde van de Jacob Geerits Oirlemans Toelichting: ------------- Marie Anthonis Hendricx Oirlemans is de enige van het gezin, die nog in leven is: vader en moeder zijn overleden, haar 2 broers, en haar 2 zussen. Voor haar zus Anneken is haar man Wouter aanwezig. Zij is ook genoemd bij Partij 3. Ik verwacht als erfgename van haar zus Hendricxken. De goederen, verdeeld bij het overlijden van man Dierck en zwager Cornelis Cornelis Oirlemans de jonge, worden vertegenwoordigd door een flink aantal erfgenamen. Dan hadden Dierck en Hendricksken nog een kind dat overleden is, en ook Cornelis Cornelis de jonge en Adriaentken de Bie hadden een onmondig kind dat overleden is. Daarover zijn in 1626 al wel afspraken gemaakt, maar niet op papier gezet. Zo is het al met al een ingewikkelde zaak om te begrijpen hoe het in elkaar steekt. Transcryptie: --------------- RAT. Loon op Zand. R 65 f 53v t/m 55v d.d. 29-9-1628. Condt zij een iegelijcke. Alsoe Wouter sone wijlen Jan Wouter Claessen de Bondt, achtergelaeten weduwnaer wijlen Aneken zijnen huijsvrouwe dochter Anthonis Hendrick Oirlemans ter eenre, Marie des voorst. Anthonis dochter met een momboir bij haer naer gewoonte gecosen ter tweeder, ende Jan Adriaen Zuenen ende Willem Matheeus Janssen Berchmans als wettige momboirs van de onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans, de momboirs van de onmondige kinderen van wijlen Catharina dochtere Cornelis Oirlemans, Thomas ende Jan gebroederen sonen Adriaen Diercxssen de Bie in den naeme van hennen vader ende de voorst. Marie dochtere Anthonis Hendricx met haeren voorst. momboir altesamen erffgenaemen respective van wijlen Cornelis Cornelissen Oirlemans de jonge ende van de onmondige kinde van wijlen Dierck Cornelis Oirlemans ter derder zijden. Onderlinghe ende met malcanderen voor schepenen der heerlicheijt van Venloon in den jaere 1626 gemaeckt ende gedaen hebben seeckere erffscheijdinge ende erffdeijlinge van de goederen naerbeschreven bij wijlen Anthonis Hendricx voorgenoempt achtergelaeten, ende der voorst. partijen elcken vuijtten hooffde als voor bij den rechte van successie ende anderssins aengecomen, soe men verclaerden. Sonder dat van de selve erffscheijdinge ende erffdeijlinghe eenige pertinente notitie gehouden ende ten protocolle ghestelt is. Soe zijn op heden date deser voor ons schepenen ondergeschr. gecompareert ende erschenen in propere persoonen Dierck Adriaen Quirijnen als man ende momboir van Marie dochtere wijlen Anthonis Hendricx voorgenoempt, Jan Adriaen Zuenen ende Willem Matheeus Janssen als wettige momboirs van de voorst. onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans, de selve Jan Adriaen Zuenen insgelijcks als momboir ende in den naeme van de voorst. onmondige kinderen van wijlen Catharina Cornelis Oirlemans ende Jan Adriaen Diercxssen de Bie in den naeme van zijnen vader. Ende hebben de voorst. comparanten soe in der qualiteijt bovengeschr. als mede in den naeme van de bovengeschr. andere condividenten de voorst. erffscheijding ende erffdeijlinge geremoveert, vercleirende daerbij elcken der voorst. condividenten in vuegen ende manieren hiernae volgende te deele bevallen zijn de goederen naerbeschreven. Overmidts welcker erffdeijlinge ende erffscheijdinge, soe hebben de voorst. comparanten bekent dat Wouteren Jan Wouters te deele bevallen is het achterhuijs van eender huijsinge staende binnen der heerlicheijt van Venloon opden Ketshoevel, beginnende van den balck van de caemere, met het geheel groesvelt aen de zuijde zijde van het voorst. achterhuijs gelegen. Noch het middelste loth van de landerijen achter de voorst. huijsinge gelegen, vuijtwijsens de paelen aldaer gesteken. Noch de noirde zijde van eenen acker genoempt den Nachtegael, beginnen van het pat daer over gaende. Noch de schuere van eender stede gelegen binnen der voorst. heerlicheijt ter plaetsen genoempt den Vaertcant mette materialen van het schop daer aen staende op erffenisse daeraenliggende, streckende van de Vaertcant aff zuijtwaert tot Hens Leijten steeghsken toe, noirtwaert, wesende de selve erffenisse vijff voeten breeder als dandere lothen hier tegen deijlende, soe ende in sulcker vuegen als die voorst. erffenisse ter voorst. plaetsen bij de condividenten affgepaelt is. Noch eenen acker genoempt den Middelsten acker gelegen aldaer oistwaert de voorst. Marie dochtere Anthonis Hendricx hier tegendeijlende zuijtwaert het voorst. steeghsken, westwaert de voorst. kinderen van Jan Cornelis Oirlemans ende henne consoirten voorgenoempt ende noirtwaert de voorst. Wouter ende moet desen acker lancx deur eenen voet breeder wesen, dan den westensen acker, den voorst. kinderen van Jan Cornelis Oirlemans ende henne consoirten hier tegen deijlende te deele bevallen. Ende noch eenen acker genoempt de Werdt Jan Dielen gelegen aldaer oistwaert de erffgenaemen Jan Adriaenssen Clercx, zuijtwaert Cornelis Jan Diercxssen, westwaert sheerenstraete ende noirtwaert de voorst. Marie. Sijnde bij de voorst. erffscheijdinghe ende erffdeijlinge oijck geconditioneert dat men de materialen van het voorst. schop metten iersten soude ruijmen, ende dat men vuijt desen lothe soude gelden ende betaelen een derden part van alle chijnsen, renten ende pachten met recht vuijtte goederen van den voorst. Anthonis Hendricx gaende, ende daerenboven dat dit loth over het Groesvelt opten Ketshoevel schuldich soude wesen te wegen ende stegen dandere lothen naer lants oirboir. Met conditien ut infra. Overmidts welcker erffdeijlinge ende erffscheijdinghe, soe hebben de voorst. comparanten bekent dat Marie dochtere Anthonis Hendricx voorst. te deele bevallen is het voorhuijs van eender huijsinghe staende binnen der heerlicheijt van Venloon opten Vaertcant tot het gebijnte inde schauwe incluijs mette erffneisse daeraenliggende, streckende van den vaertcant aff zuijtwaert tot Hens Leijten steeghsken toe noortwaert. Vuijtwijsens de paelen aldaer gesteken. Noch eenen acker gelegen aldaer over het voorst. steeghsken, oistwaert de erffgenaemen wijlen Jan Adriaenssen Clercx, zuijtwaerts het voorst. steeghken westwaert ende noirtwaert de voorst. Wouter Jan Wouters hier tegen deijldende. Noch eenen acker gelegen aldaer oistwaert de voorst. erffgenaemen van wijlen Jan Adriaens Clercx, zuijtwaert den acker genoempt den weerdt Jan Dielen, westwaert sheerenstraete ende noirtwaert de voorst. kinderen van Jan Cornelis Oirlemans ende hennen consoirten. Noch eene schuere van eender stede gelegen binnen der heerlicheijt van Venloon ter plaetsen genoempt den Ketshoevel mette erffenisse daerop de selve schuere is staende. Wel verstaende nochtans dat ingevalle de voorst. schuere afgebroken wordt, dat de selve erffenisse voor soe vele de voorst. schuere is overstaende nijet meer betimmert en soude wordden. Noch het westense loth van de landerijen liggende bij de voorst. stede opten Ketshoevel mette boomen daer op staende oistwaert ende zuijtwaert de voorst. Wouter Jan Wouters, westwaert de voorst. erffgenaemen van wijlen Aert Lochten ende noirtwaert de twelff geerden, mette gerechticheijt van te moegen wegen ende stegen naer lants oirboir over het groesvelt Wouteren Jan Wouters bij dese erffdeijlinge ende erffscheijdinghe te deele bevallen. Ende noch een stuck eckerlants in eenen acker genoempt den Nachtegael, streckende van den pat daer overgaende westwaert op tot erffenisse der erffgenaemen wijlen Ghijsbrecht Joachims. Sijnde bij de voorst. erffscheijdinge ende erffdeijlinghe oijck gecomnditioneert, dat men vuijt desen lothe soude gelden ende betaelen een dordepart van alle renten, chijnsen ende pachten met recht vuijtte goederen van Anthonis Hendricx gaende. Met conditien ut infra. Overmidts welcker erffdeijlinghe ende erffscheijdinge, soe hebben de voorst. comparanten bekent dat den voorst. onmondighe kinderen van wijlen Jan, ende Catharina Cornelis Oirlemans ende Adriaen Diercxssen de Bie, tsaemen voor deen hellicht ende de voorst. Marie dochtere Anthonis Hendricx voor de andere hellicht te deele bevallen is het achterhuijs van eender huijsinghe staende binnen der heerlicheijt van Venloon opten Vaertcant, beginnende van het gebijnte in de schauwe exclus aff mette erffenisse daer op het voorst. achterhuijs is staende. Emmers ter tijdt toe het voorst. achterhuijs nijet affgebroken en soude wordden. Noch het westense loth van de erffenisse daeraenliggende, streckende van den vaertcant aff tot Hens Leijten steeghsken toe noirtwaert, vuijtwijsens de paelen aldaer gesteken. Noch een acker gelegen aldaer over het voorst. steeghsken oistwaert de voorst. Wouter Jan Wouters, zuijtwaert het voorst. steeghsken, westwaert Cornelis Jan Diercxssen ende noirtwaert de voorst. Wouter. Noch eenen acker gelegen aldaer oistwaert de erffgenaemen van Jan Adriaens Clercx zuijtwaert de voorst. Marie dochtere Anthonis Hendricx als hier tegen vuijtten hooffde van haeren vader voor een derdendeel deijlende, westwaerts sheerenstraete ende noirtwaert de erffgenaemen wijlen Aert Clercx. Noch eene caemere staende aen den huijsinghe opten Ketshoevel streckende van den balck inde keucken aff exclus soe wijt de caemer haer streckt metter erffenisse daer op de selve caemere is staende. Mette gerechticheijt van te moegen wegen over het groesvelt naer lants oirboir Wouteren Jan Wouters bij dese voorst. erffdeijlinge ende erffscheijdinge te deele bevallen. Noch het oistense loth van de landerijen achter de voorst. huijsinghe opten ketshoevel gelegen mette boomen daerop staende. Ende noch een stuck eckerlants in eenen acker genoempt den Nachtegael te weten de zuijdenzijde oistwaert de erffgenaem wijlen Aert Vuchten, zuijtwaert sheerenstraete ende de voorst. erffgenaemen van wijlen Aert Vuchten westwaert den voetpat ende noirtwaert de voorst. Wouter Jan Wouters. Alles vuijtwijsens de paelen aldaer bij de condividenten gesteken. Sijnde bij de voorst. erffscheijdinge ende erffdeijlinge oijck geconditioneert dat men vuijt desen lothe soude gelden ende betaelen een dorden part van alle renten, chijnsen ende pachten met recht vuijtte goederen van Anthonis Hendricx gaende. Met conditien ut infra. Met conditien daer inne oijck toegedaen dat zij deijlderen den commer hen benoempt alsoe souden gelden ende betaelen ende de gebuerlijcke rechten ende lasten tot elcx portie staende alsoe souden houden ende onderhouden dat den eenen van den anderen egeen hinder off schade aff en comen in eeniger manieren ende offer eenigen commer op ijemants portie met recht meer geraeckte te comen, daer men alsdoen nijet aff en wiste, dat zij deijlderen den selven malcanderen souden helpen draegen in drije portien. Allet sonder argelist. Testes Dingeman Jan Joosten ende Loeff Hendricx vande Graeff den 29e septembris anno 1628. RAT. Loon op Zand. R 65 f 55v/56r d.d. 29-9-1628. Jan Adriaen Diercxssen de Bie in den naeme van zijnen vader ter eenre ende de bovengeschr. momboiren der kinderen van wijlen Jan ende Catharina Oirlemans ter andere zijden, hebben bekent metten anderen veraccordeert te zijn voor schepenen van Loon anno 1626, dat Adriaen Diercxssen de Bie met vollen rechte alleen sal hebben het deel ende part den voorst. kinderen bij de bovengeschr. erffscheijdinge ende erffdeijlinge te deele bevallen in de stede van wijlen Anthonis Hendricx binnen deser heerlicheijt van Venloon opten vaertcant gelegen. Ende daer tegens sullen de voorst. onmondighe kinderen met vollen rechte alleen behouden het deel den voorst. Adriaen de Bie bij de voorst. erffscheijdinge ende erffdeijlinhe te deele bevallen in de stede opden Ketshoevel gelegen ende oijck deselffs Adriaens de Bie loth hem bij andere erffscheijdinge ende erffdeijlinge te deele bevallen inde stede van Dierck Cornelis Oirlemans aen den ouden draijer gelegen. Testes et actum ut supra. RAT. Loon op Zand. R 65 f 56r t/m 57r d.d. 29-9-1628. Condt zij eenen iegelijcken. Alsoe Marie dochtere wijlen Anthonis Hendrick Oirlemans met eenen momboir bij haer naer gewoonte gecosen ter eenre, ende Adriaen Diercxssen de Bie ende de momboirs van den onmondighe kinderen van wijlen Jan ende Catharina Cornelis Oirlemans ter andere zijden, onderlinghe ende met malcanderen voor schepenen der heerlicheijt van Venloon anno 1626 hadden gemaeckt ende gedaen seeckere erffscheijdinghe ende erffdeijlinghe eender stede, te weten huijs, schuere, schop, brouwhuijs ende erffenisse daer aen liggende ende toebehoirende, gelegen binnen der heerlicheijt van Venloon aen den ouden draijer, der voorst. Marie bij ende overmidts der doot ende afflijvicheijt van den onmondigen kinde van wijlen Dierck Cornelis Oirlemans voor deene hellicht ende den voorst. Adriaen Diercxsen de Bie ende den voorst. onmondighe kinderen respective bij ende overmidts der doot van den onmondigen kinde van wijlen Cornelis Cornelissen Oirlemans de jonge, ende anderssins vuijt crachte van accoirde tusschen hen tsaemenderhandt gemaeckt voor dander hellicht aengecomen, sonder dat van de selve erffscheijdinge ende erffdeijlinge eenige notitie ten protocolle off elders bevonden wordt. Soe zijn op heden date deser voor ons schepenen ondergeschreven ghecompareert ende erschenen in propere persoonen Dierck Adriaen Quirijnen als man ende momboir van de voorst. Marie Anthonis Hendricx ende met hem Adriaen Willemssen als actie ende cessie hebbende van den selven Dierck ter eenre, ende Jan Adriaen Suenen ende Willem Matheeus Janssen Berchmans als wettige momboirs van de voorst. onmondighe kinderen wijlen Jan Cornelis Oirlemans, de selven Jan Adriaen Suenen insgelijcx als momboir ende in den naeme van de kinderen van Catharina Cornelis Oirlemans, midtsgaders de voorst. momboirs hen fort ende sterck maeckende voor den voorst. Adriaen Diercxssen de Bie ter andere zijden. Ende hebben de voorst. comparanten inder qualiteijt bovengeschr. de voorgeruerde erffscheijdinge ende erffdeijlinghe op een nijuws gerenoveeert ende erkent, begheerende dat dese in vuegen naervolgende ten protocolle aengeteeckent sal wordden. Overmidts welcker erffdeijlinge ende erffscheijdinge, soe hebben de voorst. comparanten bekent dat de voorst. Marie te deele bevallen is de groote caemer van den voorst. huijsinge mette opcaemer ende den kelder daer ter zijden staende, midtsgaders de schuere ende de zuijdenzijde van den aenstede. Noch het ierste ende dorde loth in eenen acker genoempt den Hoogen acker, beginnende vuijtten westen van den steeghde aff aen. Ende noch de noirden zijde van eenen acker gelegen aen den noirdenzijde van sheerenvaerte ghenoempt Jacob Geeridt Oirlemans acker. Allen de voorst. parchelen soe groot ende cleijn als die ter voorst. plaetsen gelegen zijn ende zij comparanten ten tijde van den voorst. erffscheijdinge ende erffdeijlinge afgeplaet hebben. Behoudelijc k dat men daer vuijt soude gelden de hellicht van de renten, chijnsen ende pachten, die met recht vuijtte voorst. stede met haere toebehoirten te vergelden staet. Met conditien ut infra. Overmidts etc. soe hebben de voorst. comparanten bekent dat de voorst. Adriaen de Bie ende den voorst. kinderen van Jan ende Catharina Cornelis Oirlemans te deele bevallen is het groot woonhuijs der voorst. stede beginnende van de caemere aff met het brouwhuijs ende verckenskoije daarbij staende mette noirdenzijde van de aenstede. Noch het tweede ende vierde loth in eenen acker genoempt den Hoogen acker beginnende vuijtte westen van den steeeghde aff aen, ende noch de zuijdezijde van eenen acker gelegen aen den noirdenzijde van sheerenvaerte genoempt Jacob Geerit Oirlemans acker. Allen de voorst. parcheelen etc. ut supra. Behoudelijck ut supra. Met conditien ut infra. Met conditien hier inne toegedaen dat zij deijlderen den commer hen hier voorgenoempt alsoe souden gelden ende betaelen de gebuerlijcke lasten ende rechten tot dat elcx portie staende alsoe souden houden ende onderhouden dat den eenen van den anderen egeen hinder off schaede aff en comen in eeniger manieren ende offer eenigen commer op ijemants portie meer geraeckte te comen. Daer men alsdoen nijet aff ende wiste dat zij den selven malcanderen in twee gelijcke portien souden helpen draegen. Behoudelijck oijck dat zij malcanderen souden wegen ende stegen ten naesten velde ende ten minste schaede. Allet sonder arglist. Testes et actum ut supra. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 65 f 53v t/m 57r] |
| van 08-01-1629 tot 15-06-1634 | Samenvatting: ---------------- 1e akte: De erfgenamen van Anthonis Hendricxen Oirlemans dragen over aan Wouter, Cornelis ende Geeridt, gebroederen sonen wijlen Henrick Wouter Schalcken, en zus Anneke een stede lants te Kaatsheuvel met huysinge, schuur en erfenisse eromheen, en een akker genaamd de Nagtegaal. Als erfgenamen: Wouter Jan Wouter Claessen de Bondt, weduwnaar van Anneken Anthonis Hendrick Oirlemans, voor 1/3 deel Dierck Anthony Quirijnen, man van Marie Anthonis Hendrick Oirlemans, en Wouter Jan Wouters ook voor het onmondig kind van Jacob Adriaen Jacobs (procuratie voor notaris Aerden van Tuyl te Waalwijk op 6 januari 1629 verleend door bloedvoogd Thomas Corstiaens) voor de onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans voogden Jan Adriaen Suenen en Willem Matheeus Jansen Berchmans voor de onmondige kinderen van wijlen Ivo Gielissen ende Claes Janssen Haegen verweckt bij Catharina dochtere wijlen Cornelis Cornelis Oirlemans altesaemen voor de resterende 2/3 delen. 2e Akte: De kopers zullen vrijgesteld zijn van alle lasten, behalve van een jaarlijkse pacht van 11 1/2 vaten rogge aan de Tafel van de Heilige Geest tot Loon en jaarlijks nog 2 smal hoenders met een capuin gewinchijns aan de Heer van Loon op St. Maarten te betalen. 3e Akte: De kopers zullen er 1810 gulden voor betalen, en wel als volgt: aankomende Pasen 1629 300 gulden het jaar daarna, 1630, ook met Pasen 300 gulden de jaren daarna steeds 200 gulden met Pasen totdat de betaling compleet is. Van de 1e betaling zal 15 gld. 12 1/2 st. voor de schepenen, secretaris, afhanger ende godtspenninck zijn. Daarna de betalingen zoals die door de verkopers ontvangen zijn, met als laatste vermelding, die van 15 juni 1634. Toelichting: ------------- De verkoop gebeurt na de verdeling op 29 september 1628 vastgelegd voor de schepenbank, en na de afspraken die mondeling in 1626 gemaakt zijn. Transcryptie: --------------- RAT. Loon op Zand. R 65 f 67v t/m 68v d.d. 8-1-1629. Wouter sone wijlen Jan Wouter Claessen de Bondt voor een dordendeel, Dierck Adriaen Quirijnen als man ende momboir van Marie zijne huijsvrouwe dochtere wijlen Anthonis Henrick Oirlemans, de voorst. Wouter Jan Wouters vuijt crachte van procuratie hem voor Aerden van Tuijl, notaris openbaer ende seeckere getuijgen op ten 6e januarij lestleden bij Thomas Corstiaens als bloetvoocht van den onmondige kinde van Jacob Adriaen Jacobs binen der Vrijheijt van Waelwijck gegeven ende verleent; Jan Adriaen Suenen ende Willem Matheeus Janssen Berchmans als wettige momboirs van de onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans, ende de voorst. Jan Adriaen Suenen insgelijcx als momboir ende hem fort ende sterck maeckende voor de onmondige kinderen van wijlen Ivo Gielissen ende Claes Janssen Haegen verweckt bij Catharina dochtere wijlen Cornelis Cornelis Oirlemans altesaemen voor de twee resterende dordendeelen. Eene stede lants metter huijsinge ende schuere daerop staende ende erffenisse daer aenliggende, gelegen binnen der heerlicheijt van Venloon ter plaetsen genoempt den Ketshoevel, oistwaert de erffgenaemen wijlen Aert Peeterssen Crents, zuijtwaert sheerenstraete, westwaert de erffgenaemen Aert Wouter Lochten ende noirtwaert de twelff geerden. Ende noch eenen acker genoempt den Nachtegael, gelegen aldaer, oistwaerts de erfrfgenaemen Aert Janssen Vucht, zuijtwaert sheerenvaerte mette selve erffgenaemen, westwaert de erffgenaemen wijlen Ghijsbert Joost Joachims ende noirtwaert de gemeijne straete, beijde de voorst. parcheelen soe groot ende cleijn als die ter voorst. plaetsen gelegen zijn, ende de voorst. Anthonis Hendricxssen midts zijnder doot ende afflijvicheijt heeft geruijmpt ende achtergelaeten soe men verclaerden, hebben zij wettelijck ende erffelijck opgedraegen ende overgegeven Wouter, Cornelis ende Geeridt, gebroederen sonen wijlen Henrick Wouter Schalcken soe tot hennen behoeffne als ten behoeffne van Anneken dochtere wijlen Hendrick Wouters voorst. henne sustere, tsaemen met allen schepenen letteren ende munimenten daeraff gewach doende, ende allen den rechte hen daer inne eenichssins competerende. Met affgaen ende verthijen in manieren in dijen gewoonlijck zijnde. 781. Archief van de schepenbank Loon op Zand, 1358-1810 inv.nr.65 Gelovende de voorst. Wouter Jan Wouters ende Dierck Adriaen Quirijnen als schulderen principael op hen ende allen henne goederen hebbende ende vercrijgende ende de voorst. momboirs op verbintenisse van allen de goederen der voorst. onmondige kinderen insgelijcks hebbende ende vercrijgende, de voorst. stede ende acker den voorst. Wouter, Cornelis, Geeridt ende Anneken te waeren als men erffne schuldich is te waeren ende allen commer, calangie ende aental daer inne wesende den selven aff te doen geheelijck vuijt genomen eenen jaerlijcxsen pacht van elff vaten roggen ende een halff jaers taeffele van den heijlige geest tot Loon naer luijdt van de brieven ende bescheeden daer aff zijnde te betaelen ende noch twee smael hoenderen met eenen capuijn gewinchijns aen den heer van Loon op St. Martensdach te betaelen, ende offer met recht bevonden worden eenigen commer meer vuijt te gaen den selven sal men mogen aencopen naer gemeijnen lantcoop ende goedermans seggen off anderssins naer luijdt van de brieven ende bescheeden daer aff zijnde. Testes Ghijsbert Claes ende Willem Jan Adriaens den 8e januari 1629. RAT. Loon op Zand. R 65 f 68v d.d. 8-1-1629. Wouter, Cornelis ende Geeridt gebroederen, sonen wijlen Henrick Wouter Schalcken soe voor hen selven, als voor Anneken henne sustere hebben geloeft als schulderen principaele op hen ende allen henne goederen, hebbende ende vercrijgende, den voorst. transportanten te geven ende te betaelen de somme van achttien hondert ende thien ca. gld. den ca. gld. tot 20 st. goet gancbaer gelts het stuck gerekent ende dat in dese naervolgende manieren ende termijnente weten drije hondert ca. gld. tot paesschen toecomende, item drije hondert ca. gld. te paesschen 1630 ende voirts alle paesschens 200 ca. gld. tot volder betaelinge toe. Procederende de selve somme ter causen van coop van de stede ende acker bovengeschr. dwelcke zij gelovers voor de betaelinghe der voorst. somme zijn stellende tot hypotheecq ende waerborch. Dies soe sullen de gelovers aen den iersten termijn cortten 15 gld. 12 1/2 st. bij hen aen den schepenen, secretaris, affhanger ende godtspenninck voor het contingent van de bovengeschr. transportanten volgens de vercoopcedulle verschoten ende anderssins aen verteirde costen boven den wijncoop in de vercoopcedulle begroot. Testes et actum ut supra. Item: de voorst. gelovers hebben alnoch verschoten soe aen verteirde costen ten daege van den veste gedaen als rechtscosten sess gld. 16 st. waer aff zij deen hellicht aen den 1e termijn sullen cortten. Testes et actum ut supra. In marge: Wouter Jan Wouters ende Dierck Adriaens bekennen de twee dordendeelen van den iersten termijn ontfangen te hebben, te weten 200 gld.die zijn daer aen gecort de twee dordendeelen van tgene de gelovers volgens dese geloefte moegen cortten. Testes Ghijsb. Claes ende Cornelis Willems den 13e maij 1629. Item: Thomas Corsten als momboir van den kinde van Jacob Ariens bekent een 6e deel van de 1e termijn wesende 50 gld. ontfangen te hebben dan gecort een 6e deel van den costen alhier geruert bedraegende 3 gld. 4 st. Actum ut supra. Item: Willem Matheeus als momber van de kinderen van Jan Cornelis bekent een 7e part van den 1e termijn ontfangen te hebben. Actum ut supra. Item: Jan Ariens heeft het part der kinderen van Catharina Cornelis hen toecomende in dfren 1e termijn ontfangen. Item: Dierck Adriaen Quirijnen voor hem als voor den weeskinde van Jacob Adriaen Jacop bekent als dat Denijs Dominicus aen hem voldaen heeft een dorde part van den termijn verschenen paesschen 1634 ende een dorde part van alle voorgaende termijnen. Actum 15e junij 1634. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 65 f 67v-68r-68v] |
| van 30-10-1626 tot 17-09-1627 | Samenvatting: ---------------- Dierck Adriaen Quirijnen is de man van Marie Anthonis Hendricx. Zij heeft de helft van een stede lants op de Vaert bij de Oude Dreijer geërfd bij het overlijden van Dierck Cornelis Oirlemans, getrouwd met haar zus Hendricxske. De helft van de stede verkopen ze aan Adriaen Willems voor 1000 gulden op 30 oktober 1626. Op 2 november 1626 doet Lambert Janssen Rommen de koop teniet op basis van het recht op nabuerschap. Op diezelfde dag verkoopt Lambert een perceel hei, genaamd de Colenhei, aan Marten Peeters. Op 17 september 1627 heeft Marten betaald. Toelichting: ------------ Lambert Janssen Rommen doet de koop teniet op basis van het recht op nabuerschap. Dan is het zoeken naar de familierelatie. Hij is getrouwd met een dochter van Jan Wouter Claessen de Bondt, maak ik op uit deze akten. Een zus van Marie en Hendricxsken is Anneken, en die is getrouwd met Wouter Jan Wouter Claessen de Bondt. Wouter is dan een broer van zijn vrouw. Transcryptie: -------------- RAT. Loon op Zand. R 64 f 79r d.d. 30-10-1626. Dierck Adriaen Quirijnen als man ende momboir van Marie zijne huijsvrouwe dochtere Anthonis Hendricx, de hellicht van eene stede lants met haere toebehoirten, gelegen binnen der heerlicheijt van Venloon ter plaetsen genoempt de Vaert omtrent den ouden dreijer, soe ende gelijck de selve hellicht der voorst. Marie bij erffscheijdinge ende erffdeijlinge tusschen de gemeijne erffgenaemen van wijlen Dierck Cornelis Oerlemans ende Hendricxken zijne huijsvrouwe dochtere Anthonis voorst. voor schepenen der voorst. heerlicheijt gemaeckt ende gedaen te deele bevallen ende erffelijck aengecomen is, soe men verclaerden heeft hij wettelijck ende erffelijck vercocht Adriaen Willemssen. Om bij den selven in een erffrecht te hebben ende te besitten. Gelovende de voorst. Dierck Adriaen Quirijnen op hem ende allen zijnen ende zijnen huijsvrouwe goederen, hebbende ende vercrijgende, de stede voorst. den voorst. Adriaen Willemssen te waeren als men erffne schuldich is te waeren, ende allen commer ende calangien daer inne wesende den selven aff te doen geheelijck vuijtgenomen des heeren chijns met recht daer vuijt gaende. Testes, Dingeman Janssen ende Sijmon Diercxssen den 30e october 1626. In marge: Lambert Janssen Rommen heeft geboden ende vuijtgereijckt blijckende penningen hem als hij seijde toebehoirende, om metten rechte van naederschappe te lossen de hellicht der stede alhier geruert, ende heeft geloeft alles te doen des een naederman schuldich is te doen. Testes, Dierck Raessen ende Adriaen Cornelis den 2e november 1626. Ende heeft de voorst. Lambert op hem ende allen zijne goederen, hebbende ende vercrijgende, geloeft den voorst. Adriaen Willems van geloefte bij hem ter saecken van de coop van de hellicht der voorst. stede gedaen te indempneren ende costeloos ende schadeloos te houden. Testes et actum ut supra. RAT. Loon op Zand. R 64 f 79r/v d.d. 30-10-1626. Adriaen Willemsse heeft geloeft als schuldenaer principael op hem ende allen zijne goederen, hebbende ende vercrijgende, den bovengeschr. Dierck Adriaen Quirijnen te geven ende te betaelen de somme van thien hondert ca. gld. den ka. gld. tot 20 st. ende den stuijver tot twee grootte vlaems het stuck gereckent off de weirde daer voor in anderen goeden ganckbaere gelde. Ende dat in dese naervolgende termijnen, te weten vijffhondert ca. guldens tot paesschen 1627 ende de resterende vijff hondert ka. gulden tot paesschen daer naest volgende. Procederende de selven somme ter causen van coop van de hellicht der stede bovengeschreven. Stellende de selve hellicht der betaelinge van de voorst. somme tot hypotheecq ende waerborch. Testes et actum ut supra. Item: den wijncoop die int vercoopen van de hellicht der bovengeschr. stede geresen is bedraeght volgende de bekentenissen van Dierck Adriaen ende Adriaen Willems ter somme van 16 ca. gld. die de voorst. Adriaen Willems geheel heefft verschoten, ende sal de helft van de selven somme aen de 1e termijn der voorst. geloefte cortten. Testes et actum ut supra. RAT. Loon op Zand. R 64 f 79v d.d. 2-11-1626. Lambert Janssen Rommen heeft wettelijck ende erffelijck vercocht Marten Peeters een parceel heijevelts gelegen binnen der heerlicheijt Venloon ter plaetsen genoempt in de Colenheije, oistwaerts den onmondige kinde van Andries Janssen van Broechoven, zuijtwaert de straete, westwaert Theunis Hens Theunen ende noirtwaert de heije van den Horst. Welck parcheel heijevelts wijlen Jan Wouter Claessen de Bondt van Jannen van Delft bij coope vercregen heeft. Ende den voorst. Lambert bij de erffgenaemen van den Jan Wouters in plaetse van sijn houwelijcx goet is toegevuecht, als hij seijde. Ende heeft het hem opgedraegen ende overgegeven met affgaen ende verthijen alsoo gewoonlijck ende recht is. Ende geloefft te vrijen ende te waeren. Testes, Dierck Raessen ende Adriaen Cornelis den 2e november 1626. RAT. Loon op Zand. R 64 f 79v d.d. 2-11-1626. Marten Peeters heeft geloeft als schuldenaer principael op hem ende allen zijne goederen, hebbende ende vercrijgende, Lamberden Janssen de somme van 25 ka. gld. den ka. gld. tot 20 st. ende den st. tot 2 grootte claems het stuck gereckent. Ende de selven somme te betaelen int hoochtijt van paesschen toecomende, wesende de selve somme reste van cooppenningen van het voorst. stuck heijvelts. Testes et actum ut supra. In marge: Lambert Janssen heeft bekent dese geloefte voldaen te zijn den 17e september 1627. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 64 f 79r/v] |
| 15-10-1623 | Vaertkant, Loon op Zand (In de akte van deling hieronder zijn Cornelis Cornelis Oerlmans, Dirck Cornelis Oerlmans en Cornelis Cornelis de jonge genoemd, als hebbende grond grenzend aan te verdelen percelen. RAT. Loon op Zand. R 63 f 169v/170r d.d. 15-10-1623. Gerit Rob Geritsse ende Heijltke sijne suster cum tutore hebben bekent onderlinge aengegaen ende gemaect te hebben sceijdinge ende deijlinge van de goederen hen lieden van hennen ouders aenbestorven. Overmits welcke erffsceidinge ende deijlinge den voirst. Gerit Robben te deel gevallen ende erffelijck aengecomen is het groot woonhuijs metter aenstede, metten cruijthoff ende bogaert ende coren landt daer aen gelegen, streckens suijdtwaerts op tot erffenisse Cornelis Cornelis Oerlmans, oostwaerts des heeren straet, de westenzijde metten gehele sloot streckens … beneffens de boomen staende opt tweede loth, ende noortwaerts des heeren vaertcant. Item noch twee ackerkens weijlandts gelegen metter oosten sijde aent tweede loth, het suijden eijndt Willem Arijensse Hoeijmeier, de westen zijde Jan Hendricxs ende het noorden eijnd des heeren vaert cant. Item eenen acker genoempt den Hogen Acker gelegen oostwaerts de weduwe Jan Peter Jacops, suijdtwaerts de erffgenaemen Cornelis Thonis Zegers, westwaerts sheerenstraet ende noorden Dirck Cornelis Oerlmans. Op welcke parceelen van erffenisse tot behoeff des voirst. Gerit Robben heeft de voirst. Heijltken cum tutore vertegen helmelingen inne manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Behoudelijck dat de voirst. Gerit Robben jaerlijcx daer uit betaelen sal des heeren gront chijns met recht daer vuijtgaende ende hondert guldens eens off de intrest van dijen aent clooster van den wijmelenberch ende de voirst. sijne suster toegeven sal 25 gld. eens binnen den tijt van acht dagen naer datum deses te betaelen. Met conditie ut infra. Onvermits welcker etc. Soo is de voirst. Heijltken Robben te deel gevallen ende erffelijck aengecomen de schuer metten corenlandt, met noch twee weijveldekens gelegen aen het westen sijde van het corenlandt altemael gelegen oostwaerts de voirst. Gerit Robben mededeelderen, streckende totten cant van den sloot mette boomkens daer op staende, het suijdeneijnd Cornelis Cornelis de jonge met meer anderen, de westenzijde de mededeelder, ende het noorden eijnd des heeren vaertcant. Item het brauhuijs het selven aff te breecken binnen der tijt van twee jaeren, ende het selven te moghen bewoonen den voirst. tijt van twee jaeren. Item sal alsnoch ontfangen van den voirst. haeren broeder 25 gld. eens. Op welcke parceelen van erffenisse tot behoeff des voirst. Heijlkens heeft de voirst. Gerit Robben vertegen helmelingen vertegen inne manieren in dijen gewoonlijck sijnde. Behoudelijcke dat de voirst. Heijlken daer vuijt gelden sal des heeren grontchijns met recht daer vuijtgaende, te weten den halve chijns van de gehele erffenisse ende 50 gld. off den intrest daer van aen den ghene daer toe gerecht sijn. Met conditie hierinne toegedaen dat alle lopende schult tot desen daghe toe sal ghaen halff ende halff. Ende dat een iegelijck sijne chijnsen, renten ende pachten alsoo sal betaelen dat deen van den anderen hijnder oft scade en komen. Gelovende etc. Testes, Jan Wouters ende Dingenman Jansse. Actum.) |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 63 f 169v-170r] | ||
| 16-12-1626 | Op de Vaerte, Loon op Zand (In deze akte van deling is genoemd erfgenamen wijlen Cornelis Cornelis Oirlemans de jonge: 3. Overmidts welcker erffdeijlinge ende erffscheijdinge, soe is der voorst. Burchtken dochtere Jan Lauwen voorgen. te deele bevallen ende erffelijck aengecomen een stuck eckerlants gelegen binnen der heerlicheijt van Venloon ter plaetsen genoempt de Vaerte, oistwaert ende zuijtwaert sheerenstraete, westwaert de erfgenaemen wijlen Cornelis Cornelissen Oirlemans de jonge, ende noirtwaert de erffgenaemen Lenaert Michiels.) |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 62 f 88v-91v] |
| van 04-10-1609 tot 07-06-1617 | Schepen (15-07-1609 f 48r: Testes scabini Dingeman Janse, Cornelis Cornelisse Oerlman en Thuenis Henricxsen 4-10-1609 f 66v: Testes scabini Cornelis Cornelisse Oerlman en Anthonis Henricxsen Oerlman 13-08-1614 f 142v: Wij Cornelis Cornelisse Oerlmans ende Anthonis Hendricxen schepenen etc. doen condt .. 30-11-1616 f 32r en v: van de eersaeme Jan Wouter Claesse de Bont, Cornelis Dirck Franssen, Dingeman Jansse, Anthonis Hendricx, Cornelis Cornelis Oerlemans, schepenen der voorst. heerlijckheijt Loon ende Aerdt Ariaen Oerlemans Hl. Geestmeester 07-06-1617 f. 52r: van den eersame Cornelis Cornelisse Oerlmans, Cornelis Dirck Franssen, Dirck Raessen, schepenen der heerlickheijt Loon ende Jan van Delft, schouth aldaer als arbiteren ende arbitrateurs. Er is niet te bepalen nog of het hier om Cornelis de oude of de jonge gaat, vandaar dat ik bij beide dit heb opgenomen.) |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 61 f 48r - 66v Inv 62 f. 142v - Inv. 63 f 32r/v] |
| van 25-07-1560 tot 19-05-1622 | Samenvatting: ---------------- Caterijn, de weduwe van Henrick Gerit Oirlmans, haar 1e man, met haar voogd, verklaart tochten en recht van tochten te hebben in de goederen met timmeringen erop, op te Vaert, die haar toegekomen zijn van Geeritden Oirlmans, de vader van haar man, en zijn moeder. Ze draagt de goederen over aan hun zoon Antonisse Henricks, die door voogden Adriaen Gerits Oirlmans (zijn oom) en Adriaen Hermansse vertegenwoordigd wordt. Daarna verkopen zij deze aan Jan Jansse. Elk jaar zal die 6 gulden betalen aan Adriaen Jansse van Greevenbroeck tot behoef van Lijnken Jansdr. van Greevenbroeck, evt. te lossen voor 100 gulden eens. Op 19 mei 1622: Wouter Aertsse van Eijck, wonend in Heusden, man van Elisabeth Eijsenbrant Jacops van de Broeckhuijsen verklaart de 6 gulden en .. lospacht uit handen Cornelis Cornelis Oerlemans ontvangen te hebben. Toelichting: ------------- Elisabeth Eijsenbrant Jacops van de Broeckhuijsen zal familie zijn van Adriaen Jansse van Greevenbroeck, dan wel Lijnken Jansdr. van Greevenbroeck. Cornelis Cornelisse Oerlemans heeft de erfenisse met timmeringe op de Vaert blijkbaar in gebruikt, en heeft de jaarlijkse rente betaald. Het lijkt erop dat hij ook het losgeld betaald heeft. Of hier Cornelis de oude of de jonge bedoeld is, kan ik zo niet bepalen. Transcryptie: --------------- RAT. Loon op Zand. R 57 f 347v d.d. 25-7-1560. Caterijn weduwe wijlen Henrick Gerit Oirlmans cum tutore van tochten en recht van tochten wegen dat zij hebbende is in den achtergelaten goederen metter timmeringe daerop staende die Henrick haere eerste man enigssins aenbestorven mogen sijn geweest van Geeritden Oirlmans, zijnen vader ende moeder in de parochie van Venloon opte Vaert gelegen metten oosten eijnde neffen erffenisse de erfgenamen Herman Gijsbertssen metten noorden en westen eijnde aen sheeren vaert, zuijtwaerts neffen Rob Gerits huijsvrouwe en noort op neffen Jan Willemsse alzoo dat nu bepaelt is, heeft Caterijn opgedragen ende overgegeven Adriaen Geerits Oirlmans ende Adriaen Hermansse als momboirs ende tot behoef van Antonisse Henrickszn. Toen dit aldus geschiet is geweest, zo hebben die voorgen. momboirs die voorschr. goederen verkocht, opgedragen ende overgegeven Jannen Jansse ende hem gelooft te waren voor ses guldens ’s jaers aen Adriaen Jansse van Greevenbroeck tot behoef van Lijnken Jansdr. van Greevenbroeck, waeraf den eerste dag van betalingen verschenen is op Sinte Jacopsdag anno 1560, die Jan lossen mogen met 100 carolus guldens eens. Adriaen van Greevenbroeck heeft dese 6 gld. opgedragen Lijnken Jansdr. onder conditie dat zij bij zijnen raet huwelijcken. Nog een mudde rogs ’s jaers aen Peeter Adriaensse erfgenamen waeraf den eerste dag verschenen. Nog 2 gld. den zelven erfgenamen losrente ende voorts allen commer af te doen den zelven. Testes, Meeus ende Willem. Actum anno 1560 den 25e juli. In marge: Wouter Aertsse van Eijck wonende tot Heusden als getrouwt hebbende Elisabeth dochter wijlen Eijsenbrant Jacops van de Broeckhuijsen heeft bekent de hooftsomme van de renten van 6 gld. jaerlijcks alhier gec ..tioneert .. lospachts metten verloop vandien door handen Cornelis Cornelis Oerlemans ontvangen te hebben ende de voorschr. Wouter gerenunieert te sijn als is gebleken bij ….. gestelt ten … gepasseert tot Heusden den 19e meij 1622. |
[bron: Loon op and - Schepenbank Inv. 57 f. 347v] | ||
| van 04-02-1605 tot 19-03-1618 | Samenvatting: ---------------- In 5 akten van 4 februari 1605: Cornelis Cornelis Oerlemans en Gijsberden Henricx zullen betaald krijgen voor de onmondige kinderen van wijlen Dominicus den ouden Janszoon: 1. Jan Willem Aertse Boom 66 gulden, 3 stuivers, 2 oort voor Pasen dit jaar voor geleverd turf 2. Jan Franse Vrient en Gerit Geritse de Groot 31 gulden, 18 stuivers 3. Denis Janse en Berthout Henricx 8 gulden, 18 1/2 stuivers 4. Daneel Willem Peeters van Gorcum, met voogd Jan Stevensse, 53 gulden, 10 stuivers voor Maria Lichtmis dit jaar. Gijs Hendricksse bekent op 1 juli 1608 dat het bedrag betaald is. 5. Jan wijlen Quirijn Geritsse van Spaendonck 53 gulden, 10 stuivers op Maria Lichtmis dit jaar voor geleend geld. Gijsbert Hendricx verklaart op 19 maart 1618 dat het geld ontvangen is. Toelichting: ------------ De relatie van Cornelis en Ghijsbert tot Dominicus Jansse den ouden is me niet bekend. Of dit Cornelis de jonge of de oude is, kan ik zo niet bepalen, vandaar dat ik bij beide deze akten heb toegevoegd. Transcryptie: --------------- Inv.nr. 60, folio 2v d.d. 1-2-1606. Jan Willem Aertse Boom belooft te betalen op allen sijnen goederen, hebbende ende vercrijgende, Cornelis soone Cornelis Oerlemans en Ghijsberden Henricx tot behoef van den onmondige kinderen wijlen Dominicus den ouden Janszn. de som van 66 gld. 3 st. 2 oort ten paesschen nu ierstcomende sonder enige appellatie op te leggen ende te betalen. Ende dat ter saecke van coop van torff bij den voorst. momboirs, den gelovende vercocht ende gelevert. Testes, Andries Geritssen ende Cornelis Diercxsse den 4e februari 1605. Inv.nr. 60, folio 2v d.d. 4-2-1605. Jan Franse Vrient en Gerit Geritse de Groot beloven te betalen aan Cornelis sone Cornelis Oerlemans en Ghijsberden Henric t.b.v. onmondige kinderen wijlen Dominicus den ouden Janszn. de som van 31 gld. 18st. Testes, Andries Geritssen ende Cornelis Diercxsse den 4e februari 1605. Inv.nr. 60, folio 2v d.d. 4-2-1605. Denis Jansse en Berthout Henricx beloven te betalen aan Cornelis sone Cornelis Oerlemans en Ghijsberden Henric t.b.v. onmondige kinderen wijlen Dominicus den ouden Janszn. de som van 8 gld. 18 ½ st. Testes, Andries Geritssen ende Cornelis Diercxsse den 4e februari 1605. Inv.nr. 60, folio 2v d.d. 5-2-1605. Daneel Willem Peeters (v.Gorkum) en Jan Stevensse sijnen borgen, beloven te betalen aan Cornelis Oerlmans en Ghijsberden Henricx ten behoeve van den onmondige kinderen wijlen Dominicus den ouden Janszn. de som van 53 gld. 10 st. te gelden te lichtmisse nu ierstcomende sonder enige appellatie op te leggen ende te betalen ende dat ter saecken van goede geleenden ….. bij den voorst. Gelovende van den voorgen. momboirs in reckeninghe ontvangen. Testes, Andries Geritssen ende Cornelis Diercxsse den 4e februari 1605. In marge: Gijs Hendricksse bekent van dese geloifte voldaen te sijn, den 1e julij 1608. Inv.nr. 60, folio 3r d.d. 5-2-1605. Jan soone wijlen Quirijn Geritsse (v. Spaendonck) belooft te betalen aan Cornelis Oerlmans en Ghijsberden Henric tot behoef van de onmondige kinderen wijlen Dominicus den ouden Janszn. de som van 53 gld. 10 st. bosch gelt te lichtmis ierstcomende sonder enige appellatie op te leggen ende te betalen. Ende dat ter saecke van goeden geleende gelden bij den voorst. geleenden van de voors. genoemde momboirs in leningen ontvangen. Testes, Andries Geritssen ende Cornelis Diercxsse, actum ut supra. In marge: Gijsbert Hendricx heeft bekent dat Jan Quijrijnen dese geloifte voldaen heeft ende alzoo geroijeert. Actum den 19e mert 1618. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 60 f 2v-3r] | ||
| 08-02-1612 | Samenvatting: ---------------- Jan Janse Dominicus belooft 98 gulden en 17 stuivers te betalen op 8 februari 1613 aan Cornelis Cornelisse Oerlmans ende Ghijsbert Handricxen als voogden van hemzelf en zijn broers en zussen. Toelichting: ------------ In de akte van 31 mei 1614 zijn Cornelis en Ghijsbert voogden van de kinderen van Dominicus Janse en Neeltje Handrick Gijsbrechts. Dan zijn genoemd als kinderen: Jan, Maeike, Lijntken, Handrick, Jenneke, Denis, en Peter. In deze akte staat Jan Jansse Dominicus. Gezien er in de akten sprake is van dezelfde voogden, is het zeer waarschijnlijk dat het om hetzelfde voogdijschap gaat. Of de vader nu Jan Dominicus is of Dominicus Janse? Als ik naar de voogden kijk, lijkt Gijsbert Handrick een oom van moederskant, en dan zou Cornelis aan vaderskant familie kunnen zijn. Cornelis de oude of de jonge is zo niet te bepalen. Transcryptie: --------------- RAT. Loon op Zand. R 62 f 58v d.d. 8-2-1612. Jan Jansse Dominicus heefft geloift Cornelis Cornelisse Oerlmans ende Ghijsbert Handricxen als voochden ende momboiren van des voirst. Jan Jansse, broeders ende susters, tot behoeff der selver de somme van 98 gld. 17 st. te betaelen den 8e februari 1613 ende dat met behoirlijcken intrest teghens ses ten hondert, ter causen hij bij affreckeningen soo veel schuldich is bleven, daer voor verbijndende sijnen persoon ende goederen. Testes, Sallen ende Dries Jansse den 8e februarij 1612. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 62 f 58v] | ||
| van 17-05-1617 tot 14-02-1618 | Samenvatting: ---------------- Jan Adriaen Rijcken zal Cornelis Cornelis Oerlmans betalen voor de 50 geleende guldens. Hij heeft die op 14 februari 1618 voldaan. Toelichting: ------------- De Cornelis de oude of de jonge is zo niet te bepalen. Transcryptie: --------------- RAT. Loon op Zand. R 63 f 50v d.d. 17-5-1617. Jan Arijaen Rijcken heeft bekent wel ende duechdelijcken schuldich te wesen Cornelis Cornelis Oerlmans acht halve rijers tot vijf gulden elf stuijvers stuck ende voirts in penement tot de somme van vijftich gulden die hem geleent heeft. Gelovende die selven in gelijcke spetie ende valent te restitueren ende wederom te gheven tot korsmis ierstcomende, daer voor verbindende die voirst. Jan Ariens zijnen persoon ende goederen, roerende ende onroerende, present ende toecomende. Testes, Jan Wouters ende Cornelis Dircksse, den 17e meij 1617. In marge: Cornelis Cornelisse heeft bekent van dese geloifte betaelt ende voldaen te zijn den 14e februari 1618. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 63 f 50v] | ||
| 28-04-1621 | Samenvatting: ---------------- De kerkmeester Dirck Raeesen van Grevenbroeck heeft van Cornelis Cornelisse Oerlmans 50 gulden ontvangen, die Neeltken Wijnen nog moest betalen, volgens testament van Willem Martens zaliger. De pastoor heeft de 50 gulden van de kerkmeester ontvangen. Toelichting: ------------ Hoe Cornelis in relatie staat tot Neeltken, dan wel Willem Martens, is niet duidelijk. Misschien alleen als ontvanger en doorgever van het geld. Of het hier om Cornelis de oude of de jonge gaat, is niet te bepalen. Transcryptie: RAT. Loon op Zand. R 63 f 133v d.d. 28-4-1621. Dirck Raessen van Grevenbroeck kerckemeester deser heerlich. Loon heeft bekent van Cornelis Cornelisse Oerlmans ontfangen te hebben de somme van vijfftich gld. mette welcke ende nog hondert gulden die Neeltken Wijnen der kercke van Loon moet betaelen ofte rentgewijs verseeckeren voldaen ende betaelt, in alsulcke legaat van hondert vijfftich gld. als Willem Martens zaliger der kercke van Loon bij testamente gelegateert ende gemaect hadden. Ende sijn de voirst. vijfftich gld. gestelt in handen van den pastoir tot dat men de selven op solvente onderpanden sal weten te beleggen. Testes, Jan Wouters ende Dingenman Janssen den 28e april 1621. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 63 f. 133v] | ||
| 17-01-1623 | Samenvatting: ---------------- Heer Huijbrecht Verhoeven, priester en kapelaan, legt een verklaring af over wat bij het sterfbed van Maerijken Aertsse weduwe wijlen Cornelis Thonis Zegers zij gezegd heeft. In aanwezigheid van haar 2 dochters en haar zwager Peter Wouters heeft zij gewild: Haar dochter Maeike Jan, verwekt bij Jan Denisse, krijgt 6 pond eens. Marijke heeft verklaart, in aanwezigheid van Cornelis Cornelis de jonge, dat haar man Cornelis Thonis Zegers, bij zijn sterfbed wilde, dat het kind, dat hij verwekt heeft bij Grietken Stoopkens, 50 gulden en een malder rogge zou krijgen. Toelichting: ------------ Waarom Cornelis Cornelis de jonge aanwezig was, samen met de kapelaan? Familie of als goede buurman? Dit is vrijwel zeker Cornelis Cornelis Oerlemans de jonge. Bij niemand anders heb ik namelijk eenzelfde aanduiding gevonden. Transcryptie: --------------- RAT. Loon op Zand. R 63 f 157v d.d. 17-1-1623. Comp. Heer Huijbrecht Verhoeven, priester ende capellaen deser heerlich. Loon ende verclaerden dat soo hij comparant omtrent alderheijligen lestleden is geroepen geweest bij Maerijken Aertsse weduwe wijlen Cornelis Thonis Zegers om haer te biechten ende haer heijlich sacrement te gheven. Dat de voirst. Marijken in presentie van het eerw. Heijlige sacrement ende int bijwese van haer beide haere dochters ende Peter Wouters haeren swager heeft gewilt ende begeirt dat Maeike Jan haere dochter die sij bij Jan Denisse gehadt heeft soude voor uijt hebben de somma van ses pondt eens, ende dat ter saecke van den penningen die Cornelis Thonis Zegers van Aerdt Jansse tot Tilborch ontfanghen heeft. Ende de penningen die den voirst. Cornelis haer mede ten houwelijck hadde geloift ende inde schaer ende clederen de voorkijnder, ende het voirst. Maeiken een kijnderen soude wesen. Ende dat voirder de voirst. Marij in presentie van Cornelis Cornelisse de jonge verclaerden ende te kennen gaf dat de voirst. Cornelis Thonis Zegers in sijnen sterfbedde hadde gewilt ende begeirt, dat het natuerlijcke kijndt de welck hij bij Griet Stoopkens dochter verwect heeft van sijne gereetse goederen soude ontfanghen de somma van 50 gld. eens ende een malder roggen eens ende dat om Godts wille ende puerder aelmisse. Testes, Dirck Franssen ende Dries Jansse. Actum den 17e januari 1623. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 63 f 157v] |
| 31-05-1614 | Samenvatting: ---------------- Jan Dominicus Janse, Maeike Dominus Janse, getrouwd met Lambert Claesse van Oort, Lijntken Dominicus Janse, getrouwd met Bastiaen Jan Bastiaensse, Onmondige Handrick, Jenneke, Denis, Peter Dominicus Janse, vertegenwoordigd door Gijsbert Handricx en Cornelis Cornelisse Oerlmans allen broers en zussen, kinderen van Dominicus Janse en Neeltken Handrick Gijsbrechts, maken een erfdeling. Toelichting: ------------ De Cornelis Cornelisse Oerlmans kan de oude of de jonge zijn. Vandaar dat ik dit bij beide heb toegevoegd. Hoe Cornelis als voogd familie is langs vaders of moeders kant, weet ik niet. Transcryptie: --------------- RAT. Loon op Zand. R 62 f 139v t/m 140v d.d. 31-5-1614. Jan Dominicus Jansse, Lambert Claesse van Oirt als man ende momboir van Maeike Dominicus dochter zijne huijsvrouw, Bastiaen Jan Bastiaensse als man ende momboir van Lijntken Dominicus dochter zijne huijsvrouw, ende Gijsbert Handricx ende Cornelis Cornelisse Oerlmans als voochden ende momboirs van den onmondige Handrick, Jenneke, Denis ende Peter, gebroeders ende gesusteren kijnder wijlen Dominicus Jansse bij den zelven ende wijlen Neeltken Handrick Gijsberts in houwelijcke staet verweckt, hebben bekent aengegaen ende gemaeckt te hebben erffscheijdinge ende erffdeijlinge van den goederen hun van voirst. hunnen ouders aenbestorven, geleghen binnen der heerlich. Loon ende tot Besoijen, ende hebben daer omme gelooth met des heeren lotinge. 1. Overmits welcker erffscheijdinge, erffdeijlinge ende lotinge den voirst. Lambert Claesse ende Bastiaen Jansse te deel gevallen ende erffelijck aengekomen is een huijs ende schuer metten saeijlandt daer aen liggende, geleghen binnen der heerlich. Loon voirst. ter plaetsen genoempt opt Craenven, oostwaerts aen erffenis wijlen Peter den ouden Jans kijnderen, suijdtwaerts aen erven Dingenman Jansse, westwaerts Jan Ferdinandus ende noortwaerts des heeren straet. Item alsnoch de gerechticheijt die de voirst. erffgenaemen in prasers acker hebben. Op welcke parceelen van erffenisse tot behoeff van voirst. Lambert Claesse ende Bastiaen Jansse hebben de voirst. andere mede deelderen helmelinge vertegen inne manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Behoudelijck dat de voirst. Lambert Claessen ende Bastiaen Jansse daer vuijt gelden ende betaelen sullen aen Denissen ende Jenneke 86 gld. eens binnen sjaers. Item alsnoch een renthe van drij gld. jaerlijcx tot Vlijmen te betaelen. Item noch eenen daelder jaerlijcx aen den stommen tot Tilborch. Ende des heeren chijns met conditien ut infra. 2. Overmits welcker etc. den voirst. Denis ende Jenneke te deel gevallen ende erffelijck aengecomen is een stuck hoijlandt gelegen in Besoijen onbedeelt met de erfgenaemen Peter den ouden Jans. Item een rentken van twee gld. jaerlijcks dewelcke Jan Sacharias ende Cornelis Willem Wertz geldende ende betaelende zijn. Item soo sullen de voirst. Denis ende Jenneke binnen sjaers ontfanghen van Lambert Claesse ende Bastiaen Jansse 86 gld. ende van Hendrick hennen broeder 50 gld. eens. Op welcke parceelen tot behoeff van den voirst. Denis ende Jenneke hebben de voirst. andere mede deelderen helmelingen vertegen innen manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Behoudelijck dat de voirst. Denis ende Jenneke daer vuijt gelden ende betaelen sullen den chijns met recht daer vuijt gaende. Met conditien ut supra. 3. Overmits welcker etc. den voirst. Jan Dominicus te deel gevallen ende erffelijck aengekomen is een stuck landts geleghen binnen der heerlich. Loon opt Craenven genoempt den dickbier, tusschen erffenis Gerit Geritsse de Groot aen deen zijde ende Mechtelt Arien Stevens aen den westenzijde, streckende van des heeren straet noortwaerts tot erven Jo. Floris van Grevenbroeck. Item noch een ackerken geleghen tusschen een gemeijn steechsken aen deen sijde ende erven Jan Stevens aen den westenzijde, streckende van Jan Melis heij noortwaerts tot Gerit Bethen erven. Item noch de gerechicheijt in een heijke daer Jan Stevens mede in gerecht is ende halff toebehoirt. Op welcke parceelen van erffenisse tot behoeff van den voirst. Jan Dominicus hebben de voirst. andere mede deelderen helmelingen vertegen inne manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Behoudelijck dat de voirst. Jan Dominicus daer vuijt sal betaelen des heeren chijns. Met conditien ut infra. 4. Overmits welcker etxc. Peter Dominicus te deel gevallen ende erffelijck aengekomen zijn twee parceelen saeilandt geleghen binnen der heerlich. Loon voirst. opt Craenven tusschen een steghe aen deen zijde ende Dingeman Jansse ende meer anderen aen dander zijde, streckende van erven Peter den ouden Jans westwaerts totten gemeijne bodems. Item noch een heijveldeken met den eenen hoeck daer aen geleghen genaempt den heij horst. Op welcke parceelen van erffenis tot behoeff van den voirst. Peter Dominicus hebben de voirst. anderen mede deelderen helmelinge verteghen inne manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Behoudelijck dat de voirst. Peter Dominicus daer vuijt gelden ende betaelen sal des heeren chijns. Met conditien ut infra. 5. Overmits welcker etc. Is den voirst. Handrick Dominicus te deel gevallen ende erffelijck aengekomen twee parceelen landts met een kleijn heijken geleghen binnen der heerlich. Loon aen den rechte heirstraet tusschen erffenisse Dirck Quijrijnen aen den oostenzijde ende erven Jan Wijnen aen den westenzijde, streckende van des heeren straset, suijdtwaerts tot Hans Dircken erven. Op welcke parceelen van erffenisse tot behoeff van den voirst. Handrick Dominicus hebben de voirst. anderen mede deelderen helmelingen vertegen inne manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Behoudelijck dat de voirst. Handrick Dominicus daer vuijt sal gelden ende binnen sjaers betaelen 50 gld. eens aen Denis ende Jenneke zijnen broeder ende suster ende des heeren chijns. Met conditien hier inne toegedaen dat de voirst. deelderen een iegelijck zijnen chijns ende lasten alsoo sullen betaelen dat deen van den anderen hinder off schade en komen, ende malcanderen weghen ende steghen ten naeste velde ende minste schade. Ende dat het opgaende eijcken houdt dwelck bijsonder gepaert ende gedeelt is noch sal mogen blijven staen drij jaeren van nu aen beginnende ende langer nijet. Ende off naderhandt eenige lasten meer op bevonden worden dan men tegenwoirdich weet dat de voirst. deelderen die malcanderen gelijck sullen helpen draghen. Gelovende die voirst. deelderen onder verbijntenisse van hennen persoonen ende goederen, present ende toekomende dese erffdeijlinge ende erffscheijdinge dit vertijen ende voirts alle andere conditien boven verhaelt malcanderen vast ende stendich te houwen ten eeuwige daghen. Behoudelijck off ijemant dese lotinge inst... ende daer nijet mede te vrede ende waer sal gehouden wesen tzelven te doen van heden ende veerthien daghen ende in dijen gevallen verbonden wesen te betaelen de costen ten daghen van heden .... ende daerbeneffens noch een tonnen biers. Testes Peter Sallen ende Cornelis Dircksse den lesten meij 1614. RAT. Loon op Zand. R 62 d 140v d.d. 31-5-1614. Den 13 junij wesende den 14e dach partijen vergadert ende versaemt zijnde is bij oirdonatieen van dezen Heer gheen eindtken van eender berander kersse ontstecken ende is het zelven vuijtgegaan sonder dat ijemandt van partijen de voirst. delingen wederroepen oft ingesmact heeft. Testes et actum ut supra. |
[bron: Loon op and - Schepenbank Inv. 62 f. 139v t/m 140v] | ||
| 22-01-1626 | Samenvatting: ---------------- Adriaen Diercxsen de Bie, samen met zoons Thomas en Jan, ter eenre, Willem Matheus Jan en Jan Adriaens als voogden van de 5 onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans, Daniel Willemssen en Jan Aertssen als voogden van de onmondige kinderen van wijlen Ivo Gielissen en Niclaes Janssen Haegen, verwekt bij Catharina Cornelis Oirlemans in t bijwesen van de Schouteth van Besoyen als oppervoogd van de wezen aldaar ter andere zijde Daniel Willemsen in de naam van zijn vader Adriaen Iwaenssen als momboir. Het gaat over de successie, de nalatenschap van wijlen Dierck en Cornelis, broers, zonen wijlen Cornelis Oirlemans. Adriaen de Bie zal met zijn kinderen krijgen: * alles uit de verkoop van de meubelen uit het sterfhuis van wijlen Cornelis Cornelis Oirlemans de jonge en Aleijtken de Bie, zijn huisvrouw. * hij zal de onkosten daarvan moeten betalen Voor de weeskinderen: * alle kleren die ten lijve van Cornelis Cornelis Oirlemans behoort hebben Adriaen de Bie mag de oogst van 1626 op alle zaailanden in Venloon hebben. De weeskinderen krijgen de oogst van 1626 op 2 honds land, gelegen in de stede van Anthonis Hendricx. Adriaen de Bie krijgt alle turf, gedelfd op de moeren van de sterfhuizen, en daartoe 3/4 deel in een bank moer, 6 hond groot, in den Hoeck, destijds door Dierck en Cornelis samen verkregen. Hij krijgt ook 100 gulden van de weeskinderen met Pasen 1627. Alle verdere goederen delen Adriaen en de weeskinderen volgens het landrecht van Zuid-Holland. Toelcihting: ------------- Adriaen de Bie is de vader van Aleijtken, de vrouw van Cornelis Cornelis Oirlemans de jonge. Thomas en Jan zijn haar broers. De vrouw van Dierck, te weten Henrica Anthonis Hendricx, is hier niet genoemd. Wel in de akte van 29 sept 1628. Dan is ze vertegenwoordigd door zus Marie Anthonis Hendricx Wel is in deze akte sprake van de stede van Anthonis Hendricx, maar ik ben niet zeker of dat met elkaar in verband staat. Hier is Cornelis Cornelis Oirlemans de jonge genoemd. Dat betekent dat er ook een Cornelis Cornelis Oirlemans de oude geweest moet zijn. Dat kan een oudere broer of zijn vader geweest zijn. In dit geval is het zijn vader, zoals blijkt uit de akten van 8 januari 1629 en 8 nov. 1642 waarin zijn zus genoemd wordt: Cathalijn dochtere wijlen Cornelis Cornelis Oirlemans genoemd wordt. Transcriptie: -------------- RAT. Loon op Zand. R 64 f 20r t/m 21r d.d. 22-1-1626. Alsoo seeckere questien ende geschillen waeren opgestaen ende geresen ende noch meer geschaepen waeren op te staen ende te gerijsen tusschen Adriaen Diericxssen de Bie ter eenre, ende Jannen Adriaens ende Willemen Matheus Janssen beijden als momboiren van de vijff onmondige kinderen wijlen Jan Cornelis Oirlemans, ende met hen Daniel Willemssen ende Jan Aertssen als momboiren respective van de onmondige kinderen wijlen Ivo Gielissen ende Niclaes Janssen Haegen verweckt bij Catharina dochtere Cornelis Oirlemans ter anderen zijde. Belangende de successie der goederen bij wijlen Dierck ende Cornelis, gebroeders, sonen wijlen Cornelis Oirlemans voorst. achtegelaeten. Om alle welcke te verhueden ende metter minnen te neder te leggen. Soo zijn voor schepenen van Venloon naergenoempt gecompareert ende erschenen in hennen propere persoonen de voorst. Adriaen Diercxssen de Bie geassisteert met Thomas ende Jan sijne sonen ende de voorn. Jan Adriaens ende Willem Matheeus als momboirs van de voorst. onmondige kinderen wijlen Jan Cornelis Oirlemans met Daniel Willemssen in den naeme van Adriaen Iewaenssen zijnen vader als momboir, met Jan Aertssen alhier present zijnde over de onmondige kinderen respective van wijlen Ivo Gielissen ende Niclaes Janssen Haeghen bovengeschr. int bijwesen van den Heere Schouteth van Besoijen als oppervoocht van de weesen aldaer. Ende hebben bekent ende geleden, kennen ende lijden midts desen metten anderen overcomen ende veraccordeert te wesen in vuegen ende manieren hiernaer volgende. Te weten dat die voorst. Adriaen Diercxssen de Bie met zijnen kinderen sal voor vuijt hebben allen de meubelen die in den sterffhuijse van wijlen Cornelis Cornelis Oirlemans de jonge ende Aleijtken de Bie zijne huijsvrouwe bevonden ende vercocht zijn. Behoudelijck dat de selven Adriaen de Bie gehouden sal wesen te voldoen ende te betaelen allen de oncosten die tot noch toe in den voorst. sterffhuijse sijn gevallen, sonder dat de voorst. momboiren off wel de voorst. onmondige daer inne eenichssins gehouden sullen wesen. Ende sullen de selven momboiren in der qualiteijt als voor, daer tegens alleen hebben ende behouden allen de cleederen dien ten lijffve van den voorst. Cornelis Cornelis Oirlemans behoirdt hebben. Noch sal de voorst. Adriaen de Bie totten oogst van desen tegenwoirdigen jaere 1626 toe gebruijcken allen de saijelanden binnen der heerlicheijt van Venloon gelegen zijnde, ende den voorst. sterffhuijsen toecomende. Vuijtgenomen twee hont lants gelegen in de stede van Anthonis Hendricx die de voirst. momboiren ten behoeffe van de voorst. onmondige kinderen behouden ende reserveren om voirden voorst. jaere 1626 oijck gebruijckt te wordden. Dies sullen de contributien ende andere dorps lasten nae advenant van het gebruijck bij de gebruijckers betaelt ende voldaen wordden. Voirts sal de voorst. Adriaen de Bie alleen behouden allen den torff, die op de moeren van de voorst. sterffhuijsen gedelft sijn staende, ende daer toe alsulcke drije vierde parten in seeckere banck moers groot omtrent sess moer honden genoempt in den Hoeck als Dierck ende Cornelis Oirlemans tesaemen vercregen ende achtergelaeten hebben, daer oistwaerts aengelegen is Anthonis Corsten ende westwaerts de erffgenaemen wijlen Jan Sacharias gemeijn ende onbedeijlt met Maijken Anthonis. Ende sullen de voirst. momboiren daerenboven aen den voirst. Adriaen de Bie int hoochtijt van paesschen des jaers 1627 alsnoch uijtreijcken ende betaelen de somme van hondert ca. gld. eens. Ende aengaende de voirdere goederen van de voirst. twee sterffhuijsen het sij haefelijcke off erffelijcke waer ende tot wat plaetsen de selven gelegen souden mogen wesen, egeene van dijen vuijtgescheijden. Allen de selven sullen tusschen de voorst. partijen gedeijlt ende gepaert wordden volgende den lantrecht van Zuijthollant, sonder dat deen off dandere daer inne off aen eenich voirder off meerder recht sal hebben, maar hebben deen tot behoeffve des anders daer op vertegen helmelinge in manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Alles onder last, dat de schulden daer inne de voirst. twee sterffhuijsen gehouden zijn, ende die den voirst. Adriaen de Bie hier boven nijet te last en sijn geleeght mette costen hier omme gedaen ende alnoch te doen in twee gelijcke portie ter wederzijden gedraegen ende betaelt sullen wordden, te weten deen hellicht bij den voirst. de Bie ende dandere hellicht bij de voirst. onmondige kinderen. Allen de welcke de voirst. partijen te weten de voorst. Adriaen de Bie op hem ende allen zijne goederen, hebbende ende vercrijgende, ende de voorst. momboiren op verbintenissen van allen de goederen der voorst. onmondige kinderen, insgelijcx hebbende ende vercrijgende malcanderen geloofft hebben, vast ende steendich te houden ten eeuwigen daegen sonder daer tegens naemaels oijck te doen off comen in eeniger manieren. Renuncierende tot dijen eijnde van allen beneficien ende remenderen van rechte het sij van relievementen off andere die hen in desen eenichssins souden mogen dienen off te staede comen. Allet sonder arch off list. Testes, Dingenman Jan Joosten ende Loeff Henricx van de Graeff, schepenen in Loon den 22e januarij 1626. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 64 f 20r/20v/21r scan 24] | ||
| 29-09-1628 | Samenvatting: ---------------- 1e Akte: Na het overlijden van Anthonis Hendrick Oirlemans is in 1626 een deling gemaakt zonder dat die vastgelegd is. Dat gebeurt nu alsnog. Hiervoor zijn 3 partijen aanwezig: 1. Wouter Jan Claessen Wouter de bondt, weduwnaar van dochter Anneken Anthonis Hendrick Oirlemans 2. Dochter Marie Anthonis Hendrick Oirlemans, getrouwd met Dierck Adriaen Quirijnen. 3. Als erfgenamen van Cornelis Cornelis Oirlemans de jonge en broer Dierck Cornelis Oirlemans: a. Jan Adriaen Zuene en Willem Matheeus Janssen Berchmans voor de onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans en voor de onmondige kinderen van wijlen Catharina Cornelis Oirlemans b. Thomas en Jan, namens hun vader Adriaen Dierckssen de Bie c. Marie Anthonis Hendrick Oirlemans met voorstaande voogd (=haar man) Wouter, partij 1 krijgt: a. het achterhuis van een huysinge op de Ketsheuvel b. het middelste lot daaraangelegen c. de noordziijde van de akker de Nagtegaal, daar gelegen d. een schuur van een stede op de Vaertkant, met schop e. de Middelste akker (grenzend aan erf van Marie, zijn schoonzus, kinderen van Jan Cornelis Oirlemans, en van hemzelf) f. de akker De Werdt Jan Dielen Marie, partij 2 krijgt: a. het voorhuis van een huysinge op de Vaertkant b. een akker daarbij, grenzend aan Wouter c. een akker daarbij, grenzend aan de kinderen van Jan Cornelis d. een schuur van een stede op de Ketsheuvel, die afgebroken moet worden e. het westelijk lot bij deze stede f. een akker stuk de Nagtegaal Partij 3 krijgt: a. het achterhuis van een huysinge op de Vaertkant: Marie de helft, de anderen samen de andere helft b. het westense lot daarbij c. een akker daarbij d. nog een akker daarbij, grenzend aan Marie e. een kamer aan het huys op de Ketsheuvel f. het oistense lot daarbij d. de zuidzijde van de Nagtegaal Akte 2: Jan, namens zijn vader Adriaen de Bie ter eenre de voogden van de kinderen van Jan en Catharina ter andere hebben verklaard voor schepenen van Venloon in 1626 een accoord gesloten te hebben over de verdeling. Akte 3: Over de verdeling van huysinge te weten huijs, schuere, schop, brouwhuijs ende erffenisse daer aen liggende ende toebehoirende, gelegen binnen der heerlicheijt van Venloon (op de Vaert) aen den Ouden draijer, Marie ter eenre Adriaen de Bie, de voogden van de onmondige kinderen van Jan en Catharina ter andere. Marie voor het overleden kind van Dierck en Hendricxken, voor de helft De anderen voor het overleden kind van Cornelis Cornelis en Aleijtken, en het mondeling accoord van 1626 voor de andere helft. Marie krijgt: a. de grote kamer met opkamer en kelder b. 1e en 3e lot in de Hooge akker c. de noordzijde van de Jacob Geerits Oirlemans De anderen krijgen: a. het groot woonhuis vanaf de kamer met het brouwhuis en de varkenskooi b. 2e en 4e lot in de Hooge akker c. de zuidzijde van de Jacob Geerits Oirlemans Toelichting: ------------- Marie Anthonis Hendricx Oirlemans is de enige van het gezin, die nog in leven is: vader en moeder zijn overleden, haar 2 broers, en haar 2 zussen. Voor haar zus Anneken is haar man Wouter aanwezig. Zij is ook genoemd bij Partij 3. Ik verwacht als erfgename van haar zus Hendricxken. De goederen, verdeeld bij het overlijden van man Dierck en zwager Cornelis Cornelis Oirlemans de jonge, worden vertegenwoordigd door een flink aantal erfgenamen. Dan hadden Dierck en Hendricksken nog een kind dat overleden is, en ook Cornelis Cornelis de jonge en Adriaentken de Bie hadden een onmondig kind dat overleden is. Daarover zijn in 1626 al wel afspraken gemaakt, maar niet op papier gezet. Zo is het al met al een ingewikkelde zaak om te begrijpen hoe het in elkaar steekt. Transcryptie: --------------- RAT. Loon op Zand. R 65 f 53v t/m 55v d.d. 29-9-1628. Condt zij een iegelijcke. Alsoe Wouter sone wijlen Jan Wouter Claessen de Bondt, achtergelaeten weduwnaer wijlen Aneken zijnen huijsvrouwe dochter Anthonis Hendrick Oirlemans ter eenre, Marie des voorst. Anthonis dochter met een momboir bij haer naer gewoonte gecosen ter tweeder, ende Jan Adriaen Zuenen ende Willem Matheeus Janssen Berchmans als wettige momboirs van de onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans, de momboirs van de onmondige kinderen van wijlen Catharina dochtere Cornelis Oirlemans, Thomas ende Jan gebroederen sonen Adriaen Diercxssen de Bie in den naeme van hennen vader ende de voorst. Marie dochtere Anthonis Hendricx met haeren voorst. momboir altesamen erffgenaemen respective van wijlen Cornelis Cornelissen Oirlemans de jonge ende van de onmondige kinde van wijlen Dierck Cornelis Oirlemans ter derder zijden. Onderlinghe ende met malcanderen voor schepenen der heerlicheijt van Venloon in den jaere 1626 gemaeckt ende gedaen hebben seeckere erffscheijdinge ende erffdeijlinge van de goederen naerbeschreven bij wijlen Anthonis Hendricx voorgenoempt achtergelaeten, ende der voorst. partijen elcken vuijtten hooffde als voor bij den rechte van successie ende anderssins aengecomen, soe men verclaerden. Sonder dat van de selve erffscheijdinge ende erffdeijlinghe eenige pertinente notitie gehouden ende ten protocolle ghestelt is. Soe zijn op heden date deser voor ons schepenen ondergeschr. gecompareert ende erschenen in propere persoonen Dierck Adriaen Quirijnen als man ende momboir van Marie dochtere wijlen Anthonis Hendricx voorgenoempt, Jan Adriaen Zuenen ende Willem Matheeus Janssen als wettige momboirs van de voorst. onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans, de selve Jan Adriaen Zuenen insgelijcks als momboir ende in den naeme van de voorst. onmondige kinderen van wijlen Catharina Cornelis Oirlemans ende Jan Adriaen Diercxssen de Bie in den naeme van zijnen vader. Ende hebben de voorst. comparanten soe in der qualiteijt bovengeschr. als mede in den naeme van de bovengeschr. andere condividenten de voorst. erffscheijding ende erffdeijlinge geremoveert, vercleirende daerbij elcken der voorst. condividenten in vuegen ende manieren hiernae volgende te deele bevallen zijn de goederen naerbeschreven. Overmidts welcker erffdeijlinge ende erffscheijdinge, soe hebben de voorst. comparanten bekent dat Wouteren Jan Wouters te deele bevallen is het achterhuijs van eender huijsinge staende binnen der heerlicheijt van Venloon opden Ketshoevel, beginnende van den balck van de caemere, met het geheel groesvelt aen de zuijde zijde van het voorst. achterhuijs gelegen. Noch het middelste loth van de landerijen achter de voorst. huijsinge gelegen, vuijtwijsens de paelen aldaer gesteken. Noch de noirde zijde van eenen acker genoempt den Nachtegael, beginnen van het pat daer over gaende. Noch de schuere van eender stede gelegen binnen der voorst. heerlicheijt ter plaetsen genoempt den Vaertcant mette materialen van het schop daer aen staende op erffenisse daeraenliggende, streckende van de Vaertcant aff zuijtwaert tot Hens Leijten steeghsken toe, noirtwaert, wesende de selve erffenisse vijff voeten breeder als dandere lothen hier tegen deijlende, soe ende in sulcker vuegen als die voorst. erffenisse ter voorst. plaetsen bij de condividenten affgepaelt is. Noch eenen acker genoempt den Middelsten acker gelegen aldaer oistwaert de voorst. Marie dochtere Anthonis Hendricx hier tegendeijlende zuijtwaert het voorst. steeghsken, westwaert de voorst. kinderen van Jan Cornelis Oirlemans ende henne consoirten voorgenoempt ende noirtwaert de voorst. Wouter ende moet desen acker lancx deur eenen voet breeder wesen, dan den westensen acker, den voorst. kinderen van Jan Cornelis Oirlemans ende henne consoirten hier tegen deijlende te deele bevallen. Ende noch eenen acker genoempt de Werdt Jan Dielen gelegen aldaer oistwaert de erffgenaemen Jan Adriaenssen Clercx, zuijtwaert Cornelis Jan Diercxssen, westwaert sheerenstraete ende noirtwaert de voorst. Marie. Sijnde bij de voorst. erffscheijdinghe ende erffdeijlinge oijck geconditioneert dat men de materialen van het voorst. schop metten iersten soude ruijmen, ende dat men vuijt desen lothe soude gelden ende betaelen een derden part van alle chijnsen, renten ende pachten met recht vuijtte goederen van den voorst. Anthonis Hendricx gaende, ende daerenboven dat dit loth over het Groesvelt opten Ketshoevel schuldich soude wesen te wegen ende stegen dandere lothen naer lants oirboir. Met conditien ut infra. Overmidts welcker erffdeijlinge ende erffscheijdinghe, soe hebben de voorst. comparanten bekent dat Marie dochtere Anthonis Hendricx voorst. te deele bevallen is het voorhuijs van eender huijsinghe staende binnen der heerlicheijt van Venloon opten Vaertcant tot het gebijnte inde schauwe incluijs mette erffneisse daeraenliggende, streckende van den vaertcant aff zuijtwaert tot Hens Leijten steeghsken toe noortwaert. Vuijtwijsens de paelen aldaer gesteken. Noch eenen acker gelegen aldaer over het voorst. steeghsken, oistwaert de erffgenaemen wijlen Jan Adriaenssen Clercx, zuijtwaerts het voorst. steeghken westwaert ende noirtwaert de voorst. Wouter Jan Wouters hier tegen deijldende. Noch eenen acker gelegen aldaer oistwaert de voorst. erffgenaemen van wijlen Jan Adriaens Clercx, zuijtwaert den acker genoempt den weerdt Jan Dielen, westwaert sheerenstraete ende noirtwaert de voorst. kinderen van Jan Cornelis Oirlemans ende hennen consoirten. Noch eene schuere van eender stede gelegen binnen der heerlicheijt van Venloon ter plaetsen genoempt den Ketshoevel mette erffenisse daerop de selve schuere is staende. Wel verstaende nochtans dat ingevalle de voorst. schuere afgebroken wordt, dat de selve erffenisse voor soe vele de voorst. schuere is overstaende nijet meer betimmert en soude wordden. Noch het westense loth van de landerijen liggende bij de voorst. stede opten Ketshoevel mette boomen daer op staende oistwaert ende zuijtwaert de voorst. Wouter Jan Wouters, westwaert de voorst. erffgenaemen van wijlen Aert Lochten ende noirtwaert de twelff geerden, mette gerechticheijt van te moegen wegen ende stegen naer lants oirboir over het groesvelt Wouteren Jan Wouters bij dese erffdeijlinge ende erffscheijdinghe te deele bevallen. Ende noch een stuck eckerlants in eenen acker genoempt den Nachtegael, streckende van den pat daer overgaende westwaert op tot erffenisse der erffgenaemen wijlen Ghijsbrecht Joachims. Sijnde bij de voorst. erffscheijdinge ende erffdeijlinghe oijck gecomnditioneert, dat men vuijt desen lothe soude gelden ende betaelen een dordepart van alle renten, chijnsen ende pachten met recht vuijtte goederen van Anthonis Hendricx gaende. Met conditien ut infra. Overmidts welcker erffdeijlinghe ende erffscheijdinge, soe hebben de voorst. comparanten bekent dat den voorst. onmondighe kinderen van wijlen Jan, ende Catharina Cornelis Oirlemans ende Adriaen Diercxssen de Bie, tsaemen voor deen hellicht ende de voorst. Marie dochtere Anthonis Hendricx voor de andere hellicht te deele bevallen is het achterhuijs van eender huijsinghe staende binnen der heerlicheijt van Venloon opten Vaertcant, beginnende van het gebijnte in de schauwe exclus aff mette erffenisse daer op het voorst. achterhuijs is staende. Emmers ter tijdt toe het voorst. achterhuijs nijet affgebroken en soude wordden. Noch het westense loth van de erffenisse daeraenliggende, streckende van den vaertcant aff tot Hens Leijten steeghsken toe noirtwaert, vuijtwijsens de paelen aldaer gesteken. Noch een acker gelegen aldaer over het voorst. steeghsken oistwaert de voorst. Wouter Jan Wouters, zuijtwaert het voorst. steeghsken, westwaert Cornelis Jan Diercxssen ende noirtwaert de voorst. Wouter. Noch eenen acker gelegen aldaer oistwaert de erffgenaemen van Jan Adriaens Clercx zuijtwaert de voorst. Marie dochtere Anthonis Hendricx als hier tegen vuijtten hooffde van haeren vader voor een derdendeel deijlende, westwaerts sheerenstraete ende noirtwaert de erffgenaemen wijlen Aert Clercx. Noch eene caemere staende aen den huijsinghe opten Ketshoevel streckende van den balck inde keucken aff exclus soe wijt de caemer haer streckt metter erffenisse daer op de selve caemere is staende. Mette gerechticheijt van te moegen wegen over het groesvelt naer lants oirboir Wouteren Jan Wouters bij dese voorst. erffdeijlinge ende erffscheijdinge te deele bevallen. Noch het oistense loth van de landerijen achter de voorst. huijsinghe opten ketshoevel gelegen mette boomen daerop staende. Ende noch een stuck eckerlants in eenen acker genoempt den Nachtegael te weten de zuijdenzijde oistwaert de erffgenaem wijlen Aert Vuchten, zuijtwaert sheerenstraete ende de voorst. erffgenaemen van wijlen Aert Vuchten westwaert den voetpat ende noirtwaert de voorst. Wouter Jan Wouters. Alles vuijtwijsens de paelen aldaer bij de condividenten gesteken. Sijnde bij de voorst. erffscheijdinge ende erffdeijlinge oijck geconditioneert dat men vuijt desen lothe soude gelden ende betaelen een dorden part van alle renten, chijnsen ende pachten met recht vuijtte goederen van Anthonis Hendricx gaende. Met conditien ut infra. Met conditien daer inne oijck toegedaen dat zij deijlderen den commer hen benoempt alsoe souden gelden ende betaelen ende de gebuerlijcke rechten ende lasten tot elcx portie staende alsoe souden houden ende onderhouden dat den eenen van den anderen egeen hinder off schade aff en comen in eeniger manieren ende offer eenigen commer op ijemants portie met recht meer geraeckte te comen, daer men alsdoen nijet aff en wiste, dat zij deijlderen den selven malcanderen souden helpen draegen in drije portien. Allet sonder argelist. Testes Dingeman Jan Joosten ende Loeff Hendricx vande Graeff den 29e septembris anno 1628. RAT. Loon op Zand. R 65 f 55v/56r d.d. 29-9-1628. Jan Adriaen Diercxssen de Bie in den naeme van zijnen vader ter eenre ende de bovengeschr. momboiren der kinderen van wijlen Jan ende Catharina Oirlemans ter andere zijden, hebben bekent metten anderen veraccordeert te zijn voor schepenen van Loon anno 1626, dat Adriaen Diercxssen de Bie met vollen rechte alleen sal hebben het deel ende part den voorst. kinderen bij de bovengeschr. erffscheijdinge ende erffdeijlinge te deele bevallen in de stede van wijlen Anthonis Hendricx binnen deser heerlicheijt van Venloon opten vaertcant gelegen. Ende daer tegens sullen de voorst. onmondighe kinderen met vollen rechte alleen behouden het deel den voorst. Adriaen de Bie bij de voorst. erffscheijdinge ende erffdeijlinhe te deele bevallen in de stede opden Ketshoevel gelegen ende oijck deselffs Adriaens de Bie loth hem bij andere erffscheijdinge ende erffdeijlinge te deele bevallen inde stede van Dierck Cornelis Oirlemans aen den ouden draijer gelegen. Testes et actum ut supra. RAT. Loon op Zand. R 65 f 56r t/m 57r d.d. 29-9-1628. Condt zij eenen iegelijcken. Alsoe Marie dochtere wijlen Anthonis Hendrick Oirlemans met eenen momboir bij haer naer gewoonte gecosen ter eenre, ende Adriaen Diercxssen de Bie ende de momboirs van den onmondighe kinderen van wijlen Jan ende Catharina Cornelis Oirlemans ter andere zijden, onderlinghe ende met malcanderen voor schepenen der heerlicheijt van Venloon anno 1626 hadden gemaeckt ende gedaen seeckere erffscheijdinghe ende erffdeijlinghe eender stede, te weten huijs, schuere, schop, brouwhuijs ende erffenisse daer aen liggende ende toebehoirende, gelegen binnen der heerlicheijt van Venloon aen den ouden draijer, der voorst. Marie bij ende overmidts der doot ende afflijvicheijt van den onmondigen kinde van wijlen Dierck Cornelis Oirlemans voor deene hellicht ende den voorst. Adriaen Diercxsen de Bie ende den voorst. onmondighe kinderen respective bij ende overmidts der doot van den onmondigen kinde van wijlen Cornelis Cornelissen Oirlemans de jonge, ende anderssins vuijt crachte van accoirde tusschen hen tsaemenderhandt gemaeckt voor dander hellicht aengecomen, sonder dat van de selve erffscheijdinge ende erffdeijlinge eenige notitie ten protocolle off elders bevonden wordt. Soe zijn op heden date deser voor ons schepenen ondergeschreven ghecompareert ende erschenen in propere persoonen Dierck Adriaen Quirijnen als man ende momboir van de voorst. Marie Anthonis Hendricx ende met hem Adriaen Willemssen als actie ende cessie hebbende van den selven Dierck ter eenre, ende Jan Adriaen Suenen ende Willem Matheeus Janssen Berchmans als wettige momboirs van de voorst. onmondighe kinderen wijlen Jan Cornelis Oirlemans, de selven Jan Adriaen Suenen insgelijcx als momboir ende in den naeme van de kinderen van Catharina Cornelis Oirlemans, midtsgaders de voorst. momboirs hen fort ende sterck maeckende voor den voorst. Adriaen Diercxssen de Bie ter andere zijden. Ende hebben de voorst. comparanten inder qualiteijt bovengeschr. de voorgeruerde erffscheijdinge ende erffdeijlinghe op een nijuws gerenoveeert ende erkent, begheerende dat dese in vuegen naervolgende ten protocolle aengeteeckent sal wordden. Overmidts welcker erffdeijlinge ende erffscheijdinge, soe hebben de voorst. comparanten bekent dat de voorst. Marie te deele bevallen is de groote caemer van den voorst. huijsinge mette opcaemer ende den kelder daer ter zijden staende, midtsgaders de schuere ende de zuijdenzijde van den aenstede. Noch het ierste ende dorde loth in eenen acker genoempt den Hoogen acker, beginnende vuijtten westen van den steeghde aff aen. Ende noch de noirden zijde van eenen acker gelegen aen den noirdenzijde van sheerenvaerte ghenoempt Jacob Geeridt Oirlemans acker. Allen de voorst. parchelen soe groot ende cleijn als die ter voorst. plaetsen gelegen zijn ende zij comparanten ten tijde van den voorst. erffscheijdinge ende erffdeijlinge afgeplaet hebben. Behoudelijc k dat men daer vuijt soude gelden de hellicht van de renten, chijnsen ende pachten, die met recht vuijtte voorst. stede met haere toebehoirten te vergelden staet. Met conditien ut infra. Overmidts etc. soe hebben de voorst. comparanten bekent dat de voorst. Adriaen de Bie ende den voorst. kinderen van Jan ende Catharina Cornelis Oirlemans te deele bevallen is het groot woonhuijs der voorst. stede beginnende van de caemere aff met het brouwhuijs ende verckenskoije daarbij staende mette noirdenzijde van de aenstede. Noch het tweede ende vierde loth in eenen acker genoempt den Hoogen acker beginnende vuijtte westen van den steeeghde aff aen, ende noch de zuijdezijde van eenen acker gelegen aen den noirdenzijde van sheerenvaerte genoempt Jacob Geerit Oirlemans acker. Allen de voorst. parcheelen etc. ut supra. Behoudelijck ut supra. Met conditien ut infra. Met conditien hier inne toegedaen dat zij deijlderen den commer hen hier voorgenoempt alsoe souden gelden ende betaelen de gebuerlijcke lasten ende rechten tot dat elcx portie staende alsoe souden houden ende onderhouden dat den eenen van den anderen egeen hinder off schaede aff en comen in eeniger manieren ende offer eenigen commer op ijemants portie meer geraeckte te comen. Daer men alsdoen nijet aff ende wiste dat zij den selven malcanderen in twee gelijcke portien souden helpen draegen. Behoudelijck oijck dat zij malcanderen souden wegen ende stegen ten naesten velde ende ten minste schaede. Allet sonder arglist. Testes et actum ut supra. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 65 f 53v t/m 57r] |
| van 08-01-1629 tot 15-06-1634 | Samenvatting: ---------------- 1e akte: De erfgenamen van Anthonis Hendricxen Oirlemans dragen over aan Wouter, Cornelis ende Geeridt, gebroederen sonen wijlen Henrick Wouter Schalcken, en zus Anneke een stede lants te Kaatsheuvel met huysinge, schuur en erfenisse eromheen, en een akker genaamd de Nagtegaal. Als erfgenamen: Wouter Jan Wouter Claessen de Bondt, weduwnaar van Anneken Anthonis Hendrick Oirlemans, voor 1/3 deel Dierck Anthony Quirijnen, man van Marie Anthonis Hendrick Oirlemans, en Wouter Jan Wouters ook voor het onmondig kind van Jacob Adriaen Jacobs (procuratie voor notaris Aerden van Tuyl te Waalwijk op 6 januari 1629 verleend door bloedvoogd Thomas Corstiaens) voor de onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans voogden Jan Adriaen Suenen en Willem Matheeus Jansen Berchmans voor de onmondige kinderen van wijlen Ivo Gielissen ende Claes Janssen Haegen verweckt bij Catharina dochtere wijlen Cornelis Cornelis Oirlemans altesaemen voor de resterende 2/3 delen. 2e Akte: De kopers zullen vrijgesteld zijn van alle lasten, behalve van een jaarlijkse pacht van 11 1/2 vaten rogge aan de Tafel van de Heilige Geest tot Loon en jaarlijks nog 2 smal hoenders met een capuin gewinchijns aan de Heer van Loon op St. Maarten te betalen. 3e Akte: De kopers zullen er 1810 gulden voor betalen, en wel als volgt: aankomende Pasen 1629 300 gulden het jaar daarna, 1630, ook met Pasen 300 gulden de jaren daarna steeds 200 gulden met Pasen totdat de betaling compleet is. Van de 1e betaling zal 15 gld. 12 1/2 st. voor de schepenen, secretaris, afhanger ende godtspenninck zijn. Daarna de betalingen zoals die door de verkopers ontvangen zijn, met als laatste vermelding, die van 15 juni 1634. Toelichting: ------------- De verkoop gebeurt na de verdeling op 29 september 1628 vastgelegd voor de schepenbank, en na de afspraken die mondeling in 1626 gemaakt zijn. Transcryptie: --------------- RAT. Loon op Zand. R 65 f 67v t/m 68v d.d. 8-1-1629. Wouter sone wijlen Jan Wouter Claessen de Bondt voor een dordendeel, Dierck Adriaen Quirijnen als man ende momboir van Marie zijne huijsvrouwe dochtere wijlen Anthonis Henrick Oirlemans, de voorst. Wouter Jan Wouters vuijt crachte van procuratie hem voor Aerden van Tuijl, notaris openbaer ende seeckere getuijgen op ten 6e januarij lestleden bij Thomas Corstiaens als bloetvoocht van den onmondige kinde van Jacob Adriaen Jacobs binen der Vrijheijt van Waelwijck gegeven ende verleent; Jan Adriaen Suenen ende Willem Matheeus Janssen Berchmans als wettige momboirs van de onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans, ende de voorst. Jan Adriaen Suenen insgelijcx als momboir ende hem fort ende sterck maeckende voor de onmondige kinderen van wijlen Ivo Gielissen ende Claes Janssen Haegen verweckt bij Catharina dochtere wijlen Cornelis Cornelis Oirlemans altesaemen voor de twee resterende dordendeelen. Eene stede lants metter huijsinge ende schuere daerop staende ende erffenisse daer aenliggende, gelegen binnen der heerlicheijt van Venloon ter plaetsen genoempt den Ketshoevel, oistwaert de erffgenaemen wijlen Aert Peeterssen Crents, zuijtwaert sheerenstraete, westwaert de erffgenaemen Aert Wouter Lochten ende noirtwaert de twelff geerden. Ende noch eenen acker genoempt den Nachtegael, gelegen aldaer, oistwaerts de erfrfgenaemen Aert Janssen Vucht, zuijtwaert sheerenvaerte mette selve erffgenaemen, westwaert de erffgenaemen wijlen Ghijsbert Joost Joachims ende noirtwaert de gemeijne straete, beijde de voorst. parcheelen soe groot ende cleijn als die ter voorst. plaetsen gelegen zijn, ende de voorst. Anthonis Hendricxssen midts zijnder doot ende afflijvicheijt heeft geruijmpt ende achtergelaeten soe men verclaerden, hebben zij wettelijck ende erffelijck opgedraegen ende overgegeven Wouter, Cornelis ende Geeridt, gebroederen sonen wijlen Henrick Wouter Schalcken soe tot hennen behoeffne als ten behoeffne van Anneken dochtere wijlen Hendrick Wouters voorst. henne sustere, tsaemen met allen schepenen letteren ende munimenten daeraff gewach doende, ende allen den rechte hen daer inne eenichssins competerende. Met affgaen ende verthijen in manieren in dijen gewoonlijck zijnde. 781. Archief van de schepenbank Loon op Zand, 1358-1810 inv.nr.65 Gelovende de voorst. Wouter Jan Wouters ende Dierck Adriaen Quirijnen als schulderen principael op hen ende allen henne goederen hebbende ende vercrijgende ende de voorst. momboirs op verbintenisse van allen de goederen der voorst. onmondige kinderen insgelijcks hebbende ende vercrijgende, de voorst. stede ende acker den voorst. Wouter, Cornelis, Geeridt ende Anneken te waeren als men erffne schuldich is te waeren ende allen commer, calangie ende aental daer inne wesende den selven aff te doen geheelijck vuijt genomen eenen jaerlijcxsen pacht van elff vaten roggen ende een halff jaers taeffele van den heijlige geest tot Loon naer luijdt van de brieven ende bescheeden daer aff zijnde te betaelen ende noch twee smael hoenderen met eenen capuijn gewinchijns aen den heer van Loon op St. Martensdach te betaelen, ende offer met recht bevonden worden eenigen commer meer vuijt te gaen den selven sal men mogen aencopen naer gemeijnen lantcoop ende goedermans seggen off anderssins naer luijdt van de brieven ende bescheeden daer aff zijnde. Testes Ghijsbert Claes ende Willem Jan Adriaens den 8e januari 1629. RAT. Loon op Zand. R 65 f 68v d.d. 8-1-1629. Wouter, Cornelis ende Geeridt gebroederen, sonen wijlen Henrick Wouter Schalcken soe voor hen selven, als voor Anneken henne sustere hebben geloeft als schulderen principaele op hen ende allen henne goederen, hebbende ende vercrijgende, den voorst. transportanten te geven ende te betaelen de somme van achttien hondert ende thien ca. gld. den ca. gld. tot 20 st. goet gancbaer gelts het stuck gerekent ende dat in dese naervolgende manieren ende termijnente weten drije hondert ca. gld. tot paesschen toecomende, item drije hondert ca. gld. te paesschen 1630 ende voirts alle paesschens 200 ca. gld. tot volder betaelinge toe. Procederende de selve somme ter causen van coop van de stede ende acker bovengeschr. dwelcke zij gelovers voor de betaelinghe der voorst. somme zijn stellende tot hypotheecq ende waerborch. Dies soe sullen de gelovers aen den iersten termijn cortten 15 gld. 12 1/2 st. bij hen aen den schepenen, secretaris, affhanger ende godtspenninck voor het contingent van de bovengeschr. transportanten volgens de vercoopcedulle verschoten ende anderssins aen verteirde costen boven den wijncoop in de vercoopcedulle begroot. Testes et actum ut supra. Item: de voorst. gelovers hebben alnoch verschoten soe aen verteirde costen ten daege van den veste gedaen als rechtscosten sess gld. 16 st. waer aff zij deen hellicht aen den 1e termijn sullen cortten. Testes et actum ut supra. In marge: Wouter Jan Wouters ende Dierck Adriaens bekennen de twee dordendeelen van den iersten termijn ontfangen te hebben, te weten 200 gld.die zijn daer aen gecort de twee dordendeelen van tgene de gelovers volgens dese geloefte moegen cortten. Testes Ghijsb. Claes ende Cornelis Willems den 13e maij 1629. Item: Thomas Corsten als momboir van den kinde van Jacob Ariens bekent een 6e deel van de 1e termijn wesende 50 gld. ontfangen te hebben dan gecort een 6e deel van den costen alhier geruert bedraegende 3 gld. 4 st. Actum ut supra. Item: Willem Matheeus als momber van de kinderen van Jan Cornelis bekent een 7e part van den 1e termijn ontfangen te hebben. Actum ut supra. Item: Jan Ariens heeft het part der kinderen van Catharina Cornelis hen toecomende in dfren 1e termijn ontfangen. Item: Dierck Adriaen Quirijnen voor hem als voor den weeskinde van Jacob Adriaen Jacop bekent als dat Denijs Dominicus aen hem voldaen heeft een dorde part van den termijn verschenen paesschen 1634 ende een dorde part van alle voorgaende termijnen. Actum 15e junij 1634. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 65 f. 67v-68r-68v] |
| 04-12-1598 | Samenvatting: ---------------- Joncker Dierick van Immerselle, heer tot Loon opt Sandt verkoopt aan Willem Martensse van Gilse, Dirck Claessen Bunnen, Henrick Arijaen Aertsse ende Jan Wouter Claes Bertrumse de Bont ende Cornelis Cornelis Oerlmans, de helft in een lot moers, omtr. 46 cleijn hont moers ende 27 roeijen en een halve voet, genoempt het Noordenblock. Toelichting: ------------- Dit kan zowel Cornelis de oude, danwel de jonge betreffen. Transcryptie: --------------- RAT. Loon op Zand. R 58a f 10v en 11r d.d. 4-12-1598. Wij Andries Gheritsse van Broechoven, Jan Wouter Claes Beertensse de Bont, Willem Martens van Gilse ende Jan Lauwrijs Dircxssen, schepenen der heerlijckheijt Venloon dat men noempt Loon opt Sandt in de meijerije van ’s Hertogenbosch onder ’t quartier van Oijsterwijck geleegen doen condt en maecken kennelijck eenen ijegelijcken, die deesen tegenwoordige letteren sullen sien ende hooren leesen, dat wij in onse handen hebben gehadt ende gesien ende hooren leesen eenen brief geheel gesont, ongecasseert ende ongecancelleert in franchijn geschreven met drije groote seegels in groenen wasschen uithangende, inhoudende van woorden tot woorden gelijck als hiernae volght: Johannes dei gratia duc Lotharingen et Brabantia etc. RAT. Loon op Zand. R 58a f 11r d.d. 4-12-1598. Joncker Dierick van Immerselle heer tot Loon opt Sandt heeft verkocht Willem Martensse van Gilse, Dirck Claessen Bunnen, Henrick Arijaen Aertsse ende Jan Wouter Claes Bertrumse de Bont ende Cornelis Cornelis Oerlmans, de helft in een lot moers, omtr. 46 cleijn hont moers ende 27 roeijen en een halve voet, genoempt het Noordenblock teijnde aen de noordensijde van de rechte vaert gelegen, oostwaerts aen sheerendellen, suijtwaerts aen ’t lanthooft van de rechte vaert voorschr. westwaerts aen de meergrippe streckende noortwaerts totter moer van Jan Arijaensse wonende op Sprang. Ende Thoenis Henricxsse ende Thomas Arijaen Joosten ¼ part, Jan Aertsse ende Willem Arijaense oock ¼ part in de voorschr. moer. Ende heeft hen opgedragen ende overgegeven etc. Ende gelooft te waren, vrij en los. Testes scabini, Peeter Arijaen Thomas ende Peeter Arijaen Cornelis. Actum den 4e november 1598. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 58a f 10v-11r] | ||
| 20-07-1600 | RAT. Loon op Zand. R 59 f 36r d.d. 20-7-1600. Cornelis Cornelisse Oeremans heeft gelooft te betalen Jacob Gerit Oeremans de somme van 125 gld. tot 20 st. brabants, tot paesschen toecomende als men schrijft 1601, dat ter cause van eenen acker lants die den selven van Jacob Gerit Oeremans gecocht heeft. Aermede de voorschr. acker ten vollen betaelt sijn sal stelt hier door ten onderpant den acker ende voorts allen sijnen goederen, haef etc. waer dat het self bevonden mag worden ’t sij in Hollant ofte Brabant. Testes, Adriaen Adriaen Oeremans ende Willem Martens van Gilse den 20e juli 1600. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 59 f 36r] | ||
| van 24-11-1605 tot 28-02-1607 | Samenvatting: ----------------- Erfgenamen van Hilleke Jan Meeuwssen verkopen een erfenisse met timmeringen op te Vaert, gelegen aan de zuidkant van de Vaert tegen de oude Dreijer over gelegen, die zij bewoond heeft tijdens haar leven, aan Cornelis Cornelisse Oerlemans en Jannen Hendricxsen voor de prijs van 399 gulden. Daarvan betalen ze prompt 75 gulden en met Pasen 1606 75 gulden, en zo elk jaar door totdat volledig betaald is. Jaarlijks te betalen: 4 vaten rogge aan de Heilige Geest van Loon, elk vat met 5 stuivers te mogen betalen een halve capuijn en 1 stuiver aan de heer van Loon Ten Bosch 8 stuivers en 1 1/2 oort De koop is door Meeus Aertssen door recht van naerdering gecasseert op 28 februari 1607. Toelichting: ------------- Het is niet duidelijk of het Cornelis de oude of de jonge is, vandaar dat ik deze akte bij beide heb toegevoegd. De relatie van Cornelis en Jan Hendricx is niet bekend. Transcryptie: --------------- Inv.nr. 60, folio 17v en f 18r d.d. 24-11-1605. Ghijsbert Ghijsbertssen, Lenaert Michielssen, Ariaen Willemssen, Pauwels Janssen, Ariaen Willem Ghijben ende Berbelen Aertsen, allen als erfgenamen van Hilleke Jan Meeuwssen, hebben verkocht aan Jannen Hendricxsen ende Cornelis Cornelis Oerlemans een erffenisse metten timmeringen, zoals de voirschr. Hilleke Jan Meeussen die selven bewoont ende gebruijckt heeft, gelegen in de heerlijckheijt Venloon ter plaetse genoempt op die Vaert, oostwaerts, westwaerts ende noortwaerts, Aert Jan Meeussen, suijtwaerts, Jan Trippen. Ende hebben het hem opgedraghen ende overgegeven met afgaen ende vertijden alsoo gewoonlijck ende recht is. Gelovende dit opdraghen ende overgeven, afdoen ende vertijden altijt vast ende van waerden te houden ende te vrijen ende te waeren. Uitgenomen jaerlijcks daer uit te vergelden vier vaet rogghen den heijlighen gheest tot Loon elck vat met vijff st. te moghen betaelen, in des heer van Loons chijns eenen halven capuijn ende eenen stuijver jaerlijcks, ende Ten Bosch acht stuijver ende anderhalf oirt stuijver jaerlijcks. Getuijghen waeren hier over schepenen in Venloon, Andries Geritsse van Broechoven ende Jan Wouter Claessen de Bont den 24e november 1605. In de kantlijn: gecasseert doir dijen Meeus Aertssen, die recht vernaedert heeft en hem den 28e februari 1607 gevest is. Inv.nr. 60, folio 18r d.d. 24-11-1605. Jan Hendricxsen ende Cornelis Cornelisse Oerman hebben ghelooft ende gheloven mits deesen een voor all wel ende duechdelijcken te betaelen Ghijsbert Ghijsberden, Lenaert Michielssen, Ariaen Willemsse, Pauwels Jansse, Ariaen Willem Ghijben ende Berbelen Aertsse allen erfgenaemen van Hilleke Jan Meeussen, de somma van 399 gulden, waer af sij lieden promptelijck betaelen sullen 75 gulden ende te paesschen tot paesschen, elcke paesschen 75 gld. tot dat den ierste penninck met den lesten betaelt sal wesen ende dat ter causen van coop van erfgoet. Hier voor stellen Jan Hendricxsen ende Cornelis Cornelisse voirst. haere persoon ende allen haere goederen, hebbende ende vercrijgende, ende het selfte erfgoet tot waerborch. Testes et actum ut supra. Inv.nr. 60, folio 59v den lesten augustus 1606. Meeus Aertsse heeft vernaedert ende vernaerdert mits deesen alsulckeerffenisse metter timmeringen daerop staende aen de suijdensijde van de Vaert teghen den ouden dreijer over gelegen, van Hilleke Jan Meeuse gecomen, als Lenaert Michielsen, Ghijsbrecht Aertssen, Arijaen Willem Gijben, Pauwels Jansse ende Barbara Aertsse onlancx verkocht hebben gehadt aan Cornelis Cornelisse Oerlemans ende Jan Hendricxsen. Ende heeft blijckende penninghe geleijt die hij seijde sijn eijgen toe te comende etc. Testes, Mr. Peter Sallen ende Cornelis Dirck Franssen, den lesten augustij 1606. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 60 f 17v en 18r] | ||
| van 13-02-1608 tot 22-09-1619 | Samenvatting: ---------------- Cornelis Cornelisse Oerlman verkoopt een akker op de Efterlingh aan Jan Willemse voor 232 gulden en 20 stuivers. Aan de zuidkant is land van de weeskinderen van Adriaen Verdiesen. Cornelis heeft deze verkregen van .... Claessen de Bont. De koper zal jaarlijks de grondcijns voldoen, te weten 1 1/2 stuiver en een smal hoen. De koper zal de wegen en stegen naar de akker vanaf de weeskinderen van Adriaen Verdiesen mogen gebruiken, zoals afgesproken bij de vorige koopcedule. Jan Willemse zal 1/4 deel direct betalen, dan 1/4 deel met Pasen 1609, en zo door. Cornelis Cornelisse bekent op 22 september 1619 dat betaald is. Toelichting: ------------- Cornelis heeft de akker gekocht van ... Claessen de Bont. Een deel van het blad is er niet meer, vandaar de puntjes. Ik heb een Wouter Jan Wouter Claessen de Bondt, getrouwd met Anneken Anthonis Hendricx Oirlemans. Haar zus Hendricxken was getrouwd met Dierck Cornelis Oerlemans. Cornelis is de broer of de vader van Dierck. Om welke Cornelis het gaat, is niet zeker. Daarom heb ik de akte bij beide opgenomen. Transcryptie: --------------- Inv.nr. 60, folio 82v en f 83r d.d. 13-2-1608. Cornelis Cornelisse Oerlman heeft wel ende wettelijck vercocht Jan Willemse eenen acker landts gelegen in de heerlijckheijt Venloon ter plaetse genaempt op d’Efterlingh tussen erffenisse noortwaerts die weduwe Adriaen Basters, suijden de weeskinderen van Adriaen Verdiesen, streckende van de selven weeskinderen tot de erffenis van Peter Vrancken. Welcke erffenisse Cornelis Cornelisse in coop vercregen hadden van ….. Claessen de Bont zo men verclaerden. Ende heeft se hem overgegeven ende opgedragen met afgaen ende vertijden alsoo gewoonlijck ende recht is. Gelovende die voirst. Cornelis Cornelisse Oerlemans onder verbijntenissen van sijnen persoon ende goederen, hebbende ende vercrijgende, dit opdragen ende overgeven den voirst. Jan Willemsse altois vast ende van waerden te houden, te vrijen ende te waeren ende alle commer af te doen. Uitgenomen den grontchijns daer met recht vuijtgaende, wesende anderhalve stuijver ende een smael hoen ende oick metten conditie dat den coper naer den selven acker sal mogen wegen ende stegen ter naesten plaetsen ende minste quetsinge daer de goederen der selver weeskinderen Adriaensse Verdiessen in alle manieren als den copers het selven bij voirgaende coopcedulle velooft was. Scabini, Jan Wouters en Cornelis Dirckssen den 13 februari 1608. Bijgeschreven: dies geloift Jan Willemsse den voirst. Cornelis Cornelisse van den contributie int landt gelt aff te nemen vijff hondt landts. Inv.nr. 60, folio 83r d.d. 13-2-1608. Jan Willemse heeft gelooft Cornelis Cornelisse Oerman de som van 232 gld. tot 20 st. te betalen in vier termijnen ofte jaeren. Een vierde part gereet opte vesten ende van Paesschen ierstcomende over een jaer 1609, een ander vierde part tot Paesschen. Ende so van paesschen tot paesschen tot volder betalingen ende dat ter causen van coop van eenen acker, daervoor verbijndende die voirschr. Jan Willemsse sijnen persoon ende goederen, hebbende ende vercrijgende, ende stellende dezelfde acker tot waerborg. Testes et actum ut supra. In de kantlijn: Cornelis Cornelisse heeft bekent van dese gelofte betaelt ende voldaen te sijn den 22e september 1619. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 60 f 83v en 83r] | ||
| 01-07-1608 | Samenvatting: ---------------- Jan Cornelis Oermans neemt via het recht van vernadering de koop van Jan Willem Basters van Cornelis Cornelisse Oerman over. Het gaat om een akker op de Efterlingh. Toelichting: ------------ Jan overruled de verkoop van de akker door zijn vader of zijn broer. Dat is hier niet uit op te maken. In de akte erna, van dezelfde dag, treedt Cornelis Cornelisse Oerman op als toeziend voogd over de weeskinderen van Dominus den ouden Janszoon. Transcryptie: --------------- Inv.nr. 61, folio 2v d.d. 1-7-1608. Jan Cornelis Oermans vernaedert alsulcke acker landts gelegen opt de Effterlingh als Jan Willem Basters gecocht heeft van Cornelis Cornelisse Oerman ende heeft blijckende penningen gethoont die welcke hij seede hem te toe te behoiren, etc. Testes, Cornelis Dirckse ende Dirck Jansse, den 1e julij 1608. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 61 f. 2v] | ||
| 07-02-1609 | Samenvatting: ---------------- Cornelis Cornelisse Oerlman koopt een perceel land op de Vaert van jan Aryaense Oerlman, eertijds gekocht van Roel Driessen. Toelichting: ------------- Of het om Cornelis de oude of de jonge gaat, kan ik zo niet bepalen. Daarom bij beide heb ik deze akte opgenomen. Transcryptie: --------------- Inv.nr. 61, folio 37r d.d. 7-2-1609. Jan Arijaensse Oerlman heeft wettelijck ende erffelijck vercocht Cornelis Cornelisse Oerlman een parceel landts soo groot ende kleijn als het selven geleghen is in de heerlijkheijt Venloon op de Vaert, oostwaerts aen sheerenstraet, suijdtwaerts Lenaert Michielsse, westwaerts de erfgenaemen Aerden Jan Meeussen ende noortwaerts Rob Geritsse, eertijden van de erfgenaemen Roel Driessen gecocht zoo men verclaerden. Ende heeft het hem opgedraghen ende overgegeven met afgaen ende vertijen alsoo gewoonlijck ende recht is. Dies dat hij daer over sal laeten weghen ende steghen uijtwijsens de oude brieven daer aff sijnde. Gelovende die voirst. Jan Arijaensse Oerlman sup se et bona etc. dit opdragen ende overgeven den voirst. Cornelis Cornelis Oerlmans altois vast ende van waerden te houden ende tee vrijen ende te waeren. Uitgenomen des heeren van Loon grontchijns met recht daer uijt gaende. Testes et actum ut supra. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 61 f. 37r] | ||
| van 13-03-1610 tot 01-04-1620 | Samenvatting: ---------------- 4 akten. Akte 1: Cornelis Cornelisse Oerlmans koopt een akker op de Vaert aan de oude Dreijer van Aerdt en Robbrecht Geritsse, oost en zuid grenzend aan zijn eigen land, noord grenzend aan land van Robbrecht Geritsse. Jaarlijks moet hij een duit betalen aan de Heer als grondchijns en 20 stuivers aan degenen, die daar recht op hebben. Akte 2: Dierck Cornelisse Oerlmans koop 3 akkertjes op te Vaert van Jan Claesse Trip, oost, west en zuid grenzend aan land van Robbrecht Geritsse. Akte 3: Cornelis Cornelisse Oerlmans verkoopt een akker op de Vaert, 6 lopensaat en 8 roeden groot, aan Jan Willem Symons, oost grenzend aan des heeren vaertkant Akte 4: Jan Willem Symons zal 626 gulden en 16 stuivers ervoor betalen, 100 gulden gereed geld, en dat heeft Cornelis al ontvangen, 100 gulden met Pasen 1610, 100 gulden elke volgende Pasen In marge: Cornelis Cornelisse heeft met Pasen 1611 300 gulden totaal ontvangen. Item: bevonnist ter goeder reckeningen den 4e september 1613. Item: bevonnist bij P. Sallen, Jan Wouters, Cornelis Dircksse ende Dirck Raessen den 14e augustus 1618. Item: betaelt mits dat Jan Willemsse desen acker Cornelis Cornelisse wederom vercocht ende opgedragen heeft den 4e januari 1620. Toelichting: ------------- De akker die Cornelis verkoopt, heeft hij gekocht van Jacop Gerit Oirlemans op 20 juli 1600. In de laatste akte lijkt Cornelis deze akker teruggekocht te hebben van Jan Willem Symons op 4 januari 1620. De akten van 13 maart 1610 gaan over Dierck Cornelisse Oerlman en Cornelis Cornelisse Oerlman. Het kan zijn, dat zij als broers daar gekomen zijn. Het kan ook zijn dat zoon Dierck met zijn vader Cornelis gekomen is. Aangezien ik geen uitsluitsel daarover kan geven, heb ik zowel bij vader als zoon, de akten opgenomen. Transcryptie: --------------- Inv.nr. 61, folio 72v d.d. 13-3-1610. Aerdt ende Robbrecht Geritsse, gebroederen, hebben wettelijck ende erffelijck vercocht Cornelis Cornelisse Oerlman eenen ackerlandts soo groot ende kleijn als den selven geleghen is binnen der heerl. Venloon op te Vaert aen den oude dreijger, oostwaerts ende suijdtwaerdts den voirst. Cornelis Cornelisse, westwaerts de weduwe Aert Jan Meeussen ende noortwaerts den voirst. Robbrecht Geritsse. Bij de voirst. gebroederen van Jasper Robben vercregen soo men verclaerden, met oijck eenen erfwech totten selven acker gecocht van Claes Bertroms de Bondt. Ende hebben den voirst. Cornelis Cornelis opgedragen ende overgegeven met allen brieven ende bescheet daer aff sijnde ende dat met afgaen ende vertijen alsoo gewoonlijck ende recht is. Gelovende die voirst. Aerdt ende Robbrecht Geritsse, gebroederen, onder verbijntenissen van haer lieder persoonen ende goederen, hebbende ende vercrijgende, dit opdragen ende overgeven den voirst. Cornelis Cornelisse Oerlman altois vast ende van waerden te houden, te vrijen ende te waeren, ende allen commer ende calangien affte doen geheelijcken. Uitgenomen eenen duijt in des heeren gront chijns ende 20 st. jaerlijcks aen den gheen die er toe gerecht sijn. Testes scabini, Jan Wouter Claessen de Bondt ende Cornelis Dirck Franssen den 13e mert 1610. Inv.nr. 61, folio 72v en f 73r d.d. 13-3-1610. Jan Claesse Trip heeft wettelijck ende erffelijck verkocht aan Dirck Cornelisse Oerlemans, drie ackerkens landts, soo groot ende kleijn als de selven geleghen sijn binnen der heerlijckheijt Venloon opte Vaert, oost- west- ende noordwaerts Robbrecht Geritsse ende suijdwaerts, Meeus Aert Jan Meeusen. Ende Peter Jansse Bijster, vercreghen van Aerdt Arijaense Clerck, met oick eenen erfwech om te komen tot de voirschr. ackerkens lopende over erffenisse van de voirst. Peter Jansse de Bijster ende heeft se hem opgedragen ende overgegeven met afgaen ende vertijen alsoo gewoonlijck ende recht is. Gelovende die voirst. Jan Claessen Trip onder verbijntenissen van sijnen persoon ende goederen, hebbende ende verkrijgende, dit opdragen ende overgeven den voirst. Dirck Cornelisse Oerlman altois vast ende van waerden te houden, te vrijen ende te waeren ende allen commer aff te doen geheelijck. Testes et actum ut supra. Inv.nr. 61, folio 73r d.d. 13-3-1610. Cornelis Cornelisse Oerman heeft wettelijck ende erffelijck vercocht Jan Willem Sijmons eenen acker landts, groot 6 lopensaet, 8 roijen, geleghen binnen der heerl. Venloon opte Vaert, oostwaerts des heeren vaertcant, suijdtwaerts den voirst. Jan Willemsse, westwaerts Jan Lamberts ende noortwaerts Hens Leijten steechken, vercregen van Jacop Gerit Oerlmans soo men verclaerden. Ende heeft het hem opgedragen ende overgeven met afgaen ende vertijen alsoo gewoonlijck ende recht is. Gelovende die voirst. Cornelis Cornelisse Oerlman onder verbijntenissen van sijnen persoon ende goederen, present ende toecomende, dit opdragen ende overgeven den voirst. Jan Willem Sijmons. altois vast ende van waerden te houden, te vrijen ende te waeren ende allen commer ende calangie aff te doen geheelijck. Testes et actum ut supra. Inv.nr. 61, folio 73r en f 73v d.d. 13-3-1610. Jan Willem Sijmons heeft geloift ende geloift mits desen Cornelis Cornelisse Oerlmans de somma van 646 gld. 16 st. te betalen 100 gld. gereet bij de vest, die de voirst. Cornelis Cornelisse bekenden ontfanghen te hebben, 100 gld. tot paesschen 1610 ende voirts alle paesschens 100 gld. uijtgescheijden het leste jaer wanneer het niet meer wesen en sal als 46 gld. en 16 st. in volder betalingen ende dat van coop van eenen acker landts. Daer voor verbindende die voirst. Jan Willem Sijmons sijnen persoon ende goederen, hebbende ende vercrijgende, ende stellende der selven acker landts tot principael hypotheecq ende waerborch. Testes et actum ut supra. In marge: Cornelis Cornelisse bekent op dese geloifte ontfanghen te hebben 300 gld. ende betaelt te wesen tot paesschen 1611. Item: bevonnist ter goeder reckeningen den 4e september 1613. Item: bevonnist bij P. Sallen, Jan Wouters, Cornelis Dircksse ende Dirck Raessen den 14e augustus 1618. Item: betaelt mits dat Jan Willemsse desen acker Cornelis Cornelisse wederom vercocht ende opgedragen heeft den 4e januari 1620. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 61 f 72v-72r-73r-73v] | ||
| van 02-09-1611 tot 16-09-1611 | Samenvatting: ----------------- Cornelis Cornelisse Oerlmans koopt samen Robbert Jan Lauwen, Meilis Melissen Verstegen en Jan Janssen de jonge uit Sprangh, van Vrouwe Marie van Renesse, Vrouw tot Loon een lot moerdellen genoemd de Quaertalen dellen. Die beginnen aan het Westeneinde, naast de moeren van de Vrouwe van Loon, noordwaarts de nieuw gegraven waterlaat naast de Rechte Vaart, ten zuiden de gemene weg, en ten oosten Robbrecht Geraertsse. Het gaat om 13 lopensaat, 25 roeden (bijna 3 hectaren). Ze mogen 30 jaar de grond steken en exploiteren. Toelichting: ------------- Als schepen is Cornelis Cornelisse Oerlmans aanwezig. Tegelijkertijd koopt Cornelis Cornelisse Oerlmans de moerdellen. Is de koper de zoon, en de schepen de vader? Aangezien dit niet te bepalen is, heb ik bij beide dit opgenomen. Transcryptie: --------------- RAT. Loon op Zand. R 62 f 38v d.d. 9-9-1611. Jeronimus Benedictus als executeur van den testamente ende uijt cracht van procuratie hem gegeven bij Vrouwe Marie van Renesse, vrouwe tot Loon naergelaeten weduwe wijlen heeren Dircken van Immerselle en heer Engelberts van Immerselle vrijheer tot Bochoven etc. Heer Thomas de Thiemes Heer tot Hueckelum etc. ende met hem Mr. Theodore Engelkens licentiaat der rechten als mede executeurs van den voirst. testamente, heeft in de voirst. qualiteit, wel ende wettelijck vercocht Cornelis Cornelisse Oerlmans, Rob Jan Lauwen, Melis Melissen Verstegen ende Jan Jansse de jonge tot Sprangh, een lot moerdellen groot 13 luepensaet, 25 roijen, gelegen binnen der heerlich. Venloon ter plaetsen genoempt Quaertalen dellen beginnende aan de westen eijnde naest die moeren van de vrou van Loon, noortwaerts aen den nieuwen gegravene waterlaet naest die rechte vaert, suijden den gemeijne wech ende oist Robbrecht Geraertsse. Ende heeft het hem opgedragen ende overgegeven met affgaen ende vertijden alsoo gewoonlijck ende recht is. Om het voirst. lot dellen eens van den gront te stecken, te delven ende te gebruijcken den tijt van 30 jaeren van nu aen beginnende en de voirst. 30 jaeren geexpireert ende verleijndt wesende het selven lot dellen als dan wederom te verlaeten in vuegen ende manieren het selven als dan gelegen sal wesen. Gelovende die voirn. Jeronimus Benedictus in de qualiteijt voirst. onder de verbijntenissen van des vrouwen van Loons goederen, dit opdragen ende overgeven den voirn. Cornelis Cornelisse Oerlmans altois vast ende van waerden te houden, ende het selven lot moerdellen te vrijen ende te waeren als men moerdellen schulidch is te waeren. Testes scabini, Cornelis Cornelisse Oerlmans ende Cornelis Dirck Franssen den 9e september 1611. RAT. Loon op Zand. R 62 f 38v d.d. (onvolledige akte, zie folio 41r) Cornelis Cornelisse Oerlemans ende met hem Rob Jan Lauwen, Melis Melissen Verstegen ende Jan Jansse de jonge tot Sprangh, hebben geloift individueel een voor al Jeronimus Benedictus tot behoeff van Mevrouwe van Loon offte haeren soone Jo. Engelbert van Immerselle offte thoonder deses de somme van negenhondert gld. en vierhalve st. te betaelen in vijff termijnen offte jaeren, elcke termijn 180 gld. 3 oirt en 2 pen. Waer aff den iersten termijn verschijen sal tot paesschen 16…. RAT. Loon op Zand. R 62 f 39r d.d. 2-9-1611. (Identiek aan folio 38r) Dirck Jansse van Broechoven etc. RAT. Loon op Zand. R 62 f 39v d.d. (identiek aan folio 38v) RAT. Loon op Zand. R 62 f 39v en f 40r d.d. 16-9-1611. Jeronimus Benedictus als executeur etc. heefft in de voirst. qualiteijt wel ende wettelijck vercocht Rob Geraertsse, Hendrick Anthonisse, Ariaen Petersse, Dirck Arijaensse, Gijsbert Petersse ende Jan Laureijssen een lot moerdellen groot 13 lps. 25 roijen, gelegen binnen de heerl. Venloon ter plaetsen genoempt Quaetaelen dellen wesende het tweede lot moers, dierste lot dat Cornelis Cornelisse Oerlmans metten sijnen toebehoirt, lanck oist ende west sevenensestich en een halve roijen, noorden en suijden breet tien roijen en heeft het hem opgedragen ende overgegeven etc. om het voirst. lot moerdellen etc. Testes scabini Mr. Peter Sallen ende Cornelis Dircksse den 16e september 1611. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 62 f 38v] | ||
| 01-02-1615 | Samenvatting: ----------------- Jan Claes Trip verkoopt 2 gedeelten land op de Heikant aan Cornelis Cornelis Oerlemans. Ten westen ligt land van Cornelis Cornelis Oerlemans. Toelichting: ------------- Of het om Cornelis de oude of de jonge gaat, is niet te bepalen. Transcryptie: --------------- RAT. Loon op Zand. R 63 f 37v d.d. 1-2-1615. Jan Claes Trip heeft twee gedeelte land hem aanbestorven sijn van wijlen Aerdt Jan Meeuse, gelegen binnen de heerlijckheijt Venloon ter plaetse genoempt de Heijcant, oistwaerts de wed. Meeus Aert Jansse, suijtwaerts de weduwe wijlen Meeus Aert Jansse, westwaerts Cornelis Cornelis Oerlemans en noirtwaerts de voorschr. Jan Claes Trip, heeft hij wettelijck ende erffelijck overgedragen ende overgegeven aan de voorst. Cornelis Cornelis Oerlemans ende gelooft te vrijen ende te waren voor elf duijts in des heeren van Loons chijns, het sesde part van vier vaten rogge jaerlijcks den heijlige geest tot Loon ende het sesde part van 28 stuijvers lossrente ’s Hertogenbosch te betalen. Testes, Jan Wouters ende Anthonis Hendricks. Actum den 1e februari 1615. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 63 f 37v] | ||
| van 22-12-1615 tot 23-12-1615 | Samenvatting: ---------------- Claes Cornelis Cornelisse koopt een lot moer in de Egmont over volgens het recht van vernadering, dat zijn vader verkocht heeft aan Joost Peter Bertroms en Rob Jansse Lauwen. Getuigen zijn Cornelis Dircksse ende Dirck Jansse. Claes Cornelis Cornelisse koopt 2 percelen moer over volgens het recht van vernadering, dat zijn broers Cornelis, Jan en Dirck verkocht hebben aan Ariaen Jansse Lauwen en Anthonis Corsten. Getuigen zijn Anthonis Hendricx Oerlmans ende Cornelis Cornelisse. Toelichting: ------------ De naam Oerlemans is niet genoemd. De combinatie van de 3 broers zou wel heel toevallig zijn, als het niet zo was. Vandaar dat ik deze akte daarbij geplaatst heb, en Claes als broer toegevoegd heb. Wel met een aanduiding van waarschijnlijkheid, omdat ik hem verder niet tegengekomen ben. Er is 1 akte van 26 juli 1608 waarbij Ariaenke Claes Cornelis Cornelisse Oerlemans genoemd is, als eerdere echtgenote van Floris Hendrick Reijnen. Dat had Ariaenke Cornelis Oerlemans moeten zijn. Zij is al voor 5 januari 1588 gestorven. De Cornelis Cornelisse zal overeenkomstig andere akten ook Oerlemans zijn. Dat moet dan gezien de context wel zijn vader zijn, Cornelis Cornelisse Oerlemans de oude. Transcryptie: --------------- RAT. Loon op Zand. R 62 f 182v d.d. 22-12-1615. Claes Cornelis Cornelisse heeft vernaerdert alsulcke lootken moers geleghen in den Egmont als Cornelis Cornelisse zijnen vader aen Joost Peter Bertroms ende Rob Jansse Lauwen vercocht heeft, ende heeft blijckende penningen geleet. Om etc. Testes Cornelis Dircksse ende Dirck Jansse den 22e december 1615. RAT. Loon op Zand. R 62 f 183r d.d.23-12-1615. Claes Cornelis Cornelisse heeft vernaerdert alsulcke twee parceelkens moers als Cornelis, Jan ende Dirck sijne broeders aen Ariaen Jansse Lauwen ende Anthonis Corsten vercocht hebben. Ende heeft blijkende penningen geleet etc. Om etc. Testes, Anthonis Hendricx Oerlmans ende Cornelis Cornelisse den 23e december 1615. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 62 f. 182v en 183r] | ||
| van 05-04-1617 tot 27-04-1618 | Samenvatting: ---------------- Cornelis Cornelis Oerlmans koopt een erfenisse op de Vaert voor 150 gulden, aan de noordkant grenzend aan zijn eigen grond. Toelichting: ------------ Of dit Cornelis de oude of de jonge is, kan ik zo niet vaststellen. Transcryptie: --------------- RAT. Loon op Zand. R 63 f 46v d.d. 5-4-1617. Peter Claessen ende Jan Joosten als voichden ende momboirs van de nagelaten kijnderen wijlen Jan Claesse Trip ende de voirst Jan Claessen weduwe der kijnderen moeder ende met consent van de heer, hebben wettelijck ende erffelijck verkocht Cornelis Cornelis Oerlmans eene erffenisse gelegen binnen der heerlijckheijt Venloon opte Vaert, oostwaerts Jan Lauris Dircksse, suijdtwaerts des heerenstraet, westwaerts die weeskijnderen van Ariaen Thonis Segers huijsvrouw en noortwaerts de voirst. Cornelis Cornelisse Oerlmans copere, ende hebben se hem opgedragen ende overgegeven met afgaen ende vertijen alzoo gewoonlijck ende recht is. Gelovende die voirst. momboirs op de verbintenissen van der voirst. kijnderen personen ende goederen, present ende toecomende ende de voirst. weduwe onder gelijcke verbintenissen dit opdragen ende overgeven den voirst. Cornelis Cornelisse Oerlmans altois vast ende van waerden te houden ende de voirst. erffenisse te vrijen ende te waren voor des heeren chijns het sesde gedeelte van vijfenhalve stuijvers. Item het sesde gedeelte van eenen daelder jaerlijcks ten Bossche te betalen. Ende het sesde gedeelte van eenen vierendeel roggen jaerlijcks die met eenen daelder aen Aert Clercx betaelt wordt. Testes, Peter Sallen ende Cornelis Dircksse, den 5e april 1617. RAT. Loon op Zand. R 63 f 46v d.d. 5-4-1617. Cornelis Cornelisse Oerlmans heeft gelooft de weduwe ende momboirs van den kijnderen wijlen Jan Claessen Trip de somme van 150 gld. te betalen in twee termijnen, den iersten tot paesschen ierstcomende ende den tweede ende lesten tot paesschen 1618 ter causen van coop van een erffenisse daer voor verbindende voirst. Cornelis Cornelisse zijnen persoon ende goederen, present ende toecomende ende stellende de voirst. erffenisse tot hypotheecq ende waerborch. Testes et actum ut supra. In marge: de weduwe metten momboirs hebben bekent deen helft den ierste termijn ontfangen te hebben, actum ut supra. De weduwe metten momboirs hebben bekent ten vollen van dese gelofte voldaen te zijn, den 27e april 1618 |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 63 f 46v] | ||
| 04-01-1620 | Samenvatting: ---------------- Cornelis Cornelis Oerlmans koopt een akker op de Vaert van Jan Willem Symons, die de akker eertijds gekocht heeft van Jacop Gerit Oerlmans. Toelichting: ------------- Cornelis de oude of de jonge? Is zo niet te bepalen. Transcryptie: --------------- RAT. Loon op Zand. R 63 f 110r d.d. 4-1-1620. Jan Willem Sijmons heeft wettelijck ende erffelijcke vercocht Cornelis Cornelisse Oerlmans eenen acker landts gelegen binnen der heerlich. Venloon opte Vaert tusschen erffernisse des heeren vaertcant aen den suijdenzijde, ende de weduwe Jan Willemsse Grootswagers aen den noordensijde, streckende van Hens Leijten steech westwaerts, tot erffenisse des vercopers eertijts van Jacop Gerit Oerlmans gekomen soo men verclaerden. Ende heeft se hem opgedragen ende overgegeven met affgaen ende vertijen alsoo gewoonlijck ende recht is. Gelovende die voirst. Jan Willem Sijmons onder verbant van sijnen persoon ende goederen, present ende toecomende, dit opdragen, overgeven, vertijen ende afgaen den voirst. Cornelis Cornelisse altois vast ende van waerden te houden. Ende den voirst. acker te vrijen ende te waeren ende alle calangie aff te doen gehelijcken. Testes scabini Cornelis Dirckse ende Dingenman Jansse den 4e januari 1620. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 63 f 63r] |
| 22-01-1626 | Samenvatting: ---------------- Adriaen Diercxsen de Bie, samen met zoons Thomas en Jan, ter eenre, Willem Matheus Jan en Jan Adriaens als voogden van de 5 onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans, Daniel Willemssen en Jan Aertssen als voogden van de onmondige kinderen van wijlen Ico Gielissen en Niclaes Janssen Haegen, verwekt bij Catharina Cornelis Oirlemans in t bijwesen van de Schouteth van Besoyen als oppervoogd van de wezen aldaar ter andere zijde Daniel Willemsen in de naam van zijn vader Adriaen Iwaenssen als momboir. Het gaat over de successie, de nalatenschap van wijlen Dierck en Cornelis, broers, zonen wijlen Cornelis Oirlemans. Adriaen de Bie zal met zijn kinderen krijgen: * alles uit de verkoop van de meubelen uit het sterfhuis van wijlen Cornelis Cornelis Oirlemans de jonge en Aleijtken de Bie, zijn huisvrouw. * hij zal de onkosten daarvan moeten betalen Voor de weeskinderen: * alle kleren die ten lijve van Cornelis Cornelis Oirlemans behoort hebben Adriaen de Bie mag de oogst van 1626 op alle zaailanden in Venloon hebben. De weeskinderen krijgen de oogst van 1626 op 2 honds land, gelegen in de stede van Anthonis Hendricx. Adriaen de Bie krijgt alle turf, gedelfd op de moeren van de sterfhuizen, en daartoe 3/4 deel in een bank moer, 6 hond groot, in den Hoeck, destijds door Dierck en Cornelis samen verkregen. Hij krijgt ook 100 gulden van de weeskinderen met Pasen 1627. Alle verdere goederen delen Adriaen en de weeskinderen volgens het landrecht van Zuid-Holland. Toelcihting: ------------- Adriaen de Bie is de vader van Aleijtken, de vrouw van Cornelis Cornelis Oirlemans de jonge. Thomas en Jan zijn haar broers. De vrouw van Dierck, te weten Marie Anthonis Hendricx, is hier niet genoemd. Wel in de akte van 29 sept 1628. Dan is ze vertegenwoordigd door Thomas en Jan. Wel is in deze akte sprake van de stede van Anthonis Hendricx, maar ik ben niet zeker of dat met elkaar in verband staat. Hier is Cornelis Cornelis Oirlemans de jonge genoemd. Dat betekent dat er ook een Cornelis Cornelis Oirlemans de oude geweest moet zijn. Dat kan een oudere broer of zijn vader geweest zijn. In dit geval is het zijn vader, zoals blijkt uit de akte van 8 nov. 1642 waarin zijn zus Cathalijn Cornelis Cornelis Oirlemans genoemd wordt. Transcriptie: -------------- RAT. Loon op Zand. R 64 f 20r t/m 21r d.d. 22-1-1626. Alsoo seeckere questien ende geschillen waeren opgestaen ende geresen ende noch meer geschaepen waeren op te staen ende te gerijsen tusschen Adriaen Diericxssen de Bie ter eenre, ende Jannen Adriaens ende Willemen Matheus Janssen beijden als momboiren van de vijff onmondige kinderen wijlen Jan Cornelis Oirlemans, ende met hen Daniel Willemssen ende Jan Aertssen als momboiren respective van de onmondige kinderen wijlen Ivo Gielissen ende Niclaes Janssen Haegen verweckt bij Catharina dochtere Cornelis Oirlemans ter anderen zijde. Belangende de successie der goederen bij wijlen Dierck ende Cornelis, gebroeders, sonen wijlen Cornelis Oirlemans voorst. achtegelaeten. Om alle welcke te verhueden ende metter minnen te neder te leggen. Soo zijn voor schepenen van Venloon naergenoempt gecompareert ende erschenen in hennen propere persoonen de voorst. Adriaen Diercxssen de Bie geassisteert met Thomas ende Jan sijne sonen ende de voorn. Jan Adriaens ende Willem Matheeus als momboirs van de voorst. onmondige kinderen wijlen Jan Cornelis Oirlemans met Daniel Willemssen in den naeme van Adriaen Iewaenssen zijnen vader als momboir, met Jan Aertssen alhier present zijnde over de onmondige kinderen respective van wijlen Ivo Gielissen ende Niclaes Janssen Haeghen bovengeschr. int bijwesen van den Heere Schouteth van Besoijen als oppervoocht van de weesen aldaer. Ende hebben bekent ende geleden, kennen ende lijden midts desen metten anderen overcomen ende veraccordeert te wesen in vuegen ende manieren hiernaer volgende. Te weten dat die voorst. Adriaen Diercxssen de Bie met zijnen kinderen sal voor vuijt hebben allen de meubelen die in den sterffhuijse van wijlen Cornelis Cornelis Oirlemans de jonge ende Aleijtken de Bie zijne huijsvrouwe bevonden ende vercocht zijn. Behoudelijck dat de selven Adriaen de Bie gehouden sal wesen te voldoen ende te betaelen allen de oncosten die tot noch toe in den voorst. sterffhuijse sijn gevallen, sonder dat de voorst. momboiren off wel de voorst. onmondige daer inne eenichssins gehouden sullen wesen. Ende sullen de selven momboiren in der qualiteijt als voor, daer tegens alleen hebben ende behouden allen de cleederen dien ten lijffve van den voorst. Cornelis Cornelis Oirlemans behoirdt hebben. Noch sal de voorst. Adriaen de Bie totten oogst van desen tegenwoirdigen jaere 1626 toe gebruijcken allen de saijelanden binnen der heerlicheijt van Venloon gelegen zijnde, ende den voorst. sterffhuijsen toecomende. Vuijtgenomen twee hont lants gelegen in de stede van Anthonis Hendricx die de voirst. momboiren ten behoeffe van de voorst. onmondige kinderen behouden ende reserveren om voirden voorst. jaere 1626 oijck gebruijckt te wordden. Dies sullen de contributien ende andere dorps lasten nae advenant van het gebruijck bij de gebruijckers betaelt ende voldaen wordden. Voirts sal de voorst. Adriaen de Bie alleen behouden allen den torff, die op de moeren van de voorst. sterffhuijsen gedelft sijn staende, ende daer toe alsulcke drije vierde parten in seeckere banck moers groot omtrent sess moer honden genoempt in den Hoeck als Dierck ende Cornelis Oirlemans tesaemen vercregen ende achtergelaeten hebben, daer oistwaerts aengelegen is Anthonis Corsten ende westwaerts de erffgenaemen wijlen Jan Sacharias gemeijn ende onbedeijlt met Maijken Anthonis. Ende sullen de voirst. momboiren daerenboven aen den voirst. Adriaen de Bie int hoochtijt van paesschen des jaers 1627 alsnoch uijtreijcken ende betaelen de somme van hondert ca. gld. eens. Ende aengaende de voirdere goederen van de voirst. twee sterffhuijsen het sij haefelijcke off erffelijcke waer ende tot wat plaetsen de selven gelegen souden mogen wesen, egeene van dijen vuijtgescheijden. Allen de selven sullen tusschen de voorst. partijen gedeijlt ende gepaert wordden volgende den lantrecht van Zuijthollant, sonder dat deen off dandere daer inne off aen eenich voirder off meerder recht sal hebben, maar hebben deen tot behoeffve des anders daer op vertegen helmelinge in manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Alles onder last, dat de schulden daer inne de voirst. twee sterffhuijsen gehouden zijn, ende die den voirst. Adriaen de Bie hier boven nijet te last en sijn geleeght mette costen hier omme gedaen ende alnoch te doen in twee gelijcke portie ter wederzijden gedraegen ende betaelt sullen wordden, te weten deen hellicht bij den voirst. de Bie ende dandere hellicht bij de voirst. onmondige kinderen. Allen de welcke de voirst. partijen te weten de voorst. Adriaen de Bie op hem ende allen zijne goederen, hebbende ende vercrijgende, ende de voorst. momboiren op verbintenissen van allen de goederen der voorst. onmondige kinderen, insgelijcx hebbende ende vercrijgende malcanderen geloofft hebben, vast ende steendich te houden ten eeuwigen daegen sonder daer tegens naemaels oijck te doen off comen in eeniger manieren. Renuncierende tot dijen eijnde van allen beneficien ende remenderen van rechte het sij van relievementen off andere die hen in desen eenichssins souden mogen dienen off te staede comen. Allet sonder arch off list. Testes, Dingenman Jan Joosten ende Loeff Henricx van de Graeff, schepenen in Loon den 22e januarij 1626. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 64 f 20r/20v/21r scan 24] | ||
| 29-09-1628 | Samenvatting: ---------------- 1e Akte: Na het overlijden van Anthonis Hendrick Oirlemans is in 1626 een deling gemaakt zonder dat die vastgelegd is. Dat gebeurt nu alsnog. Hiervoor zijn 3 partijen aanwezig: 1. Wouter Jan Claessen Wouter de bondt, weduwnaar van dochter Anneken Anthonis Hendrick Oirlemans 2. Dochter Marie Anthonis Hendrick Oirlemans, getrouwd met Dierck Adriaen Quirijnen. 3. Als erfgenamen van Cornelis Cornelis Oirlemans de jonge en broer Dierck Cornelis Oirlemans: a. Jan Adriaen Zuene en Willem Matheeus Janssen Berchmans voor de onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans en voor de onmondige kinderen van wijlen Catharina Cornelis Oirlemans b. Thomas en Jan, namens hun vader Adriaen Dierckssen de Bie c. Marie Anthonis Hendrick Oirlemans met voorstaande voogd (=haar man) Wouter, partij 1 krijgt: a. het achterhuis van een huysinge op de Ketsheuvel b. het middelste lot daaraangelegen c. de noordziijde van de akker de Nagtegaal, daar gelegen d. een schuur van een stede op de Vaertkant, met schop e. de Middelste akker (grenzend aan erf van Marie, zijn schoonzus, kinderen van Jan Cornelis Oirlemans, en van hemzelf) f. de akker De Werdt Jan Dielen Marie, partij 2 krijgt: a. het voorhuis van een huysinge op de Vaertkant b. een akker daarbij, grenzend aan Wouter c. een akker daarbij, grenzend aan de kinderen van Jan Cornelis d. een schuur van een stede op de Ketsheuvel, die afgebroken moet worden e. het westelijk lot bij deze stede f. een akker stuk de Nagtegaal Partij 3 krijgt: a. het achterhuis van een huysinge op de Vaertkant: Marie de helft, de anderen samen de andere helft b. het westense lot daarbij c. een akker daarbij d. nog een akker daarbij, grenzend aan Marie e. een kamer aan het huys op de Ketsheuvel f. het oistense lot daarbij d. de zuidzijde van de Nagtegaal Akte 2: Jan, namens zijn vader Adriaen de Bie ter eenre de voogden van de kinderen van Jan en Catharina ter andere hebben verklaard voor schepenen van Venloon in 1626 een accoord gesloten te hebben over de verdeling. Akte 3: Over de verdeling van huysinge te weten huijs, schuere, schop, brouwhuijs ende erffenisse daer aen liggende ende toebehoirende, gelegen binnen der heerlicheijt van Venloon (op de Vaert) aen den Ouden draijer, Marie ter eenre Adriaen de Bie, de voogden van de onmondige kinderen van Jan en Catharina ter andere. Marie voor het overleden kind van Dierck en Hendricxken, voor de helft De anderen voor het overleden kind van Cornelis Cornelis en Aleijtken, en het mondeling accoord van 1626 voor de andere helft. Marie krijgt: a. de grote kamer met opkamer en kelder b. 1e en 3e lot in de Hooge akker c. de noordzijde van de Jacob Geerits Oirlemans De anderen krijgen: a. het groot woonhuis vanaf de kamer met het brouwhuis en de varkenskooi b. 2e en 4e lot in de Hooge akker c. de zuidzijde van de Jacob Geerits Oirlemans Toelichting: ------------- Marie Anthonis Hendricx Oirlemans is de enige van het gezin, die nog in leven is: vader en moeder zijn overleden, haar 2 broers, en haar 2 zussen. Voor haar zus Anneken is haar man Wouter aanwezig. Zij is ook genoemd bij Partij 3. Ik verwacht als erfgename van haar zus Hendricxken. De goederen, verdeeld bij het overlijden van man Dierck en zwager Cornelis Cornelis Oirlemans de jonge, worden vertegenwoordigd door een flink aantal erfgenamen. Dan hadden Dierck en Hendricksken nog een kind dat overleden is, en ook Cornelis Cornelis de jonge en Adriaentken de Bie hadden een onmondig kind dat overleden is. Daarover zijn in 1626 al wel afspraken gemaakt, maar niet op papier gezet. Zo is het al met al een ingewikkelde zaak om te begrijpen hoe het in elkaar steekt. Transcryptie: --------------- RAT. Loon op Zand. R 65 f 53v t/m 55v d.d. 29-9-1628. Condt zij een iegelijcke. Alsoe Wouter sone wijlen Jan Wouter Claessen de Bondt, achtergelaeten weduwnaer wijlen Aneken zijnen huijsvrouwe dochter Anthonis Hendrick Oirlemans ter eenre, Marie des voorst. Anthonis dochter met een momboir bij haer naer gewoonte gecosen ter tweeder, ende Jan Adriaen Zuenen ende Willem Matheeus Janssen Berchmans als wettige momboirs van de onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans, de momboirs van de onmondige kinderen van wijlen Catharina dochtere Cornelis Oirlemans, Thomas ende Jan gebroederen sonen Adriaen Diercxssen de Bie in den naeme van hennen vader ende de voorst. Marie dochtere Anthonis Hendricx met haeren voorst. momboir altesamen erffgenaemen respective van wijlen Cornelis Cornelissen Oirlemans de jonge ende van de onmondige kinde van wijlen Dierck Cornelis Oirlemans ter derder zijden. Onderlinghe ende met malcanderen voor schepenen der heerlicheijt van Venloon in den jaere 1626 gemaeckt ende gedaen hebben seeckere erffscheijdinge ende erffdeijlinge van de goederen naerbeschreven bij wijlen Anthonis Hendricx voorgenoempt achtergelaeten, ende der voorst. partijen elcken vuijtten hooffde als voor bij den rechte van successie ende anderssins aengecomen, soe men verclaerden. Sonder dat van de selve erffscheijdinge ende erffdeijlinghe eenige pertinente notitie gehouden ende ten protocolle ghestelt is. Soe zijn op heden date deser voor ons schepenen ondergeschr. gecompareert ende erschenen in propere persoonen Dierck Adriaen Quirijnen als man ende momboir van Marie dochtere wijlen Anthonis Hendricx voorgenoempt, Jan Adriaen Zuenen ende Willem Matheeus Janssen als wettige momboirs van de voorst. onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans, de selve Jan Adriaen Zuenen insgelijcks als momboir ende in den naeme van de voorst. onmondige kinderen van wijlen Catharina Cornelis Oirlemans ende Jan Adriaen Diercxssen de Bie in den naeme van zijnen vader. Ende hebben de voorst. comparanten soe in der qualiteijt bovengeschr. als mede in den naeme van de bovengeschr. andere condividenten de voorst. erffscheijding ende erffdeijlinge geremoveert, vercleirende daerbij elcken der voorst. condividenten in vuegen ende manieren hiernae volgende te deele bevallen zijn de goederen naerbeschreven. Overmidts welcker erffdeijlinge ende erffscheijdinge, soe hebben de voorst. comparanten bekent dat Wouteren Jan Wouters te deele bevallen is het achterhuijs van eender huijsinge staende binnen der heerlicheijt van Venloon opden Ketshoevel, beginnende van den balck van de caemere, met het geheel groesvelt aen de zuijde zijde van het voorst. achterhuijs gelegen. Noch het middelste loth van de landerijen achter de voorst. huijsinge gelegen, vuijtwijsens de paelen aldaer gesteken. Noch de noirde zijde van eenen acker genoempt den Nachtegael, beginnen van het pat daer over gaende. Noch de schuere van eender stede gelegen binnen der voorst. heerlicheijt ter plaetsen genoempt den Vaertcant mette materialen van het schop daer aen staende op erffenisse daeraenliggende, streckende van de Vaertcant aff zuijtwaert tot Hens Leijten steeghsken toe, noirtwaert, wesende de selve erffenisse vijff voeten breeder als dandere lothen hier tegen deijlende, soe ende in sulcker vuegen als die voorst. erffenisse ter voorst. plaetsen bij de condividenten affgepaelt is. Noch eenen acker genoempt den Middelsten acker gelegen aldaer oistwaert de voorst. Marie dochtere Anthonis Hendricx hier tegendeijlende zuijtwaert het voorst. steeghsken, westwaert de voorst. kinderen van Jan Cornelis Oirlemans ende henne consoirten voorgenoempt ende noirtwaert de voorst. Wouter ende moet desen acker lancx deur eenen voet breeder wesen, dan den westensen acker, den voorst. kinderen van Jan Cornelis Oirlemans ende henne consoirten hier tegen deijlende te deele bevallen. Ende noch eenen acker genoempt de Werdt Jan Dielen gelegen aldaer oistwaert de erffgenaemen Jan Adriaenssen Clercx, zuijtwaert Cornelis Jan Diercxssen, westwaert sheerenstraete ende noirtwaert de voorst. Marie. Sijnde bij de voorst. erffscheijdinghe ende erffdeijlinge oijck geconditioneert dat men de materialen van het voorst. schop metten iersten soude ruijmen, ende dat men vuijt desen lothe soude gelden ende betaelen een derden part van alle chijnsen, renten ende pachten met recht vuijtte goederen van den voorst. Anthonis Hendricx gaende, ende daerenboven dat dit loth over het Groesvelt opten Ketshoevel schuldich soude wesen te wegen ende stegen dandere lothen naer lants oirboir. Met conditien ut infra. Overmidts welcker erffdeijlinge ende erffscheijdinghe, soe hebben de voorst. comparanten bekent dat Marie dochtere Anthonis Hendricx voorst. te deele bevallen is het voorhuijs van eender huijsinghe staende binnen der heerlicheijt van Venloon opten Vaertcant tot het gebijnte inde schauwe incluijs mette erffneisse daeraenliggende, streckende van den vaertcant aff zuijtwaert tot Hens Leijten steeghsken toe noortwaert. Vuijtwijsens de paelen aldaer gesteken. Noch eenen acker gelegen aldaer over het voorst. steeghsken, oistwaert de erffgenaemen wijlen Jan Adriaenssen Clercx, zuijtwaerts het voorst. steeghken westwaert ende noirtwaert de voorst. Wouter Jan Wouters hier tegen deijldende. Noch eenen acker gelegen aldaer oistwaert de voorst. erffgenaemen van wijlen Jan Adriaens Clercx, zuijtwaert den acker genoempt den weerdt Jan Dielen, westwaert sheerenstraete ende noirtwaert de voorst. kinderen van Jan Cornelis Oirlemans ende hennen consoirten. Noch eene schuere van eender stede gelegen binnen der heerlicheijt van Venloon ter plaetsen genoempt den Ketshoevel mette erffenisse daerop de selve schuere is staende. Wel verstaende nochtans dat ingevalle de voorst. schuere afgebroken wordt, dat de selve erffenisse voor soe vele de voorst. schuere is overstaende nijet meer betimmert en soude wordden. Noch het westense loth van de landerijen liggende bij de voorst. stede opten Ketshoevel mette boomen daer op staende oistwaert ende zuijtwaert de voorst. Wouter Jan Wouters, westwaert de voorst. erffgenaemen van wijlen Aert Lochten ende noirtwaert de twelff geerden, mette gerechticheijt van te moegen wegen ende stegen naer lants oirboir over het groesvelt Wouteren Jan Wouters bij dese erffdeijlinge ende erffscheijdinghe te deele bevallen. Ende noch een stuck eckerlants in eenen acker genoempt den Nachtegael, streckende van den pat daer overgaende westwaert op tot erffenisse der erffgenaemen wijlen Ghijsbrecht Joachims. Sijnde bij de voorst. erffscheijdinge ende erffdeijlinghe oijck gecomnditioneert, dat men vuijt desen lothe soude gelden ende betaelen een dordepart van alle renten, chijnsen ende pachten met recht vuijtte goederen van Anthonis Hendricx gaende. Met conditien ut infra. Overmidts welcker erffdeijlinghe ende erffscheijdinge, soe hebben de voorst. comparanten bekent dat den voorst. onmondighe kinderen van wijlen Jan, ende Catharina Cornelis Oirlemans ende Adriaen Diercxssen de Bie, tsaemen voor deen hellicht ende de voorst. Marie dochtere Anthonis Hendricx voor de andere hellicht te deele bevallen is het achterhuijs van eender huijsinghe staende binnen der heerlicheijt van Venloon opten Vaertcant, beginnende van het gebijnte in de schauwe exclus aff mette erffenisse daer op het voorst. achterhuijs is staende. Emmers ter tijdt toe het voorst. achterhuijs nijet affgebroken en soude wordden. Noch het westense loth van de erffenisse daeraenliggende, streckende van den vaertcant aff tot Hens Leijten steeghsken toe noirtwaert, vuijtwijsens de paelen aldaer gesteken. Noch een acker gelegen aldaer over het voorst. steeghsken oistwaert de voorst. Wouter Jan Wouters, zuijtwaert het voorst. steeghsken, westwaert Cornelis Jan Diercxssen ende noirtwaert de voorst. Wouter. Noch eenen acker gelegen aldaer oistwaert de erffgenaemen van Jan Adriaens Clercx zuijtwaert de voorst. Marie dochtere Anthonis Hendricx als hier tegen vuijtten hooffde van haeren vader voor een derdendeel deijlende, westwaerts sheerenstraete ende noirtwaert de erffgenaemen wijlen Aert Clercx. Noch eene caemere staende aen den huijsinghe opten Ketshoevel streckende van den balck inde keucken aff exclus soe wijt de caemer haer streckt metter erffenisse daer op de selve caemere is staende. Mette gerechticheijt van te moegen wegen over het groesvelt naer lants oirboir Wouteren Jan Wouters bij dese voorst. erffdeijlinge ende erffscheijdinge te deele bevallen. Noch het oistense loth van de landerijen achter de voorst. huijsinghe opten ketshoevel gelegen mette boomen daerop staende. Ende noch een stuck eckerlants in eenen acker genoempt den Nachtegael te weten de zuijdenzijde oistwaert de erffgenaem wijlen Aert Vuchten, zuijtwaert sheerenstraete ende de voorst. erffgenaemen van wijlen Aert Vuchten westwaert den voetpat ende noirtwaert de voorst. Wouter Jan Wouters. Alles vuijtwijsens de paelen aldaer bij de condividenten gesteken. Sijnde bij de voorst. erffscheijdinge ende erffdeijlinge oijck geconditioneert dat men vuijt desen lothe soude gelden ende betaelen een dorden part van alle renten, chijnsen ende pachten met recht vuijtte goederen van Anthonis Hendricx gaende. Met conditien ut infra. Met conditien daer inne oijck toegedaen dat zij deijlderen den commer hen benoempt alsoe souden gelden ende betaelen ende de gebuerlijcke rechten ende lasten tot elcx portie staende alsoe souden houden ende onderhouden dat den eenen van den anderen egeen hinder off schade aff en comen in eeniger manieren ende offer eenigen commer op ijemants portie met recht meer geraeckte te comen, daer men alsdoen nijet aff en wiste, dat zij deijlderen den selven malcanderen souden helpen draegen in drije portien. Allet sonder argelist. Testes Dingeman Jan Joosten ende Loeff Hendricx vande Graeff den 29e septembris anno 1628. RAT. Loon op Zand. R 65 f 55v/56r d.d. 29-9-1628. Jan Adriaen Diercxssen de Bie in den naeme van zijnen vader ter eenre ende de bovengeschr. momboiren der kinderen van wijlen Jan ende Catharina Oirlemans ter andere zijden, hebben bekent metten anderen veraccordeert te zijn voor schepenen van Loon anno 1626, dat Adriaen Diercxssen de Bie met vollen rechte alleen sal hebben het deel ende part den voorst. kinderen bij de bovengeschr. erffscheijdinge ende erffdeijlinge te deele bevallen in de stede van wijlen Anthonis Hendricx binnen deser heerlicheijt van Venloon opten vaertcant gelegen. Ende daer tegens sullen de voorst. onmondighe kinderen met vollen rechte alleen behouden het deel den voorst. Adriaen de Bie bij de voorst. erffscheijdinge ende erffdeijlinhe te deele bevallen in de stede opden Ketshoevel gelegen ende oijck deselffs Adriaens de Bie loth hem bij andere erffscheijdinge ende erffdeijlinge te deele bevallen inde stede van Dierck Cornelis Oirlemans aen den ouden draijer gelegen. Testes et actum ut supra. RAT. Loon op Zand. R 65 f 56r t/m 57r d.d. 29-9-1628. Condt zij eenen iegelijcken. Alsoe Marie dochtere wijlen Anthonis Hendrick Oirlemans met eenen momboir bij haer naer gewoonte gecosen ter eenre, ende Adriaen Diercxssen de Bie ende de momboirs van den onmondighe kinderen van wijlen Jan ende Catharina Cornelis Oirlemans ter andere zijden, onderlinghe ende met malcanderen voor schepenen der heerlicheijt van Venloon anno 1626 hadden gemaeckt ende gedaen seeckere erffscheijdinghe ende erffdeijlinghe eender stede, te weten huijs, schuere, schop, brouwhuijs ende erffenisse daer aen liggende ende toebehoirende, gelegen binnen der heerlicheijt van Venloon aen den ouden draijer, der voorst. Marie bij ende overmidts der doot ende afflijvicheijt van den onmondigen kinde van wijlen Dierck Cornelis Oirlemans voor deene hellicht ende den voorst. Adriaen Diercxsen de Bie ende den voorst. onmondighe kinderen respective bij ende overmidts der doot van den onmondigen kinde van wijlen Cornelis Cornelissen Oirlemans de jonge, ende anderssins vuijt crachte van accoirde tusschen hen tsaemenderhandt gemaeckt voor dander hellicht aengecomen, sonder dat van de selve erffscheijdinge ende erffdeijlinge eenige notitie ten protocolle off elders bevonden wordt. Soe zijn op heden date deser voor ons schepenen ondergeschreven ghecompareert ende erschenen in propere persoonen Dierck Adriaen Quirijnen als man ende momboir van de voorst. Marie Anthonis Hendricx ende met hem Adriaen Willemssen als actie ende cessie hebbende van den selven Dierck ter eenre, ende Jan Adriaen Suenen ende Willem Matheeus Janssen Berchmans als wettige momboirs van de voorst. onmondighe kinderen wijlen Jan Cornelis Oirlemans, de selven Jan Adriaen Suenen insgelijcx als momboir ende in den naeme van de kinderen van Catharina Cornelis Oirlemans, midtsgaders de voorst. momboirs hen fort ende sterck maeckende voor den voorst. Adriaen Diercxssen de Bie ter andere zijden. Ende hebben de voorst. comparanten inder qualiteijt bovengeschr. de voorgeruerde erffscheijdinge ende erffdeijlinghe op een nijuws gerenoveeert ende erkent, begheerende dat dese in vuegen naervolgende ten protocolle aengeteeckent sal wordden. Overmidts welcker erffdeijlinge ende erffscheijdinge, soe hebben de voorst. comparanten bekent dat de voorst. Marie te deele bevallen is de groote caemer van den voorst. huijsinge mette opcaemer ende den kelder daer ter zijden staende, midtsgaders de schuere ende de zuijdenzijde van den aenstede. Noch het ierste ende dorde loth in eenen acker genoempt den Hoogen acker, beginnende vuijtten westen van den steeghde aff aen. Ende noch de noirden zijde van eenen acker gelegen aen den noirdenzijde van sheerenvaerte ghenoempt Jacob Geeridt Oirlemans acker. Allen de voorst. parchelen soe groot ende cleijn als die ter voorst. plaetsen gelegen zijn ende zij comparanten ten tijde van den voorst. erffscheijdinge ende erffdeijlinge afgeplaet hebben. Behoudelijc k dat men daer vuijt soude gelden de hellicht van de renten, chijnsen ende pachten, die met recht vuijtte voorst. stede met haere toebehoirten te vergelden staet. Met conditien ut infra. Overmidts etc. soe hebben de voorst. comparanten bekent dat de voorst. Adriaen de Bie ende den voorst. kinderen van Jan ende Catharina Cornelis Oirlemans te deele bevallen is het groot woonhuijs der voorst. stede beginnende van de caemere aff met het brouwhuijs ende verckenskoije daarbij staende mette noirdenzijde van de aenstede. Noch het tweede ende vierde loth in eenen acker genoempt den Hoogen acker beginnende vuijtte westen van den steeeghde aff aen, ende noch de zuijdezijde van eenen acker gelegen aen den noirdenzijde van sheerenvaerte genoempt Jacob Geerit Oirlemans acker. Allen de voorst. parcheelen etc. ut supra. Behoudelijck ut supra. Met conditien ut infra. Met conditien hier inne toegedaen dat zij deijlderen den commer hen hier voorgenoempt alsoe souden gelden ende betaelen de gebuerlijcke lasten ende rechten tot dat elcx portie staende alsoe souden houden ende onderhouden dat den eenen van den anderen egeen hinder off schaede aff en comen in eeniger manieren ende offer eenigen commer op ijemants portie meer geraeckte te comen. Daer men alsdoen nijet aff ende wiste dat zij den selven malcanderen in twee gelijcke portien souden helpen draegen. Behoudelijck oijck dat zij malcanderen souden wegen ende stegen ten naesten velde ende ten minste schaede. Allet sonder arglist. Testes et actum ut supra. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 65 f 53v t/m 57r] |
| 22-01-1626 | Samenvatting: ---------------- Adriaen Diercxsen de Bie, samen met zoons Thomas en Jan, ter eenre, Willem Matheus Jan en Jan Adriaens als voogden van de 5 onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans, Daniel Willemssen en Jan Aertssen als voogden van de onmondige kinderen van wijlen Ivo Gielissen en Niclaes Janssen Haegen, verwekt bij Catharina Cornelis Oirlemans in t bijwesen van de Schouteth van Besoyen als oppervoogd van de wezen aldaar ter andere zijde Daniel Willemsen in de naam van zijn vader Adriaen Iwaenssen als momboir. Het gaat over de successie, de nalatenschap van wijlen Dierck en Cornelis, broers, zonen wijlen Cornelis Oirlemans. Adriaen de Bie zal met zijn kinderen krijgen: * alles uit de verkoop van de meubelen uit het sterfhuis van wijlen Cornelis Cornelis Oirlemans de jonge en Aleijtken de Bie, zijn huisvrouw. * hij zal de onkosten daarvan moeten betalen Voor de weeskinderen: * alle kleren die ten lijve van Cornelis Cornelis Oirlemans behoort hebben Adriaen de Bie mag de oogst van 1626 op alle zaailanden in Venloon hebben. De weeskinderen krijgen de oogst van 1626 op 2 honds land, gelegen in de stede van Anthonis Hendricx. Adriaen de Bie krijgt alle turf, gedelfd op de moeren van de sterfhuizen, en daartoe 3/4 deel in een bank moer, 6 hond groot, in den Hoeck, destijds door Dierck en Cornelis samen verkregen. Hij krijgt ook 100 gulden van de weeskinderen met Pasen 1627. Alle verdere goederen delen Adriaen en de weeskinderen volgens het landrecht van Zuid-Holland. Toelcihting: ------------- Adriaen de Bie is de vader van Aleijtken, de vrouw van Cornelis Cornelis Oirlemans de jonge. Thomas en Jan zijn haar broers. De vrouw van Dierck, te weten Henrica Anthonis Hendricx, is hier niet genoemd. Wel in de akte van 29 sept 1628. Dan is ze vertegenwoordigd door zus Marie Anthonis Hendricx Wel is in deze akte sprake van de stede van Anthonis Hendricx, maar ik ben niet zeker of dat met elkaar in verband staat. Hier is Cornelis Cornelis Oirlemans de jonge genoemd. Dat betekent dat er ook een Cornelis Cornelis Oirlemans de oude geweest moet zijn. Dat kan een oudere broer of zijn vader geweest zijn. In dit geval is het zijn vader, zoals blijkt uit de akten van 8 januari 1629 en 8 nov. 1642 waarin zijn zus genoemd wordt: Cathalijn dochtere wijlen Cornelis Cornelis Oirlemans genoemd wordt. Transcriptie: -------------- RAT. Loon op Zand. R 64 f 20r t/m 21r d.d. 22-1-1626. Alsoo seeckere questien ende geschillen waeren opgestaen ende geresen ende noch meer geschaepen waeren op te staen ende te gerijsen tusschen Adriaen Diericxssen de Bie ter eenre, ende Jannen Adriaens ende Willemen Matheus Janssen beijden als momboiren van de vijff onmondige kinderen wijlen Jan Cornelis Oirlemans, ende met hen Daniel Willemssen ende Jan Aertssen als momboiren respective van de onmondige kinderen wijlen Ivo Gielissen ende Niclaes Janssen Haegen verweckt bij Catharina dochtere Cornelis Oirlemans ter anderen zijde. Belangende de successie der goederen bij wijlen Dierck ende Cornelis, gebroeders, sonen wijlen Cornelis Oirlemans voorst. achtegelaeten. Om alle welcke te verhueden ende metter minnen te neder te leggen. Soo zijn voor schepenen van Venloon naergenoempt gecompareert ende erschenen in hennen propere persoonen de voorst. Adriaen Diercxssen de Bie geassisteert met Thomas ende Jan sijne sonen ende de voorn. Jan Adriaens ende Willem Matheeus als momboirs van de voorst. onmondige kinderen wijlen Jan Cornelis Oirlemans met Daniel Willemssen in den naeme van Adriaen Iewaenssen zijnen vader als momboir, met Jan Aertssen alhier present zijnde over de onmondige kinderen respective van wijlen Ivo Gielissen ende Niclaes Janssen Haeghen bovengeschr. int bijwesen van den Heere Schouteth van Besoijen als oppervoocht van de weesen aldaer. Ende hebben bekent ende geleden, kennen ende lijden midts desen metten anderen overcomen ende veraccordeert te wesen in vuegen ende manieren hiernaer volgende. Te weten dat die voorst. Adriaen Diercxssen de Bie met zijnen kinderen sal voor vuijt hebben allen de meubelen die in den sterffhuijse van wijlen Cornelis Cornelis Oirlemans de jonge ende Aleijtken de Bie zijne huijsvrouwe bevonden ende vercocht zijn. Behoudelijck dat de selven Adriaen de Bie gehouden sal wesen te voldoen ende te betaelen allen de oncosten die tot noch toe in den voorst. sterffhuijse sijn gevallen, sonder dat de voorst. momboiren off wel de voorst. onmondige daer inne eenichssins gehouden sullen wesen. Ende sullen de selven momboiren in der qualiteijt als voor, daer tegens alleen hebben ende behouden allen de cleederen dien ten lijffve van den voorst. Cornelis Cornelis Oirlemans behoirdt hebben. Noch sal de voorst. Adriaen de Bie totten oogst van desen tegenwoirdigen jaere 1626 toe gebruijcken allen de saijelanden binnen der heerlicheijt van Venloon gelegen zijnde, ende den voorst. sterffhuijsen toecomende. Vuijtgenomen twee hont lants gelegen in de stede van Anthonis Hendricx die de voirst. momboiren ten behoeffe van de voorst. onmondige kinderen behouden ende reserveren om voirden voorst. jaere 1626 oijck gebruijckt te wordden. Dies sullen de contributien ende andere dorps lasten nae advenant van het gebruijck bij de gebruijckers betaelt ende voldaen wordden. Voirts sal de voorst. Adriaen de Bie alleen behouden allen den torff, die op de moeren van de voorst. sterffhuijsen gedelft sijn staende, ende daer toe alsulcke drije vierde parten in seeckere banck moers groot omtrent sess moer honden genoempt in den Hoeck als Dierck ende Cornelis Oirlemans tesaemen vercregen ende achtergelaeten hebben, daer oistwaerts aengelegen is Anthonis Corsten ende westwaerts de erffgenaemen wijlen Jan Sacharias gemeijn ende onbedeijlt met Maijken Anthonis. Ende sullen de voirst. momboiren daerenboven aen den voirst. Adriaen de Bie int hoochtijt van paesschen des jaers 1627 alsnoch uijtreijcken ende betaelen de somme van hondert ca. gld. eens. Ende aengaende de voirdere goederen van de voirst. twee sterffhuijsen het sij haefelijcke off erffelijcke waer ende tot wat plaetsen de selven gelegen souden mogen wesen, egeene van dijen vuijtgescheijden. Allen de selven sullen tusschen de voorst. partijen gedeijlt ende gepaert wordden volgende den lantrecht van Zuijthollant, sonder dat deen off dandere daer inne off aen eenich voirder off meerder recht sal hebben, maar hebben deen tot behoeffve des anders daer op vertegen helmelinge in manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Alles onder last, dat de schulden daer inne de voirst. twee sterffhuijsen gehouden zijn, ende die den voirst. Adriaen de Bie hier boven nijet te last en sijn geleeght mette costen hier omme gedaen ende alnoch te doen in twee gelijcke portie ter wederzijden gedraegen ende betaelt sullen wordden, te weten deen hellicht bij den voirst. de Bie ende dandere hellicht bij de voirst. onmondige kinderen. Allen de welcke de voirst. partijen te weten de voorst. Adriaen de Bie op hem ende allen zijne goederen, hebbende ende vercrijgende, ende de voorst. momboiren op verbintenissen van allen de goederen der voorst. onmondige kinderen, insgelijcx hebbende ende vercrijgende malcanderen geloofft hebben, vast ende steendich te houden ten eeuwigen daegen sonder daer tegens naemaels oijck te doen off comen in eeniger manieren. Renuncierende tot dijen eijnde van allen beneficien ende remenderen van rechte het sij van relievementen off andere die hen in desen eenichssins souden mogen dienen off te staede comen. Allet sonder arch off list. Testes, Dingenman Jan Joosten ende Loeff Henricx van de Graeff, schepenen in Loon den 22e januarij 1626. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 64 f 20r/20v/21r scan 24] | ||
| 29-09-1628 | Samenvatting: ---------------- 1e Akte: Na het overlijden van Anthonis Hendrick Oirlemans is in 1626 een deling gemaakt zonder dat die vastgelegd is. Dat gebeurt nu alsnog. Hiervoor zijn 3 partijen aanwezig: 1. Wouter Jan Claessen Wouter de bondt, weduwnaar van dochter Anneken Anthonis Hendrick Oirlemans 2. Dochter Marie Anthonis Hendrick Oirlemans, getrouwd met Dierck Adriaen Quirijnen. 3. Als erfgenamen van Cornelis Cornelis Oirlemans de jonge en broer Dierck Cornelis Oirlemans: a. Jan Adriaen Zuene en Willem Matheeus Janssen Berchmans voor de onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans en voor de onmondige kinderen van wijlen Catharina Cornelis Oirlemans b. Thomas en Jan, namens hun vader Adriaen Dierckssen de Bie c. Marie Anthonis Hendrick Oirlemans met voorstaande voogd (=haar man) Wouter, partij 1 krijgt: a. het achterhuis van een huysinge op de Ketsheuvel b. het middelste lot daaraangelegen c. de noordziijde van de akker de Nagtegaal, daar gelegen d. een schuur van een stede op de Vaertkant, met schop e. de Middelste akker (grenzend aan erf van Marie, zijn schoonzus, kinderen van Jan Cornelis Oirlemans, en van hemzelf) f. de akker De Werdt Jan Dielen Marie, partij 2 krijgt: a. het voorhuis van een huysinge op de Vaertkant b. een akker daarbij, grenzend aan Wouter c. een akker daarbij, grenzend aan de kinderen van Jan Cornelis d. een schuur van een stede op de Ketsheuvel, die afgebroken moet worden e. het westelijk lot bij deze stede f. een akker stuk de Nagtegaal Partij 3 krijgt: a. het achterhuis van een huysinge op de Vaertkant: Marie de helft, de anderen samen de andere helft b. het westense lot daarbij c. een akker daarbij d. nog een akker daarbij, grenzend aan Marie e. een kamer aan het huys op de Ketsheuvel f. het oistense lot daarbij d. de zuidzijde van de Nagtegaal Akte 2: Jan, namens zijn vader Adriaen de Bie ter eenre de voogden van de kinderen van Jan en Catharina ter andere hebben verklaard voor schepenen van Venloon in 1626 een accoord gesloten te hebben over de verdeling. Akte 3: Over de verdeling van huysinge te weten huijs, schuere, schop, brouwhuijs ende erffenisse daer aen liggende ende toebehoirende, gelegen binnen der heerlicheijt van Venloon (op de Vaert) aen den Ouden draijer, Marie ter eenre Adriaen de Bie, de voogden van de onmondige kinderen van Jan en Catharina ter andere. Marie voor het overleden kind van Dierck en Hendricxken, voor de helft De anderen voor het overleden kind van Cornelis Cornelis en Aleijtken, en het mondeling accoord van 1626 voor de andere helft. Marie krijgt: a. de grote kamer met opkamer en kelder b. 1e en 3e lot in de Hooge akker c. de noordzijde van de Jacob Geerits Oirlemans De anderen krijgen: a. het groot woonhuis vanaf de kamer met het brouwhuis en de varkenskooi b. 2e en 4e lot in de Hooge akker c. de zuidzijde van de Jacob Geerits Oirlemans Toelichting: ------------- Marie Anthonis Hendricx Oirlemans is de enige van het gezin, die nog in leven is: vader en moeder zijn overleden, haar 2 broers, en haar 2 zussen. Voor haar zus Anneken is haar man Wouter aanwezig. Zij is ook genoemd bij Partij 3. Ik verwacht als erfgename van haar zus Hendricxken. De goederen, verdeeld bij het overlijden van man Dierck en zwager Cornelis Cornelis Oirlemans de jonge, worden vertegenwoordigd door een flink aantal erfgenamen. Dan hadden Dierck en Hendricksken nog een kind dat overleden is, en ook Cornelis Cornelis de jonge en Adriaentken de Bie hadden een onmondig kind dat overleden is. Daarover zijn in 1626 al wel afspraken gemaakt, maar niet op papier gezet. Zo is het al met al een ingewikkelde zaak om te begrijpen hoe het in elkaar steekt. Transcryptie: --------------- RAT. Loon op Zand. R 65 f 53v t/m 55v d.d. 29-9-1628. Condt zij een iegelijcke. Alsoe Wouter sone wijlen Jan Wouter Claessen de Bondt, achtergelaeten weduwnaer wijlen Aneken zijnen huijsvrouwe dochter Anthonis Hendrick Oirlemans ter eenre, Marie des voorst. Anthonis dochter met een momboir bij haer naer gewoonte gecosen ter tweeder, ende Jan Adriaen Zuenen ende Willem Matheeus Janssen Berchmans als wettige momboirs van de onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans, de momboirs van de onmondige kinderen van wijlen Catharina dochtere Cornelis Oirlemans, Thomas ende Jan gebroederen sonen Adriaen Diercxssen de Bie in den naeme van hennen vader ende de voorst. Marie dochtere Anthonis Hendricx met haeren voorst. momboir altesamen erffgenaemen respective van wijlen Cornelis Cornelissen Oirlemans de jonge ende van de onmondige kinde van wijlen Dierck Cornelis Oirlemans ter derder zijden. Onderlinghe ende met malcanderen voor schepenen der heerlicheijt van Venloon in den jaere 1626 gemaeckt ende gedaen hebben seeckere erffscheijdinge ende erffdeijlinge van de goederen naerbeschreven bij wijlen Anthonis Hendricx voorgenoempt achtergelaeten, ende der voorst. partijen elcken vuijtten hooffde als voor bij den rechte van successie ende anderssins aengecomen, soe men verclaerden. Sonder dat van de selve erffscheijdinge ende erffdeijlinghe eenige pertinente notitie gehouden ende ten protocolle ghestelt is. Soe zijn op heden date deser voor ons schepenen ondergeschr. gecompareert ende erschenen in propere persoonen Dierck Adriaen Quirijnen als man ende momboir van Marie dochtere wijlen Anthonis Hendricx voorgenoempt, Jan Adriaen Zuenen ende Willem Matheeus Janssen als wettige momboirs van de voorst. onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans, de selve Jan Adriaen Zuenen insgelijcks als momboir ende in den naeme van de voorst. onmondige kinderen van wijlen Catharina Cornelis Oirlemans ende Jan Adriaen Diercxssen de Bie in den naeme van zijnen vader. Ende hebben de voorst. comparanten soe in der qualiteijt bovengeschr. als mede in den naeme van de bovengeschr. andere condividenten de voorst. erffscheijding ende erffdeijlinge geremoveert, vercleirende daerbij elcken der voorst. condividenten in vuegen ende manieren hiernae volgende te deele bevallen zijn de goederen naerbeschreven. Overmidts welcker erffdeijlinge ende erffscheijdinge, soe hebben de voorst. comparanten bekent dat Wouteren Jan Wouters te deele bevallen is het achterhuijs van eender huijsinge staende binnen der heerlicheijt van Venloon opden Ketshoevel, beginnende van den balck van de caemere, met het geheel groesvelt aen de zuijde zijde van het voorst. achterhuijs gelegen. Noch het middelste loth van de landerijen achter de voorst. huijsinge gelegen, vuijtwijsens de paelen aldaer gesteken. Noch de noirde zijde van eenen acker genoempt den Nachtegael, beginnen van het pat daer over gaende. Noch de schuere van eender stede gelegen binnen der voorst. heerlicheijt ter plaetsen genoempt den Vaertcant mette materialen van het schop daer aen staende op erffenisse daeraenliggende, streckende van de Vaertcant aff zuijtwaert tot Hens Leijten steeghsken toe, noirtwaert, wesende de selve erffenisse vijff voeten breeder als dandere lothen hier tegen deijlende, soe ende in sulcker vuegen als die voorst. erffenisse ter voorst. plaetsen bij de condividenten affgepaelt is. Noch eenen acker genoempt den Middelsten acker gelegen aldaer oistwaert de voorst. Marie dochtere Anthonis Hendricx hier tegendeijlende zuijtwaert het voorst. steeghsken, westwaert de voorst. kinderen van Jan Cornelis Oirlemans ende henne consoirten voorgenoempt ende noirtwaert de voorst. Wouter ende moet desen acker lancx deur eenen voet breeder wesen, dan den westensen acker, den voorst. kinderen van Jan Cornelis Oirlemans ende henne consoirten hier tegen deijlende te deele bevallen. Ende noch eenen acker genoempt de Werdt Jan Dielen gelegen aldaer oistwaert de erffgenaemen Jan Adriaenssen Clercx, zuijtwaert Cornelis Jan Diercxssen, westwaert sheerenstraete ende noirtwaert de voorst. Marie. Sijnde bij de voorst. erffscheijdinghe ende erffdeijlinge oijck geconditioneert dat men de materialen van het voorst. schop metten iersten soude ruijmen, ende dat men vuijt desen lothe soude gelden ende betaelen een derden part van alle chijnsen, renten ende pachten met recht vuijtte goederen van den voorst. Anthonis Hendricx gaende, ende daerenboven dat dit loth over het Groesvelt opten Ketshoevel schuldich soude wesen te wegen ende stegen dandere lothen naer lants oirboir. Met conditien ut infra. Overmidts welcker erffdeijlinge ende erffscheijdinghe, soe hebben de voorst. comparanten bekent dat Marie dochtere Anthonis Hendricx voorst. te deele bevallen is het voorhuijs van eender huijsinghe staende binnen der heerlicheijt van Venloon opten Vaertcant tot het gebijnte inde schauwe incluijs mette erffneisse daeraenliggende, streckende van den vaertcant aff zuijtwaert tot Hens Leijten steeghsken toe noortwaert. Vuijtwijsens de paelen aldaer gesteken. Noch eenen acker gelegen aldaer over het voorst. steeghsken, oistwaert de erffgenaemen wijlen Jan Adriaenssen Clercx, zuijtwaerts het voorst. steeghken westwaert ende noirtwaert de voorst. Wouter Jan Wouters hier tegen deijldende. Noch eenen acker gelegen aldaer oistwaert de voorst. erffgenaemen van wijlen Jan Adriaens Clercx, zuijtwaert den acker genoempt den weerdt Jan Dielen, westwaert sheerenstraete ende noirtwaert de voorst. kinderen van Jan Cornelis Oirlemans ende hennen consoirten. Noch eene schuere van eender stede gelegen binnen der heerlicheijt van Venloon ter plaetsen genoempt den Ketshoevel mette erffenisse daerop de selve schuere is staende. Wel verstaende nochtans dat ingevalle de voorst. schuere afgebroken wordt, dat de selve erffenisse voor soe vele de voorst. schuere is overstaende nijet meer betimmert en soude wordden. Noch het westense loth van de landerijen liggende bij de voorst. stede opten Ketshoevel mette boomen daer op staende oistwaert ende zuijtwaert de voorst. Wouter Jan Wouters, westwaert de voorst. erffgenaemen van wijlen Aert Lochten ende noirtwaert de twelff geerden, mette gerechticheijt van te moegen wegen ende stegen naer lants oirboir over het groesvelt Wouteren Jan Wouters bij dese erffdeijlinge ende erffscheijdinghe te deele bevallen. Ende noch een stuck eckerlants in eenen acker genoempt den Nachtegael, streckende van den pat daer overgaende westwaert op tot erffenisse der erffgenaemen wijlen Ghijsbrecht Joachims. Sijnde bij de voorst. erffscheijdinge ende erffdeijlinghe oijck gecomnditioneert, dat men vuijt desen lothe soude gelden ende betaelen een dordepart van alle renten, chijnsen ende pachten met recht vuijtte goederen van Anthonis Hendricx gaende. Met conditien ut infra. Overmidts welcker erffdeijlinghe ende erffscheijdinge, soe hebben de voorst. comparanten bekent dat den voorst. onmondighe kinderen van wijlen Jan, ende Catharina Cornelis Oirlemans ende Adriaen Diercxssen de Bie, tsaemen voor deen hellicht ende de voorst. Marie dochtere Anthonis Hendricx voor de andere hellicht te deele bevallen is het achterhuijs van eender huijsinghe staende binnen der heerlicheijt van Venloon opten Vaertcant, beginnende van het gebijnte in de schauwe exclus aff mette erffenisse daer op het voorst. achterhuijs is staende. Emmers ter tijdt toe het voorst. achterhuijs nijet affgebroken en soude wordden. Noch het westense loth van de erffenisse daeraenliggende, streckende van den vaertcant aff tot Hens Leijten steeghsken toe noirtwaert, vuijtwijsens de paelen aldaer gesteken. Noch een acker gelegen aldaer over het voorst. steeghsken oistwaert de voorst. Wouter Jan Wouters, zuijtwaert het voorst. steeghsken, westwaert Cornelis Jan Diercxssen ende noirtwaert de voorst. Wouter. Noch eenen acker gelegen aldaer oistwaert de erffgenaemen van Jan Adriaens Clercx zuijtwaert de voorst. Marie dochtere Anthonis Hendricx als hier tegen vuijtten hooffde van haeren vader voor een derdendeel deijlende, westwaerts sheerenstraete ende noirtwaert de erffgenaemen wijlen Aert Clercx. Noch eene caemere staende aen den huijsinghe opten Ketshoevel streckende van den balck inde keucken aff exclus soe wijt de caemer haer streckt metter erffenisse daer op de selve caemere is staende. Mette gerechticheijt van te moegen wegen over het groesvelt naer lants oirboir Wouteren Jan Wouters bij dese voorst. erffdeijlinge ende erffscheijdinge te deele bevallen. Noch het oistense loth van de landerijen achter de voorst. huijsinghe opten ketshoevel gelegen mette boomen daerop staende. Ende noch een stuck eckerlants in eenen acker genoempt den Nachtegael te weten de zuijdenzijde oistwaert de erffgenaem wijlen Aert Vuchten, zuijtwaert sheerenstraete ende de voorst. erffgenaemen van wijlen Aert Vuchten westwaert den voetpat ende noirtwaert de voorst. Wouter Jan Wouters. Alles vuijtwijsens de paelen aldaer bij de condividenten gesteken. Sijnde bij de voorst. erffscheijdinge ende erffdeijlinge oijck geconditioneert dat men vuijt desen lothe soude gelden ende betaelen een dorden part van alle renten, chijnsen ende pachten met recht vuijtte goederen van Anthonis Hendricx gaende. Met conditien ut infra. Met conditien daer inne oijck toegedaen dat zij deijlderen den commer hen benoempt alsoe souden gelden ende betaelen ende de gebuerlijcke rechten ende lasten tot elcx portie staende alsoe souden houden ende onderhouden dat den eenen van den anderen egeen hinder off schade aff en comen in eeniger manieren ende offer eenigen commer op ijemants portie met recht meer geraeckte te comen, daer men alsdoen nijet aff en wiste, dat zij deijlderen den selven malcanderen souden helpen draegen in drije portien. Allet sonder argelist. Testes Dingeman Jan Joosten ende Loeff Hendricx vande Graeff den 29e septembris anno 1628. RAT. Loon op Zand. R 65 f 55v/56r d.d. 29-9-1628. Jan Adriaen Diercxssen de Bie in den naeme van zijnen vader ter eenre ende de bovengeschr. momboiren der kinderen van wijlen Jan ende Catharina Oirlemans ter andere zijden, hebben bekent metten anderen veraccordeert te zijn voor schepenen van Loon anno 1626, dat Adriaen Diercxssen de Bie met vollen rechte alleen sal hebben het deel ende part den voorst. kinderen bij de bovengeschr. erffscheijdinge ende erffdeijlinge te deele bevallen in de stede van wijlen Anthonis Hendricx binnen deser heerlicheijt van Venloon opten vaertcant gelegen. Ende daer tegens sullen de voorst. onmondighe kinderen met vollen rechte alleen behouden het deel den voorst. Adriaen de Bie bij de voorst. erffscheijdinge ende erffdeijlinhe te deele bevallen in de stede opden Ketshoevel gelegen ende oijck deselffs Adriaens de Bie loth hem bij andere erffscheijdinge ende erffdeijlinge te deele bevallen inde stede van Dierck Cornelis Oirlemans aen den ouden draijer gelegen. Testes et actum ut supra. RAT. Loon op Zand. R 65 f 56r t/m 57r d.d. 29-9-1628. Condt zij eenen iegelijcken. Alsoe Marie dochtere wijlen Anthonis Hendrick Oirlemans met eenen momboir bij haer naer gewoonte gecosen ter eenre, ende Adriaen Diercxssen de Bie ende de momboirs van den onmondighe kinderen van wijlen Jan ende Catharina Cornelis Oirlemans ter andere zijden, onderlinghe ende met malcanderen voor schepenen der heerlicheijt van Venloon anno 1626 hadden gemaeckt ende gedaen seeckere erffscheijdinghe ende erffdeijlinghe eender stede, te weten huijs, schuere, schop, brouwhuijs ende erffenisse daer aen liggende ende toebehoirende, gelegen binnen der heerlicheijt van Venloon aen den ouden draijer, der voorst. Marie bij ende overmidts der doot ende afflijvicheijt van den onmondigen kinde van wijlen Dierck Cornelis Oirlemans voor deene hellicht ende den voorst. Adriaen Diercxsen de Bie ende den voorst. onmondighe kinderen respective bij ende overmidts der doot van den onmondigen kinde van wijlen Cornelis Cornelissen Oirlemans de jonge, ende anderssins vuijt crachte van accoirde tusschen hen tsaemenderhandt gemaeckt voor dander hellicht aengecomen, sonder dat van de selve erffscheijdinge ende erffdeijlinge eenige notitie ten protocolle off elders bevonden wordt. Soe zijn op heden date deser voor ons schepenen ondergeschreven ghecompareert ende erschenen in propere persoonen Dierck Adriaen Quirijnen als man ende momboir van de voorst. Marie Anthonis Hendricx ende met hem Adriaen Willemssen als actie ende cessie hebbende van den selven Dierck ter eenre, ende Jan Adriaen Suenen ende Willem Matheeus Janssen Berchmans als wettige momboirs van de voorst. onmondighe kinderen wijlen Jan Cornelis Oirlemans, de selven Jan Adriaen Suenen insgelijcx als momboir ende in den naeme van de kinderen van Catharina Cornelis Oirlemans, midtsgaders de voorst. momboirs hen fort ende sterck maeckende voor den voorst. Adriaen Diercxssen de Bie ter andere zijden. Ende hebben de voorst. comparanten inder qualiteijt bovengeschr. de voorgeruerde erffscheijdinge ende erffdeijlinghe op een nijuws gerenoveeert ende erkent, begheerende dat dese in vuegen naervolgende ten protocolle aengeteeckent sal wordden. Overmidts welcker erffdeijlinge ende erffscheijdinge, soe hebben de voorst. comparanten bekent dat de voorst. Marie te deele bevallen is de groote caemer van den voorst. huijsinge mette opcaemer ende den kelder daer ter zijden staende, midtsgaders de schuere ende de zuijdenzijde van den aenstede. Noch het ierste ende dorde loth in eenen acker genoempt den Hoogen acker, beginnende vuijtten westen van den steeghde aff aen. Ende noch de noirden zijde van eenen acker gelegen aen den noirdenzijde van sheerenvaerte ghenoempt Jacob Geeridt Oirlemans acker. Allen de voorst. parchelen soe groot ende cleijn als die ter voorst. plaetsen gelegen zijn ende zij comparanten ten tijde van den voorst. erffscheijdinge ende erffdeijlinge afgeplaet hebben. Behoudelijc k dat men daer vuijt soude gelden de hellicht van de renten, chijnsen ende pachten, die met recht vuijtte voorst. stede met haere toebehoirten te vergelden staet. Met conditien ut infra. Overmidts etc. soe hebben de voorst. comparanten bekent dat de voorst. Adriaen de Bie ende den voorst. kinderen van Jan ende Catharina Cornelis Oirlemans te deele bevallen is het groot woonhuijs der voorst. stede beginnende van de caemere aff met het brouwhuijs ende verckenskoije daarbij staende mette noirdenzijde van de aenstede. Noch het tweede ende vierde loth in eenen acker genoempt den Hoogen acker beginnende vuijtte westen van den steeeghde aff aen, ende noch de zuijdezijde van eenen acker gelegen aen den noirdenzijde van sheerenvaerte genoempt Jacob Geerit Oirlemans acker. Allen de voorst. parcheelen etc. ut supra. Behoudelijck ut supra. Met conditien ut infra. Met conditien hier inne toegedaen dat zij deijlderen den commer hen hier voorgenoempt alsoe souden gelden ende betaelen de gebuerlijcke lasten ende rechten tot dat elcx portie staende alsoe souden houden ende onderhouden dat den eenen van den anderen egeen hinder off schaede aff en comen in eeniger manieren ende offer eenigen commer op ijemants portie meer geraeckte te comen. Daer men alsdoen nijet aff ende wiste dat zij den selven malcanderen in twee gelijcke portien souden helpen draegen. Behoudelijck oijck dat zij malcanderen souden wegen ende stegen ten naesten velde ende ten minste schaede. Allet sonder arglist. Testes et actum ut supra. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 65 f 53v t/m 57r] |
| 09-07-1626 | Samenvatting: ---------------- Maricken Huybert, weduwe van Henrick Iwens, woont tot Baardwijk, en voert een overdracht uit, uit machte van het testament van Gijsbertken Lambertsdochter, de moeder van haar man, gemaakt op 9 augustus 1614 te Sprangh. Na haar mans dood is dat op haar overgegaan. Ten behoeve van de 2 kinderen van Iwen Dielis, zoon van Gijsbertken, en haar zelf: zij krijgt 1/4 part in een schuur en 1/4 part in de helft van een huis met 2 1/2 hond weiland en de bomen daarop. De kinderen hebben de wederhelft en ook 1/4 part in de helft van de hofstad, zoals de deling gemaakt tussen Gijsbertken en haar zoon Juen Dielis, gepasseert voor schout en heemraden van Besoyen (er is geen datum genoemd). Dan volgt de beschrijving van de ligging: de schuer bij de Oude Straete en t huijs met de hofstede tot op het hoogst van de winterdijk. Verder is er voor haar: 1/6 deel in 4 hont zaailand in Besoen op Sprang toe, grenzend aan dat van de kinderen 1/6 deel in 2 morgen land in Besoyen, onbedeeld met de kinderen, grenzend aan Adriaen iwens met zijn kinderen 1/6 deel in 7 1/2 hond land in Besoyen over de oude Straet. Land en goed zijn belast met 1 mudde rogge voor de kerk, en 1 gulden voor de armen van de H. Geest. Toelichting: ------------- 1. In de aanhef staat dat het ook het kind van Catelijn en Claes Jansse betreft, maar in de akte is dat doorgehaald. 2. Het testament van Gijsbertken van 9 augustus 1614 te Sprang is niet online te bekijken, is wel op microfiche beschikbaar. 3. Zij heeft ook een deling gemaakt met haar zoon Juen Dielis. 4. Als Gijsbertken de moeder is van Juen Dielis, en ook van Hendrick Iwens, dan is zij waarschijnlijk 2 keer getrouwd. Uit het huwelijk met Iwen zullen Hendrick, Adriaen, en waarschijnlijk nog een 3e geboren zijn. Uit het huwelijk met Dielis zal Juen geboren zijn. Bij de deling van Gijsbertken met Juen is de helft naar hem toe gegaan. De andere kinderen zullen de andere helft moeten delen. Dat maak ik op uit de 1/6 delen. Het 1/4 part in de helft van schuur en huis en hofstad kan ik niet verklaren: de ene helft is voor de kinderen, maar waarom de andere helft in 4en gaat, begrijp ik niet. 5. De akte zal gemaakt zijn na het overlijden van Herman. Al eerder zullen zijn (half)broer Iwen en zijn vrouw Catelijn en haar 2e man Claes Janse overleden zijn. Iwen heeft als heemraad op 17 augustus 1622 nog wel een akte ondertekend, en was toen nog in leven. Na zijn overlijden is Catelijn hertrouwd met Claes, en die zijn beide voor 9 juli 1626 overleden. Jan, het jongste kind, kan daarmee nog niet oud zijn, hooguit 3 jaar. Transcryptie: --------------- Tot behoef van de onmondige weeskinderen, naergelaten bi Catelijn Cornelis Oerlemans, verweckt bij Iwen Dielissen ende Claes Jansse zaliger, oft de voochden met name Adriaen Juensse ende Jan Adriaensse. Compareerde voor ons Schout ende heemraders des Ambachts van Besoyen ondergeschreven de eerbare Marycken Huyberts, de weduwe wijlen Hendrick Iwens zaliger, wonende tot Baerdwijck, met haer adjunct Dyrck Adriaensse van Kuyk, haer gecoren momboir ofte voocht, die sij koos metten mont ende die heer (?) haer houde, ende hebben overgegeven, geceedeert ende getransporteert, gaven over ende transporteerden midts desenr soo recht ws met een verlij (?), uit machte van seecker testament, gemaeckt bij Gijsbertken Lambersdochter, des voorschreven mans moeder zaliger, gepasseert voor Schout ende Schepenen van Sprangh van date den 9e augustus 1614, als mede bij ’t overlijden haren man zaliger op haar gesuccedeert, ten behoeve van de erfgenamen ofte twee weeskinderen van Cathelijn oerlemans zaliger, verweckt bij Juen Dielissen, haeren eersten man, <doorgehaald: als oock een kint geprocreeert bij Claes Jansse zaliger voornoemt> #ofte de voochden der selve kinderen, met name Ariaen Juensse ende Jan Adriaensse, als gecooren ende geeede voochden# seecker des voorsegden comparantes gerechte vierde part ofte gerechtichd in seecker schuer met het vierde part in de helft van t huijs, mette erfenisse van derdealf (2 1/2) stuck weijlants daerachter aen gelegen ende daer toebehoorende met allen de geboompten ende beplantinghe daerop staende, daer Iwen Dielissen zaliger kinderen de wederhelft van sijn toebehorende. met oock het vierde part in de helft van de hofstadt daer neffen gelegen, volgens scheiding ende deelinge, gemaeckt ende gepasseert voor Schout ende heemraders van Besoyen, daer ten oosten naest gearft leggende de erfgenamen van Dries Wouters ende de ergenamen van Jan Berentsse erve, ten westen Meus Doudijns ende de voorsegde weeskinderen van Juen Dielisse erve, streckende van des Heerenstraeten af noortwaerts op, gemeen ende onbedeelt, gelegen mette voorsegde weeskinderen van Juen Dielisse cum suis ter Ouder Straete toe, ende t huijs mette hofstadt tot op t hoochsten van deWynterdijck toe, # belast in t gheel daer de schuer op staat met t lant daer acher gelegen met een mudde bestijense (?) kerckrogge jaerlijcks, midtsgaders een gulden jaerlijcks ten behoeft van de H. Geest op ’t ander lant ende ghoet #, Item haer gerechtichheijt ofte seste part in seecker omtrent vier honden saylants, gelgen in Besoyen, daer oost naest leggende Jacob Joosten, west de kidneren van Juen Dielisse voorsegd, streckende van Juen Dielisse kinderen erf af suytwaerts op ten Spranghen toe, onbedeelt metten voorsegde kinderen gelegen. Item alnoch haere gerechte seste part ofte gerechtichheijt in twee morgen lants, gelegen in Besoyen, onbedeelt mette voorsegde kinderen, ende met Adriaen Iwens met zijn kinderen daer ten westen naest leggende. Corstiaen Willemsse erfgenamen erve. ten oosten jacob Joosten erve, streckende van Geerit van Andels aerfe af aen noortwaerts op ten Hantel (?) toe. Noch haer gedeelt ofte seste part in t erve (?), ofte achtalf (7 1/2) hont lants in omtrent elf hont lants, gelegen in Besoyen over de Oude Straet, gemeen ende onbedeelt, gelegen mette kinderen van Juen Dielissen westwaerts, ende met Adriaen Juens daer ten oosten naest geaerft leggen Geerit Geeritsse ten westen, Cornelis erfgenamen cum suis, streckende van der Oude Straete tot de efgenamen van Joost Adriaensse erfe toe. Aen hare parte ofte gerechtichden haer in der voorsegde qualite aengecomen ende toebehorende sijn ende verteghen hierop naer de oude hercomen ende lantrechte met handt halen ende met monde soo billecq als recht was, met alle schowen, keuren van wercken, stegen ende wegen ende alle andere nabueren gerechtichden, tot alle de voorsegde partn ofte percelen van vankanden "ende huijs ofe schuer" toebehorende ende geloosdeert boven de voorsegde kerckenroggen "ende de H. Geest rente van een gulden jaerlijcks"vrij ende ware ende klarn ende allen vooscreven af te doen tot dese dage toe, uijtgenoemn den lopen dorps commer, alles sonder froude, des t oirconden dese gifte bij Schout ende rerecht, onderteeckent op ten 9e julianno 1626 in de marge onderaan: den 40e penninck beloopt over 700 guldens in twee payen ter somme van 19 gulden 10 stuijvers. Ondertekenen: A. van Andel Jacop Joosten Michael Jaghers .. Claes Goyertse, ende Aerts Schalcken. |
[bron: Besoyen Dorpsbestuur Inv. 655 f.104v en 105r scan 109] | ||
| van 08-01-1629 tot 15-06-1634 | Samenvatting: ---------------- 1e akte: De erfgenamen van Anthonis Hendricxen Oirlemans dragen over aan Wouter, Cornelis ende Geeridt, gebroederen sonen wijlen Henrick Wouter Schalcken, en zus Anneke een stede lants te Kaatsheuvel met huysinge, schuur en erfenisse eromheen, en een akker genaamd de Nagtegaal. Als erfgenamen: Wouter Jan Wouter Claessen de Bondt, weduwnaar van Anneken Anthonis Hendrick Oirlemans, voor 1/3 deel Dierck Anthony Quirijnen, man van Marie Anthonis Hendrick Oirlemans, en Wouter Jan Wouters ook voor het onmondig kind van Jacob Adriaen Jacobs (procuratie voor notaris Aerden van Tuyl te Waalwijk op 6 januari 1629 verleend door bloedvoogd Thomas Corstiaens) voor de onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans voogden Jan Adriaen Suenen en Willem Matheeus Jansen Berchmans voor de onmondige kinderen van wijlen Ivo Gielissen ende Claes Janssen Haegen verweckt bij Catharina dochtere wijlen Cornelis Cornelis Oirlemans altesaemen voor de resterende 2/3 delen. 2e Akte: De kopers zullen vrijgesteld zijn van alle lasten, behalve van een jaarlijkse pacht van 11 1/2 vaten rogge aan de Tafel van de Heilige Geest tot Loon en jaarlijks nog 2 smal hoenders met een capuin gewinchijns aan de Heer van Loon op St. Maarten te betalen. 3e Akte: De kopers zullen er 1810 gulden voor betalen, en wel als volgt: aankomende Pasen 1629 300 gulden het jaar daarna, 1630, ook met Pasen 300 gulden de jaren daarna steeds 200 gulden met Pasen totdat de betaling compleet is. Van de 1e betaling zal 15 gld. 12 1/2 st. voor de schepenen, secretaris, afhanger ende godtspenninck zijn. Daarna de betalingen zoals die door de verkopers ontvangen zijn, met als laatste vermelding, die van 15 juni 1634. Toelichting: ------------- De verkoop gebeurt na de verdeling op 29 september 1628 vastgelegd voor de schepenbank, en na de afspraken die mondeling in 1626 gemaakt zijn. Transcryptie: --------------- RAT. Loon op Zand. R 65 f 67v t/m 68v d.d. 8-1-1629. Wouter sone wijlen Jan Wouter Claessen de Bondt voor een dordendeel, Dierck Adriaen Quirijnen als man ende momboir van Marie zijne huijsvrouwe dochtere wijlen Anthonis Henrick Oirlemans, de voorst. Wouter Jan Wouters vuijt crachte van procuratie hem voor Aerden van Tuijl, notaris openbaer ende seeckere getuijgen op ten 6e januarij lestleden bij Thomas Corstiaens als bloetvoocht van den onmondige kinde van Jacob Adriaen Jacobs binen der Vrijheijt van Waelwijck gegeven ende verleent; Jan Adriaen Suenen ende Willem Matheeus Janssen Berchmans als wettige momboirs van de onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans, ende de voorst. Jan Adriaen Suenen insgelijcx als momboir ende hem fort ende sterck maeckende voor de onmondige kinderen van wijlen Ivo Gielissen ende Claes Janssen Haegen verweckt bij Catharina dochtere wijlen Cornelis Cornelis Oirlemans altesaemen voor de twee resterende dordendeelen. Eene stede lants metter huijsinge ende schuere daerop staende ende erffenisse daer aenliggende, gelegen binnen der heerlicheijt van Venloon ter plaetsen genoempt den Ketshoevel, oistwaert de erffgenaemen wijlen Aert Peeterssen Crents, zuijtwaert sheerenstraete, westwaert de erffgenaemen Aert Wouter Lochten ende noirtwaert de twelff geerden. Ende noch eenen acker genoempt den Nachtegael, gelegen aldaer, oistwaerts de erfrfgenaemen Aert Janssen Vucht, zuijtwaert sheerenvaerte mette selve erffgenaemen, westwaert de erffgenaemen wijlen Ghijsbert Joost Joachims ende noirtwaert de gemeijne straete, beijde de voorst. parcheelen soe groot ende cleijn als die ter voorst. plaetsen gelegen zijn, ende de voorst. Anthonis Hendricxssen midts zijnder doot ende afflijvicheijt heeft geruijmpt ende achtergelaeten soe men verclaerden, hebben zij wettelijck ende erffelijck opgedraegen ende overgegeven Wouter, Cornelis ende Geeridt, gebroederen sonen wijlen Henrick Wouter Schalcken soe tot hennen behoeffne als ten behoeffne van Anneken dochtere wijlen Hendrick Wouters voorst. henne sustere, tsaemen met allen schepenen letteren ende munimenten daeraff gewach doende, ende allen den rechte hen daer inne eenichssins competerende. Met affgaen ende verthijen in manieren in dijen gewoonlijck zijnde. 781. Archief van de schepenbank Loon op Zand, 1358-1810 inv.nr.65 Gelovende de voorst. Wouter Jan Wouters ende Dierck Adriaen Quirijnen als schulderen principael op hen ende allen henne goederen hebbende ende vercrijgende ende de voorst. momboirs op verbintenisse van allen de goederen der voorst. onmondige kinderen insgelijcks hebbende ende vercrijgende, de voorst. stede ende acker den voorst. Wouter, Cornelis, Geeridt ende Anneken te waeren als men erffne schuldich is te waeren ende allen commer, calangie ende aental daer inne wesende den selven aff te doen geheelijck vuijt genomen eenen jaerlijcxsen pacht van elff vaten roggen ende een halff jaers taeffele van den heijlige geest tot Loon naer luijdt van de brieven ende bescheeden daer aff zijnde te betaelen ende noch twee smael hoenderen met eenen capuijn gewinchijns aen den heer van Loon op St. Martensdach te betaelen, ende offer met recht bevonden worden eenigen commer meer vuijt te gaen den selven sal men mogen aencopen naer gemeijnen lantcoop ende goedermans seggen off anderssins naer luijdt van de brieven ende bescheeden daer aff zijnde. Testes Ghijsbert Claes ende Willem Jan Adriaens den 8e januari 1629. RAT. Loon op Zand. R 65 f 68v d.d. 8-1-1629. Wouter, Cornelis ende Geeridt gebroederen, sonen wijlen Henrick Wouter Schalcken soe voor hen selven, als voor Anneken henne sustere hebben geloeft als schulderen principaele op hen ende allen henne goederen, hebbende ende vercrijgende, den voorst. transportanten te geven ende te betaelen de somme van achttien hondert ende thien ca. gld. den ca. gld. tot 20 st. goet gancbaer gelts het stuck gerekent ende dat in dese naervolgende manieren ende termijnente weten drije hondert ca. gld. tot paesschen toecomende, item drije hondert ca. gld. te paesschen 1630 ende voirts alle paesschens 200 ca. gld. tot volder betaelinge toe. Procederende de selve somme ter causen van coop van de stede ende acker bovengeschr. dwelcke zij gelovers voor de betaelinghe der voorst. somme zijn stellende tot hypotheecq ende waerborch. Dies soe sullen de gelovers aen den iersten termijn cortten 15 gld. 12 1/2 st. bij hen aen den schepenen, secretaris, affhanger ende godtspenninck voor het contingent van de bovengeschr. transportanten volgens de vercoopcedulle verschoten ende anderssins aen verteirde costen boven den wijncoop in de vercoopcedulle begroot. Testes et actum ut supra. Item: de voorst. gelovers hebben alnoch verschoten soe aen verteirde costen ten daege van den veste gedaen als rechtscosten sess gld. 16 st. waer aff zij deen hellicht aen den 1e termijn sullen cortten. Testes et actum ut supra. In marge: Wouter Jan Wouters ende Dierck Adriaens bekennen de twee dordendeelen van den iersten termijn ontfangen te hebben, te weten 200 gld.die zijn daer aen gecort de twee dordendeelen van tgene de gelovers volgens dese geloefte moegen cortten. Testes Ghijsb. Claes ende Cornelis Willems den 13e maij 1629. Item: Thomas Corsten als momboir van den kinde van Jacob Ariens bekent een 6e deel van de 1e termijn wesende 50 gld. ontfangen te hebben dan gecort een 6e deel van den costen alhier geruert bedraegende 3 gld. 4 st. Actum ut supra. Item: Willem Matheeus als momber van de kinderen van Jan Cornelis bekent een 7e part van den 1e termijn ontfangen te hebben. Actum ut supra. Item: Jan Ariens heeft het part der kinderen van Catharina Cornelis hen toecomende in dfren 1e termijn ontfangen. Item: Dierck Adriaen Quirijnen voor hem als voor den weeskinde van Jacob Adriaen Jacop bekent als dat Denijs Dominicus aen hem voldaen heeft een dorde part van den termijn verschenen paesschen 1634 ende een dorde part van alle voorgaende termijnen. Actum 15e junij 1634. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 65 f. 67v-68r-68v] | ||
| van 06-08-1630 tot 04-11-1630 | Samenvatting: ---------------- Aert Caerlse uit Loon op t Sant draagt over aan de gemeenschappelijke weeskinderen van Cathelijn Oerlemans met Juen Dielis en Nicolaes Jansse verwekt, 1/4 deel in een weiland aan de Crommendijk in Besoyen, 10 hond groot, liggend vanaf het Hoogste van de Winterdijk noordwaarts op. Jaarlijks moet 5 gulden aan de kerk van Sprang betaald worden en aan rente 30 stuivers. Transcryptie: --------------- Tot behoef van de weeskinderen van Juen Dielis, verweckt bij Cathelijn Oerlemans. Compareerde voor ons Schout en heemraders des Ambachts van Besoyen, Aert Caerlse, wonend onder Loon op ’t Sant, ende heeft overgegeven, gecedeert ende getransporteert, gaf over, cedeerde ende transporteerde midts desen met een Verlij soo recht was, tot behoef van de gemeene weeskinderen van Cathelijn Oerlemans zaliger, geprocreert bij Juen Dielisse ende Nicolaes Jansse zaliger, seecker gerechte vierde part in een stuck weijlants, gelegen in Besoyen aen de Crommendijck, groot omtrent thien hondts lants, daer ten oosensijde naest gelant leet Wouter Jansse de Bont, west de weghe ende erfgenamen Rob Antonissen, streckende van t Hooghste van de Winterdijck noortwaarts op, gemeen ende onbedeelt, gelegen mette erfgenamen van Ariaen Janssen cum suis ter Oude Straete toe, soo groot ende kleijn t selve aldaer in de Hefslach (?) gelegen is, ende hij comparant daerin gevesticht is, transporteert met geloste van gerechte vierde part van de rente van omtrent vijf gulden jaerlijkcks, die de kerck van Sprangh jaerlijcks op t geheel stuck lants is heffende volgens jaer manuaal of brief. Sonder meerlasten .. ende geloofdent de somme voorsegd rente van dartich stuijvers te vrijen waren ende claren en alle voorcomende af te doen, midtsgaders de verlopen renthen tot dese daghe toe, uytgenomen de lopende Dorps commer. Achtervolgens de coopsele hier van tussen partijen gemaeckt van date de 6e augustus 1630, sonder froude des voorscreven .. dese gifte ten register ondertekent op ten 4e november 1630. # transporten met alle schouwen ende tot s lant toe behorende. in de marge, onderaan: den 40e penninck bedraecht over 200 gulden in twee payen te somme van 4 gulden ondertekend: A. van Andel Jan Dirc .. Aert Schalken |
[bron: Besoyen Dorpsbestuur Inv. 655 f.184r] | ||
| 09-05-1631 | Samenvatting: Tot behoef van de onmondige weeskinderen van Cathelijn Cornelis Oerlemans, verwekt bij Juen Dielis en Claes Jansse Hagen, dragen Huybert en Floris Florisse, broers, wonend in Loon op t Sant, over hun 1/4 part in een weiland aan de Crommendijk in Besoyen, met 5 jaar rente, met 17 1/2 stuivers per jaar, voor de kerk van Sprang Toelichting: ------------ Ben benieuwd of de Huybert en Floris Florisse familie van ze is: is hun vader Floris Hendrik Reijnen, getrouwd met Adriaenke Cornelis Oerlemans? die zouden in de tijd gezien rond de 60 jaar zijn. Twijfel wel: in 1651 stuurt Huybert Florissen als schepen van Loon op Zand een bericht naar Sprang over de slechte toestand van de bodem, de landerijen te Sprang (Dorpsbestuur Sprang Inv. 887). Als dat dezelde is, zou die al heel oud zijn. |
[bron: Besoyen Dorpsbestuur Inv. 655 f.201v] | ||
| van 26-02-1640 tot 08-04-1640 | Samenvatting: ---------------- Dielis Juens, Jan Juens, en Adriaen Peterse Millenaer, voogd voor Jan Claes Hagen, kind van Claes Jan Hagen verkopen aan Cornelis Peterse Leu te Sprang, de helft van een weiland aan de Crommendijk in Besoyen, in t geheel 9 hond en 50 roey, strekkend van de Winterdijk tot de Oude Straete, voor 475 gulden, met de jaarlijkse last van 2 gulden en 7 1/2 stuiver voor de kerk van Sprang. De koopcedule is op 8 april 1640 gemaakt, en is nu op 8 april 1640 ondertekend. (op straffe van verdubbeling van de 40e penning moest het transport aangegeven worden binnen 6 weken bij de magistraat of bij het gerecht) Onder de akte is geschreven: De 40e penning over de 475 gulden bedraagt 11 gulden, en die is betaald. Later is bijgeschreven: De koper heeft de eerste termijn, de helft van de aanschaf betaald, en zal volgens de afspraak in de koopcedule in 1641 de andere helft betalen. |
[bron: Besoyen Dorpsbestuur Inv. 656 van 1634-1644 f. 76r scan 79] | ||
| 21-04-1642 | Samenvatting: ---------------- Ter eenre: Juen Ariaensse van den Heuvel, Vranck Ariaensse van den Heuvel, Wouter Jorisse voor zijn vrouw Aeltje Ariaensse, Ariaen Dyrcxsen Kolen, weduwnaar van Lijsken Ariens, allen erfgenamen van Adriaen Juensse zaliger. Ter andere: Dielis Juensse, Jan Juensse, Dielis Juensse voor Claes Jan Hagen, zijn halfbroer, verwekt bij Catelijn Oerlemans zaliger Voor de erfgenamen van Adriaen Juens gaat het om alle percelen, gekomen en aanbestorven van hun vader en grootmoeder, en ook die hun vader aanbestorven zijn van Handrick Juens (zijn broer) behalve: de 4 hond land in het 1/3 deel van de 12 hond land over de Oude Straet gelegen midtsgaders (=ook) de helft van 12 hond land in liuit of linit (?) gelegen in Besoyen, belaste met jaarlijks een half mud kerkrogge voor Besoyen, en ook 1/4 part in een stede in Baardwijk. Met nog een bedrag van 40 pond zo overeengekomen op 21 april 1642. Dit bedrag, blijkbaar gelijk aan 50 gulden, is weggestreept tegen de landhuur achter Teunis Aelberts gelegen. Over de 40e penning die betaald moet worden over 1/4 deel van de stede te Baardwijk, die de erfgenamen van Ariaen Juens in mangelinge hebben ontvangen, die is geschat door de schepenen van Baardwijk op 625 gulden, met een volledige waarde van 2500 gulden. Dat betekent 15 gulden en 12 1/2 stuiver aan 40e penning. Over het land, goederen die de erfgenamen van Juen Dielis tegen het 1/4 part in de stede ontvangen hebben, gecomen van Hendrick ende Arien Juens, mede-erfgenamen van Gijsbertken Lamberts, hun moeder, bestaande uit 5 percelen, geldt ook de somme van 625 gulden, nog 50 gulden die zij tegen elkaar weggestreept hebben, komt de 40e penning op 15 1/2 gulden. De 40e penning is sinds 1598 ingesteld omdat de oorlog veel geld kostte. Het is een overdrachtsbelasting op goederen, en bedraagt 1/40 deel ofwel 2,5%. Toelichting: ------------- De 1e partij draagt alle goederen over, behalve de genoemde. Maar ook krijgen zij goederen overgedragen, vandaar de term erfmangeling. Daar lijkt het 1/4 deel van de stede te Baardwijk bij te zitten, gezien de 40e penning die daarover berekend is. Helemaal zeker weten, doe ik het niet. De stede te Baardwijk zal te maken hebben met Hendrick Juensse: zijn weduwe woonde in Baardwijk, ten tijde van de akte van 9 juli 1626. De 1e partij zijn de nakomelingen van Adriaen Juensse. Bij Juen en Vranck is bij de ondertekening Van den Heuvel toegevoegd aan hun naam. De 2e partij zijn de nakomelingen van Catelijn Oerlemans en haar 2 echtgenoten. In 1642 zijn Dielis en Jan Juensse ouder dan 25 jaar, en Jan Claes Jan Hagen is dat nog niet. Dat betekent dat de eerste 2 geboren zijn voor 1617. Van Jan had ik al aangegeven dat die na 1622 geboren moet zijn (het vroegst mogelijke overlijden van de vader van Dielis en Jan). Dus die is dan hooguit 20 jaar. |
[bron: Besoyen Dorpsbestuur Inv. 655 f.102v/103r] | ||
| van 08-11-1642 tot 09-03-1643 | Toelichting: ------------- Op 19 november 1631 hebben de kinderen van Catharina de stede en de percelen gekocht van hun neven, de kinderen van hun oom Jan. Met recht van naerderschap deden ze de koop door Adriaen Willemsen teniet. Blijkbaar heeft Jan bij de deling tussen hem en zijn broer en halfbroer deze stede en de percelen gekregen. Jan woont in Besoyen, en misschien is daar de deling terug te vinden. Op 8 november 1642 wil hij verkopen aan Adriaen Willem Adriaen Wouters, waarschijnlijk dezelfde koper als in 1631. Op 9 maart 1643 komen ze overeen de koop teniet te doen. Verder: in de akte staat als zijn vader Iewaen Gielissen, terwijl dat in andere akten Juen Dielissen is. Bijzonder is dat zijn moeder als Catharina Cornelis Cornelis Oirlemans genoemd staat, met ook haar opa’s naam erbij. Het is tot nu toe de enige akte, die ik gevonden heb, waarin dat gebeurd is. Misschien speelt mee dat er ook een Catharina Cornelis Peter Oirlemans is. Transcryptie: --------------- RAT. 781 Loon op Zand. R 70 f 40v/41r d.d. 8-11-1642. Jan sone wijlen Iewaen Gielissen bij den selven wijlen Iewaen ende Catharina dochtere wijlen Cornelis Cornelissen Oirlemans tsaemen verweckt, de helft hem als hij seijde, onbedeijlt toebehoirende in het groot woonhuijs eender stede lants gestaen ende gelegen binnen der heerlicheijt van Venloon ter plaetsen genoempt de Vaerte aen den Ouden Draijer, beginnende ’t selve woonhuijs van den caemere aff metten helft onbedeijlt van den brouwhuijse ende verckenskoije daer bij staende, mitsgaeders de helft onbedeijlt van den noirdenzijde van de aenstede daer aen ende omme liggende, oistwaert aen eene stege aldaer loopende, zuijtwaerts ende westwaerts aen erffenisse der erffgenaemen wijlen Robbrecht Geeridts ende noirtwaert aen sheerenstraete. Noch de helft onbedeijlt in een parceel lants wesende het tweede loth in eenen acker genoempt den Hoogen acker beginnende vuijtten westen, ’t selve geheel loth gelegen aldaer oistweaerts aen erffenisse der erffgenaemen wijlen Jan Peter Jacops, zuijtwaerts aen het ijerste loth toecomende Adriaen sone wijlen Willem Adriaen Wouters, westwaert ende noirtwaert aen de Vaerte. Noch de helft onbedeijlt in een parceel lants wesende het 4e loth in den voorst. Hoogen acker, ’t selve geheel 4e loth oistwaerts aen erffenisse der erffgenaemen wijlen Jan Wouter Claessen de Bondt, zuijtwaerts aen Adriaen Willemssen voorst. westwaert ende noirtwaert aen de voorst. vaerte, ende noch de helft onbedeijlt van de zuijdenzijde van eenen ackerlants genoempt Geeridt Oirlemans acker gelegen aldaer aen den noirdenzijde van de voorst. vaerte. Allen de voorst. parceelen van erffenisse soe groot ende cleijn als hem de selve bij erffscheijdinge ende erffdeijlinge tusschen de voor ende naekinderen wijlen Catharina Cornelis Oirlemans zijnen moedere gemaeckt onbedeijlt zijn aengecomen, soe hij insgelijcx seijde, heeft hij wettelijck ende erffelijck opgedraegen ende overgegeven Adriaen sone wijlen Willem Adriaen Wouters voorgenoempt. Met affgaen ende verthijen alsoe gewoonlijck ende recht is. Gelovende de voorst. transportant als schuldenaer principael op hem ende allen zijne goederen, hebbende ende vercrijgende, de voirgeruerde parceelen van erffenisse den voirn. Adriaen sone wijlen Willem Adriaen Wouters te waeren, als men erve schuldich is te waeren ende allen comer, calangie ende aentael daer inne wesende den selven aff te doen geheelijcken. Vuijtgenomen des dorpscommer. Ende oft hier naemaels met wege van recht bevonden wordden hier vuijt meer commers ’t sij van renten, chijnsen oft pachten te gaen, daer men ’t deser tijdt nijet aff en weet, den selven sal men den cooper moegen aencoopen ’t gene lossbaer is naer vuijtwijsens de lossbrieven daer aff zijnde, ende ’t gene onlossbaer is naer arbitraige van twee schepenen bij partijen oft henne naecomelingen daer toe te assumeren. Oijck wordt besproken ende geconditioneert als dat de voornoempden Adriaen coopere sal hebben te houden ende onderhouden alle gebuerlijcke lasten ende rechten totte voorst. parceelen van erffenisse behoirende, ende daer toe oijck te wegen ende te stegen allen den ghene die men van rechts ende gewoonte schuldich is te wegen ende te stegen. Testes et actum ut supra. In marge: Compareerden etc. Jan sone wijlen Iewaen Gielissen ter eenre ende Adriaen sone wijlen Willem Adriaen Wouters ter andere zijden. Ende hebben verclaert als dat zij met hender beijde consent ende wille doot ende te nijet gedaen hebben, gelijck zij doot ende ten nijet doen midts desen den coop van de helft van het groot woonhuijs, brouwhuijs ende verckenskoeije in desen vermelt ende oijck den coop van allen andere parceelen van erffgoederen in desen breeder verhaelt. Consenterende daeromme dat dit tegenwoirdich transporte mette geloefte daerop gevolght, ende allen andere bescheeden ’t sij coopcele oft andere hier van gepasseert sullen wordden, gecasseert ende gecanseleert. Testes G. Claessen et Aert Jan Janssen den 9e martij 1643. RAT. 781 Loon op Zand. R 70 f 41r/v d.d. 8-11-1642. Adriaen sone wijlen Willem Adriaen Wouters heeft geloeft als schuldenaer principael op hem ende allen zijne goederen, hebbende ende vercrijgende, Jannen sone wijlen Iewaen Gielissen woonende in den ambachte van Besoijen de somme van vier hondert ende seventich ca. gld. den ca. gld. tot 20 stuijvers ende den stuijver tot twee grootten vlaems goet gancbaer gelt het stuck gerekent te geven ende te betaelen in drije termijnen, elcken termijn een gerecht dorde part, waeraff den ijersten termijn betaelt sal wordde alsnu gereet, den 2e int hoochtijt van alderheijligen 1643 ende den 3e oft lesten int hoochtijt van alderheijligen 1644 daeraen volgende sonder langer dilaije. Op pene van prompte ende parate executie sonder in contradictie, oppositie oft appellatie ontfangen te wordden ten zij namptizatie ijerst ende voor al sal wesen gescheidt. Procederende de voorst. somme van vier hondert ende 70 ca. guldens over coop van seeckere parceelen van erffenissen hem gelover bij ende van wegen des voorst. Jan sone wijlen Iewaen Gielissen op heden date deser voor schepenen van Venloon opgedraegen ende overgegeven. De welcke hij gelover midts desen voir de voorst. somme is stellende tot speciael hypotheecq. Testes ut supra. In marge: Jan sone wijlen Iewaen Gielissen bekent den 1e termijn deser geloefte, die gereet betaelt moet wordden van de geloever ten vollen ontfangen te hebben. Actum den 8e november 1642. Item: Alsoe Jan Iewaens den 9 martij 1643 geloefte gedaen heeft van 156 gld. 13 st. 1 oirt, soe bekent Adriaen Willemssen dat den voorst. betaelden 1e termijn deser geloefte hem daer mede is gerestitueert ende voldaen. Testes G. Claessen et Aert Jan Janssen. Actum 9 martij 1643. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 70 f 40v/41r/41v scan 43-44] |
| van 02-09-1611 tot 16-09-1611 | Samenvatting: ----------------- Cornelis Cornelisse Oerlmans koopt samen Robbert Jan Lauwen, Meilis Melissen Verstegen en Jan Janssen de jonge uit Sprangh, van Vrouwe Marie van Renesse, Vrouw tot Loon een lot moerdellen genoemd de Quaertalen dellen. Die beginnen aan het Westeneinde, naast de moeren van de Vrouwe van Loon, noordwaarts de nieuw gegraven waterlaat naast de Rechte Vaart, ten zuiden de gemene weg, en ten oosten Robbrecht Geraertsse. Het gaat om 13 lopensaat, 25 roeden (bijna 3 hectaren). Ze mogen 30 jaar de grond steken en exploiteren. Toelichting: ------------- Als schepen is Cornelis Cornelisse Oerlmans aanwezig. Tegelijkertijd koopt Cornelis Cornelisse Oerlmans de moerdellen. Is de koper de zoon, en de schepen de vader? Aangezien dit niet te bepalen is, heb ik bij beide dit opgenomen. Transcryptie: --------------- RAT. Loon op Zand. R 62 f 38v d.d. 9-9-1611. Jeronimus Benedictus als executeur van den testamente ende uijt cracht van procuratie hem gegeven bij Vrouwe Marie van Renesse, vrouwe tot Loon naergelaeten weduwe wijlen heeren Dircken van Immerselle en heer Engelberts van Immerselle vrijheer tot Bochoven etc. Heer Thomas de Thiemes Heer tot Hueckelum etc. ende met hem Mr. Theodore Engelkens licentiaat der rechten als mede executeurs van den voirst. testamente, heeft in de voirst. qualiteit, wel ende wettelijck vercocht Cornelis Cornelisse Oerlmans, Rob Jan Lauwen, Melis Melissen Verstegen ende Jan Jansse de jonge tot Sprangh, een lot moerdellen groot 13 luepensaet, 25 roijen, gelegen binnen der heerlich. Venloon ter plaetsen genoempt Quaertalen dellen beginnende aan de westen eijnde naest die moeren van de vrou van Loon, noortwaerts aen den nieuwen gegravene waterlaet naest die rechte vaert, suijden den gemeijne wech ende oist Robbrecht Geraertsse. Ende heeft het hem opgedragen ende overgegeven met affgaen ende vertijden alsoo gewoonlijck ende recht is. Om het voirst. lot dellen eens van den gront te stecken, te delven ende te gebruijcken den tijt van 30 jaeren van nu aen beginnende en de voirst. 30 jaeren geexpireert ende verleijndt wesende het selven lot dellen als dan wederom te verlaeten in vuegen ende manieren het selven als dan gelegen sal wesen. Gelovende die voirn. Jeronimus Benedictus in de qualiteijt voirst. onder de verbijntenissen van des vrouwen van Loons goederen, dit opdragen ende overgeven den voirn. Cornelis Cornelisse Oerlmans altois vast ende van waerden te houden, ende het selven lot moerdellen te vrijen ende te waeren als men moerdellen schulidch is te waeren. Testes scabini, Cornelis Cornelisse Oerlmans ende Cornelis Dirck Franssen den 9e september 1611. RAT. Loon op Zand. R 62 f 38v d.d. (onvolledige akte, zie folio 41r) Cornelis Cornelisse Oerlemans ende met hem Rob Jan Lauwen, Melis Melissen Verstegen ende Jan Jansse de jonge tot Sprangh, hebben geloift individueel een voor al Jeronimus Benedictus tot behoeff van Mevrouwe van Loon offte haeren soone Jo. Engelbert van Immerselle offte thoonder deses de somme van negenhondert gld. en vierhalve st. te betaelen in vijff termijnen offte jaeren, elcke termijn 180 gld. 3 oirt en 2 pen. Waer aff den iersten termijn verschijen sal tot paesschen 16…. RAT. Loon op Zand. R 62 f 39r d.d. 2-9-1611. (Identiek aan folio 38r) Dirck Jansse van Broechoven etc. RAT. Loon op Zand. R 62 f 39v d.d. (identiek aan folio 38v) RAT. Loon op Zand. R 62 f 39v en f 40r d.d. 16-9-1611. Jeronimus Benedictus als executeur etc. heefft in de voirst. qualiteijt wel ende wettelijck vercocht Rob Geraertsse, Hendrick Anthonisse, Ariaen Petersse, Dirck Arijaensse, Gijsbert Petersse ende Jan Laureijssen een lot moerdellen groot 13 lps. 25 roijen, gelegen binnen de heerl. Venloon ter plaetsen genoempt Quaetaelen dellen wesende het tweede lot moers, dierste lot dat Cornelis Cornelisse Oerlmans metten sijnen toebehoirt, lanck oist ende west sevenensestich en een halve roijen, noorden en suijden breet tien roijen en heeft het hem opgedragen ende overgegeven etc. om het voirst. lot moerdellen etc. Testes scabini Mr. Peter Sallen ende Cornelis Dircksse den 16e september 1611. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 62 f 38v] | ||
| van 22-12-1615 tot 23-12-1615 | Samenvatting: ---------------- Claes Cornelis Cornelisse koopt een lot moer in de Egmont over volgens het recht van vernadering, dat zijn vader verkocht heeft aan Joost Peter Bertroms en Rob Jansse Lauwen. Getuigen zijn Cornelis Dircksse ende Dirck Jansse. Claes Cornelis Cornelisse koopt 2 percelen moer over volgens het recht van vernadering, dat zijn broers Cornelis, Jan en Dirck verkocht hebben aan Ariaen Jansse Lauwen en Anthonis Corsten. Getuigen zijn Anthonis Hendricx Oerlmans ende Cornelis Cornelisse. Toelichting: ------------ De naam Oerlemans is niet genoemd. De combinatie van de 3 broers zou wel heel toevallig zijn, als het niet zo was. Vandaar dat ik deze akte daarbij geplaatst heb, en Claes als broer toegevoegd heb. Wel met een aanduiding van waarschijnlijkheid, omdat ik hem verder niet tegengekomen ben. Er is 1 akte van 26 juli 1608 waarbij Ariaenke Claes Cornelis Cornelisse Oerlemans genoemd is, als eerdere echtgenote van Floris Hendrick Reijnen. Dat had Ariaenke Cornelis Oerlemans moeten zijn. Zij is al voor 5 januari 1588 gestorven. De Cornelis Cornelisse zal overeenkomstig andere akten ook Oerlemans zijn. Dat moet dan gezien de context wel zijn vader zijn, Cornelis Cornelisse Oerlemans de oude. Transcryptie: --------------- RAT. Loon op Zand. R 62 f 182v d.d. 22-12-1615. Claes Cornelis Cornelisse heeft vernaerdert alsulcke lootken moers geleghen in den Egmont als Cornelis Cornelisse zijnen vader aen Joost Peter Bertroms ende Rob Jansse Lauwen vercocht heeft, ende heeft blijckende penningen geleet. Om etc. Testes Cornelis Dircksse ende Dirck Jansse den 22e december 1615. RAT. Loon op Zand. R 62 f 183r d.d.23-12-1615. Claes Cornelis Cornelisse heeft vernaerdert alsulcke twee parceelkens moers als Cornelis, Jan ende Dirck sijne broeders aen Ariaen Jansse Lauwen ende Anthonis Corsten vercocht hebben. Ende heeft blijkende penningen geleet etc. Om etc. Testes, Anthonis Hendricx Oerlmans ende Cornelis Cornelisse den 23e december 1615. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 62 f. 182v en 183r] | ||
| van 09-04-1631 tot 19-11-1631 | Pdf RAT. Loon op Zand. R 65 f 187v/188r d.d. 9-4-1631. Jan sone wijlen Jan Cornelis Oirlemans ende Adriaen Cornelis Diercxssen als man ende momboir van Lijsken zijne huijsvrouwe dochtere wijlen Jan Cornelis voorst. ende Jan Adriaen Zuenen ende Willem Matheus henne momboirs, soe voor hen als voor Lenaerden ende Adriaentken onmondighe kinderen wijlen Jan Cornelis voorgenoempt, de voorst. momboirs in den naeme ende van wegen als voor, tot het gene hier naervolght, consent ende decret hebbende van schouteth ende schepenen van Venloon, als ons schepenen ondergeschr. gebleken is, de helft onbedeijlt van het groot woonhuijs eender stede lants gestaen ende gelegen binnen der heerlicheijt van Venloon ter plaetsen genoempt de Vaerte aen den Ouden Draijer, beginnende het selve woonhuijs van de caemere aff mette helft onbedeijlt van den brouwhuijse ende verckenskoije daerbij staende. Midtsgaders de helft onbedeijlt van den noirdenzijde van de aenstede daeraenliggende oistwaert aen de stege aldaer, zuijtwaert ende westwaert Joost Peeterssen Swart ende noirtwaert aen sheerenvaert. Item de helft onbedeijlt in een parceel lants wesende het tweede loth in eenen acker genoempt den hoogen acker, beginnende vuijtten westen van de stege aff aen, de welcke aldaer is liggende, het selve geheel loth oistwaert aen erffenisse der erffgenaemen wijlen Jan Peter Jacops, zuijtwaert aen Adriaen Willemssen, westwaert ende noirtwaert aen de Vaerte. Item de helft onbedeijlt in een parcheel lants, wesende het 4e loth inden voorst. acker genoempt den hoogen acker, oistwaert aen de erffgenaemen Jan Wouter Claes, zuijtwaert aen Adriaen Willemssen, westwaert ende noirtwaert aen den vaerte voirst. Ende noch de helft onbedeijlt van de zuijdenzijde van eenen acker genoempt Geeridt Oirlemans acker gelegen aldaer aen de noirdenzijde van de vaerte waer aff de noirdenzijde desselffs acker is toebehoirende Adriaen Willemssen. Allen de voorst. parcheelen soe groot ende cleijn als die den gelijcke kinderen wijlen Jan Cornelis Oirlemans voorgenoempt te deele bevallen zijn soe men verclaerden, hebben zij wettelijck ende erffelijck opgedraegen ende overgegeven Adriaen Willemssen voorgenoempt, met affgaen ende verthijen alsoe gewoonlijck ende recht is. Gelovende de voorst. transportanten ende de voorst. henne persoonen ende allen henne ende der voorst. onmondige kinderen goederen, hebbende ende vercrijgende dit opdraegen ende overgeven den voorst. Adriaen Willemssen vast ende steedich te houden ten eeuwigen daegen, sonder eenich wederseggen ende hem de voorst. parcheelen van goederen te waeren als men erffne schuldich is te waeren. Midtsgaders allen commer, calangie ende aentael daer inne wesende den selven aff te doen geheelijck, vuijtgenomen des dorps commer. Testes Dierck Raessen ende Adriaen Cornelis den 9e aprilis 1631. In marge: Adriaen Peter Willems ende Jan Adriaen Zuenen als momboiren bij den heere geordonneert van de drije onmondige kinderen wijlen Catharina Cornelis Oirlemans respective verweckt bij Ivo Gielissen ende Claes Janssen Haegen, geasssiteert metten schouteth van Besoijen als oppervoocht der selver onmondige kinderen, hebben geboden ende vuijtgereijckt blijckende penningen, om in den naeme ende van wegen der voorgen. onmondige kinderen metten rechte van naerderschappe te lossen ende te quijten dese erffgoederen, ende hebben in der qualiteijt als voor geloeft alles te doen des een naederman schuldich is te doen. Midtsgaders den coopere te indempneren van den geloefte bij hem ter causen van coop van dese erffgoederen gedaen. Testes, Dingeman Jansse ende Adriaen Cornelis den 19e november 1631. RAT. Loon op Zand. R 65 f 188r d.d. 9-4-1631. Adriaen Willemssen heeft geloeft schuldener principael ten behoeve van de kinderen ende erffgrnamen wijlen Jan Cornelis Oirlemans de somme van vijffhondert ende 75 ca. gld. goet gancbaer gelt te geven ende te betaelen in drije gelijcke termijnen, waer aff den iersten betaelt sal wordden gereet, den 2e over een jaer ende den 3e oft lesten den 9e aprilis 1633. Procederende de selve somme ter causen van coop van de voorst. parcheelen van erffgoederen, de welcke hij gelover beneffens zijne andere goederen is stellende tot hypotheecq ende waerborch. Testes et actum ut supra. RAT. Loon op Zand. R 65 f 188v d.d. 16-4-1631. De selve transportanten een vierde part hen onbedeelt toecomende in eenen stede lants mette timmeringe daerop staende ende erffenisse daeraenliggende ende toebehoirende gelegen binnen de heerlicheijt van Venloon ter plaetsen genoempt de vaerte tegen over de Venis Straete, oistwaert aen sheerenstraete, zuijtwaert de erffgenaemen Lenaert Chielen, westwaert aen Burchtken dochtere Jan Lauwen ende noirtwaert aen Joost Peterssen Swart, soe men verclaerden, hebben zij wettelijck ende erffelijck opgedraegen ende overgegeven Roeloff Jacopssen van Hedel met affgaen ende verthijen alsoe gewoonlijck ende recht is. Gelovende de voorst. tramsportanten ende de voorst. momboirs op verbintenisse respective van henne persoonen ende allen henne ende der voorst. onmondige kinderen goederen, hebbende ende vercrijgende etc. Midtsgaders allen commer, calangie ende aentael daer inne wesende den selven aff te doen geheelijcken. Vuijtgenomen een vierde part in een derdendeel van vier vaten roggen sjaers aen den heijlige geest van Venloon met eenen staende ende lopende pacht. Noch een vierde part van des heeren chijns die int geheel vuijtte voorst. stede te vergelden staet ende daer toe des dorps commer. Testes Dierck Raessen ende Ghijsbert Claessen den 16e aprilis 1631. In marge: Adriaen Peter Willems ende Jan Adriaen Zuenen als momboiren van de drije onmondige kinderen wijlen Catharina Cornelis Oirlemans verweckt bij Jan Gielissen ende Claes Janssen haere respective geassisteert metten schouteth van Besoijen als oppervoocht, hebben geboden ende hebben geboden ende vuijtgereijckt blijckende penningen, die zij zeijden den voorst. kinderen hen eijgen te wesen, ome metten rechte van naerderschap te lossen het vierden part der stede alhier geruert. Ende hebben geloeft alles te doen des een naerderman is schuldich te doen, ende den coopere te indemneren van den geloefte bij hem ter causen van coop van het voorst. 4e part gedaen. Testes Dingeman Janssen ende Adriaen Cornelis den 19e novembris 1631. Toelichting: ------------ Dit lijkt te gaan om de goederen, verkregen uit de deling van Cornelis Cornelis de oude. Het gaat namelijk om het 1/4 part, en Cornelis had 4 kinderen, waaronder Jan. De kinderen van Jan willen hun deel verkopen aan Adriaen Willems. Dat gebeurt op 9 april 1631. Maar op 19 november 1631 maken de kinderen van zus Cathelijn de koop ongedaan, en kopen de goederen over met recht van naerderschap. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 65 f. 187v/188v scan 205/208] |
| van 1621 tot 17-08-1622 | Heemraad (Juwen is heemraad van het Ambacht van Besoyen, zols vermeld op het voorblad van het register, opgesteld door Anthonis Aertsen van Andel, schout en secretaris van het Ambacht van Besoyen. Ondertekeningen op 5 juni 1621 (folio 5r), 22 dec. 1621 (folio 10v), en op 16 april 1622 (folio 18v) De laatst gevonden ondertekening is van 17 augustus 1622.) |
[bron: Besoyen - Dorpsbestuur inv. 655 - 1621-1649 - f. 0 - voorblad en f.5r, 10v, 18v en 21v] |
| 09-07-1626 | Samenvatting: ---------------- Maricken Huybert, weduwe van Henrick Iwens, woont tot Baardwijk, en voert een overdracht uit, uit machte van het testament van Gijsbertken Lambertsdochter, de moeder van haar man, gemaakt op 9 augustus 1614 te Sprangh. Na haar mans dood is dat op haar overgegaan. Ten behoeve van de 2 kinderen van Iwen Dielis, zoon van Gijsbertken, en haar zelf: zij krijgt 1/4 part in een schuur en 1/4 part in de helft van een huis met 2 1/2 hond weiland en de bomen daarop. De kinderen hebben de wederhelft en ook 1/4 part in de helft van de hofstad, zoals de deling gemaakt tussen Gijsbertken en haar zoon Juen Dielis, gepasseert voor schout en heemraden van Besoyen (er is geen datum genoemd). Dan volgt de beschrijving van de ligging: de schuer bij de Oude Straete en t huijs met de hofstede tot op het hoogst van de winterdijk. Verder is er voor haar: 1/6 deel in 4 hont zaailand in Besoen op Sprang toe, grenzend aan dat van de kinderen 1/6 deel in 2 morgen land in Besoyen, onbedeeld met de kinderen, grenzend aan Adriaen iwens met zijn kinderen 1/6 deel in 7 1/2 hond land in Besoyen over de oude Straet. Land en goed zijn belast met 1 mudde rogge voor de kerk, en 1 gulden voor de armen van de H. Geest. Toelichting: ------------- 1. In de aanhef staat dat het ook het kind van Catelijn en Claes Jansse betreft, maar in de akte is dat doorgehaald. 2. Het testament van Gijsbertken van 9 augustus 1614 te Sprang is niet online te bekijken, is wel op microfiche beschikbaar. 3. Zij heeft ook een deling gemaakt met haar zoon Juen Dielis. 4. Als Gijsbertken de moeder is van Juen Dielis, en ook van Hendrick Iwens, dan is zij waarschijnlijk 2 keer getrouwd. Uit het huwelijk met Iwen zullen Hendrick, Adriaen, en waarschijnlijk nog een 3e geboren zijn. Uit het huwelijk met Dielis zal Juen geboren zijn. Bij de deling van Gijsbertken met Juen is de helft naar hem toe gegaan. De andere kinderen zullen de andere helft moeten delen. Dat maak ik op uit de 1/6 delen. Het 1/4 part in de helft van schuur en huis en hofstad kan ik niet verklaren: de ene helft is voor de kinderen, maar waarom de andere helft in 4en gaat, begrijp ik niet. 5. De akte zal gemaakt zijn na het overlijden van Herman. Al eerder zullen zijn (half)broer Iwen en zijn vrouw Catelijn en haar 2e man Claes Janse overleden zijn. Iwen heeft als heemraad op 17 augustus 1622 nog wel een akte ondertekend, en was toen nog in leven. Na zijn overlijden is Catelijn hertrouwd met Claes, en die zijn beide voor 9 juli 1626 overleden. Jan, het jongste kind, kan daarmee nog niet oud zijn, hooguit 3 jaar. Transcryptie: --------------- Tot behoef van de onmondige weeskinderen, naergelaten bi Catelijn Cornelis Oerlemans, verweckt bij Iwen Dielissen ende Claes Jansse zaliger, oft de voochden met name Adriaen Juensse ende Jan Adriaensse. Compareerde voor ons Schout ende heemraders des Ambachts van Besoyen ondergeschreven de eerbare Marycken Huyberts, de weduwe wijlen Hendrick Iwens zaliger, wonende tot Baerdwijck, met haer adjunct Dyrck Adriaensse van Kuyk, haer gecoren momboir ofte voocht, die sij koos metten mont ende die heer (?) haer houde, ende hebben overgegeven, geceedeert ende getransporteert, gaven over ende transporteerden midts desenr soo recht ws met een verlij (?), uit machte van seecker testament, gemaeckt bij Gijsbertken Lambersdochter, des voorschreven mans moeder zaliger, gepasseert voor Schout ende Schepenen van Sprangh van date den 9e augustus 1614, als mede bij ’t overlijden haren man zaliger op haar gesuccedeert, ten behoeve van de erfgenamen ofte twee weeskinderen van Cathelijn oerlemans zaliger, verweckt bij Juen Dielissen, haeren eersten man, <doorgehaald: als oock een kint geprocreeert bij Claes Jansse zaliger voornoemt> #ofte de voochden der selve kinderen, met name Ariaen Juensse ende Jan Adriaensse, als gecooren ende geeede voochden# seecker des voorsegden comparantes gerechte vierde part ofte gerechtichd in seecker schuer met het vierde part in de helft van t huijs, mette erfenisse van derdealf (2 1/2) stuck weijlants daerachter aen gelegen ende daer toebehoorende met allen de geboompten ende beplantinghe daerop staende, daer Iwen Dielissen zaliger kinderen de wederhelft van sijn toebehorende. met oock het vierde part in de helft van de hofstadt daer neffen gelegen, volgens scheiding ende deelinge, gemaeckt ende gepasseert voor Schout ende heemraders van Besoyen, daer ten oosten naest gearft leggende de erfgenamen van Dries Wouters ende de ergenamen van Jan Berentsse erve, ten westen Meus Doudijns ende de voorsegde weeskinderen van Juen Dielisse erve, streckende van des Heerenstraeten af noortwaerts op, gemeen ende onbedeelt, gelegen mette voorsegde weeskinderen van Juen Dielisse cum suis ter Ouder Straete toe, ende t huijs mette hofstadt tot op t hoochsten van deWynterdijck toe, # belast in t gheel daer de schuer op staat met t lant daer acher gelegen met een mudde bestijense (?) kerckrogge jaerlijcks, midtsgaders een gulden jaerlijcks ten behoeft van de H. Geest op ’t ander lant ende ghoet #, Item haer gerechtichheijt ofte seste part in seecker omtrent vier honden saylants, gelgen in Besoyen, daer oost naest leggende Jacob Joosten, west de kidneren van Juen Dielisse voorsegd, streckende van Juen Dielisse kinderen erf af suytwaerts op ten Spranghen toe, onbedeelt metten voorsegde kinderen gelegen. Item alnoch haere gerechte seste part ofte gerechtichheijt in twee morgen lants, gelegen in Besoyen, onbedeelt mette voorsegde kinderen, ende met Adriaen Iwens met zijn kinderen daer ten westen naest leggende. Corstiaen Willemsse erfgenamen erve. ten oosten jacob Joosten erve, streckende van Geerit van Andels aerfe af aen noortwaerts op ten Hantel (?) toe. Noch haer gedeelt ofte seste part in t erve (?), ofte achtalf (7 1/2) hont lants in omtrent elf hont lants, gelegen in Besoyen over de Oude Straet, gemeen ende onbedeelt, gelegen mette kinderen van Juen Dielissen westwaerts, ende met Adriaen Juens daer ten oosten naest geaerft leggen Geerit Geeritsse ten westen, Cornelis erfgenamen cum suis, streckende van der Oude Straete tot de efgenamen van Joost Adriaensse erfe toe. Aen hare parte ofte gerechtichden haer in der voorsegde qualite aengecomen ende toebehorende sijn ende verteghen hierop naer de oude hercomen ende lantrechte met handt halen ende met monde soo billecq als recht was, met alle schowen, keuren van wercken, stegen ende wegen ende alle andere nabueren gerechtichden, tot alle de voorsegde partn ofte percelen van vankanden "ende huijs ofe schuer" toebehorende ende geloosdeert boven de voorsegde kerckenroggen "ende de H. Geest rente van een gulden jaerlijcks"vrij ende ware ende klarn ende allen vooscreven af te doen tot dese dage toe, uijtgenoemn den lopen dorps commer, alles sonder froude, des t oirconden dese gifte bij Schout ende rerecht, onderteeckent op ten 9e julianno 1626 in de marge onderaan: den 40e penninck beloopt over 700 guldens in twee payen ter somme van 19 gulden 10 stuijvers. Ondertekenen: A. van Andel Jacop Joosten Michael Jaghers .. Claes Goyertse, ende Aerts Schalcken. |
[bron: Besoyen Dorpsbestuur Inv. 655 f.104v en 105r scan 109] | ||
| van 08-01-1629 tot 15-06-1634 | Samenvatting: ---------------- 1e akte: De erfgenamen van Anthonis Hendricxen Oirlemans dragen over aan Wouter, Cornelis ende Geeridt, gebroederen sonen wijlen Henrick Wouter Schalcken, en zus Anneke een stede lants te Kaatsheuvel met huysinge, schuur en erfenisse eromheen, en een akker genaamd de Nagtegaal. Als erfgenamen: Wouter Jan Wouter Claessen de Bondt, weduwnaar van Anneken Anthonis Hendrick Oirlemans, voor 1/3 deel Dierck Anthony Quirijnen, man van Marie Anthonis Hendrick Oirlemans, en Wouter Jan Wouters ook voor het onmondig kind van Jacob Adriaen Jacobs (procuratie voor notaris Aerden van Tuyl te Waalwijk op 6 januari 1629 verleend door bloedvoogd Thomas Corstiaens) voor de onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans voogden Jan Adriaen Suenen en Willem Matheeus Jansen Berchmans voor de onmondige kinderen van wijlen Ivo Gielissen ende Claes Janssen Haegen verweckt bij Catharina dochtere wijlen Cornelis Cornelis Oirlemans altesaemen voor de resterende 2/3 delen. 2e Akte: De kopers zullen vrijgesteld zijn van alle lasten, behalve van een jaarlijkse pacht van 11 1/2 vaten rogge aan de Tafel van de Heilige Geest tot Loon en jaarlijks nog 2 smal hoenders met een capuin gewinchijns aan de Heer van Loon op St. Maarten te betalen. 3e Akte: De kopers zullen er 1810 gulden voor betalen, en wel als volgt: aankomende Pasen 1629 300 gulden het jaar daarna, 1630, ook met Pasen 300 gulden de jaren daarna steeds 200 gulden met Pasen totdat de betaling compleet is. Van de 1e betaling zal 15 gld. 12 1/2 st. voor de schepenen, secretaris, afhanger ende godtspenninck zijn. Daarna de betalingen zoals die door de verkopers ontvangen zijn, met als laatste vermelding, die van 15 juni 1634. Toelichting: ------------- De verkoop gebeurt na de verdeling op 29 september 1628 vastgelegd voor de schepenbank, en na de afspraken die mondeling in 1626 gemaakt zijn. Transcryptie: --------------- RAT. Loon op Zand. R 65 f 67v t/m 68v d.d. 8-1-1629. Wouter sone wijlen Jan Wouter Claessen de Bondt voor een dordendeel, Dierck Adriaen Quirijnen als man ende momboir van Marie zijne huijsvrouwe dochtere wijlen Anthonis Henrick Oirlemans, de voorst. Wouter Jan Wouters vuijt crachte van procuratie hem voor Aerden van Tuijl, notaris openbaer ende seeckere getuijgen op ten 6e januarij lestleden bij Thomas Corstiaens als bloetvoocht van den onmondige kinde van Jacob Adriaen Jacobs binen der Vrijheijt van Waelwijck gegeven ende verleent; Jan Adriaen Suenen ende Willem Matheeus Janssen Berchmans als wettige momboirs van de onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans, ende de voorst. Jan Adriaen Suenen insgelijcx als momboir ende hem fort ende sterck maeckende voor de onmondige kinderen van wijlen Ivo Gielissen ende Claes Janssen Haegen verweckt bij Catharina dochtere wijlen Cornelis Cornelis Oirlemans altesaemen voor de twee resterende dordendeelen. Eene stede lants metter huijsinge ende schuere daerop staende ende erffenisse daer aenliggende, gelegen binnen der heerlicheijt van Venloon ter plaetsen genoempt den Ketshoevel, oistwaert de erffgenaemen wijlen Aert Peeterssen Crents, zuijtwaert sheerenstraete, westwaert de erffgenaemen Aert Wouter Lochten ende noirtwaert de twelff geerden. Ende noch eenen acker genoempt den Nachtegael, gelegen aldaer, oistwaerts de erfrfgenaemen Aert Janssen Vucht, zuijtwaert sheerenvaerte mette selve erffgenaemen, westwaert de erffgenaemen wijlen Ghijsbert Joost Joachims ende noirtwaert de gemeijne straete, beijde de voorst. parcheelen soe groot ende cleijn als die ter voorst. plaetsen gelegen zijn, ende de voorst. Anthonis Hendricxssen midts zijnder doot ende afflijvicheijt heeft geruijmpt ende achtergelaeten soe men verclaerden, hebben zij wettelijck ende erffelijck opgedraegen ende overgegeven Wouter, Cornelis ende Geeridt, gebroederen sonen wijlen Henrick Wouter Schalcken soe tot hennen behoeffne als ten behoeffne van Anneken dochtere wijlen Hendrick Wouters voorst. henne sustere, tsaemen met allen schepenen letteren ende munimenten daeraff gewach doende, ende allen den rechte hen daer inne eenichssins competerende. Met affgaen ende verthijen in manieren in dijen gewoonlijck zijnde. 781. Archief van de schepenbank Loon op Zand, 1358-1810 inv.nr.65 Gelovende de voorst. Wouter Jan Wouters ende Dierck Adriaen Quirijnen als schulderen principael op hen ende allen henne goederen hebbende ende vercrijgende ende de voorst. momboirs op verbintenisse van allen de goederen der voorst. onmondige kinderen insgelijcks hebbende ende vercrijgende, de voorst. stede ende acker den voorst. Wouter, Cornelis, Geeridt ende Anneken te waeren als men erffne schuldich is te waeren ende allen commer, calangie ende aental daer inne wesende den selven aff te doen geheelijck vuijt genomen eenen jaerlijcxsen pacht van elff vaten roggen ende een halff jaers taeffele van den heijlige geest tot Loon naer luijdt van de brieven ende bescheeden daer aff zijnde te betaelen ende noch twee smael hoenderen met eenen capuijn gewinchijns aen den heer van Loon op St. Martensdach te betaelen, ende offer met recht bevonden worden eenigen commer meer vuijt te gaen den selven sal men mogen aencopen naer gemeijnen lantcoop ende goedermans seggen off anderssins naer luijdt van de brieven ende bescheeden daer aff zijnde. Testes Ghijsbert Claes ende Willem Jan Adriaens den 8e januari 1629. RAT. Loon op Zand. R 65 f 68v d.d. 8-1-1629. Wouter, Cornelis ende Geeridt gebroederen, sonen wijlen Henrick Wouter Schalcken soe voor hen selven, als voor Anneken henne sustere hebben geloeft als schulderen principaele op hen ende allen henne goederen, hebbende ende vercrijgende, den voorst. transportanten te geven ende te betaelen de somme van achttien hondert ende thien ca. gld. den ca. gld. tot 20 st. goet gancbaer gelts het stuck gerekent ende dat in dese naervolgende manieren ende termijnente weten drije hondert ca. gld. tot paesschen toecomende, item drije hondert ca. gld. te paesschen 1630 ende voirts alle paesschens 200 ca. gld. tot volder betaelinge toe. Procederende de selve somme ter causen van coop van de stede ende acker bovengeschr. dwelcke zij gelovers voor de betaelinghe der voorst. somme zijn stellende tot hypotheecq ende waerborch. Dies soe sullen de gelovers aen den iersten termijn cortten 15 gld. 12 1/2 st. bij hen aen den schepenen, secretaris, affhanger ende godtspenninck voor het contingent van de bovengeschr. transportanten volgens de vercoopcedulle verschoten ende anderssins aen verteirde costen boven den wijncoop in de vercoopcedulle begroot. Testes et actum ut supra. Item: de voorst. gelovers hebben alnoch verschoten soe aen verteirde costen ten daege van den veste gedaen als rechtscosten sess gld. 16 st. waer aff zij deen hellicht aen den 1e termijn sullen cortten. Testes et actum ut supra. In marge: Wouter Jan Wouters ende Dierck Adriaens bekennen de twee dordendeelen van den iersten termijn ontfangen te hebben, te weten 200 gld.die zijn daer aen gecort de twee dordendeelen van tgene de gelovers volgens dese geloefte moegen cortten. Testes Ghijsb. Claes ende Cornelis Willems den 13e maij 1629. Item: Thomas Corsten als momboir van den kinde van Jacob Ariens bekent een 6e deel van de 1e termijn wesende 50 gld. ontfangen te hebben dan gecort een 6e deel van den costen alhier geruert bedraegende 3 gld. 4 st. Actum ut supra. Item: Willem Matheeus als momber van de kinderen van Jan Cornelis bekent een 7e part van den 1e termijn ontfangen te hebben. Actum ut supra. Item: Jan Ariens heeft het part der kinderen van Catharina Cornelis hen toecomende in dfren 1e termijn ontfangen. Item: Dierck Adriaen Quirijnen voor hem als voor den weeskinde van Jacob Adriaen Jacop bekent als dat Denijs Dominicus aen hem voldaen heeft een dorde part van den termijn verschenen paesschen 1634 ende een dorde part van alle voorgaende termijnen. Actum 15e junij 1634. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 65 f. 67v-68r-68v] | ||
| van 06-08-1630 tot 04-11-1630 | Samenvatting: ---------------- Aert Caerlse uit Loon op t Sant draagt over aan de gemeenschappelijke weeskinderen van Cathelijn Oerlemans met Juen Dielis en Nicolaes Jansse verwekt, 1/4 deel in een weiland aan de Crommendijk in Besoyen, 10 hond groot, liggend vanaf het Hoogste van de Winterdijk noordwaarts op. Jaarlijks moet 5 gulden aan de kerk van Sprang betaald worden en aan rente 30 stuivers. Transcryptie: --------------- Tot behoef van de weeskinderen van Juen Dielis, verweckt bij Cathelijn Oerlemans. Compareerde voor ons Schout en heemraders des Ambachts van Besoyen, Aert Caerlse, wonend onder Loon op ’t Sant, ende heeft overgegeven, gecedeert ende getransporteert, gaf over, cedeerde ende transporteerde midts desen met een Verlij soo recht was, tot behoef van de gemeene weeskinderen van Cathelijn Oerlemans zaliger, geprocreert bij Juen Dielisse ende Nicolaes Jansse zaliger, seecker gerechte vierde part in een stuck weijlants, gelegen in Besoyen aen de Crommendijck, groot omtrent thien hondts lants, daer ten oosensijde naest gelant leet Wouter Jansse de Bont, west de weghe ende erfgenamen Rob Antonissen, streckende van t Hooghste van de Winterdijck noortwaarts op, gemeen ende onbedeelt, gelegen mette erfgenamen van Ariaen Janssen cum suis ter Oude Straete toe, soo groot ende kleijn t selve aldaer in de Hefslach (?) gelegen is, ende hij comparant daerin gevesticht is, transporteert met geloste van gerechte vierde part van de rente van omtrent vijf gulden jaerlijkcks, die de kerck van Sprangh jaerlijcks op t geheel stuck lants is heffende volgens jaer manuaal of brief. Sonder meerlasten .. ende geloofdent de somme voorsegd rente van dartich stuijvers te vrijen waren ende claren en alle voorcomende af te doen, midtsgaders de verlopen renthen tot dese daghe toe, uytgenomen de lopende Dorps commer. Achtervolgens de coopsele hier van tussen partijen gemaeckt van date de 6e augustus 1630, sonder froude des voorscreven .. dese gifte ten register ondertekent op ten 4e november 1630. # transporten met alle schouwen ende tot s lant toe behorende. in de marge, onderaan: den 40e penninck bedraecht over 200 gulden in twee payen te somme van 4 gulden ondertekend: A. van Andel Jan Dirc .. Aert Schalken |
[bron: Besoyen Dorpsbestuur Inv. 655 f.184r] | ||
| 09-05-1631 | Samenvatting: Tot behoef van de onmondige weeskinderen van Cathelijn Cornelis Oerlemans, verwekt bij Juen Dielis en Claes Jansse Hagen, dragen Huybert en Floris Florisse, broers, wonend in Loon op t Sant, over hun 1/4 part in een weiland aan de Crommendijk in Besoyen, met 5 jaar rente, met 17 1/2 stuivers per jaar, voor de kerk van Sprang Toelichting: ------------ Ben benieuwd of de Huybert en Floris Florisse familie van ze is: is hun vader Floris Hendrik Reijnen, getrouwd met Adriaenke Cornelis Oerlemans? die zouden in de tijd gezien rond de 60 jaar zijn. Twijfel wel: in 1651 stuurt Huybert Florissen als schepen van Loon op Zand een bericht naar Sprang over de slechte toestand van de bodem, de landerijen te Sprang (Dorpsbestuur Sprang Inv. 887). Als dat dezelde is, zou die al heel oud zijn. |
[bron: Besoyen Dorpsbestuur Inv. 655 f.201v] | ||
| van 26-02-1640 tot 08-04-1640 | Samenvatting: ---------------- Dielis Juens, Jan Juens, en Adriaen Peterse Millenaer, voogd voor Jan Claes Hagen, kind van Claes Jan Hagen verkopen aan Cornelis Peterse Leu te Sprang, de helft van een weiland aan de Crommendijk in Besoyen, in t geheel 9 hond en 50 roey, strekkend van de Winterdijk tot de Oude Straete, voor 475 gulden, met de jaarlijkse last van 2 gulden en 7 1/2 stuiver voor de kerk van Sprang. De koopcedule is op 8 april 1640 gemaakt, en is nu op 8 april 1640 ondertekend. (op straffe van verdubbeling van de 40e penning moest het transport aangegeven worden binnen 6 weken bij de magistraat of bij het gerecht) Onder de akte is geschreven: De 40e penning over de 475 gulden bedraagt 11 gulden, en die is betaald. Later is bijgeschreven: De koper heeft de eerste termijn, de helft van de aanschaf betaald, en zal volgens de afspraak in de koopcedule in 1641 de andere helft betalen. |
[bron: Besoyen Dorpsbestuur Inv. 656 van 1634-1644 f. 76r scan 79] | ||
| 21-04-1642 | Samenvatting: ---------------- Ter eenre: Juen Ariaensse van den Heuvel, Vranck Ariaensse van den Heuvel, Wouter Jorisse voor zijn vrouw Aeltje Ariaensse, Ariaen Dyrcxsen Kolen, weduwnaar van Lijsken Ariens, allen erfgenamen van Adriaen Juensse zaliger. Ter andere: Dielis Juensse, Jan Juensse, Dielis Juensse voor Claes Jan Hagen, zijn halfbroer, verwekt bij Catelijn Oerlemans zaliger Voor de erfgenamen van Adriaen Juens gaat het om alle percelen, gekomen en aanbestorven van hun vader en grootmoeder, en ook die hun vader aanbestorven zijn van Handrick Juens (zijn broer) behalve: de 4 hond land in het 1/3 deel van de 12 hond land over de Oude Straet gelegen midtsgaders (=ook) de helft van 12 hond land in liuit of linit (?) gelegen in Besoyen, belaste met jaarlijks een half mud kerkrogge voor Besoyen, en ook 1/4 part in een stede in Baardwijk. Met nog een bedrag van 40 pond zo overeengekomen op 21 april 1642. Dit bedrag, blijkbaar gelijk aan 50 gulden, is weggestreept tegen de landhuur achter Teunis Aelberts gelegen. Over de 40e penning die betaald moet worden over 1/4 deel van de stede te Baardwijk, die de erfgenamen van Ariaen Juens in mangelinge hebben ontvangen, die is geschat door de schepenen van Baardwijk op 625 gulden, met een volledige waarde van 2500 gulden. Dat betekent 15 gulden en 12 1/2 stuiver aan 40e penning. Over het land, goederen die de erfgenamen van Juen Dielis tegen het 1/4 part in de stede ontvangen hebben, gecomen van Hendrick ende Arien Juens, mede-erfgenamen van Gijsbertken Lamberts, hun moeder, bestaande uit 5 percelen, geldt ook de somme van 625 gulden, nog 50 gulden die zij tegen elkaar weggestreept hebben, komt de 40e penning op 15 1/2 gulden. De 40e penning is sinds 1598 ingesteld omdat de oorlog veel geld kostte. Het is een overdrachtsbelasting op goederen, en bedraagt 1/40 deel ofwel 2,5%. Toelichting: ------------- De 1e partij draagt alle goederen over, behalve de genoemde. Maar ook krijgen zij goederen overgedragen, vandaar de term erfmangeling. Daar lijkt het 1/4 deel van de stede te Baardwijk bij te zitten, gezien de 40e penning die daarover berekend is. Helemaal zeker weten, doe ik het niet. De stede te Baardwijk zal te maken hebben met Hendrick Juensse: zijn weduwe woonde in Baardwijk, ten tijde van de akte van 9 juli 1626. De 1e partij zijn de nakomelingen van Adriaen Juensse. Bij Juen en Vranck is bij de ondertekening Van den Heuvel toegevoegd aan hun naam. De 2e partij zijn de nakomelingen van Catelijn Oerlemans en haar 2 echtgenoten. In 1642 zijn Dielis en Jan Juensse ouder dan 25 jaar, en Jan Claes Jan Hagen is dat nog niet. Dat betekent dat de eerste 2 geboren zijn voor 1617. Van Jan had ik al aangegeven dat die na 1622 geboren moet zijn (het vroegst mogelijke overlijden van de vader van Dielis en Jan). Dus die is dan hooguit 20 jaar. |
[bron: Besoyen Dorpsbestuur Inv. 655 f.102v/103r] | ||
| van 08-11-1642 tot 09-03-1643 | Toelichting: ------------- Op 19 november 1631 hebben de kinderen van Catharina de stede en de percelen gekocht van hun neven, de kinderen van hun oom Jan. Met recht van naerderschap deden ze de koop door Adriaen Willemsen teniet. Blijkbaar heeft Jan bij de deling tussen hem en zijn broer en halfbroer deze stede en de percelen gekregen. Jan woont in Besoyen, en misschien is daar de deling terug te vinden. Op 8 november 1642 wil hij verkopen aan Adriaen Willem Adriaen Wouters, waarschijnlijk dezelfde koper als in 1631. Op 9 maart 1643 komen ze overeen de koop teniet te doen. Verder: in de akte staat als zijn vader Iewaen Gielissen, terwijl dat in andere akten Juen Dielissen is. Bijzonder is dat zijn moeder als Catharina Cornelis Cornelis Oirlemans genoemd staat, met ook haar opa’s naam erbij. Het is tot nu toe de enige akte, die ik gevonden heb, waarin dat gebeurd is. Misschien speelt mee dat er ook een Catharina Cornelis Peter Oirlemans is. Transcryptie: --------------- RAT. 781 Loon op Zand. R 70 f 40v/41r d.d. 8-11-1642. Jan sone wijlen Iewaen Gielissen bij den selven wijlen Iewaen ende Catharina dochtere wijlen Cornelis Cornelissen Oirlemans tsaemen verweckt, de helft hem als hij seijde, onbedeijlt toebehoirende in het groot woonhuijs eender stede lants gestaen ende gelegen binnen der heerlicheijt van Venloon ter plaetsen genoempt de Vaerte aen den Ouden Draijer, beginnende ’t selve woonhuijs van den caemere aff metten helft onbedeijlt van den brouwhuijse ende verckenskoije daer bij staende, mitsgaeders de helft onbedeijlt van den noirdenzijde van de aenstede daer aen ende omme liggende, oistwaert aen eene stege aldaer loopende, zuijtwaerts ende westwaerts aen erffenisse der erffgenaemen wijlen Robbrecht Geeridts ende noirtwaert aen sheerenstraete. Noch de helft onbedeijlt in een parceel lants wesende het tweede loth in eenen acker genoempt den Hoogen acker beginnende vuijtten westen, ’t selve geheel loth gelegen aldaer oistweaerts aen erffenisse der erffgenaemen wijlen Jan Peter Jacops, zuijtwaerts aen het ijerste loth toecomende Adriaen sone wijlen Willem Adriaen Wouters, westwaert ende noirtwaert aen de Vaerte. Noch de helft onbedeijlt in een parceel lants wesende het 4e loth in den voorst. Hoogen acker, ’t selve geheel 4e loth oistwaerts aen erffenisse der erffgenaemen wijlen Jan Wouter Claessen de Bondt, zuijtwaerts aen Adriaen Willemssen voorst. westwaert ende noirtwaert aen de voorst. vaerte, ende noch de helft onbedeijlt van de zuijdenzijde van eenen ackerlants genoempt Geeridt Oirlemans acker gelegen aldaer aen den noirdenzijde van de voorst. vaerte. Allen de voorst. parceelen van erffenisse soe groot ende cleijn als hem de selve bij erffscheijdinge ende erffdeijlinge tusschen de voor ende naekinderen wijlen Catharina Cornelis Oirlemans zijnen moedere gemaeckt onbedeijlt zijn aengecomen, soe hij insgelijcx seijde, heeft hij wettelijck ende erffelijck opgedraegen ende overgegeven Adriaen sone wijlen Willem Adriaen Wouters voorgenoempt. Met affgaen ende verthijen alsoe gewoonlijck ende recht is. Gelovende de voorst. transportant als schuldenaer principael op hem ende allen zijne goederen, hebbende ende vercrijgende, de voirgeruerde parceelen van erffenisse den voirn. Adriaen sone wijlen Willem Adriaen Wouters te waeren, als men erve schuldich is te waeren ende allen comer, calangie ende aentael daer inne wesende den selven aff te doen geheelijcken. Vuijtgenomen des dorpscommer. Ende oft hier naemaels met wege van recht bevonden wordden hier vuijt meer commers ’t sij van renten, chijnsen oft pachten te gaen, daer men ’t deser tijdt nijet aff en weet, den selven sal men den cooper moegen aencoopen ’t gene lossbaer is naer vuijtwijsens de lossbrieven daer aff zijnde, ende ’t gene onlossbaer is naer arbitraige van twee schepenen bij partijen oft henne naecomelingen daer toe te assumeren. Oijck wordt besproken ende geconditioneert als dat de voornoempden Adriaen coopere sal hebben te houden ende onderhouden alle gebuerlijcke lasten ende rechten totte voorst. parceelen van erffenisse behoirende, ende daer toe oijck te wegen ende te stegen allen den ghene die men van rechts ende gewoonte schuldich is te wegen ende te stegen. Testes et actum ut supra. In marge: Compareerden etc. Jan sone wijlen Iewaen Gielissen ter eenre ende Adriaen sone wijlen Willem Adriaen Wouters ter andere zijden. Ende hebben verclaert als dat zij met hender beijde consent ende wille doot ende te nijet gedaen hebben, gelijck zij doot ende ten nijet doen midts desen den coop van de helft van het groot woonhuijs, brouwhuijs ende verckenskoeije in desen vermelt ende oijck den coop van allen andere parceelen van erffgoederen in desen breeder verhaelt. Consenterende daeromme dat dit tegenwoirdich transporte mette geloefte daerop gevolght, ende allen andere bescheeden ’t sij coopcele oft andere hier van gepasseert sullen wordden, gecasseert ende gecanseleert. Testes G. Claessen et Aert Jan Janssen den 9e martij 1643. RAT. 781 Loon op Zand. R 70 f 41r/v d.d. 8-11-1642. Adriaen sone wijlen Willem Adriaen Wouters heeft geloeft als schuldenaer principael op hem ende allen zijne goederen, hebbende ende vercrijgende, Jannen sone wijlen Iewaen Gielissen woonende in den ambachte van Besoijen de somme van vier hondert ende seventich ca. gld. den ca. gld. tot 20 stuijvers ende den stuijver tot twee grootten vlaems goet gancbaer gelt het stuck gerekent te geven ende te betaelen in drije termijnen, elcken termijn een gerecht dorde part, waeraff den ijersten termijn betaelt sal wordde alsnu gereet, den 2e int hoochtijt van alderheijligen 1643 ende den 3e oft lesten int hoochtijt van alderheijligen 1644 daeraen volgende sonder langer dilaije. Op pene van prompte ende parate executie sonder in contradictie, oppositie oft appellatie ontfangen te wordden ten zij namptizatie ijerst ende voor al sal wesen gescheidt. Procederende de voorst. somme van vier hondert ende 70 ca. guldens over coop van seeckere parceelen van erffenissen hem gelover bij ende van wegen des voorst. Jan sone wijlen Iewaen Gielissen op heden date deser voor schepenen van Venloon opgedraegen ende overgegeven. De welcke hij gelover midts desen voir de voorst. somme is stellende tot speciael hypotheecq. Testes ut supra. In marge: Jan sone wijlen Iewaen Gielissen bekent den 1e termijn deser geloefte, die gereet betaelt moet wordden van de geloever ten vollen ontfangen te hebben. Actum den 8e november 1642. Item: Alsoe Jan Iewaens den 9 martij 1643 geloefte gedaen heeft van 156 gld. 13 st. 1 oirt, soe bekent Adriaen Willemssen dat den voorst. betaelden 1e termijn deser geloefte hem daer mede is gerestitueert ende voldaen. Testes G. Claessen et Aert Jan Janssen. Actum 9 martij 1643. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 70 f 40v/41r/41v scan 43-44] |
| 09-07-1626 | Samenvatting: ---------------- Maricken Huybert, weduwe van Henrick Iwens, woont tot Baardwijk, en voert een overdracht uit, uit machte van het testament van Gijsbertken Lambertsdochter, de moeder van haar man, gemaakt op 9 augustus 1614 te Sprangh. Na haar mans dood is dat op haar overgegaan. Ten behoeve van de 2 kinderen van Iwen Dielis, zoon van Gijsbertken, en haar zelf: zij krijgt 1/4 part in een schuur en 1/4 part in de helft van een huis met 2 1/2 hond weiland en de bomen daarop. De kinderen hebben de wederhelft en ook 1/4 part in de helft van de hofstad, zoals de deling gemaakt tussen Gijsbertken en haar zoon Juen Dielis, gepasseert voor schout en heemraden van Besoyen (er is geen datum genoemd). Dan volgt de beschrijving van de ligging: de schuer bij de Oude Straete en t huijs met de hofstede tot op het hoogst van de winterdijk. Verder is er voor haar: 1/6 deel in 4 hont zaailand in Besoen op Sprang toe, grenzend aan dat van de kinderen 1/6 deel in 2 morgen land in Besoyen, onbedeeld met de kinderen, grenzend aan Adriaen iwens met zijn kinderen 1/6 deel in 7 1/2 hond land in Besoyen over de oude Straet. Land en goed zijn belast met 1 mudde rogge voor de kerk, en 1 gulden voor de armen van de H. Geest. Toelichting: ------------- 1. In de aanhef staat dat het ook het kind van Catelijn en Claes Jansse betreft, maar in de akte is dat doorgehaald. 2. Het testament van Gijsbertken van 9 augustus 1614 te Sprang is niet online te bekijken, is wel op microfiche beschikbaar. 3. Zij heeft ook een deling gemaakt met haar zoon Juen Dielis. 4. Als Gijsbertken de moeder is van Juen Dielis, en ook van Hendrick Iwens, dan is zij waarschijnlijk 2 keer getrouwd. Uit het huwelijk met Iwen zullen Hendrick, Adriaen, en waarschijnlijk nog een 3e geboren zijn. Uit het huwelijk met Dielis zal Juen geboren zijn. Bij de deling van Gijsbertken met Juen is de helft naar hem toe gegaan. De andere kinderen zullen de andere helft moeten delen. Dat maak ik op uit de 1/6 delen. Het 1/4 part in de helft van schuur en huis en hofstad kan ik niet verklaren: de ene helft is voor de kinderen, maar waarom de andere helft in 4en gaat, begrijp ik niet. 5. De akte zal gemaakt zijn na het overlijden van Herman. Al eerder zullen zijn (half)broer Iwen en zijn vrouw Catelijn en haar 2e man Claes Janse overleden zijn. Iwen heeft als heemraad op 17 augustus 1622 nog wel een akte ondertekend, en was toen nog in leven. Na zijn overlijden is Catelijn hertrouwd met Claes, en die zijn beide voor 9 juli 1626 overleden. Jan, het jongste kind, kan daarmee nog niet oud zijn, hooguit 3 jaar. Transcryptie: --------------- Tot behoef van de onmondige weeskinderen, naergelaten bi Catelijn Cornelis Oerlemans, verweckt bij Iwen Dielissen ende Claes Jansse zaliger, oft de voochden met name Adriaen Juensse ende Jan Adriaensse. Compareerde voor ons Schout ende heemraders des Ambachts van Besoyen ondergeschreven de eerbare Marycken Huyberts, de weduwe wijlen Hendrick Iwens zaliger, wonende tot Baerdwijck, met haer adjunct Dyrck Adriaensse van Kuyk, haer gecoren momboir ofte voocht, die sij koos metten mont ende die heer (?) haer houde, ende hebben overgegeven, geceedeert ende getransporteert, gaven over ende transporteerden midts desenr soo recht ws met een verlij (?), uit machte van seecker testament, gemaeckt bij Gijsbertken Lambersdochter, des voorschreven mans moeder zaliger, gepasseert voor Schout ende Schepenen van Sprangh van date den 9e augustus 1614, als mede bij ’t overlijden haren man zaliger op haar gesuccedeert, ten behoeve van de erfgenamen ofte twee weeskinderen van Cathelijn oerlemans zaliger, verweckt bij Juen Dielissen, haeren eersten man, <doorgehaald: als oock een kint geprocreeert bij Claes Jansse zaliger voornoemt> #ofte de voochden der selve kinderen, met name Ariaen Juensse ende Jan Adriaensse, als gecooren ende geeede voochden# seecker des voorsegden comparantes gerechte vierde part ofte gerechtichd in seecker schuer met het vierde part in de helft van t huijs, mette erfenisse van derdealf (2 1/2) stuck weijlants daerachter aen gelegen ende daer toebehoorende met allen de geboompten ende beplantinghe daerop staende, daer Iwen Dielissen zaliger kinderen de wederhelft van sijn toebehorende. met oock het vierde part in de helft van de hofstadt daer neffen gelegen, volgens scheiding ende deelinge, gemaeckt ende gepasseert voor Schout ende heemraders van Besoyen, daer ten oosten naest gearft leggende de erfgenamen van Dries Wouters ende de ergenamen van Jan Berentsse erve, ten westen Meus Doudijns ende de voorsegde weeskinderen van Juen Dielisse erve, streckende van des Heerenstraeten af noortwaerts op, gemeen ende onbedeelt, gelegen mette voorsegde weeskinderen van Juen Dielisse cum suis ter Ouder Straete toe, ende t huijs mette hofstadt tot op t hoochsten van deWynterdijck toe, # belast in t gheel daer de schuer op staat met t lant daer acher gelegen met een mudde bestijense (?) kerckrogge jaerlijcks, midtsgaders een gulden jaerlijcks ten behoeft van de H. Geest op ’t ander lant ende ghoet #, Item haer gerechtichheijt ofte seste part in seecker omtrent vier honden saylants, gelgen in Besoyen, daer oost naest leggende Jacob Joosten, west de kidneren van Juen Dielisse voorsegd, streckende van Juen Dielisse kinderen erf af suytwaerts op ten Spranghen toe, onbedeelt metten voorsegde kinderen gelegen. Item alnoch haere gerechte seste part ofte gerechtichheijt in twee morgen lants, gelegen in Besoyen, onbedeelt mette voorsegde kinderen, ende met Adriaen Iwens met zijn kinderen daer ten westen naest leggende. Corstiaen Willemsse erfgenamen erve. ten oosten jacob Joosten erve, streckende van Geerit van Andels aerfe af aen noortwaerts op ten Hantel (?) toe. Noch haer gedeelt ofte seste part in t erve (?), ofte achtalf (7 1/2) hont lants in omtrent elf hont lants, gelegen in Besoyen over de Oude Straet, gemeen ende onbedeelt, gelegen mette kinderen van Juen Dielissen westwaerts, ende met Adriaen Juens daer ten oosten naest geaerft leggen Geerit Geeritsse ten westen, Cornelis erfgenamen cum suis, streckende van der Oude Straete tot de efgenamen van Joost Adriaensse erfe toe. Aen hare parte ofte gerechtichden haer in der voorsegde qualite aengecomen ende toebehorende sijn ende verteghen hierop naer de oude hercomen ende lantrechte met handt halen ende met monde soo billecq als recht was, met alle schowen, keuren van wercken, stegen ende wegen ende alle andere nabueren gerechtichden, tot alle de voorsegde partn ofte percelen van vankanden "ende huijs ofe schuer" toebehorende ende geloosdeert boven de voorsegde kerckenroggen "ende de H. Geest rente van een gulden jaerlijcks"vrij ende ware ende klarn ende allen vooscreven af te doen tot dese dage toe, uijtgenoemn den lopen dorps commer, alles sonder froude, des t oirconden dese gifte bij Schout ende rerecht, onderteeckent op ten 9e julianno 1626 in de marge onderaan: den 40e penninck beloopt over 700 guldens in twee payen ter somme van 19 gulden 10 stuijvers. Ondertekenen: A. van Andel Jacop Joosten Michael Jaghers .. Claes Goyertse, ende Aerts Schalcken. |
[bron: Besoyen Dorpsbestuur Inv. 655 f.104v en 105r scan 109] | ||
| van 08-01-1629 tot 15-06-1634 | Samenvatting: ---------------- 1e akte: De erfgenamen van Anthonis Hendricxen Oirlemans dragen over aan Wouter, Cornelis ende Geeridt, gebroederen sonen wijlen Henrick Wouter Schalcken, en zus Anneke een stede lants te Kaatsheuvel met huysinge, schuur en erfenisse eromheen, en een akker genaamd de Nagtegaal. Als erfgenamen: Wouter Jan Wouter Claessen de Bondt, weduwnaar van Anneken Anthonis Hendrick Oirlemans, voor 1/3 deel Dierck Anthony Quirijnen, man van Marie Anthonis Hendrick Oirlemans, en Wouter Jan Wouters ook voor het onmondig kind van Jacob Adriaen Jacobs (procuratie voor notaris Aerden van Tuyl te Waalwijk op 6 januari 1629 verleend door bloedvoogd Thomas Corstiaens) voor de onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans voogden Jan Adriaen Suenen en Willem Matheeus Jansen Berchmans voor de onmondige kinderen van wijlen Ivo Gielissen ende Claes Janssen Haegen verweckt bij Catharina dochtere wijlen Cornelis Cornelis Oirlemans altesaemen voor de resterende 2/3 delen. 2e Akte: De kopers zullen vrijgesteld zijn van alle lasten, behalve van een jaarlijkse pacht van 11 1/2 vaten rogge aan de Tafel van de Heilige Geest tot Loon en jaarlijks nog 2 smal hoenders met een capuin gewinchijns aan de Heer van Loon op St. Maarten te betalen. 3e Akte: De kopers zullen er 1810 gulden voor betalen, en wel als volgt: aankomende Pasen 1629 300 gulden het jaar daarna, 1630, ook met Pasen 300 gulden de jaren daarna steeds 200 gulden met Pasen totdat de betaling compleet is. Van de 1e betaling zal 15 gld. 12 1/2 st. voor de schepenen, secretaris, afhanger ende godtspenninck zijn. Daarna de betalingen zoals die door de verkopers ontvangen zijn, met als laatste vermelding, die van 15 juni 1634. Toelichting: ------------- De verkoop gebeurt na de verdeling op 29 september 1628 vastgelegd voor de schepenbank, en na de afspraken die mondeling in 1626 gemaakt zijn. Transcryptie: --------------- RAT. Loon op Zand. R 65 f 67v t/m 68v d.d. 8-1-1629. Wouter sone wijlen Jan Wouter Claessen de Bondt voor een dordendeel, Dierck Adriaen Quirijnen als man ende momboir van Marie zijne huijsvrouwe dochtere wijlen Anthonis Henrick Oirlemans, de voorst. Wouter Jan Wouters vuijt crachte van procuratie hem voor Aerden van Tuijl, notaris openbaer ende seeckere getuijgen op ten 6e januarij lestleden bij Thomas Corstiaens als bloetvoocht van den onmondige kinde van Jacob Adriaen Jacobs binen der Vrijheijt van Waelwijck gegeven ende verleent; Jan Adriaen Suenen ende Willem Matheeus Janssen Berchmans als wettige momboirs van de onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans, ende de voorst. Jan Adriaen Suenen insgelijcx als momboir ende hem fort ende sterck maeckende voor de onmondige kinderen van wijlen Ivo Gielissen ende Claes Janssen Haegen verweckt bij Catharina dochtere wijlen Cornelis Cornelis Oirlemans altesaemen voor de twee resterende dordendeelen. Eene stede lants metter huijsinge ende schuere daerop staende ende erffenisse daer aenliggende, gelegen binnen der heerlicheijt van Venloon ter plaetsen genoempt den Ketshoevel, oistwaert de erffgenaemen wijlen Aert Peeterssen Crents, zuijtwaert sheerenstraete, westwaert de erffgenaemen Aert Wouter Lochten ende noirtwaert de twelff geerden. Ende noch eenen acker genoempt den Nachtegael, gelegen aldaer, oistwaerts de erfrfgenaemen Aert Janssen Vucht, zuijtwaert sheerenvaerte mette selve erffgenaemen, westwaert de erffgenaemen wijlen Ghijsbert Joost Joachims ende noirtwaert de gemeijne straete, beijde de voorst. parcheelen soe groot ende cleijn als die ter voorst. plaetsen gelegen zijn, ende de voorst. Anthonis Hendricxssen midts zijnder doot ende afflijvicheijt heeft geruijmpt ende achtergelaeten soe men verclaerden, hebben zij wettelijck ende erffelijck opgedraegen ende overgegeven Wouter, Cornelis ende Geeridt, gebroederen sonen wijlen Henrick Wouter Schalcken soe tot hennen behoeffne als ten behoeffne van Anneken dochtere wijlen Hendrick Wouters voorst. henne sustere, tsaemen met allen schepenen letteren ende munimenten daeraff gewach doende, ende allen den rechte hen daer inne eenichssins competerende. Met affgaen ende verthijen in manieren in dijen gewoonlijck zijnde. 781. Archief van de schepenbank Loon op Zand, 1358-1810 inv.nr.65 Gelovende de voorst. Wouter Jan Wouters ende Dierck Adriaen Quirijnen als schulderen principael op hen ende allen henne goederen hebbende ende vercrijgende ende de voorst. momboirs op verbintenisse van allen de goederen der voorst. onmondige kinderen insgelijcks hebbende ende vercrijgende, de voorst. stede ende acker den voorst. Wouter, Cornelis, Geeridt ende Anneken te waeren als men erffne schuldich is te waeren ende allen commer, calangie ende aental daer inne wesende den selven aff te doen geheelijck vuijt genomen eenen jaerlijcxsen pacht van elff vaten roggen ende een halff jaers taeffele van den heijlige geest tot Loon naer luijdt van de brieven ende bescheeden daer aff zijnde te betaelen ende noch twee smael hoenderen met eenen capuijn gewinchijns aen den heer van Loon op St. Martensdach te betaelen, ende offer met recht bevonden worden eenigen commer meer vuijt te gaen den selven sal men mogen aencopen naer gemeijnen lantcoop ende goedermans seggen off anderssins naer luijdt van de brieven ende bescheeden daer aff zijnde. Testes Ghijsbert Claes ende Willem Jan Adriaens den 8e januari 1629. RAT. Loon op Zand. R 65 f 68v d.d. 8-1-1629. Wouter, Cornelis ende Geeridt gebroederen, sonen wijlen Henrick Wouter Schalcken soe voor hen selven, als voor Anneken henne sustere hebben geloeft als schulderen principaele op hen ende allen henne goederen, hebbende ende vercrijgende, den voorst. transportanten te geven ende te betaelen de somme van achttien hondert ende thien ca. gld. den ca. gld. tot 20 st. goet gancbaer gelts het stuck gerekent ende dat in dese naervolgende manieren ende termijnente weten drije hondert ca. gld. tot paesschen toecomende, item drije hondert ca. gld. te paesschen 1630 ende voirts alle paesschens 200 ca. gld. tot volder betaelinge toe. Procederende de selve somme ter causen van coop van de stede ende acker bovengeschr. dwelcke zij gelovers voor de betaelinghe der voorst. somme zijn stellende tot hypotheecq ende waerborch. Dies soe sullen de gelovers aen den iersten termijn cortten 15 gld. 12 1/2 st. bij hen aen den schepenen, secretaris, affhanger ende godtspenninck voor het contingent van de bovengeschr. transportanten volgens de vercoopcedulle verschoten ende anderssins aen verteirde costen boven den wijncoop in de vercoopcedulle begroot. Testes et actum ut supra. Item: de voorst. gelovers hebben alnoch verschoten soe aen verteirde costen ten daege van den veste gedaen als rechtscosten sess gld. 16 st. waer aff zij deen hellicht aen den 1e termijn sullen cortten. Testes et actum ut supra. In marge: Wouter Jan Wouters ende Dierck Adriaens bekennen de twee dordendeelen van den iersten termijn ontfangen te hebben, te weten 200 gld.die zijn daer aen gecort de twee dordendeelen van tgene de gelovers volgens dese geloefte moegen cortten. Testes Ghijsb. Claes ende Cornelis Willems den 13e maij 1629. Item: Thomas Corsten als momboir van den kinde van Jacob Ariens bekent een 6e deel van de 1e termijn wesende 50 gld. ontfangen te hebben dan gecort een 6e deel van den costen alhier geruert bedraegende 3 gld. 4 st. Actum ut supra. Item: Willem Matheeus als momber van de kinderen van Jan Cornelis bekent een 7e part van den 1e termijn ontfangen te hebben. Actum ut supra. Item: Jan Ariens heeft het part der kinderen van Catharina Cornelis hen toecomende in dfren 1e termijn ontfangen. Item: Dierck Adriaen Quirijnen voor hem als voor den weeskinde van Jacob Adriaen Jacop bekent als dat Denijs Dominicus aen hem voldaen heeft een dorde part van den termijn verschenen paesschen 1634 ende een dorde part van alle voorgaende termijnen. Actum 15e junij 1634. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 65 f. 67v-68r-68v] | ||
| van 06-08-1630 tot 04-11-1630 | Samenvatting: ---------------- Aert Caerlse uit Loon op t Sant draagt over aan de gemeenschappelijke weeskinderen van Cathelijn Oerlemans met Juen Dielis en Nicolaes Jansse verwekt, 1/4 deel in een weiland aan de Crommendijk in Besoyen, 10 hond groot, liggend vanaf het Hoogste van de Winterdijk noordwaarts op. Jaarlijks moet 5 gulden aan de kerk van Sprang betaald worden en aan rente 30 stuivers. Transcryptie: --------------- Tot behoef van de weeskinderen van Juen Dielis, verweckt bij Cathelijn Oerlemans. Compareerde voor ons Schout en heemraders des Ambachts van Besoyen, Aert Caerlse, wonend onder Loon op ’t Sant, ende heeft overgegeven, gecedeert ende getransporteert, gaf over, cedeerde ende transporteerde midts desen met een Verlij soo recht was, tot behoef van de gemeene weeskinderen van Cathelijn Oerlemans zaliger, geprocreert bij Juen Dielisse ende Nicolaes Jansse zaliger, seecker gerechte vierde part in een stuck weijlants, gelegen in Besoyen aen de Crommendijck, groot omtrent thien hondts lants, daer ten oosensijde naest gelant leet Wouter Jansse de Bont, west de weghe ende erfgenamen Rob Antonissen, streckende van t Hooghste van de Winterdijck noortwaarts op, gemeen ende onbedeelt, gelegen mette erfgenamen van Ariaen Janssen cum suis ter Oude Straete toe, soo groot ende kleijn t selve aldaer in de Hefslach (?) gelegen is, ende hij comparant daerin gevesticht is, transporteert met geloste van gerechte vierde part van de rente van omtrent vijf gulden jaerlijkcks, die de kerck van Sprangh jaerlijcks op t geheel stuck lants is heffende volgens jaer manuaal of brief. Sonder meerlasten .. ende geloofdent de somme voorsegd rente van dartich stuijvers te vrijen waren ende claren en alle voorcomende af te doen, midtsgaders de verlopen renthen tot dese daghe toe, uytgenomen de lopende Dorps commer. Achtervolgens de coopsele hier van tussen partijen gemaeckt van date de 6e augustus 1630, sonder froude des voorscreven .. dese gifte ten register ondertekent op ten 4e november 1630. # transporten met alle schouwen ende tot s lant toe behorende. in de marge, onderaan: den 40e penninck bedraecht over 200 gulden in twee payen te somme van 4 gulden ondertekend: A. van Andel Jan Dirc .. Aert Schalken |
[bron: Besoyen Dorpsbestuur Inv. 655 f.184r] | ||
| 09-05-1631 | Samenvatting: Tot behoef van de onmondige weeskinderen van Cathelijn Cornelis Oerlemans, verwekt bij Juen Dielis en Claes Jansse Hagen, dragen Huybert en Floris Florisse, broers, wonend in Loon op t Sant, over hun 1/4 part in een weiland aan de Crommendijk in Besoyen, met 5 jaar rente, met 17 1/2 stuivers per jaar, voor de kerk van Sprang Toelichting: ------------ Ben benieuwd of de Huybert en Floris Florisse familie van ze is: is hun vader Floris Hendrik Reijnen, getrouwd met Adriaenke Cornelis Oerlemans? die zouden in de tijd gezien rond de 60 jaar zijn. Twijfel wel: in 1651 stuurt Huybert Florissen als schepen van Loon op Zand een bericht naar Sprang over de slechte toestand van de bodem, de landerijen te Sprang (Dorpsbestuur Sprang Inv. 887). Als dat dezelde is, zou die al heel oud zijn. |
[bron: Besoyen Dorpsbestuur Inv. 655 f.201v] | ||
| van 26-02-1640 tot 08-04-1640 | Samenvatting: ---------------- Dielis Juens, Jan Juens, en Adriaen Peterse Millenaer, voogd voor Jan Claes Hagen, kind van Claes Jan Hagen verkopen aan Cornelis Peterse Leu te Sprang, de helft van een weiland aan de Crommendijk in Besoyen, in t geheel 9 hond en 50 roey, strekkend van de Winterdijk tot de Oude Straete, voor 475 gulden, met de jaarlijkse last van 2 gulden en 7 1/2 stuiver voor de kerk van Sprang. De koopcedule is op 8 april 1640 gemaakt, en is nu op 8 april 1640 ondertekend. (op straffe van verdubbeling van de 40e penning moest het transport aangegeven worden binnen 6 weken bij de magistraat of bij het gerecht) Onder de akte is geschreven: De 40e penning over de 475 gulden bedraagt 11 gulden, en die is betaald. Later is bijgeschreven: De koper heeft de eerste termijn, de helft van de aanschaf betaald, en zal volgens de afspraak in de koopcedule in 1641 de andere helft betalen. |
[bron: Besoyen Dorpsbestuur Inv. 656 van 1634-1644 f. 76r scan 79] | ||
| 21-04-1642 | Samenvatting: ---------------- Ter eenre: Juen Ariaensse van den Heuvel, Vranck Ariaensse van den Heuvel, Wouter Jorisse voor zijn vrouw Aeltje Ariaensse, Ariaen Dyrcxsen Kolen, weduwnaar van Lijsken Ariens, allen erfgenamen van Adriaen Juensse zaliger. Ter andere: Dielis Juensse, Jan Juensse, Dielis Juensse voor Claes Jan Hagen, zijn halfbroer, verwekt bij Catelijn Oerlemans zaliger Voor de erfgenamen van Adriaen Juens gaat het om alle percelen, gekomen en aanbestorven van hun vader en grootmoeder, en ook die hun vader aanbestorven zijn van Handrick Juens (zijn broer) behalve: de 4 hond land in het 1/3 deel van de 12 hond land over de Oude Straet gelegen midtsgaders (=ook) de helft van 12 hond land in liuit of linit (?) gelegen in Besoyen, belaste met jaarlijks een half mud kerkrogge voor Besoyen, en ook 1/4 part in een stede in Baardwijk. Met nog een bedrag van 40 pond zo overeengekomen op 21 april 1642. Dit bedrag, blijkbaar gelijk aan 50 gulden, is weggestreept tegen de landhuur achter Teunis Aelberts gelegen. Over de 40e penning die betaald moet worden over 1/4 deel van de stede te Baardwijk, die de erfgenamen van Ariaen Juens in mangelinge hebben ontvangen, die is geschat door de schepenen van Baardwijk op 625 gulden, met een volledige waarde van 2500 gulden. Dat betekent 15 gulden en 12 1/2 stuiver aan 40e penning. Over het land, goederen die de erfgenamen van Juen Dielis tegen het 1/4 part in de stede ontvangen hebben, gecomen van Hendrick ende Arien Juens, mede-erfgenamen van Gijsbertken Lamberts, hun moeder, bestaande uit 5 percelen, geldt ook de somme van 625 gulden, nog 50 gulden die zij tegen elkaar weggestreept hebben, komt de 40e penning op 15 1/2 gulden. De 40e penning is sinds 1598 ingesteld omdat de oorlog veel geld kostte. Het is een overdrachtsbelasting op goederen, en bedraagt 1/40 deel ofwel 2,5%. Toelichting: ------------- De 1e partij draagt alle goederen over, behalve de genoemde. Maar ook krijgen zij goederen overgedragen, vandaar de term erfmangeling. Daar lijkt het 1/4 deel van de stede te Baardwijk bij te zitten, gezien de 40e penning die daarover berekend is. Helemaal zeker weten, doe ik het niet. De stede te Baardwijk zal te maken hebben met Hendrick Juensse: zijn weduwe woonde in Baardwijk, ten tijde van de akte van 9 juli 1626. De 1e partij zijn de nakomelingen van Adriaen Juensse. Bij Juen en Vranck is bij de ondertekening Van den Heuvel toegevoegd aan hun naam. De 2e partij zijn de nakomelingen van Catelijn Oerlemans en haar 2 echtgenoten. In 1642 zijn Dielis en Jan Juensse ouder dan 25 jaar, en Jan Claes Jan Hagen is dat nog niet. Dat betekent dat de eerste 2 geboren zijn voor 1617. Van Jan had ik al aangegeven dat die na 1622 geboren moet zijn (het vroegst mogelijke overlijden van de vader van Dielis en Jan). Dus die is dan hooguit 20 jaar. |
[bron: Besoyen Dorpsbestuur Inv. 655 f.102v/103r] |
![]() |
254 Oerlmans Claes Cornelis Cornelisse, koopt op 22 dec. 1615 via vernadering 1 lot moer bij de Egmont over, verkocht door zijn vader Cornelis Cornelisse - Loon op Zand - Schepenbank Inv. 62 f. 182v |
| van 02-09-1611 tot 16-09-1611 | Samenvatting: ----------------- Cornelis Cornelisse Oerlmans koopt samen Robbert Jan Lauwen, Meilis Melissen Verstegen en Jan Janssen de jonge uit Sprangh, van Vrouwe Marie van Renesse, Vrouw tot Loon een lot moerdellen genoemd de Quaertalen dellen. Die beginnen aan het Westeneinde, naast de moeren van de Vrouwe van Loon, noordwaarts de nieuw gegraven waterlaat naast de Rechte Vaart, ten zuiden de gemene weg, en ten oosten Robbrecht Geraertsse. Het gaat om 13 lopensaat, 25 roeden (bijna 3 hectaren). Ze mogen 30 jaar de grond steken en exploiteren. Toelichting: ------------- Als schepen is Cornelis Cornelisse Oerlmans aanwezig. Tegelijkertijd koopt Cornelis Cornelisse Oerlmans de moerdellen. Is de koper de zoon, en de schepen de vader? Aangezien dit niet te bepalen is, heb ik bij beide dit opgenomen. Transcryptie: --------------- RAT. Loon op Zand. R 62 f 38v d.d. 9-9-1611. Jeronimus Benedictus als executeur van den testamente ende uijt cracht van procuratie hem gegeven bij Vrouwe Marie van Renesse, vrouwe tot Loon naergelaeten weduwe wijlen heeren Dircken van Immerselle en heer Engelberts van Immerselle vrijheer tot Bochoven etc. Heer Thomas de Thiemes Heer tot Hueckelum etc. ende met hem Mr. Theodore Engelkens licentiaat der rechten als mede executeurs van den voirst. testamente, heeft in de voirst. qualiteit, wel ende wettelijck vercocht Cornelis Cornelisse Oerlmans, Rob Jan Lauwen, Melis Melissen Verstegen ende Jan Jansse de jonge tot Sprangh, een lot moerdellen groot 13 luepensaet, 25 roijen, gelegen binnen der heerlich. Venloon ter plaetsen genoempt Quaertalen dellen beginnende aan de westen eijnde naest die moeren van de vrou van Loon, noortwaerts aen den nieuwen gegravene waterlaet naest die rechte vaert, suijden den gemeijne wech ende oist Robbrecht Geraertsse. Ende heeft het hem opgedragen ende overgegeven met affgaen ende vertijden alsoo gewoonlijck ende recht is. Om het voirst. lot dellen eens van den gront te stecken, te delven ende te gebruijcken den tijt van 30 jaeren van nu aen beginnende en de voirst. 30 jaeren geexpireert ende verleijndt wesende het selven lot dellen als dan wederom te verlaeten in vuegen ende manieren het selven als dan gelegen sal wesen. Gelovende die voirn. Jeronimus Benedictus in de qualiteijt voirst. onder de verbijntenissen van des vrouwen van Loons goederen, dit opdragen ende overgeven den voirn. Cornelis Cornelisse Oerlmans altois vast ende van waerden te houden, ende het selven lot moerdellen te vrijen ende te waeren als men moerdellen schulidch is te waeren. Testes scabini, Cornelis Cornelisse Oerlmans ende Cornelis Dirck Franssen den 9e september 1611. RAT. Loon op Zand. R 62 f 38v d.d. (onvolledige akte, zie folio 41r) Cornelis Cornelisse Oerlemans ende met hem Rob Jan Lauwen, Melis Melissen Verstegen ende Jan Jansse de jonge tot Sprangh, hebben geloift individueel een voor al Jeronimus Benedictus tot behoeff van Mevrouwe van Loon offte haeren soone Jo. Engelbert van Immerselle offte thoonder deses de somme van negenhondert gld. en vierhalve st. te betaelen in vijff termijnen offte jaeren, elcke termijn 180 gld. 3 oirt en 2 pen. Waer aff den iersten termijn verschijen sal tot paesschen 16…. RAT. Loon op Zand. R 62 f 39r d.d. 2-9-1611. (Identiek aan folio 38r) Dirck Jansse van Broechoven etc. RAT. Loon op Zand. R 62 f 39v d.d. (identiek aan folio 38v) RAT. Loon op Zand. R 62 f 39v en f 40r d.d. 16-9-1611. Jeronimus Benedictus als executeur etc. heefft in de voirst. qualiteijt wel ende wettelijck vercocht Rob Geraertsse, Hendrick Anthonisse, Ariaen Petersse, Dirck Arijaensse, Gijsbert Petersse ende Jan Laureijssen een lot moerdellen groot 13 lps. 25 roijen, gelegen binnen de heerl. Venloon ter plaetsen genoempt Quaetaelen dellen wesende het tweede lot moers, dierste lot dat Cornelis Cornelisse Oerlmans metten sijnen toebehoirt, lanck oist ende west sevenensestich en een halve roijen, noorden en suijden breet tien roijen en heeft het hem opgedragen ende overgegeven etc. om het voirst. lot moerdellen etc. Testes scabini Mr. Peter Sallen ende Cornelis Dircksse den 16e september 1611. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 62 f 38v] | ||
| van 22-12-1615 tot 23-12-1615 | Samenvatting: ---------------- Claes Cornelis Cornelisse koopt een lot moer in de Egmont over volgens het recht van vernadering, dat zijn vader verkocht heeft aan Joost Peter Bertroms en Rob Jansse Lauwen. Getuigen zijn Cornelis Dircksse ende Dirck Jansse. Claes Cornelis Cornelisse koopt 2 percelen moer over volgens het recht van vernadering, dat zijn broers Cornelis, Jan en Dirck verkocht hebben aan Ariaen Jansse Lauwen en Anthonis Corsten. Getuigen zijn Anthonis Hendricx Oerlmans ende Cornelis Cornelisse. Toelichting: ------------ De naam Oerlemans is niet genoemd. De combinatie van de 3 broers zou wel heel toevallig zijn, als het niet zo was. Vandaar dat ik deze akte daarbij geplaatst heb, en Claes als broer toegevoegd heb. Wel met een aanduiding van waarschijnlijkheid, omdat ik hem verder niet tegengekomen ben. Er is 1 akte van 26 juli 1608 waarbij Ariaenke Claes Cornelis Cornelisse Oerlemans genoemd is, als eerdere echtgenote van Floris Hendrick Reijnen. Dat had Ariaenke Cornelis Oerlemans moeten zijn. Zij is al voor 5 januari 1588 gestorven. De Cornelis Cornelisse zal overeenkomstig andere akten ook Oerlemans zijn. Dat moet dan gezien de context wel zijn vader zijn, Cornelis Cornelisse Oerlemans de oude. Transcryptie: --------------- RAT. Loon op Zand. R 62 f 182v d.d. 22-12-1615. Claes Cornelis Cornelisse heeft vernaerdert alsulcke lootken moers geleghen in den Egmont als Cornelis Cornelisse zijnen vader aen Joost Peter Bertroms ende Rob Jansse Lauwen vercocht heeft, ende heeft blijckende penningen geleet. Om etc. Testes Cornelis Dircksse ende Dirck Jansse den 22e december 1615. RAT. Loon op Zand. R 62 f 183r d.d.23-12-1615. Claes Cornelis Cornelisse heeft vernaerdert alsulcke twee parceelkens moers als Cornelis, Jan ende Dirck sijne broeders aen Ariaen Jansse Lauwen ende Anthonis Corsten vercocht hebben. Ende heeft blijkende penningen geleet etc. Om etc. Testes, Anthonis Hendricx Oerlmans ende Cornelis Cornelisse den 23e december 1615. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 62 f. 182v en 183r] |
| 20-07-1626 | Samenvatting: ---------------- 1e akte: Jan Peters in den Thuyn, namens Mattheeus Janse Berchmans, heeft voor de heemraden van Besoyen, een hooiland van 7 hond in Besoyen gelegen, overgedragen. Het geld is door Jan Cornelis Oirlemans (zijn schoonzoon) ontvangen. Dat is gedaan om te voorkomen, dat de jaarlijkse lasten op Mattheeus zouden blijven vallen. Zo staat nu voor de schepenen van Venloon, Willem Mattheus Jansen Berchmans, als voor de helft erfgenaam van de goederen van zijn vader, en heeft dit bevestigd ten behoeve van de kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans (de vader van Willem, en ook Jan Cornelis zijn overleden). Dit om de positie van Jan Willem Zuenen (de koper, verwacht ik) te versterken. 2e akte: Thonis Wouter Geeritssen met Adriaen, Willem, Schalcken en Peeter, zijn broers, hadden beloofd om aan Matheeus Janssen Berchmans jaarlijks te betalen een cijns van 12 gulden op 7 februari, de 1e keer in 1625. Dit voor een erfenis met timmering (ik denk: een huis met houten aan -of bijbouw), liggend op ’t Hoekske. 3e akte: Willem, zoon van wijlen Mattheeus Jansse Berchmans aan de ene kant, en Jan Willem Zuenen, als voogd van de onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans en Adriana Mattheus Janse Berchmans, aan de andere kant, hebben een deling gemaakt van een schepenbrief van 100 gulden, ten laste van Cornelis Jan Weerdts, en van de helft van een jaarlijkse rente van 12 gulden, op de goederen van de erfgenamen van Wouter Geeritsen, in ’t Hoekske gelegen. De schepenbrief en de helft van de rente zijn aanbestorven bij de dood van Mattheus Janssen Berchmans. De helft van de rente is voor Willem, en de kinderen vertegen (van vertijgen= afstand doen). Met het voorbehoud dat de helft van de rente tijdens het leven van zijn moeder, Jenneke Lenaert aen ’t Sant, bij haar in tocht zal blijven (zij daar nog recht op zal hebben). De schepenbrief komt in handen van de kinderen. Toelichtig: ----------- Na het overlijden van Matheeus Jansse Berchmans en Jan Cornelis Oirlemans is het blijkbaar nodig om een aantal zaken vast te leggen. Jan Cornelis Oirlemans is getrouwd met de Adriaentken, de zus van Willem. Dus eigenlijk gaat het over de rechten en de deling tussen Willem en zijn zus van de goederen van hun vader. Zoals het hooiland te Besoyen, dat verkocht is aan Jan Willem Zuenen. Zoals ook: de kinderen van Wouter Geeritsen verklaren dat aan Matheeus Jansse elk jaar betaald zou worden voor hun huis in ’t Hoekske. Als laatste akte is de verdeling van een schepenbrief en de helft van de opbrengst van het huis aan ’t Hoekske geregeld tussen de erfgenamen van Matheeus Jansse Berchmans. Hierbij is bepaald dat de weduwe dit recht tot haar dood zal bezitten. De weduwe is hier met name genoemd: Jenneke Lenaert aen ’t Sant. Transcryptie: --------------- RAT. Loon op Zand. R 64 f 64r d.d. 20-7-1626. Condt zije eenen iegelijcken. Alsoe Jan Peters in den Thuijn ten behoeffne van Matheeus Janssen Berchmans voor heemraeders der ambachtsheerlijcheijt Besoijen hadde opgedraegen ende overgegeven een stuck hoijlants seven hont off daer omtrent int geheel begrijpende, gelegen in de voorst. ambachtsheerlijcheijt, oistwaert de Heere van Tilborch, zuijtwaert Goijaert Claessen, westwaert Ghijsbrecht Hendrick Wouters alias Span, ende noirtwaert den schouwsloot. Sonder dat de voorst. Matheeus Janssen tot betaelinge van den selven hoijlande gelder off stuijver hadde gefimeert, maer wel ter contrarien waeren allen de cooppenningen geschoten ende getelt door handen van Jan Cornelis Oirlemans. Sijnde de voorst. opdrachte oft gifte ten behoeffne van den voorst. Matheeus Janssen bij kennisse van de voorst. Jan Cornelis alleen geschiedt om te verhueden zeeckere oncosten die jaerlijcx op den voorst. hoijlande gevallen ende geresen souden hebben, soe verre het selven ten behoeffne van den selven Jan getransporteert hadde geweest. Soe is gestaen voor schepenen ondergeschreven Willem sone Matheeus Janssen erffgenaem voor deene hellicht van den selven Matheeus, ende heeft op het voorst. stuck hoijlants tsaemen op allen schepenen letteren daer aff gewach doende, ende allen den rechten hem daer inne eenichsins competerende off naemaels alnoch te competeren ten behoeffne van de onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans wettelijck ende erffelijck vertegen helmelingen in manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Gelovende sup se et bona etc. consitituerende ende machtich maeckende tot meerder vasticheijt van dijen Jannen Adriaen Zuenen, om de voorst. verthijenisse ede renunciatie voor den gerichte van Besoijen ende elders daer des van noode soude moegen wesen te vernijeuwen ende te erkennen ende alles daer inne te doen, des den stijl van de selven gerichten eijschen ende dicteren sal, ende hij constituant present ende voor oogen wesende selver soude cunnen off moegen doen, alwaer oijck soe etc. Testes, Dingeman Jansse ende Dierck Raessen den 20e julij 1626. RAT. Loon op Zand. R 64 f 64v d.d. 20-7-1626. Condt zij eenen iegelijcken. Alsoe Thonis sone Wouter Geeritssen met Adriaen, Willem, Schalcken ende Peeter zijne broeders, hadden geloeft te gheven ende te vergelden Matheeus Janssen Berchmans eenen jaerlijckse ende erffelijcke chijns van twelff gulden jaerlijcx hollants permissie gelt, alle jaer vrij van alle lasten ende schattingen op den 7e februari te betaelen, waer aff den 1e betaeldach verschijnen souden den 7e februarij 1625, vuijt ende van hender erffenisse metter timmeringe daer op staende, gelegen binnen der heerlicheijt Venloon ter plaetsen genoempt Thoecxken (=’t Hoekske), oistwaerts end westwaerts de erffgenaemen van Thonis Geeritssen, zuijdtwaert des heeren straete, ende noirtwaert totte meeren. Ende noch vuijt eenen acker saijlants rontsomme in erffenisse van Geerit Thonis erffgenaemen. Sijnde de selve jaerlijcxe rente te los met 200 gulden hollants permisse gelt, gelijck dat in schepenen letteren van Venloon daer op gemaeckt breeder begreepen staet in date den 7e februarij 1624. Ende waer oijck de voorst. Matheeus Jansse int constitueren als zijnde de resterende hondert gulden geschoten bij Willem Matheeus Janssen, die oversulcx sustineerde de eene rechte te competeren, alles nijettegenstaende den constitutiebrieff ten sijne behoeffne nijet ende was luijdende: Soe is gestaen voor schepenen ondergeschr. Jan Adriaen Zuenen als wettich momboir van de onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans bij den selven wijlen Jan ende Adriana zijne huijsvr. dochtere Matheeus Jansse voorst. tesamen verweckt als erffgenaemen voor de eene hellicht van de selven Matheeus, int bijwesen van Goijaert Geeritssen van Duppen, stadthouder der voorst. heerlicheijt. Ende heeft in den naem van de selven onmondige kinderen hem ierst ende vooral op alles aengaende de gelegentheijt der saecke wel geinformeert hebben ten behoeffne van den voorst. Willem Matheeus Janssen wettelijcke ende erffelijck vertegen ende gerenuncieert op deene hellicht der voorst. jaerlijcxse rente van twelff gulden, tsaemen op alle schepenen letteren daer aff gewach doende, ende allen den rechten den voorst. onmondige aengaende de voorst. hellicht daer inne eenichsins competerende. Gelovende de voorst. Jan Adriaens op verbintenissen van allen de goederen der voorst. onmondige kinderen, hebbende ende vercrijgende, dit verthijen ende renuncieren den voorst. Willemen altijt vast ende steedich te houden ten eeuwigen daegen sonder eenich wederseggen. Testes et actum ut supra. RAT. Loon op Zand. R 64 f 65r d.d. 20-7-1626. Willem sone wijlen Matheeus Janssen Berchmans ter eenre ende Jan Adriaen Zuenen als wettige momboir van de onmondige kinderen wijlen Jan Cornelis Oirlemans bij den selven wijlen Jan ende Adriana zijne huijsvr. dochtere wijlen Matheeus voorst. tsaemen verweckt int bijwesen van den stadthouder van Venloon ter andere zijden, hebben onderlinge ende met malcanderen gemaeckt ende gedaen eene erffdeijlinge ende erffscheijdige van eene schepenen geloefte van hondert ka. gld. eens ten laste der goederen van Cornelis Willem Weerdts, ende van de hellicht in eene jaerlijcxse rente van twelff gulden op de goeden der erffgenaemen van wijlen Wouter Geeritssen tot Venloon int Hoecxken. Welcke schepenen geloefte ende hellicht der rente den voorst. Willem Matheeus Janssen ende den voorst. onmondige kinderen bij ende overmidts der doot van Matheeus voorst. aenbestorven zijn soo men verclaerden. Overmidts welcker erffdelinge ende erffscheijdinge soe is Willem Matheeus voorst. te deele bevallen ende erffelijck aengecomen de voorst. hellicht in de voorst. rente van twelff gulden jaerlijcx. Op welcke hellicht der voorst. rente tsaemen op allen schepenen letteren daer aff gewach doende ten behoeffne van den voorst. Willem Matheeus heeft de voorst. Jan Adriaen Zuenen in der qualiteijt bovengeschreven wettelijck ende erffelijck vertegen helmelinge in manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Behoudelijck dat Jenneke dochtere Lenaert aen t Sant weduwe wijlen Matheeus Janssen aen de selve hellicht haeren leven lanck sal hebben recht van tochte. Met conditie ut infra. Overmidts etc. Soe is den voorst. onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans te deele bevallen ende erffelijck aengecomen de voorst. schepenen geloefte van hondert gulden eens. Op welcke schepenen geloefte ende allen schepenen letteren daer aff gewach doende ten behoeffne van de voorst. onmondige kinderen, heeft de voorst. Willem Matheeus wettelijck ende erffelijck vertegen helmelingen in manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Behoudelijck etc. ut supra. Met conditien ut infra. Met conditien hier inne toegedaen, dat sij deijlderen malcanderen de voorst. schepenen geloefte, ende de hellicht in de voorst. jaerlijcxse rente van twelff gulden sullen waeren, als men schepenen geloefte ende erffchijns nae lantrecht schuldich is te waeren. Gelovende de voorst. Willem Matheeus sup se et bona etc. dese erffdeijlinge ende erffscheijdinge, dit verthijen ende conditien boven verhaelt malcanderen vast ende steedich te houden ten eeuwigen daegen, sonder eenich wederseggen. Allet sonder argelist. Testes et actum ut supra. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 64 f. 64r-64v-65r] |
| 26-01-1606 | getuige kerkelijk huwelijk Willem Matheeus Janse Berchmans en Maria Jan Wouters Aertssen Broechoven [zie 3490,II] | [vader bruidegom] | [bron: Oisterwijk Inv. 1 Doopboek 1597-1610 f. 88] |
| 20-07-1626 | Samenvatting: ---------------- 1e akte: Jan Peters in den Thuyn, namens Mattheeus Janse Berchmans, heeft voor de heemraden van Besoyen, een hooiland van 7 hond in Besoyen gelegen, overgedragen. Het geld is door Jan Cornelis Oirlemans (zijn schoonzoon) ontvangen. Dat is gedaan om te voorkomen, dat de jaarlijkse lasten op Mattheeus zouden blijven vallen. Zo staat nu voor de schepenen van Venloon, Willem Mattheus Jansen Berchmans, als voor de helft erfgenaam van de goederen van zijn vader, en heeft dit bevestigd ten behoeve van de kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans (de vader van Willem, en ook Jan Cornelis zijn overleden). Dit om de positie van Jan Willem Zuenen (de koper, verwacht ik) te versterken. 2e akte: Thonis Wouter Geeritssen met Adriaen, Willem, Schalcken en Peeter, zijn broers, hadden beloofd om aan Matheeus Janssen Berchmans jaarlijks te betalen een cijns van 12 gulden op 7 februari, de 1e keer in 1625. Dit voor een erfenis met timmering (ik denk: een huis met houten aan -of bijbouw), liggend op ’t Hoekske. 3e akte: Willem, zoon van wijlen Mattheeus Jansse Berchmans aan de ene kant, en Jan Willem Zuenen, als voogd van de onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans en Adriana Mattheus Janse Berchmans, aan de andere kant, hebben een deling gemaakt van een schepenbrief van 100 gulden, ten laste van Cornelis Jan Weerdts, en van de helft van een jaarlijkse rente van 12 gulden, op de goederen van de erfgenamen van Wouter Geeritsen, in ’t Hoekske gelegen. De schepenbrief en de helft van de rente zijn aanbestorven bij de dood van Mattheus Janssen Berchmans. De helft van de rente is voor Willem, en de kinderen vertegen (van vertijgen= afstand doen). Met het voorbehoud dat de helft van de rente tijdens het leven van zijn moeder, Jenneke Lenaert aen ’t Sant, bij haar in tocht zal blijven (zij daar nog recht op zal hebben). De schepenbrief komt in handen van de kinderen. Toelichtig: ----------- Na het overlijden van Matheeus Jansse Berchmans en Jan Cornelis Oirlemans is het blijkbaar nodig om een aantal zaken vast te leggen. Jan Cornelis Oirlemans is getrouwd met de Adriaentken, de zus van Willem. Dus eigenlijk gaat het over de rechten en de deling tussen Willem en zijn zus van de goederen van hun vader. Zoals het hooiland te Besoyen, dat verkocht is aan Jan Willem Zuenen. Zoals ook: de kinderen van Wouter Geeritsen verklaren dat aan Matheeus Jansse elk jaar betaald zou worden voor hun huis in ’t Hoekske. Als laatste akte is de verdeling van een schepenbrief en de helft van de opbrengst van het huis aan ’t Hoekske geregeld tussen de erfgenamen van Matheeus Jansse Berchmans. Hierbij is bepaald dat de weduwe dit recht tot haar dood zal bezitten. De weduwe is hier met name genoemd: Jenneke Lenaert aen ’t Sant. Transcryptie: --------------- RAT. Loon op Zand. R 64 f 64r d.d. 20-7-1626. Condt zije eenen iegelijcken. Alsoe Jan Peters in den Thuijn ten behoeffne van Matheeus Janssen Berchmans voor heemraeders der ambachtsheerlijcheijt Besoijen hadde opgedraegen ende overgegeven een stuck hoijlants seven hont off daer omtrent int geheel begrijpende, gelegen in de voorst. ambachtsheerlijcheijt, oistwaert de Heere van Tilborch, zuijtwaert Goijaert Claessen, westwaert Ghijsbrecht Hendrick Wouters alias Span, ende noirtwaert den schouwsloot. Sonder dat de voorst. Matheeus Janssen tot betaelinge van den selven hoijlande gelder off stuijver hadde gefimeert, maer wel ter contrarien waeren allen de cooppenningen geschoten ende getelt door handen van Jan Cornelis Oirlemans. Sijnde de voorst. opdrachte oft gifte ten behoeffne van den voorst. Matheeus Janssen bij kennisse van de voorst. Jan Cornelis alleen geschiedt om te verhueden zeeckere oncosten die jaerlijcx op den voorst. hoijlande gevallen ende geresen souden hebben, soe verre het selven ten behoeffne van den selven Jan getransporteert hadde geweest. Soe is gestaen voor schepenen ondergeschreven Willem sone Matheeus Janssen erffgenaem voor deene hellicht van den selven Matheeus, ende heeft op het voorst. stuck hoijlants tsaemen op allen schepenen letteren daer aff gewach doende, ende allen den rechten hem daer inne eenichsins competerende off naemaels alnoch te competeren ten behoeffne van de onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans wettelijck ende erffelijck vertegen helmelingen in manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Gelovende sup se et bona etc. consitituerende ende machtich maeckende tot meerder vasticheijt van dijen Jannen Adriaen Zuenen, om de voorst. verthijenisse ede renunciatie voor den gerichte van Besoijen ende elders daer des van noode soude moegen wesen te vernijeuwen ende te erkennen ende alles daer inne te doen, des den stijl van de selven gerichten eijschen ende dicteren sal, ende hij constituant present ende voor oogen wesende selver soude cunnen off moegen doen, alwaer oijck soe etc. Testes, Dingeman Jansse ende Dierck Raessen den 20e julij 1626. RAT. Loon op Zand. R 64 f 64v d.d. 20-7-1626. Condt zij eenen iegelijcken. Alsoe Thonis sone Wouter Geeritssen met Adriaen, Willem, Schalcken ende Peeter zijne broeders, hadden geloeft te gheven ende te vergelden Matheeus Janssen Berchmans eenen jaerlijckse ende erffelijcke chijns van twelff gulden jaerlijcx hollants permissie gelt, alle jaer vrij van alle lasten ende schattingen op den 7e februari te betaelen, waer aff den 1e betaeldach verschijnen souden den 7e februarij 1625, vuijt ende van hender erffenisse metter timmeringe daer op staende, gelegen binnen der heerlicheijt Venloon ter plaetsen genoempt Thoecxken (=’t Hoekske), oistwaerts end westwaerts de erffgenaemen van Thonis Geeritssen, zuijdtwaert des heeren straete, ende noirtwaert totte meeren. Ende noch vuijt eenen acker saijlants rontsomme in erffenisse van Geerit Thonis erffgenaemen. Sijnde de selve jaerlijcxe rente te los met 200 gulden hollants permisse gelt, gelijck dat in schepenen letteren van Venloon daer op gemaeckt breeder begreepen staet in date den 7e februarij 1624. Ende waer oijck de voorst. Matheeus Jansse int constitueren als zijnde de resterende hondert gulden geschoten bij Willem Matheeus Janssen, die oversulcx sustineerde de eene rechte te competeren, alles nijettegenstaende den constitutiebrieff ten sijne behoeffne nijet ende was luijdende: Soe is gestaen voor schepenen ondergeschr. Jan Adriaen Zuenen als wettich momboir van de onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans bij den selven wijlen Jan ende Adriana zijne huijsvr. dochtere Matheeus Jansse voorst. tesamen verweckt als erffgenaemen voor de eene hellicht van de selven Matheeus, int bijwesen van Goijaert Geeritssen van Duppen, stadthouder der voorst. heerlicheijt. Ende heeft in den naem van de selven onmondige kinderen hem ierst ende vooral op alles aengaende de gelegentheijt der saecke wel geinformeert hebben ten behoeffne van den voorst. Willem Matheeus Janssen wettelijcke ende erffelijck vertegen ende gerenuncieert op deene hellicht der voorst. jaerlijcxse rente van twelff gulden, tsaemen op alle schepenen letteren daer aff gewach doende, ende allen den rechten den voorst. onmondige aengaende de voorst. hellicht daer inne eenichsins competerende. Gelovende de voorst. Jan Adriaens op verbintenissen van allen de goederen der voorst. onmondige kinderen, hebbende ende vercrijgende, dit verthijen ende renuncieren den voorst. Willemen altijt vast ende steedich te houden ten eeuwigen daegen sonder eenich wederseggen. Testes et actum ut supra. RAT. Loon op Zand. R 64 f 65r d.d. 20-7-1626. Willem sone wijlen Matheeus Janssen Berchmans ter eenre ende Jan Adriaen Zuenen als wettige momboir van de onmondige kinderen wijlen Jan Cornelis Oirlemans bij den selven wijlen Jan ende Adriana zijne huijsvr. dochtere wijlen Matheeus voorst. tsaemen verweckt int bijwesen van den stadthouder van Venloon ter andere zijden, hebben onderlinge ende met malcanderen gemaeckt ende gedaen eene erffdeijlinge ende erffscheijdige van eene schepenen geloefte van hondert ka. gld. eens ten laste der goederen van Cornelis Willem Weerdts, ende van de hellicht in eene jaerlijcxse rente van twelff gulden op de goeden der erffgenaemen van wijlen Wouter Geeritssen tot Venloon int Hoecxken. Welcke schepenen geloefte ende hellicht der rente den voorst. Willem Matheeus Janssen ende den voorst. onmondige kinderen bij ende overmidts der doot van Matheeus voorst. aenbestorven zijn soo men verclaerden. Overmidts welcker erffdelinge ende erffscheijdinge soe is Willem Matheeus voorst. te deele bevallen ende erffelijck aengecomen de voorst. hellicht in de voorst. rente van twelff gulden jaerlijcx. Op welcke hellicht der voorst. rente tsaemen op allen schepenen letteren daer aff gewach doende ten behoeffne van den voorst. Willem Matheeus heeft de voorst. Jan Adriaen Zuenen in der qualiteijt bovengeschreven wettelijck ende erffelijck vertegen helmelinge in manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Behoudelijck dat Jenneke dochtere Lenaert aen t Sant weduwe wijlen Matheeus Janssen aen de selve hellicht haeren leven lanck sal hebben recht van tochte. Met conditie ut infra. Overmidts etc. Soe is den voorst. onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans te deele bevallen ende erffelijck aengecomen de voorst. schepenen geloefte van hondert gulden eens. Op welcke schepenen geloefte ende allen schepenen letteren daer aff gewach doende ten behoeffne van de voorst. onmondige kinderen, heeft de voorst. Willem Matheeus wettelijck ende erffelijck vertegen helmelingen in manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Behoudelijck etc. ut supra. Met conditien ut infra. Met conditien hier inne toegedaen, dat sij deijlderen malcanderen de voorst. schepenen geloefte, ende de hellicht in de voorst. jaerlijcxse rente van twelff gulden sullen waeren, als men schepenen geloefte ende erffchijns nae lantrecht schuldich is te waeren. Gelovende de voorst. Willem Matheeus sup se et bona etc. dese erffdeijlinge ende erffscheijdinge, dit verthijen ende conditien boven verhaelt malcanderen vast ende steedich te houden ten eeuwigen daegen, sonder eenich wederseggen. Allet sonder argelist. Testes et actum ut supra. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 64 f. 64r-64v-65r] |
![]() |
255 Oirlemans Lenaert Jansen, ontvangt op 28 juni 1642 50 gulden als aflossing van een schuld van 100 gulden van 28 dec. 1622 - Loon op Zand - Schepenbank Inv. 63 f. 156r handtekeningen |
| 20-07-1626 | Samenvatting: ---------------- 1e akte: Jan Peters in den Thuyn, namens Mattheeus Janse Berchmans, heeft voor de heemraden van Besoyen, een hooiland van 7 hond in Besoyen gelegen, overgedragen. Het geld is door Jan Cornelis Oirlemans (zijn schoonzoon) ontvangen. Dat is gedaan om te voorkomen, dat de jaarlijkse lasten op Mattheeus zouden blijven vallen. Zo staat nu voor de schepenen van Venloon, Willem Mattheus Jansen Berchmans, als voor de helft erfgenaam van de goederen van zijn vader, en heeft dit bevestigd ten behoeve van de kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans (de vader van Willem, en ook Jan Cornelis zijn overleden). Dit om de positie van Jan Willem Zuenen (de koper, verwacht ik) te versterken. 2e akte: Thonis Wouter Geeritssen met Adriaen, Willem, Schalcken en Peeter, zijn broers, hadden beloofd om aan Matheeus Janssen Berchmans jaarlijks te betalen een cijns van 12 gulden op 7 februari, de 1e keer in 1625. Dit voor een erfenis met timmering (ik denk: een huis met houten aan -of bijbouw), liggend op ’t Hoekske. 3e akte: Willem, zoon van wijlen Mattheeus Jansse Berchmans aan de ene kant, en Jan Willem Zuenen, als voogd van de onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans en Adriana Mattheus Janse Berchmans, aan de andere kant, hebben een deling gemaakt van een schepenbrief van 100 gulden, ten laste van Cornelis Jan Weerdts, en van de helft van een jaarlijkse rente van 12 gulden, op de goederen van de erfgenamen van Wouter Geeritsen, in ’t Hoekske gelegen. De schepenbrief en de helft van de rente zijn aanbestorven bij de dood van Mattheus Janssen Berchmans. De helft van de rente is voor Willem, en de kinderen vertegen (van vertijgen= afstand doen). Met het voorbehoud dat de helft van de rente tijdens het leven van zijn moeder, Jenneke Lenaert aen ’t Sant, bij haar in tocht zal blijven (zij daar nog recht op zal hebben). De schepenbrief komt in handen van de kinderen. Toelichtig: ----------- Na het overlijden van Matheeus Jansse Berchmans en Jan Cornelis Oirlemans is het blijkbaar nodig om een aantal zaken vast te leggen. Jan Cornelis Oirlemans is getrouwd met de Adriaentken, de zus van Willem. Dus eigenlijk gaat het over de rechten en de deling tussen Willem en zijn zus van de goederen van hun vader. Zoals het hooiland te Besoyen, dat verkocht is aan Jan Willem Zuenen. Zoals ook: de kinderen van Wouter Geeritsen verklaren dat aan Matheeus Jansse elk jaar betaald zou worden voor hun huis in ’t Hoekske. Als laatste akte is de verdeling van een schepenbrief en de helft van de opbrengst van het huis aan ’t Hoekske geregeld tussen de erfgenamen van Matheeus Jansse Berchmans. Hierbij is bepaald dat de weduwe dit recht tot haar dood zal bezitten. De weduwe is hier met name genoemd: Jenneke Lenaert aen ’t Sant. Transcryptie: --------------- RAT. Loon op Zand. R 64 f 64r d.d. 20-7-1626. Condt zije eenen iegelijcken. Alsoe Jan Peters in den Thuijn ten behoeffne van Matheeus Janssen Berchmans voor heemraeders der ambachtsheerlijcheijt Besoijen hadde opgedraegen ende overgegeven een stuck hoijlants seven hont off daer omtrent int geheel begrijpende, gelegen in de voorst. ambachtsheerlijcheijt, oistwaert de Heere van Tilborch, zuijtwaert Goijaert Claessen, westwaert Ghijsbrecht Hendrick Wouters alias Span, ende noirtwaert den schouwsloot. Sonder dat de voorst. Matheeus Janssen tot betaelinge van den selven hoijlande gelder off stuijver hadde gefimeert, maer wel ter contrarien waeren allen de cooppenningen geschoten ende getelt door handen van Jan Cornelis Oirlemans. Sijnde de voorst. opdrachte oft gifte ten behoeffne van den voorst. Matheeus Janssen bij kennisse van de voorst. Jan Cornelis alleen geschiedt om te verhueden zeeckere oncosten die jaerlijcx op den voorst. hoijlande gevallen ende geresen souden hebben, soe verre het selven ten behoeffne van den selven Jan getransporteert hadde geweest. Soe is gestaen voor schepenen ondergeschreven Willem sone Matheeus Janssen erffgenaem voor deene hellicht van den selven Matheeus, ende heeft op het voorst. stuck hoijlants tsaemen op allen schepenen letteren daer aff gewach doende, ende allen den rechten hem daer inne eenichsins competerende off naemaels alnoch te competeren ten behoeffne van de onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans wettelijck ende erffelijck vertegen helmelingen in manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Gelovende sup se et bona etc. consitituerende ende machtich maeckende tot meerder vasticheijt van dijen Jannen Adriaen Zuenen, om de voorst. verthijenisse ede renunciatie voor den gerichte van Besoijen ende elders daer des van noode soude moegen wesen te vernijeuwen ende te erkennen ende alles daer inne te doen, des den stijl van de selven gerichten eijschen ende dicteren sal, ende hij constituant present ende voor oogen wesende selver soude cunnen off moegen doen, alwaer oijck soe etc. Testes, Dingeman Jansse ende Dierck Raessen den 20e julij 1626. RAT. Loon op Zand. R 64 f 64v d.d. 20-7-1626. Condt zij eenen iegelijcken. Alsoe Thonis sone Wouter Geeritssen met Adriaen, Willem, Schalcken ende Peeter zijne broeders, hadden geloeft te gheven ende te vergelden Matheeus Janssen Berchmans eenen jaerlijckse ende erffelijcke chijns van twelff gulden jaerlijcx hollants permissie gelt, alle jaer vrij van alle lasten ende schattingen op den 7e februari te betaelen, waer aff den 1e betaeldach verschijnen souden den 7e februarij 1625, vuijt ende van hender erffenisse metter timmeringe daer op staende, gelegen binnen der heerlicheijt Venloon ter plaetsen genoempt Thoecxken (=’t Hoekske), oistwaerts end westwaerts de erffgenaemen van Thonis Geeritssen, zuijdtwaert des heeren straete, ende noirtwaert totte meeren. Ende noch vuijt eenen acker saijlants rontsomme in erffenisse van Geerit Thonis erffgenaemen. Sijnde de selve jaerlijcxe rente te los met 200 gulden hollants permisse gelt, gelijck dat in schepenen letteren van Venloon daer op gemaeckt breeder begreepen staet in date den 7e februarij 1624. Ende waer oijck de voorst. Matheeus Jansse int constitueren als zijnde de resterende hondert gulden geschoten bij Willem Matheeus Janssen, die oversulcx sustineerde de eene rechte te competeren, alles nijettegenstaende den constitutiebrieff ten sijne behoeffne nijet ende was luijdende: Soe is gestaen voor schepenen ondergeschr. Jan Adriaen Zuenen als wettich momboir van de onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans bij den selven wijlen Jan ende Adriana zijne huijsvr. dochtere Matheeus Jansse voorst. tesamen verweckt als erffgenaemen voor de eene hellicht van de selven Matheeus, int bijwesen van Goijaert Geeritssen van Duppen, stadthouder der voorst. heerlicheijt. Ende heeft in den naem van de selven onmondige kinderen hem ierst ende vooral op alles aengaende de gelegentheijt der saecke wel geinformeert hebben ten behoeffne van den voorst. Willem Matheeus Janssen wettelijcke ende erffelijck vertegen ende gerenuncieert op deene hellicht der voorst. jaerlijcxse rente van twelff gulden, tsaemen op alle schepenen letteren daer aff gewach doende, ende allen den rechten den voorst. onmondige aengaende de voorst. hellicht daer inne eenichsins competerende. Gelovende de voorst. Jan Adriaens op verbintenissen van allen de goederen der voorst. onmondige kinderen, hebbende ende vercrijgende, dit verthijen ende renuncieren den voorst. Willemen altijt vast ende steedich te houden ten eeuwigen daegen sonder eenich wederseggen. Testes et actum ut supra. RAT. Loon op Zand. R 64 f 65r d.d. 20-7-1626. Willem sone wijlen Matheeus Janssen Berchmans ter eenre ende Jan Adriaen Zuenen als wettige momboir van de onmondige kinderen wijlen Jan Cornelis Oirlemans bij den selven wijlen Jan ende Adriana zijne huijsvr. dochtere wijlen Matheeus voorst. tsaemen verweckt int bijwesen van den stadthouder van Venloon ter andere zijden, hebben onderlinge ende met malcanderen gemaeckt ende gedaen eene erffdeijlinge ende erffscheijdige van eene schepenen geloefte van hondert ka. gld. eens ten laste der goederen van Cornelis Willem Weerdts, ende van de hellicht in eene jaerlijcxse rente van twelff gulden op de goeden der erffgenaemen van wijlen Wouter Geeritssen tot Venloon int Hoecxken. Welcke schepenen geloefte ende hellicht der rente den voorst. Willem Matheeus Janssen ende den voorst. onmondige kinderen bij ende overmidts der doot van Matheeus voorst. aenbestorven zijn soo men verclaerden. Overmidts welcker erffdelinge ende erffscheijdinge soe is Willem Matheeus voorst. te deele bevallen ende erffelijck aengecomen de voorst. hellicht in de voorst. rente van twelff gulden jaerlijcx. Op welcke hellicht der voorst. rente tsaemen op allen schepenen letteren daer aff gewach doende ten behoeffne van den voorst. Willem Matheeus heeft de voorst. Jan Adriaen Zuenen in der qualiteijt bovengeschreven wettelijck ende erffelijck vertegen helmelinge in manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Behoudelijck dat Jenneke dochtere Lenaert aen t Sant weduwe wijlen Matheeus Janssen aen de selve hellicht haeren leven lanck sal hebben recht van tochte. Met conditie ut infra. Overmidts etc. Soe is den voorst. onmondige kinderen van wijlen Jan Cornelis Oirlemans te deele bevallen ende erffelijck aengecomen de voorst. schepenen geloefte van hondert gulden eens. Op welcke schepenen geloefte ende allen schepenen letteren daer aff gewach doende ten behoeffne van de voorst. onmondige kinderen, heeft de voorst. Willem Matheeus wettelijck ende erffelijck vertegen helmelingen in manieren in dijen gewoonlijck zijnde. Behoudelijck etc. ut supra. Met conditien ut infra. Met conditien hier inne toegedaen, dat sij deijlderen malcanderen de voorst. schepenen geloefte, ende de hellicht in de voorst. jaerlijcxse rente van twelff gulden sullen waeren, als men schepenen geloefte ende erffchijns nae lantrecht schuldich is te waeren. Gelovende de voorst. Willem Matheeus sup se et bona etc. dese erffdeijlinge ende erffscheijdinge, dit verthijen ende conditien boven verhaelt malcanderen vast ende steedich te houden ten eeuwigen daegen, sonder eenich wederseggen. Allet sonder argelist. Testes et actum ut supra. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 64 f. 64r-64v-65r] | ||
| 19-02-1630 | Samenvatting: ---------------- Willem Mateussen en Jan Jansse Oerlemans, ook namens zijn broer en zussen, verdelen een weiland aan de Cromme Dijk te Besoyen, 8 hond groot. Het weiland is gekomen van Mateus Jan Teuwen. Toelichting: ------------- Jan en zijn broer en zussen zijn kinderen van Jan Cornelis Oerlemans en Ariaentken Mateus zaliger. Willem is een broer van Ariaentken. Zij zijn de 2 kinderen van Mateus Jan Teuwen. Dus eigenlijk is het een deling tussen deze 2 kinderen. Lenart Janssen heeft een afschrift gevraagd, staat bovenaan. Lenart is de bedoelde broer van Jan. De Winterdijk bestaat nog steeds, en loopt nu van Capelle tot de rotonde bij Besoyen (tegenwoordig behorend tot Waalwijk). Op de kadasterkaart van 1832 is de naam Winterdijk verder doorlopend, en zien we ook de Oude Straat. Besoijen was toen een zelfstandige plaats. Transcryptie: ------------------------- Scheijdinghe ende delinge tussen Willem Mateussen ter eenre, ende de weeskinderen van Jan Cornelis Oerlemans mette voochden van dien, ten overstaen van de ge..hten ter andere zijden. Compareerde voor ons Schout ende hemraders (heemraden) der Ambachts van Besoyen, ondergeschreven, Willem Matheussen ter eenre, ende Jan Jansse Oerlemans voor hem selven, vervangende zijn ander broeder en susters ter andere zijden, als mede ten overstaen van Jan Ariaensse Seunen, als momboir ofte toesiender, ende de Schout als oppervoocht van de wesen, ten overstaen van Jan Dyrcxsse ende Aert Schalcken, hemraders van Besoyen, voonoemt, als daer toe geroepen ende gebeden, ende hebben metten anderen geloot, gescheijden ende gearfdeelt, seecker stuck weijlants, gelegen in Besoyen aen de Crommendijck, groot omtrent 8 hond (8x0,14 ha=1,12 ha) lants, gecomen ende hen samen aengecomen van Mateus Jan Teuwen zone. daer oost naest gearstlaet Wouter Peter Willems, west Cartroysen landen, streckende van t hoochste van de Winterdijck ter Ouder straten toe, soo als hier naer volcht als te weeten soo zijn de voorsegde kinderen ende erfgenamen van Jan Cornelis Oerlemans, verweckt bij Ariaentken Mateusse zaliger, bij accort in plaets van blinde lotinge, gevallen, geloot ende gearfdeelt, op te gerechte helft van t voorsegde lant, te meeten van de hooftsloot, onder de voet de dijck af totte gerechte helft toe, en sullen de voorsegde kinderen aen contant gelt van Willem Mateussen daertoe genieten ende alrede ontfangen op sesch hont lants toe. Also verstaen wort het achterste block, soo vele beterte te wesen, de somme van twintich carolus gulden ..onteren over vier hont minder oft meerder de somme van twintich gulden, ende sullen tot haren last nemen de schouwen van t voorsegde loth, te weten, van de straet vrede, ende van des Heerenstraet, sondermeer. Ende Willem Mateusse voornoemt is geloot ende gearfdeelt, ende sal als vorens op elck hont lants toegeven voor de beterschap twintich guldens, die alrede sijn betalet, ende sal tot voorsegd lant maecken de schouwen van de Ouden Straet sloot, ende van de Schepensloot sondermeer, ende sal oock sijn selven en wel beseijnden, midts dat partijen tot samen costen sullen den Scheijsloot oft Dwarssloot in t midden van elcx erve halft .... doch graven ende t hecken metten ..sten op ten dam setten, ende sal dan voort bij Willem Teuwen oft zijn nacomelingen altijts onderhouden worden, midtsgaders sullen .... .. tijen tot haere samen costen, op den dijck oock meacken een gelint met posten ende scheijden, ende het dijckstal bepoten met willigen naer behoeven, ende naer den tijt datter de schouwe overcam, ende daer naer dan bij de voorsegde kinderen ende erfgenamen van Jan Cornelis Oerlemans eeuwelijck onderhouden te worden, ende vertegen ver..tijen hierop eene loth naer den ouden gercomen (?) ende lant recht met hant halen ende met mont soo recht was met alle tegen wegen ende andere gebueren rechten, met recht tot eene lot oft lant behoren naer den .... hercomen, alle t sonder froude in oirconden, dese bij de selve ondertekent op ten 19e february 1630. Jan Dircxssen Aert Schalcken A. van Andel Bovenaan in de marge: extract voor Lenaert Janssen Onderaan in de marge: rest t recht van de brief van de verlichtingen en is ingericht |
[bron: Besoyen - Dorpsbestuur inv. 655 bl. 174r scan 178] |
| 1656 | Geregistreerde bij deze akte is Thomas Joosten van Breda. Is online niet in te zien. | [bron: Archiefnummer 14, Schepenbank van Tilburg en Goirle, inventarisnummer 8010, blad 1r] |
![]() |
257 Jodoci Jodocus Thoma, rk gedoopt op 1 september 1619 in Oisterwijk als zoon van Thoma Jodoci en Adriana, met als getuigen Petrus Bernardi en Guilielma Lamberti |
| 26-07-1608 | Toelichting: ------------- In de 1e en 2e akte is sprake van 1/4 kindsdeel. Dat komt overeen met de 4 kinderen Cornelis, Adriaentke, Lijsken en Claesken. De vader en moeder zullen overleden zijn. De hier genoemde Cornelis Cornelis Oerlmans zal de "oude" zijn. In de 2e akte staat niet wat Floris Hendrick Reijnen met het kindsdeel doet(hem toegekomen van zijn overleden vrouw Adriaentke). Vreemd is dat in de akte Ariaenke Claes Cornelisse Oerlmans staat, met Claes ertussen. In de 3e akte ruilen Cornelis, voor de kinderen van zijn overleden zus Lijsken, en Adriaen Hendrick Pauwels, man van zus Claeske 2 stukken land. Adriaen krijgt het land op de Efteling, en voor de kinderen van Lijsken is het land op de Vaert. Dat laatste grenst aan eigen land van Cornelis. Transcryptie: -------------- Inv.nr. 61, folio 5v d.d. 26-7-1608. Cornelis Cornelisse Oerlman heeft sijn kintsgedeelte t.w. een vierde part in een erffenis gelegen binnen de heerlijckheijt Venloon op de Efterlingh, oostwaerts de weduwe Mari Goessen, suijtwaerts en westwaerts Willem Gijben Jan Vannis ende noortwaerts ’t sHeerenstraet. Soo het selven hem van sijn ouders aenbestorven is soo men verclaerden, heeft hij wettelijck overgedragen en overgegeven Adriaen Hendrick Pauwels, sijnen swager, (= getrouwd met zijn zus Claesken) met afgaan ende vertijen, alsoo gewoonlijck ende recht is. Gelovende die voirst. Cornelis Cornelisse Oerlman sup se et bona etc. dit opdragen ende overgeven den voirst. Adriaen Henrick Pauwels altois vast ende van waerden te houden ende alle calangie van sijnent weghen aff te doen geheelijck. Behoudelijck dat die voirst. Adriaen Henrick Pauwels daer uijt sal gelden ende betaelen het ghene met recht daer souden moghen uitghaen. Testes scabini, Jan Wouters en Dingeman Jansse den 26e julij 1608. Inv.nr. 61, folio 5v d.d. 26-7-1608. Floris Hendrick Reijnen als man ende momboir wijlen Ariaenke Claes Cornelisse Oerlmans, sijn kijntsgedeelte te weeten een vierde part in een erffenis gelegen binnen de heerlijkheijt Venloon op de Efterlingh etc. Testes, et actum ut supra. Inv.nr. 61, folio 5v en f 6r d.d. 26-7-1608. Compareerde Cornelis Cornelisse Oerlemans als voogd en momboir van de nagelaten weeskinderen Ariaen Petersen Verdiesen ter eenre ende Adriaen Hendrick Pauwels ter andere sijde. Ende verclaerden sij comparanten ten andere tijden vermangelt te hebben, seecker landt te weeten landt om landt gelegen binnen de heerlijcheid Loon eensdeels op de Efterlingh en het anderen op de Vaert, met welcke erfmangeling Adriaen Hendrick Pauwels is toebehorende het landt op de Efterlingh, oostwaerts de weduwe Marij Goessens, suijtwaerts ende westwaerts Willem Ghijben Jan Vannis ende noortwaerts t’s Heerenstraet. Op welk landt tot behoef des voirschr. Adriaen Hendrick Pauwels heeft die voirschr. Cornelis Cornelisse Oerlemans wettelijck ende erffelijck vertegen helmelingen in manieren in dien gewoonlijck sijnde. Behoudelijck dat sij hier uijt sal gelden het ghene met recht daer uijt souden mogen ghaen. Ende het landt gelegen opte Vaert aen den suijden sijde neve de Vaert oostwaerts Cornelis Cornelisse Oerlmans voirst. suijdtwaerts ende westwaerts Robbrecht Geritse ende noortwaerts des heeren vaert. Is het selven toebehoirende den voirst. Cornelis Cornelis Oerlemans. Op welcke landt tot behoef des voirst. Cornelis Cornelisse Oerlmans heeft die voirst. Adriaen Henrick Pauwels wettelijck ende erffelijck vertegen helmelingen in manieren in dien gewoonlijck sijnde. Behoudelijck dat hij hier uijt sal gelden het ghene met recht daer uijt souden moghen ghaen. Gelovende die voirst. comparanten die voirst. Cornelis Cornelisse in qualiteijt voirst. dese mangelingen ende dit vertijen elck deen den anderen vast ende stendich te houden ende doen houden. Alles sonder argelist. Testes et actum ut supra. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 61 f. 5v/6r] |
| 26-07-1608 | Toelichting: ------------- In de 1e en 2e akte is sprake van 1/4 kindsdeel. Dat komt overeen met de 4 kinderen Cornelis, Adriaentke, Lijsken en Claesken. De vader en moeder zullen overleden zijn. De hier genoemde Cornelis Cornelis Oerlmans zal de "oude" zijn. In de 2e akte staat niet wat Floris Hendrick Reijnen met het kindsdeel doet(hem toegekomen van zijn overleden vrouw Adriaentke). Vreemd is dat in de akte Ariaenke Claes Cornelisse Oerlmans staat, met Claes ertussen. In de 3e akte ruilen Cornelis, voor de kinderen van zijn overleden zus Lijsken, en Adriaen Hendrick Pauwels, man van zus Claeske 2 stukken land. Adriaen krijgt het land op de Efteling, en voor de kinderen van Lijsken is het land op de Vaert. Dat laatste grenst aan eigen land van Cornelis. Transcryptie: -------------- Inv.nr. 61, folio 5v d.d. 26-7-1608. Cornelis Cornelisse Oerlman heeft sijn kintsgedeelte t.w. een vierde part in een erffenis gelegen binnen de heerlijckheijt Venloon op de Efterlingh, oostwaerts de weduwe Mari Goessen, suijtwaerts en westwaerts Willem Gijben Jan Vannis ende noortwaerts ’t sHeerenstraet. Soo het selven hem van sijn ouders aenbestorven is soo men verclaerden, heeft hij wettelijck overgedragen en overgegeven Adriaen Hendrick Pauwels, sijnen swager, (= getrouwd met zijn zus Claesken) met afgaan ende vertijen, alsoo gewoonlijck ende recht is. Gelovende die voirst. Cornelis Cornelisse Oerlman sup se et bona etc. dit opdragen ende overgeven den voirst. Adriaen Henrick Pauwels altois vast ende van waerden te houden ende alle calangie van sijnent weghen aff te doen geheelijck. Behoudelijck dat die voirst. Adriaen Henrick Pauwels daer uijt sal gelden ende betaelen het ghene met recht daer souden moghen uitghaen. Testes scabini, Jan Wouters en Dingeman Jansse den 26e julij 1608. Inv.nr. 61, folio 5v d.d. 26-7-1608. Floris Hendrick Reijnen als man ende momboir wijlen Ariaenke Claes Cornelisse Oerlmans, sijn kijntsgedeelte te weeten een vierde part in een erffenis gelegen binnen de heerlijkheijt Venloon op de Efterlingh etc. Testes, et actum ut supra. Inv.nr. 61, folio 5v en f 6r d.d. 26-7-1608. Compareerde Cornelis Cornelisse Oerlemans als voogd en momboir van de nagelaten weeskinderen Ariaen Petersen Verdiesen ter eenre ende Adriaen Hendrick Pauwels ter andere sijde. Ende verclaerden sij comparanten ten andere tijden vermangelt te hebben, seecker landt te weeten landt om landt gelegen binnen de heerlijcheid Loon eensdeels op de Efterlingh en het anderen op de Vaert, met welcke erfmangeling Adriaen Hendrick Pauwels is toebehorende het landt op de Efterlingh, oostwaerts de weduwe Marij Goessens, suijtwaerts ende westwaerts Willem Ghijben Jan Vannis ende noortwaerts t’s Heerenstraet. Op welk landt tot behoef des voirschr. Adriaen Hendrick Pauwels heeft die voirschr. Cornelis Cornelisse Oerlemans wettelijck ende erffelijck vertegen helmelingen in manieren in dien gewoonlijck sijnde. Behoudelijck dat sij hier uijt sal gelden het ghene met recht daer uijt souden mogen ghaen. Ende het landt gelegen opte Vaert aen den suijden sijde neve de Vaert oostwaerts Cornelis Cornelisse Oerlmans voirst. suijdtwaerts ende westwaerts Robbrecht Geritse ende noortwaerts des heeren vaert. Is het selven toebehoirende den voirst. Cornelis Cornelis Oerlemans. Op welcke landt tot behoef des voirst. Cornelis Cornelisse Oerlmans heeft die voirst. Adriaen Henrick Pauwels wettelijck ende erffelijck vertegen helmelingen in manieren in dien gewoonlijck sijnde. Behoudelijck dat hij hier uijt sal gelden het ghene met recht daer uijt souden moghen ghaen. Gelovende die voirst. comparanten die voirst. Cornelis Cornelisse in qualiteijt voirst. dese mangelingen ende dit vertijen elck deen den anderen vast ende stendich te houden ende doen houden. Alles sonder argelist. Testes et actum ut supra. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 61 f. 5v/6r] |
| 06-01-1568 | Pdf RAT. Loon op Zand. R 58 f 437r d.d. 6-1-1568 (met kleine aanpassing). Floris Henricxsse als man ende momboir van Adriaenken Cornelisdr. Adriaen Peetersse Verdiesen als man ende momboir van Lijsken Cornelisdr. Claesken Cornelisdr. cum tutore (=met voogd) ende Cornelis hen broeder absent, die sij vervangen ende daer voor geloofde hebben verkocht aan Geeritden Geritsse Verhoeven, hen gedeelte, in een hoeve metter timmeringen daerop staende, gelegen op de Meulenstraet bij de oude kerck, oost en noortwaerts aen erf. Meeus Wouters ende meer anderen, suijtwaerts aen sheeren gemeijnte, westwaerts aen Peter Driessen. Nog een acker oock aldaer gelegen oostwaerts aen Wouter Claessen, suijtwaerts aen de hei, westwaerts aen Jan Teeuwen ende noortwaerts aen Lijs Geerits. Ende nog eenen acker geheijten ’t Hooge Nonven (?, of Nouven) oock aldaer gelegen, oostwaerts aen Jan van Delft, suijtwaerts aen de gemeijnte, westwaerts aen de Oude straet ende noortwaerts aen Wouter Claessen, alsoo sij seeden. Ende hebben hem opgedragen ende gelooft te waeren voor twee thienden ende twee stuijvers chijns. Nog den pastoir tien loopen roggen ’s jaers. Testes, Meeus ende Jan. Actum den 6e januari 1568. Geerit Geretsse Verhoeven heeft gelooft te betalen den voorgen. vercoopers 106 carolus guldens in 4 termijnen, waeraff den iersten zijn zal op Sinte Bartolomeusdach anno 1570 enz. Testes et actum ut supra. Toelichting: ------------ Er staat geen Oerlemans in de akte. Toch is die er aan te koppelen: Adriaen Peter Verdiesen is getrouwd met Lijsken Cornelis Oerlmans (te lezen bijvoorbeeld in de akte in R62 van 12 januari 1610, met de verdeling tussen hun kinderen). Floris Henricksse (Reijnen) is getrouwd met Adriaenken Cornelisdr Oirlmans (te lezen bijvoorbeeld in de akte in R61 van 26 juli 1608, hoewel daar Adriaenken Claes Cornelisdr Oerlmans staat). Het is nog de vraag of de naam Oerlmans of een variant daarvan door hen of hun voorouders gebruikt is. In aug. 1581 staat in ieder geval Cornelis Cornelisse Oirlemans in een schepenakte (R. 58 f.510r). Op 3 juni 1584 Cornelis Cornelisse Oerlemans (R57 f. 2r en v, lossing op een schuld van 1547). Verder ben ik dit nog aan het nagaan. Daardoor kan ik zeggen: De 4 kinderen van Cornelis Oirlemans verkopen een hoeve en 2 akkers. Die liggen bij elkaar bij de Meulenstraat aan de oude kercke. De oude kerk stond meer ten zuidoosten van de huidige kerk, in de buurt van het Land van Kleef. De oude kerk was de Sint-Willibrordkerk, in gebruik tot rond 1400, en rond 1565, de periode van de akte, breken ze de laatste restanten af. (Bron: Straet en Vaert 1992, pag. 9) Molenstraat, Moleneind, Molengang bestaan anno 2023 en bakenen het gebied behoorlijk af. Fragment met een kaart uit 1867 heb ik bijgevoegd. Op de kadasterkaart van 1832 is op sectie E 02 en 03 het gebied goed te zien. De Oude straat heb ik niet terug kunnen vinden. Er staat in de akte niet hoe ze aan deze hoeve en de 2 akkers gekomen zijn. Het is een gezamenlijke verkoop, en daarom denk ik aan een nalatenschap van vader of moeder. Op 26 juli 1608 draagt Cornelis een kindsdeel, te weten 1/4 over aan zijn zwager Adriaen Hendrik Pauwels. Floris, man van Adriaenken, verkoopt ook het kindsdeel, te weten 1/4. Dan ruilt Cornelis met zwager Adriaen 2 stukken land. Dan lijkt dit ook op een nalatenschap van vader of moeder. De koper Geerit Geritse Verhoeven zal betalen op Sint Bartholomeusdag. Dat is de laatste zaterdag van september. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 58 f. 437r scan 43] |
| 07-12-1635 | Pdf RAT. Loon op Zand. R 67 f 56r d.d. 7-12-1635. Wij Ghijsbert Claes Buennen ende Lambert Janssen Rommen, schepenen in Venloon, doen condt eenen ijegelijcken als dat Jan Floren de jonge ter eenre, ende de kinderen wijlen Geeridt Jan Geerits verweckt bij Maijken Jan Peter Faessen ende de kinderen van Hendrick Jan Peter Faessen ter andere zijden, met malcanderen veraccordeert zijn zijn in deser vuegen, te weten als dat zij malcanderen nijet meer en sullen quellen en moijen oft molesteren ter causen van de goederen bij wijlen Magdaleen Willemssen ende Jan Peterssen ende Floris Hendrick Reijnen achtergelaeten, maer bekennen zij de selve wel ende te dancke gedeijlt te hebben, ende daer aff vernueght te zijn. Scheldende malcanderen daer aff tenemael quijt sonder eenige reserve op malcanderen meer te houden. Vuijtgenomen 20 gld. capitaels die de voorst. Jan Floris de jonge ten behoeve der kinderen Hendrick Jan Peter Faessen voorst. sal tellen tot lichtmis ierstcomende, metten intrest zedert der doot van de voorst. Magdaleene verschenen. Ende des toirconden ende etc. 7 december 1635. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 67 f. 52r] |
| van 05-01-1588 tot 20-03-1613 | Inv.nr. 61, folio 52r d.d. 19-10-1609. Wij Cornelis Dirck Franssen ende Dingenman Jansse, schepenen der heerl. Venloon dat men noempt Loon opt Sandt, doen condt eenen iegelijcke dat wij ten versoecke van Magdaleen Willemsdochter gesien ende gelesen hebben seckere bezegelden brieff in parchemin geschreven met twee uithangende zegelen in groenenwasse ongecasseert mochten ge.... den selven brief beginnende: Henrick Reijnen heeft geloift hem te geven ende te vergelden Jan Wouter Geritsse eenen jaerlijckse ende erffelijcke chijns van 3 ca. gld. en 8 st. alle jaer tot Loon te betalen op onse liever vrouwen lichtmisavont ende wesende gedateert int jaer ons heeren 1546 op den 20e dach van februari. Op den rugge van welcke brieff stont geschreven van woirde tot woirde gelijck hier volgende: Jan Jan Jansse heeft de helft van desen brieff te weten 34 stuijvers sjaers getransporteert ende overgedragen Magdaleenen Willemsse dochter, haer ter tochten ende haere voirkijnderen ter erven. Welcke helfft nu Floris Hendrick Reijnen jaerlijcks uijt sijn goet vergelden moet. Testes, Willem Cornelisse de Pruijser ende Ghelden Aert Hendricxsen, schepenen. Actum den 5e januari 1588 en was onderteckent P. Sallen. Welcke voirst. origneelen brieff ons bij de voirn. Magdaleen Willemsse is gehantreijct ende tot haeren versueck hebben wij dit vidimus daer van gemaeckt. Ende des toirconden etc. Actum den 19e october 1609. Inv.nr. 61, folio 52r d.d. 20-3-1613. Jan Floris Hendricxen heeft over hem genomen ende geloift naer doot van Floris Hendricx zijnen vader ende Magdaleen Willemsse sijnen stiefmoeder te betalen aen den voirkijnderen van den voirst. Magdaleen alsulcke renthen van 34 stuijvers jaerlijcx te lossen met 25 gulden eens, als Jan Jan Jansse getransporteert ende opgedragen heeft de voirst. Magdaleen Willemsse haer ter tochten ende haere voirkijnderen ten erven volgens den brieff hier boven geschreven. Testes, Jan Wouters ende Cornelis Dircksse den 20e mert 1613. |
[bron: Loon op and - Schepenbank Inv. 61 f. 52r] | ||
| 20-11-1607 | Inv.nr. 60, folio 92r t/m 93r d.d. 20-11-1607. (beschadigd stuk) In den naem ons Heeren .......................... bij den inhouden van desen tegenwoordigen...... van testamente sij kennelijcken eenen iegelijcke .... in den jaere desselfs ons heeren ende salichmaecker (sestien hondert en) seven den 20e dach, compareerden voor ons schepenen hier onder genoempt de eersaeme en wettige bedgenoten Floris Hendrick Reijnen ende Magdalena Willem Cornelisse de Pruijsers voortijts weduwe van Jan Peter Faessen, beiden gesont ende welvaerende, gaende ende staende ende haer verstandt ende memorie in alles seer wel machtich wesende ende gebruijckende als ons claerlijck scheen ende bleeck. Bekennende de selven comparanten dat sij aenmerckende de broosheijt der menscherlijcker natuere de seeckerheijt des doots ende de onseckerheijt der uhren der selven. Ende daeromme wel bedacht sijnde ende onbe... ende onverleijdt, deen van den anderen offte ijemanden anders, in eenige manieren soo sij seijden ende verclaerden hebben gesamenderhandt ende deene met volcomen consent, wil ende wete des anders gemaeckt, geordineert ende gesloten, maecken, ordineren ende sluijten bij dese hunnen testament, lesten ende uijterste wille in der forme, vuegen ende manieren ... wederroepen, casserende, doot ende te nijet doende desen alle anderen voorgaende testamenten, codicillen ende maeckingen bij hen ofte elcke van hun besond, er eenichssints gemaeckt, bekent ende gepasseert, willende ende begerende uijterlijcken dat dit hun testament ende uijterste wille sal stadt grijpen, van waerden gehouden worden ende effect sorteren het sij bij forme van testament, codicille, gifte offte maeckingen die men heet ter saecke van den oft anderssins het iemandts testament ende uijterste .... geestelijcken ende wereltlijcke rechten andere ..... niet tegenstaende dat alle en .................... solemniteiten van recht hier inne ge..... off volcomenen geobserveert offt onderhouden ... waeren oijck nijet tegenstaende eenige stadt, stede, muncipale statuten offte landtrechten ter contrarien. In den ierste bevelen sij testateuren huere sielen soo die uijt haere lichamen sceijden sullen Godt Almachtich, Marie sijnder benedijder moeder ende allen den hemel geselscappen ende heure dode lichamen der gewijder aerden. Ende hier mede komende tot de dispositie van hennen tijtelijcke goederen hen bij Godt Almachtich op deser werelt verleendt, hebben sij testateurs gewilt ende willen mits desen dat alsulcke goet als Magdalena testatrice voirst. haer aenbestorven is geweest van Robbrecht Arijaensse van Grevenbroeck, haeren oom, waervoor sij testateurs heijlant tot Capel hebben gecocht, dat het selven naer doot van de langstlevende van hun beijde sal hebben houden en besitten ten erffrechten als sijn vrij eijgen goet Jan hunder beider naerkijndt met nog eene acker lants aent eijnde van de straet gelegen, eertijts gecomen van Goiaert Lambertssen, die sij testateurs gecocht hebben gehadt voor het goet dat haer aengecomen is geweest van Willem Cornelisse haere testateurs vader. En aengaende de vercregen goederen in desen houwelijck bij hun beider vercregen te weten een stuck moers in de Egmont gelegen, hebben sij testateurs gewilt naer hunder beider doot dat hun voirst. naerkijndt den voirschr. moer half voor aff hebben ende deijlen sal ende als dan tesamen in de voirschr. moer mede deijlen hooft voor hooft, soo wel hun beider voirkijnder als het naerkijndt. En indien dit voirschr. naekijndt quame te sterven sonder echte geboirte achter te laten dat alsdan de selven voirschr. naerkijndts goederen sullen comen en succederen op haer testateuren voirkijnder bij name Henrick Jansse ende Marike sijn suster ofte hunner kijnder. Ende ....... vlees en bloet van daer de ..... hebben sij testateurs nae de ................... voorkijnderen gemaeckt ende gegeven ..................... behouden. De voorkijnderen elcke ten ... metter timmerinmgen daer op staende die ..... int hun nu in tochten besittende sijn .................... als hennen universele erffgenaemen .... Dewelcke de voirst. testateuren verclaerden te weesen hen testament, lesten ende uijterste willen. Begerende hier aff gemaeckt ende gepasseert te hebben een offte meer instrumenten in der be...formen in oirconden van welck wij Peter Sallen ende Balthasar Ferdinandus, schepenen in Venloon als wettige getuijgen daer toe geroepen ende gebeden onse segelen hjier aen hebben doen hanghen ten dage ende maent voirn. Toelichting: ------------- Als voorkinderen van Magdalena zijn genoemd Henrick en Marike. Hier had ik als voorkinderen Peter en Mayken. Nog na te kijken hoe dit zit. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 60 f. 92r t/m 93r] |
![]() |
258 Verdiesen Adriaen Peter, verklaart gevangen te zijn door soldaten van de stad van de graaf, en heeft 12 gulden moeten betalen - aug. 1581 - Loon op Zand - Schepenbank Inv. 58 f. 510r scan 121 |
| 12-01-1610 | De Efteling, Loon op Zand (De Efterlingh is het gebied genoemd in die tijd.) | [bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 62 f. 194r] |
| 12-01-1610 | RAT. Loon op Zand. R 62 f 194r d.d. 12-1-1610. Willem Arijaensse Verdiesen met het derden part, met Ariaen Arijaensse Verdiesen sijnen broeder voor een derden als erfgenaemen ende kijnderen van Arijaen Petersse Verdiesen ende Lijsken Cornelis Oerlmansdochtere hennen moeder, ende Adriaen Jansse van Hemert als gecocht hebbende een derden deel van Wouter Geritsse als man ende momboir van Heijlke Arijaens Verdiesen, hebben onderlinge met malcanderen gedaen ende gemaect eenen erffdeijlnge ende erffscheijdinge van een stede, huijs, schuer, scob, saeilandt ende heijlandt geleghen binnen der heerlich. Venloon op de Effterlingh daer hennen ouders lange tijt gewoont hebben. Overmits welcke erffscheijdinge ende erffdeijlinge den voirst. Ariaen Arijaensse Verdiesen te deel ende te loote gevallen is, de vuijt kamer. Item de schuer met het weijveldeke daer achter met allen de grachten metten vuerhoofft rontsom, behalven den grafft aen den westense sijde. Item alsnoch het oostense lot in den grote acker streckende tot de paelen toe. Met allen de grafften daer toe behoirende. Item in eenen acker genaempt den Cleijnen acker gelegen affter den hoff, sall hij hebben de suijdense sij metten graft. Ende alsnoch de oostense sijde in eenen acker genaempt den Affterschen heijacker metten grafft. Toelichting: ------------ De akte is niet volledig. Het is de laatste uit het register. In een akte van 10 maart 1614 is wel een verdere deling gemaakt. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 62 f. 194r] |
| 26-07-1608 | Toelichting: ------------- In de 1e en 2e akte is sprake van 1/4 kindsdeel. Dat komt overeen met de 4 kinderen Cornelis, Adriaentke, Lijsken en Claesken. De vader en moeder zullen overleden zijn. De hier genoemde Cornelis Cornelis Oerlmans zal de "oude" zijn. In de 2e akte staat niet wat Floris Hendrick Reijnen met het kindsdeel doet(hem toegekomen van zijn overleden vrouw Adriaentke). Vreemd is dat in de akte Ariaenke Claes Cornelisse Oerlmans staat, met Claes ertussen. In de 3e akte ruilen Cornelis, voor de kinderen van zijn overleden zus Lijsken, en Adriaen Hendrick Pauwels, man van zus Claeske 2 stukken land. Adriaen krijgt het land op de Efteling, en voor de kinderen van Lijsken is het land op de Vaert. Dat laatste grenst aan eigen land van Cornelis. Transcryptie: -------------- Inv.nr. 61, folio 5v d.d. 26-7-1608. Cornelis Cornelisse Oerlman heeft sijn kintsgedeelte t.w. een vierde part in een erffenis gelegen binnen de heerlijckheijt Venloon op de Efterlingh, oostwaerts de weduwe Mari Goessen, suijtwaerts en westwaerts Willem Gijben Jan Vannis ende noortwaerts ’t sHeerenstraet. Soo het selven hem van sijn ouders aenbestorven is soo men verclaerden, heeft hij wettelijck overgedragen en overgegeven Adriaen Hendrick Pauwels, sijnen swager, (= getrouwd met zijn zus Claesken) met afgaan ende vertijen, alsoo gewoonlijck ende recht is. Gelovende die voirst. Cornelis Cornelisse Oerlman sup se et bona etc. dit opdragen ende overgeven den voirst. Adriaen Henrick Pauwels altois vast ende van waerden te houden ende alle calangie van sijnent weghen aff te doen geheelijck. Behoudelijck dat die voirst. Adriaen Henrick Pauwels daer uijt sal gelden ende betaelen het ghene met recht daer souden moghen uitghaen. Testes scabini, Jan Wouters en Dingeman Jansse den 26e julij 1608. Inv.nr. 61, folio 5v d.d. 26-7-1608. Floris Hendrick Reijnen als man ende momboir wijlen Ariaenke Claes Cornelisse Oerlmans, sijn kijntsgedeelte te weeten een vierde part in een erffenis gelegen binnen de heerlijkheijt Venloon op de Efterlingh etc. Testes, et actum ut supra. Inv.nr. 61, folio 5v en f 6r d.d. 26-7-1608. Compareerde Cornelis Cornelisse Oerlemans als voogd en momboir van de nagelaten weeskinderen Ariaen Petersen Verdiesen ter eenre ende Adriaen Hendrick Pauwels ter andere sijde. Ende verclaerden sij comparanten ten andere tijden vermangelt te hebben, seecker landt te weeten landt om landt gelegen binnen de heerlijcheid Loon eensdeels op de Efterlingh en het anderen op de Vaert, met welcke erfmangeling Adriaen Hendrick Pauwels is toebehorende het landt op de Efterlingh, oostwaerts de weduwe Marij Goessens, suijtwaerts ende westwaerts Willem Ghijben Jan Vannis ende noortwaerts t’s Heerenstraet. Op welk landt tot behoef des voirschr. Adriaen Hendrick Pauwels heeft die voirschr. Cornelis Cornelisse Oerlemans wettelijck ende erffelijck vertegen helmelingen in manieren in dien gewoonlijck sijnde. Behoudelijck dat sij hier uijt sal gelden het ghene met recht daer uijt souden mogen ghaen. Ende het landt gelegen opte Vaert aen den suijden sijde neve de Vaert oostwaerts Cornelis Cornelisse Oerlmans voirst. suijdtwaerts ende westwaerts Robbrecht Geritse ende noortwaerts des heeren vaert. Is het selven toebehoirende den voirst. Cornelis Cornelis Oerlemans. Op welcke landt tot behoef des voirst. Cornelis Cornelisse Oerlmans heeft die voirst. Adriaen Henrick Pauwels wettelijck ende erffelijck vertegen helmelingen in manieren in dien gewoonlijck sijnde. Behoudelijck dat hij hier uijt sal gelden het ghene met recht daer uijt souden moghen ghaen. Gelovende die voirst. comparanten die voirst. Cornelis Cornelisse in qualiteijt voirst. dese mangelingen ende dit vertijen elck deen den anderen vast ende stendich te houden ende doen houden. Alles sonder argelist. Testes et actum ut supra. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 61 f. 5v/6r] |
| 06-01-1568 | Pdf RAT. Loon op Zand. R 58 f 437r d.d. 6-1-1568 (met kleine aanpassing). Floris Henricxsse als man ende momboir van Adriaenken Cornelisdr. Adriaen Peetersse Verdiesen als man ende momboir van Lijsken Cornelisdr. Claesken Cornelisdr. cum tutore (=met voogd) ende Cornelis hen broeder absent, die sij vervangen ende daer voor geloofde hebben verkocht aan Geeritden Geritsse Verhoeven, hen gedeelte, in een hoeve metter timmeringen daerop staende, gelegen op de Meulenstraet bij de oude kerck, oost en noortwaerts aen erf. Meeus Wouters ende meer anderen, suijtwaerts aen sheeren gemeijnte, westwaerts aen Peter Driessen. Nog een acker oock aldaer gelegen oostwaerts aen Wouter Claessen, suijtwaerts aen de hei, westwaerts aen Jan Teeuwen ende noortwaerts aen Lijs Geerits. Ende nog eenen acker geheijten ’t Hooge Nonven (?, of Nouven) oock aldaer gelegen, oostwaerts aen Jan van Delft, suijtwaerts aen de gemeijnte, westwaerts aen de Oude straet ende noortwaerts aen Wouter Claessen, alsoo sij seeden. Ende hebben hem opgedragen ende gelooft te waeren voor twee thienden ende twee stuijvers chijns. Nog den pastoir tien loopen roggen ’s jaers. Testes, Meeus ende Jan. Actum den 6e januari 1568. Geerit Geretsse Verhoeven heeft gelooft te betalen den voorgen. vercoopers 106 carolus guldens in 4 termijnen, waeraff den iersten zijn zal op Sinte Bartolomeusdach anno 1570 enz. Testes et actum ut supra. Toelichting: ------------ Er staat geen Oerlemans in de akte. Toch is die er aan te koppelen: Adriaen Peter Verdiesen is getrouwd met Lijsken Cornelis Oerlmans (te lezen bijvoorbeeld in de akte in R62 van 12 januari 1610, met de verdeling tussen hun kinderen). Floris Henricksse (Reijnen) is getrouwd met Adriaenken Cornelisdr Oirlmans (te lezen bijvoorbeeld in de akte in R61 van 26 juli 1608, hoewel daar Adriaenken Claes Cornelisdr Oerlmans staat). Het is nog de vraag of de naam Oerlmans of een variant daarvan door hen of hun voorouders gebruikt is. In aug. 1581 staat in ieder geval Cornelis Cornelisse Oirlemans in een schepenakte (R. 58 f.510r). Op 3 juni 1584 Cornelis Cornelisse Oerlemans (R57 f. 2r en v, lossing op een schuld van 1547). Verder ben ik dit nog aan het nagaan. Daardoor kan ik zeggen: De 4 kinderen van Cornelis Oirlemans verkopen een hoeve en 2 akkers. Die liggen bij elkaar bij de Meulenstraat aan de oude kercke. De oude kerk stond meer ten zuidoosten van de huidige kerk, in de buurt van het Land van Kleef. De oude kerk was de Sint-Willibrordkerk, in gebruik tot rond 1400, en rond 1565, de periode van de akte, breken ze de laatste restanten af. (Bron: Straet en Vaert 1992, pag. 9) Molenstraat, Moleneind, Molengang bestaan anno 2023 en bakenen het gebied behoorlijk af. Fragment met een kaart uit 1867 heb ik bijgevoegd. Op de kadasterkaart van 1832 is op sectie E 02 en 03 het gebied goed te zien. De Oude straat heb ik niet terug kunnen vinden. Er staat in de akte niet hoe ze aan deze hoeve en de 2 akkers gekomen zijn. Het is een gezamenlijke verkoop, en daarom denk ik aan een nalatenschap van vader of moeder. Op 26 juli 1608 draagt Cornelis een kindsdeel, te weten 1/4 over aan zijn zwager Adriaen Hendrik Pauwels. Floris, man van Adriaenken, verkoopt ook het kindsdeel, te weten 1/4. Dan ruilt Cornelis met zwager Adriaen 2 stukken land. Dan lijkt dit ook op een nalatenschap van vader of moeder. De koper Geerit Geritse Verhoeven zal betalen op Sint Bartholomeusdag. Dat is de laatste zaterdag van september. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 58 f. 437r scan 43] | ||
| 26-05-1600 | Pdf RAT. Loon op Zand. R 59 f 30v d.d. 26-5-1600. Willem zoen Adriaen Verdiesen voor zijn zelven ende Cornelis Cornelisse Oerlemans als momboir van Ariaen Ariaensse Verdiesen ende Heijlke hun suster, daer voor sij hen fort en sterck maeckende, hebben wettelijck ende erffelijck Peter Cornelis Hendrickse ende Jan Peters, wonende tot Tilborch, anderhalf lps. moers metten gronden gelegen in de heerlijckheijt van Loon een bodem van twee bunder moers metten achtervolgens schepenenbrieven van Loon in date den 2e dach april anno 1556. Ende hebben de voirschr. coopers ’t selven loptiens moers opgedragen ende overgegeven met affgaen ende vertijen alzoo gebruickelijck ende recht is. Gelovende de voorschr. Willem zoen Adriaen Verdiesen voor zich selven ende Cornelis in den qualiteijt voorschr. onder verbant van hunnen personen, goederen present ende toecomende, voorschr. loptien moers ende gront te waeren gelijck men schuldig is moer te waeren ende allen commer ende calangien aff te doen geheelijck. Onder conditie dat de voorschr. Peeter schuldig verbonden sal wesen volgens den voorschr. brieff te wegen ende stegen als gewoonlijck is. Actum, scabini, Willem Martens van Gilse ende Arijaen Ariaense Oerlemans, den 26e maij 1600. Toelichting: ------------ De schepenbrief van 2 april 1556 heb ik niet teruggevonden. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 59 f. 30v] |
| 12-01-1610 | De Efteling, Loon op Zand (De Efterlingh is het gebied genoemd in die tijd.) | [bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 62 f. 194r] |
| 08-1581 | RAT. Loon op Zand. R 58 f 510r d.d. augustus 1581. (zeer slechte kwaliteit, deels onleesbaar) Arijaen Peeterssen Verdiesen gaende naer zijn beesten, gevangen is van zeven soldaten so… binnen de voorschr. stadt van Geertruidenberch onder den zelven capiteijn Nicolai gelegen, onder andere geheijten Peeter Bloethoven, Frans Jonckbloet en Baldewijn van Ruermonde ende nog eene met eene ooge genaempt Mom, heeft hij moeten geven 12 car. gld. Ook: RAT. Loon op Zand. R 58 f 510r d.d. augustus 1581(slecht leesbaar) Cornelis Cornelis Oirlemans uit zijn huijse met gewelt gehaelt zijnde van … soldaten binnen de stadt onder capiteijn Nicolai voorschr. gelegen, sonder de selver weeten te kennen, heeft moeten geven 60 car. gld. Actum den, … augustus…… Meeus en Gelden. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 58 f. 510r] | ||
| 12-01-1610 | RAT. Loon op Zand. R 62 f 194r d.d. 12-1-1610. Willem Arijaensse Verdiesen met het derden part, met Ariaen Arijaensse Verdiesen sijnen broeder voor een derden als erfgenaemen ende kijnderen van Arijaen Petersse Verdiesen ende Lijsken Cornelis Oerlmansdochtere hennen moeder, ende Adriaen Jansse van Hemert als gecocht hebbende een derden deel van Wouter Geritsse als man ende momboir van Heijlke Arijaens Verdiesen, hebben onderlinge met malcanderen gedaen ende gemaect eenen erffdeijlnge ende erffscheijdinge van een stede, huijs, schuer, scob, saeilandt ende heijlandt geleghen binnen der heerlich. Venloon op de Effterlingh daer hennen ouders lange tijt gewoont hebben. Overmits welcke erffscheijdinge ende erffdeijlinge den voirst. Ariaen Arijaensse Verdiesen te deel ende te loote gevallen is, de vuijt kamer. Item de schuer met het weijveldeke daer achter met allen de grachten metten vuerhoofft rontsom, behalven den grafft aen den westense sijde. Item alsnoch het oostense lot in den grote acker streckende tot de paelen toe. Met allen de grafften daer toe behoirende. Item in eenen acker genaempt den Cleijnen acker gelegen affter den hoff, sall hij hebben de suijdense sij metten graft. Ende alsnoch de oostense sijde in eenen acker genaempt den Affterschen heijacker metten grafft. Toelichting: ------------ De akte is niet volledig. Het is de laatste uit het register. In een akte van 10 maart 1614 is wel een verdere deling gemaakt. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 62 f. 194r] |
| 08-1581 | Pdf RAT. Loon op Zand. R 58 f 510r d.d. augustus 1581. (zeer slechte kwaliteit, deels onleesbaar) (beperkt aangepast) Arijaen Peeterssen Verdiesen gaende naer zijn beesten, syen (?) gevangen is van zeven soldaten so… binnen de voorschreven stadt van de Graef, onder den selven Capitain Semsc (?) geleghen, onder andere geheijten Peeter Bloethoven, Frans Jonckbloet en Baldewijn van Ruermonde ende nog eene met eene ooge genaempt Mom, heeft hij moeten geven 12 carolus gulden RAT. Loon op Zand. R 58 f 510r d.d. augustus 1581(slecht leesbaar) Cornelis Cornelis Oirlemans uit zijn huijse met gewelt gehaelt zijnde van … soldaten alsd.. binnen de stadt Bryde (Hryde, .. ?) <Sint Geertruydenbergh is doorgestreept) onder capiteijn Nicolai voorschr. gelegen, sonder de selver weeten te kennen, heeft moeten geven 60 car. gld. Actum den, … augustus…… Meeus en Gelden. N.B. er staan nog 2 verklaringen boven, kijken hoever ik die vertaald krijg: Aryaen Joosten, uyt zijn huys gehaelt zijnde met gewelt, heeft gegeven 4 daelders t stuck tot 26 stuyvers geldt, met 2 oude Geldersche Rijders. Behalve te coscen (?) aen tien soldaten, binnen de stadt van den capiteijn Senscref (?) onder .raef (Graef) geleghen, onder andere geheijten Frans Jonckbloet van Berghe op den Zoom, Peer Bloethont, Claes Peeterssen van Loon, met noch eenre, oock eenre Claes genaempt ende Voost (?) met noch eene Wael ende de andere onbekent. Joost Claes ene Ben zijn zoon uit zijn scuere, aldaer hij cooren afgepacken hadde gehaelt sijnde, heeft vijf soldaten binnen voorsete Geertruydenberche gelegen onder Capitain Nicolai, moet gheeven 53 carolus gulden. in de marge: eenre genoempt Toenis van Wijck, alias Boercen. (Boerken) Toelichting: ------------ Ze leven midden in de oorlog. Adriaen en Cornelis zijn beide volgens hun verklaring slachtoffer geworden van soldaten, horend bij kapitein Nicolai, gelegen binnen de stad Geertruidenberg. Het zijn zwagers van elkaar. Geertruidenberg is op 31 augustus 1573 door 12 watergeuzen bezet, en op 1 september trekt Willem van Oranje de stad binnen. De dagen erna werd er ondanks een overeenkomst met het stadsbestuur toch een beeldenstorm gehouden, kloosters geplunderd, 9 geestelijken vermoord, en nonnen beroofd en mishandeld. (Bron: wikipedia Inname_van_Geertruidenberg_(1573) Om aan te geven hoe het er aan toe ging. Tot april 1589 blijft de vesting in handen van de staatsen. Dat zou betekenen, dat het staatse soldaten geweest moeten zijn. Voor wat betreft de slachtoffers: Cornelis Cornelis zou ook de jonge kunnen zijn, dus dan is het oom en neef. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 58 f. 510r scan 121] |
| van 12-04-1547 tot 05-06-1584 | Pdf RAT. Loon op Zand. R 57 f 2r en 2v d.d. 12-4-1547. Henrick Gerit Oirlmanszn. heeft gelooft te geven ende te vergelden Claessen Peetersse de jonge (Sterts) eene jaarlijkse ende erffelijke chijns van 2 carolus gulden ende 3 stuivers ofte 20 st. voor elcke gld. ende alle jaer te Loon te betalen op ten 12 dag april waeraf den eerste dag van betalingen zijn zal op ten 12e dag april naestcomende uit ende van zijnder erffenisse met timmeringe daerop staende gelegen in de parochie van Venloon op ten Ketsheuvel, metter oostenzijde neffen erffenisse Peeter Geldensse metter westenzijde neffen de weduwe Cornelis Matheusse streckende van sheerenstraete aen de 12 geerden, alsoo hij seede. Ende heeft hem opgedragen ende overgegeven met afgaen ende vertijen also gewoonlijck en recht is. Gelovende Henrick voorst. als een principaele schulden op hem ende op allen zijn goet, dat hij heeft ofte verkrijgende mag, Claessen den voorschr. erfchijns te waren alsoo men erfchijns schuldig is te waren, ende allen commer af te doen en ’t voorschr. onderpant altijt goet ende weldoegende te maken voor de betalingen des erfchijns voorst. Hier is bij gestaan Lucas Adriaensse (van Bezauwen) ende is waerborg geworden. Testes, Peeter Gijsbertssen ende Goessen Henrickszn. Actum den 12e april 1547. Deze chijns mag Henrick altijt lossen op ten 12e dag april met 32 ca. gld. ofte 20 st. voor elcke gld. ende metter versch. renten ende malcanderen altijt een half jaer te vooren op te zeggen. Testes ut supra. In marge bijgeschreven: deze brief is geheel afgequeten ende gelost de hooftsommen bij handen van Adriaen Peetersse Verdiesen ende Cornelis Cornelisse Oerlemans als .... in handen van Steeven Thomassen. Testes, scabini, Willem Cornelisse de Pruijser ende Gelden Aert Henricxsse. Actum den 5e juni 1584. Toelicihting: ------------- Adriaen en Cornelis hebben de schuld overgenomen van Henrick Gerit Oirlmans. Het zal met de bewoning van de erfenisse met timmeringe te maken hebben. Hoe het dan bij deze 2 zwagers gekomen is? |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 57 f. 2r en v] | ||
| van 27-03-1554 tot 06-06-1584 | Pdf RAT. Loon op Zand. R 57 f 218v d.d. 27-3-1554. Henrick Gerit Oirlmans heeft gelooft jaerlijcks te vergelden Claessen Peeter Adriaensse eene jaerlijckse ende erffelijcke pacht van zes mudde rogs ofte de waerde van dien in gelden alzoo Claessen gelieven zal, allen jaeren tot Oisterwijck te leveren waeraf den eerste dach van betalingen zijn zal opten 12e dach april naestcomende over een jaer uit ende van zijnder erffenisse metter timmeringen daerop staende in de parochie van Venloon opten Ketshoevel metter oisten zijde neffen erffenis Peeter Geldens metter westen zijde neffen Claes Petersse streckende van sheerenstraete aen mijn heer van Loon alzoo hij zeede. Ende heeft hem opgedragen ende gelooft te waren etc. Daar waerborg voor is geworden Geridt Oirlmans. Testes, Joist Peetersse ende Adriaen Nouwen. Actum anno 1554 den 27e maart. Dese erfpacht mag Henrick altijt lossen met 50 carolus guldens eens ende metten verschenen pachten ende een half jaer te voren op te zeggen. Testes et actum ut supra. In marge: dese brief is geheel afgequeten ende gelost bij handen van Adriaen Petersse Verdiesen ende Cornelis Cornelis Oirlman als gelders in handen van Steven Thomassen. Testes, Willem Cornelisse ende Gelden Aert Henricxsse. Actum den 6e juni 1584. Toelichting: ------------ Op 5 juni 1584 betalen zij op een andere schuld, te weten van 1547. Deze gaat over een erfenisse met timmeringe op de Ketsheuvel. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 57 f. 218v] |
| van 12-05-1569 tot 18-05-1572 | Pdf RAT. Loon op Zand. R 58 f 445r d.d. 12-5-1569. Heijlke weduwe Peeter Janssoon Verdiesen cum tutore, haer tochten ende rechten wegen dat sij hebbende in alsulcke erffenisse metten timmeringe daerop staende, uitgenomen die westen caemer en oock te mogen gaen ende comen int heel huijs opt Efterlingh gelegen, oostwaerts aen een steege ende aen Arnt Wouters met meer anderen, suijtwaerts aen de erfgenamen van Loijen Gijsbrechtsse ende anderen, westwaerts aen Gijb Jan Henricx ende meer anderen, ende noortwaerts aen sheerenstraet ende Peter Lambertsse met meer anderen, alsoo sij seede, heeft sij opgedragen ende overgegeven met den erffelijckheijt die sij van de voorschr. erffenisse hebbende aan Adriaen Peetersse Verdiesen haere soon ende Diricke Goessenszn. haere swager ende Jenneke haerder dochter. Ende heeft voorts op vertegen etc. Dus hebben Adriaen ende Dirick gelooft den voorgen. Heijlkens haerder moeder jaerlijcx haer leven lang gedurende ende niet langer, uit voorschr. erffenisse metter timmeringen te vergelden des lichtmis twee mudden roggen, twintig gulden ende twee lopen boeckweijts. Ende die chijnsen met recht daer van uitgaende ende pachten, waeraff den eersten dach van betaelingen zijn zal van lichtmis over een jaer. Gelovende te waeren. Testes, Meeus en Goessen.Actum den 12e meij 1669. RAT. Loon op Zand. R 58 f 445r en 445v d.d. 12-5-1569. Wij Bartolomeus Janssoon ende Goessen Henrickszn. van Bezauwen, schepenen in Venloon doen condt dat voor ons gecomen sijn Adriaen Peetersse Verdiesen ende Dirick Goessenszn. zijne zwager ende hebben hen bekent een erfscheiding gemaeckt te hebben van haer luijden beijder erffenisse op’t Erfterlingh gelegen. Overmits der welcke Adriaenen metten lot gevallen is d’oude stede aldaer gelegen oostwaerts aen een steege ende aen Arnt Wouters, suijtwaerts aen de erfgenamen van Loij Gijsbertssen ende meer anderen, westwaerts aen Diricken voorn. en meer anderen ende noortwaerts aen sheerenstraet ende aen Peeter Josten met meer anderen. Nog een ackerlants oock aldaer gelegen oostwaerts metten graft aen de steege, suijtwaerts aen Adriaenen voorn. westwaerts aen Diricken voorgen. en noortwaerts aen Peeter Pauwels alsoo dat dije voorschr. erffenisse ende deen acker lants nu ter tijt bepaelt is, alsoo sij seeden. Ende heeft Diricken voorn. Adriaen dat lot opgedragen etc. ende gelooft te waren. Uitgenomen dat Adriaen daer uit vergelden sal sheeren grontchijns en vijf loopen roggen onser liever vrouwen autair jaarlijcx binnen Loon. Noch den pastoir een loopen roggen, te lossen met 32 gld. Noch twee gld. jaerlijcx aen Diricken voorn. lossrente. Noch Heijlken zijnder moeder een mudden roggen, een loop boeckweijt ende tien gld. jaerlijcx des lichtmis over een jaer. Dus sal Adriaen erffenis over Dirick lot mogen wegen ende steegen ten naesten velden ende ter naesten scaeden met voorwaerden. Actum den 12 meij 1569. Bijgeschreven in de kantlijn: dat oock Adriaen sijne heijningen zal maecken ende onderhouden dat Dirick onbeschadigt blijft ende metten ge… beesten neffen magf gaen ende schouwen. Ondergeschreven: Dirick voorn. heeft bekent dat Adriaen voorn. hem die voorschr. twee gld. gelost ende aff gequeten is. Actum den 18e meij 1572. Overmits welcker delinge Diricken Goessenszn. metten lot te deele gevallen is die nieuwe stede metter timmeringhe daerop staende oock aldaer opt Efterlinge gelegen, oostwaerts aen erf. Adriaen voorn. suijtwaerts aen de genoemde Adriaensse, suijtwaerts aen gen. Adriaensse ende aen Loij Gijsberts erfgenamen, westwaerts aen de gemeijnte ende meer anderen en noortwaerts aen Peter Lamberts ende meer anderen. Nog eenen acker geheijten den Leegen hoff oock aldaer gelegen oostwaerts aen erf. Adriaens voorn. suijtwaerts aen een steege, westwaerts Gijb Wouters ende meer anderen ende noortwaerts aen Peeter Josten ende meer anderen. Alsoo die erffenisse ende ackerlants nu ter tijt bepaelt is alsoo sij seeden. Ende heeft Adriaen voorn. het voorschr. lot opgedragen ende gelooft te waren etc. Uitgenomen dat Dirck daer uit sal vergelden sheeren grontchijns. Nog acht loopen erf roggen aen Peeterken Adriaens wed. Nog vier geld. sjaers aen den erfgenamen van Gerret van de Wiel. Nog Heijlke Peters Verdiesen een mud rog, een loopen boeckwijt ende thien gld ’s jaers haeren leven lang, verschenen van lichtmis naestcomende. Met voirden te mogen wegen ende steegen ende voorts als voor. Dat ook Dirick zijn heijninge zal maecken dat Adriaen onbeschaedigt blijft ende metten ges… beesten neffen mach stouwen ende gaen Maer ofte gebeurde dat die geerfde westwaerts ende noortwaerts daer aen gelegen zijnde enige actie daerop pretendeerden ofte eijsten, dat heeft Dirick gelooft op sijnen costen ende alleene te weeren. Testes et actum ut supra. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv.58 f. 445r en v] |
| 26-05-1600 | Pdf RAT. Loon op Zand. R 59 f 30v d.d. 26-5-1600. Willem zoen Adriaen Verdiesen voor zijn zelven ende Cornelis Cornelisse Oerlemans als momboir van Ariaen Ariaensse Verdiesen ende Heijlke hun suster, daer voor sij hen fort en sterck maeckende, hebben wettelijck ende erffelijck Peter Cornelis Hendrickse ende Jan Peters, wonende tot Tilborch, anderhalf lps. moers metten gronden gelegen in de heerlijckheijt van Loon een bodem van twee bunder moers metten achtervolgens schepenenbrieven van Loon in date den 2e dach april anno 1556. Ende hebben de voirschr. coopers ’t selven loptiens moers opgedragen ende overgegeven met affgaen ende vertijen alzoo gebruickelijck ende recht is. Gelovende de voorschr. Willem zoen Adriaen Verdiesen voor zich selven ende Cornelis in den qualiteijt voorschr. onder verbant van hunnen personen, goederen present ende toecomende, voorschr. loptien moers ende gront te waeren gelijck men schuldig is moer te waeren ende allen commer ende calangien aff te doen geheelijck. Onder conditie dat de voorschr. Peeter schuldig verbonden sal wesen volgens den voorschr. brieff te wegen ende stegen als gewoonlijck is. Actum, scabini, Willem Martens van Gilse ende Arijaen Ariaense Oerlemans, den 26e maij 1600. Toelichting: ------------ De schepenbrief van 2 april 1556 heb ik niet teruggevonden. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 59 f. 30v] |
| 01-03-1619 | RAT. Loon op Zand. R 63 f 90v/91r d.d. 1-3-1619. Alsoo naer datum van den 15e december lestleden noch anderen questien ende verschillen opgestaen ende geresen waeren tusschen Jan Arien Hendricksse Langen voirsoone wijlen Arien Hendricksse, bij den selven ende Claeske Cornelis dochter in echte bedde verweckt ter eenre, ende Jan Jansse Stevens metten zijnen erfgenaemen wijlen Huijbert Jan Wouters in iersten houwelijck met Grietken Gerit Geldens dochter gehijlict, ende de voorschr. Grietke naederhandt in tweede houwelijck metten voirst. Ariaen Hendrick Pauwels versaemt zijne naegelaeten weduwe ter andere zijde. Aengaende de sceijdinge ende deijlinge van seeckere erffgoederen, te weten een parceel hoijlandts tot Capel gelegen, ende een ackerken opt de Efterlingh, gekomen van Jan Gijben Stoop. Soo zijn partijen doir tusschen spreecken van goede mannen onderlingen veraccordeert ende overkomen in vuegen ende manieren hier naer beschreven. Te weten dat de on.... erffgoederen soo in Hollandt als in Brabant gelegen sullen keeren, blijven ende toebehoiren de gene van dijen sijde sij gekomen sijnde. Dies sal den voirst. Jan Arijensse Langen de voirst. Jan Jansse Stevens mette sijne vuijtreijcken de somma van 220 gld. hollandts gelt te betaelen in twee termijnen, deen helft tot paesschen iertstcomende deses jaers 1619, ende dander helft ende lesten termijn tot paesschen 1620. De costen gecompenseert voor ijeder ende sijne dragen sal ende hier mede alle questien ende verschillen tusschen de voirst. partijen neder geleet, ende te nijet sullen wesen voor nu ende altois. Noch in toecomende tijden eenige meer te moveren ofte op te haelen in eeniger manieren. Daer voor verbijndende de voirst. partijen reciprore deen den anderen hunnen persoonen ende goederen, roerende ende onroerende, present ende toecomende. Testes, Jan Wouters ende Dingeman Jansse den iersten maert 1619. In marge: Jan Jansse Stevens ende Wouter Geritsse hebben bekent van dese geloifte voldaen te zijn, Testes, Jan Wouters. Actum den 5 meij 1620. Item: Verder verclaeren de voirst. partijen met malcanderen getracteert ende gehandelt ende den voirst. Jan Arijensse Langen vercocht te hebben een parceel hoijlandts gelegen tot Capel in den Suijdenwijnt benevens het Labbegat metten jongen Jan Meeusse gelant, daer questie ende verschil in geweest was voor de somme van 355 gld. hollants gelt, te betaelen in twee termijnen, den iersten termijn tot paesschen ierstcomende deses jaers 1619, ende de tweede ende lesten tot paesschen 1620. Dies sal de voirst. Jan Ariens aen den voirst. cooppenningen valuderen, elcke termijn de helft van 135 gld. die Jan Jansse Stevens mette sijnen in de bovengescreven accoirde geloift hebben, daer voor verbijndende die voirst. Jan Ariensse etc. ende stellende etc. Testes et actum ut supra. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 63 f. 90v/91r] |
| 26-07-1608 | Toelichting: ------------- In de 1e en 2e akte is sprake van 1/4 kindsdeel. Dat komt overeen met de 4 kinderen Cornelis, Adriaentke, Lijsken en Claesken. De vader en moeder zullen overleden zijn. De hier genoemde Cornelis Cornelis Oerlmans zal de "oude" zijn. In de 2e akte staat niet wat Floris Hendrick Reijnen met het kindsdeel doet(hem toegekomen van zijn overleden vrouw Adriaentke). Vreemd is dat in de akte Ariaenke Claes Cornelisse Oerlmans staat, met Claes ertussen. In de 3e akte ruilen Cornelis, voor de kinderen van zijn overleden zus Lijsken, en Adriaen Hendrick Pauwels, man van zus Claeske 2 stukken land. Adriaen krijgt het land op de Efteling, en voor de kinderen van Lijsken is het land op de Vaert. Dat laatste grenst aan eigen land van Cornelis. Transcryptie: -------------- Inv.nr. 61, folio 5v d.d. 26-7-1608. Cornelis Cornelisse Oerlman heeft sijn kintsgedeelte t.w. een vierde part in een erffenis gelegen binnen de heerlijckheijt Venloon op de Efterlingh, oostwaerts de weduwe Mari Goessen, suijtwaerts en westwaerts Willem Gijben Jan Vannis ende noortwaerts ’t sHeerenstraet. Soo het selven hem van sijn ouders aenbestorven is soo men verclaerden, heeft hij wettelijck overgedragen en overgegeven Adriaen Hendrick Pauwels, sijnen swager, (= getrouwd met zijn zus Claesken) met afgaan ende vertijen, alsoo gewoonlijck ende recht is. Gelovende die voirst. Cornelis Cornelisse Oerlman sup se et bona etc. dit opdragen ende overgeven den voirst. Adriaen Henrick Pauwels altois vast ende van waerden te houden ende alle calangie van sijnent weghen aff te doen geheelijck. Behoudelijck dat die voirst. Adriaen Henrick Pauwels daer uijt sal gelden ende betaelen het ghene met recht daer souden moghen uitghaen. Testes scabini, Jan Wouters en Dingeman Jansse den 26e julij 1608. Inv.nr. 61, folio 5v d.d. 26-7-1608. Floris Hendrick Reijnen als man ende momboir wijlen Ariaenke Claes Cornelisse Oerlmans, sijn kijntsgedeelte te weeten een vierde part in een erffenis gelegen binnen de heerlijkheijt Venloon op de Efterlingh etc. Testes, et actum ut supra. Inv.nr. 61, folio 5v en f 6r d.d. 26-7-1608. Compareerde Cornelis Cornelisse Oerlemans als voogd en momboir van de nagelaten weeskinderen Ariaen Petersen Verdiesen ter eenre ende Adriaen Hendrick Pauwels ter andere sijde. Ende verclaerden sij comparanten ten andere tijden vermangelt te hebben, seecker landt te weeten landt om landt gelegen binnen de heerlijcheid Loon eensdeels op de Efterlingh en het anderen op de Vaert, met welcke erfmangeling Adriaen Hendrick Pauwels is toebehorende het landt op de Efterlingh, oostwaerts de weduwe Marij Goessens, suijtwaerts ende westwaerts Willem Ghijben Jan Vannis ende noortwaerts t’s Heerenstraet. Op welk landt tot behoef des voirschr. Adriaen Hendrick Pauwels heeft die voirschr. Cornelis Cornelisse Oerlemans wettelijck ende erffelijck vertegen helmelingen in manieren in dien gewoonlijck sijnde. Behoudelijck dat sij hier uijt sal gelden het ghene met recht daer uijt souden mogen ghaen. Ende het landt gelegen opte Vaert aen den suijden sijde neve de Vaert oostwaerts Cornelis Cornelisse Oerlmans voirst. suijdtwaerts ende westwaerts Robbrecht Geritse ende noortwaerts des heeren vaert. Is het selven toebehoirende den voirst. Cornelis Cornelis Oerlemans. Op welcke landt tot behoef des voirst. Cornelis Cornelisse Oerlmans heeft die voirst. Adriaen Henrick Pauwels wettelijck ende erffelijck vertegen helmelingen in manieren in dien gewoonlijck sijnde. Behoudelijck dat hij hier uijt sal gelden het ghene met recht daer uijt souden moghen ghaen. Gelovende die voirst. comparanten die voirst. Cornelis Cornelisse in qualiteijt voirst. dese mangelingen ende dit vertijen elck deen den anderen vast ende stendich te houden ende doen houden. Alles sonder argelist. Testes et actum ut supra. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 61 f. 5v/6r] |
| 06-01-1568 | Pdf RAT. Loon op Zand. R 58 f 437r d.d. 6-1-1568 (met kleine aanpassing). Floris Henricxsse als man ende momboir van Adriaenken Cornelisdr. Adriaen Peetersse Verdiesen als man ende momboir van Lijsken Cornelisdr. Claesken Cornelisdr. cum tutore (=met voogd) ende Cornelis hen broeder absent, die sij vervangen ende daer voor geloofde hebben verkocht aan Geeritden Geritsse Verhoeven, hen gedeelte, in een hoeve metter timmeringen daerop staende, gelegen op de Meulenstraet bij de oude kerck, oost en noortwaerts aen erf. Meeus Wouters ende meer anderen, suijtwaerts aen sheeren gemeijnte, westwaerts aen Peter Driessen. Nog een acker oock aldaer gelegen oostwaerts aen Wouter Claessen, suijtwaerts aen de hei, westwaerts aen Jan Teeuwen ende noortwaerts aen Lijs Geerits. Ende nog eenen acker geheijten ’t Hooge Nonven (?, of Nouven) oock aldaer gelegen, oostwaerts aen Jan van Delft, suijtwaerts aen de gemeijnte, westwaerts aen de Oude straet ende noortwaerts aen Wouter Claessen, alsoo sij seeden. Ende hebben hem opgedragen ende gelooft te waeren voor twee thienden ende twee stuijvers chijns. Nog den pastoir tien loopen roggen ’s jaers. Testes, Meeus ende Jan. Actum den 6e januari 1568. Geerit Geretsse Verhoeven heeft gelooft te betalen den voorgen. vercoopers 106 carolus guldens in 4 termijnen, waeraff den iersten zijn zal op Sinte Bartolomeusdach anno 1570 enz. Testes et actum ut supra. Toelichting: ------------ Er staat geen Oerlemans in de akte. Toch is die er aan te koppelen: Adriaen Peter Verdiesen is getrouwd met Lijsken Cornelis Oerlmans (te lezen bijvoorbeeld in de akte in R62 van 12 januari 1610, met de verdeling tussen hun kinderen). Floris Henricksse (Reijnen) is getrouwd met Adriaenken Cornelisdr Oirlmans (te lezen bijvoorbeeld in de akte in R61 van 26 juli 1608, hoewel daar Adriaenken Claes Cornelisdr Oerlmans staat). Het is nog de vraag of de naam Oerlmans of een variant daarvan door hen of hun voorouders gebruikt is. In aug. 1581 staat in ieder geval Cornelis Cornelisse Oirlemans in een schepenakte (R. 58 f.510r). Op 3 juni 1584 Cornelis Cornelisse Oerlemans (R57 f. 2r en v, lossing op een schuld van 1547). Verder ben ik dit nog aan het nagaan. Daardoor kan ik zeggen: De 4 kinderen van Cornelis Oirlemans verkopen een hoeve en 2 akkers. Die liggen bij elkaar bij de Meulenstraat aan de oude kercke. De oude kerk stond meer ten zuidoosten van de huidige kerk, in de buurt van het Land van Kleef. De oude kerk was de Sint-Willibrordkerk, in gebruik tot rond 1400, en rond 1565, de periode van de akte, breken ze de laatste restanten af. (Bron: Straet en Vaert 1992, pag. 9) Molenstraat, Moleneind, Molengang bestaan anno 2023 en bakenen het gebied behoorlijk af. Fragment met een kaart uit 1867 heb ik bijgevoegd. Op de kadasterkaart van 1832 is op sectie E 02 en 03 het gebied goed te zien. De Oude straat heb ik niet terug kunnen vinden. Er staat in de akte niet hoe ze aan deze hoeve en de 2 akkers gekomen zijn. Het is een gezamenlijke verkoop, en daarom denk ik aan een nalatenschap van vader of moeder. Op 26 juli 1608 draagt Cornelis een kindsdeel, te weten 1/4 over aan zijn zwager Adriaen Hendrik Pauwels. Floris, man van Adriaenken, verkoopt ook het kindsdeel, te weten 1/4. Dan ruilt Cornelis met zwager Adriaen 2 stukken land. Dan lijkt dit ook op een nalatenschap van vader of moeder. De koper Geerit Geritse Verhoeven zal betalen op Sint Bartholomeusdag. Dat is de laatste zaterdag van september. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 58 f. 437r scan 43] |
| 01-03-1619 | RAT. Loon op Zand. R 63 f 90v/91r d.d. 1-3-1619. Alsoo naer datum van den 15e december lestleden noch anderen questien ende verschillen opgestaen ende geresen waeren tusschen Jan Arien Hendricksse Langen voirsoone wijlen Arien Hendricksse, bij den selven ende Claeske Cornelis dochter in echte bedde verweckt ter eenre, ende Jan Jansse Stevens metten zijnen erfgenaemen wijlen Huijbert Jan Wouters in iersten houwelijck met Grietken Gerit Geldens dochter gehijlict, ende de voorschr. Grietke naederhandt in tweede houwelijck metten voirst. Ariaen Hendrick Pauwels versaemt zijne naegelaeten weduwe ter andere zijde. Aengaende de sceijdinge ende deijlinge van seeckere erffgoederen, te weten een parceel hoijlandts tot Capel gelegen, ende een ackerken opt de Efterlingh, gekomen van Jan Gijben Stoop. Soo zijn partijen doir tusschen spreecken van goede mannen onderlingen veraccordeert ende overkomen in vuegen ende manieren hier naer beschreven. Te weten dat de on.... erffgoederen soo in Hollandt als in Brabant gelegen sullen keeren, blijven ende toebehoiren de gene van dijen sijde sij gekomen sijnde. Dies sal den voirst. Jan Arijensse Langen de voirst. Jan Jansse Stevens mette sijne vuijtreijcken de somma van 220 gld. hollandts gelt te betaelen in twee termijnen, deen helft tot paesschen iertstcomende deses jaers 1619, ende dander helft ende lesten termijn tot paesschen 1620. De costen gecompenseert voor ijeder ende sijne dragen sal ende hier mede alle questien ende verschillen tusschen de voirst. partijen neder geleet, ende te nijet sullen wesen voor nu ende altois. Noch in toecomende tijden eenige meer te moveren ofte op te haelen in eeniger manieren. Daer voor verbijndende de voirst. partijen reciprore deen den anderen hunnen persoonen ende goederen, roerende ende onroerende, present ende toecomende. Testes, Jan Wouters ende Dingeman Jansse den iersten maert 1619. In marge: Jan Jansse Stevens ende Wouter Geritsse hebben bekent van dese geloifte voldaen te zijn, Testes, Jan Wouters. Actum den 5 meij 1620. Item: Verder verclaeren de voirst. partijen met malcanderen getracteert ende gehandelt ende den voirst. Jan Arijensse Langen vercocht te hebben een parceel hoijlandts gelegen tot Capel in den Suijdenwijnt benevens het Labbegat metten jongen Jan Meeusse gelant, daer questie ende verschil in geweest was voor de somme van 355 gld. hollants gelt, te betaelen in twee termijnen, den iersten termijn tot paesschen ierstcomende deses jaers 1619, ende de tweede ende lesten tot paesschen 1620. Dies sal de voirst. Jan Ariens aen den voirst. cooppenningen valuderen, elcke termijn de helft van 135 gld. die Jan Jansse Stevens mette sijnen in de bovengescreven accoirde geloift hebben, daer voor verbijndende die voirst. Jan Ariensse etc. ende stellende etc. Testes et actum ut supra. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 63 f. 90v/91r] |
| 15-12-1618 | RAT. Loon op Zand. R 63 f 83r d.d. 15-12-1618. Margriet Gerit Geldens dochter naegelaeten weduwe wijlen Adriaen Hendrick Pauwels, haere tochten ende recht van tochten weghen die sij is hebbende in de helft van den goederen die sij staende haeren tweede houwelijck metten voirst. wijlen Ariaen Hendricxen Pauwels geconquesteert ende vercregen heeft, te weeten het seste gedeelte van den goederen gecocht ende gekomen van wijlen Engel Gerit Geldens, gelegen binnen der heerlich. Venloon opt de Efterlingh, heeft sij wettelijck ende erffelijck opgedragen ende overgegeven Jan soone Adriaen Hendrick Pauwels ende dat etc. Gelovende etc. Testes, Jan Wouters ende Ariaen Hendrick Vos den 15e december 1618. RAT. Loon op Zand. R 63 f 83v d.d. 5-12-1618. Alsoo seeckere questien ende verschillen geresen waeren tusschen Jan Arien Hendricxen Langen ter eenre ende Jan Jansse Stevens als man ende voicht van Digna Huijbert Jan Wouters dochter ende Wouter Gerit Aertsse als man ende voicht van Jenneke Huijberts voor hen selven ende in den naem ende van weghen Lambert Anthonissen als man ende voicht van Peterken Huijberts, ende den onmondige Joostken Jan Joosten bij wijlen Jan Joosten ende wijlen Neeltken Huijberts in echte bedde verwect, die welcke sij vervingen ende daer voor sij hen fort ende sterck maecten ter andere sijden. Sijnde de selven questie gesproten ter oirsaecken van de betalingen van de crediten ende schulden wijlen Ariaen Hendrick Pauwels Wijens sterffhuijs Margriet Gerit Geldens zijnen naegelaeten weduwe, die voortijts in iersten houwelijck met wijlen Huijbert Jan Wouters gehoudt was geweest aengeverdt hadde. Soo eeft dat partijen door tusschen spreecken van goede mannen onderlingen zijn veraccordeert ende overkomen in vuegen hier naer bescreven, te weten dat de voirst. Jan Arien Hendricxen van de schulden staende den houwelijck van den voirst. Ariaen Hendrickse ende Margriet Geritsse gemaect, die men tegenwoirdich weet ende binnen den tijt van drij weecken maer dat nu van desen noch bevonden mochten worden, sal betaelen het gerechte vierde paert ende de drij andere deelen die men tegenwoirdich weet ende naer datum voirst. noch meer bevonden mochten worden sullen staen ende blijven tot last van den voirst. Jan Jansse Stevens metten zijnen, ende bij hen lieden betaelt sullen worden. Ende een moerken liggende in den Egmont partijen in twee deelen halff ende halff sullen deelen. Dies is geconstitueert ende besproocken dat de voirst. Margriet Gerit Geldens tot behoeff des voirst. Jan Ariaen Hendricxsse sal cederen ende opdragen haere tochten ende recht van tochten, de helft die sij is hebbende inne de goederen bij den voirst. wijlen Ariaen Henrick Pauwels staende hunnen voirst. houwelijck vercregen ende geconquesteert. Ende de voirst. Jan Ariens oick de hueren het seste paert sal genieten end ontfanghen ende de costen ten beijden zijden geresen sullen blijven gecompenseert, waer mede partijen en hier in de gelooven malcanderen van dese ende alle anderen questien dijen aengaende te quteren gelijck sij malcanderen quteren mits desen sonder dat deen oft dander dijen thalven eenige questien meer sal mogen moveren, daer voor verbijndende hennen respectieve persoonen ende goederen, hebbende ende vercrijgende. Actum in collegio van schepenen den 5e december 1618. |
[bron: Loon op Zand - Schepenbank Inv. 63 f. 83renv] |